Puerto Galera
Dag 5: Strand nummer één
Donderdag 15 maart 2012
Vandaag was m'n eerste stranddag van deze vakantie en zeker niet de laatste, aangezien er in de Filipijnen en de overige landen nog wel een paar gaan volgen. M'n dag begon vanochtend toen ik met al m'n bagage naar de bovengrondse liep, waar de bewaking zoals alle andere keren vroeg om de inhoud van je tas te laten zien. Normaal volstaat een open flapje van m'n tas en het tonen van m'n camera, maar nu had ik ook een grote rugtas achter op m'n rug; zucht. Een centraal busstation heeft Manila niet; in plaats daarvan moet je naar één van de vele busterminals gaan, voor elk bedrijf één. De bus die ik uiteindelijk had, was vele malen luxer dan dat ik had verwacht in de Filipijnen. Alhoewel de beenruimte niet geweldig was, beschikte de bus wel over airco, een tv en draadloos internet, wat me zeer verbaasde, omdat zelfs onze eigen bussen dat niet eens hebben. In iets meer dan twee uur reden we over goede (tol)wegen, te midden van een landbouwachtige en groene omgeving met bergen op de achtergrond, naar Batangas. Dit plaatsje lag aan het water en beschikte over een uitgebreide haven met ferry's naar diverse bestemmingen. Bij aankomst werd ik meteen door mannetjes meegenomen om bij het juiste loket een ticket te kopen naar Puerto Galera, inclusief toeristenbelasting en een of andere bijdrage voor het milieu (geen oplichterij overigens). In de grote terminal, met veel Filipijnse toeristen, kon ik vervolgens een uur wachten op de eerstvolgende boot. Deze zou om 12.30 uur vertrekken, maar zoals te verwachten viel, gebeurde dat pas 40 minuten later.
Een grote ferry was het niet; in plaats daarvan was het een kleine catamaran voor maximaal 65 personen (er zaten er toch maar een stuk of 30 in). In iets meer dan een uur voeren we over de golven (er stond een aardig windje) naar Sabang, één van de stranden die Puerto Galera rijk is. Het is het drukste en populairste strand, alhoewel er eigenlijk niet echt sprake is van een strand. Bij aankomst werd dit al snel duidelijk, omdat er maar weinig zand te bekennen was, maar wel een hele strook vol met resorts, restaurants, bars en duikscholen. Aangezien de wateren rond deze plek één van de besten zijn van de Filipijnen, is het niet gek dat er zoveel scholen zijn. Eenmaal van de boot werd ik daarom ook meteen benaderd door een mannetje die de eigenaar van mijn geboekte resort kende en me twee duikscholen wilde laten zien. Kijken zou geen kwaad kunnen, dacht ik, dus liep ik met hem mee. Bij het resort werd ik zeer gastvrij ontvangen door het personeel. Het waren vrolijke en vriendelijke personen, die oprecht geïnteresseerd waren in wie ik was etc. en ook het een en ander over zichzelf en de omgeving wilden vertellen. Buiten bevond zich een terras en een zwembad. Nadat ik een kamer aangewezen had gekregen, werd me al snel aangeboden om een andere, mooiere, kamer te nemen, zonder meerprijs. Hier zei ik geen ‘nee' tegen. De bezoekjes bij de duikscholen waren ook niet verkeerd. Elke school bood voor ongeveer dezelfde prijs een duik aan in de ochtend, middag, of namiddag op één van de vele plekken hier in de buurt (2 tot 10 minuten varen). Je kon een kwartier van tevoren aankloppen, aangezien er maar weinig toeristen bleken te zijn. Ik zal het in overweging nemen voor waarschijnlijk overmorgen.
De aanwezige toeristen leken hier in vier kampen verdeeld te zijn. Zo had je de groep met de jonge generatie, die allemaal voor het duiken komen. Daarnaast waren er de getrouwde stellen en de grote groep Koreaanse vakantiegangers. Ten slotte had je de oudere generatie die zich hier voor heel ander vertier had gevestigd. Ik heb de middag doorgebracht door langs de kuststrook tussen alle winkeltjes en restaurants te lopen, wat op zich redelijk snel te doen is, aangezien het niet enorm groot is. M'n leesboek, alweer het zevende boek van The Wheel of Time -tijdens mijn eerste reis maakte ik kennis met de eerste twee- bood echter bij het resort ook uitkomst. Ook na m'n diner van vis (je zit hier immers aan de kust) bleef het resort een fijne hangplek, aangezien de wifi-verbinding me in staat stelde om m'n nieuwe netbook eens goed uit te testen. En met een lekker windje was het in ieder geval een stuk beter vertoeven dan op m'n kamer!
Tip van de dag: kijk in je resort ook eens naar het plafond; je zult er meerdere gekko's zien zitten! Het maakt de beestenboel van honden, katten en muggen net wat completer!
Dag 6: Het witte strand
Vrijdag 16 maart 2012
Na een warme nacht met slechts de verkoeling van een ventilator, was het tijd om de rest van Puerto Galera te verkennen. Na m'n ontbijt ben ik naar de hoofdstraat van Sabang Beach gelopen, waarvandaan je een jeepney kon nemen naar diverse overige bestemmingen. Alhoewel ik in Manila liever geen jeepney wilde nemen, was dat hier geen enkel probleem. Met nog een paar andere mensen reed ik even later achterin de jeepney over een slingerende bergweg die net breed genoeg was voor twee personenauto's. Helaas zijn jeepney's breder, dus was het vaak afremmen en anderen tegenliggers voorzichtig laten passeren. Ik wilde vandaag een kijkje nemen bij het centrum van Puerto Galera, zo'n 6 km van Sabang vandaan, en bij White Beach, nog eens 7 km verder. Aangezien we eerst langs het centrum kwamen, stapte ik hier uit. Heel veel was hier echter niet te beleven. Toeristisch was het zeker niet, en in de paar straatjes waaruit het centrum bestond, bevonden zich slechts een paar simpele winkeltjes en eetgelegenheden. Verder liep de lokale bevolking rond, stonden er tientallen tricycles (motor met zijspan) te wachten op klanten, hing op diverse plekken de was buiten en kraaiden enkele hanen alsof de zon net was opgekomen. Ten slotte was er nog een uitzicht over de baai, met aan de kustlijn vele aangespoelde kokosnoten van de palmen iets verderop. Uiteraard verschenen er geen jeepney's meer die richting White Beach gingen, dus gunde ik een mannetje het plezier om me er in een tricycle heen te rijden.
White Beach zag er al vrij snel een stuk beter uit dan Sabang Beach. Hier bevond zich namelijk tenminste een echt strand! Alhoewel het nog steeds niet de schoonheid had die ik twee jaar terug in Zuid-Thailand aantrof, mocht het strand er zeker wezen. Het was een lang strand, aan beide zijden begrenst door groene kliffen. Het helderblauwe water golfde rustig het strand op, over kleine stenen en bruin-wit zand. Aan de rand van het strand bevond zich een hele strook met resorts, restaurants, winkeltjes met strandartikelen en (henna)tattooshops. Op het zand bevond zich een volleybalnet en in het water lagen enkele bananenboten en jetski's. Heel druk was het er echter niet; sterker nog, het strand zelf zag er behoorlijk verlaten uit. De aanwezige personen bevonden zich op dit tijdstip van de dag liever in de schaduw van hun resort, met uitzondering van de talloze verkopers van kettingen en ijsjes (met een continu gerinkel van een bel). Bij een restaurant genoot ik van een heerlijke frisse shake en een barbecuelunch, waarbij ik nog een hele tijd heb zitten kletsen met één van de medewerkers daar over zowel de Filipijnen als Nederland. Daarna heb een tijdje heel lui op het strand gelegen en de aangename verkoeling van het water opgezocht. Na deze zeer actieve middag heb ik geprobeerd de weg terug te vinden, wat nog niet meeviel omdat het overal stond volgebouwd. Uiteindelijk vond ik een smal pad langs een van de resorts, waardoor ik op de hoofdweg terechtkwam. Ook hier waren geen jeepney's aanwezig, waardoor ik met een tricycle ben teruggereden naar Sabang. Alhoewel ik het in de jeepney op de heenweg niet merkte, viel het aantal gaten in de weg met zo'n tricycle pas echt goed op, aangezien het een aardig hobbelige rit was. Het zal me niets verbazen als aardbevingen deze gaten en barsten hebben veroorzaakt.
Terug bij het resort heb ik een aardige tijd zitten kletsen met het erg vriendelijke, vrolijke en gezellige personeel hier. Onder het genot van een hapje en een drankje heb ik zo het grote deel van de avond door kunnen brengen.
Tip van de dag: vrijgezelle mannen tussen de 40 en 60, verzamelt u! Cherry, bediende in Jhanarieans Resort op Sabang Beach, is op zoek naar een betrouwbaar iemand!
Dag 7: Duik nummer 30
Zaterdag 17 maart 2012
Het altijd vrolijke en enthousiaste personeel blijft een onvergetelijk hoogtepunt van dit bezoek aan Puerto Galera. Ze hebben veel lol in alles wat ze doen en zijn geweldig voor vermakelijke gesprekken en maffe acties. Ook vanochtend werd ik dan weer warm onthaald op het terras voor m'n ontbijt. Vandaag heb ik de resterende plekken van Puerto Galera verkend. Als je Sabang Beach aan de westkant afloopt en rond de klif loopt, kom je weer een andere baai tegen, Small La Laguna. Uiteraard leek deze nogal op Sabang, maar was een stuk kleiner. Nog westelijker kon ik niet lopen, aangezien er geen pad meer was rond de volgende klif, waardoor ik terugkeerde.
Maar het was vandaag niet m'n intentie om meer van de stranden te verkennen, maar juist kennis te maken met de Filipijnse wateren. Bij een duikvereniging, waarvan er hier tientallen zijn, besloot ik om een duik te maken bij één van de vele duikplekken die de wateren hier vlak rond de kust rijk is. Samen met een Italiaan en een lokale duikmeester zat ik even later in duikuitrusting op de rand van een bootje. Het was voor mij alweer een jaar geleden dat ik voor het laatst gedoken heb (in Nederland) en alweer twee jaar geleden dat dat in tropische wateren was. Het was in het begin dus weer eventjes wennen, maar al snel genoot ik van mijn dertigste duik. Het warme water was erg helder, dus konden we zeer goed de levendige onderwaterwereld aanschouwen. We waren omringd door vele grote en kleine gekleurde vissen, een school makrelen en zagen tussen het aanwezige koraal nog enkele alen, naaktslakken, zeesterren en een waterslang. De duiklocatie heette Sabang Wrecks en niet zonder reden; er lagen hier op de bodem namelijk twee gezonken schepen, die nu kunstmatige riffen waren geworden vol met koraal en vissen. Drie kwartier bleven we onder water, waarna we uiteindelijk met de boot weer terug naar het strand voeren. Het was een mooie belevenis, waardoor ik nu al uitkijk naar de overige duiken die ik tijdens deze trip zal gaan maken!
De rest van de middag en avond heb ik niet bar veel gedaan en heb ik voornamelijk zitten relaxen met m'n boek. Het eerste echte Filipijnse gerecht, adobo, werd ook eindelijk een feit. Tevens was het m'n laatste avond hier, aangezien ik morgen naar Boracay zal gaan, het naar men zeggen mooiste eiland van het land!
Tip van de dag: beloof chocola aan het personeel van het resort en ze doen de mafste dingen!
Manila
Dag 1: Terug naar waar het allemaal eindigde
Zondag 11 maart 2012
Azië 2.0 is begonnen! In tegenstelling tot wat ik in het vorige bericht vermeldde, begin ik stiekem toch op de plek waar mijn reis twee jaar geleden is geëindigd. Voordat ik namelijk in Manila aan kan komen, heb ik een vlucht naar Kuala Lumpur moeten nemen, waar ik ten tijde van dit schrijven zit te wachten op mijn transfer. Het was een lange zondag (alhoewel het hier nu eigenlijk al maandag is), welke al vroeg begon.
Aangezien mijn vlucht om 12 uur zou vertrekken vanaf Schiphol, was ik al ruim op tijd op de luchthaven aanwezig. Het inchecken had ik thuis al gedaan, dus hoefde ik slechts mijn bagage af te geven en door de douane heen te lopen. Alhoewel hier in eerste instantie een aardige rij stond, bleek deze best mee te vallen. Bij een winkeltje kocht ik een opblaasbaar nekkussentje, aangezien ik vermoedde dat dit tijdens lange vluchten een stuk relaxter zou zitten dan zonder. De gate ging al vroeg open, maar dit leidde daarna gewoon weer tot lang wachten om daadwerkelijk het vliegtuig in te stappen. Het was een groot vliegtuig, maar tot ieders verbazing bleef het redelijk leeg. Op mijn hele rij bijvoorbeeld, waar plek is voor 9 man, zat ik slechts met één andere persoon. Het was zodoende wel luxe om een eigen bank te hebben! We vertrokken mooi op tijd en werden in de 11,5 uur die volgde behoorlijk volgepropt met lekker eten. Het was uiteraard een lange en vermoeiende vlucht, maar gelukkig wist het entertainmentsysteem enige tijd te doden en hielp het kussentje me om net iets lekkerder m'n ogen te kunnen sluiten.
Met zeven uur tijdverschil zijn we om 6.40 uur in het donker (met een fraai verlicht Maleisië) geland op het grote vliegveld van Kuala Lumpur. Het wachten bij de volgende gate kon beginnen.
Tip van de dag: zorg dat je niet teveel gegeten hebt voordat je een lange vlucht met Malaysia Airlines maakt!
Dag 2: Aankomst in de Filipijnen
Maandag 12 maart 2012
Het wachten leek een eeuwigheid te duren, maar toen de gate eindelijk open ging, was de tweede en laatste vlucht naar Manila, de hoofdstad van de Filipijnen, een feit. Toch volgden er nog meer dan 3 vermoeiende uren in een vol vliegtuig. M'n kussentje en een ijsje zorgden ervoor dat het nog vol te houden was. Op Filipijnse bodem verliep de douane redelijk vlot en even later liep ik met m'n grote rugtas naar buiten. Het was hier 27 graden, benauwd, maar behoorlijk bewolkt. Met een taxi ben ik het centrum van Manila in gereden, waar het een drukte van jewelste was. Auto's en busjes reden in grote getalen rond en veel bewoners liepen op de stoepen. Het was inderdaad weer een grote en drukke, maar op het eerste gezicht niet heel erg moderne, Aziatische hoofdstad. De taxichauffeur was een vrolijke en enthousiaste man, sprak Engels op een redelijk niveau (wat te verklaren is door de Amerikaanse invloed in het verleden en het vele gebruik van Engels hier), was nieuwsgierig naar wat ik hier kwam doen en vertelde ook nog het een en ander over zichzelf en de Filipijnen. Ondanks m'n vermoeidheid wist me dit toch weer wat energie te geven.
Halverwege de middag kwam ik aan bij m'n plaats van bestemming, waar ik enige tijd op m'n bed heb gelegen om uit te rusten. De douche was ook zeer welkom! Aan het begin van de avond heb ik vervolgens een vluchtig kijkje genomen in een enorm groot winkelcentrum met meerdere verdiepingen. Het was hier een zeer drukke bedoeling, maar alle winkels en restaurantjes waren dan ook allemaal open. Manila is toch moderner dan op het eerste gezicht lijkt, omdat hier echt alles te vinden was wat in de westerse wereld ook te verkrijgen is, maar dan aangevuld met allerlei Aziatische eetgelegenheden! Toch begon m'n vermoeidheid weer toe te slaan, en in plaats van buiten een uitgebreider kijkje te nemen, ben ik vroeg teruggegaan naar m'n kamer om m'n gemiste slaap in te halen. M'n eerste echte dag Manila morgen wil ik namelijk wel goed benutten!
Tip van de dag: plan tijd in om bij te komen van een jetlag!
Dag 3: Het oude en nieuwe ManilaDinsdag 13 maart 2012
Het was vandaag m'n eerste volledige dag in Manila en in de ochtend en middag heb ik diverse kanten van deze grote stad gezien. Kort gezegd is het een drukke, afwisselende, maar niet heel erg aantrekkelijke hoofdstad, vooral als ik hem vergelijk met de overige Aziatische hoofdsteden.
De grootste toeristentrekker is Intramuros, de oude stad die in de geschiedenis (met zowel de Spanjaarden, Amerikanen als Japanners) veel heeft moeten doorstaan. Deze grote wijk is, zoals de naam al doet vermoeden, omringd door een dikke muur, met daar weer omheen een aangelegde golfbaan. Binnen was het een wirwar van straatjes (gewone woonwijken) waar veel lokaal volk op de been was. Her en der waren echter enkele bezienswaardigheden verspreid. Het weer zat helaas niet: het was warm en benauwd, maar nog erger was, was dat het regende. Een paraplu was echt wel noodzakelijk om niet na een minuut behoorlijk nat te zijn. Verkopers haakten hier dan ook slim op in. Bij een bezoekerscentrum kon je een ticket kopen voor een bepaald gedeelte van Intramuros: Fort Santiago. Er was hier een kort geschiedenisfilmpje te bekijken, en na het lopen tussen gras, bomen een fontein en een blauwe tramwagon, kon je de Rizal Shrine bekijken, waar nu enkele historische voorwerpen te aanschouwen waren. Veel toeristen hingen hier echter niet rond; wel was er een grote klas middelbare scholieren. De kerker was helaas niet toegankelijk en ik keek verder rond door de gehele wijk. Aantrekkelijk was het hier niet echt. Alhoewel er wel een paar aparte gebouwen stonden, zoals een kathedraal, waren er verder alleen maar armoedige gebouwen in de kleine straatjes te vinden. Er lag veel rommel, een groot aantal zwerfkatten probeerden hier en daar eten bij elkaar te vissen, volwassenen hingen rond, sliepen op de grond, of stonden bij een kraampje eten te verkopen, scholieren lummelden ook maar wat rond, en jonge kinderen renden soms halfnaakt heen en weer.
