Nagoya
Dag 37: Te land, ter zee en in de lucht
Maandag 16 april 2012
Het was een dag die draaide om reizen, transport en verschillende vervoersmiddelen. Iets na achten checkte ik uit bij het hostel, waarna ik me met de benenwagen verplaatste naar het metrostation. Na een ondergrondse rit kwam ik uit bij Shinjuku-station, waar ik de lokale trein nam naar Odawara, een stad ten westen van Tokio. Het was een saaie rit van anderhalf uur. Eenmaal in Odawara aangekomen kon ik gebruikmaken van Hakone Freepass, een ticket dat ik gisteren had aangeschaft en me toegang zou verlenen tot diverse manieren van transport in de regio van Hakone. Dit is een mooie bergachtige omgeving die zeer geliefd is bij zowel lokale als internationale toeristen. Met een lokale trein reisde ik nog een kwartiertje verder naar het Hakone-Yumoto-station, het officiële begin- en eindpunt van de route die je door de regio kunt afleggen. Ondanks dat het redelijk bewolkt was en ik de hoop op het zien van Mt. Fuji bij voorbaat al opgaf, deden een hoop andere toeristen toch met me mee.
In een speciaal rood treintje maakten we een tocht van zo'n drie kwartier door de bergen, waarbij we zigzaggend -vooruit dan wel achteruit- steeds hoger de bergen in reden. Hier en daar stopten we bij een klein stationnetje, mede om de trein de andere kant op te laten passeren, aangezien er slechts één spoor was. Aardig wat bomen stonden in de roze bloei, wat vooral alle Japanners zeer indrukwekkend vonden. Tussen alle ‘ooohs' en ‘aaahs' door hadden we verder een aardig uitzicht over de bosrijke omgeving en de valleien tussen de bergen door. Het bleef slechts op een ‘aardig' uitzicht, omdat de bewolking ervoor zorgde dat we niet heel erg ver konden kijken. Bij het station waar iedereen uitstapte, bevonden zich enkele winkeltjes en een trein die over een steile helling via een kabel omhoog werd getrokken. Het was slechts een kort ritje, maar bovenaan hadden we alweer een beter uitzicht op de omgeving. Nog hoger kwamen we echter met een kabelbaan, die ons uiteindelijk naar een hoogte van meer dan 1100 meter bracht. Het bosrijke landschap onder ons werd afgewisseld door enkele kale vlaktes. Bij aankomst was het mogelijk om nog een stukje de berg op te wandelen. Bijzonder hier waren de vele witte rookpluimen die van de berg afkwamen. Met bordjes werd gewaarschuwd voor mensen met een slechte gezondheid: de rook was afkomstig van alle zwavel hier, welke in de vallei naast ons werd opgegraven. Het pad voor de toeristen leidde langs enkele rookpluimen, witte stroompjes water over de rotsen en vreemd blauwgekleurde poeltjes heet vulkanisch water. In deze bronnen had men mandjes met eieren gestopt. Eenmaal opgevist waren alle eieren volledig zwart, maar wel gekookt en vers om te eten. Helaas kon ik dit niet proberen aangezien ze alleen maar per vijf verkocht werden. Nogal flauw uiteraard, maar dat vond ik net wat te veel.
Met een volgende kabelbaan kon je nog een stuk verder, alhoewel de rit nu bergafwaarts ging. Het sublieme uitzicht op Mt. Fuji was nergens te bekennen en ik had niet eens een flauw idee waar de berg zich precies bevond, terwijl deze toch redelijk dichtbij was! Wel hadden we een uitzicht over Lake Ashi, de volgende locatie in de trip. Op het meer voeren diverse boten -speciaal voor de toeristen waren het piratenschepen- heen en weer. Ik maakte een half uur durende tocht naar de overzijde van het meer. Onderweg waren de bergen om ons heen te bewonderen, een tempeltje langs het water (met een tempelpoort in het water), een hotel, enkele andere boten en een oud fort. Na deze frisse overtocht kwamen we aan in een klein dorpje, waar het mogelijk was om de bus terug te nemen naar het station van Hakone-Yomoto. De rondrit zat erop. Het was erg vermakelijk, alhoewel het weer net wat beter had mogen zijn. Bij het station pikte ik m'n grote rugtas op die ik hier had achtergelaten, waarna ik de trein terug nam naar Odawara.
Het station van Odawara wordt regelmatig bezocht door de shinkansen, de befaamde hogesnelheidstrein (bullet train) van Japan. Deze treinen rijden van Tokio helemaal naar het westen van het land en kunnen een snelheid van 300 km/u halen. Het zijn geen goedkope treinen om mee te reizen, maar ze zijn wel heel snel en efficiënt. Ik kocht een kaartje voor de trein, kwam erachter dat ik nog een kaartje moest hebben (je moet een standaardkaartje hebben, maar ook nog een ander kaartje om je plek in de trein te bepalen) en wachtte vervolgens op het perron tot 16.08 uur. Ondertussen zoefden enkele shinkansen in een flits voorbij. Toen mijn shinkansen (een lange witte trein met een opvallende neus) was gearriveerd, nam ik plaats op één van de ruime zitplaatsen, waarna we in sneltreinvaart koers zetten naar Nagoya. Het was een snelle en vloeiende rit en ondanks dat deze stad meer dan 300 km ten westen van Odawara ligt, kwamen we hier om 17.20 uur al aan.
Op het eerste gezicht leek ook Nagoya een grote moderne stad, met in de buurt van het station veel hoge en moderne gebouwen, winkels en restaurants. Via enkele brede wegen en langs een verhoogde weg waar de auto's harder kunnen rijden, liep ik naar mijn hostel, een klassieke Japanse ryokan. De enthousiaste eigenaar gaf me meteen een uitgebreide rondleiding langs een ruimte met computers, een printer, een drankenautomaat en een magnetron, waarna hij me de prachtige klassieke Japanse tuin liet zien (inclusief een fototoestel op een driepoot en parapluutjes om op sierlijke wijze op de foto te komen), de onsen (een typisch Japans openbaar bad) en de slaapvertrekken die de typische ryokan-stijl lieten zien. Op een matten vloer lagen vier matrasjes en beddengoed met daarnaast een laag tafeltje. Elke kamer (ik zat in een kamer voor vier personen) had zelfs een eigen badkamer. Terwijl rustige Japanse muziek op de gang speelde, rustte ik uit, maakte ik kennis met de anderen op de kamer en genoot ik van mijn sushimaaltijd (makizushi en inarizushi) die ik voor het gemak daarstraks uit de supermarkt had gehaald.
Tip van de dag: kamperen in Canada schijnt prachtig te zijn, alhoewel je op moet passen voor de grizzlyberen!
Opvallend feitje: de shinkansen heeft links van het gangpad drie ruime zitplaatsen en rechts twee ruime zitplaatsen. Het unieke is dat je deze drie of twee zitplaatsen 180 graden kunt draaien, zodat je met z'n zessen of vieren bij elkaar kunt zitten, elkaar aan kunt kijken en met elkaar kunt kletsen!
Dag 38: Het kasteel van Nagoya
Dinsdag 17 april 2012
De hele dag stond in het teken van het bezichtigen van Nagoya, aangezien dit m'n enige volledige dag in deze stad was. Na een rustige nacht en wat geklets met de personen op mijn kamer in de ochtend, verliet ik de ryokan en liep ik door enkele rustige straten naar de bekendste bezienswaardigheid van de stad. Het was tevens de mooiste bezienswaardigheid van Nagoya: het kasteel. Het terrein had enkele gebouwtjes, fonteinen en veldjes met gras en bomen, waaronder een paar die prachtig in de bloei stonden. Het kasteel zelf stond op een verhoogd terrein met grote rotsblokken, omgeven door een brede leegstaande gracht. Het was geen kasteel zoals we die gewend zijn uit de Middeleeuwen, maar had een unieke Japanse stijl, was wit van kleur en had groene daken. Het was een hoog gebouw, dat verder moeilijk te omschrijven is; foto's komen meer tot hun recht. Op het dak bevonden zich twee gouden dolfijnen (maar dan geheel anders dan Flipper), welke glansden in de zon, aangezien deze vandaag volop scheen. Achter het kasteel was een klassiek theehuisje (weliswaar met een moderne glazen automatische schuifdeur) met onder andere diverse poppetjes en maskers. In het kasteel waren op de vele verdiepingen allerlei belangrijke voorwerpen te bekijken. Veel van deze voorwerpen waren afkomstig uit het ernaast gelegen paleis. Althans, op dit moment stond er geen paleis, maar een grote afgesloten keet waarin men bezig was het paleis opnieuw op te bouwen. Het kasteel en het paleis stamden af van de 17e eeuw, maar waren vanwege brand na bombardementen in de Tweede Wereldoorlog volledig vernietigd. Vele voorwerpen waren gelukkig nog te redden. Alhoewel het kasteel redelijk snel daarna herbouwd is, is men pas drie jaar geleden begonnen met het herbouwen van het paleis, een project dat nog enkele jaren in beslag zal nemen. Via een 3d-film werd dit mooi in beeld gebracht. Gerestaureerde voorwerpen waren nu in het kasteel te zien, zoals diverse dolfijnen en houten schuifdeuren met bijzondere afbeeldingen van fazanten, bloesembomen en tijgers, welke wel heel aparte gezichten hadden. Via de bovenste verdieping had je daarnaast een mooi uitzicht over de omgeving.
Ik verruilde de kasteeltuinen vol raven voor de straten van Nagoya, waar vele zakenmensen op zoek waren naar een plek om te lunchen. Ik kwam in een levendige wijk met kleine winkels, diverse winkelcentra en restaurants. Tussen enkele grote wegen bevond zich een uitgestrekt park met bloemetjes, fonteintjes en een hoge tv-toren. Nagoya was een grote stad, maar redelijk te bewandelen en beschikte verder over alle faciliteiten die de bewoners nodig hebben. Het was als Tokio, maar dan kleiner en rustiger. Ik bekeek enkele winkeltjes, waaronder eentje met ontzettend veel manga. Het was hier mogelijk om diverse boekjes door te bladeren, waarna ik de unieke stijl van dit werk kon bekijken. In tegenstelling tot de westerse strips waren er geen strakke panelen, maar waren de pagina's gevuld met grote vakken met afbeeldingen, indien er überhaupt al sprake was van vlakken. De tekenstijl was soms behoorlijk ruw, alles was in zwart-wit (op de cover en de eerste bladzijde na) en heel veel tekst was er niet. Soms was de tekenstijl behoorlijk overdreven en hier en daar zelfs vrij expliciet. Het was in ieder geval een interessante kennismaking met deze geliefde hobby van Japanners.
Een stuk verderop kwam ik uit bij een groot terrein met daarop het erg moderne techniekmuseum, gevestigd in een nieuw gebouw met een grote bol waarin zich een planetarium bevond. Ik betrad het museum echter niet en liep verder naar de bekendste tempel van de stad, de Osu Kannon. Het was een rode tempel waarin mensen konden bidden, een kaars konden opsteken, rook over zich heen konden laten wapperen, geld konden doneren, een gong konden luiden, of de vele duiven rondom de tempel konden voederen. In enkele lange overdekte straten naast de tempel bevonden zich vele kleine winkeltjes en eettentjes. Het viel me op dat de Japanners dol zijn op actiefiguren en poppetjes van anime- en mangaseries, en dat men houdt van softijs. De laatste plek die ik in de stad heb aangedaan was het gebied rondom het station, met enkele glimmende hoge gebouwen en winkels. Op enkele musea na had de stad voor de toeristen verder niet heel veel meer te bieden.
Terug bij het hostel rustte ik uit en sprak ik met m'n Franse kamergenoot over zijn zelfcursus Japans, wat behoorlijk goed verliep -gisteren wist hij al simpele gesprekken aan te gaan met een Japanse kamergenoot- en waarbij hij naast een boek met grammatica gebruik maakte van kaartjes met daarop een teken in het kanji en de betekenis van het woord in het Engels. Het leek me zeker niet gemakkelijk om 2000 woorden in het kanji (allemaal een ander teken) te leren! In de avond nam ik bij een eenvoudig restaurantje iets te eten, waarna ik bij het hostel een unieke Japanse ervaring onderging. De ryokan beschikte namelijk over een ‘onsen', een typisch openbaar bad. Bij binnenkomst leg je je kleding en handdoek in een mandje, waarna je een ruimte met enkele douches (naast elkaar, redelijk laag en met zeep en shampoo) en een bad betreedt. Je wast jezelf kort, waarna je het zeer warme (zeepvrije) bad betreedt. Ik was op dat moment de enige, dus had ik het bad voor mezelf. En heet dat het was! Ondanks dat ik me in het water bevond, voelde ik het zweet uit m'n lichaam gutsen. Het was heerlijk en ontspannend, maar heel lang heb ik er niet in gezeten, aangezien ik op een gegeven moment gewoon duizelig werd van de warmte. Het was in ieder geval een bijzondere ervaring op deze laatste avond in Nagoya! Morgen zal ik doorgaan naar Kyoto, een grote culturele stad waar ik meerdere dagen zal gaan verblijven!
Tip van de dag: slechtzienden of mensen met een rolstoel kunnen zich prima verplaatsen in de Japanse steden, aangezien er op de stoep speciale tegels zijn met bobbeltjes die een pad vormen en er bij elk zebrapad een helling is van de straat naar de stoep.
Opvallend feitje: Japanse mensen zijn altijd in staat om je te helpen en hebben er geen bezwaar tegen om hele verhalen tegen je te vertellen. Probleem is alleen dat ze dit vaak geheel in het Japans doen.
Tokio, deel 2
Dag 32: De meester van anime
Woensdag 11 april 2012
Deze dag stond in het teken van twee bijzondere musea, waarvan er eentje buiten het centrum van Tokio ligt, in het plaatsje Mitaka. Om hier te komen moest ik eerst helemaal met de metro naar de meest westelijke halte van één van de metrolijnen. Aangezien Tokio een grote stad is, duurde dit nog wel even. Op dit station kon ik overstappen op een JR Line, de Japanse spoorwegen. Alhoewel deze spoorwegen wat betreft het kopen van een kaartje hetzelfde werken als de metro -je kijkt op de kaart waar je naartoe moet, ziet daar een bedrag staan en koopt vervolgens een ticket voor dat bedrag- werd er nu geen gebruik gemaakt van een Engelse kaart, waardoor het even puzzelen was welk ticket ik moest kopen. Gelukkig stond op de perrons wel enigszins, maar in beperkte mate, in het Engels aangegeven welke trein welke kant op zou gaan. Na een rit van een klein kwartier door de buitenwijken van Tokio, met voor de verandering allemaal laagbouw, kwam ik aan op het station van Mitaka, waar duidelijk stond vermeld hoe ik bij het museum kon komen. Het was een kwartiertje lopen langs een gracht, waarlangs allemaal bomen stonden met roze bloesem. De bloesem waaide in het rond omdat er wat wind stond. Na vier prachtige dagen met zon was het trouwens te verwachten dat er een keer een dag zou komen met regen, en dat was vandaag. Het was kouder dan de afgelopen dagen, het was bewolkt en af en toe kwamen er wat druppels uit de lucht vallen. Gelukkig had ik niet veel plannen om in de buitenlucht te zijn vandaag.
