Kenia
Dag 1: Kenia on a Shoestring
Vrijdag8 juli 2011
Gaap! Het was maar liefst 3.10 uur toen de wekker ging. Na waarschijnlijk de laatste lekkere warme douche voor enige tijd vertrok ik om 4.00 uur naar Schiphol. Vanzelfsprekend was het daar stukken drukker dan op de weg, maar niet extreem veel. Gisteren had ik online al ingecheckt, dus kon ik direct mijn bagage afgeven en richting de gate gaan. Een lange tijd heb ik daar zitten wachten, af en toe om me heen kijkend of ik mijn groepsleden eruit zou kunnen pikken. Met alleen de samenstelling en ieders geslacht en leeftijd viel dat toch niet mee. De één uur durende vlucht met Swiss Airlines vertrok mooi op tijd en kwam netjes om 9.25 uur in Zürich aan. Met een muffin, drankje en Zwitsers chocolaatje in m'n maag vervolgde ik me naar een andere gate, om daar om 9.35 uur het vliegtuig in te stappen naar Nairobi. Ik zat met een Amerikaanse, niet van de groep, bij de nooduitgang, dus hadden we zeeën van beenruimte. Een tafeltje en tv'tje zaten heel vernuftig in de stoel verborgen. Het was een lange en vermoeiende vlucht, die ik afwisselde met de films Rio en Just Go With It, snacks en een maaltijd. Zelfs pizza en ijs behoorden tot de maaltijden. Ook genoot ik van het uitzicht over de Zwitserse Alpen, een Grieks eiland en de kale woestijnen van Egypte en Soedan. Boven een dicht wolkendek vlogen we uiteindelijk over Kenia heen, totdat we om 17.10 uur landden in de hoofdstad.
In de aankomsthal merkte je direct hoe anders het hier weer is; winkeltjes zijn bijvoorbeeld stukken simpeler. Na een snelle paspoortcontrole en een vlotte hereniging met m'n bagage werd ik als eerste persoon opgewacht door Francis, onze gids voor de komende reis. Later werd de groep groter en stonden we met 15 man bij de uitgang te wachten, te kletsen en geld te wisselen. Ze hebben hier toch liever Keniaanse shilling dan dollars. Het was al donker geworden en ook al behoorlijk fris. De meegenomen jassen waren dus wel nodig voor de wandeling naar de truck. En die truck was me er een! Een grote Scania-truck, omgeven met doorzichtige plastic zeilen, zou voor twee weken ons vervoer zijn. Zeer groot en hoog, maar van binnen wel ruim genoeg voor ons allen. We begonnen aan een tocht van 20 km rond en door de suburbs van Nairobi. Hier leek alles redelijk chaotisch te kunnen verlopen, met verkopers langs de wegen en plotselinge momenten dat onze chauffeur op de rem moest trappen vanwege overstekende mensen. Grote en luxe hotels en bedrijven kwamen we onderweg tegen, maar ook kale stukken, zoals een nationaal park, en veel constructie. De sfeer in de groep leek goed en ook Francis lijkt een lollige gast die ons vast veel meer kan vertellen over dit land en de taal die men hier spreekt: Swahili.
Bij het kamp stonden de tweepersoonstentjes al voor ons klaar en konden we de slaapmatjes uit de truck halen. Ook ontmoetten we hier nog twee meiden die de afgelopen drie maanden hadden gewerkt in Kameroen en nu hun reis ontspannen wilden beëindigen. Twee andere personen van de groep bleken te hebben afgezegd. We kregen prima pompoensoep te eten van onze kok en maakten beter kennis met elkaar. Het lijkt er op dat het gezellige weken gaan worden! Toch gingen we niet al te laat (rond 22.00 uur) naar de tenten om te slapen, aangezien het voor iedereen een lange dag was geweest.
Dag 2: Tussen de beestjes
Zaterdag9 juli 2011
Slapen zonder kussen en met blaffende honden op de achtergrond viel in het begin niet mee, maar lukte uiteindelijk wel. Koud was het in m'n slaapzak in ieder geval niet. Van m'n jas en wat kleding had ik een kussentje samengesteld. Tegen 7.30 uur stonden we op (begroet door nieuwsgierige aapjes) om gebruik te maken van de eenvoudige toiletten en douches. Onze kok Pete was op dat moment bezig met de voorbereiding van een heerlijk ontbijt met brood, beleg, gebakken ei en worstjes. Op eenvoudige kampeerstoeltjes genoten we hiervan. Na enige uitleg van Francis over het reilen en zeilen in het kamp (o.a. over geld, corvee en het programma), legde hij uit hoe we onze tenten konden afbreken, iets dat redelijk gemakkelijk ging. Met de grote truck gingen we vervolgens, met al onze spullen, weer op pad. Iets verderop maakten we een stop bij een druk winkelcentrum met onder andere een grote supermarkt met werkelijk alles. Wij kwamen voornamelijk voor grote flessen water die we in de truck konden opslaan. Op de weg was het een drukte van auto's en busjes. Daarnaast verkochten vele mensen langs de weg bloemen en planten. We begonnen aan een tocht van zeker een uur, waarbij we steeds hoger kwamen en het steeds kouder werd. Jassen en vesten waren wel nodig. Onderweg zagen we het simpele en vaak armoedige landschap van de Kenianen. Het had wel iets weg van Laos en Cambodja: ook vanwege de bedrijvigheid op en naast de weg. Op een zekere plek werden zelfs allemaal huiden van koeien en schapen verkocht, welke allemaal hingen uitgestald. Niet heel vreemd, want we waren deze beesten telkens tegengekomen. Wijken met kleine krotten, huisjes en winkeltjes kwamen ook voorbij. Hier en daar verbaasden we ons over bordjes met ‘Hotel' erop, want wat ernaast stond leek niet meer te zijn dan een paar muren. We maakten een stop bij een prachtig hoog uitkijkpunt over The Great Rift Valley, welke hier door vele Oost-Afrikaanse landen schijnt te lopen. Het was alleen erg jammer dat het zo mistig was en we niet ver konden kijken. Uiteraard stond hier ook een handvol verkopers op ons te wachten (eentje was zelfs op de Euromast geweest, ja ja...) maar die wisten ons niet te verleiden tot de koop van houten giraffen en meer prul.
Tot lunchtijd reden we een heel stuk verder, waarbij de rit in het begin gezellig was, maar iedereen later leek in te kakken. Totdat we echter aankwamen bij het Lake Navaisha Hippo Camp. We zouden een eerste wandelsafari gaan maken als opwarmertje voor de rest van de vakantie. Bepakt met fototoestellen, zoomlenzen en verrekijkers gingen we op pad. De bewolking was opgeklaard en het was al snel een zonnige en warme wandeling. Na enig getuur naar een mooie blauwe vogel en een ibis, zagen we al vrij snel een groep van pakweg tien impala's. Vanaf een afstandje keken we toe hoe ze vredig aan het grazen waren. Iets verderop, onderweg navigerend rond alle keutels, vielen we met de neus in de boter, want we werden aangestaard door enkele giraffen! In het begin waren zij net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. Terwijl wij foto's maakten, gingen zij verder met het eten van de blaadjes in de bomen. Het waren mooie en statige beesten. Ietsjes verder bevonden zich meer kuddes impala's, maar ook zebra's! Er zaten hier zelfs ook enkele kleintjes bij, die melk bij hun moeder dronken of anders wel in hun buurt bleven. Een grote Afrikaanse zeearend bekeek de gebeurtenissen vanuit een boom. Het waren voornamelijk deze beesten die we in het uur daarna nog vaker tegenkwamen, alhoewel we ook een eland, een gnoe en meer vogels zagen. Op de grond zagen we op enkele plekken zelfs botten liggen: twee grote botten van een giraffenpoot, een karkas van een impala, iets verderop z'n schedel en ergens nog een karkas waar de wilde beesten het vlees van hadden opgegeten, op een stuk huid na. De naam van het kamp werd ook nog even waargemaakt toen we in de verre verte een nijlpaard z'n bek zagen openen in het meer om daarna onder te duiken en niet meer tevoorschijn te komen. We moesten terug naar de truck, want we hadden overal veel te lang getreuzeld en het was al 15.30 uur. Bij de truck stond een lekkere lunch klaar van brood en salade, welke we konden eten na het uitgebreid wassen van onze handen in drie teiltjes water: zeepsop, desinfecterend middel en gewoon water.
Met de truck reden we daarna nog bijna twee uur verder naar Kembu Camp. De conditie van de weg varieerde. De hoofdweg was ok, maar op de zandpaden werden we soms goed door elkaar geschud. Gelukkig had de truck een hoog dak. Het kamp zag er goed uit, met een leuk overdekt gedeelte met banken, een bar met muziek en een tafeltennistafel. Voordat het donker werd moesten we de tenten opzetten, wat redelijk vlot verliep. Terwijl de kok en vier groepsleden aan het eten begonnen, heeft de rest gerelaxt en gekletst. Ook speelde ik nog een zeer actief potje tafeltennis met iemand van de groep! Na achten genoten we van groentesoep, aardappelpuree, salade en gebakken vis. We mogen zeker niet klagen over Pete de kok! Tijdens het natafelen gingen alle lampen in het kamp uit; de generator was ofwel uitgezet, dan wel uitgevallen. Lantaarntjes zorgden echter voor enig licht, zodat we onze geldzaken (met betrekking tot het eten) konden afhandelen. Het hele dollar-shilling verschil blijft iedereen maar vervelend vinden, omdat soms het ene gewenst is en dan weer het andere. Met zaklampjes en hoofdlampjes konden we daarna bij eenvoudige gootsteentjes onze tanden poetsen, eventueel nog opwarmen bij de kolen van het kookvuurtje en plassen in een gat van zeker twee meter, om daarna op tijd te gaan slapen. Francis zal ons namelijk zeer vroeg gaan wekken.
Dag 3: Safari met Simba
Zondag10 juli 2011
Om 5.15 uur was het nog aardedonker buiten, maar toch stonden wij al op om een halfuurtje later te ontbijten. Terwijl de zon razendsnel opkwam, maakten wij tevens een lunchpakketje klaar. Vandaag stond Nakuru National Park op het programma. Met twee busjes, waarvan het dak omhoog kon om uit te kijken over de omgeving, reden we hier in zo'n drie kwartier naartoe. Terwijl Francis het entreegeld betaalde, bekeken wij met alle nieuwsgierigheid de aapjes die hier rondliepen, in bomen kropen en over onze busjes renden. We reden het park in en werden verwelkomd door een kudde impala's. Het park was gesitueerd rond een groot meer, waar we vrij direct naartoe reden. Hier konden we een hele zee van flamingo's en pelikanen bewonderen. Het water langs de oever stond gevuld met honderden, dan wel niet duizenden van deze roze en witte beesten. Het was een prachtig gezicht om ze te zien: staand, badderend, wapperend met hun vleugels, etend, of vliegend over het water. We waren tevens getuige van een grote kudde buffels, die over de grasvelden aan het rennen waren, een ondiep riviertje doorkruisten en verder renden, om een behoorlijk stuk verderop tot stilstand te komen om te grazen. Een lange tijd bleven we naar beide spektakels kijken, totdat we de buffels langs het water achterna reden en we de groep uiteindelijk doorkruisten. Grazend staarden ze ons aan. Over hobbelige zandpaadjes en door gebroeide bossen reden we weer verder. Op de savanne kwamen we nog talloze kuddes zebra's en impala's tegen, beesten die we de hele dag nog veel vaker zagen. Bang voor ons waren ze niet, waarschijnlijk waren ze alle tourbusjes al gewend. Niet dat we in een file van busjes reden, zo druk was het niet, maar toch kwamen we regelmatig anderen tegen. Ook de bavianen van de ingang kwamen we nog vaak op of naast de weg tegen. Bij het water hadden we het geluk een stuk of vier witte neushoorns te zien liggen. Ze lagen redelijk stil, op een kleintje na, die melk van z'n moeder lag te drinken. Op een afstand van niet meer dan 5 meter was dit erg bijzonder. Nadat we een Egyptische gans hadden gefotografeerd, zagen we in de verte twee jakhalzen lopen. Helaas liepen ze van ons vandaan en hebben we nooit een goed beeld van ze kunnen krijgen. De gevlekte hyena iets verderop hebben we wel eventjes kunnen volgen. Helaas wilde de chauffeur niet goed stilstaan om er een degelijke foto van te maken. Onze camera's waren sowieso al overuren aan het draaien van al het moois.
Na het observeren van een wrattenzwijntje ('Pumbaa!') en nog enkele watervogels, reden we een berg op om te pauzeren bij een uitkijkpunt. Hier hadden we een wijds uitzicht over een deel van de savanne en het meer. De bewolking was doorbroken en het zonnetje begon fel te schijnen. We werden hier vergezeld door felblauwe en grijze hagedisjes en mooie blauwe vogels. Na het zien van een hamerkop, een marmot en een gier in de boom, reden we langs een aantal giraffen; ditmaal met rechthoekige vlakken in plaats van de anders gevlekte Masai giraf. Het ware grote en statige beesten die leken te genieten van de blaadjes in de hoge bomen. De bekende platte en brede acaciabomen domineerden het landschap.
Het was tijd om te lunchen, wat we bij een paar bankjes bij een hutje deden. Uiteraard waren de apen hiervan op de hoogte, waardoor ze regelmatig trachtten eten te bietsen en te stelen, soms met succes. We lachten om het gedrag van een aap met een bananenschil, om een aap die een busje in wilde klimmen en eentje met wel heel erg blauwe ballen. Hierna begon iedereen een beetje in te kakken, aangezien we meer buffels, impala's en zebra's zagen en niet veel nieuws. We vroegen ons af of er nog nieuwe beesten zouden komen. Het was midden op de dag, dus zo actief waren ze niet. Toch wist de rest van de middag ons enorm te verrassen. Op een veld met buffels zagen we ten eerste twee zeer zeldzame zwarte neushoorns rondrennen. Het was ver weg, maar desondanks waren we erg blij. Een paar bochten verder mochten we al helemaal een gat in de lucht springen, want aan de ene kant van de weg lag een leeuwin met drie welpjes van nog geen week oud ('Simba!')! Ernaast lang een karkas van een buffel, waar de welpjes aan snuffelden. Ook speelden ze met elkaar en probeerde er eentje, met succes, een boompje te beklimmen. Aan de andere kant van de weg gaven vier volwassen leeuwen, waaronder een mannetje, het goede voorbeeld: ze lagen hoog in de boom te slapen of ons aan te gapen. Het was een geweldig gezicht en vele andere busjes bleven hier ook lang staan om foto's te maken. Uiteindelijk werd het ietwat eentonig en reden we verder, om langzaamaan een eind te maken aan de tocht. Toch bleven we nog een tijd naar vogels kijken, spotten we dezelfde giraf als gisteren, lag er nog een leeuw voor een bosje te slapen, dachten we nog een zwarte neushoorn te zien, zagen we in ieder geval nog een witte neushoorn, net als meer impala's, zebra's en buffels en vier slapende leeuwen in de verte! Ten slotte hingen er nog enkele colobusaapjes in de bomen. Na vijven reden we moe, maar zeer tevreden, het park uit. We vroegen ons af of iets dit nog zou kunnen overtreffen. Voldaan reden we terug naar het kamp, onderweg even gestopt en lastiggevallen door verkopers met landkaarten en ansichtkaarten.
Vandaag zat ik in het corveeteam, maar helpen met het eten hoefde gelukkig niet. De kok was namelijk al lang bezig en niet veel later zaten we in het donker rijst met kip en paprika te eten. De afwas moest ik wel met drie anderen doen, net als het schoonvegen van de truck, alhoewel die vandaag niet gebruikt was en dus niet vies was. Na een briefing van Francis had iedereen de gelegenheid om lauw te douchen en in de bar na te kletsen. Het was een gezellige avond, en we gingen daarna weer terug naar de koude tenten om te slapen. Vanaf morgen meer warmte vanaf een andere locatie!
Dag 4: Slapen naast nijlpaarden en krokodillen
Maandag 11 juli 2011
De Australiërs die gisteravond nog live muziek maakten met instrumenten, stonden vanochtend vroeg op en maakten veel herrie, waardoor de meesten van ons eerder wakker werden dan het geplande 6.30 uur. Wel had de kok al heerlijke pannenkoeken staan bakken in alle vroegte, waardoor we lekker konden ontbijten. Nadat iedereen klaar was en alles had opgeruimd, reden we om 8.30 uur het kamp uit, op weg naar het centrum van Nakuru. Onderweg zwaaiden we naar kindjes, weken we uit voor spijkerstrips bij schooltjes en keken we naar de vele door Coca Cola gesponsorde huisjes. In Nakuru kregen we een uur de tijd om te winkelen bij een supermarkt. Eten en drinken werd ingekocht, naar SD-kaartjes werd gezocht (ook door allerlei Kenianen die meehielpen) en verkopers met prul werden afgeslagen. Op een klein marktje werd veel toeristisch prul verkocht (onder andere sieraden en houten giraffen), ondanks het lage aantal toeristen. Uiteraard werden door verkopers alle Nederlandse zinnetjes genoemd en werd ik zelfs Frans Bauer genoemd, iemand anders Marco Borsato. Met open ramen reden we een stuk verder; het was al lekker warm geworden. We maakten een bijzondere stop langs de weg: op de evenaar! Dit was zichtbaar door middel van een bord (‘Equator, 0°, Hakuna Matata'), een horde verkopers en een vrouwtje dat ons een leuk stukje natuurkunde gaf. Met een trechtertje liet ze water in een flesje lopen, om vervolgens een takje in de trechter te gooien. Aan de ene kant van het bord, op het noordelijk halfrond, draaide het takje met de klok mee; aan de andere kant, op het zuidelijk halfrond, tegen de klok in. Exact op de evenaar bleef het stil liggen. Na deze magie van de magnetische polen reden we verder. -Verificatie achteraf toont aan dat dit zogenoemde ‘coriolis effect' niet op deze manier aan te tonen is en veel zwakker is dan men beweert; de manier waarop deze toeristentruc werkte, was vanwege de kleine variatie van het inschenken van het water in de trechter.- Het werd steeds warmer, de weg werd steeds slechter en het landschap veranderde. Het was hier droger, zanderiger en rotsachtiger. De sisalplantjes (om touw van te maken) hadden plaatsgemaakt voor cactussen. Terwijl wij stof hapten, zwaaiden kleine kindjes naar ons en staken geiten over.
Aan het begin van de middag arriveerden we bij Robert's Camp, een mooi kamp direct aan het Baringomeer. Op een steenworp afstand van het water zetten wij de tentjes op, terwijl de lunch van broodjes, rijst en guacamole werd bereid. Er werd afgeraden om bij de oever te komen, aangezien er krokodillen en nijlpaarden leven die je aan zouden kunnen vallen. Alhoewel dit niet vaak voorkomt, lopen er 's avonds zelfs bewakers rond om een oogje in het zeil te houden. Op zoek naar deze beesten gingen we in de middag, toen we over drie eenvoudige gemotoriseerde bootjes werden verdeeld. In iets meer dan twee uur hebben we met een warm zonnetje heerlijk over het water gevaren, een lang stuk langs de oever en rond één van de zeven eilandjes. Al redelijk snel had de gids een drietal nijlpaarden gespot tussen het riet: een mannetje, een vrouwtje en een kleintje. Met hun grote bek lagen ze wild te knagen op het riet, althans, op de momenten dat ze niet waren ondergedoken. Van een afstandje keken we toe. Nadat we verder waren gevaren, zagen we enkele mensen aan de kade en diverse vogels. Ook vlogen er vele libellen rond. We hebben toch zeker zo'n 10 verschillende soorten vogels gezien. Op een rots in het water zagen we ook een krokodil liggen, maar helaas dook deze het water in toen we dichterbij kwamen. Op weg naar het eilandje werden we bezocht door twee vissers in hele primitieve bootjes met stukjes hout als peddels. Ze lieten zien dat ze hier een kleine katvis hadden gevangen. Bij het eiland zagen we aalscholvers en een nijlvaraan, maar het hoogtepunt was de Afrikaanse zeearend. Nu hadden we deze al eerder gezien, maar toen was hij niet aan het eten. De gids gooide daarom een visje in het water, waarna de arend erop af dook en er met de vis vandoor ging. Het was een mooi moment, maar ontzettend lastig om op foto vast te leggen. We voeren tevreden terug, waar kleine kindjes ons opwachtten om te bedelen. Sommigen van ons gaven hen potloodjes en speeltjes waar ze blij mee leken te zijn. Tussen de vele vogeltjes in het kamp konden we vervolgens relaxen tot het avondeten. Ditmaal stond er spaghetti op het menu en opnieuw hadden we niets te klagen.