Vlak naast Intramuros lag Rizal Park, het uitgestrekte stadspark. Volgens de Lonely Planet waren hier diverse bezienswaardigheden, maar het museum en het planetarium waren dicht, en de botanische tuinen werden op de schop gegooid. Wat overbleef waren een tweetal grote standbeelden, een meer waar de fonteinen niet werkten, gekleurde vlaggetjes, enkele gezichten en een enorme maquette in het water in de vorm van de landkaart van de Filipijnen. Via vele straten met huizen, winkeltjes en eetkraampjes liep ik naar het zuiden. Op straat was het druk, voornamelijk van de lange jeepneys, de lokale bussen die in grote getale kriskras door de stad rijden. Alhoewel ik er liever geen ritje in wil maken, zien ze er allemaal van buiten wel erg leuk en origineel uit, omdat ze geverfd zijn in opvallende felle kleuren en/of allerlei afbeeldingen hebben. In de buurt bevond zich Robinson Mall, een groot en modern winkelcentrum dat eigenlijk enigszins uit de toon valt midden in een wijk met povere gebouwen, gevaarlijke straten en diverse duistere barretjes. Toch was het winkelcentrum leuk om te zien vanwege z'n diversiteit. Hierna liep ik een stuk langs het water, de Manila Bay, waar vele jachtboten in het water dobberden, en kwam ik langs de dierentuin en het cultureel centrum.
Behalve de jeepneys heeft de stad nog een ander handig vervoermiddel: de bovengrondse metro. Alhoewel deze niet bepaald veel lijnen heeft, gaat de noord-zuidlijn langs een groot aantal plekken, net als de oost-westlijn. Zoals te verwachten was, was het op de stations (welke je kunt bereiken door aardig wat trappen op te wandelen) en in de metro behoorlijk druk; je was bijna letterlijk een sardientje in een blik. Ook het kruispunt van beide lijnen was zeer druk, wat vooral te merken was door de beperkte ruimte en de plichtmatige controle van tassen. Maar misschien nog wel drukker was het op de weg onder het station, met veel bussen en auto's. Terwijl het noorden van Manila het oude stadsgedeelte is, is het zuidoostelijke gedeelte voornamelijk het financiële zakendistrict. De omgeving ziet er hier dan ook weer heel anders uit. Grote en hoge gebouwen zijn hier langs de wegen gevestigd, de straten zijn schoner en de mensen zien er rijker en netter uit. Hier bevindt zich ook de wijk Ayala, met een enorme hoeveelheid winkelcentra, allemaal aan elkaar verbonden door een pleintje, gangen, of verhoogde voetpaden. Wat je ook maar zoekt, het is hier ongetwijfeld te vinden. Het verbaasde me dat ook hier veel man op de been was, en dat voor een gewone dinsdagmiddag! Tevens is hier het Ayala Museum te vinden, welke ik bezocht heb. Over enkele verdiepingen maak je kennis met gouden sieraden, ouderwetse kleding, Aziatische keramiek, Filipijnse schilderijen, een grote hoeveelheid prachtige diorama's die de geschiedenis weergeven, een collectie spullen van een zeer belangrijke geschiedenispersoon hier (Ninoy Aquino) en een dozijn modelschepen. Nadat ik ook hier alles gezien had, inclusief een standbeeld van deze man op een kruispunt in de buurt van de winkelcentra, ben ik in de avond teruggekeerd naar m'n kamer om m'n voeten de rust te geven die ze verdiend hadden.
Tip van de dag: kijk 's avonds goed uit waar je loopt; voor je het weet val je in één van de vele gaten in de stoep of straat! En dat doet pijn
Dag 4: Rondje door de stadWoensdag 14 maart 2012
Op mijn tweede dag in Manila heb ik me aardig verslapen. Op zich geen probleem, aangezien ik niet ontzettend veel meer van plan was te gaan doen. Het meeste had ik immers gisteren al gezien. Met de bovengrondse, waarvan ik me afvraag op welk moment van de dag de treinen niet bomvol mensen staan, ben ik naar Chinatown afgereisd. Ik was blij dat juist net tijdens dat ritje een aardig buitje viel. In Chinatown was het -hoe kan het ook anders- behoorlijk druk. Soms vraag ik me echt af wat mensen hier de hele dag bezighoudt, of hoe men de dag doorkomt door de hele dag met een klein kraampje waardeloze spullen op straat te staan en er lui bij te hangen. Aan de rand van de wijk bevond zich de Santa Cruz Church, een grote kerk. Zeer opvallend was dat direct voor de deur zich een parkeerplaats c.q. basketbalveld met een beeld van Maria bevond. Ik liep de hoofdstraat van de wijk door, waar de bekende winkeltjes van elk Chinatown waar dan ook ter wereld aanwezig waren: medicijnwinkeltjes, juweliers, winkels met gouden katten en beelden van draken, en dumplingzaakjes. Aan het einde van de straat bevond zich ten slotte nog de Binondo Church, met daarvoor een pleintje met mannen die je een ritje in een paardenkar aanbieden. Voor wie dit bedoeld is, zou ik niet weten, aangezien ik de hele tijd geen enkele andere toerist ben tegengekomen.
Terug bij de metrostation heb ik een behoorlijke tour met de bovengrondse gemaakt, wat op zich een goed beeld gaf van de omvang van de stad. Ik ging helemaal naar het noorden en had zo uitkijk op vele eenvoudige wijken, met huizen met daken die bestonden uit ijzeren platen. Ook reden we langs de grote Chinese begraafplaats, met een hoop zeer grote graftombes. Bij het eindpunt dacht ik te kunnen overstappen op een andere lijn (de kaart van de Lonely Planet leek dit te suggereren; lijnnetkaarten op metrostations ontbreken), maar dit was niet het geval. Ik keek zodoende eventjes rond bij Monumento (genoemd vanwege een rotonde met een monument), om vervolgens een stuk terug te reizen en halverwege over te stappen op een nieuwe lijn. Het was te merken dat deze nieuwer was, aangezien de stations een stuk mooier waren. Met de bovengrondse reed ik ditmaal helemaal naar het oosten, waarbij het me opviel dat 99% van de mensen in de trein onder de 30 jaar was (de gemiddelde leeftijd van de Filippino's is ook niet bar hoog), en Engels hier misschien nog wel een grotere taal is dan het lokale Tagolog, omdat krantjes en advertenties vaak in het Engels gedrukt zijn.
Het is en blijft frappant om te zien hoe armoedig sommige mensen hier zijn, hoeveel doodeenvoudige marktkraampjes overal staan, maar verspreid door de stad toch ook een groot aantal luxe winkelcentra te vinden is. Zo ook in het oosten van Manila, waar een hele wijk bijna gedomineerd wordt door de SM Mall (Shopping Mall Mall?), opnieuw een monsterlijk groot winkelcentrum met honderden winkels en restaurants van zo'n beetje elke keten die je kunt bedenken. Dineren was hier daarom geen enkel probleem, net als het surfen op internet dankzij een gratis wifi-verbinding. Hier kwam helaas ook een treurige kant van het land naar boven. Naast me zaten namelijk een oudere Zwitserse man en een jongere Filipijnse vrouw. De man beloofde de vrouw van alles, zoals ziekenhuiskosten, verzekeringen en een verblijf bij hem. Hij zag het al helemaal voor zich. In ruil daarvoor zou zij leren autorijden, zodat zij hem als chauffeuse kon rondrijden, zij voor hem kon koken en nog wel meer. Het was me niet duidelijk hoe de vrouw hierop reageerde, aangezien ze niet heel veel wist te zeggen. Het is helaas een vreemde manier van uitbuiting, als je het zo kunt noemen. In de avond verliet ik het fijn van airco voorziene gebouw en ging ik weer terug naar m'n kamer, onderweg nog wel lopend langs een avondmarkt met kraampjes met sieraden, illegale dvd's en telefoonbatterijen.
Tip van de dag: als je kunt kiezen tussen een Banana, Mango, of Seasonal Fruit Shake, doe dan geen moeite om de laatste te kiezen; je krijgt dan de vraag of je banaan of mango wilt.
Azië 2.0
Azië is een geweldige plek om te reizen en te verblijven. Met pijn in m'n hart heb ik het moeten verlaten. De vele geweldige ontmoetingen met de lokale bevolking en alle andere reizigers zal ik ook enorm gaan missen. Ik heb er ondertussen vele nieuwe vrienden bij! Je leert op deze manier zoveel over andere culturen en dus niet alleen van de bezochte landen. Ik zal in de (hopelijk nabije) toekomst dan ook zeker terugkeren om de resterende landen te gaan zien. Indonesië, de Filipijnen, India, Nepal, Myanmar, Taiwan, Zuid-Korea en Japan: het zouden zomaar weleens plekken kunnen zijn die ik volgende keer toevoeg aan het lijstje waar nu Maleisië, Borneo en Singapore nog op staan.
- Een barbecue met 100 Chinese meiden, april 2010
Ondertussen zijn we bijna twee jaar verder. In de tussentijd is er genoeg gebeurd: ik heb aan een tweetal grootse projecten op de TU Delft gewerkt en ben wat reizen betreft in de VS, Kenia, Tanzania en Rusland geweest. Dit jaar is het weer tijd voor iets anders. Na een redelijk abrupt einde van mijn reis door Zuidoost-Azië in 2009 en 2010, en met het vooruitzicht om dit najaar ofwel PhD te gaan doen, dan wel een vaste baan te gaan zoeken, heb ik besloten om tot die tijd mijn geweldige reis van toen te vervolgen. Het blijft echter niet bij vervolgen, aangezien ik vanaf 11 maart in 199 dagen meer plekken zal gaan bezoeken dan ‘slechts' Maleisië, Borneo en Singapore. Het is tijd om terug te keren naar het prachtige Azië en opnieuw bijzondere avonturen te beleven!
Vanwege de andere seizoenen en de bijbehorende weersomstandigheden zal ik niet beginnen waar ik de vorige keer geëindigd ben, in Kuala Lumpur. In plaats daarvan zal ik het volgende gaan doen. Ik zal beginnen in de Filipijnen -een land bestaande uit meer dan 7000 eilanden- en daar op enkele prachtige tropische stranden (en de rijke wateren ernaast) een rustige start maken van alles wat er daarna nog komen gaat. Met het vliegtuig zal ik vervolgens naar Japan gaan, het land van de rijzende zon. Hier zal ik proberen de enorme taalbarrière te weerstaan, ondertussen genietend van heerlijke sushi, megagrote steden en beeldschone tempels. Met een ferry vaar ik door naar Zuid-Korea, een land waar het strenge regime van het noorden ongetwijfeld voelbaar zal zijn, en waar een oude bekende me een paar plekken zal laten zien waar de doorsnee toerist nooit naartoe zou gaan. Op Java in Indonesië zal ik op zoek gaan naar m'n roots, kennis maken met familieleden die me slechts als baby kennen, en uiteraard genieten van wat dit prachtige land nog meer te bieden heeft. De reis vervolgt naar het eindpunt van de vorige keer, om ditmaal ook de rest van Maleisië te kunnen bekijken, zoals historische steden, woeste jungles en tropische eilanden. De echte jungle-ervaring zal echter hierna volgen, als ik Maleisisch Borneo bezoek met zijn orang-oetans, dichte oerwouden en reusachtige grotten. Bijkomen kan ik vervolgens in Singapore, een moderne metropool waar ik kan proeven van een echte Singapore sling. Ten slotte zal ik terugkeren naar Indonesië, om op Bali en Lombok te midden van mooie stranden, rijstterrassen en tempels terug te kijken naar enkele hopelijk geweldige maanden.
Als ik mijn beide reizen door Azië achter elkaar zou zetten, kom ik uit op een trip van bijna een jaar, met een ongelofelijk aantal landen, plaatsen en bezienswaardigheden, veel bijzondere gebeurtenissen en een enorme gastvrijheid van de plaatselijke bevolking. Als dank hiervoor wil ik graag iets terugdoen; niet alleen maar zelf rondreizen en genieten, maar ook een steentje bijdragen aan de mensen die dit -weliswaar indirect- mogelijk hebben gemaakt. Als ultieme afsluiting van mijn reis zal ik daarom afreizen naar Nepal, het armste land van Azië, en daar m'n handen uit de mouwen steken. Een viertal weken zal ik voor Activity Internationalvrijwilligerswerk gaan doen door op ofwel een school, dan wel een weeshuis, Engelse les te geven aan jonge kinderen en docenten. Hiermee hoop ik hen een betere toekomst te kunnen geven, zodat ze later net zo kunnen genieten van het leven als ik dat heb kunnen (en zal blijven) doen!
Omdat de landen die ik ditmaal wil gaan bezoeken niet direct naast elkaar liggen, het vrijwilligerswerk vaste startdata heeft, en ik op sommige plekken zit ten tijde van het hoogseizoen, heb ik mijn planning van tevoren al vastgelegd. Voorafgaand aan de reis heb ik alle vliegtickets al geboekt, de te bezoeken plaatsen bepaald en op diverse plekken accommodatie geregeld. Dit heeft uiteraard zijn voor- en nadelen. Alhoewel ik tijdens mijn reis minder speling zal hebben qua reisduur op bepaalde plekken, scheelt het me veel zoekwerk naar interessante bestemmingen en goede verblijfplaatsen. Dit gaat via de computer met internet thuis toch net wat handiger. De reis die ik nu voor ogen heb, is mooi, afwisselend en bijzonder; ik kijk er daarom ook heel erg naar uit om aanstaande zondag te mogen vertrekken.
Het is niet mijn eerste reis, vandaar dat het relatief eenvoudig was om al mijn benodigde bagage bij elkaar te rapen. Het kopen van nieuwe spullen was niet nodig. Wel heb ik ditmaal een netbook bij me, zodat ik tijdens de reis mijn foto's al kan bekijken en uitzoeken. Terugdenkend aan het enorme aantal foto's waar ik de vorige keer mee thuiskwam (ongeveer evenveel als het aantal Filipijnse eilanden), is dit echt geen overbodige luxe! Tevens zorgt de netbook ervoor dat ik tussentijds mijn reisverhaal makkelijker en sneller kan uittypen dan via het toetsenbordje van mijn smartphone! Dit betekent ook dat ik dit reisverslag eenvoudiger zal kunnen bijhouden als ik over draadloos internet beschik! De komende maanden zullen hier dan ook regelmatig updates gaan volgen over mijn belevenissen!
Tot de volgende keer vanaf de Filipijnen!
11/03 - 06/04: Filipijnen
06/04 - 13/05: Japan
13/05 - 29/05: Zuid-Korea
29/05 - 18/06: Indonesië - Java
18/06 - 10/07: Maleisië
10/07 - 31/07: Maleisisch Borneo
31/07 - 06/08: Singapore
06/08 - 26/08: Indonesië - Bali & Lombok
27/08 - 25/09: Nepal
P.S. Ditmaal zal ik op deze ReisMee-site geen foto's plaatsen. In plaats daarvan zullen deze te vinden zijn viade Links-sectiein de rechterkolom van deze site. In deze kolom is het overigens ook mogelijk om je aan te melden voor de mailinglist, zodat er bij ieder nieuw geplaatst verhaal een mailtje naar je verstuurd zal worden.
Moskou
Klik hier om het eerste deel van het verslag te lezen.
Dag 5: Oudejaarsdag in Moskou
Zaterdag 31 december 2011
Tjoek-tjoek! De trein heeft rustig richting Moskou gereden, waardoor het slapen zeker niet onprettig was. Tegen half acht werden we gewekt door de omroeper, waarna we een kopje koffie kregen en onze spullen konden pakken. Toen we naar buiten keken, zagen we een gedeeltelijk wit landschap voorbij trekken. Om 7.55 uur arriveerde onze rode trein in het station van Moskou. We stapten de trein uit, liepen het station uit en keken om ons heen naar het helaas niet-zo-witte landschap in de stad. Ja, er lag op diverse plekken ijs, langs de wegen af en toe wat hoopjes samengeperste sneeuw, maar het was niet zo wit als we gehoopt hadden. Sterker nog, op internet las ik dat december 2011 in Moskou de boeken in zou gaan als de warmste sinds metingen begonnen zijn en ze dinsdag met +3,3 graden de warmste 3 januari ooit zullen hebben. Bij het metrostation, dat er nu al mooier uitzag dan die in Sint-Petersburg, kochten we een 10-rittenkaart, aangezien de stad groot is, er veel metrolijnen zijn en we die vast nodig zullen hebben. We gingen naar de dichtstbijzijnde halte voor onze verblijfplaats voor de komende 3 nachten, en vonden deze na een stukje lopen. Het Godzillas Hostel zag er goed uit, maar helaas was onze kamer nog niet vrij. We hebben even in de lounge gezeten, alvorens een begin te maken aan een verkenning van de stad.
Ons hostel ligt redelijk noordelijk en zodoende liepen we zuidwaarts richting het overbekende Rode Plein. Onderweg hing er een apart sfeertje buiten: echt heel druk was het niet, maar wel waren op diverse plekken al agenten aanwezig. Kleine winkelstraatjes waren rustig, maar winkels waren wel open. Blijkbaar lagen de meesten nog op één oor om zich voor te bereiden op een lange avond en nacht. Na enige tijd bereikten we een plein waar het al drukker was. Hier bevond zich een fontein met daarachter het grote Bolshoi-theater, waar op dat moment een meute mensen naar binnen liep, waarschijnlijk voor een middagvoorstelling in de prachtige zaal, zoals ik deze op foto's heb gezien, maar niet in werkelijkheid zal gaan aanschouwen. Op het plein stond ook een podium, waar vanavond ongetwijfeld optredens gehouden zullen worden. We liepen een stukje verder en kwamen tussen veel meer mensen terecht; we waren beland bij de poort van het Rode Plein! Op het plein zagen we vele toeristen, een grote omheining met in het midden een schaatsbaan, maar bovenal de rode muren van het Kremlin en iets verderop het prachtige bouwwerk dat de Sint-Basiliuskathedraal heet, met zijn vele gekleurde koepeltjes. We kwamen echter nog niet voor beide bezienswaardigheden, aangezien we die morgen nog konden doen en vandaag niet teveel wilden doen. Wel wilden we Lenins Mausoleum bezoeken, omdat deze alleen vandaag tussen 11.00 en 13.00 uur open zou zijn. Het gebouw stond op het plein, maar we moesten helemaal omlopen om achterin de rij plaats te nemen voor een controle. Daarnaast kon ik nog in een andere rij gaan staan om m'n rugtas af te geven, want camera's en telefoons mochten absoluut niet naar binnen. Langs de muren van het Kremlin liepen we richting de meest heilige plek van Rusland. We passeerden norse bewakers en gedenkstenen van andere belangrijke Russen, alvorens het mausoleum in te lopen. Hier binnen was een donkere kamer met in het midden een glazen vitrine met het gebalsemde lichaam van Lenin, van een afstandje gezien nog in 'goede' conditie. Stilstaan en langzaam lopen werd door bewakers bestraft met een fluitje, waardoor het geheel binnen 20 seconden voorbij was. Buiten passeerden we meer graven, waar die van Stalin de bekendste was. We lieten het plein voor wat het was en liepen door een parkje naast het Kremlin waar een vlam brandde en twee soldaten stijfstil (van de kou?) in een hokje stonden. Hier kon ik tevens foto's maken van een parkje met enige sneeuw.