Ik kwam aan bij het Ghibli Museum, een museum van de meester van anime, Hayao Miyazaki. Vergeet alle tekenfilms die je kent en bekijk eens één van de prachtige films van deze man, zoals Spirited Away, Princess Mononoke en The Secret World of Arriety. Het zal je kijk op ‘tekenfilms' volledig veranderen. Dit zijn geen simpele kinderfilms, maar prachtig geanimeerde films voor jong en oud die zich afspelen in wonderlijke werelden met unieke karakters en gebeurtenissen. Alhoewel ik zelf niet alle films van de Ghibli Animation Studios heb gezien, heb ik er genoeg gezien om het museum een feest van herkenning te maken. Het museum had een speelse architectuur en bestond uit diverse kamers waarin honderden schetsen hingen van diverse films, soms een eenvoudige potloodschets, maar soms ook een gedetailleerdere en gekleurde schets. Daarnaast hingen er vele afbeeldingen uit de films en allerlei plaatjes en objecten die als inspiratiebron hebben gediend. De kamers stonden er bij alsof deze nog steeds in gebruik waren, met papier, potloden en inkt op bureaus en boeken over landschappen en anatomie in de boekenkast. Naast de permanente tentoonstelling was er een tijdelijke tentoonstelling over de film My Neighbor Totoro en werd verder onder andere op unieke wijze de magie van animatie werd getoond met draaiende filmrollen en poppetjes. De Cat Bus uit de laatstgenoemde film (een bus in de vorm van een levende kat) stond vervolgens ook nog als een enorme pop in een kamertje, waarin kleine kinderen konden spelen. Op het dak stond vervolgens nog een grote robot. Ten slotte was er een klein theater waar ze een korte animefilm draaiden over een waterspin en een schaatsenrijder, waarbij opnieuw de geweldige sfeer van deze films duidelijk naar voren kwam. Heel groot was het museum echter niet (alhoewel er wel heel veel bezoekers waren), dus was ik aan het begin van de middag alweer terug bij het station.
Na een lange en saaie rit in de trein en de metro kwam ik uit bij het Edo-Tokyo Museum, niet heel ver van mijn hostel vandaan. Dit grote museum, een aanrader volgens de Lonely Planet, was inderdaad een indrukwekkend museum over de geschiedenis van de stad Tokio, welke in het verleden Edo werd genoemd. Over twee verdiepingen werd een reis door de tijd gemaakt, waarbij eerst het eenvoudige leven van vroeger aan bod kwam, gevolgd door de ontwikkeling van de stad als populaire soldatenstad, handelsstad en de metropool die het nu is. De manier van wonen en werken werd daarbij uitgebeeld in afbeeldingen, attributen en tot in de perfectie nagebouwde huizen en gebouwen, soms als rijkelijk gedetailleerde schaalmodellen, soms op ware grootte. Dat Tokio een behoorlijke geschiedenis heeft, werd hier goed duidelijk, waarbij de stad zelfs vaker opnieuw opgebouwd is vanwege een grote verwoestende aardbeving in 1923 en bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. Al met al was het museum zeker een bezoek waard.
Via een kleine omweg langs een eenvoudig restaurantje met lekkere maaltijden liep ik uiteindelijk terug naar het hostel. Het was nog erg vroeg op de avond, maar dat vond ik niet erg. Na vijf drukke dagen in Tokio mocht ik best wel eens een lang avondje ontspanning hebben!
Tip van de dag: je kunt niet zomaar op bezoek gaan in het Ghibli Museum. Je bent verplicht ruime tijd van tevoren een ticket voor een bepaalde datum te regelen bij een boekingskantoor in het buitenland (wat ik voor vertrek al gedaan had via een Engels reisbureau). Als je dit nog in Japan wilt doen, zal dit ongetwijfeld een stuk lastiger zijn.
Opvallend feitje: de treinen rond Tokio zijn dezelfde als die in de metro worden gebruikt en hebben dus banken aan de zijkant met daartussen veel staanplaatsen.
Dag 33: Entertainment van de bovenste plank
Donderdag 12 april 2012
Ondanks dat het vandaag een erg dure dag was, was het wel een ontzettend leuke dag. Na een maand reizen en sightseeën was het vandaag tijd voor een dag vol vermaak. En waar kun je dat beter dan doen in een attractiepark van Disney? Iets buiten Tokio, voor mij zo'n 45 minuten met de metro en trein, ligt het Tokyo Disney Resort, een groot terrein met Disney-hotels en twee parken: Disneyland en DisneySea. Disneyland spreekt redelijk voor zich, en komt qua stijl, opbouw en attracties redelijk overeen met de Disney-parken in Amerika, Parijs en Hong Kong. Aangezien ik dit wel kende, besloot ik om naar DisneySea te gaan, eveneens een groot park, maar dan iets meer gericht op oudere personen. Dit was uiteindelijk duidelijk te merken aan de meer volwassen attracties en shows, waarvan de meesten zeker niet kinderachtig waren. Daarnaast was de dikke Disney-laag die normaalgesproken over Disneyland hangt, hier slechts in beperkte mate aanwezig. Het was een prachtige zonnige dag, dus ideaal om het park te bezoeken. Het mooie weer had echter ook vele Japanse bezoekers naar het park gelokt. Ondanks dat het behoorlijk druk was, wat te merken was bij de shows, waren de rijen bij de attracties allesbehalve lang. Vaak stond een groot gedeelte van de wachtruimte leeg en kon ik snel doorlopen naar de attractie zelf. Hier was ik uiteraard erg blij mee, want er was een hele hoop te zien en te doen, waardoor ik me tussen 11 uur en 21 uur geen enkel moment heb verveeld!
M'n hele dag in detail beschrijven lijkt me nogal overbodig, maar wel zal ik enkele bijzondere hoogtepunten noemen. Het park was onderverdeeld in diverse thema's, allemaal op een of andere manier verbonden met water (zoals American Waterfront, Arabian Coast en Lost River Delta), met als centraal punt een groot meer aan de voet van een indrukwekkende rokende vulkaan. Terwijl Venetiaanse gondels over dit meer voeren, maakte ik in de vulkaan een mysterieuze rit naar het middelpunt van de aarde, met op het eind een wilde twist. In een onderzeeër dook ik 20000 mijlen onder de zee, waarna ik in een schokkend toestel een grote orkaan probeerde te bedwingen. Bijkomen deed ik op een rustige boottocht langs de avonturen van Sinbad, waarna ik met Indiana Jones op ontdekkingstocht ging door een gevaarlijke tempel. Verder draaide ik rondjes over het water en viel de vloer onder me vandaan in een spookhotel. Naast de attracties waren er shows in overvloed, waardoor ik bijna elk uur weer klaarstond om een theater te betreden. Maar de shows waren allemaal wel ontzettend mooi. Hierbij was Mystic Rhythms misschien wel de meest bruisende, energieke en gaafste show die ik ooit in m'n leven heb gezien, met een jungle-decor, water, vuur, acrobatiek, prachtige muziek en heel veel beweging. Maar ook een swingende jazzvoorstelling met een big band mocht er zeker wezen! Naast twee andere vermakelijke shows over Ariël en wereldgerechten, was het grote meer in het park het decor van twee grote shows, één in de middag en één in de avond. In de middagshow, The Legend of Mythica, voeren er diverse versierde boten over het water met dansers, danseressen en enkele Disney-figuren. Maar ook kwamen er prachtige mythische wezens zoals draken en eenhoorns voorbij, net als mensen op snelle waterscooters die vliegers met zich mee lieten vliegen. De avondshow Fantasmic liet eveneens allerlei boten rondvaren, maar ditmaal werd er veel meer gebruikgemaakt van water, vuur, licht en projectie. Ook dit was een wervelende show, welke werd afgesloten met vuurwerk boven het park.
Al met al heb ik enorm genoten van deze dag (je moet wel een hele erge zuurpruim zijn wil dat niet lukken), waardoor ik met een grote glimlach vermoeid aan m'n reis terug naar m'n hostel begon.
Tip van de dag: maak je niet teveel zorgen als je bij het overstappen van de metro erachter komt dat de lijn waarop je wilt overstappen gesloten is vanwege een ongeluk. Er zijn genoeg andere lijnen om op je bestemming te komen. En het ticket waarmee je al hebt uitgecheckt bij het tussenstation wordt zonder problemen vervangen door een nieuw ticket. Japanners maken nergens een probleem van.
Opvallend feitje: Japanners zijn gek op het dragen van Disney-merchandise. Sta niet gek te kijken als er om je heen talloze personen -man of vrouw, jong of oud- rondlopen met Mickey- of Minnie-oortjes.
Dag 34: Middagje in Yokohama
Vrijdag 13 april 2012
Na vele dagen in Tokio had ik alles wel gezien. Vandaar dat ik vandaag een uitstapte maakte naar de op één na grootste stad van het land, Yokohama. Vanochtend was m'n vermoeidheid opnieuw merkbaar, waardoor ik lang ben blijven liggen en pas tegen twaalven het hostel verliet. Dit was op zich geen probleem, want Yokohama ligt vlakbij Tokio en heeft niet al te veel bezienswaardigheden. Nadat ik een volledige metrolijn had afgereisd, een rit van een half uur, stapte ik over op de trein. In het half uur dat volgde, reden we zuidwaarts door de buitenwijken van Tokio, welke ongemerkt leken over te lopen in die van Yokohama. Met een metro ging ik nog een stukje verder, waarna ik uitstapte bij de op één na grootste Chinatown ter wereld. In tegenstelling tot die van Manila, bevonden zich hier geen winkeltjes met gouden en zilveren sieraden, maar wel waren diverse straten aan het begin voorzien van een sierlijke poort. Het overgrote deel van de zaakjes die zich hier bevonden waren restaurants, of tentjes waar ze dumplings en andere gestoomde broodjes met vlees verkochten. Op straat stond ook een opvallend groot aantal kraampjes met gepofte kastanjes, welke tegen een hoge prijs verkocht werden. Ook kon je op verschillende plekken je hand laten lezen. Verder waren er allerlei Chinese winkeltjes, alhoewel deze meer op toeristen gefocust leken te zijn, dan op de Chinese Japanner. Zo waren er bijvoorbeeld vele knuffeltjes en accessoires van panda's te vinden, met Hello Kitty in een pandapakje als ultieme cross-over tussen Japan en China. Uiteraard stond er in de wijk ook een mooi versierde rode tempel.
Terwijl me opviel dat Yokohama een stuk rustiger was dan Tokio, liep ik naar de boulevard langs de haven. Yokohama is namelijk een grote havenstad, waar ik in het water enkele grote schepen zag liggen, waaronder grote passagiersschepen. Langs de boulevard lag een strook gras en stonden vele bankjes waar mensen genoten van de rust, het uitzicht en het redelijke weer. Hier bevonden zich ter gelegenheid van iets ook diverse perkjes met mooie bloemen. Nog meer prachtige bloemen waren iets verderop te vinden. Vanwege de lente waren er tussen een oud havengebouw, dat was omgebouwd tot winkelcentrum, ook vele prachtige kleurrijke bloemen geplaatst. Ik liep verder door een ander winkelcentrum met chique boetiekjes en kwam vervolgens langs een amusementspark met een achtbaan, een groot reuzenrad en nog enkele kleinere attracties. Iets verder, aan de voet van het hoogste gebouw van Japan, welke bij de ingang een zeer apart kringvormig kunstwerk had, bevonden zich nog eens twee ruime winkelcentra. Diverse winkels hadden zich hier gevestigd, waaronder een speciaal Pokémon Center (de Japanse jeugd is hier immers ook dol op) waarbij ze allerlei merchandise van de serie verkochten, met als meest opvallende item Pokémon-macaroni!
Heel veel meer had Yokohama eigenlijk niet te bieden (op een paar niet heel interessante musea na), waardoor ik tussen enkele hogen gebouwen en het hoofdkwartier van Nissan terugliep naar het station. Met de trein en de metro maakte ik opnieuw een lange en saaie rit van een uur terug naar mijn beginpunt, waar ik een prima maaltijd nuttigde en aan het begin van de avond alweer terug was in het hostel. Het was tijd om eens goed uit te rusten.
Tip van de dag: als je als vrouw geen zin hebt om tussen de mannen te zitten in de metro, reis dan voor 10 uur of na 17 uur, aangezien er dan speciale vrouwencoupés zijn.
Opvallend feitje: het leren lezen en schrijven voor Japanners lijkt me maar ingewikkeld. Tekst loopt namelijk niet altijd van boven naar beneden, maar soms ook van links naar rechts. Daarnaast loopt niet elk tijdschrift van achter naar voren, maar zie ik vaak ook brochures die ‘gewoon' van voren naar achteren gaan. En tenslotte worden al die karakters af en toe ook nog eens afgewisseld met kopjes of logo's in het Engels.
Dag 35: Rondleiding door NikkoZaterdag 14 april 2012
Vanochtend ging de wekker al vrij vroeg, aangezien ik een dagtrip wilde maken naar Nikko, een stad ten noorden van Tokio. Aangezien de reis hier naartoe meer dan 2 uur zou duren, wilde ik er op tijd bij zijn. Na een ontbijtje van de supermarkt liep ik door de regen naar het Asakusa-station. Ik had geluk dat het hostel over uitleenparaplu's beschikte, zodat ik niet nat werd gedurende de hele dag, aangezien het geen enkel moment heeft opgehouden met regenen. Bij het station kocht ik de Nikko World Heritage Pass, een kortingspas welke me toegang zou verschaffen tot de trein naar Nikko, de bus die ik daarna moest nemen, en enkele van de beroemde tempels in deze plaats, de reden waarvoor ik Nikko wilde bezoeken. Om 8.10 uur vertrok de trein, waarna ik in de 2 uur die volgde naar het regenachtige landschap buiten keek, met vele boerderijen en boerenland, huisjes, begraafplaatsen, kleine dorpjes en bergen. Ik had m'n laptop meegenomen, zodat ik onderweg net wat meer vermaak had. Bij het station van Nikko wachtte ik op de World Heritage Bus, waarbij er een man tegen me aan botste. Het was een Japanse man die vervolgens in het Engels vroeg waar ik vandaan kwam. Hij vertelde vervolgens dat hij sinds z'n studietijd al in Finland woonde en hij hier nu, na z'n pensioen, in Japan was om diverse mensen te bezoeken. Zo was hij vandaag op stap gegaan met een vriend uit Tokio, een professor op Tokyo University met een liefde voor Nederland en de Hollandse tulpen. Elk jaar ging hij wel naar Nederland en zelfs vandaag liep hij rond met een roodzwarte ‘Amsterdam XXX' paraplu! In de bus bleek het wel gezellig te zijn met die twee mannen, waarna ze me als lokale gidsen hebben rondgeleid door het gebied met tempels, ondanks dat ze hier zelf nog nooit eerder waren geweest. Dit kwam erg handig uit, want alle bordjes waren alleen in het Japans. Daarnaast leerde ik net wat meer over het Japanse -en Finse- leven.
Door de regen liepen we naar de grootste en bekendste tempel hier, de Rinnoji Temple. Helaas hadden we de pech dat deze volledig in restauratie stond vanwege de houtrot. Maar in plaats van dat ze slechts een paar steigers rond de tempel hadden geplaatst, was het bouwwerk geheel omhuld door een compleet ander gebouw met muren, ramen, trappen en wandelpaden! Het was mogelijk om door dit gebouw heen te lopen, waarna we zo nu en dan een glimp konden opvangen van de echte tempel en alsnog enkele verplaatste artefacten konden zien, zoals de drie grootste houten Boeddha's van het land, met een hoogte van 8 meter. De Japanse mannen wisten me hier ook wat te vertellen over de Chinese dierenriem die hier ook gehanteerd wordt. Vanwege de renovatie was het wel mogelijk om bovenop het groene dak van de tempel te kijken. We liepen verder door de omgeving en kwamen langs meerdere Japanse tempels (de Toshogu Shrine en de Futasan Shrine), waarvan sommige wel heel kleurrijk waren en ze vaak vele trekjes hadden van de tempels in China. In de tempels konden we -na het uitdoen van je schoenen- diverse heilige artefacten bekijken, net als enkele aangeboden cadeaus en toeristische souvenirs. Buiten lagen enkele watertjes en aangelegde Japanse tuintjes en stonden er stenen lantaarns en veel hele lange en dikke bomen waarvan de toppen verscholen waren in mysterieuze mist. Bovenop een heuvel bezochten we nog tempel (die van de Sleeping Cat) en bekeken we elders de drie bekende apen van ‘See no evil, hear no evil, speak no evil'. Nadat we kijkje hadden genomen bij Shinkyo, een heilige rode brug, werd ik door de mannen uitgenodigd voor een late lunch in een lokaal restaurantje. In het restaurantje was alles in het Japans, waardoor zij de lunch voor mij uitkozen en ik even later genoot van noedelsoep, een paar kleine bijgerechten, thee en warme sake, de bekende Japanse rijstwijn. Het was een gezellige middag, waarna ik me tijdens de treinreis terug naar Tokio ook zeker niet verveeld heb.