In de avond kreeg ik de gelegenheid om bij de bar de batterijen van mijn camera op te laden en was het mogelijk om een koude douche te nemen, iets dat op deze warme plek helemaal niet erg was. Verder hebben we de rest van de avond met de hele groep bij de bar gehangen, iets dat resulteerde in een erg lange, maar gezellige avond. Pas tegen middernacht lag ik in m'n tent en probeerde ik met al die warmte de slaap te vatten.
Dag 5: Vogels spotten, tongen met schorpioenen en onverwachts bezoek
Dinsdag 12 juli 2011
Iets na zevenen stond ik samen met Wils en zoon Olaf op om een halfuurtje later te ontbijten met toast, ei en bacon. De anderen wilden uitslapen, maar wij hadden gekozen om om 8.00 uur twee uurtjes vogels te gaan spotten. Dit bleek uiteindelijk enorm de moeite waard te zijn geweest. Onder leiding van een lokale gids, een ware vogelkenner, hebben we op een rustig tempo rond het kamp gelopen, op zoek naar vele vogels in de bosjes en bomen. Gewapend met verrekijker en fotocamera hebben we in drie uur tijd (als het aan de gids lag, zouden we de hele dag wel kunnen blijven lopen) maar liefst bijna 50 verschillende vogels gespot, waarvan we de meeste nog niet eerder hadden gezien! Er zaten hele mooie en bijzondere vogels tussen: fel gekleurde, met allerlei kleurtjes, glanzende, gestippelde, met lange staarten, etc. De gids wist genoeg te vertellen en kon sommige vogels zelfs lokken door middel van allerlei verschillende fluittonen. We kwamen onderweg ook nog enkele locals tegen met geitjes en koeien, waarvan er enkele op hol sloegen. Foto's maken van de vogels was niet makkelijk, maar desondanks heb ik er enkele prima weten vast te leggen. Terug in het kamp waren de meeste andere groepsleden het zwembad van het park hiernaast in gedoken, aangezien het ontzettend warm was. Wij zijn tot de lunch heerlijk in het kamp blijven relaxen. De lunch was opnieuw erg lekker (de spaghetti van gisteren), waarna we met z'n allen naar het zwembad zijn gegaan om de verkoeling van het heldere water op te zoeken. Een strandbal zorgde voor enig vermaak. Ook de ligbedjes waren zeker niet vervelend. Om 15.30 uur gingen we terug, aangezien we om 16.00 uur aan een natuurwandeling zouden beginnen.
Met bijna de hele groep gingen we onder leiding van de vogelgids en een andere gids (zijn trainee en broer) de natuur in. Over een landschap met acaciabomen en acaciastruiken (waarvan de laatste de hele regio overheerst heeft na een importactie van een Australiër) wandelden we met een fel zonnetje in het gezicht. De gidsen draaiden regelmatig enkele stenen om om op zoek te gaan naar de kleine beesten die hier leven: schorpioenen. Het duurde niet lang voordat de giftige zwarte schorpioen werd gevonden onder een rots. Bij de staart werd het beestje opgepakt, waarna iedereen hem met z'n hand kon voelen. De gids wilde mij echter graag gebruiken om hem op m'n voorhoofd te plaatsen. Iets verderop troffen we de nog gevaarlijkere bruine schorpioen aan. Ook deze werd opgepakt om vervolgens op ieders neus te zetten. Het leek de gids ook wel lollig om hem op mijn tong te zetten. Met z'n scharen deed het beest niets, steken kon hij niet, dus kietelde het slechts een beetje vanwege z'n pootjes. Na deze aparte ervaring liepen we iets verder en kregen we uitleg over een bijenkorf hoog in de boom, een vogeltje en een das. Na enig zoekwerk zijn er ook nog een kleine adder en een grote rode giftige spin gevonden, die beiden in het begin niet wilden meewerken om zich aan ons te laten zien. Op een bepaald punt kwamen we bij een weg die we overstaken, zodat we op enkele kale plekken terecht kwamen. In deze regio was in 1998 een Italiaanse film gemaakt en op deze plekken waren alle trailers en dergelijke gebouwd. Na het filmen is van al het bouwmateriaal iets verderop een schooltje gebouwd en wordt de vlakte nu als sportveld gebruikt. Ernaast bevond zich een hoge klif, welke we sportief hebben beklommen. Hieraf hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving en zagen we nog een valk. Omdat het al laat in de middag was, was de lucht mooi gekleurd. Terug beneden hebben we de vaart erin gezet, aangezien we al 2,5 uur onderweg waren geweest en nog wel even terug te lopen hadden. Het was bijna helemaal donker toen we, zonder lampjes, in het kamp terug kwamen. Lopen in de schemering was vanwege de rotsen en vele doornstruiken niet makkelijk. Daarnaast moesten we nog een groep kinderen van ons af proberen te schudden.
Het eten was al bijna klaar en even later smulden we van gekruide aardappel, varkensvlees, salade, pannenkoekjes en watermeloen. Tijdens een uitleg van Francis over de komende dagen kwam een fris windje opzetten, waardoor een lantaarntje omwaaide en het donker werd. Niet veel later klonk er een gil van iemand uit de groep. Er werd met een zaklamp naar de tenten geschenen en er ontstond enige verwarring en paniek: er stond een nijlpaard in het kamp! Geruisloos was het beest achter de truck het kamp binnengeslopen. Uiteraard schrok hij van ons en rende weg. Vier kampbewakers kwamen op ons af en vertelden ons rustig te blijven. Ze zouden kijken waar het beest heen was gegaan. Uiteindelijk mochten we met ze mee, waardoor we met een hele horde met fototoestellen het nijlpaard achtervolgden. Het beest trok zich maar weinig van ons aan en ging rustig verder met grazen, liep een stukje verder, begon weer te grazen, etc. De bewaker dacht dat het beest verstoten was na een gevecht, aangezien hij sporen had op zijn rug. We lieten het beest met rust en hebben de avond in de bar afgesloten. Zeer voorzichtig en oplettend liepen we uiteindelijk weer naar de tenten, om hopelijk een ongestoorde nacht te beleven.
Dag 6: Springen, zitten en lopen
Woensdag 13 juli 2011
Zonder verdere problemen met nijlpaarden stonden we vanochtend al om 5.15 uur op, aangezien we drie kwartier later een busje in zouden stappen voor een ochtendexcursie. Met een kaakje en een banaantje achter de kiezen begonnen we aan een rit die een kwartier zou duren (20 km), maar uiteindelijk drie kwartier duurde vanwege een erg hobbelige weg. Comfortabel was het ritje niet, omdat we behoorlijk opgepropt zaten. Onze tocht kwam uit bij een klein dorpje van een Pokot-stam, wat slechts uit een paar ronde houten hutjes bestond. De bewoners en de dorpelingen van het ‘dorpje' ernaast hadden zich allemaal al verzameld in hun eenvoudige traditionele kleding. Tussen de hutjes bevond zich een hele kudde geitjes. Van een jongen die Engels sprak, kregen we enige uitleg over het simpele bestaan van deze mensen. Degenen die getrouwd waren, hadden allemaal een band rond hun nek. Het viel ons op hoeveel personen dit hadden, inclusief een paar behoorlijk jong uitziende stamleden. We kregen een kijkje in de piepkleine hutjes, waar een bedje in stond (met een dierenhuid als deken), een vuurtje en een paar potjes en pannetjes. Ook koeienhoorns werden gebruikt om het een en ander in te bewaren. Op een veldje ernaast kregen we de kans om te schieten met hun boog, wat niet meeviel. In het rommelige kamp (schoonmaken en hygiëne lijken ze hier, en in de rest van het land, niet echt te kennen) konden we vervolgens toezien hoe jong en oud een dansje voor de lol deed. Uiteraard moesten wij één voor één meedoen. Echt moeilijk was het echter niet, aangezien je gewoon met twee voeten tegelijkertijd omhoog moest springen. Enkele personen deelden nog ballonnen en potloodjes uit aan de kleintjes, die meteen een lach op het gezicht toverden. Onze tijd zat erop en we hobbelden terug naar het kamp, waar de tenten voor ons waren afgebroken en het ontbijt van pannenkoeken al klaar lag.
Later dan gepland, vertrokken we om 9.10 uur met de truck naar Nakuru, waar we tegen het middaguur na een saaie rit aankwamen. Opnieuw kregen we een uur de tijd om bij een chique hotel naar het toilet te gaan, geld te pinnen en boodschappen te doen. Zelf heb ik een rondje over de markt gemaakt, waar voornamelijk veel lokale kleding en schoenen werden verkocht. Opnieuw werd ik Frans Bauer genoemd. Hierna reden we naar een grasveldje om op onze klapstoeltjes van een snel in elkaar geflanste lunch te genieten. Na het bekijken van een duur winkeltje met allerlei handwerk reden we verder naar Naivasha. Het duurde nog wel even voordat we hier waren en reden onderweg door het typische landschap van Kenia: groene vlaktes met acaciabomen. Ook passeerden we dorpjes waarbij alle winkels hun eigen logo of reclamelogo's gewoon op de stenen buitenkant van het gebouwtje hadden geverfd. Dit gaf een kleurrijk gezicht.
Om 16.15 uur arriveerden we in Fish Eagle Camp aan het Naivashameer. Meteen konden we beginnen aan een andere excursie, terwijl de crew de tenten zou opzetten. We werden opgehaald met een zeer apart hippieachtig gospelbusje om God te verheerlijken. Aan de binnen- en buitenkant stonden allemaal aparte leuzen (o.a. CIA - Christ Is Alive) en het plafond was bedekt met rode en blauwe kussentjes. Ook was er een tv'tje waarop Keniaanse muziekvideo's werden gedraaid. Het was een vrij aparte rit naar een nationaal park rondom een kratermeer. In het park hebben we een stuk gewandeld en vertelde de gids ons over de hollen van wrattenzwijnen, hyenakeutels, het gedrag van buffels, de strepen van zebra's en enkele andere beesten, terwijl we zebra's, giraffen, gazelles, buffels, oryxen en vogels tegenkwamen. Heel bijzonder was het echter niet. Met de wagen werden we vervolgens naar de rand van de krater gebracht, vanwaar we konden afzakken naar het meer. Ondanks dat dit een broedplaats voor flamingo's was, zagen we er nu slechts een handjevol. Ook zwom er hier een nijlpaard rond (we zagen hem zich zelfs omdraaien op z'n rug), alhoewel niemand wist hoe hij hier ooit heeft weten te geraken. Al met al niet bijster interessant. Met het busje, dat nu in het donker voorzien was van rode en blauwe discolichtjes, reden we terug naar het kamp. Rond een heus kampvuur hebben we pompoensoep, rijst, vlees en groente gegeten, waarna we nog een tijd van de warmte van het vuur genoten. Het was hier namelijk weer een stuk frisser. Nadat we ons hadden verbaasd over de goede kwaliteit van de toiletten, was het voor iedereen bedtijd. Ook morgenochtend staat er weer iets mooi op de planning.
Dag 7: Door de poorten van de hel
Donderdag 14 juli 2011
Nadat we vanochtend werden gewekt door enkele luid schreeuwende Colobusaapjes in de bomen, alsmede een grote groep maraboes (ooievaars), hebben we lekker ontbeten. Om 8.00 uur werden we bij de poort van het kamp verwacht, waar een grote hoeveelheid mountainbikes op ons stond te wachten. Het zou een actief ochtendje gaan worden in Hell's Gate National Park. Nadat iedereen zijn mountainbike had getest (niemand was er helemaal blij mee, maar het kon erger), reden we 3 km over een asfaltweg, waar vele locals ons achterna staarden. Het 2 km lange pad naar het park toonde aan wat we van de weg in het park konden verwachten en waarom we echt mountainbikes nodig hadden. Het was een hobbelig pad van stenen en zand. De temperatuur was lekker, er was een prima zonnetje, enige bewolking en wat wind. We hebben in een uur tijd 11 km naar de andere kant van het park gefietst. Het fietsen was voor iedereen even wennen, maar was op zich te doen. Hell's Gate National Park staat niet zozeer bekend om de wilde beesten; we kwamen slechts enkele zebra's, buffels, gazelles en wrattenzwijntjes tegen. Het park is echter befaamd om het prachtige landschap. En mooi was het zeker! We fietsten over uitgestrekte savannes met boompjes en struikjes, omringd door hoge roodoranje rotswanden. Een enkele grote rots stond in het midden van het park. Vanwege de staat van de weg moesten we echter vaak onze aandacht vestigen op de grond, in plaats van op de omgeving in de verte.
Na een lange tocht parkeerden we de fietsen en rustten we eventjes uit, om vervolgens aan het volgende deel van de tocht te beginnen. Ditmaal niet op de fiets, maar te voet. We stonden namelijk aan de rand van een lange en prachtige kloof. Na het zien van een mierenleeuw (één van de ‘small five'), liepen we de kloof in, welke behoorlijk diep was en helemaal was uitgesleten door een rivier. Nu liep er slechts een smal stroompje. In de kloof bevonden zich enkele klimmetjes, enkele afdalingen en diverse bochten. Op de wanden waren namen van bezoekers gekerfd en hier en daar bevond zich een struik of boom. Het was een mooie en avontuurlijke wandeling. Op sommige plekken sijpelde bodemwater langs de wanden naar beneden. Gezien de vulkanische bodem was een deel van dit water soms warm of zelfs behoorlijk heet! Voorbij de helft kregen we de mogelijkheid om verder door de kloof te trekken, een moeilijke route, of een makkelijkere route bovenlangs te nemen. De groep splitste zich en ik koos voor de kloof. Het was inderdaad geen makkelijk stuk en vaak moesten we op handen en voeten afdalen of klimmen. Gladde stukken met water hielpen niet mee. Uiteindelijk moesten ook wij naar boven, waarna we een prachtig uitzicht hadden op een deel van het park. Bij de fietsen rustten we opnieuw uit, om vervolgens aan de terugweg te beginnen. Deze was een stuk zwaarder dan de heenweg: iedereen was al moe, de honger begon toe te slaan en het was flink warmer geworden. Daarnaast was iedereen vies van al het stof.
Tegen 13.30 uur waren we terug en konden we allemaal eindelijk wat eten. Iedereen rustte flink uit, stond in de rij om te douchen of maakte foto's van de vele maraboes. Niemand had de puf meer om een excursie te doen: een boottocht over het Naivashameer, vergelijkbaar met die op het Baringomeer, en een high tea bij het centrum van het leeuwtje dat centraal stond in de film Born Free. In plaats daarvan hing iedereen in of rond het kamp te relaxen. Daar waren we wel aan toe! Heel veel meer heeft iedereen niet gedaan. Zelf ben ik eventjes bij het niet heel bijzondere meer gaan kijken en probeerde ik bij een postkantoortje in een dorpje iets buiten het kamp een kaartje te posten, maar de eigenaar had geen zin meer en had de tent al eerder gesloten. Om 19.00 uur hadden we bij een kampvuurtje een diner met een lekker prutje van mais, rijst en kip in saus. Tijdens de dagelijkse speech van Francis vertelde hij over de komende twee dagen in Masai Mara; die zouden zeer bijzonder gaan worden! Hoe het weer zou zijn, wist hij echter niet, aangezien hij Erwin Krol en Piet Paulusma niet had gesproken. Een deel van de avond hebben we vervolgens in de bar doorgebracht. Het verbaasde ons dat dit kamp wifi had, alhoewel de rest van de faciliteiten ook al in orde was. Helaas was de internetverbinding veel te zwak, dus gebruiken konden we het niet. Terwijl het kampvuurtje nog nasmeulde, doken wij onze tenten in voor een nieuwe nacht.
Dag 8: Een hobbelige rit
Vrijdag 15 juli 2011
Vanochtend was iedereen al vroeg in de weer om z'n spullen te pakken en de tent af te breken. Na een ontbijtje met gebakken ei zaten we om 7.45 uur in de truck klaar om te vertrekken. Het duurde echter nog een half uur voordat we wegreden, aangezien er een probleem was met de accu en de motor gestart moest worden met behulp van de accu van een andere truck. We hadden een rit van bijna 300 km te gaan, wat in het begin redelijk vlot verliep. Wel hebben we langs de weg even moeten stoppen, aangezien er een nieuwe accu was geregeld en een andere wagen die ons even was komen brengen. Handige service! Er was een plasstop bij een souvenirwinkeltje waar allerlei houten handgemaakte beeldjes stonden in alle soorten en maten, met name van dieren. Ik heb me weten te verleiden tot verkoop, en zit nu met een houten giraf in m'n tas van 2500 voor 1000 Keniaanse shilling, pakweg €7,50. Ook wilde de verkoper nog graag twee muntjes van €0,50 wisselen tegen 150 van mijn shilling, waarmee ik akkoord ging. Buiten werd er wat gelachen om smakeloze speciaal bereidde koffie van enkelen, waarna een andere man vroeg of wij nog pennen hadden voor z'n kinderen, of Nederlandse munten. Aangezien hij hierom bedelde, ketsten we dit af. Daarnaast leek het laatste wel heel erg op een verdachte truc na mijn eerdere wisseling.
Langs kleine dorpjes en akkers reden we verder naar Narok, een plaatsje waar we voor een uur pauzeerden. Hier kreeg ik de kans om een kaartje op de bus te doen en kregen anderen de kans om te pinnen. Uitkijkend voor de vele gaten in de stoep liepen we door het ‘centrumpje' heen en zagen we simpele winkeltjes, vele inwoners, waaronder enkele ezels en een vrouw in een Radio 538 T-shirt, een moskee, een plek waar vrolijke Afrikaanse muziek werd gedraaid en een supermarkt. Hier sloegen we weer genoeg eten en drinken in. Sommigen van ons konden ijsjes en chocola niet weerstaan. Door het rommelige stadje liepen we terug naar de truck om een halfuurtje verder te rijden. Langs de weg laadden we de keuken uit om een lunch voor te bereiden en nuttigen. Ik zat vandaag weer in het corveeteam, dus moest ik meehelpen met het snijden vooraf en het afdrogen achteraf. De laatste 100 km van de rit was over een weg die in een ontzettend slechte conditie verkeerde. Het eerste deel was geasfalteerd, maar had zo ongelooflijk veel gaten dat we continu aan het hobbelen waren of slechts half op de weg en half scheef in de berm stonden. Het tweede en laatste gedeelte bestond alleen maar uit zand en steen. Dat was ook niet heel prettig. Wat wel geweldig was, was het landschap. We waren namelijk aangekomen in de Masai Mara (het Keniaanse deel van de Serengeti) en de omgeving hiervan is precies zoals het beeld dat iedereen heeft van dit land: enorme relatief kale en vlakke velden, savannes, begroeid met gras, kleine struikjes en hier en daar een boom. Verderop waren er wat meer heuvels en bomen. Onderweg zagen we de in het rood geklede Masai-bevolking lopen, vaak vergezeld van enorme kuddes geiten en koeien. In het wild zagen we enkele gazelles en giraffes.
Tegen het einde van de rit waren er meer eenvoudige Masai-dorpjes te bekennen, waarvan we er eentje bezochten. Zoals te verwachten viel, was het een enorme toeristenval, maar desondanks was het geinig om ontvangen te worden door een grote groep primitieve Masai (alhoewel er op een gegeven moment wel eentje z'n mobieltje opnam). De meesten hadden rode kleding aan en waren versierd met diverse kettingen. Sommigen hadden zelfs enorme uitgerekte oren met een gat erin. Eerst toonden ze een dans voor mannen: simpelweg omhoog springen zoals bij de Pokot-stam. Hoe hoger de man kon springen, hoe goedkoper zijn bruidsschat hoefde te zijn. Daarna dansten de vrouwen een nog simpelere versie van de polonaise. In het dorpje bevonden zich verder een kudde koeien, enkele kippen, een schare kinderen en enkele huisjes gemaakt van koeienpoep en modder. Binnenin was het hartstikke donker en zeer primitief. Vuur maken deden ze met stokjes, wat ze even demonstreerden. Nadat we langs een enorme reeks tafels waren gebracht vol met souvenirs, liepen we een paar honderd meter verder naar het Acacia Camp, waar de tenten al voor ons waren opgezet. Het was de minst luxe camping tot dusver en zelfs het water uit de kraan was vies bruin. In het donker hielp ik mee met het diner van soep, rijst, groente en vlees, wat we even later heerlijk naar binnen werkten. Op deze camping was het 's avonds opeens weer een stuk frisser. Na de afwas is iedereen naar z'n tent gegaan om te slapen, wat mogelijk zou moeten zijn aangezien de lawaaierige generator is uitgezet. Morgen belooft een avontuurlijke dag met een gamedrive te worden!