We liepen naar het westen, onder andere langs een bordje die aangaf dat er een autodouche was, en kwamen uit bij Arbat, de meest toeristische straat van de stad. Ontzettend druk was het nu niet, maar toch waren alle souvenirwinkels open, stonden er (portret)schilders, liep er een Hare Krishna-groep rond en probeerde een enkeling geld te verdienen met muziek. We namen een lekkere lunch, kochten een souvenirtje, kochten, schreven en verstuurden ansichtkaarten en keken nog wat meer rond. Aan het einde van de straat namen we vanuit een mooi station, met onder meer communistische symbolen, de metro naar het hostel. Hier checkten we eindelijk in en kregen we een grote kamer waar we een hele tijd hebben uitgerust.
Tegen zevenen zijn we vertrokken, om eerst te eten bij een Chinees restaurant dat we in de ochtend waren tegengekomen. Tijdens het eten was het personeel druk bezig om een tv met speakers aan te sluiten, voor ons om onbekende redenen. Wel hoorden we zodoende een unieke mix van twee soorten muziek: zowel Chinese muziek van het restaurant, als Russische muziek van de (oudejaars?)shows op tv. Na achten verlieten we het restaurant, op zoek naar een mooie stek op het Rode Plein om oud en nieuw te vieren. Dit zou dè plek moeten zijn in de stad. Al vrij snel stuitten we tegen hekken op met veel politieagenten die vele straten blokkeerden. Het leek alsof mensen bepaalde kanten op werden geleid. Grote groepen mensen liepen heen en weer. We wisten niet precies waar een doorgang zou zijn, dus liepen we min of meer in de juiste richting. Grote bussen met agenten kwamen voorbij rijden, sneeuwschuivers stonden klaar om ofwel de voorspelde sneeuw vannacht op te ruimen, dan wel nu de wegen te blokkeren. Op een zeker moment bereikten we een groepje mensen voor hekken met politie, die sommige mensen doorlieten, maar anderen, waaronder een paar jongeren met alcohol, niet. Wij werden al snel aangezien voor onschuldige en onwetende toeristen en mochten doorlopen. Dit bleek pas de eerste fase te zijn. Iets verderop was een tweede controle, waarbij we onze paspoorten moesten tonen. Weer verderop was nog eens een bodyscanner en tassencontrole. Alle andere toegangswegen die we zagen waren helemaal gebarricadeerd met hekken en agenten. Maar uiteindelijk waren we wel op het Rode Plein beland! Hier keken we onze ogen uit, aangezien er hier een ontelbare hoeveelheid agenten in rijen stonden opgesteld en er nog veel en veel meer los verspreid stonden op het grote plein. Alle gebouwen waren prachtig verlicht en enkele felle lampen beschenen het plein. Langzaamaan werd het voller, maar niet stampvol. Schijnbaar wilden ze de drukte beperken. We liepen rond over het plein en maakten vele foto's. Ook bekeken we de kathedraal van dichtbij, die er met al dat licht schitterend uitzag. De sfeer op het plein was gezellig, maar tot onze teleurstelling was er bar weinig te doen. Op een klein beetje muziek bij de ijsbaan na, was er geen muziek. Er waren ook helemaal geen eet- en drinktenten en toiletten. Het was dus eigenlijk een beetje uitzitten. Toch voelde het bijzonder tussen al die mensen en agenten op deze plek en keken we uit naar het 7 minuten durende vuurwerk om 0.00 uur. Naarmate dit tijdstip naderde werd het drukker en de sfeer onder de mensen steeds gezelliger; sommigen begonnen te zingen, anderen te dansen, Kerstmannen liepen in het rond en een enkeling zwaaide met een Russische vlag. Af en toe ging er een lampion de lucht in. De laatste minuten keek iedereen met spanning naar de grote klok van het Kremlin, de laatste seconden van 2011 tikten voorbij. De eerste sneeuwvlokjes, alhoewel minuscuul klein, kwamen langzaamaan naar beneden dwarrelen. En toen luidde de klok het nieuwe jaar in.
Dag 6: De eerste sneeuw van het jaar
Zondag 1 januari 2012
De hele menigte op het Rode Plein barstte in een luid gejuich en gejoel uit. Hier en daar werden partypoppers opengedraaid, maar bovenal begon achter en boven de kathedraal een vuurwerkshow. Gekleurde bollen verlichtten de lucht. Alhoewel deze show niet zo spectaculair was als ik had gehoopt (waarschijnlijk was ik gewend aan de vele shows in Scheveningen), was het een prachtig gezicht. Na een minuut of zeven was het voorbij, waarna iedereen aanstalten maakte om het plein te verlaten. Er was immers niets anders te doen hier. De politie zorgde er arm-in-arm voor dat niet iedereen tegelijk weg kon lopen, om zo de drukte in de paar straatjes rond het plein te verspreiden. We volgden de menigte naar de grote straten, waar het af en toe nogal dringen en proppen was vanwege afzettingen. Na enig gedoe stonden we echter vlakbij een podium waar artiesten moderne Russische liedjes zongen. Er kwamen leuke en vrolijke nummers voorbij en de menigte zong en danste gezellig mee. De kleine sneeuwvlokjes kwamen harder naar beneden vallen. Bij een ander podium keken we nog even naar muziek, en genoten we van de drukte om ons heen. Iedereen had het naar z'n zin. Uiteindelijk werden we erg moe en kwamen we niet veel nieuws meer tegen, zodat we rustig terug zijn gegaan naar het hostel. Daar kregen we mooi de gelegenheid om de mensen thuis nog even een gelukkig nieuwjaar te wensen, alvorens heerlijk in slaap te vallen na een lange, maar leuke oudejaarsdag.
De wekker ging vanochtend later dan de afgelopen dagen, maar nog steeds veel te vroeg. Nadat ik na negenen toch eindelijk opstond en naar buiten keek, verscheen er een glimlach op m'n gezicht. Het typische beeld van Rusland in de winter bevond zich achter het raam: een besneeuwd landschap (een straat met een huis, boompje en auto weliswaar) en sneeuwvlokjes die naar beneden dwarrelden! We waren vandaag van plan het Kremlin te bezoeken, dus een wandeling door de sneeuw zat er zeker in. We liepen naar buiten (waar het al licht was, aangezien we nu een stuk oostelijker in dezelfde tijdzone zitten) en merkten dat het op straat ontzettend rustig was. De enige personen die we tegenkwamen, waren alle mensen die waren opgetrommeld om de sneeuw van de wegen weg te vegen. En dat werd zeer actief gedaan met sneeuwscheppen en sneeuwschuivers die de straten en stoepen aan het boenen waren. Zeer efficiënt en effectief, en zeer nodig in dit land, ook al is de winter dit keer erg laat begonnen. We gingen op zoek naar een plek om te ontbijten, maar werkelijk alles was gesloten. We teerden daarom dan maar op de cakejes die we nog hadden. Toen we aankwamen bij het Rode Plein, merkten we dat we niet de enige waren. Alhoewel er nauwelijks Russen op de been waren, stikte het hier van de toeristen die ook van het winterse landschap wilden genieten en zoveel mogelijk uit hun dag probeerden te slepen. Het plein was helemaal wit (weliswaar al aangestampt en daardoor behoorlijk glibberig), net als alle gebouwen eromheen. De basiliek zag er hierdoor magisch uit, met een dun laagje sneeuw op de gekleurde bollen. We liepen naar het hek omdat we hoopten dat we erin zouden kunnen, maar helaas was ook deze gesloten.
Nadat we nog even hadden rondgekeken, liepen we door het parkje voor het Kremlin, uiteraard vol sneeuw, naar de kassa om kaartjes te kopen voor zowel de Armoury als de kathedralen. Hoewel ik m'n tas moest afgeven bij een loketje, mocht m'n fotocamera mee. Bij een ingang aan de zijkant konden we de Armoury betreden, het oudste museum van het land met de mooiste en duurste pronkstukken van de tsaarfamilies. In negen verschillende zalen bevonden zich vele vitrines met een ongelooflijke hoeveelheid aan kostbaarheden. Zo lagen er schalen, kopjes, borden, bestek, juwelen en vazen, allemaal in goud, allerlei zilveren en gouden geschenken van buitenlandse gasten, met mooie steentjes ingelegde paaseieren, vele harnassen en een legio aan wapens, zwaarden en pistolen (zelfs die schitterend versierd), meer koetsen dan onze koninklijke familie bezit en fluweelmooie mantels en jurken. Het was allemaal prachtig om te zien en maakte erg veel indruk. Buiten nuttigden we een snelle lunch, om vervolgens het Kremlin dan echt te betreden. Via een brug kwamen we bij één van de vele poorten, waarna we terechtkwamen op de straten van de meest belangrijke plek van het land, alhoewel deze vroeger belangrijker was dan nu. De straten waren ruim en hier en daar stonden gebouwen en bomen. Kanonnen sierden een zijkant. Het paleis stond helaas in de stijgers, in tegenstelling tot een viertal witte kerken met gouden bollen, allen opgesteld rond een pleintje met in het midden een grote kerstboom. We betraden ze één voor één en bekeken bij ieder de rijkelijk versierde wanden, plafonds, sarcofagen en andere attributen. Daarnaast bevonden zich op het Kremlin nog een enorm kanon en 's werelds grootste bel, die ironisch genoeg nog nooit geluid heeft en nu -gebroken, omdat hij te zwaar bleek om te blijven hangen- op de grond staat. Heel veel meer was er hier echter niet te zien. Ondanks dat het lijkt alsof we niet heel veel gedaan hebben, was het toch al het einde van de middag en waren we behoorlijk moe.
Over enkele gladde paden, tussen door kinderen gemaakte sneeuwpoppen, liepen we terug naar het Rode Plein, waar het nu, net als gisteravond, stampvol stond. Hier dachten we nog een groot winkelcentrum in te kunnen, maar uiteraard was ook deze gesloten. We gingen daarom een restaurant binnen om eerst wat te drinken, om daarna lekker te eten. Uiteindelijk zijn we terug naar het hostel gelopen (en geglibberd), waar we op zich redelijk vroeg aankwamen. De rest van de avond hebben we niet veel bijzonders meer gedaan en zijn we op tijd gaan slapen. Die slaap hadden we immers wel nodig na twee korte nachten!
Dag 7: Kriskras door de stad
Maandag 2 januari 2012
Afgelopen nacht heeft het niet meer gesneeuwd, maar wel gevroren, waardoor de overgebleven sneeuw buiten nog steeds aanwezig was en de ongeveegde stoepen spekglad waren. Lopen ging op vele plekken daarom soms behoorlijk moeizaam, maar liep altijd goed af. Na een ontbijtje in een patisserie gleden we naar het Rode Plein, waar in een mooi rood gebouw zich het State History Museum bevond. We betraden dit oudste museum van het land, waar je in 39 zalen kennismaakte met alle geschiedenis van het land, van de steentijd tot de 20e eeuw. Het recente oorlogsverleden zat er dus niet bij, en zullen we ook niet meer te zien krijgen, omdat het Sovjetmuseum helaas dicht is vandaag. Dit museum was echter ook zeer de moeite waard en bevatte onder meer stenen, boeken, kostuums, sieraden, munten, zegels, iconen, gebruiksvoorwerpen, schilderijen, wapens en mooie muurschilderingen. Na het museum liepen we een rondje door GUM, een winkelcentrum met allemaal luxe en dure winkeltjes, gelegen aan het plein. Interessanter was echter de Sint-Basiliuskathedraal, welke we daarna een bezoekje brachten. Deze was van binnen echter totaal anders dan we verwacht hadden. In tegenstelling tot één grote versierde ruimte binnenin, liepen we door smalle stenen gangetjes die hier en daar naar kleine ruimtes leidden. Hierin waren achter glas iconen te zien en enkele andere kerkelijke attributen. Via een verstopte wenteltrap kon je een verdieping hoger komen, waar zich centraal een niet al te grote, maar wel erg hoge, stenen ruimte bevond: de centrale toren van de kathedraal. In de ruimte stond slechts een altaar. Om de toren waren slingerend andere gangen en nisjes te vinden, met kleine ruimtes die vele iconen bevatten. Deze ruimtes waren tevens de binnenkanten van de overige torens met de bollen; de meeste hiervan waren echter ontzettend kaal (wit), een schril contrast met de gekleurde buitenkant. Desondanks was het een unieke ervaring.
We verlieten het Rode Plein en liepen een stuk langs de rivier die door Moskou loopt. Ook lopend langs de muren van het Kremlin en een drukke weg gingen we westwaarts, waar we uitkwamen bij de laatste kerk die we zouden bezoeken: de grote Church of Christ the Saviour. Het was een grote witte kerk met gouden bollen, had een lange rij om naar binnen te mogen, maar was voor de verandering wel gratis, omdat deze nog in gebruik was. Van binnen merkten we dit direct: in deze enorme ruimte, opnieuw versierd met allerlei afbeeldingen, krioelde het van de mensen. Dit waren zowel nieuwsgierige toeristen als gelovigen, die waren gekomen om kaarsjes aan te steken (welke als ze al half afgebrand waren door een zuster werden verwijderd), kruisjes te slaan en afbeeldingen te kussen. Onder de kerk bevonden zich ook nog enkele ruimtes. Na dit bezoek liepen we een brug over naar een niet heel bijzonder eilandje in de rivier, waarna een andere brug ons naar de andere kant van de stad bracht. Hier liepen we verder langs het water en passeerden we een immens groot beeld van Peter de Grote op een zeilschip op een sokkel. Bij een klein parkje bekeken we vervolgens enkele sculpturen.
Verderop kwamen we terecht bij het grote en populaire Gorky Park, een stadspark dat op een dag als vandaag, in de kerstvakantie met sneeuw, ontzettend in trek was bij het volk. Een andere reden waren de diverse winterse activiteiten, die honderden mensen in warme kleding hadden getrokken. Op de gladde padden was het ideaal om te sleeën, kerstmuziek klonk overal, kraampjes verkochten hotdogs en warme dranken, sneeuwballen werden over en weer gegooid en een poppenkast was aanwezig. Daarnaast was er een vrij groot schaatsparcours uitgezet en stond een enorme rij van mensen te wachten om dit ijs met hun schaatsen te betreden. Alhoewel het park ook (standaard) een spaceshuttle bevatte, was een veld met sneeuwpoppen een absoluut hoogtepunt. In een rond gebied met een doorsnede van zo'n 30 meter stonden op z'n minst 150 levensgrote sneeuwpoppen, bijna allemaal voorzien van ogen, neus en mond. Het was een veld waar je doorheen kon lopen, waarna je omringd was door deze prachtige creaties, overduidelijk gemaakt door kunstenaars. Na het park liepen we een voetgangersbrug over, waarna we in een buitenwijkje van de stad terechtkwamen. Bij een theater met de Russische versie van de musical The Sound of Music namen we de metro terug naar het Rode Plein, om op zoek te gaan naar een plek om te eten. We kwamen uiteindelijk terecht in een restaurant waar we voor weinig geld voortreffelijk gegeten hebben. De bediening was echter niet zo oplettend, waardoor een stel zonder te betalen wegliep en tot vier keer toe mensen waren gaan zitten, geen kaart kregen en daardoor weer vertrokken!
Na dit diner hebben we nog een grote ronde door de stad gemaakt, en wel via het uitgebreide metronetwerk. De metro van Moskou is misschien wel het meest uitgespreide museum ter wereld en de mooiste metro ter wereld. Elk station ziet er prachtig uit. Ze zijn allemaal anders, maar toch allemaal ontzettend artistiek en vol met kunst. De Lonely Planet had een negental stations genoemd, welke we allemaal aandeden. We hoefden slechts één keer de metro te betreden, waarna we gewoon treinen in- en uit- konden stappen en de hallen konden bekijken. De ene hal had legerafbeeldingen van mozaïek op het plafond, de andere standbeelden van mensen met diverse beroepen, weer een andere prachtige schilderingen van het dagelijkse leven en nog een ander reliëfs. Zelfs glas-in-lood kwam voorbij. Het was een indrukwekkende trip kriskras onder de stad. Laat op de avond kwamen we na een lange en vermoeiende dag terug bij het hostel. Onze laatste dag zat erop. Morgen zullen we helaas alweer in het vliegtuig stappen op weg naar huis.