Aan het begin van de avond kwamen we terug bij Asakusa, waar ik afscheid nam van de twee vriendelijke Japanse mannen; wie weet zie ik één van hen nog wel eens terug in Nederland. Bij een tentje waar ik deze week al eens eerder lekker had gegeten, nam ik nogmaals een lekkere maaltijd. De eigenaar hier herkende me nog en wist met trots te vertellen dat eetstokjes in het Engels ‘chopsticks' zijn, iets dat ik hem de vorige keer op verzoek had geleerd. Met een volle maag keerde ik door de regen terug naar het hostel.
Tip van de dag: ga op vakantie naar Nederland als je mooie tulpen wilt zien.
Opvallend feitje: de poortjes op de trein- en metrostations staan altijd open en gaan pas dicht als je probeert erdoorheen te lopen zonder kaartje, of als je een ongeldig kaartje in het apparaat hebt gestopt.
Dag 36: Een doosje sushiZondag 15 april 2012
Op deze laatste dag in Tokio besloot ik het heel erg rustig aan te doen. De afgelopen week was druk en hectisch, en ook de komende week zal ik in twee verschillende steden een vol programma hebben. Alsof het een doodnormale zondagochtend was, sliep ik heerlijk uit, waarna ik in het begin van de middag het hostel pas verliet voor een brunch uit de supermarkt. Kleine supermarktjes, zoals de Lawson of de welbekende 7-Eleven, vindt je hier op genoeg plekken, dus lang hoef je nooit op zoek te gaan naar broodjes, andere etenswaren of warme snacks.
Met de metro reisde ik vervolgens af naar het Shinjuku-station om het een en ander voor morgen te regelen. Morgen zal ik namelijk Tokio verruilen voor Nagoya, maar tussendoor wil ik graag een lange stop maken in en rond het plaatsje Hakone. Hier kun je diverse tochtjes maken door een erg mooi landschap in de buurt van Mount Fuji. Mocht het weer meewerken en het onbewolkt zijn (alhoewel de kans daarop op dit moment vrij klein is), dan heb je hier tevens een mooi uitzicht op Japans bekendste vulkaan. Voordat ik het boekingskantoortje op het station had gevonden, was ik echter enige tijd verder, aangezien het station reusachtig was. Het was een gigantisch doolhof met vele hallen en gangen en meer dan 30 verschillende uitgangen. Daarnaast had het meerdere verdiepingen aangezien er een heel warenhuis omheen was gebouwd. Nadat ik een ticket voor m'n vervoer van morgen had geregeld, keek ik buiten eventjes naar een enthousiast optreden van drie mannen, waarna ik in de supermarkt rondkeek voor een lekker diner. Japan staat uiteraard bekend om de sushi, maar als je hiervan wilt genieten in een restaurant, ben je een aardige smak geld kwijt, variërend van 15 tot 40 euro. De supermarkt biedt echter prima uitkomst, omdat deze ook vele verschillende doosjes sushi verkoopt. Je hebt ze in alle soorten en maten, met doosjes waarin allemaal dezelfde stukjes sushi in zitten en doosjes met een mix van van alles en nog wat. Je had zelfs lange niet-gesneden rollen sushi. Voor zo'n doosje betaal je tussen de 5 en 15 euro, afhankelijk van de hoeveelheid sushi en de aanwezige vissoort. Over het algemeen kwam het er een beetje op neer dat je per stukje sushi een euro betaalde. Ik kocht een doosje met verschillende soorten nigirizushi (rijst met daaroverheen een plakje rauwe vis, in tegenstelling tot de met zeewier omhulde makizushi en de inarizushi die in zakjes tofu verpakt zitten) en kreeg bij het afrekenen stokjes mee.
Terug bij het hostel heb ik van alles en nog wat gedaan waar ik de laatste dagen niet aan toe was gekomen. Zo had ik nog een stuk van m'n verhaal in te halen, foto's uit te zoeken en meer kleine dingetjes. Het werd zodoende een rustige en ontspannen namiddag en avond, waarbij ik tussendoor heerlijk genoot van de sushi. Tokio zat erop en het was tijd om de rest van Japan te verkennen.
Tip van de dag: loop een supermarkt binnen en laat het water uit je mond lopen door naar de vele doosjes sushi te kijken!
Opvallend feitje: als de metro arriveert, lopen de één, twee of drie bewakers van het perron naar de rand en zwaaien ze met hun armen langs het spoor terwijl ze iets als ‘lus, lus, lus' roepen.
Tokio, deel 1
Dag 27: Naar het land van de rijzende zon
Vrijdag 6 april 2012
Vandaag was m'n laatste dag in de Filippijnen en de eerste van velen in Japan. Bij het ontbijt in het hostel raakte ik vanochtend aan de praat met iemand uit Amerika, wie ik tips kon geven over Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam, landen die hij de komende tijd zal gaan bezoeken. Ook hij moest vandaag naar het vliegveld, dus besloten we om een taxi te delen. Rond het middaguur kwam ik opnieuw aan bij Manila's Ninoy Aquino International Airport, waar ik in de lange rij kon gaan staan bij één van de vele incheckbalies. Bestemmingen en vluchtnummers werden eenvoudig met bordjes weergegeven bij elke balie. Na het betalen van een terminal fee van zo'n 10 euro kreeg ik bij de douane een stempeltje in m'n paspoort. Het was in de kleine terminal nu nog even wachten tot 14 uur, waarbij ik de gelegenheid kreeg m'n laatste geld op te maken aan een lunch. Hierna was het tijd om aan boord te gaan van het vliegtuig van Philippine Airlines voor een 3,5 uur durende vlucht naar de hoofdstad van Japan, Tokio.
Ondanks dat de vlucht naar Tokio met een halfuur vertraging pas om 15 uur vertrok, was het een prima vlucht welke snel voorbij leek te gaan. Met enige turbulentie tijdens de landing arriveerden we tegen achten in Tokio. Bij het uitstappen van het vliegtuig maakte ik meteen kennis met het grote temperatuurverschil met de Filipijnen; het was hier een stuk frisser en een jas was zeker noodzakelijk. Ook het overvloed aan Japanse tekst op bordjes en advertenties was erg wennen. Als Nederlander kun je zonder problemen 3 maanden lang in Japan verblijven, dus het passeren van de douane verliep vlot, evenals het oppikken van de bagage. Het viel me meteen op dat vele Japanners hier monddoekjes droegen. Het hostel dat ik had geboekt bevond zich vlakbij station Asakusa, in het oosten van Tokio. Vliegveld Narita ligt echter zo'n 60 km ten oosten van de stad, waardoor een treinrit noodzakelijk is. En ook dat is heel erg wennen, aangezien alle treinstations op overzichtskaartjes van het lijnennetwerk in Japans schrift geschreven staat. Op bordjes bij de diverse sporen stonden gelukkig wel het eindpunt en diverse tussenstations in het Engels vermeld. Toch bleef het voor mij nog een beetje een gok hoe ik bij mijn eindstation moest komen, omdat er ook nog een overstap bij kwam kijken. Bij een verkooppunt kocht ik een treinkaartje, waarna je deze door een automaat moest halen om toegang te krijgen tot de perrons (zoals bij de metro). Stipt op tijd vertrok mijn trein richting de stad, alhoewel deze qua uiterlijk meer op een bovengrondse metro deed lijken. Japanners zijn moderne mensen en dat was meteen te merken aan de personen in de trein. Velen zaten te spelen met hun moderne smartphone, de kleding zag er netjes uit en ook het uiterlijk van iedereen was verzorgd. Daarnaast merkte ik de traditionele beleefdheid van de mensen. Ik had al gemerkt dat als je iets aan een ander wilt geven, je dit doet met twee handen in combinatie met een knikje, maar bij het verlaten van de trein maakten enkelen ook een beleefde buiging naar de collega´s die ze achterlieten. Het was mooi om te zien.
Na een enigszins verwarrende, maar succesvolle overstap kwam ik zo´n anderhalf uur later aan op het juiste station, waarna het boven de grond even zoeken was naar m´n verblijfplaats van deze nacht. Het was fris buiten (iedereen liep met een jas rond) en donker. De wegen rond het station zagen er modern uit, met voetgangers, automobilisten, fietsers, zebrapaden en stoplichten. Hier en daar waren restaurants, bars en hotels zichtbaar. Het was in ieder geval een enorm verschil met Manila en had tot dusver meer weg van New York. Na enig zoekwerk bereikte ik het capsulehotel, een erg aparte uitvinding van de Japanners. Bij binnenkomst moest ik m'n schoenen in een locker plaatsen en deze verruilen voor slippers, waarna me het nummer van een capsule werd toegewezen. Verspreid over meerdere verdiepingen van het hotel bevonden zich diverse kamers met aan weerszijden een groot aantal capsules, twee bovenop elkaar gestapeld. De capsules waren qua lengte net lang genoeg voor de gemiddelde westerling, zo breed dat er net drie personen naast elkaar gepropt konden liggen en zo hoog dat je er met gemak kon zitten. De capsules waren uitgerust met een matras, een kussen, een dekbed, een televisie, een spiegel, een nachtkastje en een scherm om de ingang af te dekken. Ondanks de hoge prijs van bijna 30 euro (wat desondanks zo'n beetje het goedkoopste is wat je hier kunt krijgen; Japan is nou eenmaal een duur land), was het een goed uitziend concept. Het was al laat op de avond, dus haalde ik nog snel iets te eten bij een niet nader te noemen fastfoodrestaurant om de hoek, alvorens naar m'n capsule terug te keren voor m'n nachtrust. Het zal morgen namelijk ongetwijfeld een lange dag worden!
Tip van de dag: houd Filipijnse peso's over voor de terminal fee, of zorg ervoor dat je dollars bij je hebt!
Opvallend feitje: in Japan is het een uur later dan de Filipijnen en doen ze eveneens niet mee met de zomertijd, wat op dit moment een tijdsverschil van 7 uur oplevert.
Dag 28: Een zee van roze
Zaterdag 7 april 2012
Wat een dag, wat een dag. Tot dusver weet Tokio m'n hoge verwachtingen volledig waar te maken! En ik ben er bijna zeker van dat dat de rest van de week ook zo zal blijven. Aangezien ik meerdere dagen in Tokio verblijf en ik in principe aardig wat tijd heb om het meeste van de stad te zien, heb ik na een lange dag gisteren rustig aan gedaan vanochtend. M'n dag begon op de bovenste verdieping van het capsulehotel, waar zich de badkamers bevonden. In de mannelijke badkamer trof ik enkele douches aan met krukjes, een bad en een drietal Japanse mannen in hun blote kont. Zonder schaamte zaten ze te douchen of liepen ze naar buiten om in het lekkere zonnetje op het balkon te drogen. Je had hier tevens een uitzicht over een rivier en de nieuwste aanwinst van de stad, de Tokyo Sky Tree, sinds kort 's werelds hoogste toren. Helaas ben ik anderhalve maand te vroeg om het observatiedek te betreden, omdat de officiële opening van dit 634 meter hoge bouwwerk nog moet komen. Ik zal het daarom moeten doen met de 333 meter hoge Tokyo Tower, maar dat voor later deze week. Ik checkte uit bij het hotel en ging op zoek naar m'n definitieve hostel voor deze week, welke ik gisteren vanwege het late tijdstip niet meer kon betreden. Ondanks dat het niet ver lopen was van het huidige hotel, was het aan de oostkant van de rivier in de rustige wijk Asakusa toch nog eventjes zoeken naar het juiste adres. Eenmaal gevonden mocht ik vanwege het vroege tijdstip -een uur of 11- nog niet inchecken, maar ik kon wel m'n spullen achterlaten en beginnen aan m'n dagtocht door Tokio.
Omdat het weekend was, werd me aangeraden om naar Ueno-kõen te gaan, een park in de aangrenzende wijk in het westen. Het eerste dat me nogal opviel was de aanwezigheid van een drankenautomaat op zo'n beetje elke hoek van de straat. Door hier geld in te werpen kon je een keuze maken tussen diverse drankjes zoals water, ijsthee, vruchtensappen en frisdrank. Het was een geweldige vinding. Via een grote weg liep ik westwaarts, waarna ik enigszins begon te begrijpen waarom Japanners zo dol zijn op Nederland. Alhoewel er hier heel veel dingen anders zijn, merkte ik ook vele overeenkomsten met ons land. Ondanks dat de gebouwen hier hoger waren en de straten breder, straalde het de rust uit die je bij ons hier en daar ook vindt. Voetgangers lopen netjes op de stoep, zebrapaden en stoplichten zijn volop aanwezig, kleine winkeltjes staan verspreid door de straat en auto's rijden rustig rond zonder te toeteren. De moderniteit van deze grote metropool stond in schril contrast met de hoofdstad waar ik gisteren vandaan kwam. Agenten regelden het verkeer bij opengebroken wegen, de hoeveelheid fietsers was opvallend hoog (weliswaar moesten ze op de stoep fietsen) en kleine bussen volgden hun route, welke op bordjes duidelijk stond aangegeven. Het was een lekker zonnige dag, met een temperatuur tussen de 15 en 20 graden, waardoor buiten lopen zeker geen straf was, alhoewel je wel een jas nodig had. De mensen op straat oogden vriendelijk en respectvol, iets waar de Japanners bekend om staan. Het enige wat nog steeds heel erg wennen was, was de hoeveelheid Japanse karakters op alle borden. Ik zal in ieder geval geen tijd besteden aan het leren van dit schrift, aangezien je daar jaren voor nodig hebt.
Na een tijd lopen kwam ik uit bij het grote en drukke Ueno-station. Hier liep ik omheen, waarna ik het grote park bereikte. Hier was ik niet de enige; sterker nog, het was afgeladen van Japanners, met hier en daar westerse toeristen. De reden voor de drukte was uiteraard het weekend, maar ook de tijd van het jaar. De lente, en dan met name april, is naar men zeggen de beste maand om Japan te bezoeken, omdat dan niet alleen de temperatuur aangenaam is, maar ook alle sakura's, of kersenbomen, prachtig in bloei staan. En dat was nu ook het geval. Ontzettend veel bomen waren prachtige roze of wit van de vele bloesem. Het was prachtig om te zien en typisch iets waar je aan denkt aan als je het over Japan hebt. Dit bracht echter ook de lokale bevolking ter been, die met de hele familie genoten van deze zee van roze bloesem en de papieren lantaarntjes die voor de gelegenheid waren opgehangen. Het bleef echter niet bij het bekijken van de bomen (het ‘hanami'), aangezien mensen overal door het park zeiltjes hadden uitgespreid en daar met vrienden, geliefden of familieleden op zaten. Allemaal hadden ze bakjes met eten meegenomen om heerlijk te kunnen picknicken. Daarnaast vermaakten ze zich met speelkaarten, een schaakspel, hun Nintendo's, of met het maken van foto's. Ondanks de drukte heb ik me prima weten te vermaken in het park, omdat er ook nog genoeg andere bezienswaardigheden waren. Zo waren er twee mooie (maar kleine) tempels te vinden (Benten-dõ en Kiyomizu Kannon-do), gemaakt van hout en in typische Japanse architectuur. Mensen kwamen hier om zich met een bakje water te reinigen, de gong te luiden of om te bidden. Een groot meer vol met lotusbloemen, meeuwen, karpers en eenden, omringd door sakura's, was ook het bezoeken waard. Hier bevonden zich ook talloze eetkraampjes met noedels, kip, inktvis, aardappelsnacks, suikerspinnen, ijs, snoep, maïs, worst en nog veel meer. De rijkdom van het land was hier goed zichtbaar aan de prijzen van het eten. Alles wat je kon krijgen had een prijs die varieerde van tussen de 300 tot 600 yen, wat neerkomt op ongeveer 3 tot 6 euro. Vergeleken met de overige Aziatische landen waren dit enorme uitschieters en op sommige fronten was het zelfs duurder dan bij ons.