Dag 9: Gamedrive door Masai Mara
Zaterdag 16 juli 2011
Vandaag was een lange dag, maar wel een ongelooflijk gave en mooie dag! Om 6.00 uur zaten we al aan het ontbijt, om niet al te veel later de camping hobbelend met de truck te verlaten. Kok Pete bleef achter, maar wel gingen Francis en chauffeur Steve met ons mee naar het Masai Mara National Park. Dit is het grootste natuurreservaat van het land, dat grenst aan de Serengeti in Tanzania door middel van de Mara rivier. Tot ongeveer 18.00 uur hebben we de hele dag een gamedrive gemaakt. Over hobbelige zandwegen reden we over prachtige en enorm groene grasvlakten. Dit was pas de echte savanne! Het park was reusachtig, had glooiende heuvels en vele kleine struikjes. Bomen waren er uiteraard ook, vaak de acacia, soms bij elkaar, alhoewel er ook wel eens een enkel boompje op een verder kaal grasveld stond. Ook was er ergens een landingsbaan, waarop we een klein vliegtuig zagen landen. Hieruit stapten rijke en luie toeristen, waarna een groep Japanners instapte. Maar dan het belangrijkste van de dag: de beesten. We hebben een enorme hoeveelheid dieren gezien; het aantal loopt gemakkelijk op in de tienduizenden! Ook het aantal verschillende soorten was niet op twee handen te tellen. Zebra's waren toch wel de meest voorkomende, vaak te vinden in grote kuddes. Eén kudde, waar we dwars doorheen reden, was reusachtig. Overal om ons heen zagen we duizenden witte en zwarte strepen. Impala's, buffels en Thomsongazelles zagen we ook vrij regelmatig, net als gnoes. Heel veel gnoes. Dit laatste is goed te verklaren, aangezien tijdens deze maanden de Grote Trek plaatsvindt, 's werelds grootse migratie van beesten. Alhoewel een groot deel van de gnoes zich nog steeds in de Serengeti bevindt, waren er hier ook al grote groepen te vinden. Veel hebben we ze echter niet zien lopen; grazen deden ze wel. Een hoogtepunt van de trek is de oversteek van de Mara rivier, waarbij krokodillen en nijlpaarden op hun maaltijd liggen te wachten. Bij de rivier konden we de truck uit, waarna we onder begeleiding van een gewapende bewaker een stuk langs de rivier hebben gelopen. In het water zagen we en hoorden we al diverse groepen nijlpaarden, in de meeste gevallen bijna volledig ondergedoken, waarbij slechts het bovenste deel van hun kop zichtbaar was. Bij het oversteekpunt lag een grote krokodil op een rots klaar met z'n bek wagenwijd open. Twee anderen lagen langs de oever klaar. Helaas hadden de gnoes op dat moment geen zin om over te steken, waardoor we dit grote spektakel moesten missen. Wel stond er één gnoe aan de over naar de overkant te kijken, maar geen enkel moment durfde hij het aan. Gelukkig hebben we nog veel meer moois gezien.
Op vele plekken hebben we giraffen zien staan, lopen en rennen. Dit bleef mooi. Daarnaast spotten we nog twee topi's, twee stokstaartjes, enkele wrattenzwijntjes en diverse vogels, waaronder de grote secretarisvogel. Dan rest nog The Big Five. De buffel hadden we al gezien en de neushoorn eerder in Nakuru. Neushoorns hebben we hier helaas niet gezien. Wel werden we aan het begin van de dag getrakteerd op een groep leeuwen! Ze lagen vredig in het gras, liepen om alle safaribusjes en -trucks heen en genoten van het verse vlees van een gnoe, welke ze naar ons idee niet lang daarvoor hadden gevangen. Er at er telkens maar eentje, terwijl een andere toezicht hield. Plots renden ze er allemaal vandoor, waarom weten we niet. Wel maakten de vele aasgieren om ons heen hier gretig gebruik van. Bliksemsnel vlogen ze met z'n allen naar het half opgegeten slachtoffer, om daarna wild allerlei restjes op te eten. Het was een zeer bijzondere gebeurtenis! Het vinden van luipaarden en olifanten was moeilijker. Op een gegeven moment zagen we diverse busjes rond een boom staan. We reden dichterbij en zagen een katachtige met zwarte stippen in het gras liggen: een cheeta! Hij bleef rustig liggen en om zich heen kijken naar al die maffe toeristen met fototoestellen. Lang bleven we hier niet staan, aangezien we van de weg waren afgeweken, wat niet de bedoeling was.
In de middag hadden we geluk met Afrikaanse olifanten, aangezien we er in de verte vier zagen lopen. Er liep zelfs een klein olifantje bij! Dit bleek slechts het begin te zijn, aangezien we niet veel later een hele kudde van minstens 21 olifanten zagen! Dat was een heel indrukwekkend gezicht! Later in de middag hebben we zelfs nog veel meer olifanten gezien, sommige behoorlijk dichtbij, andere iets verderop, allemaal in de schaduw van een boom. Onze dag was bijna goed. We zagen nog een kraanvogel, hartenbeesten, struisvogels en aapjes. Lange tijd zochten we naar een luipaard, maar dat was allesbehalve een eenvoudige opgave. Laat in de middag zagen we enkele busjes bij een paar bomen staan. Er werd gezegd dat er eentje in zat! We zaten te zoeken op alle takken van de bomen en zagen een lange tijd niets. Maar uiteindelijk hadden we hem te pakken! Hij lag half verstopt op een tak. Het leek erop alsof hij sliep. Toch konden we een vreugdedansje doen, want we hadden alle Big Five gezien deze vakantie! Tevreden reden we om 17.30 uur weer terug naar het kamp, onderweg enkele Masai-dorpjes vol met afval passerend. Het was een mooie dag geweest, die eindigde met een lekkere maaltijd van linzensoep, aardappel, biefstuk en een smakeloze Afrikaanse cake van maiszetmeel. Nadat we nog een tijdje bij het kolenfornuis hadden gezeten, gingen we op tijd naar bed.
Dag 10: De laatste dag in Kenia
Zondag 17 juli 2011
In alle vroegte braken we vanochtend de tenten af, om om 7.00 uur te ontbijten met toast. Zo'n 40 minuten later waren we allemaal klaar om te vertrekken, dus stapten we in de truck voor een lange rit naar Kisii. Eerst moesten we weer 96 km rijden over de ontzettend hobbelige weg van eergisteren, wat uiteraard geen pretje was. Onderweg stopten we slechts even vanwege een lekkende waterfles. Hierna volgde nog eens 200 km over een betere verharde weg. We reden langs kleine vieze dorpjes, schooltjes en gebieden met helemaal niets. In zo'n gebied hebben we langs de weg geparkeerd om te lunchen. In de verte zagen we daarbij een Masai-herder met een hele kudde koeien. Het was verder een lange, saaie, vermoeiende en warme rit, waarbij we nog een keer gestopt hebben bij een curioshop met een enorme lading Chinese toeristen (vervoerd met minstens 15 busjes) en een foto konden maken van een niet heel interessante theeplantage.
In de namiddag arriveerden we in het hooggelegen plaatsje Kisii, een stadje dat er behoorlijk levendig uitzag vergeleken met de voorgaande plaatsjes. Langs de hoofdweg bevonden zich vele winkeltjes (waarvan vele wel in ontzettende krotten stonden) en een supermarkt. Er was verder nog een markt met veel kleding, we zagen een groep mensen die aan het sporten waren, en we hoorden vrolijke Afrikaanse muziek. We parkeerden de truck bij St. Vincent, een voormalig klooster met meerdere gebouwen die nu dienden als hotel. Voor de verandering hoefden we vandaag niet te kamperen! Dat wil niet per se zeggen dat een hotel hier beter hoeft te zijn, aangezien we behoorlijk wat bouwvallen hadden gezien die een bordje met ‘hotel' hadden. Hier zag het er echter prima uit. Twee bedjes met een muskietennet, twee stoelen, zeepjes, een bijbel en veel te veel kastjes. In de gang bevond zich een gedeelde badkamer met redelijk werkende toiletten en een douche die ofwel ijskoud dan wel gloeiendheet was. We hadden nog twee uurtjes over tot het diner en zijn met een paar personen naar de supermarkt gegaan voor enkele inkopen. De supermarkt was reusachtig, maar verkocht naast alle grote merkartikelen ook alles wat ze bij de Blokker hebben, net als elektronica, tapijten, feestartikelen en meer. Met twee meiden ben ik vervolgens op zoek gegaan naar een internetcafé. We vonden er twee, beide verstopt op hogere verdiepingen van vreemde, donkere en enge gebouwtjes met meerdere gesloten zaakjes. Het ene café was gesloten, maar het andere niet. Toch konden we niets doen aangezien de stroom was uitgevallen. Via de rommelige en drukke straat, waarop we continu eng werden aangestaard door sommigen, maar enthousiast werden begroet door anderen, liepen we terug naar het hotel. Ook werden we hierbij achtervolgd en lastiggevallen door een eigenaardige gast, die gelukkig door de bewaker van het hotel buiten de poort werd gehouden.
In een openbare ruimte kregen we een lekker diner van Pete, bestaande uit pasta, kip en paprika, met een warm toetje van aardbeienyoghurt en banaan. Het restaurant van het hotel bleek namelijk niet zo geweldig te zijn. We waren daarnaast blij dat we binnen zaten, want we hebben hier onze eerste echte regenbui meegemaakt. ‘s Avonds hebben we na de speech van Francis, waarin hij ditmaal vertelde over de oversteek naar Tanzania morgen, nog even rondgehangen om te kletsen, om vervolgens na een week weer in een bedje te stappen!
Nog 1 week: Kenia & Tanzania
Welkom terug op mijn blog! Het zal misschien niet als een verrassing komen, maar na mijn reis naar Washington en New York in november 2010 kwamen mijn nieuwste vakantieplannen alweer op tafel te liggen. Een lange vakantie zoals met Azië in 2009/2010 zou er dit jaar niet in zitten, aangezien ik in februari begonnen ben met een fulltime baan voor één jaar. Dit nam echter niet weg dat ik geen vrije dagen op zou kunnen nemen om alsnog voor enkele weken de wijde wereld in te kunnen trekken. Een bestemming voor 2011 had ik al enige tijd in gedachten, waardoor ik in februari de knoop doorhakte en een drieweekse reis naar Kenia en Tanzania boekte! Dit zijn twee landen die ook hoog op mijn lijstje stonden en volgens mij een bezoek dubbel en dwars waard zijn. De prachtige natuurschoon en de wilde dieren zijn uiteraard de publiekstrekkers, maar er zal ongetwijfeld veel meer te zien en beleven zijn. Om meteen maar alle clichés erdoorheen te jassen: dit jaar is het tijd om de Beekse Bergen in XXL-formaat te aanschouwen, tussen de leeuwen op zoek te gaan naar een zingend wrattenzwijn en stokstaartje, en om Serengeti Symphony zonder muziek te bekijken!
Op vrijdag 8 juli zal ik samen met 18 andere Shoestring-reizigers het vliegtuig nemen naar Nairobi, de hoofdstad van Kenia. Vervolgens zullen we 10 dagen met een terreinwagen door dit land reizen, waarbij we 's nachts zullen overnachten op diverse campings. Overdag zullen we o.a. een opvangcentrum voor giraffes bezoeken, een boottocht maken over een meer met honderden flamingo's en op safari gaan door het Masai Mara National Park. In de nabijheid van het immens grote Victoriameer zullen we de grens met Tanzania oversteken, om hier in de week die volgt o.a. een gamedrive te maken door de uitgestrekte Serengeti en uit te kijken over de Ngorongoro-krater. Met enig geluk zullen we getuige zijn van de Great Migration van duizenden wildebeesten, maar uiteraard hoop ik ook de Big Five (olifant, neushoorn, leeuw, luipaard en buffel) te kunnen spotten! In de derde en laatste week zal ik afscheid nemen van de groep. In plaats van heerlijk te genieten op Zanzibar, heb ik voor een actievere bezigheid gekozen: het beklimmen van de Kilimanjaro. Dit is met 5895 meter Afrika's hoogste berg en daarmee één van de ‘zeven toppen' (de hoogste bergen van elk continent). In 6 dagen hoop ik deze berg te trotseren, waarna ik vanuit Dar Es Salaam weer terug zal vliegen en op 1 augustus in Nederland aan zal komen.
De afgelopen weken heb ik me al aardig voorbereid op deze prachtige reis en ik kan niet wachten totdat deze van start gaat. Gelukkig duurt dat niet lang meer! M'n tas ligt al klaar, net als m'n fototoestel, verrekijker, dierengids, wandelschoenen, zaklamp, thermo-ondergoed en meer. Na de reis zal ik jullie hier uitgebreid over mijn avonturen vertellen en m'n foto's met jullie delen. Tijdens deze back-to-basic reis zal dat vanwege het gebrek aan elektriciteit en internet waarschijnlijk niet lukken. Tot dan!
New York City
Dag 6: New York is supercalifragilisticexpialidocious
Vrijdag 19 november 2010
Het was vandaag mijn allereerste volledige dag in New York en die wilde ik volop benutten. Dus stond ik om 7.45 uur op en liep ik naar de kleine ontbijtzaal van het hostel toe. Hier kon ik, helaas tegen betaling, ontbijten met een bagel. Ik liep vervolgens naar de metro toe. Meteen was de levendigheid van de stad merkbaar, aangezien er om de hoek al een kraampje stond met ontbijtproducten (bagels en pretzels) en in het metrostation enkele Indonesische zangers muziek stonden te maken. Met metrolijn 1 ben ik helemaal naar het meest zuidelijke puntje van Manhattan gegaan. Ik kon nog een zitplekje krijgen, maar het werd steeds en steeds drukker in de wagon. Tegen het einde, na meer dan 30 minuten, werd het echter beduidend rustiger. Bij South Ferry stapte ik uit, waarna ik meteen in Battery Park was beland. Hiervandaan was het mogelijk om de ferry te nemen naar Staten Island, maar dit deed ik niet. In plaats daarvan liep ik door het parkje naar de kade, waar een fris windje stond, ook al scheen de zon gelukkig heerlijk. Vanaf de kade had je een mooi uitzicht over de haven, met in de verte het silhouet van het Vrijheidsbeeld en Ellis Island. Een andere ferry kon je naar deze twee plekken brengen, iets dat vele toeristen op dat moment van plan waren. Ik echter nog niet, want ik bekeek enkele Navy en Air Force memorials in het parkje en liep noordelijk naar het ernaast gelegen Bowling Green, een ander klein parkje met een niet-werkende fontein. Naast het parkje bevond zich op het kruispunt van twee straten een aparte bezienswaardigheid: de Raging Bull. Dit is een groot, niet al te vriendelijk kijkende bronzen stier waar toeristen maar al te graag mee op de foto willen, ofwel aan de voorkant, dan wel met z'n achterkant.
Overal om me heen bevonden zich hoge gebouwen, dus het was verleidelijk om continu met je hoofd omhoog te lopen. Toch was dat niet zo verstandig, aangezien ik via enkele smallere straatjes met wegwerkzaamheden naar het befaamde Wall Street ben gelopen. Alhoewel dit bij iedereen behoorlijk groots in de oren klinkt, valt het in werkelijkheid nog best tegen. Wall Street zelf is namelijk nogal een smalle straat en ondanks dat de New York Stock Exchange zich hier bevindt, maakt de Federal Hall die er tegenover zit meer indruk. Aan de buitenkant was er weinig van de hectiek van de beursvloer te merken: het gebouw zat half ingepakt met een groot spandoek en was omringd met allerlei hekwerken. In plaats van drukke zakenmensen met telefoons en koffers waren het toeristen die buiten alom aanwezig waren om het timpaan van het gebouw te fotograferen. Helaas was het niet mogelijk het gebouw te betreden, dus was ik hier al snel verdwenen. De Federal Hall, met een beeld van George Washington, zag er van binnen wel mooi uit, maar veel was er niet te doen. Ik liep Wall Street daarom maar uit en kwam terecht bij de Trinity Church, een mooi kerkje te midden van alle drukte en hoge gebouwen. Binnenin waren er fraaie glas-in-lood ramen te bekennen. Nadat ik iets noordelijker was gelopen tussen de straten met vele auto's en taxi's, kwam ik terecht bij een groot bouwterrein dat gedeeltelijk was afgeschermd. Het was een grotendeels lege vlakte, waar hier en daar al begonnen was aan de bouw van nieuwe torens. Ik bleek te zijn aangekomen bij Ground Zero, het gebied waar tot 11 september 2001 het World Trade Center heeft gestaan met zijn bekende Twin Towers. Ik kan me het verschrikkelijke nieuws uit die periode nog goed herinneren, en werd er hier in een klein tijdelijk bezoekerscentrum opnieuw mee geconfronteerd. Vele verhalen waren hier aan de muren gehangen, net als foto's en honderden posters met ‘Vermist'. Hier en daar lagen gevonden bezittingen van slachtoffers en hing er in een andere vitrine een gescheurd brandweerpak. Boven een trap hingen honderden papieren gekleurde kraanvogeltjes, welke door Japan geschonken waren. Er hing hier een droevige sfeer; mensen waren stil of snikten zachtjes. Aan de overkant van het terrein bevond zich een kerk, die sinds die dag een geheel andere betekenis heeft gekregen. Het was nu een gedenkplaats voor de slachtoffers en beschikte over vele insignes van brandweerlieden en een paar dozijn gedoneerde knuffels.
In een parkje met de afgesloten City Hall heb ik eventjes uitgerust, waarbij ik gezelschap kreeg van een eekhoorntje die maar al te graag één van de M&M's wilde hebben die ik aan het eten was. Het beestje was nieuwsgierig en helemaal niet bang, dus klom het gerust op m'n schoot voor iets lekkers. Uiteindelijk liep ik verder naar het oosten, naar Pier 17, dat aan de East River ligt (westelijk van Manhattan ligt de Hudson River). Aan de kade waren enkele mooie zeilschepen te vinden, terwijl de pier stond volgebouwd met toeristenwinkeltjes en restaurantjes. Met een lekker zonnetje in m'n gezicht kon ik uitkijken over de rivier, waarover de Brooklyn Bridge gebouwd was en leidde naar de wijk Brooklyn. Helaas stond een gedeelte van de brug in de steigers, maar het was desondanks mooi om te zien. Het schepenmuseum heb ik niet gezien, evenmin de Bodies tentoonstelling, maar wel heb ik enkele winkeltjes bekeken en ergens een broodje gyros als lunch genuttigd. In de buurt bevond zich een TKTS-kantoortje, waar tegen fikse kortingen goede kaartjes worden weggedaan voor Broadway-musicals voor diezelfde dag. Ik had gelezen dat de rijen op Times Square bij eenzelfde kantoortje ontzettend lang kunnen zijn, maar hier was dat niet het geval. Ik besloot in de rij van zo'n 20 man te gaan staan en met 40% korting een goede plaats te bemachtigen voor een heuse Broadway-show! Het duurde echter nog even voordat de show zou beginnen, dus kon ik nog genoeg andere activiteiten ondernemen.
Met de express-variant van metrolijn 2 ben ik richting het 381 meter hoge Empire State Building gegaan. Eenmaal weer boven de grond zat ik even te puzzelen welke kant ik uit moest, omdat het hoogste gebouw van New York hier niet echt opviel tussen alle andere hoge gebouwen. Nadat ik de ingang had gevonden en de ontvangsthal had bewonderd, ben ik een verdieping hoger gegaan om een New York City Pass te kopen, een boekje met zes toegangstickets voor New York attracties tegen een fikse korting, waaronder die van het Empire State Building. Het was niet extreem druk en even later zat ik in een lift die me in 40 seconden naar de 80e verdieping bracht. Met een andere lift kon ik vervolgens nog eens 6 verdiepingen hoger klimmen. Hier bevond zich een observatieplatform waar vanaf je een adembenemend uitzicht had over Manhattan en de omgeving. Het platform was aan alle kanten open en het waaide er flink; het was er daarom stukken kouder dan aan de grond. Wel was de rand afgeschermd met spijlen, zodat je er niet vanaf kon springen. Ik had een audio guide bij me die me interessante informatie gaf over de gebouwen in alle acht de windrichtingen. Beneden op straat zag ik kleine autootjes voorbij rijden, nog kleinere stipjes voorbij lopen, op een witte vlakte mensen voorbij schaatsen en in de verte zag ik de wolkenkrabbers van het financiële district, met de haven op de achtergrond. Aan andere kanten zag ik New Jersey, noordelijk Manhattan (met slechts een gedeelte van Central Park), Queens en Brooklyn. Meer dan een uur heb ik hier bovenop deze wolkenkrabber gestaan, terwijl de zon steeds lager kwam te staan. Een mooie goudgele gloed viel over de stad heen. Na deze mooie belevenis ging ik terug naar beneden, waar ik langs Macy's liep, 's werelds grootste warenhuis. Alhoewel ik er nog niet in ben gegaan, heb ik wel de zes etalages bekeken waar een interactief kerstverhaal bezig was. Het had wel iets weg van Disneyland, met bewegende poppen, een stem voor het verhaal en achtergrondmuziek. De hele stad was overigens al helemaal in de kerstsfeer, met versieringen en lampjes overal.