Dag 8: From Russia with Love
Dinsdag 3 januari 2012
Het was vandaag alweer de laatste dag van onze stedentrip. De tijd is ontzettend snel voorbij gegaan, maar we hebben toch een hele hoop gedaan. We liepen vanochtend na het uitchecken met alle bagage naar een tentje om te ontbijten, waarna we de metro namen naar het treinstation. Met de Aeroport Express trein reden we in 45 minuten naar het Domededovo vliegveld. Het was een luxe ritje, waarbij we door typisch Russische besneeuwde landschappen reden, en bomen, huizen en fabrieken aan ons voorbij zagen trekken. Na het inchecken hebben we een tijdje op het grote vliegveld rondgekeken (en ons verbaasd over de vele mensen die hun tassen volledig in plastic lieten wikkelen), alvorens door een zeer uitgebreide controle te stappen. Hier zaten we al om 13.00 uur, terwijl het vliegtuig pas om 15.15 uur zou vertrekken. Na een wachttijd bij de gate stapten we op het vliegtuig om in een kleine 3,5 naar Frankfurt te vliegen, waar we vanwege de stevige wind een schommelende landing maakten. Om 17.35 uur steeg het vliegtuig op naar Amsterdam en een uur later waren we weer terug in ons landje.
Onze stedentrip in Rusland zat erop. Het waren zes mooie dagen in Sint-Petersburg en Moskou. Beide waren leuke steden met prachtige bezienswaardigheden. Alhoewel we niet alles hebben kunnen doen hier, met name het aanschouwen van de meest recente geschiedenis, hebben we een zeer goed beeld gekregen van de steden. Een volledige indruk van Rusland hebben we uiteraard vanwege de grootte niet kunnen krijgen, maar tot dusver is het goed bevallen. Een goede reden om ooit wellicht nog eens terug te keren naar Moeder Rusland! Tot de volgende keer!
Sint-Petersburg
Dag 1: Naar Moeder Rusland
Dinsdag 27 december 2011
Om 6.00 uur reden we al weg van huis; het was tijd voor een onvergetelijke week naar Sint-Petersburg en Moskou! Binnen drie kwartier waren we op Schiphol aangekomen, waar we uiteraard veel te vroeg waren. Het wachten bij de gate kon beginnen. Eerst zouden we naar München vliegen, om van daaruit met een ander toestel door te vliegen naar Sint-Petersburg. Aangezien we maar een overstap van drie kwartier zouden hebben, waren we niet heel blij toen we zagen dat het vliegtuig voor de onze langer bij de gate bleef staan dan gepland. Met een kwartier vertraging vertrokken we om 9.00 uur alsnog, in een klein vliegtuig waarbij we voor de verandering eens onder de vleugel zaten. De vlucht van 75 minuten verliep prima en zelfs bij Lufthansa kregen we nog een broodje te eten. In München was het haasten om bij de gate te komen, maar zelfs na een lange rij bij de paspoortcontrole waren we op tijd. Om 11.05 uur stegen we op vanuit zonnig München, om 2,5 uur boven de wolken te vliegen. We kregen een prima maaltijd en ik doodde de tijd met het lezen van de Lonely Planet. Toen we in grauw en grijs Sint-Petersburg aankwamen, verbaasden we ons over het gegeven dat het 16.55 uur was, 3 uur later dan in Nederland, in plaats van 2 uur, zoals onze telefoons aangaven. Toen we het vliegtuig uitstapten, merkten we dat het met het weer wel meeviel; het was ongeveer 6 graden. Toch stond er buiten een politieagent met zo'n bekende ronde Russische warme muts. We waren in het grootste land ter wereld aangekomen!
In de aankomsthal was het een drukte van jewelste, omdat iedereen nog arrival en departure cards moest invullen en in de lange rijen van de douane moest plaatsnemen. Terwijl we wachtten, keken we naar advertenties met het Cyrillische schrift, wat even wennen was. De bagagehal was rommelig, maar al snel vonden we 1 van de 2 tassen. De tweede verscheen echter niet. Uiteraard moest het mij overkomen om m'n bagage kwijt te raken! Ik baalde en moest bij de Lost and Found uiteindelijk talloze papieren in viervoud invullen. Waarschijnlijk zou het met een volgende vlucht komen en morgen naar het hostel gebracht worden. Met een tas minder verlieten we het vliegveld en stapten we al vrij snel in een lokale bus naar de stad; de speciale Airport Express reed niet. De stadsbus was echter prima te doen voor 21 roebel (ongeveer 70 cent) en de kaartjesmevrouw wees ons de juiste halte voor een overstap naar de metro. Net als op de weg was het hier erg druk. De metro was makkelijk en snel en niet veel later waren we op onze bestemming. Via een drukke weg, vol met auto's, mensen en winkeltjes, liepen we naar het hostel, Babushka House, op de 3e verdieping in een zijsteegje. Hier werden we enthousiast onthaald door de receptionistes. Het zag er gezellig uit en de tweepersoonskamer leek ook van prima kwaliteit.
Door niet heel erg koud, maar wel winderig Sint-Petersburg liepen we rond over met kerstlichtjes versierde drukke straten, op zoek naar een plek om te eten. Er waren veel koffietenten, fastfoodrestaurants en sushirestaurants. Bij zo'n laatste namen we een lekker hapje eten. Zelfs om 22.30 uur, toen we terugliepen, was het nog druk. Omdat Sint-Petersburg Nederlandse architectuur als inspiratie had genomen bij de bouw, voelden we ons snel thuis, met statige en mooie gebouwen, zoals in de Haagse binnenstad, maar dan allemaal met teksten in het Russisch. Op onze erg warme kamer was het vervolgens tijd om uit te rusten na een lange dag.
Dag 2: Klassiek Sint-Petersburg
Woensdag 28 december 2011
De telefoonwekker ging tegen achten, waarna ik erachter kon komen hoe luxe de douches hier waren. Het gratis ontbijt dat we konden ophalen, stelde echter niet veel voor met een beetje brood, een kwarkje, heet water, theeblaadjes, maar geen zeefje. Tijdens dit ontbijt kregen we een telefoontje van de luchthaven: m'n tas was terecht en zou later vandaag gebracht worden! Er stond een mooie dag op het programma door het klassieke hart van Sint-Petersburg. Toen we rond 9.30 uur naar buiten liepen, was het nog hartstikke donker, iets dat nog zo'n 1,5 uur zou blijven! Het was koud, maar met een graad of 2 boven nul nog best uit te houden. Tussen de verlichtte gebouwen, de vele kerstlampjes en de paar kerstbomen, liepen we via Nevsky Prospekt, de hoofdweg van de stad, richting het Hermitage, één van 's werelds grootste en bekendste musea. Onderweg maakten we echter nog diverse uitstapjes die de wandelroute van de Lonely Planet aangaf. We zagen mooie klassieke gebouwen, veel mensen en vele auto's, alvorens we een parkje konden bekijken, een brug over het water en een theater. We kwamen uit bij de grote, met lampen beschenen Kazan-kathedraal, welke geïnspireerd was door de Sint-Pieter in Rome. Alhoewel hij een stuk kleiner was, waren de zuilen eromheen, geplaatst in een halve boog, typerend. Binnen zag het er ook mooi en ruim uit, en bleven we nog even kijken naar een mis. Langs een gracht liepen we richting een ander hoogtepunt van de stad: de Church of the Savior on Spilled Blood, een kerk welke zijn inspiratie had gehaald uit de Basiliuskathedraal in Moskou. Met bruinoranje zijden en bollen op de top in diverse kleurtjes, was dit een fascinerend, typisch Russisch pronkstuk. Op een tourbus met enkele Japanners na, viel het aantal toeristen mee, alhoewel dat ook kon komen omdat de kerk gesloten was.
Langs het kanaal, met ernaast het Nederlandse consulaat, en een paar straatjes, kwamen we bij de rivier die de stad doormidden breekt. Aan de overkant zagen we twee eilanden, met op één het fort dat we later nog zullen bezoeken. Aan onze kant bevond zich het Winterpaleis van de Russische tsaren, waarin nu een groot deel van het Hermitage gevestigd zit. Met veel tegenwind liepen we om dit grote, groen-witte, imposante gebouw heen, naar het grote paleisplein, bekend om Bloody Sunday en de Oktoberrevolutie. Hier bevond zich niet alleen een hoge zuil met een standbeeld van Alexander I, maar ook de ingang van het museum. We liepen hier rond 11.30 uur naar binnen en wisten ons hier maar liefst 4 uur te vermaken. Maar er was dan ook ontzettend veel te zien, wat nog mooi was ook! En dan mocht ik als 'student' (altijd handig om je pasje te bewaren!) nog gratis naar binnen. Over drie gigantische verdiepingen bevonden zich meer dan 300 ruimtes met uiteenlopende kunstwerken. Zonder in veel detail te treden, hier een losse opsomming: Griekse en Romeinse beelden, Egyptische kunst, enorm veel Nederlandse, Vlaamse, Franse, Spaanse en Italiaanse schilderijen, harnassen en wapens, Aziatische voorwerpen, enz. Al met al zeker een bezoek waard en een must-visit voor elke kunstliefhebber!
Vermoeid hebben we een drankje gedronken in een eetcafé, alvorens terug te keren naar het hostel. De bagage was helaas nog niet gearriveerd. Hier rustten we uit, om vervolgens via een alsmaar drukker wordende straat terug richting het Hermitage te gaan. We hadden namelijk kaartjes gekocht voor een voorstelling van de welbekende Notenkraker! Ballet is legendarisch in Rusland, dus wilden we deze kans niet laten schieten. Aangezien het statige Mariinsky Theater ontzettend duur was (meer dan €300), kozen we voor een voorstelling in het iets beter betaalbare Hermitage Theater. De twee uur durende show die we voorgeschoteld kregen was echter adembenemend mooi. De zaal was niet heel groot, waardoor we dichtbij het orkest en het podium zaten en alles erg goed konden zien. Met een man of 50 werden de drie aktes van het stuk prachtig uitgebeeld. De muziek was herkenbaar en groots, de kostuums waren mooi en de dans was zeer gevarieerd en van heel hoog niveau. Het stuk was speels en afwisselend en daardoor allesbehalve saai. Een echte aanrader! Met een grote glimlach verlieten we het theater, om bij een restaurantje eenvoudige beef stroganoff te bestellen, een typisch Russisch gerecht. Terug in het hostel kon ik terugkijken op een gave dag, en met het arriveren van m'n bagage ook vooruit kijken naar nog een paar prachtige dagen!
Dag 3: Een kijkje in het verleden
Donderdag 29 december 2011
De wekker, de douche en het ontbijt waren vandaag exact hetzelfde als gisteren, met als enige verschil dat er nu theezakjes lagen. Met warme kleding, warmer dan gisteren nu ik m'n tas weer had, liepen we naar buiten. De warme kleding, muts en handschoenen waren vandaag ook meer nodig dan gisteren. In tegenstelling tot een enigszins zonnige dag gisteren, was het vandaag een stuk frisser, bewolkter en natter. Echte regenbuien hebben we niet gehad, maar zo nu en dan voelden we wat druppels. Sneeuw hebben we helemaal niet gezien; ongewoon voor de tijd van het jaar, zegt de receptioniste. Laten we hopen dat de weerberichten kloppen en het in Moskou wel sneeuwt. Door het donker liepen we over Nevsky Prospekt naar het Russiche museum, waar een standbeeld voor stond. Het museum, met Russische kunst, sloegen we over, en we liepen verder langs een paleis, de Mars Fields en de Summer Garden, naar de rivier. Hier bevond zich een brug naar een ander eiland van de stad, met daaraan grenzend het Peter & Paul Fortress. We zagen deze vanaf de brug al van een afstandje, met een paar torens die boven de muur uitstaken. In het fort kochten we een combi-ticket voor diverse bezienswaardigheden. Een grote kathedraal lag centraal in het fort, met binnenin allemaal graftombes van belangrijke personen uit de geschiedenis van de stad, waaronder Peter de Grote. Verdere aankleding van binnen was te vinden in de vorm van een steiger (voor restauratiedoeleinden) en enkele kunstpalmbomen. In het fort bezochten we ook de gevangenis, waar we over twee verdiepingen in de grote, maar erg kale cellen mochten kijken en leerden over het 'leven' hier. Daarnaast beschikte het fort over een groot museum over de geschiedenis van de stad; over de bouw, het transport, de levensstijl en veel meer dan we in eerste instantie hadden verwacht. Interessant was het echter wel. Het was al over lunchtijd en namen in het café iets te eten en drinken. Het raketmuseum daarnaast was ook inbegrepen in ons kaartje, maar maakte helaas niet echt veel indruk. We verlieten het fort en liepen naar de overkant, waar zich het Artillery Museum bevond, een groot museum over het oorlogsverleden van het land. Tot onze grote teleurstelling was deze vandaag en de rest van de week gesloten; de voorkant en de tuin zagen er met een paar dozijn tanks, luchtafweergeschut en andere legervoertuigen namelijk zeer indrukwekkend uit. Genoodzaakt liepen we verder langs het water, met een ouderwets schip dat nu van binnen was omgebouwd tot een fitnessruimte en restaurant!
We liepen een brug over naar een ander eiland, waarvandaan we een mooi uitzicht hadden over de rivier met aan de overkant het Winterpaleis en de Admirality. Een bruidspaar vond het hier ook fotogeniek en poseerde netjes voor de camera (van hun gezelschap). Via een brug kwamen we weer aan 'onze' kant van de rivier terecht en liepen we naar het bekendste standbeeld van de stad: The Bronzen Horseman, een beeld van Peter de Grote op een paard op een rots. Een paar meter verder bevond zich de grote St. Isaac-kathedraal, met een hoge en grote gouden koepel die je op vele plekken in de stad kunt zien. Het was nu een museum en eenmaal binnen snap je waarom: het zag er prachtig uit omdat alles versierd was. Het plafond stond helemaal vol met afbeeldingen, op alle randen stonden gouden beelden en zelfs daar weer onder waren schilderingen te vinden. Je keek je ogen uit. Nadat we dit volop hadden gedaan, liepen we langs een standbeeld en een kanaal verder. We kwamen uit bij het welbekende Mariinsky Theater, in de kleuren groen en wit. Een voorstelling daar zat er voor ons echter niet in, en we liepen iets verder naar de nog imposantere St. Nicholas-kathedraal. Van buiten dan, aangezien deze mooie koepeltjes had en -zeer apart- helderblauwe muren had. Van binnen was het niet zo heel bijzonder.
Het was al etenstijd en we stapten een restaurantje in voor een smakelijke maaltijd. We aten enigszins aan de vroege kant, aangezien we om 19.00 uur aanwezig moesten zijn in het Nikholaevsky Palace voor de voorstelling Feel Yourself Russian. Het paleis zag er mooi en statig uit en we werden op de grote rode trap ontvangen door een man en vrouw in traditionele kleding en een glaasje champagne. In de 2 uur die volgden werden we samen met nog zo'n 50 andere toeristen getrakteerd op een ontzettend vrolijke folkloreshow. Een team van zangers, dansers en muzikanten lieten ons allerlei verschillende dansen tonen, welke erg mooi, grappig en knap waren. Getalenteerde mensen waren het zeker. Er waren er vier mannen die luidkeels zongen (tot onze verrassing kwam de Russische versie van Ik Ben Vandaag Zo Vrolijk ook voorbij), vrouwen die rondzwierden, enkele komische acts en kozakken die aardig uit de voeten konden met hun benen. De diverse prachtige kostuums maakten het compleet. De show was overduidelijk opgezet voor toeristen, maar desondanks gaf het een zeer vermakelijke kijk op de Russische folklore. Met sjaal, muts en handschoenen liepen we halverwege de avond terug richting het hostel, wat nog een heel eind was. Bij Sennaya Square besloten we de metro te nemen, maar niet voordat we bij dit levendige stukje stad een kijkje hadden genomen. Er waren hier eettentjes, marktkraampjes met allerlei prullaria, kerstbomenverkopers (nog steeds na Kerst, en zelfs met vele kopers) en een modern winkelcentrum met verschillende verdiepingen met allerlei soorten winkels en een bioscoop. De metro bracht ons terug in de buurt van het hostel, waar we uitrustten op de kamer en voor de laatste keer in Sint-Petersburg gingen slapen.
Dag 4: Het grote paleis van Catherine
Vrijdag 30 december 2011
Na het standaardritueel in de ochtend checkten we uit bij het hostel, maar lieten we onze bagage nog achter, omdat we pas laat in de avond echt zouden vertrekken. Om 23.55 uur zouden we de slaaptrein nemen naar Moskou, maar voor het zover was, wilden we nog het een en ander doen. We legden enkele haltes af met de metro, waarna we op een plein terechtkwamen met allerlei minibusjes. We zijn degene ingestapt die naar Pushkin ging, een dorpje 27 km ten zuiden van de stad, waar zich het paleis bevond van Catherine. Het was een rit van 40 minuten door de buitenwijken van de stad en over de snelweg. Bij de toegangsweg van het paleis werden we begroet door een groepje muzikanten die kerstmuziek speelde. Om een of andere reden hoorden we ze even later ook het Wilhelmus spelen. Het blauw met witte paleis zag er erg groot, mooi en indrukwekkend uit. Nadat we kaartjes hadden gekocht en, met hoesjes om onze schoenen, de eerste van de vele zalen betraden, keken we onze ogen nog veel meer uit. Veel van de kamers waren prachtig versierd met een overvloed aan goud: gouden beeldjes, spiegels, lampen en andere versieringen. De kamers hadden uiteraard allemaal een ander doel; zo was er een grote slaapkamer, een eetzaal met sjieke tafels en stoelen, een studeerkamer met een antieke schrijftafel, maar ook een kamer met alleen maar schilderijen (terwijl er in andere kamers ook al genoeg van hingen) en een paar kamers geschilderd in andere kleuren dan goud. Eén kamer werd de Amber Room genoemd, vanwege alle stukjes amber aan de wanden. Een tijd liepen we door het paleis, waarna we in het café iets te eten en drinken namen, alvorens een klein rondje te lopen door de grote tuin, met nog een paar gebouwtjes, een meer en veel groen. Vanwege de winter waren vele bomen echter kaal, waardoor het niet zo groen zo zijn als in de zomer. De gehoopte sneeuw was er ook niet. We verlieten het paleisterrein en gingen op zoek naar de bus terug. Dit viel echter niet mee en een aardige tijd hebben we door het dorpje gedwaald op zoek naar de juiste bushalte. De mensen hier wezen ons ook steeds een andere kant op, terwijl ze vrolijk in het Russisch door bleven praten. Uiteindelijk wist een vrouw ons op een juiste bus te wijzen, welke op dat moment arriveerde. Deze ging inderdaad terug naar Sint-Petersburg. Hier namen we twee metro's naar een andere uithoek van de stad.