Ik vervolgde m'n tocht door het park en schuifelde achter de menigte aan. Aan de andere zijde van het park bevonden zich diverse musea. Zo waren er een kunstmuseum en een technologiemuseum, maar ook het oudste en grootste museum van het land, het Tokyo National Museum. Dit museum bezocht ik, waarbij m'n studentenkaart opnieuw goed van pas kwam. Het museum bestond uit meerdere gebouwen, waarbij op dit moment alleen het grote hoofdgebouw open was. Toch bevatte dit over twee verdiepingen een groot aantal zalen met een grote variëteit aan nationale schatten. Informatie was gelukkig grotendeels beschikbaar in het Engels, wat het bezoek net wat toegankelijker maakte. Zonder in al te veel detail te treden, was er min of meer het volgende te zien: papierrollen met geschreven gedichten, rijkelijk beschilderde deuren en panelen, oude zwaarden en samoeraioutfits, gedetailleerde kleding, boeddhistische beelden, keramische vazen en benodigdheden voor de klassieke theeceremonie. Een aardige tijd heb ik door dit museum gedwaald, alvorens deze te verlaten. Achter het museum bevond zich de museumtuin, waar op dat moment enkele lentefestiviteiten aan de gang waren. Zo speelde er een band en stonden elders twee mannen iets te presenteren, maar ik kreeg niet echt goed mee wat ze zeiden. De tuin zelf had een paar klassieke theehuisjes. Nadat ik alles gezien had wat ik wilde zien, liep ik terug richting het station, waar een groep muzikanten vrolijke muziek maakten.
Ondanks dat ik al aardig wat gezien had, was het pas halverwege de middag. Omdat ik niet heel ver de stad in wilde gaan, besloot ik om een bekende wijk in de buurt te verkennen. Ik kocht een kaartje voor de metro -het metronetwerk is hier ontzettend uitgebreid, maar met kleurtjes, lettertjes en cijfertjes toch redelijk goed te snappen- en bevond me iets later twee haltes verder in de wijk Akihabara, tegenwoordig ook wel vaker Akiba genoemd. Dit liet een totaal andere kant van de stad zien, en wel de meest moderne. Japan staat bekend om alle elektronica, moderne snufjes, manga (strips) en anime (tekenfilms), en dit alles was hier in overvloed te vinden. Ik stapte een groot warenhuis binnen (Yodobashi Akiba) en m'n mond viel bijna open van wat ik hier op 9 verdiepingen tegenkwam. Het was net Mediamarkt XXXL, maar dan nog grootser en op z'n Japans. Camera's, tablets, laptops, hardware, stofzuigers, magnetrons, lampen en meer waren hier in alle soorten en maten te verkrijgen. Daarnaast waren er ook hele afdelingen aangewezen voor de nieuwste games, waaronder enkele typische Japanse games die bij ons nooit worden uitgebracht. Een andere favoriete bezigheid van Japanners is het in elkaar zetten van modelbouwpoppetjes, meestal in de vorm van robots. Maar behalve deze bouwpakketten zijn er ook talloze andere poppetjes van series of games te vinden. Een andere winkel was volledig gefocust op manga en anime. Kasten en planken stonden vol met stripboeken in pocketformaat en dvd's van allerlei verschillende series. Manga en anime zijn ondanks hun getekende vorm, in tegenstelling tot het westen, ontzettend populair bij alle leeftijdsgroepen onder de bevolking, alhoewel de grootste doelgroep de Japanse man is tussen 20 en 40. Dit was tevens te merken aan de kaften van de mangapockets, waarop vrolijke Japanse meisjes in soms net wat te krappe outfits afgebeeld stonden. Ik liep nog enkele van dit soort zaken binnen, waar ik meer en meer van het bovenstaande tegenkwam. Daarnaast was er nog een grote zaak van Sega, met over verschillende verdiepingen een grote hoeveelheid arcadekasten, waarop de jeugd uitbundig en soms zeer intensief speelde. Naast de games waren hier ook grijpmachines te vinden waarbij je de meest schattige knuffels kon winnen. Ook had je apparaten vergelijkbaar met een kauwgomballenautomaat waaruit je verzamelkaarten of poppetjes kon draaien.
Het was overal een drukke en levendige bedoeling. Buiten in de straten waren de gebouwen allemaal kleurrijk verlicht -het was al donker geworden- en gaven neonlampen de namen van de verschillende zaken aan. Ook waren er diverse eenvoudige etenstentjes te vinden. Aangezien de meeste restaurants zeer duur zijn, waren deze simpele tentjes een mooi alternatief. In een tentje nam ik plaats aan een tafel, waarna ik vanaf een menu met plaatjes een keuze kon maken (alhoewel ik dat buiten ook had kunnen doen aan de hand van allemaal plastic gerechten in het raam). Met een druk op de knop kon ik een ober naar me toe halen om m'n bestelling door te geven. Een glas water kreeg je standaard. De meest standaard maaltijd die je hier kunt krijgen, een kom met noedelsoep, wat groente en stukjes vlees, wist ik zonder problemen op te slurpen. Ja, slurpen, want dat is hier heel normaal en zelfs een teken van beleefdheid, om aan te geven dat je geniet van de maaltijd. Al redelijk vroeg op de avond keerde ik met de metro terug naar het hostel, aangezien ik een lange dag had gehad en niet al m'n energie in één dag wilde verspillen. Bij het hostel checkte ik officieel in, waarbij ik een bed toegewezen kreeg in een dorm. Het was geen capsule, maar ook geen stapelbed. In plaats daarvan had iedereen zijn eigen houten bedstee, waar een matras in lag, beddengoed, een lampje en een stopcontact. En aangezien er genoeg ruimte was, zal ik geen probleem hebben om hier de komende week in te verblijven. Na een mooie dag in Tokio kan ik al niet wachten op de volgende!
Tip van de dag: geef je oren en ogen zeer goed de kost in Tokio, want er valt een hele hoop te zien en te doen!
Opvallend feitje: in Japan verloopt alles andersom: auto's rijden aan de linkerkant van de weg, voetgangers lopen links, een kraan gaat open door deze naar beneden te duwen en dicht door deze naar boven te trekken, boeken en tijdschriften beginnen aan de ‘achterkant' en tekst loopt van boven naar beneden.
Dag 29: Tokio is modern, hip en traditioneel
Zondag 8 april 2012
Ook vandaag was het een lange, maar bijzondere dag in de hoofdstad van Japan. Vanochtend stond ik rustig op, waarna ik het ontbijtje at dat ik gisteren bij de supermarkt had gehaald. Opnieuw was het een mooie en zonnige dag, dus perfect om een hoop te ondernemen. Via een brug over het water liep ik richting het Asakusa-station, waarachter zich een belangrijke bezienswaardigheid van de stad bevond. Langs joggers en mensen die op een kar werden voortgetrokken door een andere persoon, naderde ik een grote rode poort, welke beschikte over twee beelden en een grote rode lampion in het midden. Hierachter bevond zich een lange weg richting de oudste tempel van de stad, de Senso-ji. De weg was aan beide zijden begrenst door een enorme sliert van souvenirstalletjes en eetkraampjes, welke goed bezocht werden door de enorme hoeveelheid mensen die zich hier bevond. Schuifelend kwam ik dichterbij de tempel, waarbij ik tijd genoeg had om alle sleutelhangers, magneetjes, ansichtkaarten, koekjes en chocolaatjes te bekijken. Ik passeerde verder nog een andere kleine tempel en een grote rode pagode van vijf verdiepingen, welke helaas niet toegankelijk was voor toeristen. De grote en mooie Senso-ji tempel was gelukkig wel toegankelijk, alhoewel dat slechts deels was. Voor de tempel had je weer de gelegenheid om je te reinigen met water, maar ook werden er rituelen uitgevoerd bij een rokende bak. De tempel zelf had twee ruimtes, waarbij de eerste ruimte redelijk leeg was (afgezien van de drommen toeristen), maar wel voorzien was van een mooi geschilderd plafond en een grote bak waar je geld in kon gooien en kon bidden. De ruimte erachter, rijkelijk versierd met beelden, was alleen toegankelijk voor de boeddhisten die serieus wilden bidden. Wellicht waren dat er vandaag iets meer, aangezien het Buddha Day was (aan Pasen doen ze hier niet). Naast de tempel stonden nog enkele gebouwtjes te midden van enkele bomen, waarvan er enkele in bloei stonden. Terug door de menigte liep ik naar het metrostation.
Mijn Lonely Planet had aangegeven dat zondag een ideale dag is om naar de Tokyo City Dome te gaan, het grote ronde stadium van de Yomiuri Giants, Japans meest favoriete honkbalteam. Ondanks dat je het misschien niet zou verwachten, is honkbal de meest favoriete sport van het land. Honkbal was echter niet de reden om hier naartoe te gaan, maar de vele personen die zich hier als cosplayers (mensen die zich verkleden als hun favoriete anime-, manga-, of gamekarakter) zouden verzamelen. Eerst moest ik dus een stuk met de metro, waarbij ik bij m'n overstap een fout maakte. Hier in Tokio lopen 13 verschillende metrolijnen, welke eigendom zijn van twee verschillende bedrijven, verschillende tarieven hanteren, maar wel stations delen om een overstap mogelijk te maken. Dit heeft echter tot gevolg dat als je een kaartje koopt voor een bepaalde bestemming, je niet zomaar kunt overstappen op een lijn van het andere bedrijf. Die fout maakte ik dus, waarna ik niet door het poortje mocht bij het overstapstation, van een medewerker een stempel kreeg en later bij mijn eindstation geld bij moest leggen. Eenmaal aangekomen bij Tokyo City Dome kwam ik erachter dat de cosplayers vandaag niet aanwezig waren. Wel hadden zich vele andere mensen verzameld rond het stadion, en wel allemaal meiden tussen de 15 en 30. Aangezien ze allemaal in rijen bij de gates stonden en sommigen afbeeldingen van één of andere gast bij zich hadden, had ik het vermoeden dat er een optreden van een bekende Japanse zanger zou gaan plaatsvinden. Maar er was meer te doen op dit terrein. Behalve eettentjes en winkeltjes waarin ze basketbalspullen verkochten, was er een geheel winkelcentrum naast het stadion te vinden, waarvan de buitenkant het meest opviel. Een enorme achtbaan wikkelde zich rond de bovenkant van het complex, ging er zelfs doorheen, maar leek vandaag helaas niet open te zijn. Hetzelfde gold voor het reuzenrad. De wildwaterbaan en draaimolen waren daarentegen wel geopend. Alhoewel duizenden zich hadden verzameld voor het concert in het stadion, stond er voor 13 uur naast het winkelcentrum nog een ander optreden gepland. Ter promotie van hun nieuwe, derde single, kwam de meidengroep Fairies (wie kent ze niet?) speciaal hun gehele repertoire zingen, waarbij de zeven jonge meiden enthousiast op het podium stonden te dansen. Het was een uitbundig en kleurrijk optreden met vrolijke Japanse popmuziek, met hier en daar een woordje Engels in de tekst. Het viel me nu ook goed op hoe hip, rijk, modieus en modern de Japanse bevolking hier is. Vele personen hadden hun haar geverfd, hadden eigentijdse kapsels en erg stijlvolle kleding. Maar dan wel typisch Japans, aangezien je de stijl niet zo snel bij ons tegenkomt. Jongens dragen hier vaak blouses of zakelijke pakken, terwijl de meiden vaak luxe schoenen dragen, een korte rok en een hip truitje of juist een net jasje.
Met de metro ging ik naar het westelijke gedeelte van Tokio, naar de wijk Harajuku. Hier bevond zich onder andere Yoyogi-kõen, een groot stadspark. Net als in het park gisteren was het hier een drukte van jewelste. Honderden mensen hadden zich verzameld om op kleedjes te genieten van het mooie weer en hun meegebrachte eten. Iedereen was enthousiast en vrolijk. Kinderen speelden met een bal of bliezen bellen, jongeren dansten op muziek, mensen gooiden over met een frisbee, ouderen lazen de krant en enkelen waren opvallend verkleed. Ook liepen er genoeg westerse toeristen rond, tenzij het westerlingen waren die zich hier gevestigd hadden vanwege werk of studie. Opvallen als westerling doe je hier in ieder geval niet, aangezien er overal genoeg rondlopen. Nagekeken wordt je dus zeker niet. Aan de zijkant van het park was ik nog getuige van een groep artiesten die in de periode van de rock & roll was blijven hangen. Aangrenzend aan dit park bevond zich een ander park, alhoewel dit eerder een bosrijke omgeving was met enkele brede paden. Nadat ik door een ‘torii' was gelopen, een poort, een stuk over het pad had gewandeld en onder een andere torii was doorgelopen, kwam ik uit bij de Meiji-Jingù, één van Japans mooiste religieuze bouwwerken. Deze tempel had een binnenplein met een paar boompjes en enkele rekken waar je wensen in kon hangen. De tempel zelf mocht ik niet betreden, maar ik kon wel een blik naar binnen werpen om te zien hoe boeddhisten aan het bidden waren en donaties maakten. Verder had je hier de mogelijkheid om je geluk te beproeven door met stokjes te schudden en te wachten totdat er eentje uit zou vallen. Het nummer op een stokje correspondeerde met een bepaalde voorspelling. Eenzelfde ritueel ben ik op mijn vorige reis door Azië ook al vaker tegengekomen. Ik had het geluk kort getuige te zijn van een trouwceremonie. Vanuit een of ander vertrek kwam een stoet mensen de binnenplaats oversteken, waarbij de bruidsmeisjes -of wat het ook waren- een roze kimono droegen en het bruidspaar ook prachtige traditionele kleding droeg, en afgeschermd werden van de zon door een mooie paraplu. De mensen achter hen hadden normale nette kleding; de priester voor het gezelschap was dan weer heel traditioneel gekleed. Op de weg terug kwam ik nog enkele vrouwen tegen die hier in speciale Japanse kledij waren gekomen.
Na deze historische plek kwam ik uit bij een zeer moderne straat van Tokio, welke in de Lonely Planet ook wel de Champs-Elysées van Tokio wordt genoemd. De Omote-sandõ had daar inderdaad veel van weg, aangezien beide zijden van de straat volgepakt stonden met designerwinkels van luxe en dure merken, zoals Louis Vuitton of Prada. De mensen die hier rondlopen waren ook allemaal net wat deftiger gekleed. Het volgende winkelparadijs kwam ik twee metrohaltes verder tegen in de wijk Shinjuku. In plaats van dure winkels stonden hier allerlei grote warenhuizen en kleinere winkels met verschillende artikelen voor de doorsnee bewoner. Het was een drukke bedoeling, maar nu het donker was geworden, wel een indrukwekkend gezicht met alle neonlichten en verlichte borden overal. In de kelder van één van de warenhuizen (Isetan) was een gigantische voedselafdeling, waar je bij allerlei balies met vitrines eten kon kopen. Het varieerde van gefrituurde garnalen en kip tot koekjes en cakejes, en van noedels en vleeshapjes tot chocolaatjes en sushi. Alles was redelijk geprijsd, maar toch wist ik voor nog geen 540 yen een ‘bento' (bakje) met negen stukjes sushi te scoren, waarbij er een paar verschillende soorten in zaten (met onder andere maki-zushi en inari-zushi). Opeten kon hier echter niet, dus kon ik het in een zakje meekrijgen. Ik begon aan een lange tocht terug naar het hostel, waar ik uiteindelijk smulde van de overheerlijke sushi. Dat smaakte naar meer! Gelukkig zal ik nog vele dagen in Japan verblijven, waardoor ik nog genoeg mogelijkheden hiervoor heb. Eerst was het tijd om bij te komen van een lange en vermoeiende dag.