Via Broadway, een weg die overigens niet alleen maar bestaat uit theaters, maar helemaal van noord- tot zuid-Manhattan loopt, ben ik naar Times Square gelopen. Alhoewel de lucht steeds donkerder werd, werd het in de straten steeds lichter. Overal om me heen stonden namelijk hoge gebouwen die vol hingen met reusachtige advertenties, grote borden met neonreclame, andere reclamebanners en logo's. Het was daarnaast ontzettend druk op zowel de straat als de stoep. Vele gele taxi's reden om me heen, af en toe afgewisseld door gewone auto's of limousines. Aangekomen op Times Square bleef ik ook m'n ogen uitkijken. Overal waar je maar kijkt, zie je posters van aankomende films of musicals, flitsen de reclamefilmpjes aan je voorbij en worden trailers afgespeeld. Toeristen zie je om zich heen kijken, zich vergapend aan alles wat er hier over hen heen komt. Het gevoel dat je hier krijgt is onbeschrijflijk en kun je alleen voelen door daar echt aanwezig te zijn. Er was verder nog een filmploeg bezig met het filmen van fotomodellen, liepen er een rode en blauwe Elmo rond, stond er een reusachtige rij voor het TKTS-kantoor en kwam er een auto voorbij rijden met die typische headbangende ‘niggas' met rapmuziek. Bij een tentje heb ik snel een slice pizza gegeten en een blikje Mountain Dew gedronken, een erg lekker drankje dat moeilijk te omschrijven is, maar nog het meest weg heeft van een combinatie van 7-Up en Fanta. Op Times Square waren verder vele winkels en restaurants, waaronder een ESPN, Planet Hollywood, Hard Rock Café, Disney Store, M&M's World, McDonald's en een grote Toys'R'Us waarin je een reuzenrad in kon en op de foto kon met Spiderman en een enorme T-Rex. Ik liep naar het bekende 42nd Street, waar vele theaters zaten, souvenirwinkeltjes, bioscopen en Madame Tussauds. Nadat ik enkele souvenirtjes had gekocht, betrad ik het New Amsterdam Theater, wat zich langzaamaan vol begon te stromen. Hier begon om 20.00 uur de ontzettend vrolijke musical Marry Poppins! In de 2,5 uur die volgde, heb ik me hartstikke vermaakt met het professionele toneel en de aanstekelijke liedjes. Ondanks dat dezelfde musical nu ook in het Circustheater in Scheveningen draait, is de belevenis hier toch een stuk bijzonderder! Het was voor mij tevens een ideaal moment om uit te rusten van deze lange en drukke dag. Na de musical heb ik daarom dan ook meteen de metro gepakt om terug te keren naar het hostel, om daar te gaan slapen. Het was in ieder geval wel een superleuke en onvergetelijke dag!
Dag 7: Een kunstig uitzicht
Zaterdag 20 november 2010
Om 8.00 uur was het tijd om op te staan, waarna ik een lekkere douche heb genomen. Die douche werkt hier trouwens ook weer ietsje anders, aangezien je slechts één draaiknop hebt. Hoe harder je hem zet, hoe warmer hij tevens wordt. Afijn, na een ontbijt met een muffin ben ik weer op pad gegaan. Met de metro ging ik één halte downtown, waarna ik Central Park van west naar oost ben overgestoken. Dit is echter niet iets dat je in vijf minuutjes doet, aangezien dit park ontzettend groot is. Vanwege de herfst zag het park er nu wel prachtig uit, met bomen in alle kleuren en gele bladeren overal op de grond. Ik was niet de enige hier; nog vele andere mensen waren hier de hond aan het uitlaten, liepen rond, stonden op een van de vele tennisbanen te tennissen, speelden in de speeltuin of waren aan het joggen rondom een groot meer. Zo druk de stad zelf is, zoveel rust was hier te vinden. Aan de oostzijde aangekomen, kwam ik nog veel meer joggers tegen, die op een bepaalde plek zelfs werden toegejuicht door anderen. Over 5th Avenue liep ik zuidwaarts, waarbij ik langs het Guggenheim Museum ben gelopen. Het museum zelf heb ik niet bezocht, maar het gebouw zag er vanwege zijn spiraalvorm wel erg apart uit. Nog aparter zelfs waren de stukken sneeuw en ijs die hier in de straten lag. Het vroor namelijk niet en ik had het nergens anders zien liggen. Een stukje verder stond het Metropolitan Museum of Art, één van 's werelds grootste en meest bezochte musea. Bij binnenkomst kreeg ik een plattegrond, die hard nodig was om je te kunnen navigeren in dit enorme complex van twee verdiepingen. Kunst over de hele wereld was hier verzameld en gegroepeerd op regio en/of thema. Zo'n vier uur heb ik hier doorgebracht om het meeste te bekijken, alhoewel je ook hier weer vele uren meer nodig hebt om alles goed tot je door te laten dringen. Een opsomming van enkele afdelingen: een grote Egyptische afdeling met zelfs een hele tempel, allerlei Amerikaanse interieurs, Europese schilderijen waaronder Van Gogh, Griekse en Romeinse sculpturen, Chinese kunst, Japanse tekeningen, beelden uit Zuidoost-Azië, vreemde maskers uit Oceanië, beeldjes uit Midden-Amerika, wapens en harnassen van over de hele wereld, middeleeuwse woonkamers, moderne kunst. Het was druk in het museum en dan was het niet eens het hoogseizoen. Veel bezoekers waren echter ook scholieren en studenten die aantekeningen maakten bij de artefacten, of ze juist op professionele wijze aan het natekenen waren.
Nadat ik m'n maag tussendoor had gevuld met een soepje en achteraf met een hotdog, liep ik halverwege de middag verder over 5th Avenue, langs Central Park, waar ik speeltuintjes, een kinderboerderij en de kleine Zoo tegenkwam. Ook was ik getuige van een fotosessie van enkele bruidsparen. Na het park begon New Yorks meest geliefde winkelgedeelte. Het was een frisse, maar lekkere zaterdagmiddag en drommen mensen waren hier naartoe gekomen om hun hard verdiende centjes uit te geven in de vele dure designer winkels die hier te vinden waren. Grote namen als Prada en Louis Vuitton waren hier eerder regel dan uitzondering. Kerstversiering was alom aanwezig, net als het verkeer, dat bij de kruispunten afgehandeld moest worden met verkeersregelaars. Voetgangers zijn ook vrij makkelijk in het negeren van stoplichten. Zodra de weg maar even vrij is, steekt men over. Het is ook een erg leuk gezicht om twee enorme menigtes tegen elkaar in te zien lopen op het moment dat het oranje handje van het stoplicht verandert in een wit lopend mannetje. Tussen alle hoge gebouwen en winkels door stond ook de St. Patrick verstopt, een grote kerk met mooie glas-in-lood ramen en altaren. Binnenin was het vele malen rustiger dan buiten en ideaal om even uit te rusten. Buiten kocht ik bij een kraampje van Nuts 4 Nuts een zakje cashewnoten. Anders dan bij ons zijn deze geroosterd met honing, met als gevolg dat ze heel zoet smaken, in plaats van zout, en dat velen aan elkaar geplakt zitten. Het was niet geweldig, maar op zich wel te eten. Op de foto gaan met enkele surfdudes in een winkel sloeg ik af (in tegenstelling tot enkele zwijmelende meiden), net als het aanbod om later deze week een signeersessie van Justin Bieber en de Kardashians bij te wonen. In plaats daarvan sloeg ik af en liep ik naar Grand Central Terminal, het grote en drukke station. Ik was niet van plan een treinrit te gaan maken, maar wilde wel even de mooie hal zien, wat het bezoekje best waard was.
Via de niet al te spectaculaire Public Library liep ik door Bryant Park, waar een kunstmatige ijsbaan was aangelegd die ik niet kon zien vanwege de omheiningen. Wel was ik getuige van de enorme rij met mensen die hier graag even op wilden gaan schaatsen. Iets verderop stond Rockefeller Center, een groot terrein met meerdere wolkenkrabbers. Op de begane grond van de gebouwen had je Rockefeller Plaza met meerdere winkels, in het midden lag opnieuw een ijsbaan, welke wel zichtbaar was en waar iedereen op een kluitje stond te schaatsen. Naast de ijsbaan was de bekende grote kerstboom van New York neergezet, maar helaas stonden hier nog allerlei steigers omheen. Het ontsteken van de boom zullen ze pas de dinsdag na Thanksgiving doen, halverwege volgende week dus. Ik nam een kijkje bij de winkel van de tv-zender NBC, welke hier in een van de gebouwen gevestigd zit. Het is hier bijvoorbeeld mogelijk om in het publiek van enkele late night talkshows terecht te komen, maar dat kan uiteraard niet zonder een ver van te voren gemaakte afspraak. Vervolgens heb ik een ticket van mijn City Pass ingewisseld voor een kaartje voor Top of the Rock, opnieuw een observatieplatform. Maar aangezien het nu donker was, zou dat een totaal ander beeld geven. Na een introfilmpje ging ik met een lift naar de 68e verdieping. Onderweg werd er op het dak van de lift nog een filmpje afgespeeld en was er zelfs doorheen te kijken, zodat je de verlichte liftschacht zag. Een echt indrukwekkend schouwspel kreeg ik echter pas toen ik boven was aangekomen en via trappen op een platform nog twee verdiepingen hoger kwam. Het uitzicht over de stad was ook in het donker ontzettend prachtig, alhoewel je ditmaal een stuk minder zag. Zo ver als je kon kijken zag je een zee van lichtjes. Enkele hoge gebouwen in de buurt waren daarnaast op een speciale manier verlicht, zoals het Empire State Building, dat groen en paars uitstraalde. Ondanks de glazen platen (met open stukjes ertussen) was het hier bovenop helaas erg koud vanwege de wind, dus bleef ik niet al te lang. Ik ging terug naar beneden, en liep vervolgens langs de Radio City Music Hall, waar een hele rij mensen stond te wachten om naar binnen te mogen voor een kerstvoorstelling. Bij een steakrestaurantje, wat een combinatie leek te zijn van een McDonald's en een gewoon restaurant, nam ik eindelijk weer eens een fatsoenlijk diner met heerlijke steak, gepofte aardappel, knoflookbrood en sla.
Later op de avond ben ik op Times Square de M&M's World Store in gegaan en heb ik me staan verbazen over alle accessoires die je hier kon kopen van de bekende chocolaatjes. Zo kon je uit enorme buizen M&M's in alle kleuren krijgen, maar had je ook van alles: van douchegordijnen tot borden en bestek, en van knuffels tot een schaakset. Een speciale Monopoly-editie ontbrak ook niet, net als snoepmachines in de vorm van het Vrijheidsbeeld, maar dan met een vrouwelijke M&M. Het was erg grappig om te zien. Buiten was het opnieuw erg druk en probeerden sommige personen de rest van het volk een comedyshow aan te praten. Ik bekeek echter de Disney Store en liep vervolgens naar de ACM 25, een bioscoop met 25 zalen. Hier was Harry Potter and the Deathly Hallows Part 1 nog maar net in première gegaan en daar was ik best nieuwsgierig naar. Met m'n creditcard (iets dat je hier zeker moet hebben) kocht ik een kaartje, waarna de gave film om 21.20 uur begon. Het was een leuke avond, waarna ik iets voor twaalven moe terug kwam bij het hostel om te gaan slapen.
Dag 8: Lady Liberty
Zondag 21 november 2010
Om 8.00 uur stond ik op, waarna ik snel heb ontbeten en een uur later naar de metro liep. Hiermee ben ik opnieuw helemaal naar het zuiden van Manhattan gegaan. Ditmaal nam ik wel de ferry die ik hier eergisteren had zien liggen. Voordat we echter op de boot konden stappen, werd iedereen ondergaan aan een strenge controle. Het was uiteindelijk een drukke bedoeling op de twee dekken die de ferry rijk was, maar op zich maakte dat niet veel uit, want de overtocht naar Liberty Island duurde niet langer dan 20 minuten. Steeds dichterbij kwamen we bij het eiland waarop het Vrijheidsbeeld fier overeind stond. Met onder de linkerarm een plaquette met de datum van de onafhankelijkheidsverklaring en een omhoog gestoken fakkel in de rechterhand, zag de groenblauwe Lady Liberty er indrukwekkend uit. De ferry voer om het eilandje heen om aan te meren aan de andere zijde. Vanaf het eiland, dat verder niet veel meer had behalve een vlag, een gebouwtje en enkele bomen, had je een mooi uitzicht over de haven en het zuiden van Manhattan. Ook kon je vanaf hier de achterkant van het Vrijheidsbeeld bekijken, maar die was toch iets minder interessant. Ik had van tevoren al een ticket gekocht om ook het voetstuk van het beeld te betreden. Als je naar de kroon wilt gaan, moet je een jaar van tevoren boeken. Dit had ik niet gedaan, maar wel mocht ik het museum bezoeken. Na opnieuw een erg strenge controle en na het plaatsen van mijn rugtas in een locker met vingeridentificatie, kon ik het museum in. Het begon met de grote originele fakkel, welke later vervangen was door een nieuwe en nu hier stond. Verder liet het museum zien hoe het Franse bouwwerk vanaf 1881 in enkele jaren is gebouwd en welke renovaties het heeft ondergaan in de laatste 50 jaar. Zo stond er hier bijvoorbeeld nog de mal van zowel het gezicht als de voet. Daarnaast had ik de mogelijkheid om 156 treden omhoog te klimmen naar de bovenkant van het voetstuk, waarvandaan je naar boven het beeld in kon kijken. Buiten had je opnieuw een mooi uitzicht over de omgeving. Op het water bevonden zich vele boten en zo nu en dan vloog er een helikopter voorbij, welke van de politie kon zijn, maar ook voor toeristen. Terug beneden heb ik nog een compleet rondje om het Vrijheidsbeeld gemaakt voor de nodige foto's. De vele andere toeristen hier deden hetzelfde; de aanwezige meeuwen deden echter gewoon hun ding, wat niet bijster veel was. Ik liep terug naar de ferry, welke me naar Ellis Island bracht. Op het eiland stond een mooi groot gebouw waar vroeger alle immigranten aankwamen, alvorens in New York te kunnen wonen. Het gebouw was nu omgetoverd tot een museum met vele ruimtes die informatie gaven over het gehele immigratieproces. Zo kwam op drie verdiepingen, met een grote centraal gelegen hal, onder andere de toestand op de schepen aan bod, net als de diverse intelligentie- en psychologische tests, banen en de groei van de populatie. Nadat ik hier alles had gezien, ging ik met de ferry terug naar Battery Park, om daar te lunchen met een hotdog. Helaas kwam een eekhoorntje net iets te laat om eten te bietsen, aangezien de hotdog niet bepaald groot was en daardoor vrij snel op was.
Met de metro ben ik vervolgens naar Macy's te gaan, om 's werelds grootste warenhuis eens te ervaren. Groot was het zeker, want ik was ergens een deur binnen gestapt en kwam op een enorme vloer terecht vol met parfum. Met de oude roltrap ben ik tot de 8e verdieping gegaan, om bijna alleen maar vrouwenkleding tegen te komen. De 8e was namelijk gewijd aan allerlei leuke kerstartikelen en enkele huishoudelijke artikelen. Het bleek dat er naast deze enorme afdeling nog een enorme afdeling zat en dat die wel gewijd was aan mannenkleding. Het had allemaal nog het meeste weg van een reusachtige V&D en niet van de Harrods uit Londen, zoals ik had verwacht. Na een chocolate chip cookie en een aardbeien shake ben ik naar 42nd Street gegaan, waar ik Madame Tussauds heb bezocht. Met de lift werd ik naar de 9e verdieping gebracht, waar ik vervolgens vijf verdiepingen werd ondergedompeld in de wereld van de grootste sterren. Van een enorm aantal zangers en zangeressen, acteurs en actrices, mensen uit de geschiedenis, hoogwaardigheidsbekleders en sportlui was hier een wassen beeld vervaardigd. De ruimtes waarin ze stonden waren leuk en toepasselijk aangekleed. Alhoewel de meeste personen me bekend voor kwamen, kende ik ze niet allemaal, maar dat is logisch als er ook Amerikaanse tv-sterren en vele sporters tussen zitten. Het was in ieder geval erg leuk om de beelden te zien en er uiteraard foto's van te maken. Zomaar bij Obama op de foto gaan, kon overigens niet, aangezien hier een professionele fotograaf bij stond en je voor die foto moest betalen. Ondanks dat er ook nog een korte 4d-film was van The Polar Express (met wind en sneeuw), was de toegangsprijs met $35 sowieso aan de hoge kant, vooral omdat je het redelijk snel hebt gezien. Maar desondanks is het toch het bezoekje waard.
Buiten bekeek ik op het bruisende Times Square een optreden van enkele dansers, alvorens bij het Rockefeller Center een kijkje te nemen in de Lego Store en bij een grote glimmende Swarovski ster. Bij een Italiaans restaurantje heb ik vervolgens lekker gegeten, om daarna naar Columbus Circle te lopen. Dit was een rotonde in de zuidwestelijke hoek van Central Park met een standbeeld van de bekende ontdekkingsreiziger. Hier bevond zich ook Time Warner Plaza, een winkelcentrum waarin ik diverse winkeltjes ben in gegaan en me onder ander heb vergaapt aan het mooie effect van enkele 3d-tv's. De bomen voor het gebouw waren helemaal versierd met kerstlichtjes en ook in de grote hal hingen allerlei sterren die continu van kleur wisselden. Het was een sfeervol gezicht. Nadat iemand me de weg had gevraagd omdat hij dacht dat ik een local was, ben ik met een alternatieve metro (omdat de makkelijkste gesloten was vanwege onderhoud) terug naar het hostel gegaan. Hier kwam ik om 20.00 uur al aan, maar omdat ik erg moe was, heb ik niet veel meer gedaan en ben ik op tijd gaan slapen.
Dag 9: De vele gezichten van New York
Maandag 22 november 2010
Alhoewel m'n wekker vandaag om 8.00 uur ging, stond ik pas om 8.45 uur op, wat ietwat aan de late kant was gezien de tour die ik had geboekt. Met enige haast heb ik na een ontbijtje een metro genomen, om ergens over te stappen op een metro naar Grand Central Terminal. Dit was de dichtstbijzijnde metro voor het hoge, blauw glimmende hoofdgebouw van de Verenigde Naties aan de East River. Aan de straatkant wapperden de vlaggen van alle landen in de wind. Ik liep het bezoekerscentrum in, waar ik me na een screening kon aansluiten bij de tour van 10.30 uur. Met een groep van een kleine 20 man werden we door een Japanse gids door dit bijzondere gebouw geleid. De VN opereren in zes verschillende takken, waarvan er vijf hier zijn gevestigd. De locatie van de zesde tak, het Internationaal Gerechtshof, kende ik maar al te goed, omdat ik er vijf minuten vandaan woon. In het gebouw kregen we diverse muurschilderingen te zien, waaronder een van justitie en een andere met allemaal gezichten van mensen over de hele wereld. Dit laatste om aan te geven hoe divers we allemaal zijn, maar wel allemaal gesteund worden door de VN. We kregen ook een blik op de officiële ingang voor de ‘belangrijke mensen'. In een hal kwamen alle millenniumdoelen aan bod en zagen we ook de overlevingspakketten die de VN naar hulpgebieden stuurt. Zo was er een tas die een geheel gevulde tent bevatte (dekentjes, pannetjes, voedsel, etc.) en een koffer waarin allerlei schoolmateriaal zat. Uiteraard werd Haïti genoemd als actueel ontwikkelingsland. Bij een kartonnen bord kon je nog op de foto met de huidige secretaris-generaal Ban Ki-moon, waarna we de grote vergaderzaal betraden waar, voornamelijk in september, alle 192 landen aanwezig kunnen zijn. Voor elk land was er een tafel voor zes personen, voorzien van vertalingsapparatuur en een stemkastje. Daarnaast was er een centrale tafel voor de secretaris-generaal en konden media zich verschuilen in kamertjes achter spiegelachtige ramen. Aan de zijkanten waren twee abstracte schilderingen te vinden van Franse studenten. De zaal was imposant en zeker het hoogtepunt van de 70 minuten durende tour. Hierna kregen we namelijk alleen nog maar een beeld uit Nagasaki te zien dat aan de achterkant verschroeid was door de atoombom, enkele landmijnen uit Cambodja en wapens die waren omgebouwd tot muziekinstrumenten. Het was een leuke tour, waarna ik met de metro verder ging naar het MoMA, het Museum of Modern Art. In zo'n 1,5 uur heb ik hier de moderne kunst bekeken die verspreid was over zes verdiepingen. Mijn bezoek was vluchtig, aangezien het meeste niet echt m'n ding was. Zo waren er vele schilderijen, waarvan Picasso, van Gogh en Monet de voor mij bekende namen waren. Verder stonden er maquettes van gebouwen, enkele sculpturen, multimediale kunst en was er de kunst van een gil, dat om de zoveel minuten tot in de verste hoeken van het museum te horen was. Nadat ik een lange tijd in de rij van de garderobe had gestaan om m'n jas op te halen, heb ik buiten een hotdog verorberd, alvorens aan m'n middagprogramma te beginnen.