Na een stukje lopen, kwamen we bij een park aan met veel gras, kale bomen, gedeeltelijk bevroren vijvertjes en speeltoestellen. Nog een heel stuk verderop bevond zich hetgeen waarvoor we gekomen waren, de Smolny-kathedraal. Van buiten zag deze er opnieuw apart, maar wel erg mooi, uit. Toen we naar binnen wilden, hield een vrouwtje ons tegen, om in het Russisch te vertellen dat de stroom niet werkte en dat binnen alles donker was. Rondkijken was daarom niet mogelijk. Teleurgesteld liepen we het hele eind weer terug, door oude en vervallen woonwijken met gebarsten gebouwen en vieze auto's (alhoewel je hier geen enkele schone wagen ziet). Na een warm drankje in een cafeetje gingen we met de metro naar Nevsky Prospekt, en terug naar de Church of the Savior on Spilled Blood. Deze koepelkerk hadden we immers nog niet van binnen gezien. De keuze om deze op de valreep toch nog te bezoeken, was niet verkeerd, aangezien hij van binnen minstens zo speciaal was als de St Isaac. Alle muren waren versierd met afbeeldingen, net als de plafonds. Deze waren echter niet geschilderd, maar ingelegd met allemaal kleine gekleurde steentjes, wat alleen van dichtbij goed te zien was. Over de afbeeldingen op het hoge plafond ben ik dan ook niet zeker. Na de kerk doken we een souvenirwinkeltje in, waar we allebei het meest typische Russische souvenir kochten: een setje matroesjkapoppetjes! Bij een restaurant genoten we vervolgens van een heerlijke pizza, waarna we alvast naar het station liepen om onze gereserveerde treinkaartjes op te halen. Het was druk op het grote station en bij de vele loketten stonden ook lange rijen. Het duurde een eeuwigheid voordat we aan de beurt waren (ons geduld werd ernstig op de proef gesteld), omdat iedereen minstens 5 minuten bezig was bij het loket. Het vrouwtje keek eerst even verbaasd naar onze reservering, maar wist uiteindelijk toch tickets uit te printen. We liepen hierna terug naar het hostel, waar we nog een uurtje hebben uitgerust.
Met al onze bagage verlieten we Babushka House en gingen we opnieuw naar het station, waar om iets over elven de Red Arrow aan kwam rijden. Dit is een legendarische rode slaaptrein die al decennia lang dagelijks om 23.55 uur, onder begeleiding van het Russische volkslied, naar Moskou vertrekt en daar 8 uur later, 700 km verder, aankomt. De trein zag er met recht klassiek uit, maar wel erg mooi! Bij elke coupé stond een dame te wachten om mensen met tickets binnen te laten. We stapten coupé 2 binnen, liepen door de gang met sjieke geelrode gordijntjes en betraden onze slaapcabine met vier bedden en een tafeltje. Het leek allemaal sterk denken aan de treinen die ik in China had genomen. Precies op tijd vertrok de trein en langzaam verlieten we Sint-Petersburg. Na een lekker bakje thee was het tijd om te gaan slapen. Het eerste deel van deze reis was voorbij.
Nog 3 dagen: Sint-Petersburg & Moskou
Voor de tweede keer dit jaar heet ik je van harte welkom op mijn reisblog! Na een ontzettend avontuurlijke vakantie door Kenia en Tanzania afgelopen zomer, is het deze winter tijd voor iets totaal anders! Aangezien de voorspelde horrorwinter in Nederland zich op dit moment niet echt wil vertonen, heb ik besloten zelf de winterse sneeuw op te zoeken. Deze hoop ik over drie dagen, vanaf 27 december 2011, te vinden in de twee grootste steden van het grootste land ter wereld: Sint-Petersburg en Moskou in Rusland! Voor maar liefst acht dagen zal ik hier proberen de ijzige kou te weerstaan en te genieten van al het moois dat deze steden herbergen. De strenge Siberische vorst zal ik niet gaan meemaken, maar met temperaturen van ongeveer -10°C en kans op sneeuw, gaat er zeker lekkere warme kleding mee!
Dit keer zal ik niet alleen op het vliegtuig stappen; m'n moeder Ria heeft aangegeven deze twee wereldsteden ook graag eens te willen zien, dus ook zij zal gaan ervaren hoe oud en nieuw op het Rode Plein gevierd wordt. Er staat een vol programma op de boeg, waarbij we voor elke stad drie dagen de tijd zullen hebben. Na een vlucht op dinsdag, hebben we woensdag, donderdag en vrijdag de tijd om in Sint-Petersburg de wereldberoemde Hermitage te bezoeken, kennis te maken met het Russische verleden, prachtige paleizen te bewonderen en als klap op de vuurpijl een balletvoorstelling bij te wonen van de Notenkraker. Op vrijdagnacht zullen we de nachttrein nemen naar Moskou, waar we de volgende ochtend, op oudejaarsdag, zullen arriveren. Hopelijk zullen er die dagen, in tegenstelling tot enkele dagen van de afgelopen weken, geen grote demonstraties plaatsvinden naar aanleiding van de recente verkiezingen. Zodoende kunnen wij ongestoord het nieuwe jaar inluiden met een glaasje wodka (en nog meer vuurpijlen), de grootsheid van het Kremlin aanschouwen en meedoen met allerlei winterse activiteiten!
Op dinsdag 3 januari 2012 zullen we terugvliegen naar Nederland, waarbij we hopelijk op een mooie reis kunnen terugkijken. Maar eerst is het, na vele voorbereidingen betreffende alle boekingen, visa en het programma, tijd om in te pakken en te genieten van twee kerstdagen van ongeveer +10°C! Bij deze fijne feestdagen gewenst!
Tot de volgende keer, ofwel vanuit Rusland als ik over internet beschik, dan wel vanuit Nederland als we weer terug zijn!
Tanzania, deel 2
Dag 17: Kilimanjaro
Zondag 24 juli 2011
Na een prima nacht, een heerlijk warme douche (eindelijk!) en een ontbijt zat ik om 9.00 uur met Erwin bij de receptie, in spanning afwachtend op onze beklimming van de komende zes dagen en vijf nachten. Na meer dan een halfuur wachten (T.I.A) werden we door een busje opgehaald, waar maar liefst acht Tanzaniaanse personen in zaten die met ons mee zullen klimmen. Zo hebben we twee gidsen (allebei luisterend naar de naam Frank) en zes personen die niet alleen onze bagage zullen dragen, maar ook alle tenten, kookspullen en het eten. We reden naar de Machame-gate, het begin van de populaire Machame-route, ook wel whisky-route genoemd. Terwijl de dragers alvast op pad gingen, kon ik na enige moeite een warme jas huren en moesten we een ontzettend lange tijd wachten (tot over twaalven) om een permit rond te krijgen. Onze gekregen lunchbox ging daarom ook eerder open dan gepland. We kregen een pakje drinken (naast de liters water die we zelf hadden meegenomen), een banaantje, een grote pennywafel, een droge muffin, een gekookt eitje, een gebakken deeglapje met vlees en een grote koude kippenpoot. Allemaal energierijk en voedzaam. Onder begeleiding van de niet echte enthousiaste hulpgids begonnen we aan de eerste etappe. Deze liep door het regenwoud over een modderig pad door de bomen en struiken heen. Soms liep het pad schuin, op andere plekken waren 'traptreden' aangelegd van stukken hout tussen het zand. Stenen en rotsen staken ook vaak uit het zand. Gezien de natte grond was het her en der aardig glad, waardoor we voorzichtig moesten lopen. Rustig lopen moest sowieso, om gelijkmatig te stijgen en goed te acclimatiseren. Tijdens de 18 km die we moesten afleggen vandaag, zouden we van 1800 meter al naar 3000 meter stijgen. Het was daardoor dus een lange en vermoeiende klim, met soms erg steile stukken. Zo nu en dan vroeg ik me af waarom ik hiervoor gekozen had en nu niet in de bus richting een tropisch strand zat. Toch waren we niet de enige personen hier. Sterker nog: ik ben hier nu al meer mensen tegengekomen dan tijdens de afgelopen twee weken. Op het pad was het echt een drukte van jewelste, vooral vanwege alle dragers. Soms haal je hen in omdat ze uitrusten, maar nog vaker halen zij jou in vanwege hun hogere tempo. Allemaal droegen ze grote tassen op hun rug, met soms nog dozen eieren daar bovenop, en soms bovenop hun hoofd nog een grote zak met tenten en/of matjes. Makkelijk hadden ze het niet. Makkelijk hadden wij het echter ook niet, waardoor we zo nu en dan even uitrustten. Warm was het niet (vanwege de schaduw van de bomen en de vele wolken), maar echt koud was het ook weer niet. Eén of twee lagen kleding waren daarom genoeg voor ons. Van het lopen kregen we het sowieso al erg warm, waarbij het zweet vaak van ons lichaam gutste.
Na enkele uren kwamen we tegen 16.30 uur bij Machame Camp aan. De vegetatie was op deze hoogte anders dan beneden: minder grote bomen en meer uitzicht, alhoewel dat op zich nog wel meeviel. Het pad was gelukkig niet modderig meer. De camping lag zeer verspreid over allerlei platgemaakte half verscholen veldjes, waarop de tentjes stonden. Terwijl wij op een boomstronk bijkwamen van de tocht, werden onze tentjes voor onze neus opgezet: ze waren iets groter dan van de afgelopen twee weken, maar gemaakt van veel dunner, compacter en lichter materiaal. Terwijl de andere dragers de andere tentjes opzetten en aan het eten begonnen, moesten wij ons registreren. Ook hier bleek onze hulpgids niet echt spraakzaam en gezellig. Gelukkig kon ik het prima met Erwin vinden en zaten we even later in een tent te kletsen met een schaal popcorn voor ons. Tijdens het lopen komt het er daar namelijk niet echt van.
Na zevenen kwam een drager naar de tent met heet water, thee, koffie en een kaarsje. Tafels en stoeltjes waren er niet, dus moesten we in de tent eten. Dat eten werd iets later gebracht, nadat het hulpje ons borden had gegeven met bestek en daarbij netjes een servet had neergelegd. Het bleek ontzettend veel te zijn. Wel smaakte de soep met brood, gekookte aardappels, groenten en visfilet ons goed. Er was echter nog heel veel over, wat het hulpje later kwam ophalen om waarschijnlijk met de overige crew op te maken. Goed verzorgd werden we zeker wel, ook al is de gezelligheid met de crew ver te zoeken. De iets vrolijkere hoofdgids kwam ons vervolgens nog iets vertellen over morgen, waarna ik terugging naar mijn eigen tent. Het was al behoorlijk koud geworden, dus met thermokleding en een jas stond ik later bij de wc, een hokje met een diep gat erin, om even later met iets meer dan alleen een pyjama aan m'n lakenzak en slaapzak in te duiken om op een niet al te dik matje te gaan slapen.
Dag 18: Hoger en hoger
Maandag 25 juli 2011
Na een koude nacht op een hard matje was het om 7.00 uur tijd om op te staan. Onze persoonlijke slaven, uhm, assistenten, brachten een bakje warm water en zeep naar de tent, gevolgd door borden en bestek en een veel te grote bak rijstepap. Dit was uiteraard te veel voor ons, ook omdat we daarna nog brood, omelet en worstjes kregen. Hopelijk zouden zij de rest opeten, iets dat wij niet kunnen zien omdat ze nogal afgezonderd zitten. Het smaakte wel oké. Hierna hoefden we alleen onze eigen spullen op te ruimen. Het afbreken van de tent deden de dragers voor ons, terwijl wij al op pad gingen met vers afgekoeld gekookt water en een lunchpakket met brood met tomaat, een kippenbout met de nasmaak van de vis van gisteren, een te zacht gekookt ei, een droog cakeje, een pakje drinken en een minibanaantje. Om 8.30 uur vertrokken we voor een tocht van pakweg 11 km, waarbij we van 3000 meter naar ongeveer 3850 meter zouden stijgen. Het was een lange en zware tocht, welke tot 14.30 uur duurde. Het grootste deel tot de lunchpauze was een lange, steile klim omhoog waar geen einde aan leek te komen. Elke keer als je dacht dat je de top had bereikt, volgde er daarachter wel weer een nieuwe top. Het pad bestond uit zand en rotsen, waar we soms voorzichtig overheen moesten klauteren. Alleen op het pad waren we zeker niet, aangezien we continu in een file van andere klimmers liepen. Voor en achter ons bevond zich een enorme stoet van dragers en toeristen.
We liepen vandaag niet meer door de jungle, maar over een behoorlijk open en laag begroeid gebied. Kleine boompjes, struikjes en planten domineerden het uitzicht. Toen we opzij of achterom keken, zagen we waar we deze zware tocht voor maakten. Het uitzicht op de boomrijke omgeving onder ons was prachtig! De tocht was in dat opzicht vandaag zowel letterlijk als figuurlijk oogverblindend. Letterlijk, omdat we lange tijd recht tegen de zon in liepen en daardoor maar erg weinig zagen. Veel wolken waren er niet, dus kregen we het al snel warm. Ook vanwege de enkele lagen kleding die we aan hadden, die we droegen omdat er zo nu en dan een koel briesje stond. Op een open plek aten we onze lunch, waarbij enorme raven zich in de lucht mee lieten voeren door de wind, azend op het eten dat iedereen op de grond gooide of liet vallen. Hierna volgde een minder steil stuk omhoog (maar niet per se minder vermoeiend), waarna nog een korte afdaling volgde naar Shira Camp. Het stond hier op een grote vlakte vol van de tentjes die de dragers, die ons hadden ingehaald, al op hadden gezet. Hierboven was het een stuk frisser vanwege de behoorlijke wind op de klif. De tentjes trilden daarom ook behoorlijk heen en weer. Zeep en water werd voor ons neergezet om de handen mee te wassen, waarna we thee kregen en een schaal met lekkere warme pinda's. Tot etenstijd hebben we in de tent liggen relaxen. Met het vijfde boek van The Wheel of Time, waar ik aan het begin van de reis mee begonnen was, wist ik me weer prima te vermaken.
Om 18.00 uur kregen we voor ons tweeën een complete maaltijd waar vier personen van zouden kunnen eten. Na een hele tupperware bak met preisoep volgden vier pannenkoeken, een groot bord vol met rijst, boontjes en wortel en nog een bak met roerbakgroente en stukjes vlees, gevolgd door een schaaltje sinaasappels. Toen de gids zag wat we hadden laten staan, begon hij ons bijna schuldig te laten voelen voor het werk van de kok. We zouden goed en veel moeten eten! Ja, dat wisten we, maar dit was wel heel erg veel! Na een uitleg over de route van morgen, waarvoor we een kortere route verkozen boven een langere (er is ergens een splitsing, maar uiteindelijk zou je in hetzelfde kamp uitkomen), doken we al vrij vroeg onze tenten in, waar de kou en wind nog enigszins te verdragen waren.
Dag 19: Op en neer
Dinsdag 26 juli 2011
Net als gisteren stonden we om 7.00 uur op, waarna we warm water en een ontbijtje kregen, ditmaal aangevuld met meloen. Een zonnige dag was het vandaag allesbehalve. Laaghangende wolken en mist zorgden ervoor dat het behoorlijk koud was. Zo nu en dan haalde een fris windje de gevoelstemperatuur nog verder omlaag. Gewapend met warme kleding, water, eten en een wandelstok begonnen we aan een barre tocht van 11 km. Het volgende kamp, Barranco, lag 'slechts' op 3950 meter, maar we moesten veel meer dan 100 meter stijgen. Om dichter bij ons einddoel te komen, moesten we eerst een klim maken tot 4300 meter hoogte. Het was gelukkig geen hele steile klim, maar ging geleidelijk aan. Zo nu en dan hadden we door de wolken heen uitzicht over relatief kale hellingen. Struikjes waren hier nauwelijks meer te vinden en alleen enkele plukjes gras of bloemetjes sierden de verder rotsachtige en steenrijke grond. Vogeltjes waren er ook niet meer, maar wel zag ik een bruin muisje met zwarte strepen wegschieten tussen de rotsen. De enorme drukte van gisteren was er vandaag niet. Blijkbaar liep iedereen meer verspreid. Toch werden we vaak genoeg ingehaald door dragers op het relatief brede pad.
Net als gisteren liepen vandaag beide gidsen met ons mee, maar ook nu bleven ze redelijk sprakeloos. De hulpgids bleek daarnaast niet echt een gezellige gesprekspartner voor de hoofdgids te zijn, want telkens als deze lange verhalen aan hem vertelde (in het Swahili), was zijn reactie steevast 'hmmm'. We hebben enkele korte stops gemaakt, maar vanwege de kou was het niet erg comfortabel om lang stil te blijven zitten. Bovenaan konden we voor een langere en hogere omweg langs Lava Tower kiezen, of voor een kortere route. Deze laatste namen wij, waarbij we tijdens een gladde afdaling juist een mooi uitzicht op deze opvallende rots hadden. De meeste stenen en rotsen in de omgeving zagen er overigens zwart uit vanwege schimmel. Tijdens de afdaling kwamen we langs een stroompje water, dat afkomstig moest zijn van de smeltende sneeuw op de top. Nog een paar keer gingen we op en neer, waarna we een laatste afdaling maakten door een gebied met zeer bijzondere planten. Terwijl we aan onze linkerhand een pad enorm steil een berg op zagen gaan, liepen wij recht het Barranco Camp in. Het was pas tegen tweeën, dus hadden we na koekjes, popcorn en warme thee weer genoeg tijd om te relaxen. Terwijl er af en toe een druppeltje regen op de tent viel, las ik m'n boek.