Tip van de dag: pin genoeg geld als je de kans krijgt, aangezien je niet op elke hoek van de straat een geldautomaat tegenkomt en niet elke automaat onze bankpassen accepteert. Extra tip van de dag: als je in een bomvol park naar het toilet moet, ga dan een half uur van tevoren in de megalange rij staan!
Opvallend feitje: Japanners zijn nette mensen; buiten is het overal schoon en mensen nemen hun afval netjes mee, of gooien het in de afvalbak indien deze aanwezig is.
Dag 30: Tokio vanaf grote hoogte
Maandag 9 april 2012
En alweer is er een dag voorbij in de grote metropool die Tokio heet. De drukte van de afgelopen dagen werd vanochtend goed zichtbaar toen ik moeite had met opstaan. Het waren vermoeiende dagen geweest, met maar weinig goede rustmomenten. Toen ik het hostel verliet, was het daarom ook al tegen het middaguur. M'n planning die ik in eerste instantie in gedachten had voor vandaag en morgen heb ik omgewisseld vanwege openingstijden op maandag en dinsdag. Na een rit met de metro, waarin mensen rustig een boekje zaten te lezen, met hun telefoon zaten te spelen of muziek zaten te luisteren, stapte ik over op een speciale monorail naar het eiland Odaiba. Dit is een groot kunstmatig eiland in de baai ten zuidoosten van Tokio. Ja, als je midden in de stad zit zou je het bijna niet zeggen, maar Tokio ligt aan het water. De rit in de monorail was er een met een prachtig uitzicht over de gehele baai, met hoge gebouwen en blauw water dat fonkelde van het felle zonlicht. Odaiba is een eiland zonder woonwijken en bevat in plaats daarvan enkele bedrijven, maar voornamelijk een hele hoop entertainment in de vorm van musea, winkelcentra en attracties. Bij het verlaten van de monorail merkte ik meteen dat het een ruim en heel rustig eiland was. Ondanks de vele mogelijkheden om jezelf te vermaken, viel het aantal bezoekers op deze maandagmiddag behoorlijk tegen. Ik vroeg mezelf af hoe dat zou zijn in het weekend.
M'n voornaamste reden om hier te komen was Miraikan, het National Museum of Emerging Science and Innovation. Zoals de naam al doet vermoeden is dit wetenschapsmuseum volledig toegespitst op de nieuwste technologieën, iets dat mij nieuwsgierig deed maken, vooral omdat ik immers in het moderne Japan zat. In dit grote gebouw bevonden zich over twee verdiepingen allerlei interessante en zeer interactieve afdelingen over een bepaald onderwerp. Zo ging het over het menselijk lichaam, deeltjesversnellers, een onderzeeër om de diepste diepten te bereiken, het milieu, medicijnen en DNA, quantum computing en de werking van het internet. Daarnaast kwam het zonnestelsel voorbij in een 3d-film en had je enkele speelse multimediaprojecten waarbij camera's en andere tracking devices centraal stonden. Het hoogtepunt was een demonstratie van 's werelds bekendste robot: Asimo. Deze geavanceerde humanoïde robot liet zien hoe hij geheel autonoom kon lopen, dansen en andere bewegingen kon maken op twee benen zonder om te vallen. Langer dan gedacht heb ik in dit museum rondgehangen, waarna ik buiten verder ben gaan lopen.
Hetgeen dat me het meest opviel was een enorm rood reuzenrad met gekleurde gondola's. Via een mooie en stille promenade, waarbij ik langs een enorme Gundam-robot liep (ter grootte van een gebouw), kwam ik uit bij dit 115 meter hoge rad. Aangezien het futuristische gebouw van Fuji en het daarbij behorende uitkijkpunt gesloten waren, dacht ik vanuit dit reuzenrad een mooi uitzicht te hebben op de omgeving. In een kwartier tijd heb ik daarom een ritje gemaakt, waarbij je de omgeving inderdaad goed kon bekijken. Vanwege enkele grote gebouwen was het helaas niet perfect om de kuststrook van Tokio te zien (alhoewel je de Tokyo Tower en de Sky Tree wel zag staan), waardoor je je aandacht beter kon vestigen op de haven aan de andere kant en één van de vliegvelden in de verte. Het eiland zelf had niet heel veel boeiends om naar te kijken.
Via een grote showroom van Toyota en een enorme speelhal, met veel meer apparaten dan bezoekers, liep ik langs behoorlijk verlaten winkelcentra naar de promenade aan de waterkant. Hier had je pas echt een mooi uitzicht over de baai en een stuk van de skyline van Tokio, inclusief een designvolle brug. Het meest in het oog springende hier was echter een miniatuurversie van het Vrijheidsbeeld in New York, welke van redelijk dichtbij vanaf een brug te bekijken was. De winkelcentra en het indoor amusementspark liet ik voor wat het was en ik nam de monorail terug naar het vasteland.
Na een overstap met de metro kwam ik rond zonsondergang uit in de wijk Roppongi. De wijk zag er redelijk modern uit, met diverse winkels en restaurants. Langs de weg sierden vele neonborden. De meest populaire plek hier is Roppongi Hills, een terrein met enkele hoge zakengebouwen met aan de voet diverse winkels en dure restaurants. De entree zag er luxe uit, met verlichte bomen en water dat langs een glazen muur naar beneden kwam vallen. De mooiste bezienswaardigheid bevond zich echter op de 54e verdieping van het hoofdgebouw. Vanaf het observatiedek op het dak had je een subliem 360 graden uitzicht over de gehele stad. Het was al donker buiten, op een enigszins gekleurde lucht in het westen na, en alle lichtjes in de stad waren ontstoken. Ook de zeer nabijgelegen Tokyo Tower was prachtig oranje verlicht. Overal om je heen zag je niets anders dan de stad, met straten, gebouwen en lichtjes in alle richtingen zover je kon kijken. Het gaf een op een indrukwekkende wijze weer hoe groot de stad is. Heel ver weg waren ook het reuzenrad en de Sky Tree te zien, waarvan ik de laatste nog eens een stuk beter verlicht kon zien toen ik eenmaal terugkeerde naar de wijk van mijn hostel. De laatste twee avonden was deze niet verlicht, dus was het bijzonder om te zien hoe deze gigantische futuristische toren zijn blauwe en witte lampen toonde. Voordat ik Roppingo Hills verliet, heb ik echter eerst nog het Mori Art Museum bezocht, waarvan de entree inbegrepen zat in het kaartje van het uitkijkpunt. Hier was een redelijk bizarre, maar wel erg bijzondere expositie van Lee Bul, met allerlei aparte hangende en staande redelijk onbeschrijfbare sculpturen. Halverwege de avond was ik weer terug bij het hostel en keek ik terug op opnieuw een bijzondere dag in Tokio. Morgen weer een nieuwe dag om te sightseeën!
Tip van de dag: zorg dat er niets aan je rug en nek mankeert, want in Japan blijf je buigingen en knikjes met je hoofd maken.
Opvallend feitje: het is grappig om te horen hoe sommige mensen uit Frankrijk en Turkije vloeiend Japans weten te spreken.
Dag 31: Heel veel dode vis
Dinsdag 10 april 2012
In tegenstelling tot gisteren stond ik vandaag weer vroeg op, en wel met een reden. In Tokio bevindt zich de grootste vismarkt ter wereld, Tsukiji Market genaamd, en als je deze in actie wilt zien, moet je er op tijd bij zijn. Pakweg tussen 5.00 en 7.00 uur vindt hier een bruisende veiling plaats van grote tonijnen, maar aangezien deze voor slechts een handjevol toeristen toegankelijk is (en ik zo vroeg niet aanwezig kon zijn wegens het gebrek aan een rijdende metro), sloeg ik deze over. De grote markt zelf wordt vanaf 9.00 uur opengesteld voor toeristen, wanneer de ergste drukte voorbij is. Het is immers een serieuze markt waarbij toeristen alleen maar in de weg zouden lopen. Bij aankomst op het metrostation kwam de geur van vis me al tegemoet, waarna ik boven de grond de enorme bedrijvigheid kon aanschouwen. Buiten reden elektrische karretjes heen en weer, vaak afgeladen met tonnen of dozen. Je moest goed opletten waar je liep, om de mensen hier zo min mogelijk te storen. Daarnaast stonden pallets en dozen verspreid over het terrein. Ik liep naar de daadwerkelijke markt, een enorme hal met talloze gangetjes met daartussen honderden ‘kraampjes' (van echte kraampjes kon je niet spreken, het waren eerder toegewezen plekken). Overal lagen grote bakken met allerlei soorten vis en andere zeedieren, allemaal deze nacht aangeleverd. Het leek alsof de halve oceaan was leeggevist, zoveel lag er. Kleine garnalen, grote garnalen, schelpdieren en rode inktvissen, soms nog heel, soms alleen de armen. Hier en daar lagen grote tonijnen, met een snijmachine vakkundig bewerkt tot verplaatsbare brokken. Kleinere vissen werden met een kleiner mes onder handen genomen en rode vissen met grote ogen keken je glazig aan. Andere vissen lagen in z'n geheel tussen en het ijs, terwijl anderen alvast in plakken waren gesneden. Naast de toeristen was er ook veel lokaal volk op de been om de vis te kopen of te verkopen. Het was allemaal een zeer indrukwekkend schouwspel. Naast de vismarkt bevond zich nog een groentemarkt, maar deze was lang niet zo bijzonder, aangezien het niet heel groot was en de meeste groente in gesloten dozen verpakt zat. Ten slotte was er nog een gedeelte met verschillende winkeltjes en eettentjes om de toeristen naartoe te lokken en zodoende de verstoring van de vismarkt enigszins te beperken. Via een straat met nog meer marktkraampjes (waaronder gedroogde en verpakte vis), waar ik van een oud vrouwtje iets visachtigs aangeboden kreeg, verliet ik het grote marktterrein en stapte ik door naar m'n volgende bestemming.
Iets verderop lag Ginza, een weg die wordt vergeleken met 5th Avenue in New York. De reden hiervoor is het grote aantal designerwinkels dat zich hier gevestigd heeft. Net zoals in Harajuku liep ik langs alle grote, bekende en luxe merken zoals Dior, Swarovski en Bulgari. Een McDonald's hoefde je hier echt niet te zoeken (alhoewel ik er een paar straten verderop bij het station toch een aantrof), maar dure eetgelegenheden waren er genoeg. Alleen de rijke bevolking van de stad zag je hier rondlopen; jongeren waren nauwelijks aanwezig. In een zijstraat was ook het Sony Building te vinden, een gebouw van enkele verdiepingen welke diende als de ultieme showroom van Sony's producten. Ik nam hier een kijkje en trof onder andere de nieuwste camera's, tablets, laptops en muziekspelers aan. Ik liep nog een stuk verder en kwam uit bij een rustigere en groenere omgeving met bomen: ik was aangekomen in de buitenste tuinen van het keizerlijk paleis. Een groot gebied hiernaast was omsloten door een dikke en hoge muur en een brede gracht. Het paleis van de heerser van Japan was weliswaar te zien, een mooi traditioneel wit gebouw (een afbeelding zegt meer dan een stuk tekst), maar niet toegankelijk voor het publiek. De paleistuinen waren ook niet opengesteld voor bezoekers, op eentje na. Met vele andere toeristen liep ik hier doorheen. Het was een mooi onderhouden park met vele bloemen, planten en bomen, waarbij de roze bloesem continu om je heen bleef dwarrelen vanwege het beetje wind dat er stond. Alhoewel ik niet kan oordelen over andere maanden, heb ik toch de indruk dat april echt de beste en mooiste maand is om Japan te bezoeken!
Met de metro ging ik naar mijn laatste locatie van vandaag: de wijk Shibuya. Dit is een bekende winkelwijk met winkels voor de doorsnee Japanner. Grote nationale en internationale ketens hadden zich hier gevestigd in grote panden en vele mensen van jong tot oud liep hier rond. Over veel rondlopende mensen gesproken, misschien afgezien van Abbey Road lag hier 's werelds bekendste kruispunt, Shibuya Crossing. Dit grote kruispunt, dat iedereen vast wel eens gezien heeft op afbeeldingen, krijgt elke twee minuten een mensenmassa te verwerken waar je u tegen zegt. Terwijl de voetgangersstoplichten op rood springen, verzamelen zich bij elke hoek van de straat op z'n minst 100 mensen, welke, als de lichten op groen springen, allemaal beginnen te lopen over de zes zebra's die zich hier bevinden. Het unieke hier is namelijk dat er ook twee diagonale zebra's zijn, iets dat je overigens op enkele andere plekken ook tegenkomt. Massa's mensen lopen op elkaar af, ritsen langs elkaar heen, ontwijken de personen voor en naast zich, als een enorme kolonie mieren in een mierenhoop. Dit bekijken vanaf een afstandje is minstens zo leuk als zelf oversteken; ik heb nog nooit zoveel lol gehad met oversteken dan hier. Vlak naast het kruispunt bevond zich nog een standbeeld van een hond, waar een leuke geschiedenis aan vasthangt. Ik dwaalde vervolgens een tijd lang rond in de wijk en bezocht enkele winkels, waaronder een enorme platenzaak van meerdere verdiepingen met zo'n beetje elke cd die je maar kunt bedenken (met uitzondering van alle muziek uit minder belangrijke landen). Uiteraard werd er veel aandacht besteed aan J-pop (Japanse pop) en kon ik via koptelefoons enkele van deze vrolijke hits beluisteren. Meer vrolijke muziek trof ik aan in een entertainmenthal, waar een zakenman van ergens in de 40 ontzettend fanatiek stond te dansen bij een dansgame, waarbij hij elke benodigde beweging op het scherm perfect wist te imiteren. Het leek alsof hij heel veel ervaring had en hier wel vaker kwam alvorens na het werk huiswaarts te keren. Bij een simpele eetgelegenheid nam ik een diner. De manier van bestellen was echter opvallend (maar bleef overigens niet beperkt tot deze tent): bij een apparaat (in dit geval een digitale met afbeeldingen) kon je een selectie maken van het eten dat je wilde bestellen. Je betaalt vervolgens aan het apparaat, waarna er een bonnetje uit komt rollen. Je gaat op een kruk rond de keuken zitten (alsof je aan de bar zit: iedereen zit naast elkaar met z'n gezicht naar de bar/keuken), geeft je bonnetje, krijgt een glas water en krijgt even later je bestelde maaltijd. Simpel, maar doeltreffend. Met een volle maag keerde ik terug naar m'n hostel. Na vier volle dagen had ik zo'n beetje alles gezien wat de stad voor toeristen te bieden heeft, vandaar dat ik vanaf morgen diverse plekken rond Tokio zal aandoen!
Tip van de dag: trek in ijsthee? Bijna elke drankautomaat die je tegenkomt bevat een paar verschillende smaken.
Opvallend feitje: veel toiletten hier zijn automatisch en bevatten daarnaast vele knopjes om bijvoorbeeld de brilverwarming aan te zetten, een spoelkraantje te openen, of functies waarvan ik geen weet heb aangezien ik het schrift niet kan lezen.