Met twee metro's ben ik helemaal door Brooklyn heen gereisd. Alhoewel het eerste deel van de rit ondergronds was, kwamen we vlak voor de Brooklyn Bridge boven de grond, wat voor de rest van de rit ook zo bleef. Na de brug volgde een tocht van meer dan een half uur, waarbij ik uit kon kijken over de kleine en lage huisjes van de wijk Brooklyn. Het zag er hier totaal anders uit dan in Manhattan; alles was veel simpeler. Op muren was graffiti zichtbaar en in de metro nam het aantal Afro-Amerikanen gestaag toe. Ik ging door tot het eindpunt, Coney Island. Hier bevond zich een lange promenade naast het enige strand waarover New York beschikt. Voordat ik deze promenade betrad, liep ik eerst langs Nathan's Famous Hotdogs, 's werelds meest bekende hotdogzaak. Naast de geroemde broodjes worst wordt hier elk jaar op Onafhankelijkheidsdag (4 juli) een hotdog-eetwedstrijd gehouden, waarbij Joey Chestnut nu al enkele jaren recordhouder is. Dit jaar heeft hij bijvoorbeeld 66 hotdogs naar binnen weten te werken in 12 minuten. Ik was niet de enige op de promenade, maar heel erg druk was het ook niet. Op zich was het een prima dag om hier uit te waaien en te genieten van de steeds lager staande oranje zon, maar veel meer was er op dit moment niet te beleven. In de zomer is dat echter een ander verhaal, omdat er vele strandtentjes zijn en er zich hier een complete kermis bevindt. Deze kermis zag er nu eng en verlaten uit achter de gesloten tralies. Naast enkele kleine attracties vielen in het bijzonder het Wonder Wheel op, een reuzenrad, en de Cyclone, een befaamde houten achtbaan. De rest van de kermis en de tentjes, net als een ‘Shoot the Freak' hoekje, zag er behoorlijk vervallen uit. Dit komt omdat heel Coney Island de laatste jaren langzaamaan in verval is geraakt en het nog onduidelijk is wat er in de toekomst mee gaat gebeuren. Ik liep in ieder geval verder over de promenade en liep langs een zeeaquarium en een open terrein waar vele mensen aan het squashen waren, de meesten echter zonder racket.
Iets verderop ging ik de metro weer in en stapte ik uit bij Prospect Park. Ik was van plan hier doorheen te lopen, maar aangezien het al schemerdonker was geworden, besloot ik dat maar niet te doen. Via een iets drukkere weg liep ik daarom langs het park en de botanische tuin naar het Grand Army Plaza, een rotonde met een bouwwerk dat wel heel veel weg had van de Arc de Triomphe in Parijs, met als grootste verschil dat er hier een standbeeld met paarden bovenop stond. In het donker was deze mooi verlicht. Ik liep een straat in met diverse winkeltjes en restaurantjes. Bij een klein lokale snackbar gaf ik me vervolgens over aan 10 heerlijke buffalo wings, patat, wortel en selderij. Met de metro ben ik vervolgens naar het noordoosten van de wijk gegaan, om een stuk over Brooklyn Heights Promenade te lopen. Het eerste wat me opviel was dat de wijk hier een stuk duurder en netter was dan waar ik eerder was. De huizen waren opvallend groter en mooier. De promenade langs de East River was ook prachtig. Alhoewel de bouw van het park hier nog niet af was, had je wel een prachtig uitzicht over de gehele oostelijke zijde van Manhattan. Alle hoge gebouwen waren uiteraard weer verlicht, wat mooi afstak tegen het kalme water. Daarnaast maakten de Brooklyn Bridge en de Manhattan Bridge het fotogenieke plaatje compleet. Nadat ik hier een tijdje had rondgedwaald, ben ik via half opengebroken straten onder de Manhattan Bridge door naar de metro gelopen. Hier nam ik een express trein naar Columbus Circle, om m'n tocht naar het hostel te vervolgen met een lokale trein. Nadat ik nog even gebruik had gemaakt van het draadloze internet in het hostel, ben ik op tijd naar bed gegaan. Opnieuw was het een lange, maar plezierige dag.
Dag 10: Natuurlijk!
Dinsdag 23 november 2010
Nadat ik om 8.45 uur was opgestaan en had ontbeten, heb ik de metro gepakt naar 81st St. Meteen toen ik de metro uitstapte, maakte ik kennis met wat er zich boven me bevond: het American Museum of Natural History. De tegels aan de wanden waren namelijk versierd met afbeeldingen van dinosaurusfossielen, één van de hoogtepunten van dit museum. Om 10.00 uur liep ik naar binnen, waarna ik er achter kwam dat ook dit museum weer eens supergroot was. Alhoewel het museum veel weg had van het museum in Washington DC, had ik hier alle tijd om op m'n gemakje alle tentoonstellingen op de vier verdiepingen af te gaan. Ik heb daarom dan ook zes zeer interessante uren doorgebracht in dit enorme complex. Nadat ik een hal over meteorieten en planeten had bezocht, nam ik met vele anderen, waaronder enkele schoolklassen, plaats in het Hayden Planetarium. Op een groot koepelscherm kregen we hier in ongeveer 20 minuten door Whoopi Goldberg een bijzondere rondleiding door het heelal, met duidelijke uitleg over het ontstaan van het heelal en zeer fraaie plaatjes. Verder beschikte het museum over vele hallen met mooi versierde etalages waarin dieren stonden opgesteld uit een bepaalde regio. Alhoewel het er mooi uit zag, vond ik het een enigszins slap aftreksel van een dierentuin. Andere hallen waren wel interessanter, met informatie over bossen, de toendra, water, mensen en apen. Artefacten over de hele wereld kwamen ook voorbij, zoals mineralen (waaronder een zeer zeldzame blauwe diamant), Afrikaanse en Aziatische kunst, een beeld van Paaseiland, allerlei Maya- en Inca-beeldjes uit Mexico en Peru en vele attributen van indianen. De bovenste verdieping was bijna helemaal gewijd aan skeletten en fossielen. Deze maakten in Washington al een enorme indruk, maar hier waren vooral de fossielen nog veel imposanter. Er waren er ook veel meer. Dinosaurussen in alle soorten en maten stonden hier in volle glorie opgesteld en werden door alle bezoekers met grote ogen aangekeken. Speciaal was het zeker.
Rond 16.00 uur had ik alles zo'n beetje gezien en was ik ook wel museum-moe. Met de metro ben ik daarom naar de wijk Harlem gegaan, wat ten noorden van Central Park ligt. Hoewel dit gebied vroeger landbouwgrond was voor de Hollanders, stonden er nu mooie en minder mooie gebouwen. Sommige gebouwen waren namelijk al vervallen, aangezien de wijk een tijd lang heeft leeggestaan omdat de blanke bevolking zich vestigde in midtown. Nadat de huizenprijzen waren gedaald, begon er een enorme toestroom van Afro-Amerikaanse inwoners. Dit was duidelijk te merken toen ik bij 125th Street uitstapte. In midtown kon ik prima doorgaan als local, maar hier was het overduidelijk dat ik de toerist was. Op straat was het ook allemaal een stukje drukker: mensen hadden meer contact met elkaar, stonden bij elkaar in groepjes, praatten allemaal iets luider, op de stoep stonden allerlei kraampjes met illegale dvd'tjes, etc. De gehele sfeer was toch net wat anders; niet onveilig, maar wel anders. Een klein uurtje heb ik hier rond gelopen, waarbij ik nog langs het Apollo Theater kwam, bekend om zijn comedy nights. Met de metro ben ik vervolgens een behoorlijk stuk downtown gegaan, om uit te stappen in Chinatown. Ook hier kwam ik weer in een compleet andere wereld terecht. Alle borden van de winkeltjes (simpele kruidenverkopers, fruitstalletjes, juweliers, hangende gegrilde eenden) waren in het Chinees, de bevolking was Aziatisch en de sfeer was weer anders. Het had inderdaad veel weg van m'n ervaringen in China, maar dan in een iets luxere omgeving. Bij een Vietnamees restaurantje (alle Aziatische landen waren hier vertegenwoordigd) nam ik het lekkere pad thai, waarna ik een blokje om heb gelopen. Tot m'n grote verbazing liep ik van een Chinees straatje opeens over in een straatje dat geheel in Italiaanse sferen was. Ik was aangekomen in wat er nog over was van Little Italy. Hier hingen Italiaanse vlaggen aan de muren en stonden er ijscozaken, pizzeria's en restaurantjes met leuke terrasjes op de stoep. Om me heen hoorde ik mensen Italiaans praten. Twee straatjes verder veranderde alles echter weer in het Chinees. Heel bizar! Met de metro ging ik vervolgens weer een stukje uptown, om een kijkje te nemen in het niet al te bijzondere en half afgesloten Madison Square Park. Hier had ik ook een goede blik op een klokkentoren en het smalle, driehoekige Flatiron Building. Dit bezoek was slechts van korte duur, want hierna ben ik terug gegaan naar het hostel, om daar niet veel meer te doen behalve slapen.
Dag 11: Muren vol met graffiti, halleluja!
Woensdag 24 november 2010
Het is duidelijk dat de vermoeidheid begint in te slaan, aangezien ik elke dag steeds later op lijk te staan. Zo ook vandaag, toen ik er pas om 9.00 uur uit ging. Via enkele metro's ben ik een uurtje later helemaal naar het noorden gegaan, waar zich de wijk The Bronx bevond. In ieders oor klinkt dit als een beruchte multiculturele wijk, wat vast ook niet helemaal onwaar zal zijn (geweest), maar ik vond dat ik er best even een kijkje kon nemen. En het hele kleine stukje dat ik er van heb gezien, viel heel erg mee. Toen ik boven de grond kwam, kwam ik uit bij een van de hoofdwegen door deze wijk, de Grand Concourse. Het was rustig en slechts enkele mensen liepen op dit tijdstip door de straten. Wat me in de metro al was opgevallen en hier buiten ook weer, was dat het gros van de mensen elkaar aansprak in het Spaans. Schijnbaar had dit gedeelte van de wijk een hoop immigranten uit Latijns-Amerika. Advertenties bij bushokjes waren ook al Spaans, net als sommige borden, zoals die van de apotheek. Het was fris buiten, een stuk kouder dan de afgelopen dagen, dus liep ik in een flinke pas weer zuidwaarts, waar ik uitkwam bij het Yankee Stadium. De Yankees is misschien wel het bekendste honkbalteam van de stad en bij de meesten hier zeer geliefd. Rond het stadion hingen groepjes jongeren en bevonden zich aardig wat fastfoodrestaurants. Het was een groot stadion met meerdere gates. Bij eentje kon ik een klein beetje naar binnen kijken en zag ik in de verte de blauwe stoeltjes van de tribune. Ik vond het niet nodig om een hele tour door het stadion te maken, maar ben wel eventjes het winkeltje ingestapt om te kijken naar de officiële Yankee petjes, shirtjes en honkballen. Tot zover mijn korte bezoek aan ‘Da Bronx'.
Het was nu tijd om weer een nieuwe wijk te bezoeken en daar iets langer te blijven. Met de metro maakte ik de rit terug naar Manhattan, om van daaruit met lijn 7 door te gaan naar Queens. Vlak nadat we in Queens waren aangekomen, ben ik al uitgestapt. Het was de halte bij MoMA PS1, een zustergebouw van het Museum of Modern Art, maar ik ben niet naar deze kunst gaan kijken. In plaats daarvan heb ik me gefocust op de kunst op het gebouw er tegenover. Deze plek wordt ook wel 5 Pointz genoemd en is een gebouw dat aan alle kanten op een legale wijze volledig onder is gekalkt met graffiti. Nou ja, ‘gekalkt', het was allemaal wel op een hele mooie en professionele wijze gedaan. De tags vond ik niet bijster interessant, maar de tekeningen die gemaakt waren, zagen er wel erg grappig en/of leuk uit. Zo waren er afbeeldingen van wormen, ratten, rappers, vrouwen, fantasy figuren, Batman, Alice in Wonderland, helikopters en nog veel meer. Of je graffiti nou wel of niet kunt waarderen, indruk maakt dit zeker. Met de metro ben ik vervolgens helemaal naar het einde van lijn 7 gegaan, helemaal in het oosten van Queens. Onderweg in de bovengrondse metro kwam ik opnieuw vele kleine en lage huisjes tegen, met hier en daar graffiti en ook hier zo nu en dan Spaanstalige borden. Aan het eind had je echter de wijk Flushings, wat een enorm Chinatown was, nog groter dan die in Manhattan. Net als daar krioelde het hier van de Aziaten, die tussen de vele winkeltjes op zoek waren naar een eettentje voor de lunch. Op Main Street heb ik echter niet gegeten, maar wel heb ik ergens pork buns gekocht, om ze mee te nemen in de metro. Hiermee ging ik één halte terug, om eerst een blik te werpen op het andere grote honkbalstadion van de stad, de Citi Field van de Mets, om vervolgens het Flushing Meadows Corona Park in te lopen. Eerst liep ik langs een remise voor een groot aantal metrotreinen, waarna ik tussen de groene heuveltjes en half kale bomen van het park liep. Na een tijdje kwam ik uit bij een plein met de Unisphere, een enorme open stalen constructie in de vorm van een wereldbol. Deze zag er erg apart, maar wel mooi uit! Terwijl ik de bol vanaf een bankje bekeek, genoot ik van de pork buns. Ook stond hier een museum en nog een ander gebouw met een toren, maar veel bezoekers zullen hier vast niet komen, aangezien ik, op de eekhoorntjes na uiteraard, bijna de enige was in het park. Ik liep terug naar de metro en reed terug naar Manhattan.
Vervolgens bezocht ik de westkant met de Hudson River, in de wijk Chelsea. Voordat ik de kade bereikte, liep ik nog door Chelsea Market, een apart klein winkelcentrumpje in een rioolachtige gang. Aan de kade bevond zich Chelsea Piers, een groot sport- en entertainmentcentrum. Ik kwam er niet om te bowlen of fitnessen, maar ben wel om een van de pieren gelopen, waarop zich een uniek golfterrein bevond. Het hele terrein was vanwege het water afgeschermd met netten, maar de baan was slechts één groot rechthoekig vlak. Aan de kant van het gebouw stonden allemaal hokjes naast en bovenop elkaar, als een grote letterbak. In sommige hokjes stond dan een golfer balletjes weg te slaan. Een medewerker reed met een speciale wagen rond over het terrein om de balletjes te verzamelen. Blijkbaar is het slechts bedoeld om je slag te oefenen, in plaats van echt te golfen. Het uitzicht vanaf de kade was mooi, aangezien de zon al laag stond en New Jersey zich aan de overkant bevond. Veel hoge gebouwen bevonden zich daar overigens niet. Iets verderop heb ik in het mooie West Village iets gedronken, alvorens door enkele straatjes naar het kruispunt van Grove Street en Bedford Street te lopen. Toen ik in de buurt een bus met ‘TV & Movie Tours' voorbij zag rijden, wist ik dat ik goed zat. Op het kruispunt zag ik aan de overzijde al enkele mensen foto's maken van het gebouw aan hun overkant. Ook ik ging hier staan, om het gebouw te aanschouwen dat in de serie Friends werd gebruikt als het gebouw waarin zich het appartement van onze zes vrienden bevond. Je zal er maar echt wonen en elke dag al die toeristen aan de overkant moeten accepteren. Met de metro ging ik terug naar het hostel.
Om 18.00 uur stond ik samen met de Engelse Roger en een Japanse toerist in de hal klaar voor een speciale tour in Harlem. We werden opgehaald door Ed, een oude man die al zijn hele leven lang een New Yorker is en nu in The Bronx woont. Het was een vriendelijke man en met hem liepen we naar Central Park, waar we op de bus stapten naar Harlem. Het reizen ging op deze manier iets langzamer, maar je zag wel een stuk meer, wat leuker werd gemaakt door Ed, die hier en daar uitleg gaf over de gebouwen. Daarnaast hadden we genoeg tijd. Nadat we waren uitgestapt, vertelde hij nog meer geschiedenis over de wijk (de zwarten en blanken, de huizen), wat erg interessant was. Iets voor zevenen stapten we de Abyssinian Baptist Church binnen, welke al behoorlijk gevuld was met Afro-Amerikanen en enkele toeristen. Hier begon even later een bruisende gospel kerkceremonie van 50 minuten. Jeetje, wat was dat een ontzettend unieke ervaring! De predikant was een man die zijn zegje niet op een droge manier deed, maar luidkeels uit volle borst zong, samen met een gospelkoor op de achtergrond. Tijdens de levendige liedjes over Jezus werd er ook door het publiek enthousiast meegeklapt en gezwaaid. Sommigen reageerden op sommige zinnen met een luid ‘yeah', of swingden helemaal mee. Het is bijna onbeschrijflijk hoe het was om dit mee te maken, het bruiste in ieder geval van de energie. Niet voor de volle 50 minuten overigens, aangezien er ook gewoon een stukje uit de bijbel werd voorgedragen en dit daarna door iemand werd uiteengezet. Daarnaast ging er een schaal langs om geld te doneren, waarvan morgen de Thanksgiving-lunch van zal worden betaald. Toen de ceremonie was afgelopen, gingen we met de metro terug, waarna ik met Roger in een eenvoudig tentje ben gaan dineren met een chicken caesar wrap. Het was een gezellig avondje, alhoewel we op tijd weer terug gingen naar het hostel. Morgen zou voor mij namelijk een ontzettend lange dag gaan worden. Nadat ik mijn spullen had ingepakt, ben ik voor de laatste keer deze vakantie lekker gaan slapen.
Dag 12: Thanksgiving
Donderdag 25 november 2010
Happy Thanksgiving! Hoe bijzonder kan het zijn om het grootste Amerikaanse feest in New York City mee te maken? Heel bijzonder! Het was daarmee een perfecte afsluiter van een geweldige korte vakantie in de States. Aan alle leuke dingen zit echter een keerzijde, want m'n wekker ging vanochtend al om 6.00 uur. Dit was ook wel nodig, want om 7.00 uur moest ik al klaar staan in de lobby van het hostel en in die tijd moest ik m'n laatste spullen nog inpakken, m'n tas in een locker stoppen en ontbijt halen bij de Starbucks om de hoek, aangezien dat bij het hostel nog niet kon. Met een enorme groep mensen van het hostel zijn we vervolgens naar de metro gelopen, om daarmee naar Columbus Circle te reizen. Alhoewel de hele groep elkaar hier kwijt raakte, heb ik een hele tijd met Roger opgetrokken om het grootste schouwspel van Thanksgiving te bekijken: de Macy's Thanksgiving Parade, welke vanaf 9.00 uur vanaf het American Museum of Natural History zou starten en over diverse wegen naar het eindpunt bij Macy's zou gaan. We stonden helaas aan de verkeerde kant van de rotonde, dus gingen we op zoek naar een goede plek om de parade voorbij te kunnen zien marcheren. Helaas waren wij bij lange na niet de enige en leek heel New York uit te zijn gelopen om hetzelfde te doen. De stoepen langs de straten stonden al helemaal vol met mensen en het duurde daarom even voordat we via een zijstraat op de weg langs Central Park West een redelijke plek konden vinden. Het was even dringen, maar uiteindelijk stonden we achter een groep kinderen, zodat we over hen heen prima de weg konden zien. Het was koud, maar vanwege de hele menigte stond iedereen redelijk beschut tijdens het dikke uur dat we nog moesten wachten. Om 9.10 uur begon de parade eindelijk en startte een bijna onophoudelijke stroom van enorme ballonnen en bands van 1 uur en 45 minuten. De hele parade draaide voornamelijk om deze ballonnen, welke in de lucht hingen en werden vastgehouden door mensen op de grond. Elke ballon was in de vorm van een figuur, waarbij de meeste afkomstig waren van tv-series, tekenfilms en animatiefilms. Zo kwam Pikachu voorbij, net als Shrek, Spiderman, een smurf, Snoopy, Hello Kitty, Buzz Lightyear, Kermit de Kikker en vele anderen. De ballonnen werden afgewisseld met reusachtige drumbands uit allerlei Amerikaanse staten. Elke band had weer zijn eigen uniform en aankleding. Daarnaast kwamen er de nodige praalwagens voorbij, die ook allemaal hun eigen thema hadden, zoals een kalkoen (hoe toepasselijk bij Thanksgiving) en een piratenschip. De sterren Kylie Minogue, Kanye West en Jessica Simpson bevonden zich ook lachend en zwaaiend op zulke wagens. Het was een lange, maar zeer vermakelijke parade, welke werd afgesloten door de Kerstman die vrolijk in zijn arrenslee zat.