Tegen zessen kregen we ons avondmaal van pompoensoep, pasta, groente, gehaktballen en meloen. Dit alles smaakte erg goed. Omdat er verder weer niet veel te doen viel (behalve moeizaam proberen te kletsen met de vriendelijke ‘ober'), poetste ik al snel m'n tanden boven een struikje op de rots hier, bracht ik een bezoekje aan een klein krot -gevestigd naast een afgrond- met een diep gat in de grond en dook ik vervolgens m'n warme slaapzak in. Hopelijk word ik komende nacht minder vaak wakker dan afgelopen nacht, iets dat kwam door de kou en de harde ondergrond. Het zal morgen weer een zware dag gaan worden, dus rust is wel nodig.
Dag 20: Tocht zonder einde
Woensdag 27 juli 2011
Vanochtend hadden we weer precies hetzelfde ochtendritueel als de voorgaande dagen. Na het ontbijt vertrokken we voor een tocht van zo'n 11 km. Het was minder bewolkt en fris dan gisteren, dus het beloofde een mooie dag te gaan worden. Eerst moesten we vanuit het kamp Breakfast Wall trotseren: dit was een zeker 300 meter hoge steile rots, welke ik gisteren al met argusogen had bekeken. Om hier bovenop te komen, hebben we behoorlijk veel over de rotsen moeten klimmen. Terwijl de afgrond aan onze rechterhand steeds dieper werd, hielden we ons vast aan de rotsen en stapten of klommen we naar het volgende uitsteeksel of bewandelbaar ‘pad'. Het was een zware en vermoeiende klim naar boven. Hierna volgde een relatief makkelijke afdaling door het rotsachtige landschap, gevolgd door een geleidelijke helling naar boven. Vanaf dat punt zagen we in de verte een kamp liggen. Om deze te bereiken moesten we echter eerst helemaal naar beneden, om daarna weer naar boven te klimmen. De weersomstandigheden waren helaas gedraaid, wat het stuk extra zwaar maakte. In plaats van een lekker zonnetje was het zachtjes gaan hagelen. De muts maakte plaats voor een capuchon. De conditie van het zanderige en steenachtige pad werd er hierdoor niet echt beter op, waardoor ik bekaf en, vanwege een klein ongelukje, met een gebroken stok de lunchplek bereikte.
Na een hapje eten liepen we door het kamp dat we gezien hadden, een kamp voor de mensen die een extra acclimatisatiedag hadden. Omdat mijn gehele route op het laatste moment was gewijzigd (ik kreeg de Machame-route in plaats van de kortere Marangu-route), had ik deze dag niet en moest ik nog een drietal zware uren verder klimmen. De berg die volgde was niet bepaald steil, maar toch gingen we hier maar moeizaam vooruit en leek er geen einde aan te komen. Stapje voor stapje sjokten we vooruit; vanwege de ijle lucht was je na elke stap buiten adem. Verder hing er hier heel veel nevel, waardoor we slechts de grote rotsen vlak voor ons konden zien. Ook hagelde het zo nu en dan nog steeds lichtjes. Boven aangekomen keken we uit over een vallei met een hoge berg erachter. De zachte hagel was op veel plekken blijven liggen, waardoor het landschap hier prachtig wit was. Voorzichtig liepen we naar beneden, om vervolgens een laatste berg te beklimmen. Alhoewel het op dit stuk voornamelijk droog bleef, was het hele pad wel wit. De hele berg lag onder de sneeuw! Voorzichtig begonnen we aan een eindeloze tocht naar boven, door de sneeuw heen, hopend dat we niet uit zouden glijden. Na een barre tocht bereikten we Barafu Hut, met een camping die verspreid over de berg lag. Het hagelde weer en vanwege de mist kon je niet ver voor je uit kijken. Alle tenten lagen her en der op vlakke stukken tussen de besneeuwde rotsen opgesteld. In de tent was het koud en helaas had onze bagage de rit niet helemaal droog overleefd. Veel spullen waren daardoor wat vochtig, dus jezelf omkleden van je bezweette kleding was niet goed mogelijk.
Vanaf 15.00 uur bleven we voornamelijk in de tent, omdat de hagel buiten gewoon door bleef gaan. Wel had ik op een droog momentje nog even de gelegenheid om een kleine sneeuwpop te maken, inclusief ogen, neus en sjaal! Al om iets over vijven kregen we na veel gebibber onze avondmaaltijd, welke ditmaal bestond uit een stevig met groenten gevulde soep. Hierna was het alweer tijd om te slapen. Met allemaal natte en vochtige spullen, waaronder de slaapzak, was dit niet echt een pretje. Daarnaast duurde de nacht niet lang, aangezien de wekker om 23.00 uur al afliep! Op dit tijdstip deden we alle kleding aan die we hadden, inclusief sjaal, muts en handschoenen, en kregen we thee en koekjes. Met een rugzak, flesjes water en een lampje op ons hoofd, stonden we tegen twaalven buiten gereed. De hagel was opgehouden en de lucht was helemaal helder, waardoor alle sterren zichtbaar waren. Alhoewel het koud was, stond er geen wind om de temperatuur nog verder omlaag te halen. Het letterlijke hoogtepunt van de Kilimanjaroverlenging kon beginnen: de klim naar Uhuru Peak!
Dag 21: Naar de top
Donderdag 28 juli 2011
Vol goede moed begonnen we aan onze tocht naar de hoogste piek van Afrika, Uhuru Peak op 5895 meter. Aangezien we op 4600 meter begonnen, stond er een flinke klim op het programma. 5 Km lijkt weinig, maar 1300 meter stijgen is aardig wat. Op zich ook nog wel te doen, maar aangezien het donker was, de hele berg onder de sneeuw lag en de lucht ontzettend ijl was, werd dit de zwaarste fysieke inspanning die ik ooit in mijn leven geleverd had. Na enig geklauter over gladde rotsen begonnen we aan een wat leek eeuwigdurende tocht over een berg vol met sneeuw. Enkele uren hebben we door de sneeuw heen en weer omhoog geslingerd, af en toe om, rond of over grote rotsen heen. Voor, maar voornamelijk achter ons, zagen we nog meer lampjes van andere durfals. Op sommige stukken moesten we oppassen om niet uit te glijden. Er leek geen einde aan het ‘pad' te komen (‘pad' als in ‘de voetsporen van de mensen voor ons) en hoe hoger we kwamen, hoe sneller we buiten adem waren. Op een gegeven moment was het zelfs om de 10 minuten nodig een half minuutje op adem te komen. Langer wachten was niet verstandig, aangezien je het anders ijskoud zou krijgen. Zelfs het water dat we bij ons hadden begon langzaamaan te bevriezen. Ik zat er op een zeker moment behoorlijk doorheen, maar besloot toch door te zetten. Bijna bij de kraterrand aangekomen, volgde een redelijk sneeuwvrij (maar met groeven en kuilen) stuk rots schuin omhoog, waar we ook wel even over hebben gedaan. Na een paar loodzware uren kwamen we eindelijk aan bij Stella's Point op de kraterrand, maar ook hiermee waren we er nog niet. Terwijl ik me ernstig zorgen maakte over hoe ik weer beneden zou komen, op de momenten dat m'n ogen niet dichtvielen van de vermoeidheid, was het nog zo'n 45 minuten klimmen over de kraterrand naar Uhuru Peak. Alhoewel dit minder steile stuk relatief meeviel, was hij na al die uren alsnog behoorlijk pittig. Terwijl de lucht aan één kant mooi oranjerood begon te kleuren, slaakten we om 6.05 uur een zucht van opluchting en voldoening. We waren aangekomen op het hoogste punt van Afrika, we stonden op de top van de Kilimanjaro!
Aangezien we één van de eersten waren, konden we snel een paar foto's maken van het bord dat dit punt vermeldde, inclusief felicitaties. Niet veel na ons volgden andere vermoeid uitziende toeristen. De gidsen wilden dat we er snel vandoor gingen om hoogteziekte en onderkoeling te voorkomen, dus rustig naar de zonsopkomst kijken zat er helaas niet in. Nu het licht was geworden, zagen we wel een prachtige ijswand aan de zijkant van de krater en diverse rotsen en stukken ijs in de krater. Terug bij Stella's Point zagen we de besneeuwde helling waar we 's nachts overheen hadden gesjokt. De terugweg zou uiteraard een stuk sneller gaan dan de heenweg, maar dat het zo snel zou gaan als wij dat deden, had ik nooit voor mogelijk gehouden. Hoe wij naar beneden zijn gekomen? Rennend! Allebei namen we een gids bij de arm, waarna we de helling in rap tempo zijn afgerend. Dit ging verrassend goed. Uiteraard moesten we hier en daar wat afremmen om een afgrond te vermijden en moesten we om uitstekende stenen heen stappen, maar dat was best te doen. Soms moesten we stoppen om een randje af te stappen. We hadden elkaar goed vast, dus als ik weer eens uitgleed, wist de gids mij snel rechtop te helpen. Andersom ook, alhoewel dat niet vaak voorkwam. Binnen een uur waren we weer beneden, waarna het nog een uur klimmen was over spekgladde rotsen en de stukjes ertussen om vervolgens om 8.30 uur terug te komen bij de tenten. Omdat ik de laatste dagen niet de indruk had gekregen de top te gaan halen, rolden er in de tent een paar traantjes van blijdschap over m'n wangen. Ik was trots op mezelf en blij met deze prestatie! In de tent konden we even uitrusten, waarna we een ontbijtje kregen.
Alhoewel we er een lange nacht op hadden zitten, was de dag nog zeker niet ten einde. We hadden namelijk nog een tocht van zo'n 3 à 4 uur te gaan, waarbij we zouden afdalen naar Mweka Camp op 3100 meter. Vermoeid begonnen we om 10.30 uur aan deze tocht. Na een afdaling over half gesmolten ijs, liepen we met een lekker zonnetje in de rug heel geleidelijk aan bergafwaarts door een mooi gebied met rotsen en plantjes. Het verraste me dat dit alweer een nieuw landschap was. Ik had geen zin om te haasten (iets dat de gidsen vaak wel wilden doen) en liep hier in een rustig tempo doorheen. Hierna volgde een ontzettend lang zandpad tussen lage bomen. Ook dit pad ging omlaag en lag bezaaid met stenen. Vanwege de vaak trapsgewijze opzet hiervan en het continue remmen vanwege het afdalen, kreeg ik steeds meer last van mijn twee grote tenen, die constant tegen de voorkant van mijn schoenen stootten. Dit ging steeds meer pijn doen, wat de lange afdaling geen pretje maakte. Met twee blauwe tenen kwam ik tegen tweeën in het kamp aan, waar het eerst nog lekker zonnig en warm was, maar later toch behoorlijk fris werd. We kregen een lunch van gebakken aardappels, salade, groente en ananas, wat goed smaakte. Na een warm kopje thee hebben we in onze eigen tent heerlijk uitgerust tot het diner. Deze bestond ditmaal uit wortelsoep, rijst, groente en sinaasappel. Terwijl er een kaarsje in de tent werd gezet, begonnen de gidsen moeilijk te doen om de fooien die ze wilden ontvangen. Ze noemden redelijk hoge bedragen per persoon, wat, aangezien ze met z'n achten zijn, een behoorlijke uitgave voor ons zou zijn. We hadden dit natuurlijk niet verwacht en hebben slechts de twee dragers die morgenochtend vroeg weggaan iets gegeven. Meer hadden we niet bij ons, dus meer konden we niet eens geven, waardoor dit morgen vast nog een staartje gaat krijgen. Het was in ieder geval schandalig hoe lang ze hierover bleven doorgaan, aangezien een fooi optioneel zou moeten zijn. En zo geweldig was de crew niet eens. Sterker nog, we kennen de helft niet eens! Na toch een groepsfoto te hebben genomen, doken we de tenten in om te slapen. De dag was immers lang genoeg geweest.
Dag 22: Een warme douche
Vrijdag 29 juli 2011
Vanochtend stonden we een halfuur eerder op dan de afgelopen dagen. Het zou de laatste afdaling zijn naar de Mweka Gate. Het was een behoorlijk saaie tocht door het regenwoud, aangezien het één lang bospad was van zand en stenen. Op heel veel plekken waren er trappen aangelegd, wat het allemaal veel zwaarder maakte voor de voeten en benen, omdat die alle klappen opvingen. Vanwege een pijnlijke teen moest ik ook nog eens extra oppassen. Het regenwoud maakte z'n naam waar, aangezien er nevel hing en we soms druppels van de bomen voelden vallen. Regenen deed het echter niet; er scheen zelfs een zonnetje, alhoewel we die pas opmerkten toen we na een ontzettend modderige en gladde weg -waarbij ik helaas uitgleed en met m'n hele been onder de modder kwam te zitten- de gate om 10.50 uur bereikten. Hier checkten we ons uit, waarna we beloond werden met een certificaat voor het behalen van de top. Het Kilimanjaroavontuur was voorbij. Met een busje werden we terug naar Moshi gebracht, waar we stopten bij een bank om geld voor de fooien te pinnen. Ook kregen we bustickets naar Dar Es Salaam voor morgen. Bij het Kindoroko Hotel werden we afgezet, bedankten we de crew, gaven we hen snel de fooien in een met duct tape dichtgeplakte envelop en liepen we snel naar onze kamers, voordat de crew door zou krijgen dat we hen minder hebben gegeven dan ze hadden verwacht. In het hotel had ik eindelijk weer wat luxe, waarbij ik een lekkere warme douche kon nemen en schone kleren kon aantrekken. Rustig heb ik m'n bagage in m'n tas uitgezocht, terwijl ik op de achtergrond met m'n tv'tje op de hoogte werd gebracht van het laatste wereldnieuws en de nieuwste Tanzaniaanse hits, welke voornamelijk R&B-achtig waren.
In de namiddag heb ik een wandeling door het onaantrekkelijke Moshi gemaakt en de vele simpele winkeltjes bekeken met alle marktkraampjes ervoor, waar groente, fruit en schoenen werden verkocht. Zoals te verwachten viel, zag alles er heel simpeltjes en primitief uit. Ook waren er diverse kraampjes waar ze geroosterde mais of kippenpoten verkochten. En natuurlijk waren er ook vervelende gasten die je constant lastig vallen en waar je maar lastig van af komt. Zelfs negeren, een truc die vaak vrij effectief is, leek hier niet te helpen. In een internetcafé heb ik na drie weken m'n mail weer even kunnen lezen, waarna ik terugging naar het hotel. Rond zevenen hebben Erwin en ik op het dakterras een eenvoudige en goedkope maaltijd gegeten, waarna we allebei naar onze eigen kamers gingen om in een echt bed eindelijk eens goed uit te rusten.
Dag 23: In de bus
Zaterdag 30 juli 2011
De nacht in een lekker bed was me goed gevallen. Het was alleen jammer dat muggen er telkens weer in slaagden om in m'n klamboe te komen, terwijl ik nergens gaten had gespot en aardig wat van deze beesten had doodgemept. Na een vroeg ontbijt namen Erwin en ik om 6.30 uur een taxi naar de plek waar we een halfuur later werden opgehaald door een touringcar van Dar Express. Samen met enkele andere toeristen en lokale mensen begonnen we aan een vrij lange en vermoeiende rit naar mijn laatste bestemming deze reis: Dar Es Salaam. Dit is de voormalige hoofdstad van het land, die eigenlijk nog steeds als hoofdstad van Tanzania wordt beschouwd (in plaats van Dodoma), maar voor toeristen slechts wordt beschouwd als transporthub voor Zanzibar of buitenlandse vluchten. De busrit had veel weg van de vele lange busritten die ik in Azië had meegemaakt. Af en toe stopten we om mensen op te pikken of af te zetten en ergens stopten we bij een plek met wc's en een kraampje waar patat met kip werd verkocht in handige meeneembakjes. Tijdens de rit werden we nog getrakteerd op een toffee en een glazen flesje drinken; van glas, zodat het hier beter gerecycled kan worden; blikjes zouden alleen maar langs de weg belanden. De bustocht was verder niet echt noemenswaardig, behalve dat de weg nog steeds prima was (vast vanwege de Japanners) en dat we onderweg veel tankwagens tegenkwamen.
Rond drieën kwamen we aan bij het busstation van Dar Es Salaam. Na enig onderhandelen namen we hiervandaan een taxi naar het Royal Mirage Hotel ergens in het centrum. Het centrum zag er tot dusver niet echt boeiend uit, net als de omgeving rond dit kleurrijke hotel. Het hotel zag er van binnen luxe uit, alleen was het nogal vervelend dat mijn gereserveerde kamer niet betaald bleek te zijn en ik die zou moeten betalen. Na enig gedoe is het management in onderhandeling gegaan met de lokale partner van Shoestring. Morgen heb ik nog een hele dag in Dar Es Salaam te besteden en daarom ik heb ik vandaag niet veel meer gedaan dan geld pinnen (overigens niet voor het hotel, aangezien zij uiteindelijk akkoord waren gegaan over de betaling). Ik had geluk bij het juiste geldautomaat te staan, want het andere crashte, waarna de computer met Windows werd herstart. Goed lopen kon ik daarnaast ook niet, omdat de wond op mijn teen veel pijn deed bij enige aanraking of druk. In het hotel heb ik nog even gerelaxt, waarna ik met Erwin vroeg in het restaurant ben gaan eten. De patat en ‘boneless chicken' (een paar kipfiletblokjes) smaakten goed. Ook het eerste ijsje van deze vakantie was lekker, ook al konden we het gewenste aardbeienijs niet krijgen en bleek vanille uit te pakken in chipolata. Ook 's avonds heb ik niet veel meer gedaan dan tv gekeken (X Factor India is best geinig), alvorens voor de laatste maal in Tanzania te gaan slapen. Morgen is het alweer m'n laatste dag!