Tiwi & Manila
Dag 21: Naar de volgende tante
Zaterdag 31 maart 2012
We stonden vroeg in de morgen al op, waarna er in de keuken een lekker ontbijt voor ons werd klaargemaakt door de altijd vrolijke gastvrouw. Ze vond het jammer dat we vertrokken en hoopte dat ik nog eens terug zou komen om een nieuwe poging te wagen voor de walvishaaien. Na het tekenen van haar gastenboek liepen we met onze bagage naar het busstation van Donsol. Hier namen we een minibus naar het plaatsje Daraga, wat een uur durende slingerende rit was door een groene omgeving. Omdat we voorin zaten, hadden we een prima uitzicht. Daraga was niet onze bestemming, maar wel de plek waar we moesten overstappen en de uitvalsbasis voor een bezoek aan de nabijgelegen Cagsawan ruïnes. Deze ruïnes zijn de historische attractie van de omgeving. Groot is het echter niet, aangezien het ‘slechts' een ruïne betreft van een kerk die hier vroeger heeft gestaan en verwoestingen van de Nederlanders en een uitbarsting van de Mayon-vulkaan niet heeft overleefd. Wat nu nog overeind stond was de kerktoren, met op de achtergrond de vulkaan, omhuld door enkele wolken. Het bijzondere aan deze actieve vulkaan (er kwam zelfs rook uit de krater) was de vorm, aangezien deze een perfecte kegel was, zonder vreemde uitsteeksels of al te grote hobbels aan de zijkanten. Het was een mooi gezicht en perfect voor enkele memorabele foto's. We waren op tijd gearriveerd, aangezien het begon te regenen toen we het terrein verlieten en de wolken het zicht op de vulkaan ontnamen. Na het bezoeken van de souvenirwinkeltjes reden we met een tricycle terug naar Daraga.
Een jeepney met veel kletsende mensen (de bevolking maakt hier veel gemakkelijker een praatje met elkaar dan wij in Nederland ooit zouden doen) bracht ons vervolgens naar het busstation van Legaspi. Na een lunch namen we hier een volgende minibus naar Tiwi, een klein stadje aan de oostelijke kust van de provincie. Een rit met een tricycle bracht ons uiteindelijk over een vlak, maar later hobbelig stenen pad door de bergen naar het huis van een andere tante van Cherry. Het was ietwat afgelegen van het centrum, maar desondanks waren er genoeg andere huisjes in de bosrijke en bergachtige omgeving. Ook deze tante had Cherry vier jaar lang niet gezien en het weerzien met haar familie deed haar goed. Behalve de tante woonden hier ook nog een oom en hun negen kinderen. Het huis zag er iets beter uit dan van de vorige tante, aangezien het van cement was, het dak van ijzeren platen, een woonkamer en keuken had en twee slaapkamers. Heel groot was het niet en ik vroeg me af hoe hier zoveel personen konden slapen, vooral nu er twee gasten bij waren gekomen. We mochten hier namelijk enkele dagen verblijven. Aan de muren hingen vele foto's. Behalve een tv en een stereo bevond er zich zelfs een computer in huis, waarop enkele van de kinderen spelletjes speelden. De rest van de kinderen leken maar wat rond te hangen in of rond het huis. Buiten liepen ook weer enkele kippen rond, hingen er waslijnen en waren er een apart toilet, een grote ton met water en een overdekt gedeelte voor de motor. Opnieuw voelde Cherry zich thuis (ze had hier eerder gewoond) en zo gedroeg ze zich ook.
Na dit welkom werden we met een motor iets verderop in de bergen afgezet. Het was een mooi groen landschap, met gras en bomen. Ik maakte hier kennis met de halfbroer van Cherry, evenals een gerelateerd jong stel dat twee weken geleden een baby had gekregen en nu hun huisje van een paar vierkante meter met z'n drieën moest delen. Alhoewel deze personen geen Engels konden, was het toch een gezellige en vriendelijke ontmoeting, waarbij Cherry uiteraard genoeg uit te wisselen had met de personen en anders voor mij als tolk kon spelen. Vanwege de vulkanische omgeving zit er hier in de grond heel veel stoom, wat een perfecte bron van inkomsten is. Overal langs de wegen zie je grote en dikke buizen lopen, welke zelfs aan de buitenkant behoorlijk heet kunnen zijn. Het verbaasde me dan ook niet om op diverse plekken vochtige bladeren en kleding te zien liggen, op hun plaats gehouden door grote stenen. De buizen waren afkomstig van de zes grote thermocentrales in de regio, waarvan we er twee hebben gezien. Grote witte reactoren met witte rook waren op een afgeschermd terrein hard aan het werk. We besloten om terug te keren naar het huis van Cherry's tante, maar omdat er geen motor voorbij kwam rijden, hebben we een stuk moeten lopen langs de weg. Een weg die Cherry nog goed kende, aangezien ze hier vroeger ook lange tijd overheen moest lopen om bij school te komen. Toen er eenmaal een motor voorbij kwam rijden, begon het te regenen, waardoor we door de regen terugreden en nat aankwamen. We waren precies op tijd voor het eten; althans, men doet hier niet echt aan een gezamenlijk diner. Iemand bereidt het eten en wanneer iemand honger heeft, schept hij of zij een bord op. Met z'n tweeën aten we iets later rijst met vis, vlees en groente, een simpele, maar lekkere lokale maaltijd.
De avond bestond voornamelijk uit het rondhangen in de woonkamer, waarbij de vele kinderen, indien ze niet buiten speelden, met z'n allen op de houten bank of op de vloer zaten en naar de tv keken. Er kwam een of andere prijzenshow voorbij, net als een foute Filipijnse horrorfilm en een reisprogramma. Dat alles hier stukken makkelijker verloopt dan bij ons, bleek ook toen één van de jonge neefjes in het huis aan het spelen was en zonder enige op- of aanmerking met een parfumflesje begon te spelen. Heel oplettend waren de ouders niet, waardoor de jongen iets later in huilen uitbarstte toen hij per ongeluk parfum in z'n ogen spoot. Wrijvend in z'n ogen bleef hij een tijd lang aan moeder vastklemmen. Verder hebben we de foto's bekeken die ik vandaag had gemaakt, wat iedereen geweldig vond om te zien. Omdat iedereen het nogal koud kreeg (de deur staat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat open), behalve ik -voor mij was de temperatuur juist heerlijk aangenaam- besloot men om z'n bed op te zoeken. Van de drie aanwezige bedden kreeg ik er een aangewezen, waarna de resterende personen zich verdeelden over de andere twee bedden en de bank in de woonkamer. Het waren toch harde bedden, dus slapen konden ze in principe overal in het huis, zelfs op de vloer. Terwijl ik keek hoe drie broertjes zich in het andere bed van mijn kamer nestelden, maakte ik me klaar voor een nieuwe harde nacht.
Tip van de dag: smeer je goed in met zonnebrand als je naar het strand gaat en het water in gaat! Anders zou je de volgende dag zomaar eens last kunnen hebben van verbrande schouders!
Opvallend feitje: in de Filipijnen worden kinderen veel sneller volwassener en zelfstandiger; zelfs op jonge leeftijd zullen ze al zelf een bezem pakken om de vloer vrij te houden van zand en bladeren.
Dag 22: Filipino style
Zondag 1 april 2012
Ik had beter geslapen dan de vorige keer. Ondanks dat ook dit bed nogal hard was, begon het misschien een klein beetje te wennen. Toch was het pas iets over zessen toen ik wakker werd door het gekakel van de hanen in de omgeving en de extreem luide ouderwetse Amerikaanse muziek bij de buren. De hele familie in huis was echter allang opgestaan en hing alweer in of rond het huis. Ik kreeg een ontbijtje met lekkere cake, kleine broodjes en oploskoffie. Om mezelf te wassen kon ik de ton met water in de tuin gebruiken, omdat er ditmaal geen rivier door de achtertuin stroomde. Het verse regenwater in de ton en een bakje om het water over je heen te kunnen gooien waren desalniettemin een prima alternatief. Heerlijk fris kwam ik terug in het huis, waar opeens een stuk of 14 kinderen rond de tv hingen om tekenfilms te kijken. Het leken zelfs steeds meer kinderen te worden. Blijkbaar waren alle kinderen uit de hele buurt uitgenodigd om samen naar Tom en Jerry te kijken.
Met Cherry en haar nichtje Grace, een lerares die nu vakantie had, zijn we met een tricycle naar een andere tante verderop in de bergen gegaan. Opnieuw reden we langs enkele thermocentrales. Ook deze tante leefde in een simpel huisje met haar vele kinderen. We zouden hier later nog terugkeren, maar eerst liepen we verder naar de buurvrouw, Cherry's oma, die blij was om ons te zien. Het was een oude maar nog actieve vrouw, aangezien ze met enkele kinderen druk in de weer was om cassavechips te maken. Nadat we iedereen een lolly in de mond hadden gestopt (deze hadden we iets daarvoor bij een ander oud vrouwtje langs de weg gekocht), mochten we even meehelpen. Op een stuk bananenblad moest het gekleurde deeg (gekleurde chips is gewoon veel vrolijker) heel dun worden uitgesmeerd. Met beide handen deed ik dit zo nauwkeurig mogelijk. Meer stappen hoefden wij niet te doen, maar wel liet oma nog even zien hoe ze de chips uiteindelijk in de pan frituurde, waarna we uiteraard mochten proeven van dit lekkers.
In een volgend huis, bewoond door twee personen en een baby, hebben we vervolgens een hele tijd gezeten en gekletst. Hier zag ik tevens hoe stevig touw gevlochten werd van gedroogde bladeren (een vlecht met vijf slierten). Terug bij het eerste huis was het tijd voor een lokale lunch met rijst en meer, waarbij de honden ons smekend aankeken om ook een hapje. De oom bood ons hierna aan om naar de rivier te gaan voor een verfrissende duik, aangezien het een warme en benauwde dag was. Dit konden we uiteraard niet aan ons voorbij laten gaan en zo liepen we even later via smalle en gladde bergpaadjes tussen de begroeiing naar de rivier. Het snel stromende water was ondiep, er lagen veel rotsen in het water en er was zelfs een waterval. Van een echte duik was geen sprake, maar wel was het heerlijk verfrissend om in het water te vertoeven. Daarnaast was het een ideale plek voor een paar mooie foto's. We liepen terug over hetzelfde pad en namen bij het tomatenveldje van de oom een paar kleine rijpe tomaatjes mee, waarna we bij een hutje van een bewaker van de thermocentrales even schuilden voor de regen. In navolging van enkele kinderen balanceerden we vervolgens over de grote buizen terug naar het huis, waar vele kinderen vrolijk aan het spelen waren. Enkelen van hen hadden een klein springtouw, maar met enige creativiteit wisten ze ook een langer springtouw te maken, waarna er met meerdere personen tegelijk gesprongen kon worden. Ze wilden uiteraard dat ik ook meedeed, dus sprong ik even later enthousiast mee of draaide ik het touw rond voor de anderen. Een van de jongens vond het daarnaast grappig om me met een denkbeeldig pistool keer op keer neer te schieten en een van de meisjes wilde continu handjeklap met me spelen, waarbij zij mij en ik haar een variant leerde. Het was een lollige bedoeling. In de tussentijd werd ik ook volgestopt met cassavechips en stevige en plakkerige cassavepuree.
Toen het donker begon te worden zijn we op twee motoren teruggekeerd naar onze verblijfplaats, waar we hebben uitgerust. Na een diner van rijst, vis, ei en tomaat hebben we opnieuw alle gemaakte foto's bekeken, waarna we simpelweg voor de tv hebben gehangen. Met niet heel veel andere vormen van vermaak lijkt dit de manier te zijn waarop deze mensen hun avond doorbrengen.
Tip van de dag: neem een zwembroek mee voor onverwachte uitnodigingen om te gaan zwemmen.
Opvallend feitje: de achterkant van een koelkast kan zeer nuttig zijn om nat wasgoed snel te drogen (tante was zo lief om alle vuile kleding te wassen).
Dag 23: Medailles en diploma's
Maandag 2 april 2012
Net als gisteren schalde er vroeg in de ochtend overal al luide muziek uit de speakers. Ditmaal was de muziek iets hipper en kwam onder andere enkele malen het nummer Waka Waka van Shakira voorbij, een nummer dat ik hier in de Filipijnen al wel vaker voorbij heb horen komen. Rijst gemengd door kokosmelk, netjes verpakt in een bananenblad, was ditmaal m'n ontbijt, waarna ik bij de ton met water een douche nam, alhoewel ik net zo goed het water in de ton kon laten zitten omdat het regende. Met Cherry, haar tante en twee van haar nichtjes zijn we naar een basisschooltje iets verderop gegaan. De nichtjes zouden vandaag hun diploma-uitreiking hebben, dus het was voor hen een spannende ochtend! Hand in hand liepen we allemaal naar de school toe, waar het aardig druk was. Alle ouders waren aanwezig om hun zoon of dochter bij te staan. Het podium was opnieuw vrolijk versierd, alle tafels en stoelen uit de klassen waren buiten gezet, pompeuze muziek speelde en docenten hadden zich vooraan verzameld. Alle kandidaten zaten in hun (geleende) witte gewaden en met hun hoedje op de voorste banken, met de ouders daar achter, zittend of staand. Andere kinderen speelden op de rest van het schoolplein. Na enkele speeches door docenten werden de leerlingen één voor één naar voren geroepen, waarna ze door docenten een (overgangs)diploma kregen en eventueel van hun moeder een medaille omgehangen kregen indien ze goede resultaten hadden gehaald of actief hadden bijgedragen aan bepaalde activiteiten (de ‘honor awards'). Eén van die activiteiten was deelname aan de scouts, welke hier onderdeel zijn van sommige scholen. In een schoollokaal waren enkele docenten druk bezig om loempia's en ander eten te bereiden voor tijdens de ‘borrel', terwijl je buiten bij enkele personen ook lekkere hapjes kon kopen. Ik was blij dat ik een paraplu mee had genomen, aangezien het tijdens de uitreiking plots hard begon te regenen. Toen de twee blije nichtjes hun diploma's en medailles in ontvangst hadden genomen van hun trotse moeder, zijn we huiswaarts gekeerd.
Na een klein feestmaal van rijst, vissoep en kip ben ik met Cherry op een motor afgereisd naar alweer een andere tante. Ze was echter niet thuis, maar zat iets verderop in een klein kapelletje, welke er van binnen erg simpel uitzag. Samen met enkele andere vrouwen zat ze vanuit een boekje te zingen. De reden hiervoor was de heilige week, een speciale week in de dagen voor Pasen waarin vele christenen extra naar de kerk gaan om te zingen of gebeden uit te spreken. Na het zang zijn we naar het huisje van deze tante gegaan, waar we ook door de overige familieleden enthousiast werden ontvangen. Er stonden hier vier huizen, welke bewoond werden door alle familieleden. Familie lijkt hier een stuk belangrijker dan in onze samenleving en indien mogelijk woont men zo dicht mogelijk bij elkaar. Een lange tijd heb ik hier met een oom zitten kletsen. Hij was het Engels meester omdat hij vroeger enkele goede Amerikaanse vrienden had en had verder interessante verhalen over zijn verleden en over enkele van zijn familieleden die nu zelfs in Amerika wonen. Ook hier was men in de stemming voor diploma-uitreikingen. Twee zoons zouden namelijk hun diploma mogen ophalen en uiteraard werden wij uitgenodigd om mee te gaan. Op een afgeladen tricycle reden we naar de (middelbare) school, welke beduidend groter was dan de vorige scholen die ik gezien had. Het plein was behoorlijk groot en stond vol met stoelen om de meer dan 300 kandidaten en hun aanhang kwijt te kunnen. Zoals te voorspellen was, duurde de uitreiking erg lang en werd het op een gegeven nogal saai. Gelukkig wisten Cherry en ik de tijd aan ons voorbij te laten gaan door te spelen met een jong neefje dat ook was meegegaan (wij zaten niet in het publiek). Het was een zeer actief, energiek en speels kereltje die graag met ons in het gras wilde liggen, dan weer op onze schoot wilde zitten, op randjes wilde klimmen of rond onze nek wilde hangen. Versnaperingen vonden we in de vorm van chips, pinda's en drinken, welke vanuit het flesje in een plastic zakje werd geschonken en werd voorzien van een rietje. Ook hier begon het aan het einde van de uitreiking hard te regenen, waardoor vele van de aanwezigen opstonden van hun stoelen om beschutting te zoeken onder de bomen of het afdakje van het schoolgebouw.