Nadat de Kerstman voorbij was gekomen, haalde de politie de hekken weg en stroomde de hele meute uiteen. Het merendeel liep Central Park in, wat Roger en ik ook deden. Het was tevens een goede manier om al een deel van dit immens grote park te zien. We liepen naar 5th Avenue, waar we ons bij de Starbucks opwarmden met een beker gingerbread latte. Bij Rockefeller Center zeiden we elkaar gedag en gingen we onze eigen weg. Ik nam een kijkje in Rockefeller Plaza, maar het meeste was vandaag gesloten. Ik kocht nog enkele souvenirtjes en een pretzel en keek vervolgens naar een breakdance optreden, waar een klein jochie van een jaar of 5 tot grote hilariteit van het publiek mee probeerde te doen. Ik liep het zuiden van Central Park in, wat er met zijn watertjes, rotsen en herfstkleuren prachtig uit zag. Hier was ook een grote ijsbaan aangelegd, waarop vele mensen hun Thanksgiving-middag doorbrachten. Terwijl ik me boog over m'n matige pretzel, bekeek ik hoe de mensen talloze rondjes bleven schaatsen en zo nu en dan vielen en geholpen werden door het personeel. Na m'n pretzel liep ik verder door het park. Helaas begon het te miezeren, dus dat was iets minder. Toch wist ik nog redelijk droog de brug te bereiken met daaronder de Bethesda-fontein met een engel. Erachter lag opnieuw een watertje, waar een stel het nogal het beste moment vond om gezellig te gaan roeien. Verder noordelijk liep ik langs een groot grasveld, waar tijdens de zomer vaak openluchtconcerten worden gehouden. Aan het park leek geen einde te komen, dus besloot ik er aan de westkant uit te gaan en pakte ik de metro naar het Lincoln Center. Veel bijzonders was er hier niet te zien; wel kon ik er even relaxen in de openbare hal. Dit centrum was immers een concertgebouw waar voornamelijk 's avonds voorstellingen worden gehouden. Nu werd er bijvoorbeeld reclame gemaakt voor een Notenkraker-ballet, precies op tijd voor de Kerst. Het allerlaatste wat ik nog bezocht heb, bevond zich opnieuw in Central Park, maar aan de rand ervan ter hoogte van 72nd Street, dus duurde het niet lang voordat ik het bereikte. Op de grond stond in grote letters het woord ‘Imagine', waaromheen bloemen waren neergelegd in de vorm van een hart. Dit was om de neergeschoten John Lennon te herdenken.
Terug in het hostel heb ik tot 16.00 uur niet veel bijzonders meer gedaan. Op dat tijdstip begon in de kelder namelijk het gratis Thanksgiving-diner. Thanksgiving is in Amerika een beetje vergelijkbaar met Kerst, alhoewel het nog grootser gevierd wordt, maar dan zonder cadeautjes: een gezellig samenzijn met de familie, 's avonds NFL kijken (American football) en een maaltijd met kalkoen eten. Het hostel had iets soortgelijks voor ons georganiseerd. We konden met z'n allen in de rij gaan staan om een bordje te halen met kalkoen, aardappelpuree, diverse groenten en een sausje. Vervolgens konden we plaatsnemen op een van de lekkere banken en kijken naar een beamerscherm met de wedstrijd van deze avond. De wedstrijd afkijken kon ik niet (het is maar een vreemd spel, dus erg vond ik dat niet), aangezien ik mijn spullen moest pakken en het hostel moest gaan verlaten. Sterker nog, het was tijd om New York City te verlaten. Met twee metro's ben ik bijna helemaal tot het einde van Brooklyn gereden, wat een behoorlijke tijd duurde. Hier stapte ik uit bij de halte van JFK International, waar ik over moest stappen op de airtrain die je naar je terminal zou brengen. Voor $5 was dit een enorme oplichterij, aangezien het, ondanks het enorme formaat van het vliegveld, maar een kort stukje van minder dan 10 minuten was. Maar ja, je moest wel. Gelukkig benutte ik de volledige $5, want ik moest naar de laatste terminal 7. Ik was hier al om 18.30 uur, wat veel te vroeg was, maar ik had het zekere voor het onzekere genomen op deze Thanksgiving-avond. Zo groot het vliegveld was, zo klein was de terminal. Al snel had ik mijn boarding passes naar Londen en Amsterdam en had ik mijn bagage ingecheckt. Alhoewel de VS in komen een eeuwigheid duurde, liep ik hier in een mum van tijd door de beveiliging heen, waarna ik mijn tijd kon uitzitten in de wachtruimte. Vanwege Thanksgiving was het hier rustig en hing er een gemoedelijke en vrolijke sfeer bij het personeel. Over de intercom werd er zelfs gegrapt door kalkoengeluiden te laten horen, wat bij iedereen een glimlach op z'n gezicht leek te toveren. Op een tv-scherm heb ik het vervolg van de NFL wedstrijd kunnen bekijken, maar ik blijf het maar een dom spel vinden. Iets over tienen konden we eindelijk aan boord gaan van het grote vliegtuig. In het donker stegen we om 22.50 uur op, waarna we een drankje en een maaltijd aangeboden kregen en even later de lichten werden uitgedaan. Mijn avontuur in Amerika was voorbij.
Dag 13: Terug naar huis
Vrijdag 26 november 2010
In het vliegtuig heb ik wisselvallig kunnen slapen. Ik had het geluk niemand achter me te hebben, dus kon ik m'n stoel op z'n verst naar achteren zetten zonder iemand in de weg te zitten. Toch sliep het niet lekker en werd ik na elk half uur of zoiets wel weer even wakker. Toch heb ik enigszins kunnen bijkomen van een lange dag. De vlucht duurde met een kleine 7 uur sowieso niet heel erg lang. Nadat we een ontbijt hadden gekregen die bestond uit een muffin en een sapje, kwamen we om 10.30 uur Engelse tijd aan op Londen Heathrow. In plaats van een bus, kwam we nu gewoon via een sluis de terminal in, alhoewel we hiervandaan nog wel een stukje met een metro naar de hoofdterminal vervoerd moesten worden. Ik moest hier opnieuw in dezelfde security rij gaan staan als op de heenweg, maar gelukkig was het ditmaal minder druk. Gevolg was wel dat ik extra lang moest wachten in de hal, dus heb ik aardig wat bladzijden van m'n boek kunnen lezen. Ter afwisseling heb ik ook door m'n 1270 foto's zitten scrollen op m'n fototoestel! Ik heb thuis dus nog aardig wat uit te zoeken! Om 13.40 uur vertrok het vliegtuig naar Schiphol. Het was maar een korte vlucht van 45 minuten, dus het duurde niet lang voordat ik weer op Hollandse bodem stond. Alhoewel de douane redelijk snel ging, konden we wel een hele tijd wachten op de bagage. Nog net op tijd wist ik om 16.30 uur (Nederlandse tijd) de trein te pakken naar Den Haag, waar ik precies op tijd thuis kwam voor het avondeten.
Mijn trip van een kleine twee weken naar Washington DC en New York City zat er op. In deze dagen heb ik enorm veel gezien en gedaan, dus moe ben ik zeker. Maar het was wel super om deze twee wereldsteden te bezoeken en ik heb me geen moment verveeld. DC was met 3,5 dag misschien ietwat aan de korte kant, maar in 7 dagen heb ik echt zo goed als alles van NYC kunnen zien. Al met al kijk ik terug op een geweldige tijd, waarbij ik niet kan wachten om nog eens terug te keren naar de Verenigde Staten om de rest van het land te bekijken. Maar dat voor ergens in de toekomst! Bedankt voor het lezen en hopelijk tot een volgende keer!
Washington DC
Zondag 14 november 2010
Dag 1: Naar de US of A
Dit was een ongelooflijk lange en vermoeiende dag, welke om 6.00 uur Nederlandse tijd begon toen ik opstond. Na aankomst op Schiphol, dat, ondanks de intocht van Sinterklaas gisteren, nu al versierd was met kerstverlichting, was het twee uur wachten alvorens ik door de gate kon en uiteindelijk een klein vliegtuig van British Airlines kon instappen. Om 10.45 uur exact vertrokken we, om een uur later op precies hetzelfde tijdstip aan te komen op London Heathrow. Dit bleek een reusachtig vliegveld te zijn met verschillende terminals. Via een bus werd ik afgezet op terminal 5, welke al enorm groot leek te zijn. Ik had hier een overstap van drie uur, maar vanwege de enorme rij bij de handbagagecontrole werd de wachttijd in de nieuwe vertrekhal aardig gereduceerd. Toch had ik nog genoeg tijd te doden, wat prima lukte met de aanwezige winkeltjes en mijn Lonely Planet over Washington DC. Nadat iedereen eindelijk het vliegtuig was ingestapt, zouden we om 13.50 uur vertrekken, maar vanwege een zieke passagier en de reparatie van een kapotte zuurstoftoevoer duurde het nog zo'n 50 minuten voordat we wegreden. Na een file van vliegtuigen konden we vervolgens eindelijk opstijgen. Alhoewel ik een plek bij het raam had, viel er niet veel bijzonders te zien tijdens de vlucht. Het was een lange en vermoeiende vlucht, waarbij we gelukkig diverse keren te drinken kregen en twee keer een prima maaltijd. Via het entertainmentsysteem in de stoel voor me heb ik me een groot deel van de vlucht kunnen vermaken met de films Eclipse en Despicable Me.
Om 17.30 uur lokale tijd (het is in het oosten van de Verenigde Staten 6 uur eerder) kwamen we aan op Baltimore Washington International Airport, waar de ellende pas echt begon. Ten eerste konden we een hele lange tijd in de rij gaan staan voor de douane. Tergend langzaam kwam de rij vooruit, wat na zo'n vlucht geen pretje is. Toen ik eenmaal aan de beurt was, werd me vervolgens van alles gevraagd over de diverse Aziatische visa in mijn paspoort en wat ik hier in de VS kwam doen. Vervolgens werd er een digitale afdruk van al mijn vingers gemaakt, evenals een foto van mijn hoofd. Toen ik eenmaal was doorgelopen en mijn bagage had opgepikt, werd ik uitgekozen voor een uitgebreide controle. Vermoeid werd ik hier nog eens een half uur lang verhoord over mijn leven, werk, voorgaande reizen en deze reis. Eén voor één werd elk item in mijn rugtas gecontroleerd. Toen dit eindelijk voorbij was, kon ik buiten, waar het uiteraard al donker was geworden, op bus B30 wachten. Maar hoe dan ook, ik was eindelijk in de Verenigde Staten! Na een tijdje arriveerde de bus, waarna ik blij was dat ik al enkele losse dollars op zak had om een ticket te kopen. De Afro-Amerikaanse chauffeur was niet echt enthousiast, maar wist ons wel in een half uurtje naar het beginpunt van een van de metrolijnen van Washington DC te brengen. Na enig gedoe over de aanschaf van een metrokaartje op een redelijk verlaten metrostation (het apparaat bleek mijn wisselgeld niet te willen teruggeven), was het nog eens een half uurtje naar het centrum van DC. Via enkele wijde, maar rustige straten, waar ik hier en daar werd aangegaapt door een Halloween pompoen voor de deur van een huis, liep ik naar het gebouw van Hosteling International Washington DC. Dit grote hostel lag op een prima locatie in het noorden van downtown DC, niet enorm ver van de bekende National Mall. Ik kreeg een bed aangewezen in één van de dorms op de vierde verdieping, waarin ik doodop meteen ben gaan slapen. Er zullen immers nog enkele drukke dagen gaan volgen!
Maandag 15 november 2010
Dag2: De National Mall
De eerste dag in Washington DC was er een met een overvol programma. Alhoewel ik nu ontzettend moe ben, heb ik er wel op en top van genoten. De dag begon bij het ontbijt, waar de vrolijke ontbijt-host John me om 7.30 uur wist te verwelkomen met het Nederlandse ‘goedemorgen'. Hij deed dit bij iedereen en wist zodoende hoe hij dit woord in 30 verschillende talen moet uitspreken. Het ontbijt zat inbegrepen en bestond uit cornflakes, muffins en bagels. Bagels zijn typisch Amerikaans, dus wilde ik deze meteen uitproberen. Eigenlijk stelden ze niet veel voor; het waren ronde, droge broodjes met een gat in het midden. Eenmaal buiten liep ik door het centrum naar de National Mall, waar ik vandaag van alles wilde zien. Alhoewel het mistig was (maar verder prima weer), zag ik om me heen genoeg brede en lange auto's, kraantjes om water uit te kunnen drinken en bakken waar je, vaak tegen betaling, kranten uit kon halen. Politiesirenes heb ik zo'n beetje de hele dag overal om me heen horen loeien, net als het geluid van de talloze helikopters.
De National Mall was een reusachtig groot grasveld, welke er vanwege de herfst niet op z'n mooist bij stond. Toch waren er overal vele eekhoorntjes te bekennen, net als talloze joggers. Het was vreemd om te beseffen dat het hier begin vorig jaar, bij de inauguratie van Obama, volledig vol stond met mensen. Ik liep naar de Ellipse, een ovaal grasveld ten noorden van de Mall, waar vogels rustig zaten te kijken naar het optuigen van een grote kerstboom. Het was niet zomaar een kerstboom, maar de kerstboom in deze grote voortuin van het Witte Huis! Voor me, achter een groot zwart hek, bevond zich het mooie, statige huis van de president van de Verenigde Staten. Een fontein en enkele bomen maakten het mooie plaatje compleet. Op theevisite gaan was helaas niet mogelijk, aangezien Obama zich op dit moment nog ergens in Azië bevindt. Langs enkele hekwerken, politiewagens en politieagenten liep ik naar het ernaast gelegen Visitor Center. Aangezien je het Witte Huis niet zomaar kunt bezoeken, geeft dit kleine museum je de gelegenheid om van alles over dit gebouw te leren. Zo kwamen alle kamers aan bod, net als de tuin, de bouw en de presidentiële families. Daarnaast stond er een aantal oude meubelstukken. Na dit bezoek liep ik terug naar de Mall, waar het bekende Washington Monument, een 169 meter hoge obelisk, overduidelijk de lucht in priemde. De mist was al grotendeels opgeklaard, dus de top was nu prima zichtbaar. Het monument stond op een kleine heuvel en was omringd door vele vlaggen. Ik vroeg om een ticket, welke, net als vele andere toegangskaartjes hier in DC, gratis was. Om 10.30 uur mocht ik met een select gezelschap, na een tassencontrole, de lift instappen. Boven aangekomen hadden we een erg mooi uitzicht over de 3 kilometer lange National Mall. Het Witte Huis was zichtbaar, net als de vele musea van het Smithsonian, de Reflecting Pool en enkele memorials. Op de weg naar beneden maakte de lift nog twee stops, waarbij we door het glas konden kijken en zodoende stukjes van de binnenkant van het monument konden bekijken. Wat de meesten namelijk niet weten, is dat deze versierd is met diverse reliëfs, plakkaten en teksten!
Het was tijd geworden om het eerste museum van het Smithsonian Institute te bezoeken. Met een aantal van maar liefst 19 musea beschikt dit instituut over een reusachtige collectie van onschatbare (historische) waarde. Ik begon in het National Museum of American History, een onwijs groot museum van drie verdiepingen met vele verschillende afdelingen. Er was een grote vlag te zien uit Fort McHenry (de Star Spangled Banner), vele historische voertuigen (auto's, trams en schepen), inauguratiekleding van vele first ladies, van alles en nog wat over wetenschap, machines, verlichting, geld en huizen, tentoonstellingen over muziekinstrumenten, indianen, presidenten en alle oorlogen, en nog een klein gedeelte over de hedendaagse cultuur. De originele Kermit de Kikker was helaas afwezig vanwege onderzoek. Meer dan 3 uur heb ik hier rondgelopen, alhoewel je hier met gemak nog veel langer zou kunnen blijven. Indrukwekkend was het zeker! Tijdgebrek deed me echter, na een lunch, verhuizen naar het ernaast gelegen National Museum of Natural History. Dit museum was eveneens zeer bijzonder. In de hal van dit prachtige gebouw werd je begroet door een opgezette olifant, waarna het mogelijk was om in allerlei hallen alles over de natuur te leren. Een hele hal was gefocust op zoogdieren, waarbij vele opgezette dieren aanwezig waren. Een andere grote hal, waar een grote nepwalvis aan het plafond hing, was bestemd voor de onderwaterwereld. Erg mooi hier was een kleurrijk koraalrif dat helemaal in elkaar was gepunnikt met wol. Verder kon je naar apen en mensen kijken, net als duizenden stenen en mineralen, insecten, vogels en reptielen. Erg indrukwekkend waren de skeletten van zo'n beetje elk denkbaar beest, zowel bestaande beesten als miljoenen jaren oude dinosaurussen. Ik kan me de trots van de eigenaar van het dinosaurusmuseum in Savannakhet in Laos nog goed herinneren, maar als hij dit zou zien, zou hij pal achterover slaan. In plaats van slechts enkele botten stonden hier tientallen enorme fossielen opgesteld! Na enkele uren te hebben doorgebracht in dit bijzondere museum, ging ik aan het eind van de middag weer naar buiten, om bij een tentje te dineren met een broodje barbecue kip. Terwijl de verkoper met z'n koptelefoon headbangend verder luisterde naar z'n muziek, bewonderde ik het mooi verlichtte Capitool en het Smithsonian Castle.
In de avond heb ik een grote wandeling gemaakt over de National Mall. Eerst liep ik langs de grote Tidal Basin (een groot meer) naar het zuiden, waar zich het Jefferson Memorial bevond. Dit was een mooi rond tempelachtig gebouw waar de voormalige president Thomas Jefferson wordt herdacht. Het witte bouwwerk was prachtig verlicht met enkele lampen. Binnenin stond een standbeeld van de beste man, omringd door enkele passages uit zijn werk aan de muren. Ik liep verder langs het meer en kwam vervolgens bij het totaal verlaten Franklin Delano Roosevelt Memorial. Het was een breed parkje bestaande uit enkele mooi verlichte watervalletjes. Daarnaast stonden er enkele standbeelden, pilaren en muren met teksten. Het was een bijzonder schouwspel, aangevuld met een kleurrijk herfstdecor van groene, gele, bruine en rode bomen. Via het onvoltooide Martin Luther King Memorial vervolgde ik m'n wandeling naar het Korean War Memorial, waar zo'n twee dozijn soldaten met verschrikte uitdrukkingen op hun gezicht stonden opgesteld. Iets verderop bevind zich het grote Lincoln Memorial, een prachtig gebouw aan de voet van de Reflecting Pool (met de reflectie van het verlichte Washington Monument). Binnenin stond een wit standbeeld van een zittende president Abraham Lincoln. Ook hier ontbraken belangrijke teksten niet aan de muren. Weer iets verder stond het Vietnam Memorial, waar alle slachtoffers uit de Vietnamoorlog worden herdacht via boeken met hun namen. Aan de andere zijde van de Reflecting Pool bevond zich tenslotte nog het World War II Memorial, een grote fontein omringd door kransen van elke Amerikaanse staat. Ik had er een erg lange dag op zitten en besloot terug te keren naar het hostel. Op de terugweg nam ik als laatste nogmaals een kijkje bij het Witte Huis, dat ook prachtig verlicht was door middel van lampen. Het was grappig om te zien dat er, ondanks de afwezigheid van Barack, wel een televisie aan stond, wat te zien was door een raam op de bovenste verdieping. Via New York Avenue, waar zwervers bankjes opzochten om op te slapen, liep ik terug. Bij de McDonalds nam ik nog iets te drinken. Het werkt daar overigens iets anders dan in Nederland, aangezien je gewoon een beker krijgt die je bij een apparaat vervolgens zelf kunt vullen. Zoals je wel verwacht van Amerika, was dit een behoorlijk grote beker. Moe kwam ik uiteindelijk terug in het hostel, waar ik om 22.00 uur heerlijk ben gaan slapen.