Dag 24: Dag Dar Es Salaam
Zondag 31 juli 2011
Het was m'n laatste normale nacht van deze vakantie en meteen ook de beste. Uitgeslapen stond ik om 8.15 uur op, om een kwartiertje later in het restaurant te ontbijten met toast, ei en fruit. Hierna zei ik Erwin gedag, die nog een weekje op Zanzibar zal gaan vertoeven. Ik zal het land echter deze avond verlaten. Rustig ruimde ik al m'n spullen op en verzorgde ik het wondje op m'n grote teen. Lopen ging gelukkig redelijk, mits ik voorzichtig aan deed. Tegen elven checkte ik uit bij het hotel, maar liet mijn grote tas daar nog even achter. Het was tijd om te achterhalen hoe interessant Dar Es Salaam was. Alhoewel het een grote stad was, was het centrum redelijk bewandelbaar. Ik liep door verschillende grote straten met eenvoudige winkeltjes en luxere zakenpanden. Ook kwam ik restaurants tegen, maar die waren net als de rest allemaal gesloten omdat het zondag was. Op vele taxichauffeurs na ('Hey rafiki, friend, need taxi?', 'Want to go to Zanzibar?', 'Where are you from?') was het relatief rustig. Na een tijdje kwam ik aan bij het water, waar ik een uitzicht had over de baai en de haven. Via rustige straten, met een kerk en een moskee -een groot deel van de bevolking hier is moslim- kwam ik uit bij het omheinde en gesloten nationaal museum. Het gebouw van de British Council zag er met graffiti op de buitenmuur ook apart uit. Ik liep weer naar het water en langs een verkeerstoren voor de schepen richting een plek waar een ferry met vele Tanzanianen aanmeerde. Waarschijnlijk was deze afkomstig van één van de nabijgelegen eilanden. Iets verderop bruiste het van het leven op de vismarkt. Alhoewel de vissen nogal levenloos waren, bevonden zich hier vele personen die grote porties vis aan het verhandelen waren voor verdere verkoop. Vissen werden hierbij in stukken gesneden of in dozen of tonnen verpakt. Het was een vermakelijk gezicht, na een relatief kalme ochtend. De gebakken vis liet ik voor wat het was, waarna ik langs het water terug liep. Onderweg liep ik langs het sjieke Kilimanjaro Kempinski Hotel. Terugdenkend aan Ho Chi Minh City stapte ik hier via de rode loper naar binnen om de lift te nemen naar het dakterras (met gesloten bar) op de 8e verdieping voor een goed overzicht over de baai. In het mooie restaurant nam ik een goedkope lunch met chicken dumplings. Prijzen lagen hier namelijk een stuk hoger, alhoewel het op zich nog meeviel. Belaagd door taxichauffeurs en mannetjes die me tickets naar Zanzibar wilden aansmeren, liep ik terug richting het hotel.
Het was pas halverwege de middag en ik had niet veel te doen, waardoor ik een tijdje heb zitten internetten en in het restaurant heb rondgehangen. Het wachten was nogal saai, dus besloot ik om op de nabijgelegen Kariakoo Market te kijken. Toen ik hier aankwam, werd het me duidelijk waar al het volk was vandaag. Verspreid over vele straten zaten honderden verkopers op de grond om hun waar aan de enorme hoeveelheid bezoekers te verkopen. Het was een drukte van jewelste. Er was van alles te koop: niet alleen groente en fruit, maar ook pannen, kleding, telefoons, batterijen, knijpers, koptelefoontjes en in plastic verpakte verzameldvd's. Het was overweldigend om te zien, alhoewel het niet op prijs werd gesteld als ik foto's wilde nemen, wat ik dus al snel niet meer probeerde. Veel van alle spullen zag er tweede- of derdehands uit, maar dat leek de Tanzanianen niet te bekoren. Via een hobbelig straatje, waar mensen vanuit de geul aan de onderkant van hun auto zaten te sleutelen, liep ik terug naar het hotel.
Rond 17.00 uur nam ik, na enig geruzie tussen twee taxichauffeurs die me allebei mee wilden nemen, een taxi naar het vliegveld van Dar Es Salaam. Uiteraard was ik veel te vroeg, maar ik had toch niets beters te doen. In het buitengedeelte heb ik een tijd zitten wachten. Nadat de schemering was gevallen, kon ik door de veiligheidscheck heen en me binnen inchecken. Zoals verwacht, ging het er hier behoorlijk simpel aan toe, met onder andere een doodnormale, maar grote weegschaal voor je bagage en menselijke dragers in plaats van een lopende band. Het was rustig op het vliegveld, waardoor ik al snel mijn boarding pass had, door de douane heen was en in een cafetaria zat voor een eenvoudige avondmaaltijd. Na betaling in overgebleven shillings, dollars en euro's kon ik plaatsnemen in de saaie en kleine vertrekhal met een paar winkeltjes en een aquarium met enkele visjes. Pas 20 minuten voor de oorspronkelijke vertrektijd konden we door de laatste veiligheidscheck heen, waarna we voor de gate (waarvan alle zes gewoon bij elkaar zaten) nog een tijd konden wachten. Met een vertraging van 30 minuten vertrokken we om 21.50 uur eindelijk naar Nairobi, om daar na een tussenlanding door te vliegen naar Zürich. Ik vermaakte mezelf met de film The Lincoln Lawyer.
Dag 25: Terug naar huis
Maandag 1 augustus 2011
Na de film en een prima maaltijd begon een lange nacht in het vliegtuig, waarin ik nog even heb kunnen slapen. Om 6.25 uur landden we in Zürich, waar ik me moest haasten om m'n transfer naar Amsterdam te halen. Dit lukte uiteindelijk, waarna we om 7.20 uur vertrokken en ik uiteindelijk mooi op tijd op Schiphol was. Na een verrassend snelle hereniging met mijn rugtas begon ik aan de laatste rit huiswaarts. Drie geweldige weken waren helaas tot een einde gekomen.
Tijdens deze vakantie heb ik me ontzettend vermaakt. De grote groep van 17 personen was me heel erg goed bevallen, ondanks de onzekerheid in het begin, aangezien ik nog nooit eerder met zoveel mensen was weggeweest. Toch had ik me geen betere reisgenoten kunnen wensen. De reisbegeleiding was daarnaast ook super, alhoewel ik dan voornamelijk op de eerste twee weken doel. Kenia en Tanzania waren allebei zeer mooie landen als het aankomt op de landschappen. Dorpjes en steden zijn echter niet de reden waarom je hierheen komt. De dagen dat we op safari zijn gegaan, staken met kop en schouders boven de rest uit, alhoewel onze overige activiteiten ook zeker de moeite waard waren. We zijn gewoon ontzettend verwend met alle beesten die we gezien hebben. M'n mening over de lokale bevolking is verdeeld; soms zijn het hele vriendelijke mensen, maar er zitten helaas ook vele personen bij die ik liever niet nogmaals tegenkom. In Moshi vroeg een taxichauffeur aan mij welk land me beter was bevallen, maar hier kon ik niet echt een duidelijk antwoord op geven. Beide landen lijken erg op elkaar, vooral wat je als toerist ziet. In Kenia kwam alles nog als een verrassing, terwijl Tanzania meer van hetzelfde was. Tanzania had met de Serengeti en de Kilimanjaro echter nog wel twee bijzondere hoogtepunten. En nog steeds kijk ik met trots terug op deze zware beklimming. Al met al kijk ik terug op 25 mooie dagen en daarmee een zeer geslaagde zomervakantie van 2011! Tot de volgende keer!
Tanzania, deel 1
Dag 11: Naar het strand in een nieuw land
Maandag 18 juli 2011
Alhoewel ik tijdens mijn reis het tropische eiland Zanzibar oversla, heb ik vandaag toch van een heerlijk strand mogen genieten. De dag begon vanochtend om 6.30 uur in Kisii, toen we allemaal wakker werden in een echt bed, dat bij de een iets lekkerder bleek te liggen dan bij de ander. Een halfuur later kregen we een ontbijt met toast, ei, worstjes, jam en fruit in het restaurant. Hier stond tevens een dvd aan met gospelmuziek, waarop mensen rustig heen en weer aan het swingen waren. Het ging er stukken minder energiek aan toe dan in New York vorig jaar. Met al onze bagage stapten we de truck in, om naar de laatste bezienswaardigheid van Kenia te rijden. Alhoewel we onderweg een behoorlijk grote markt tegenkwamen, met hele simpele kleedjes of kraampjes met voornamelijk veel kleding, stopten wij bij een winkel waar zeepsteen uit de regio bewerkt werd tot allerlei prachtige beeldjes en schoteltjes. We kregen een kleine rondleiding en zagen hoe stukken steen in kleinere stukken werden gezaagd, kleine stukken met beiteltjes door ervaren mannen tot een figuur omgetoverd werden en vrouwen de beeldjes helemaal glad schuurden, op de momenten dat ze niet enthousiast voor ons aan het zingen en swingen waren. Daarna zagen we nog hoe een artiest een schoteltje behoorlijk snel erg mooi decoreerde met een zonsondergang en een leeuw. Nadat iedereen de kans had gekregen iets te kopen, reden we verder. Onderweg stopten we om te tanken, waar een groepje kinderen nieuwsgierig naar ons kwam kijken. Eén van ons gaf hen ballonnen, waarmee ze dolblij waren! Hierna volgden onze laatste kilometers in Kenia, aangezien we om 11.30 uur bij de grens met Tanzania stonden.
Nadat we onze exit-stempel hadden laten zetten in het paspoort, was ons Kenia-avontuur voorbij. Met het halen van een entry-stempel voor Tanzania kon het tweede deel van onze reis beginnen. Voor onze overgebleven muntjes kochten we twee kokertjes pinda's en de briefjes wisselden we in voor Tanzaniaanse shillings. Dit alles was in een uurtje gebeurd, waarna we twee uur door het mooie bergachtige landschap van noordelijk Tanzania hebben gereden. Op de bergen lagen vele kleine en grote keien, wat een uniek beeld vormde. Het uitzicht werd verder gekenmerkt door vele ronde huisjes met rieten daken en de erg enthousiast zwaaiende lokale bevolking. Op een zeker moment staken we via een brug de Mara-rivier over. Belangrijk was dat we van de brug geen foto mochten maken, aangezien er in de jaren '70 tijdens een oorlog met Oeganda een brug was opgeblazen en veel transport daardoor in de problemen is geraakt.
Onze bestemming was Musoma, een plaatsje aan het enorme Victoriameer. Dit meer, een van de grootste ter wereld, heeft ongeveer de oppervlakte van Nederland, dus dat is niet mis! De camping van vandaag was Musoma Beach Campsite, wat letterlijk op een strandje aan het meer lag. Onze tenten moesten we daarom ook op het zand plaatsen. Het Victoriameer leek wel een zee, aangezien er geen overkant te bekennen was, op een eiland na, en er continu golven op het strand aanspoelden. Het was hier ontzettend warm, maar gelukkig stond er een beetje wind. Nadat we hadden geluncht met brood en frisse salade, hadden we even de tijd om te relaxen. Om 16.00 uur was er een optionele excursie naar het dorp, waar ik met nog enkele anderen aan deelnam. Onder begeleiding van een lokale gids hebben we door het dorpje gelopen (alhoewel ‘werden we op sleeptouw meegenomen' een betere zin is, aangezien de man nauwelijks een woord zei). We liepen langs een kade met een rederij en een markt waar bergen met sardientjes werden verkocht. Levende kippen zaten ergens in een kooi en fruit en groente lag bij andere kraampjes. We liepen langs eenvoudige winkeltjes en een overdekte markt met een grote hoeveelheid kraampjes. Voornamelijk met eten, maar ook met vele specerijen en naaiwerkjes. Naar mijn idee had het veel weg van de Aziatische marktjes. De mensen waren wisselend; sommigen wilden niets van ons weten, maar anderen vonden het geweldig om op de foto te mogen. Het was in ieder geval een vermakelijke trip.
Op het strand hebben we vervolgens genoten van een mooie zonsondergang, waarbij de zon langzaamaan meer oranje en roder werd en in zee zakte. Bij de truck aten we aardappels, kip en salade, waarna Francis ons vertelde over het programma van de komende drie dagen: we gaan naar de Serengeti! Onderweg zullen we wel op moeten passen voor de tseetseevlieg die de ongeneeslijke slaapziekte kan overdragen. Daarnaast zullen we op de Serengeti 's nachts niet naar de wc mogen, vanwege mogelijke wilde beesten in het kamp. Flesjes zullen het alternatief moeten bieden. Maar dat morgen. Eerst hebben we nog met vele irritante muggen een tijdje in een donkere bar zitten kletsen (de stroom werkte niet meer), waarna we onder begeleiding van de geluiden van de golven van het meer terug gingen naar de tenten.
Dag 12: Kranten meppen op de eindeloze vlakte
Dinsdag 19 juli 2011
Vanochtend konden we tot 7.00 uur uitslapen, alhoewel de meesten al eerder wakker werden gemaakt door de Koning Aap groep die eerder op moest staan. Nadat we het kamp hadden afgebroken, kregen we een ontbijtje met brood en pannenkoeken. Om 9.00 uur verlieten we het kamp dat een thuisbasis bleek te zijn voor vele ibissen en zwarte wouwen. Iets verderop stopten we bij een lokale kruidenier om inkopen te doen voor de komende drie dagen. Nadat we een uur of twee hadden doorgereden op een goede weg door het Tanzaniaanse landschap en ergens nog hadden gestopt om brandhout te halen (en de kinderen te verblijden met tennisballetjes en kranten), kwamen we om 12.00 uur aan bij de ingang van het grootste wildpark van het land: de Serengeti. Onder toeziend oog van een groep bavianen hebben we hier geluncht.
Om klokslag 13.00 uur reden we de poort door, wat betekent dat we over twee dagen voor deze tijd het park zullen moeten verlaten. Tot het eind van de middag hebben we zo'n 100 km afgelegd door dit immens grote nationale park. Serengeti betekent ‘eindeloze vlakte' en meteen bij binnenkomst begrepen we deze naam. Enorm uitgestrekte en vlakke savanne bevond zich om ons heen. Aangezien het de droge periode was, zag veel gras er geelachtig uit. Het landschap wisselde wel om de zoveel kilometer. Soms had je open vlaktes met hier en daar een alleenstaand boompje of enkele struikjes, terwijl we op andere momenten weer door boomrijkere gebieden reden.
Het was midden op de dag en het was erg warm. Veel beesten kwamen we daarom helaas niet tegen, alhoewel we in totaal toch zeker wel een paar honderd zebra's, impala's, giraffen, gnoes, buffels, wrattenzwijntjes en vogels tegen zijn gekomen. Een kudde olifanten stak ook nog de weg over. Op een zekere plek stapten we uit om te voet een riviertje over te steken via een gammele houten brug. In het water zagen we een krokodil en een nijlpaard drijven. Hier bevonden zich ook lianen en takken om op te schommelen. Verder hadden we medelijden met enkele mensen in een auto die een klapband had gekregen. Tijdens de rit werden we vaak afgeleid door ontzettend vervelende tseetseevliegen, die de truck in vlogen en ons wilden bijten. Aangezien dat kan leiden tot de slaapziekte, hebben we lange tijd met kranten en andere middelen actief op deze vliegen lopen meppen. Het was erg irritant, maar eigenlijk wel een lachwekkend gezicht om ons continu om ons heen te zien zwaaien.
Nog voor zonsondergang kwamen we bij een kleine camping in het midden van de Serengeti, waar we de tenten opzetten en het eten voorbereidden. Iets later aten we paddenstoelensoep, knoflookbrood en spaghetti bolognese. Rond het kampvuur volgden verhalen over de hyena's rond het kamp, welke we niet heel ver weg hoorden huilen. We meenden zelfs twee oogjes gezien te hebben tussen het gras. Vannacht wordt buiten plassen daarom sterk afgeraden, ook al doen de beesten geen mens kwaad; vandaar de half opengesneden flessen in de tenten. Onder een relatief heldere sterrenhemel zijn we naar de tenten gegaan voor een korte nacht. Morgen moeten we vroeg op voor een ochtendgamedrive!
Dag 13: Serengeti safari
Woensdag 20 juli 2011
Om op tijd van de zonsopkomst te kunnen genieten, stonden we allemaal om 5.30 uur op. De hele nacht door hebben we hyena's rond het kamp kunnen horen huilen, maar geen enkele keer kwamen ze in beeld. Na een licht ontbijtje reden we met de truck het kamp uit. Naast ons zagen we een hyena wegrennen. Na het zien van een kleine giraf, enkele struisvogels en Thomsongazelles bleven we op een mooie open vlakte staan om even later te genieten van een roze zon die erg snel steeds hoger kwam te staan en oranje werd. Tot een uur of 11 hebben we een gamedrive door de Serengeti gemaakt. Het was anders dan degene in Masai Mara en Lake Nakuru National Park, maar zeker de moeite waard. Hoe groen het op de Masai Mara was, zo geel was het hier. Vele plasjes water waren al opgedroogd vanwege het drogere klimaat. Dit was dan ook de reden dat we geen grote kuddes zebra's en wildebeesten tegen zijn gekomen, maar slechts een paar achterblijvers. De oneindige vlakte liep werkelijk tot aan de horizon en was een machtig gezicht! We mogen niet klagen over de hoeveelheid beesten die we zijn tegengekomen: wrattenzwijntjes, impala's, een gier in een boom, hoentjes en enkele kuddes olifanten, sommigen van wel heel dichtbij. Rustig werkten de olifanten volledige struikjes naar binnen met hun slurf. Mooie vogels kwamen ook geregeld voorbij en we hadden het geluk nog een paar hyena's van een afstandje te zien. In de verte zagen we ook een jakhals achter een gazelle aan rennen. Alhoewel wij in tegenstelling tot een andere truck niet dichterbij konden komen, waren we wel getuige van een mooie cheeta op een termietenheuvel, uitkijkend naar een enkele impala veel verder op de vlakte. Diverse leeuwen hebben we ook gezien: een stelletje in het gras, een vrouwtje bij een watertje en drie mannetjes die bij een grote kudde gazelles helaas niet de moeite namen te gaan jagen. Het was een mooie ochtend en terwijl we gedag zeiden tegen een groep nijlpaarden, ganzen en eenden, reden we terug nar het kamp voor een brunch van pannenkoek, pasta en worstjes.