Toen we eenmaal terug kwamen bij het huis van de geslaagde jongens, stond er een zeer uitgebreid feestmaal op tafel voor de gehele familie. Allerlei lekkere gerechten waren bereid, waaronder kalkoen, een luxe en duur product dat alleen bij echte feestgelegenheden gegeten wordt. Verder waren er een paar lekkere zoete toetjes. Wij mochten uiteraard mee-eten. 's Avonds hebben we daar in huis gehangen en met elkaar gekletst. De oom die ik vanmiddag nog sprak, had in de tussentijd behoorlijk veel gedronken en vertelde nu allemaal maffe onzin, alhoewel hij nog steeds oprecht en vriendelijk overkwam. Hij was zelfs bereid om hier land te kopen voor Cherry en mij. Uiteindelijk viel hij nogal in de herhaling. Laat op de avond zijn we met de motor teruggekeerd naar ons verblijf, waar we met de familie nog even hebben rondgehangen, alvorens ons bed op te zoeken.
Tip van de dag: knik vriendelijk, lach en blijf ‘ja' zeggen als een dronken Filippijn tegen je aan begint te praten. En zoek een andere gesprekspartner als je na een halfuur al zijn verhalen al drie keer voorbij hebt horen komen.
Opvallend feitje: je zou het niet verwachten, maar op een tricycle passen minstens 10 personen.
Dag 24: Stad en strand
Dinsdag 3 april 2012
Om iets voor achten ben ik opgestaan, wat beduidend later was dan de rest van de familie. Na een lekker ontbijtje met noedels, brood en ei zijn Cherry en ik voor de verandering eens niet naar familieleden gegaan. In plaats daarvan wilden we elders genieten van deze mooie dag. Achterop een motor reden we naar het centrumpje van Tiwi, dat uit diverse straten bestond met een markt, een tankstation en enkele winkeltjes, restaurants en huizen. In een internetcafé maakten we een selectie van de beste foto's die we de afgelopen dagen hadden gemaakt, waarna we deze lieten afdrukken. Dit zou een mooi souvenir zijn voor Cherry's tante, die aan de muren van het huis wel meer foto's heeft hangen. We keken even rond bij het plein bij het gemeentehuis, waarop een grote pot stond. Vanwege de vele klei in de grond hier worden hier veel potten verkocht, wat we iets verderop bij een winkeltje zagen gebeuren. In een andere winkel kochten wij echter een bal voor de kinderen, waarover ze nog niet leken te beschikken. Cherry wist vervolgens een goede zaak waar ze halo halo verkochten, het lekkere toetje dat ik nu al tweemaal eerder heb gegeten. Als kind zijnde kwam Cherry al bij deze tent om te smullen van de halo halo. De smaak is na al die jaren hetzelfde gebleven, de prijs is daarentegen continu gestegen.
Met een andere motor reden we naar een volgende highlight van Tiwi: het strand. Het was rustig op het strand, ondanks het stralende weer. Slechts een paar Filippino's vermaakten zich op het bruinzwarte zand of in het heldere water. In het water zagen we enkele vissersbootjes druk in de weer. We namen plaats op een van de overdekte houten bankjes, aangezien de zon wel heel erg fel was om in te liggen. We vroegen of het mogelijk was om te eten, waarna een man aanbood om de barbecue aan te zetten en er een vers gevangen vis op te leggen. Iets later zaten we allebei te smullen van deze vis, waar uiteindelijk weinig meer van over bleef. Een tijd lang hebben we hier gerelaxt en foto's gemaakt, totdat ons door de vissers een grote vis werd aangeboden voor een erg lage prijs. Het leek ons wel een mooi gebaar om deze mee te nemen naar huis, waarna we even later naar de weg terugliepen met een vis in een plastic zak. Omdat de zak dit niet volhield, bungelde de vis iets later met z'n staart aan een plastic hengsel aan m'n hand. Met een tricycle reden we terug naar het centrum, waar ik blij was dat we daar de buurman tegenkwamen die ons aanbood de vis naar huis te brengen. Aangezien ik ondertussen een lamme arm had gekregen van de vis op de tricycle, was dit een welkom aanbod. Bij een kraampje aten we pizza, waarna we rondkeken in de overdekte markt, waar ze etenswaren verkochten, maar ook T-shirts en slippers. Uiteraard werd ik als buitenlander altijd aangestaard en nagekeken, maar één vrouw vond me blijkbaar zo speciaal dat ze m'n arm aanraakte en aaide toen ik langsliep. Buitenlandse armen voelen immers ook zo anders aan! Nu het buiten donker was geworden, waren overal eetkraampjes opgezet, waar ze allerlei lekkere hapjes en barbecuevlees verkochten. Dit konden we uiteraard niet aan ons voorbij laten gaan, alvorens naar huis terug te keren met de motor. Hoe meer je overigens achterop een motor zit, hoe meer het begint te wennen, zelfs als je over hobbelige paden rijdt. Thuis lieten we de foto's zien en gaven we de bal aan de kinderen. Alles werd zeer goed ontvangen, waarna de achterkant van de deur meteen gebruikt werd als basket.
Gisteren hadden we al geprobeerd om in de omgeving vuurvliegjes te spotten, maar dat liep uit op niets. Vandaag hebben we het nogmaals geprobeerd en liepen we verder over onverlichte paden. We hadden ditmaal geluk, want we vonden enkele hoge bomen waar honderden vuurvliegjes rondvlogen. Allemaal waren ze sfeervol verlicht en sommigen knipperden aan en uit. Ondanks het felle maanlicht konden we ze goed zien en was het voor mij opnieuw een nieuwe mooie ervaring hier in de Filippijnen. Nadat we even gedag hadden gezegd bij de buren, aten we terug in huis van de vis die we hadden meegebracht, welke tante in plakken had gesneden en in een pan had gebakken. Het was een lekkere maaltijd, waarna we de rest van de avond rond de televisie hebben rondgehangen en ik via m'n netbook foto's van thuis heb laten zien, welke erg enthousiast ontvangen werden.
Tip van de dag: probeer een vuurvliegje te vangen en deze te observeren vanuit je hand!
Opvallend feitje: soms heeft een tricycle wel een heel aparte bijrijder: een enorme tonijn!
Dag 25: Afscheid
Woensdag 4 april 2012
Na een ontbijt met noedelsoep hebben Cherry en ik nog eventjes door het bos in de omgeving rondgelopen. We liepen langs huisjes van de buren en zagen kippen en hanen die met hun poten aan touwtjes gebonden zaten. Het was niet moeilijk om te raden waarvoor dit pluimvee diende. Ook ditmaal zagen we koeien en buizen met warm water. Bij een buurvrouw met geitjes en honden werden we uitgenodigd om even te kletsen, alvorens terug te keren naar huis. Hier hadden we een vroege lunch met opnieuw rijst en vis, aangezien vis hier stukken goedkoper is dan kip.
Ik zou vandaag de bus nemen naar Manila, maar aangezien deze pas later in de middag zou vertrekken, had ik nog tijd om even te relaxen. Ondertussen speelden de kinderen in en rond het huis met hun zelfgemaakte vliegers, de bal die we hen gegeven hadden, flessendopjes of plastic zakjes. Op een gegeven moment was het echter tijd om iedereen gedag te zeggen. M'n paraplu liet ik achter, aangezien ik deze toch niet mee zou kunnen nemen in het vliegtuig. Met tranen in de ogen reden Cherry en ik naar het centrum van Tiwi, waar ik een kaartje kocht voor de bus van 16 uur. In de wachttijd namen we wat te drinken en zaten we op het plein. Toen was het ook tijd om afscheid te nemen van Cherry. We hadden een geweldige week gehad en hoopten elkaar nog eens terug te zien. Zij zal de komende tijd in ieder geval meer familieleden opzoeken.
De bus was voorzien van een tv waarop enkele niet heel boeiende films werden vertoond, alsmede airconditioning en een wifi-verbinding, waardoor ik toegang had tot internet. Lange tijd was Mt. Mayon zeer goed zichtbaar, aangezien er nauwelijks bewolking was. De rook die uit de krater kwam, was daardoor ook erg goed te zien. We stopten diverse keren voor passagiers, maar ook eenmaal om bij een wegrestaurant te kunnen dineren. Het was een lange rit, waarbij we ook nog getuige waren van een optocht van mensen en praalwagens met verschillende Bijbelse figuren. In diverse kerken waren paasmissen bezig. Het was een mooi gezicht. Later op de avond werd ons echter verzocht om de gordijnen te sluiten, waarna de lampen uitgingen voor een lange nacht.
Tip van de dag: houd een zakdoek bij de hand.
Opvallend feitje: op zonnige dagen wordt de weg gebruikt om rijst uit te stallen en te laten drogen.
Dag 26: Een verlaten stad
Donderdag 5 april 2012
Het werd uiteindelijk een lange en vermoeiende nacht, aangezien de weg tot enkele kilometers voor Manila niet de beste van allemaal was. Daarnaast stopte de bus nog op vele plekken om mensen midden in de nacht in en uit te laten stappen. Gelukkig was de stoel naast me vrij, waardoor ik meer ruimte had om te slapen, wat slechts enigszins lukte. Tegen 6.30 uur arriveerde de bus bij de terminal in Manila, waarna ik dacht de bovengrondse te kunnen nemen richting m'n hostel. Omdat het de heilige week was, bleek het hele openbare vervoer hier echter plat te liggen, waardoor ik genoodzaakt was een taxi te nemen. Gelukkig komen die hier nauwelijks boven de paar euro uit, dus een probleem is dat niet. Ik kwam al vroeg aan bij m'n hostel, maar aangezien er nog een bed beschikbaar was, kon ik de kamer al eerder betreden. Op bed heb ik uitgerust.
Heel veel bijzonders heb ik de rest van de dag niet meer gedaan. Door de warme en felle zon heb ik buiten nog een wandeling door het zakelijke district gemaakt, waar het ontzettend rustig was. Straten waren erg verlaten, voetgangers en automobilisten waren nauwelijks te bekennen en vanwege de Semana Santa waren ook bijna alle winkels gesloten. In de buurt waren gelukkig nog wel een paar tentjes open zodat ik kon lunchen en dineren. 's Avonds heb ik nog even door de buurt gelopen, om te zien hoe de lokale bevolking op weg was naar de kerk voor een paasmis en hoe ze bij diverse ‘paasstalletjes' bleven staan om te bidden of foto's te maken. De rest van de tijd heb ik voornamelijk besteed aan het inhalen van m'n reisverslag en het uitzoeken van al m'n foto's, aangezien ik daar de laatste week maar zeer weinig tijd voor over had. Toch was het ook wel fijn om weer een rustdag te hebben, omdat morgen mijn laatste dag in de Filipijnen zal zijn en ik de oversteek zal maken naar Japan, met om te beginnen een drukke en volle week in Tokio!
M'n tijd in de Filipijnen zit er zo goed als op. In de 26 dagen die ik hier heb besteed, heb ik me geen moment verveeld. Ondanks dat velen het misschien niet als de nummer-1-vakantiebestemming zien, is het toch een geweldig land om te bezoeken. De steden zijn dan misschien niet het meest interessant, de omgeving is zeker prachtig, met een welkome afwisseling van groene rijstvelden, witte stranden en kleurrijke dorpjes. Bezienswaardigheden zijn er genoeg en in de tijd die ik had, heb ik niet eens alles kunnen bezoeken wat het bezoeken waard was (onder andere het wilde noorden en het paradijs dat Palawan heet). Om deze reden, en vanwege het heerlijke eten, de ontzettend vriendelijke en gastvrije bevolking en het over het algemeen goede weer (de regenbuien vergeet je snel genoeg) zijn perfecte redenen om nog eens terug te keren naar dit land. Dankzij Cherry ben ik tevens in aanraking gekomen met het leven van de echte Filipino's, een unieke en ultieme reiservaring waarvoor ik haar voor eeuwig dankbaar ben. Dus wie weet wat de toekomst nog eens zal brengen!
Tip van de dag: neem iets warms mee als je een nacht in een bus met airco doorbrengt, aangezien het erg koud kan worden!
Opvallend feitje: het eten van fastfood lijkt de enige optie te zijn tijdens de heilige week. Extra opvallend feitje: als je goed oplet, kun je Albert Heijn-tassen tegenkomen.
Sorsogon & Donsol
Dag 17: Nat, nat, nat!
Dinsdag 27 maart 2012
Terwijl ik in m'n dromen m'n parkiet Kiki tegen me hoorde praten, was het in werkelijkheid een peuter die door de slaapzaal aan het roepen was, gevolgd door een luid geschreeuw waardoor ik wakker werd. Op zich geen probleem, want het was al 6.30 uur, een klein uurtje voordat de ferry in Masbate aan zou komen. Eenmaal aangemeerd verliet iedereen het schip, waarna ik op zoek ging naar een boot die naar Pilar zou gaan, op een ander eiland een stuk noordoostelijker. Er lag gelukkig al een bootje klaar en bij de pier werden tickets verkocht. Het was eenzelfde kleine boot waar ik al eerder in had gezeten de afgelopen weken; een overdekte boot met zo'n 12 harde houten banken voor 3 of 4 personen (hier in de Filipijnen dus voor 4 of 5 personen) met aan weerszijden houten dragers om de boot in balans te houden, te laten drijven en niet te laten kapseizen in het geval van golven. Met vele andere (Filipijnse) mensen, een grote hoeveelheid bagage, enkele hanen, een doos piepende kuikens en twee motors hebben we een uur lang voor onbekende reden in de haven gelegen. Toen we eindelijk eenmaal waren vertrokken, volgde een niet echt heel fijne overtocht van 3 uur. Zo zaten we behoorlijk op elkaar gepropt, waardoor bewegingsvrijheid geen optie was en dit na verloop van tijd nogal vervelend werd. Daarnaast waaide en regende het behoorlijk. Alhoewel de boot redelijk stabiel bleef, was al het opspattende water niet iets waar iedereen op zat te wachten. De zijkanten hadden dan wel plastic flappen die dicht konden, maar niet allemaal waren ze nog in perfecte staat, waardoor het water alsnog door de gaten wist te komen. Gordijntjes wisten gelukkig ook nog veel water tegen te houden. Open gaten aan de zijkanten waar geen flappen waren, werden vakkundig dichtgemaakt door een aantal reddingsvesten aan elkaar te knopen en voor de gaten te hangen. Toch kon dit alles niet helemaal verhelpen dat er alsnog een klein laagje water in de boot terechtkwam en ieders schoenen en bagage op de grond nat werden.
Aangekomen in het plaatsje Pilar was ik opnieuw zeer blij dat ik nog steeds geen afstand had gedaan van m'n paraplu, aangezien die hier ook zeker nodig was. Gelukkig was het maar een klein stukje lopen naar de minibusjes die hier klaar stonden en diverse richtingen op gingen. Alhoewel mijn eindbestemming er niet tussen stond, kon ik met een busje wel een stuk de goede weg op geholpen worden. Na een half uur slingeren door de bergen, langs dorpjes en rijstvelden, werd ik samen met iemand anders in een dorpje afgezet. Niet veel later arriveerde hier een behoorlijk volle bus vanuit Legaspi die naar Sorsogon zou rijden. Ik had het geluk dat ik er nog tussen paste. Ook tijdens deze rit bleef het maar regenen, wat de sfeer niet echt ten goede kwam. Na diverse keren te hebben gestopt, kwamen we na zo'n 45 minuten aan in Sorsogon, waar het ook met liters naar beneden kwam vallen. Met een tricycle liet ik me naar een -wat later bleek- zeer eenvoudige lodge rijden, waar ik in mijn erg kleine kamertje m'n hele tas uitpakte en alles uitspreidde op het tafeltje, de stoel en het bed, om hetgene wat nat was de kans te geven om te drogen.