Dag 3: E pluribus unum
Dinsdag 16 november 2010
Totdat mijn wekker om 7.30 uur ging, heb ik heerlijk kunnen slapen. Na een ontbijtje ben ik over Pennsylvania Avenue naar het Capitool gelopen. In tegenstelling tot gisteren was het vandaag een regenachtige dag. Gelukkig kwam het niet met bakken uit de hemel vallen, maar beperkte de regen zich tot miezer. Onderweg liep ik langs joggers, zakenmannen met paraplu's, schoonmakers, putten waar rook uit kwam en verschillende mooie en minder mooie gebouwen. Het Capitool behoorde tot die eerste groep, en bevond zich bovenop een groene heuvel. Voor die heuvel was een watertje met het Ulysses S. Grant Memorial, bestaande uit een man op een paard. Via Capitol Hill liep ik naar de achterzijde van het prachtige Capitool, dat iedereen van buiten wel kent vanwege zijn grote koepel. Terwijl enkele netjes geklede mensen uit zwarte auto's stapten en via de werknemersingang naar binnen gingen, liep ik naar de ingang van het bezoekerscentrum. Ik had thuis al een tour geboekt voor 9.30 uur, maar bleek me nog net aan te kunnen sluiten voor de tour van een half uur eerder. Met een groep van zo'n 20 man kregen we een interessante rondleiding door het meest belangrijke politieke gebouw in de Verenigde Staten. Na een filmpje van een klein kwartier hebben we diverse ruimtes mogen bewonderen. Alhoewel we niet de mogelijkheid hadden om de nieuwe senaatzaal te bekijken (de gang was afgesloten vanwege de aanwezigheid van enkele belangrijke senatoren), hebben we wel de oude zaal kunnen bekijken. Ook de crypte hebben we kunnen zien, net als de indrukwekkende rotunda, de grote ronde hal onder de koepel. De hal was versierd met verschillende standbeelden en schilderijen en op de koepel zelf was ook een grote schildering te vinden. In een hal ernaast waren nog veel meer standbeelden te zien. Na de interessante rondleiding nam ik een kijkje bij de permanente tentoonstelling over het politieke reilen en zeilen in de States, met informatie over de senaat, het congres, de rol van de president en de totstandkoming van de belangrijke Declaration of Independence, Constitution en Bill of Rights. Het motto van het officiële zegel van de VS (‘E pluribus unum' / ‘Out of many, one') werd hier ook uitgelegd. Via een ondergrondse tunnel liep ik vervolgens naar het ernaast gelegen Library of Congress, een grote bibliotheek in een eveneens prachtig gebouw. De enige was ik hier zeker niet, aangezien vele scholieren hier les kregen in de Amerikaanse geschiedenis. Het echte bibliotheekgedeelte was niet zomaar toegankelijk, maar wel bekeek ik diverse tentoonstellingen over de Amerikaanse geschiedenis en de hiervoor genoemde documenten. Met een enorm glas frisdrank was het vervolgens wel even tijd voor een pauze.
Het National Museum of the American Indian was het volgende Smithsonian museum op mijn lijstje. Onderweg kwam ik van die typische Amerikaanse gele schoolbussen tegen, wat erg leuk was om te zien. Nadat ik een blik naar binnen had geworpen, had ik echter niet de indruk dat ze enorm comfortabel waren, maar dat terzijde. In een gebouw dat nergens rechte hoeken, maar alleen golvende muren leek te hebben, leerde ik de geschiedenis van het oude Amerika, waar indianen nog de grootste bevolkingsgroep waren. Na een filmpje in een koepelzaal maakte ik in diverse tentoonstellingen kennis met verscheidene indianenstammen, waarbij onder andere kleding, tooien, wapens en gebruiksvoorwerpen stonden opgesteld. Daarnaast was er een afdeling die beschreef hoe de overgebleven indianen tegenwoordig leven en hoe ze zich hebben gemengd tussen de overige Amerikanen. Het was een niet al te groot, maar wel interessant museum, met een prima kantine voor een late lunch. Naast het gebouw bevond zich mijn volgende bestemming: het National Air and Space Museum. Dit is een van 's werelds meest bezochte musea en het grootste museum als het aankomt op lucht- en ruimtevaart. Meteen bij binnenkomst al wordt je overdonderd door de vele (kleine) vliegtuigen die aan het plafond hangen, waarna je de gelegenheid hebt om een stukje van de maan aan te raken. In andere grote hallen stonden vele rakketten opgesteld, samen met onderdelen van de space shuttle of andere ruimtevaartuigen. Een exacte kopie van de maanlander was er ook te vinden en zag er een stuk fragieler uit dan je zou denken. Daarnaast waren er vele tentoonstellingen over gevechtsvliegtuigen, planeten, elektronica aan boord, cockpits, motoren, allemaal aangevuld met vele (onderdelen van) vliegtuigen of ruimteschepen. De hal over de gebroeders Wright was ook zeer bijzonder, aangezien deze vele van hun eenvoudige vliegmachines bevatten, waaronder het type uit 1903, waarmee ze de eerste vlucht ooit wisten te maken. Enkele uren heb ik doorgebracht in dit museum, tot de middag zo goed als om was. In een half uurtje heb ik vervolgens nog snel een kijkje genomen in het ernaast gelegen Museum of African Art, dat diep onder de grond zat en, zonder dat je er erg in had, overliep in het Museum of Asian Art. Echt groot en interessant waren beide echter niet.
Bij het ontbijt vanochtend had ik gedag gezegd tegen een Chinees meisje uit Parijs bij mij aan tafel. Toevallig was ik haar in het Capitool ook tegengekomen, waarna ze tijdens de tour de groep per ongeluk kwijt was geraakt. Opnieuw kwam ik haar tegen tijdens de lunch, waarna we hadden afgesproken voor de avond. Vanaf de Mall liepen Xi Yao en ik naar Chinatown, dat iets ten noordoosten van het hostel in downtown DC zat. Het was hier een levendige boel, met vele mensen op straat en felgekleurde borden van westerse en Aziatische restaurants. Bij een simpel tentje namen we lekkere noodles en maakten we er een gezellige avond van. Langs het Verizon Center, waar een man op straat stond te drummen op geïmproviseerde drumstellen, liepen we naar het J. Edgar Hoover Building. Alhoewel velen dit gebouw beschouwen als het lelijkste gebouw van de stad -waar best een kern van waarheid in zit-, maakt het gegeven dat het het hoofdgebouw van de FBI is, het gebouw toch een beetje spannend. Veel bijzonders was er echter niet te zien, behalve de vele camera's en Amerikaanse vlaggen aan de buitenkant. Langs het -hoe toepasselijk- International Spy Museum liepen we terug naar het hostel, waar we nog even hebben zitten kletsen. Om 0.00 uur ben ik uiteindelijk behoorlijk moe in slaap gevallen.
Dag 4: Een blik in het verleden
Woensdag 17 november 2010
Vandaag heb ik uitgeslapen tot maar liefst 7.30 uur. Het was een mooie en zonnige dag, wat ideaal was voor de activiteiten die ik wilde ondernemen. Via een gesloten Verizon Center en eveneens gesloten Gallery of Art liep ik naar de National Archives, waar ik in een lange rij van voornamelijk scholieren kon wachten om naar binnen te gaan. Achter me stond een vriendelijke vrouw uit California die erg geïnteresseerd was in munten. Helaas voor haar had ik geen euro's bij me, laat staan guldens, die ze maar al te graag zou willen hebben. Ze wilde zelfs haar adres geven voor het geval ik ze zou vinden, maar ik wees dat af omdat die kans zo goed als 0 zou zijn. Het Internet zou een betere plaats zijn om te zoeken. Wel wees ze me nog op de verschillende achterkanten van de nieuwe quarter dollars; voor elke staat was een ander plaatje gemaakt. Ideaal voor alle verzamelaars onder ons! In de Archives waren in een zwak verlichte ruimte onder strenge bewaking de drie belangrijkste Amerikaanse documenten te vinden: de Declaration of Independence, de Constitution en de Bill of Rights. Ondertekend door onder andere George Washington was het bijzonder om deze oude documenten te zien. Omdat ze zeer schuin geschreven waren op perkament en al behoorlijk vervaagd waren, was het lastig om iets te kunnen lezen, maar zo hier en daar kon ik er een woordje uit pikken. Er te lang naar kijken was overigens niet mogelijk, omdat ik bij lange na niet de enige was. In de rest van het gebouw waren nog enkele tentoonstellingen over andere belangrijke documenten, registers, verslagen en patenten, waaronder die van het golfballetje.
Bij het metrostation heb ik vervolgens een dagkaart gekocht, omdat ik diverse ritjes wilde maken. De eerste rit was naar Arlington, een wijk in het zuidwesten van Washington DC. Hier bevond zich het Pentagon, een groot vijfzijdig complex waar het Amerikaanse Ministerie van Defensie zich heeft gevestigd. Als je het metrostation uit loopt, merk je meteen hoe streng beveiligd alles hier is. Ik kon maar weinig kanten op, aangezien je een pasje aan bewakers moest laten zien om bij het gebouw te komen. Wel was het mogelijk om op een afstand gedeeltelijk om het complex heen te lopen om zodoende het Pentagon Memorial te bereiken. Onderweg, langs een groot parkeerterrein, mochten er geen foto's gemaakt worden, wat onder meer streng in de gaten werd gehouden door de aanwezige politie en militairen. Na 2,5 zijde bereikte ik de gedenkplaats voor de slachtoffers van 11 september 2001. Er heeft zich immers op die dag ook in dit gebouw een vliegtuig geboord. Daar is aan de buitenkant niets meer van te zien, maar wel staan er op een steen met een vlag alle namen van de slachtoffers. Ernaast bevond zich een veld met steentjes en boompjes, waarop voor elk van de 184 slachtoffers een gedenksteen was geplaatst. Zo'n steen had eigenlijk nog het meeste weg van een lage strijkplank boven een smal watertje. Al deze stenen stonden gesorteerd in rijen op geboortejaren, waarbij sommige jaren uiteraard meer vertegenwoordigd waren dan andere. Het was een apart, droevig, maar mooi gezicht.
Met de metro ging ik vervolgens een halte verder en stapte ik uit bij Arlington Cemetery, een openbare militaire begraafplaats van 2,5 km2. Het heuvelachtige gebied was inderdaad reusachtig, dat ik al snel merkte na aankomst in de ontvangsthal, waar ik een plattegrond kreeg. Op de plattegrond stonden enkele bijzondere plekken aangeduid, waarvan ik er een paar wilde bezoeken. Via een slingerend pad liep ik over de prachtige begraafplaats. Om me heen stonden honderden, nee, duizenden witte stenen in het golvende groene landschap, afgewisseld met bomen in de meest mooie herfstkleuren. Hoe hoger ik kwam, hoe meer je uitkeek over zowel de begraafplaats als de stad, waarbij het Capitool en het Washington Monument in de verte uitstaken. Hier lag onder andere de gedenksteen van John F. Kennedy, samen met enkele zinnen uit zijn inauguratietoespraak. Zijn leven wordt verder herdacht met een eeuwige vlam. Iets verderop stond een kruis voor zijn broer Robert. Via enkele andere paden bereikte ik een wit amfitheater, waar jaarlijks op Veteranendag een ceremonie wordt gehouden. Ervoor lag de Tomb of Unknown Soldiers, waar een soldaat met een geweer continu 21 seconden stilstaat, 21 stappen zet, zich omdraait en dit proces herhaalt. Eens in het uur wordt deze soldaat met een korte ceremonie verwisseld. Ik had het geluk precies op het goede moment aan te komen, zodat ik drie soldaten diverse handelingen zag uitvoeren, waaronder het overgeven en inspecteren van het wapen. Na deze bijzondere wisseling van de wacht liep ik terug naar de ingang, waar ik met de metro naar het noordwesten van de stad ging.
Bij Dupont Circle stapte ik uit, waar ik een broodje heb gegeten bij de Subway en even heb gezeten op deze rotonde met een fontein. Vervolgens ben ik naar Georgetown gelopen, een oude, maar mooie stadswijk. In de lange hoofdstraat bevonden zich enkele winkeltjes, restaurantjes en barretjes. Aan het eind liep een steil pad omhoog door straatjes met oude, maar mooie Amerikaanse huisjes. Hier bevond zich ook de beruchte Exorcist Stairs, een buitentrap die gebruikt was in de bekende horrorfilm. Ik kon me de betreffende scène echter niet meer herinneren. Iets verderop lag de Georgetown University, met een prachtig oud hoofdgebouw met een klokkentoren. Je krijgt er bijna een Zweinstein-gevoel, maar dan net iets anders. Op een bankje heb ik op de campus uitgerust; opvallen deed ik niet, aangezien ik zo voor student door kon gaan. Via een woonwijk vol met boompjes, moeders met kinderen en huizen waarbij vele Halloween pompoenen nog steeds in de voortuinen lagen, liep ik terug naar de metro. Onderweg genoot ik van een lekkere churro. Terug in het hostel heb ik even uitgerust, alvorens naar Verizon Center te gaan voor een makkelijke maaltijd. Ik was hier echter niet de enige die dit wilde doen, aangezien het ontzettend druk was. Mensen kwamen in grote getale in rode shirts met ‘Washington Capitols' erop naar het complex toe lopen. Velen namen snel een hapje in een van de kleine restaurantjes, voordat ze het sportpaleis betraden om te genieten van een ijshockeywedstrijd, zo bleek uit de shirtjes en de verkopers van tickets en wintermutsen. Bij een tentje iets verderop heb ik daarom maar een steak burrito gegeten, om daarna terug te keren naar het hostel. Hier moest ik alweer inpakken, aangezien ik morgen uit zal moeten checken voor m'n vervolgreis naar New York City!
Dag 5: Duizenden dollars en één appel
Donderdag 18 november 2010
Nadat ik om 7.30 uur was opgestaan, had gedoucht in een prima badkamer, had ontbeten met een bagel en fruit, mijn rugtas in een locker had gestopt en had uitgecheckt, ben ik met de metro naar het zuiden van de National Mall gegaan. Hier bevond zich namelijk het Bureau of Engraving and Printing. Voordat ik later in de middag de trein zou pakken naar New York City, had ik nog genoeg tijd over om enkele resterende musea te zien, waaronder deze. Dit was echter slechts voor een gedeelte een museum, aangezien hier alle bekende groene dollars worden gedrukt. Toen ik binnen kwam, kon ik meteen mee met een gratis tour, waarbij we het gehele productieproces van het Amerikaanse geld van bovenaf konden volgen. We hadden zicht op ruimtes met machines die vellen papier supersnel met groene inkt bedrukten met de gezichten van bekende presidenten en andere opschriften. In een volgende machine werden deze geïnspecteerd, om vervolgens in enorme stapels op een andere machine te belanden. Deze sneed de vellen, om er daarna mooie stapeltjes dollarbiljetten van te maken. In weer een andere machine werden deze nogmaals machinaal als steekproefsgewijs handmatig gecontroleerd, om daarna gebundeld te worden. Het was fascinerend om te zien hoe stapels met duizenden dollars hier in een razend tempo geproduceerd worden. Het overgrote deel van het gedrukte geld is overigens om oude biljetten te vervangen en niet om de schatkist aan te vullen. We waren ook getuige van de productie van de nieuwe honderd dollar biljetten, welke begin 2011 pas verkrijgbaar zullen zijn. Aan het eind van de 30 minuten durende tour kregen we de kans om ons geld uit te geven in het winkeltje. Hier kon je bijvoorbeeld vellen geld kopen die je thuis zelf kunt snijden. Alhoewel het hier om misdrukken gaat, zijn de fouten minimaal, waardoor je het geld nog wel kunt uitgeven. Uiteraard moest je voor zo'n vel wel veel meer betalen dan de daadwerkelijke waarde van de biljetten. Daarentegen kon je wel voor weinig geld een zakje geldsnippers krijgen ter waarde van vele duizenden dollars. Toen ik het hier had gezien, heb ik het gebouw ernaast bezocht, het United States Holocaust Museum. Hier werd in enkele mooie tentoonstellingen van alles over de Tweede Wereldoorlog uitgelegd, zoals Hitler, propaganda, onderdrukking van de joden, gaskamers en zelfs een stukje over Anne Frank. Het was een treurig museum, waar ik echter niet enorm veel nieuws heb geleerd. Alhoewel de Amerikanen wellicht niet al te veel weten over deze gebeurtenissen, is dat voor Nederlanders natuurlijk een ander verhaal. Met de metro ben ik daarna terug gegaan naar downtown, waar ik heb geluncht. Hierna heb ik nog eventjes het American Art Museum en de National Portrait Gallery bezocht, waar in diverse zalen van hetzelfde gebouw vele schilderijen en portretten hingen. Onder meer eigendommen van George Lucas en Steven Spielberg hingen hier nu en er was een hele afdeling gewijd aan portretten van alle Amerikaanse presidenten. Aangezien ik niet zo'n enorme fan ben van kunst, heb ik hier niet al te lang rondgehangen.
Heel veel tijd had ik echter ook niet, aangezien ik om 14.00 uur vanuit het hostel naar Union Station moest vertrekken, het treinstation van de stad. Het was tijd om Washington DC te laten voor wat het was en in te ruilen voor New York. Ik had het in ieder geval enorm naar m'n zin gehad in Washington! Nadat m'n elektronische ticket geweigerd werd door een apparaat, kon ik in de lange rij van de balie gaan staan om alsnog een ticket te krijgen. Vervolgens heb ik eventjes op het behoorlijke drukke station zitten wachten, alvorens zich een lange rij begon te vormen voor de gate voor de trein van 15.30 uur. Nadat ik hier eenmaal doorheen was, kon ik plaatsnemen in de ruime trein en me ontspannen tijdens een 3,5 uur durende rit. In de momenten dat het nog licht was buiten, zag ik voornamelijk bossen langs me voorbij trekken. Hier en daar kwamen we langs enkele buitenwijkjes met typische Amerikaanse houten huisjes met brievenbussen op de oprit. Daarnaast maakten we diverse stops, waaronder in Baltimore en Philadelphia. Toen er buiten eenmaal niet veel meer was om naar te kijken, ben ik de Lonely Planet over New York gaan lezen, aangezien er daar ook ontzettend veel te zien en doen is. Ik zal er immers niet voor niets een week verblijven.
Om 19.00 uur kwamen we aan in de Big Apple. Op het Penn Station was het behoorlijk druk; er waren veel mensen, er was veel bedrijvigheid en de eetkraampjes hadden geen gebrek aan klanten. Mensen liepen door elkaar heen en hier en daar werd muziek gemaakt. Bij een automaat kocht ik meteen een metrokaart voor één week, waarna ik deze meteen gebruikte. Het metrostation zag er ouderwets uit, wat niet heel gek is als je je bedenkt dat het al behoorlijk oud is. Toch deed het zijn werk nog prima. Wat direct opviel op het station was het enorme multiculturele aspect van de bevolking. Dit was me in Washington al opgevallen, maar hier was het nog extremer. Mensen uit alle bevolkingsgroepen waren hier aanwezig, waarbij het aantal Afro-Amerikaanse personen opviel. Alhoewel je het wel enigszins verwacht, had ik niet gedacht dat het er zoveel zouden zijn. Met een van de vele metrolijnen die de stad rijk is, reed ik uptown (noordelijk, in Manhattan termen) naar 103rd St, waar ik vervolgens nog maar één blok hoefde te lopen naar mijn hostel op Amsterdam Avenue, Hosteling International New York. Ook dit was een groot, maar netjes hostel. Ik kreeg het bovenste bed van een stapelbed aangewezen in een 12-persoonskamer op de vierde verdieping. Direct hierna heb ik een blokje om gemaakt om op zoek te gaan naar iets te eten. Ik besloot het simpel aan te doen en de McDonalds in te stappen. Leuk detail om te vermelden is dat opnieuw alles groter is dan in Nederland. Zo is het minimale aantal kipnuggets hier 10 in plaats van 6. Langs een donker Central Park, waarvan ik maar weinig kon zien vanwege een muur en hoge rotsen, liep ik terug naar het hostel. Onderweg kwam ik huizen met typische brandtrappen aan de buitenkant tegen, evenals buurtbewoners die strompelend op weg waren naar huis. Terwijl het zachtjes begon te miezeren, stapte ik het hostel in, om plaats te nemen in de openbare ruimte. Ik zat nog maar net, toen ik door het personeel werd uitgenodigd voor de Comedy Night in de kelder. Dit klonk wel lollig, dus nam ik met zo'n 15 andere personen plaats op een van de banken, waarna drie comedians ons een tijd wisten te vermaken met hun grappen. Hierbij was er ook veel interactie met het publiek, wat het allemaal persoonlijker, maar wel leuker maakte. Twee Nederlanders in de zaal geven daarnaast ook genoeg stof tot clichématige, maar geslaagde grappen. Vanwege deze lollige avond lag ik om 23.30 uur iets later in bed dan gepland. Maar dat geeft niets, want ik kijk nog steeds heel erg uit naar m'n eerste echte dag in New York!
Nog 1 week: Washington DC & New York City
Na een geweldige lange reis door Zuidoost-Azië is het deze keer tijd voor iets anders. Alhoewel ik nog steeds graag terug zou willen om de rest van dat continent te ervaren, bewaar ik dat voor een andere keer. De afgelopen vier maanden ben ik hard aan het werk geweest op de universiteit, een plek waar ik op 1 december zal terugkeren voor een nieuw project, in samenwerking met een bedrijf. Deze maand heb ik dus vrij, maar om vier weken lang thuis te blijven, leek me niets. De perfecte oplossing vond ik in een stedentrip van twee weken naar twee bijzondere wereldsteden, welke allebei al lange tijd hoog op mijn lijstje stonden.