De eerste helft van de middag hebben we vervolgens heerlijk in de schaduw gerelaxt in het kamp, want in de zon was het voor ons, en voor alle beesten, veel te warm. Na het lezen van een boek, het nemen van een douche, het doen van de afwas en/of het scheren van de benen (bij enkele vrouwen), vertrokken we om 14.45 uur voor een volgende gamedrive. Eerst zouden we langs een informatiecentrum gaan, maar omdat er door anderen iets spectaculairs gesignaleerd was, raceten we langs enkele giraffen en een felgekleurde dwergpapegaai naar een boom waaromheen meerdere busjes stonden. Hoog in de boom lag, veel duidelijker dan vorige keer, een luipaard heerlijk over een dikke tak te hangen. Hij lag er apart bij, twee poten links van de tak, twee rechts daarvan. Heel actief was hij niet; soms bewoog hij z'n staart of kop, maar dat was het. We reden verder en zagen onderweg vele andere mooie beesten, waaronder buffels, giraffen en zwijntjes. Op een gegeven moment zagen we een hele kudde olifanten vlakbij ons, genietend van het water dat ze dronken of over zich heen spoten. Kleintjes zaten er ook bij. Ietsje verder lagen drie leeuwen relaxed in de bosjes te luieren. Op het moment dat de olifanten dit doorkregen, begon een waar spektakel. Een grote mannetjesolifant begon rond de kudde te cirkelen, tetterend met z'n slurf. Ook om ons heen, want wij stonden er tussen. Andere olifanten verzamelden zich toen om alle kleintjes, tetterden mee en dreven de kudde weg. Boos draaide de grote olifant zich om naar de leeuwen, stampend en tetterend, in de hoop ze weg te jagen. Alhoewel de leeuwen hier niet echt op reageerden, vertrok de kudde en was de rust wedergekeerd.
Terwijl de zonsondergang van start ging, reden we terug richting het kamp, onderweg wel pauzerend voor vogels, nijlpaarden en hoentjes. De zonsondergang zelf was vanwege vele wolken en een niet al te beste locatie niet echt geweldig. In het kamp klopten we al het stof van ons af en dineerden we wat later met aardappelpuree, groente, vlees en roti-pannenkoekjes. De rest van de avond hebben we gezellig rond het kampvuur gebivakkeerd, luisterend naar Francis' en elkaars verhalen.
Dag 14: Katten en een krater
Donderdag 21 juli 2011
Na een rustige nacht braken we vanochtend onze tenten af, ontbeten we met eieren en bacon en stapten we om 8.00 uur de truck in. Voor 13.00 uur moesten we het park uit zijn, dus reden we richting de oostelijke gate (we waren via de westelijke gate het park in gereden). We hadden nog genoeg tijd om een ochtendgamedrive te maken, welke erg gaaf was. Aangezien we alle Big Five al gezien hadden deze reis, gingen we, net als gisteren, voor de aantallen: hoe meer, hoe beter. Maar ook was het babydag vandaag, toen we al vrij snel een nog geen maand oude giraf rond zijn moeder over de savanne zagen huppelen en hem voorzichtig aan de lage boompjes zagen snuffelen. Niet veel later zagen we een cheeta bovenop een termietenheuvel zitten, waarna er een tweede kop tevoorschijn kwam, gevolgd door een derde! Eén voor één liepen ze vervolgens geruisloos door het gras naar een heuveltje en struikje iets verderop, steeds terugkijkend, alsof er nog jongen zouden kunnen zijn. Die zagen we niet, maar wel enkele weerloze impala's waar ze op af leken te lopen. Helaas gingen ze niet over tot de aanval, maar bleven ze lui in een bosje zitten. Verderop zagen we een groep nijlpaarden en twee jakhalzen, eentje heel dichtbij ontspannen onder een struik. Als laatste waren we getuige van een leeuwin die krampachtig bovenop een termietenheuvel aan de ene kant van de weg lag. Aan de andere kant lag een prachtige leeuw met volle oranje manen, welke het vrouwtje nauwlettend in de gaten hield. Toen de leeuwin besloot iets verder te lopen, volgde de leeuw op gepaste afstand. Het was prachtig om dit spel te zien.
Over enorm uitgestrekte, droge en kale vlaktes van kilometers breed, waar we nauwelijks iets op zagen zitten, reden we naar de uitgang. De Serengeti was voorbij. Bovenop een berg konden we nog even van het kale uitzicht genieten en lunchen. Meteen hierna reden we het volgende Conservation Area in: de Ngorongoro. Wij gingen over een hobbelende 100 km-weg op weg naar een grote krater van 20 km doorsnede. Onderweg reden we eerst weer over kale vlaktes, maar daarna volgde een meer bergachtig gebied (vanwege diverse -inactieve- vulkanen) met lage begroeiing. We passeerden Masai-dorpjes en verschillende herders met grote kuddes koeien of geiten. Vanwege het gehobbel zijn opnieuw enkele van onze grote waterflessen gaan lekken, waardoor we moesten stoppen om een zwembad te voorkomen. Daarnaast waaide er nog een pet weg en liet iemand anders een tas over de rand van de truck vallen. De weg was ontzettend droog, waardoor we continu stof liepen te happen en uiteindelijk ook vies en bruin op onze bestemming aankwamen: Simba Camp, op de rand van de krater, met een prachtig uitzicht over de vlakte in de krater, met onder andere een zoutvlakte, aangezien het water was opgedroogd in dit droge seizoen.
Toen we om een uur of 16 in het kamp waren aangekomen, werden snel de tenten opgezet tussen alle buffelpoep (buffels lopen hier 's nachts regelmatig rond) en spurtte iedereen naar de koude douches om zich schoon te spoelen. Tot etenstijd hebben we vervolgens bij enkele stopcontacten gezeten om onze batterijen te bewaken. De laatste dagen hadden namelijk een behoorlijke slag gemaakt op de batterijen van fotocamera's. Aangezien we hier op meer dan 2000 meter hoogte zitten, was het behoorlijk koud. We waren dan ook erg blij met de ossenstaartsoep, rijst, aardappels en worst bij een heerlijk warm kampvuur. Na Francis' uitleg over morgen -een bezoek aan de krater met daarna meerdere gelegenheden voor ‘een mooie foto voor thuis'- hebben we met de hele groep een verhaaltje aan Francis verteld. Eén voor één vertelden we in één zin een gedeelte over Sinterklaas, wat erg hilarisch was en Francis erg interessant vond. Tegen tienen was het tijd om naar bed te gaan. Op weg naar de toiletten werden we allemaal opgeschrikt door een kudde zebra's, die in het kamp waren komen grazen. De vele poep in het kamp komt dus ook van hen af! Er schijnt hier soms zelfs een olifant te lopen, maar die zagen we niet. Daarnaast moesten we alle etenswaren, zeepjes en deo's in de truck laten en niets buiten de truck laten slingeren, omdat de varkens en zwijntjes hier 's nachts actief op zoek naar kunnen gaan. Het is dus weer een fijne beestboel hier! Hopelijk wordt het een rustige nacht.
Dag 15: Met een jeep door de Ngorongoro
Vrijdag 22 juli 2011
Nadat de zebra's vannacht vredig in het kamp hadden lopen grazen, stonden we om 5.30 uur op. In alle kou en mist braken we de tenten af, ontbeten we en maakten we een lunchpakketje klaar. We verdeelden ons in drie groepen over drie jeeps. Hiermee hebben we de hele ochtend een excursie gemaakt door de Ngorongoro-krater. Terwijl we de krater afdaalden, verdween de mist en zagen we meer van de uitgestrekte krater. Het was nagenoeg een grote, vlakke en kale vlakte met in het midden een opgedroogd meer. In het natte seizoen staat het hier vol met beesten; nu zijn er iets minder, maar nog steeds meer dan genoeg. In een stoet van jeeps reden we over de wegen heen, waarbij we werden begroet door enkele zebra's, die eveneens genoten van de eerste zonnestralen die door de wolken schenen. Na het zien van enkele impala's, een jakhals, secretarisvogels, nijlpaarden, nijlganzen, een broedende vogel in een nestje van gras en stenen en nog wat vogels, zagen we in de verte twee donkere stipjes. Het ware twee zwarte neushoorns die door het lage gras aan het rennen waren! Helaas zaten ze net te ver weg om heel goed op de foto te zetten. We zagen nog een arend in een boom en een buffel langs de weg, voordat we in een gebied kwamen met duizenden gnoes en zebra's. Het had iets weg de Grote Trek, maar dan iets kleinschaliger. Toch was het een machtig gezicht, vooral om er doorheen te rijden en voorrang te moeten verlenen aan gnoes en zebra's. Net als thuis voor onze zebra's.
Nadat we enkele zwijntjes gepasseerd waren, zagen we in de verte een hele groep leeuwen: twee mannetjes en meerdere vrouwtjes, smullend van een vers stuk vlees, dat waarschijnlijk niet veel eerder gevangen was. Vlak ernaast lagen een stuk of tien jakhalzen te wachten totdat ze de restjes konden opeten. Iets verderop lagen ook al meer dan tien hyena's naar het vlees te loeren. De leeuwen bleven echter op hun plek en we gingen verder. Nadat we nog enkele beesten op herhaling hadden gezien, werden we teruggeroepen. De leeuwen waren aan de wandel gegaan. Op de weg stond een enorme file van jeeps, waarlangs enkele leeuwen nonchalant liepen. Het was een spannend moment toen een groot mannetje ons op nog geen halve meter passeerde. Op de weg naar de uitgang van het park spotten we tot onze grote vreugd een nieuw beest: een serval, een wilde kat in de kleuren van een cheeta. Het leek een lief poesje, maar dat zal het vast niet zijn geweest. Rond twaalven hebben we bij de uitgang geluncht, waarbij brutale bavianen ons ons eten afhandig wilden maken.
Over een ontzettend mooie en onbeschadigde weg, welke gesponsord was door de Japanners, reden we naar een dorpje iets verderop, waar de grote truck ons opwachtte na het krijgen van een onderhoudsbeurt. Hiermee reden we verder naar onze nieuwe camping, maar onderweg maakten we nog enkele stops. De eerste was bij de Shirt Shack, waar allerlei (lollige) Tanzaniaanse T-shirts te verkrijgen waren. De volgende stop was bij een uitkijkpunt over een nationaal park met een groot, halfdroog meer. Ten slotte stopten we om een foto te kunnen maken van de grote baobabboom. Omdat deze nu kaal was, waren de wortelachtige takken goed zichtbaar, net als de metersdikke stam.
Halverwege de middag arriveerden we bij Twiga Campsite in Mto Wa Mbu, waar we de tenten opzetten en vervolgens het zwembad in doken. Er stond namelijk geen andere activiteit op het programma, maar warm was het wel. Het was een relaxte middag, waarna we met de hele groep emailadressen verzamelden. Morgen zal namelijk alweer de laatste kampeerdag zijn voor ons allen; de tijd is echter supersnel gegaan! Voor de laatste maal namen we een diner van topkok Pete, een Afrikaanse maaltijd met pasta, vlees, groente en cake. Nadat ik alvast even kennis had gemaakt met de persoon met wie ik de Kilimanjaro zal beklimmen (vanaf overmorgen meer hierover), heb ik met de groep nog gezellig bij de bar gezeten, alvorens voor de laatste keer in m'n ondertussen vertrouwde tentje te gaan slapen.
Dag 16: Afscheid
Zaterdag 23 juli 2011
Alhoewel er een paar personen wilden uitslapen, stond het merendeel van de groep al om 5.30 uur op, waarna we na een licht ontbijtje een uur later werden opgehaald door een lokale gids. Met hem hebben we een vroege culture tocht gemaakt door een klein dorpje. We begonnen op het platteland, waar we tussen de mais-, zoete aardappel- en rijstvelden hebben gelopen. Af en toe was het even balanceren om niet in de modder te stappen. Het verbaasde ons hoe groen en vruchtbaar het hier was. Verspreid stonden vele bananenbomen, met bananen voor de fruitconsumptie, avondmaaltijden en het lokale bananenbier. Onderweg liepen we ook langs diverse simpele hutjes, waar de bewoners -volwassen, kinderen en kippen- gewoon hun ding deden. In een huisje mochten we even rondkijken, waarbij we verrast werden door een motor in de woonkamer. Het viel ons ook op dat overleden dierbaren in de achtertuin werden begraven. Een stukje verder zagen we enkele personen houtsnijwerk maken, om het vervolgens te verkopen aan ons. Er zaten mooie souvenirs tussen. Een jongetje vond het daarnaast erg leuk om aan mijn arm te hangen en aan die van iemand anders om op deze manier te kunnen spelen. Dit was erg geinig.
Eerder deze vakantie zouden we een schooltje bezoeken, maar dat kon destijds niet doorgaan. Om dat te compenseren, hebben we vandaag een weeshuis bezocht; de kinderen van de school ernaast waren naar de kerk omdat het zaterdag was. In het weeshuis waren 16 kinderen aanwezig en twee pleegouders, die allen blij waren ons te zien. Binnen hingen christelijke leuzen en eenvoudige tekeningen aan de muren. Nadat we welkom waren geheten, zongen de kinderen een liedje voor ons, waarna we ze trakteerden op pennen, potloden, schriften en spelletjes. Buiten maakten we met z'n allen een groepsfoto. Na deze belevenis, kregen we iets verderop de gelegenheid om het lokale bannenbier te proberen. Het glas bier zag er vanwege een enorm korrelige schuimlaag niet echt lekker uit, maar na het verwijderen hiervan konden we proeven. De meningen waren verdeeld. Zelf vond ik het nasmaakje nogal vreemd. De tour zat er hiermee op en terug bij het kamp namen we een uitgebreid ontbijt, waarna we richting onze volgende bestemming reden: Moshi.
Onderweg hebben we echter nog genoeg gedaan om de lange rit van 200 km (over een goede weg) op te breken. Zo stopten we eerst bij The Heritage, een groot complex niet alleen maar vol stond met souvenirs, maar ook het centrum was voor tanzaniet, een diamantachtig gesteente waar ontzettend dure juwelen van worden gemaakt. Een Indiër liet ons enkele bakjes met nauwkeurig geslepen stenen uit de kluis zien die waardes hadden van een paar honderd tot een half miljoen dollar. Het verbaasde ons daarom ook niets dat er een hoge muur met schrikdraad om het gebouw heen stond. Twee meiden van de groep mochten een steen op hun hand houden om die in de buitenlucht beter te bekijken. Toen ze achteraf hoorden dat ze 9000 dollar hadden vastgehouden, vielen hun monden open en vroegen ze zich af waarom ze daar iets eerder het tanzaniet niet in hadden gestopt. Het was allemaal mooi om te zien, ook de sieraden, maar vanwege de hoge bedragen ging niemand over tot de koop ervan. Dit is echt iets voor rijkelui over de hele wereld, zoals Bill Clinton, wiens foto met trots aan de muur hing. Na dit bezoek hebben we zo'n drie kwartier rondgekeken bij het Snake Park. Niet alleen kon je hier één van de vele T-shirtjes halen (waaronder ‘T.I.A. - This Is Africa', iets dat zowel positief als negatief opgevat kan worden, ‘I Survived the Snake Park', en ‘If You Can't Climb It, Dink It - Kilmanajaro Beer'), maar bovenal kon je allemaal Afrikaanse slangen bekijken. Achter glas zaten vele grote, dikke, dunne, kleine, lange en minder lange slangen, welke een stuk actiever waren dan verwacht. Ok, het is misschien een beetje nep na al die safari's, maar het was leuk om op deze manier toch nog wat meer beesten te zien; beesten die je eigenlijk ook niet in het wild wil tegenkomen. Daarnaast waren er hier enkele gewonde uilen en arenden die verzorgd werden, en waren er schildpadden en krokodillen die we vast mochten houden, waarna ze met wat pech over je heen plasten.
Na weer een ritje in de truck stopen we in Arusha, een groot stadje waar we bij de supermarkt en/of bij de ernaast gelegen tentjes inkopen konden doen, waaronder onze lunch. Alhoewel de markt echt voor de locals was, met oude kleding, groente en fruit, waren de eetteentjes voor toeristen, getuige de banketbakker en Italiaanse ijszaak. Veel later dan gepland begonnen we aan onze laatste rit naar Moshi. We merkten aan alles langs de weg dat het hier veel meer toeristisch was en de bevolking rijker was. Onderweg reden we eerst langs de Mount Meru, de een-na-hoogste berg van Afrika. Niet veel later vormde zich tussen de mist en wolken het silhouet van de hoogste berg: de 5895 meter hoge Kilimanjaro.
Bij Honeybadger Campsite zette iedereen zijn tent op, behalve ik. Het zou mijn laatste avond met de groep zijn vanwege mijn beklimming morgen en ik zou in een hotel slapen. Wel maakte ik het laatste avondmaal mee. Het was sowieso een afsluitende afscheidsavond, want hulpgids George gaat er morgenvroeg vandoor, waarna kok Pete en chauffeur Steve de rest van de groep zal afzetten in Dar Es Salaam (voor een paar laatste dagen op Zanzibar) om meteen daarna terug te rijden naar Nairobi. De gezamenlijke kampeervakantie kwam hiermee tot een eind. Speciaal daarvoor hadden enkele van ons gekookt, waaronder bietjes, worstjes, fetakaas en, ongelooflijk maar waar op een kolenvuurtje, appeltaart. Iedereen vond het lekker, waarna er druk geteld werd over alle bonnen van de inkopen van het eten (om zodoende teveel ingelegd etensgeld terug te kunnen krijgen) en zijn er fooienpotjes gemaakt voor de crew. Hierna was het tijd voor ieder crewlid om een afscheidsboodschap voor te dragen. Ook ik deed hieraan mee. Iedereen had een topvakantie gehad; het was een geweldige groep die één familie was geworden en waarmee we zoveel leuke en mooie momenten hebben gehad. Om 21.30 uur vond ik het daarom ook erg jammer om afscheid te moeten nemen van deze fantastische mensen. Met een taxi werd ik samen met Erwin, een 28 jaar oude reiziger van Koning Aap, naar het Kindoroko Hotel in Moshi gebracht. In een kamer vol met muggen heb ik vervolgens al mijn spullen uitgezocht voor de aankomende Kilimanjarobeklimming, alvorens in een lekker bedje te kunnen slapen.