Op zondag 14 november zal ik in het vliegtuig stappen naar de Verenigde Staten, waar de hoofdstad Washington mijn eerste bestemming zal zijn. In 3 dagen zal ik me storten op de vele monumenten, gebouwen en musea die deze stad rijk is, zoals het Witte Huis, het Capitool en de Smithsonians. Maar cultuur hoop ik daar nog op vele andere manieren op te kunnen snuiven. Of een kopje thee bij de president er in gaat zitten, betwijfel ik echter ten zeerste. Donderdag de 18e zal ik vervolgens in de trein stappen naar misschien wel de meest besproken stad ter wereld: New York. Hier heb ik vervolgens 7 dagen de tijd om me nietig te voelen tussen de wolkenkrabbers van Manhattan, de neonverlichting van Times Square te bewonderen, door Central Park te struinen, het Vrijheidsbeeld gedag te zeggen, wereldberoemde kunstwerken te aanschouwen en ontzettend veel meer geweldige dingen te doen. Op donderdag 25 november zal ik, wanneer de Amerikanen aanschuiven voor hun Thanksgiving-diner, op het vliegtuig stappen en terugkeren naar Nederland.
Met twee Lonely Planets, een bomvolle planning en een grote dosis enthousiasme op zak, ben ik helemaal klaar voor dit bijzondere uitstapje! Ik kijk dan ook erg uit naar volgende week!
Ik zal proberen zo nu en dan een update te geven op dit blog. Omdat ik niet zeker weet hoeveel tijd ik over ga houden om te schrijven en ik uberhaupt niet weet of ik eengoed werkende wifi-verbinding kan vinden, kan ik niets garanderen. Anders volgt er achteraf nog een uitgebreid reisverhaal, samen met de foto's!
Boek: 'Een barbecue met 100 Chinese meiden'
Het is eindelijk zover! Zoals jullie weten was mijn reis door Azië geweldig! 170 dagen lang hebben jullie met mij mee kunnen genieten in dit weblog. Met trots kan ik jullie nu laten weten dat al deze verhalen zijn gebundeld in een boek!
In 'Een barbecue met 100 Chinese meiden' komen in 318 bladzijden al mijn avonturen van het afgelopen half jaar voorbij. Zelfs als je alles hier al hebt gelezen, zijn er nog enkele goede redenen om een exemplaar van dit prachtige boekwerk in huis te halen. Ten eerste heb je alle voordelen van een boek: het staat mooi in de kast, het blijft je hele leven lang goed en het leest een stuk prettiger. Daarnaast heb ik de laatste weken al mijn verhalen grondig doorgelezen en kwam ik tot de ontdekking dat er behoorlijk veel spelfouten, taalfouten en grammaticale fouten in zaten. Aangezien ik tijdens mijn reis mijn (op m'n telefoon getypte) verhalen nooit na las, heb ik deze fouten er destijds nooit uitgehaald. Nu heb ik dat wel gedaan, wat het geheel een stuk prettiger lezen maakt. Verder zijn bijna alle Engelse termen vertaald naar het Nederlands. Ten slotte zijn er hier en daar extra zinnen aan het verhaal toegevoegd om nog meer informatie en detailste geven!
Het boek, in A5-formaat en paperback-uitvoering, is hier te verkrijgen: http://www.pumbo.nl/boek/eenbarbecuemet100chinesemeiden
Ik hoop dat dit boek binnenkort bij jullie in de boekenkast staat te pronken!
Jassin
P.S. Ik hoop snel aan het vervolg te kunnen beginnen! ;)
P.S.2. Zeg het voort, zeg het voort! :)
Synopsis:
Een barbecue met 100 Chinese meiden. Een treinrit door de sneeuw. Een duik in het diepe. Een trekking door modderige rijstvelden. Een zoektocht naar wilde dieren. Een ontdekkingstocht door adembenemende tempels. Een boottocht naar het paradijs. Een fietstocht over het platteland. Een wandeling over een mijnenveld.
In 170 dagen kan veel gebeuren.
Kerst vieren in de jungle. Bakken op een tropisch eiland. Slenteren over de markt. Wandelen tussen wolkenkrabbers. Slapen in de boomtoppen. Knuffelen met tijgers. Bidden met de monniken. Oog in oog staan met gruwelijkheden. Feesten op het strand. Oversteken tussen tientallen brommers. Rondstampen met olifanten.
In 170 dagen kan heel veel gebeuren.
Nieuwe landen ontdekken. Nieuwe steden verkennen. Nieuwe culturen leren kennen. Nieuwe mensen ontmoeten. Nieuw voedsel leren eten. Nieuwe talen leren spreken. Nieuw natuurschoon bewonderen. Nieuwe gewoontes aannemen. Nieuwe geuren opsnuiven. Nieuwe ervaringen opdoen.
In 170 dagen kan heel erg veel gebeuren.
In dit boek neemt Jassin Kessing de lezer mee op een groot avontuur door verrassend Azië. Stap in zijn voetsporen en ervaar zelf het machtige China, het mystieke Tibet, het hippe Hong Kong, het fascinerende Vietnam, het ontspannen Laos, het roerige Cambodja en het stralende Thailand!
Wordt vervolgd...
Maandag 22 maart 2010
Dag 170: Terug naar waar het allemaal begon
Na een kleine zes maanden komt er tot mijn grote teleurstelling een onverwacht einde aan mijn reis. Omstandigheden thuis hebben me doen besluiten om een maand eerder huiswaarts te keren en de rest van Kuala Lumpur en Maleisië op een later moment te verkennen. Ik denk hiermee een juiste beslissing te hebben genomen. Gisteren ben ik om 23.59 uur vanaf het grote en moderne Kuala Lumpur International Airport met Malaysia Airlines in dertien uur terug gevlogen naar Schiphol, waar ik iets na 6 uur Nederlandse tijd arriveerde en m'n reis vervolgde naar Den Haag. M'n reis was helaas tot een eind gekomen.
Terugkijkend op mijn totale reis kan ik met recht zeggen dat de beslissing om op reis te gaan naar Azië de beste beslissing is die ik in mijn leven heb gemaakt. In 24 weken heb ik zo ontzettend veel gezien, gedaan en beleefd. Het ene hoogtepunt was nog niet voorbij en een volgende was alweer in aantocht. Azië is een ontzettend fascinerend werelddeel. M'n groepsreis door China en Tibet was een perfect begin om te wennen aan het hectische leven in het verre oosten. Het land was daarnaast ook prachtig en ontzettend divers. Het bruisende Hong Kong met zijn indrukwekkende skyline was vervolgens een eenvoudig begin van een nieuw leven voor mij: het leven van een backpacker. Vietnam zette die eenvoudige trend door, door naast vele leuke steden en dorpen en mooie natuur ook een simpele manier van reizen aan te bieden. Thailand verraste me vervolgens meer dan ik van tevoren had verwacht. Ik dacht dat het te toeristisch zou zijn en niet bijster interessant, maar het bood uiteindelijk zo ontzettend veel meer. In Laos maakte ik vervolgens kennis met de simpele levensstijl van de armere bevolking en zelfs nu nog staat de pracht van Angkor in Cambodja op m'n netvliezen gebrand. Het strand in Thailand is me ook stukken beter bevallen dan ik dacht, alhoewel dat met name zal komen door m'n fantastische duikcursussen. Azië is een geweldige plek om te reizen en te verblijven. Met pijn in m'n hart heb ik het moeten verlaten. De vele geweldige ontmoetingen met de lokale bevolking en alle andere reizigers (ik heb er ondertussen aardig wat vrienden bij), zal ik ook enorm gaan missen. Je leert op deze manier zoveel over andere culturen (en dus niet alleen van de bezochte landen). Ik zal dan ook zeker terugkeren om de resterende landen te gaan zien. Maleisië en Borneo, Singapore, Indonesië, Myanmar, Nepal, Zuid-Korea, Japan: het zouden zomaar weleens plekken kunnen zijn die ik volgende keer aan m'n lijstje kan toevoegen. Tot dusver heb ik in ieder geval een geweldige tijd gehad, heb ik geen spijt gehad van m'n keuze en is een flink aantal van m'n wensen in vervulling gegaan. Laat het dan nu tijd zijn om oma's laatste wens in vervulling te laten gaan...
Wordt vervolgd over enkele maanden.
Even though my body is back home now and my mind with my grandmother, my heart still lies in Asia...
Kuala Lumpur
Zaterdag 20 maart 2010
Dag 168: De modderige stad
Aangezien ik een erg vroege vlucht had, stond ik om 4.30 uur al op, zodat ik om 5 uur met enkele croissantjes als ontbijt een taxi in kon stappen. In zo'n drie kwartier werd ik door het donker naar Phuket International Airport gereden, waar je bij binnenkomst al door de scanner werd gehaald. Ik checkte in bij de balie van AirAsia, een vliegmaatschappij die hier in Azië behoorlijk goedkope vluchten aanbiedt tussen de meeste steden met een vliegveld. M'n boarding pass was daarom ook slechts een simpel bonnetje met een streepjescode (waarom zou je meer nodig hebben?) en bestemmingen werden bij de balies gewoon met plastic bordjes aangegeven. Na de paspoortcontrole en nogmaals een veiligheidscheck kon ik nog een tijd in de vertrekhal wachten. Uiteindelijk vertrok het vliegtuig om 8 uur voor een vlucht van zo'n vijf kwartier. We bleven daarom relatief laag en aangezien ik een plekje bij het raam had, kon ik, mits de wolken m'n zicht niet bedorven, genieten van het landschap en de kusstrook. Om 10.20 uur Maleisische tijd landden we op de Low Cost Carrier Terminal van Kuala Lumpur, waar ik een stempel kreeg in m'n paspoort (Nederlanders mogen hier 90 dagen blijven) en m'n bagage kon oppikken. Het eerste dat me hier opviel, was dat alle leestekens eindelijk weer westers waren! Geen vreemde en onleesbare tekentjes meer. Echter, Maleisisch kan ik nog niet lezen, maar het wordt wel makkelijker zo. Grappig is wel dat ik enkele woorden kon herkennen, ook al was het maar een handjevol. De taal is namelijk praktisch hetzelfde als het Indonesisch (selamat, satu, dua, tiga, nasi en ayam kwamen me dus bijvoorbeeld bekend voor). Bij enkele woorden is zelfs de verbastering van Engelse woorden zichtbaar. Wat dacht je van teksi, restoran, stesen en bas (taxi, restaurant, station, bus)? In plaats van de teksi nam ik de shuttle bus naar het busstation in Chinatown van Kuala Lumpur. De rit duurde een uur, waarbij drie dingen me meteen al opvielen. Zo leek de oliemaatschappij Petronas behoorlijk de macht te hebben, maakt KL zich klaar voor de bekende Maleisische F1 Grand Prix over twee weken (2, 3 en 4 april) en is een groot deel van de bevolking moslim. Dat laatste was in het zuiden van Thailand al enigszins te merken, maar hier viel het aantal moskeeën en vrouwen met hoofddoekjes veel meer op. Het was ook overduidelijk dat KL de grote stad was die we met de bus naderden, aangezien de Petronas Twin Towers en de KL Tower de skyline domineerden. Er waren echter ook nog genoeg andere hoge gebouwen. De bus arriveerde in Chinatown, niet ver van mijn hostel vandaan. Nadat me een dormbed was aangewezen, ben ik meteen van start gegaan met een wandelroute uit de Lonely Planet. Deze zou me langs alle highlights van deze wijk brengen. Het was meteen merkbaar dat dit een oudere wijk, vanwege de vele oudere gebouwen en de soms rommelige straatjes. Typisch China dus. Daarnaast is het moeilijk om de echte Maleisiër te definiëren, aangezien de bevolking een complete mix is van Chinezen, Indiërs en andere mensen uit Zuidoost-Azië, welke dan wellicht rasechte Maleisiërs zullen zijn (alhoewel die vanwege diverse stammen ook kunnen verschillen). Daarnaast loopt de ene helft van de vrouwen wel met een hoofddoek en de andere helft weer niet. M'n tocht leidde langs enkele dierenwinkels (met honden, katten, vogels en leguanen) naar de Chinese Chan She Shu Yuen tempel, welke van buiten aan de bovenkant rijkelijk versierd was met gegraveerde illustraties. Van binnen hingen er vele rode lampions en stikte het er van de wierook. Buiten maakte ik ook kennis met de KL Monorail, welke hier samen met een metro door de stad rijdt. Het verschil met de Skytrain van Bangkok? De monorail is vele malen korter (en ja, hij heeft maar één rail). In de Chinese Assembly Hall kwam ik vervolgens een hele boekenmarkt tegen, maar echt veel had ik hier niet aan. De posters van Bruce Lee, van wie er hier een kleine expositie was, waren een stuk begrijpelijker. Ik liep noordwaarts en nam een kijkje in Jalan Petaling, waar er op een markt aan beide kanten diverse goederen werden verkocht, waaronder eten en drinken. Iets verderop nam ik een kijkje in de Central Market (Pasar Seni), met diverse winkeltjes en kraampjes. Langs enkele hoge bankgebouwen kwam ik bij een drukke straat terecht, waar auto's volop heen en weer reden. Hier bleek weer dat Maleisië een moderne stad is: tuktuks kennen ze niet (daarvoor moet je gewoon een taxi of bus nemen) en zebra's en stoplichten zijn volop aanwezig. Nadat ik een rondje had gelopen om de mooi witte Masjid Jamek moskee (betreden mocht/kon ik niet), liep ik via een andere weg weer terug richting m'n hostel. Onderweg bezocht ik echter nog wel een tweetal Chinese tempeltjes (Sze Ya en Sri Maha Mariamman), waar de walm van wierook van buiten al te zien en ruiken was. Bij m'n hostel rustte ik vervolgens kort uit, alvorens me in een echte pasar malam te storten. De wijk Little India, iets ten noorden van Chinatown (welke overigens in het westen van KL ligt), staat (met een andere wijk elders) elke zaterdag in het teken van deze avondmarkt. Een smalle, maar lange straat stond volgepakt met allerlei kraampjes en bezoekers (met name de lokale bevolking). Alhoewel er veel kleding verkocht werd, waren de meeste kraampjes gefocust op eten en drinken. Vanwege de diverse etnische mix van mensen was het aanbod van hapjes ook uitgebreid. Enkele snacks kwamen me bekend voor, maar aangezien Maleisië zo anders lijkt te zijn dan de landen die ik hiervoor heb bezocht, was er ook genoeg nieuws te zien. En ik heb van sommige gerechten geen idee wat het was. Wel was het leuk om tahu en nasi ayam tegen te komen, iets wat wij in Nederland met die namen ook kennen. Het was hier voor mij dan ook niet moeilijk om een avondmaaltijd bij elkaar te sprokkelen. Aangezien ik al vroeg op de markt was, was het nu nog steeds licht (ook gaat de zon hier later onder). Dit bracht me op een leuk idee, vergelijkbaar met een actie die ik in Hong Kong heb ondernomen. Met de moderne metro reisde ik af naar het centrale gedeelte van de stad, waar zich een groen gebied bevond met in het midden de 421 meter hoge Menara KL, de op drie na hoogste communicatietoren ter wereld. Nadat ik een stuk had gelopen om de ingang te vinden, werd ik met een shuttle bus naar de voet van de toren gebracht. Hier kon je een ticket kopen om het uitkijkplatform op iets meer dan 250 meter te betreden. Alhoewel de Petronas Towers hoger zijn, is de skybridge tussen de twee torens, welke toegankelijk is voor toeristen, bij lange na niet zo hoog (en het zicht is veel gelimiteerder). Nadat ik een package ticket had gekocht voor het platform en enkele andere attracties (dit was verplicht), ging ik met een lift naar boven. Het uitzicht was hier inderdaad verbluffend! Je had een prachtig 360 graden uitzicht over de gehele stad en de omgeving. Via een koptelefoon werd je langs de ramen geleid, waarbij je informatie kreeg over diverse belangrijke en bekende gebouwen. Op 50 km afstand zagen we zelfs de heilige Batu Cave liggen, welke jaarlijks in februari gebruikt wordt voor een bijzonder ritueel. Een bezoek hieraan zal later volgen. Anderhalf uur heb ik hier boven gebleven om de lucht donker te laten kleuren en de lampen in de stad aan te zien gaan. Alles was uiteindelijk prachtig verlicht en met name de twee hoge Petronas Towers stonden te glimmen in het zilver. Na dit bijzondere hoogtepunt ging ik terug naar beneden om enkele rondjes te racen in een F1-wagen. Het ponyritje, welke geen simulatie was, liet ik maar zitten. Wel kon ik met m'n ticket nog enkele beesten bekijken. In hokken en kooien bevonden zich unieke dieren, waaronder een ontzettend lange en dikke python, andere slangen, schildpadden, hagedissen, apen, vogelspinnen en kaketoes. Het was een vermakelijk extraatje. Hierna was het echt wel tijd om terug te keren, want het was al behoorlijk laat en ik had een erg lange dag achter de rug. Moe stapte ik in de monorail, welke me terugbracht naar Chinatown. Terug in m'n hostel kon ik eindelijk slapen.
Zondag 21 maart 2010
Dag 169: Shop 'till you drop
Al enkele keren heb ik het woord shoppingwalhalla in de mond genomen en ook vandaag zal ik dat doen. Hong Kong had grote winkelcentra, Bangkok had grotere (en meer), maar Kuala Lumpur kan er ook wat van. Tot dusver wint deze het met vlag en wimpel in grootte. In aantal ben ik niet helemaal zeker. Na een ontbijt op het dakterras van het hostel ben ik naar het zuidoostelijke gedeelte van KL gegaan, waar een groot aantal shoppingmalls in een groot cluster staan opgesteld. Berjaya Times Square, de grootste en meest populaire, stond het eerst op mijn programma. Binnen keek ik m'n ogen uit. Dit houd je gewoon niet voor mogelijk. De oppervlakte van een enkele verdieping was al reusachtig, met een groot aantal winkels. Maar daarnaast had het hele complex maar liefst 12 verdiepingen! Bowlinghallen, bioscopen, restaurants vulden de winkels aan. Maar het mooiste moet nog komen. Er bevond zich zelfs een heuse achtbaan, welke zo'n drie verdiepingen hoog was en nog een looping had ook! Deze attractie was onderdeel van nog enkele attracties in 'CosmoWorld'. Het was een heel apart gezicht om te zien! Vanwege de grootte van de mall was het niet heel gek om maar weinig winkels en bezoekers op de bovenste paar verdiepingen te zien. Vele winkels hadden hier hun deuren gesloten. Ik probeerde nog een ticket te scoren voor Alice in Wonderland 3D, maar deze was helaas uitverkocht. Na een lunch ging ik daarom de andere malls maar bekijken. In het eveneens grote (maar niet zo groot als Berjaya) Low Yat Plaza waren enkele verdiepingen vol met elektronica. Overal werden telefoons, camera's en computers verkocht, welke naar mijn idee overal min of meer hetzelfde waren. In Lot 10 waren vervolgens veel winkels met designerkleding te vinden (in tegenstelling tot de hippere winkels in Berjaya) en kon je naar het dak voor een matig uitzicht. Pavillon was wederom een modern winkelcentrum, waar bij de ingang diverse Formule 1 wagens stond opgesteld om de Grand Prix te promoten. En ook hier was ik te laat om nog naar de film te gaan. Starhill Gallery had vervolgens enorm veel dure designerkleding, terwijl de jeugd zich liever bevond in het MBK-achtige Sungei Wang Plaza en het aanliggende BB Plaza. Op het moment dat ik er was, stonden vele tienermeiden zelfs helemaal klaar om naar een gastoptreden van een of andere Koreaanse zanger te kijken, welke na één liedje ook nog posters begon te signeren. Na enkele uren had ik het meeste wel gezien, terwijl ik niet eens veel winkels echt in ben gegaan. Ik ben er zeker van dat een echte shoppingliefhebber hier makkelijk een paar weken kan besteden. En als je er dan nog geen genoeg van hebt, kun je naar Suria KLCC, waar ik vervolgens met de monorail naartoe ben gegaan. Dit is een shoppingcentrum onder de twee Petronas Towers. Bij aankomst was het erg indrukwekkend om richting deze twee 451.9 meter hoge torens te lopen, welke zich enkele jaren terug nog het hoogste gebouw ter wereld kon noemen. Alhoewel die tijd reeds voorbij is, zijn het nog wel de hoogste twin towers. De skybridge kon ik niet meer betreden; wel heb ik nog een rondje door het naastgelegen KLCC Park gemaakt, waar je een mooi uitzicht had op deze indrukwekkende bouwwerken. Het park zelf had verder niet heel veel bijzonders naast gras, bomen, meertjes, een zwembad en een joggingbaan. Met de metro ging ik weer terug, waar ik nog een kijkje nam bij het Merdeka Square, waar de Maleisische vlag wild in de wind stond te wapperen. Het weer was namelijk compleet omgeslagen. De lucht was donker, het waaide en het begon zelfs te regenen. Sterker nog, donder en bliksem waren regelmatig te horen en zien. Dit bleef de hele avond aanhouden, wat het er niet echt leuker op maakte. Ik heb daarom slechts in de Food Court van de Chinese Petaling Market nog wat gegeten.