Wat later in de middag had ik honger en wilde ik iets gaan eten. De regen was echter nog steeds niet opgehouden en noodgedwongen liep ik dus met m'n grote paraplu richting het centrumpje. Veel stelde het echter niet voor. Langs een weg waar het wemelde van de tricycles stonden diverse eetkraampjes en winkeltjes, een school en een kerk. Op de stoep en op de straat (want vaak was er niet echt sprake van een stoep) liepen veel mensen met paraplu's en poncho's, waaronder scholieren die net uit school kwamen. Bij de Chowking, een zeer populair Chinees fastfoodrestaurant hier (waar ik eerder de halo-halo had gekocht), nam ik een verrassend lekkere en uitgebreide maaltijd. Van fastfood is eigenlijk echt geen sprake, omdat de kwaliteit van het eten top is. Voor nog geen 3 euro had ik een vol bord met nasi, noedels met varkensvlees, een stukje vis, groente, pangsit en kroepoek. Met een ruim gevulde maag trotseerde ik het noodweer en liep ik terug richting m'n lodge, onderweg af en toe schuilend voor de extreme hoosbuien en anders beide handen goed om m'n paraplu geklemd zodat deze niet weg zou waaien. Het is apart wat voor extremen in het weer je in zo'n korte tijd kunt meemaken, alhoewel ik uiteraard wel een paar honderd kilometer noordelijker ben afgereisd. Vanwege het weer viel er in de avond niet echt iets te doen, waardoor ik tot het slapengaan lui op m'n kamer heb rondgehangen.
Tip van de dag: het nemen van een vliegtuig is weliswaar ietsje duurder, maar wel een stuk sneller, relaxter en droger! Extra tip van de dag: neem een paraplu mee!
Opvallend feitje: niet alle toiletten hebben een doorspoelmechanisme; soms zal je het moeten doen met een bakje en een kraan.
Dag 18: Het echte Filipijnse leven
Woensdag 28 maart 2012
Al vroeg stond ik op, waarna ik even later blij werd van de lucht buiten, aangezien deze na een lange en regenachtige nacht eindelijk was opgeklaard. Ik liep naar de Chowking, waar ik om 9 uur had afgesproken met Cherry, medewerkster van het Jhanarieans Resort in Puerto Galera. Om meteen alle misverstandende wereld uit te helpen: nee, ze is niet één van de vele meiden die in Puerto Galera op een andere manier hun brood proberen te verdienen, maar een doodnormale medewerkster van het resort die nu een maand vrij had genomen om haar grote familie hier in de regio op te zoeken. Deze familie had ze al vier jaar lang niet gezien, dus daar keek ze erg naar uit. Aangezien ik haar verteld had dat ik rond deze tijd in deze regio zou zijn en we elkaar in Puerto Galera wel mochten, had ze me uitgenodigd om met haar mee te gaan en mij kennis te laten maken met het echte Filipijnse leven, in plaats van alleen de toeristische plekken te bezoeken. Op dit unieke verzoek kon ik uiteraard geen nee zeggen! Terwijl ik onderweg was naar de Chowking, werd ik plots verrast door Cherry, die naast me opeens uit een jeepney sprong omdat ze me zag lopen. Het was leuk om elkaar weer te zien en bij de Chowking namen we een stevig ontbijt.
Cherry was gisteren vanuit Manila aangekomen in Sorsogon en verbleef bij een tante in het dorpje Bacon iets verderop. Met een jeepney reden we hier naartoe, waar we op een bosrijke weg met slechts een paar houten huisjes uitstapten. Een smal verhard pad door een omgeving van bomen, hier en daar kleine stukjes platteland en simpele houten huisjes, gevolgd door een modderig pad van gras, stenen en een bruggetje van palen, kwamen we bij het huis van één van Cherry's tante. Ook dit was een niet al te groot houten huis, dat door de familie helemaal zelf in elkaar is gezet. Alhoewel de vloer van cement was, waren alle muren, ramen, deuren en meubels gemaakt van hout, gesneden uit de bomen die hier in het verleden hebben gestaan. Het dak bestond uit bij elkaar gewoven gedroogde bladeren van de kokosnootpalmen die hier in overvloede staan. Het huis bestond verder uit was een simpele woonkamer met twee banken en een tv, een drietal slaapkamers en aan de buitenzijde een overdekte, kleine en zeer eenvoudige keuken. Aangezien ik een bijzondere gast was (maar niet de vriend of man van Cherry, wat we vaker hebben moeten uitleggen), kreeg ik een slaapkamer aangeboden, met een hard houten bed (lees: een plank) met daarop een dun rieten matje als matras. In het huis woonden naast de oom en tante ook nog hun drie kinderen en een oude man die trots (en dol) was op zijn zelfgemaakte schommelstoel. Iedereen gedroeg zich alsof ze elkaar een dag geleden nog hadden gezien. De ontvangst die bij ons altijd zo uitbundig is, was hier niet aanwezig. Alles was veel meer ingetogen; men maakte een praatje en ging verder met waar hij of zij mee bezig was. We werden onthaald alsof we thuis waren en konden doen wat we zelf wilden doen. Rond het huis liepen verder nog enkele kippen en kuikentjes rond, alsmede een hond en een paar katten. Voor ons werd een kokosnoot met een grote machete opengehakt, waarna we konden genieten van de frisse kokosmelk en de kokos zelf.
Met Cherry en één van haar jonge nichtjes maakten we een korte wandeling door de omgeving. Het was er erg groen vanwege de bomen, de struiken en het gras, maar ook erg modderig vanwege de vele regen die de afgelopen dagen was gevallen. We maakten diverse foto's, het nichtje klom in een boom, zeiden gedag tegen de kariboe iets verderop en aten een paar nootjes die we van enkele bomen hadden geplukt. Toen het begon te regenen raapten we grote bladeren op om deze te gebruiken als paraplu, om vervolgens snel terug te lopen naar het huis. Hier maakte ik tijdens de lunch kennis met het lokale eten, kleine gebakken visjes en zoete rijst in kokosmelk. Van bestek was geen sprake, want eten deed je hier gewoon met je handen!
Na de lunch liepen Cherry en ik met de drie nichtjes naar de openbare weg. Alle drie waren ze blij dat we er waren, aangezien ze om ons heen dansten, onze handen vasthielden en continu liepen te giechelen. We liepen naar een klein basisschooltje iets verderop, waar op dat moment diploma's en medailles werden uitgereikt aan leerlingen die waren overgegaan naar de volgende klas of een bijzondere prestatie hadden verricht. Op het grasveld naast het kleine schooltje stond een podium waarop details van de gelegenheid geschilderd stonden. Vrolijke muziek speelde op de achtergrond, terwijl leerlingen één voor één naar voren werden geroepen om hun diploma op te halen. Omdat de mensen hier waarschijnlijk niet vaak (nooit?) een buitenlander tegenkomen, werd er echter soms vaker naar mij gekeken dan naar de leerlingen op het podium. Omdat het hier redelijk gebruikelijk is dat je elk uur iets eet, kochten we gefrituurde zoete aardappel, wat erg lekker bleek te zijn! Hierna liepen we terug naar de openbare weg, genoten we van de vele mooie bloemen aan de zijkant en liepen we naar een volgende school. Ook hier was een uitreiking bezig, waarbij we binnen op de kleine houten banken plaatsnamen en keken naar het dozijn geslaagde leerlingen in witte kleding en met een witte muts. Met hun docenten gingen ze uiteindelijk nog op de foto. Het was interessant om te zien, omdat het overeenkomsten met uitreikingen in Nederland heeft, maar toch heel anders is. Op het groene schoolplein maakten we met de nichtjes nog enkele foto's, waarna we terug liepen naar het huis van tante. Onderweg kwamen we echter langs de overbuurvrouw, die ons direct uitnodigde om even op haar veranda te komen zitten en kletsen. Speciaal voor ons werd er een fles cola en een pak koekjes gekocht, iets wat voor ons niets bijzonders lijkt, maar voor deze arme vrouw toch veel waard was, aangezien ze in haar eentje een huishouden van meerdere kinderen moest onderhouden. Opnieuw legden we uit dat ik niet de man van Cherry was, waarna ik meteen werd voorgesteld aan de dochter van de vrouw. Ook zij vond het maar een grappige bedoeling, maar dat hoort erbij, want Filipijnse mensen houden van grapjes.
Eenmaal terug bij het huis van tante hebben we gerelaxt in het huis (op zowel de banken als de schommelstoel), waarna we met onze handen genoten van een diner van opnieuw rijst en vis, maar ditmaal op een andere manier bereid. De kinderen vonden het vervolgens geweldig om alle gemaakte foto's op mijn netbook terug te kijken. Niet heel laat op de avond was het bedtijd. Nadat ik een bezoekje had gebracht aan het toilet -een pot in een hokje een paar meter van het huis vandaan, met een emmer rivierwater om te spoelen- nam ik plaats op m'n bed. Terwijl de regen los barste, hoopte ik dat ik er 's nachts niet uit hoefde te gaan, net als dat ik hoopte zo min mogelijk te draaien in m'n slaap, want dat gevoel was op een hard bed allesbehalve fijn!
Tip van de dag: raak bevriend met de lokale bevolking!
Opvallend feitje: eind maart zijn de diploma-uitreikingen, waarna de lange vakantie begint en doorloopt tot in juni wanneer het nieuwe jaar weer van start gaat.
Dag 19: Dag in Donsol
Donderdag 29 maart 2012
Het bedje was hard en dat was goed te merken bij elke beweging die je maakte. Maar zolang je op de goede manier stil bleef liggen, viel er op zich best op te slapen. Zoals gebruikelijk is in de Filipijnen, duurt de nachtrust niet tot laat in de ochtend, zelfs in de vakantie. In plaats daarvan bevond de halve familie zich om 5 uur al in de woonkamer en in de keuken om het ontbijt voor te bereiden. Zelf werd ik wakker door de muziek op een mobiele telefoon en het spelen van de kinderen. Het was tijd voor het ontbijt: een aantal zoete aardappelen en koffie. Althans, in eerste instantie dacht ik dat het om het ontbijt ging, maar het betrof ‘slechts' een snack voorafgaand aan het echte ontbijt. Met een halfvolle maag zat ik iets later aan het echte ontbijt met rijst en kleine gebakken visjes vers uit de oceaan. En tja, dan volgt het onontkoombare ochtendritueel: het douchen. En laten ze hier op het platteland nou geen douche hebben! Maar gelukkig hebben de Filippino's overal een oplossing voor. Een stukje verderop bevond zich namelijk een smal en ondiep riviertje, welke perfect gebruikt kan worden om te badderen. En als je als Nederlandse toerist het Filipijnse leven wilt meemaken, dan wordt toch echt van je verwacht dat je hier vrolijk in springt. Dus daar ga je dan even later met een zeepje en een bakje water. Omdat het 's nachts geregend had, was het overal erg glad, dus moest je erna ook nog eens oppassen niet uit te glijden in de modder, om te voorkomen dat je nogmaals de rivier in moet. Na dit bijzondere avontuur was het alweer tijd om de familie te verlaten. Het was een geweldige ervaring die ik nooit had willen missen en alle familieleden waren dan ook aanwezig om gedag te zeggen.
Ik ging er echter niet alleen vandoor. Cherry was op vakantie en wilde nog meer familieleden bezoeken de komende dagen, alvorens hier terug te keren. Ze had me uitgenodigd om me de regio als lokale gids te laten zien en langs te gaan bij andere ooms en tantes. Aangezien ik hier nog tijd voor heb -pas op 6 april heb ik m'n vlucht naar Tokio- leek me dit een uniek plan. Wel wilde ik eerst naar Donsol gaan, een bijzonder toeristisch plaatsje in de buurt, maar daar had Cherry geen bezwaar tegen. Door de stromende regen liepen we naar de halte van de jeepney, welke even later verscheen. Terwijl opa een stuk achter ons op de motor meereed, zaten wij opgepropt tussen allerlei andere mensen op weg naar Sorsogon. Hier konden we meteen overstappen op een minibus voor een gelukkig niet al te lange rit naar het kleine plaatsje Putiao. Hiervandaan konden we ten slotte een overstap maken naar een jeepney. Deze was echter bijna afgeladen, maar gelukkig was er achterin nog één klein plekje vrij, net als het stuk tussen de chauffeur en de deur. Geklemd tussen de rijdende chauffeur en een gammele deur reed ik even later mee met de jeepney over een slingerende weg, via Pilar op weg naar Donsol.
Voorafgaand aan m'n reis had ik al een leuke homestay gevonden. Dit moet je zeer letterlijk nemen. In een huis van twee verdiepingen had de familie diverse kamers omgebouwd tot slaapkamers voor de gasten. De woonkamer kon gebruikt worden als lokale ruimte en in de keuken stonden een paar extra tafels voor gasten. Het zag er allemaal erg sfeervol uit. Het was vroeg in de middag en we besloten om Donsol een beetje te verkennen, maar omdat het hier niet heel erg groot is, waren we op zich redelijk snel uitgekeken. Er was een plein met een podium en vele stoelen, een lokale markt met enkele kraampjes, een paar straatjes met huizen en de oceaan en de rivier waar het plaatsje aan grenst. In het water bevonden zich een paar bootjes, met aan de kade enkele simpele houten huisjes, waar mensen aan het werk waren, hingen te luieren of zich aan het wassen waren op het pad. Toeristen waren hier niet te bekennen. Bij het enige simpele restaurantje dat we vonden, maakte ik voor bijna geen geld kennis met nog meer lokale gerechten. Behalve dit centrumpje strekt Donsol zich aan de andere kant van de rivier nog een stuk uit langs een opengebroken weg met aan de oceaanzijde enkele resorts. Voor de verandering liepen hier wel een paar toeristen rond, maar het kleine donkerbruine strand (vanwege de nabije Mayon-vulkaan) zochten ze niet op. Hier bevond zich ook het Butanding Visitor Center, de grote attractie van Donsol. Ik informeerde over een snorkeltour voor de volgende dag, welke in de ochtend zou plaatsvinden. Vervolgens hebben we bij één van de resorts met een drankje heerlijk in de hangmat geluierd. Er was een lekker zonnetje, dus het was prima vertoeven.
Tegen het einde van de middag verdween de zon achter de wolken en begon het te regenen. Met een tricycle gingen we terug naar de homestay, om niet veel later op zoek te gaan naar eten. Veel opties waren er niet, dus belandden we in de enige (westerse) tent hier voor een westerse maaltijd. Door het donker gingen we uiteindelijk terug, waarbij we ontdekten waarvoor het podium op het plein was. Ook hier was een diploma-uitreiking bezig en allerlei studenten in witte kleding en met een hoedje werden naar voren geroepen om hun diploma op te halen, terwijl er op de achtergrond een muziekje speelde. Nadat we bijna verdwaald waren in het dorpje, wisten we uiteindelijk toch de homestay te bereiken, waar de familie in de woonkamer gezellig tv zat te kijken en ik uiteindelijk weer op een lekker matras kon gaan liggen.
Tip van de dag: zorg dat je niet te veel eet voordat je de lokale bevolking bezoekt, aangezien je helemaal volgepropt wordt!
Opvallend feitje: de rivier is een geliefde (maar perfecte en goedkope) plek om te badderen voor de Filippino's.
Dag 20: Op zoek naar 's werelds grootste
Vrijdag 30 maart 2012
Al vroeg in de morgen ging de wekker, waarna ik in de rij ging staan bij de badkamer, aangezien er zich hier maar eentje bevindt voor alle gasten in de homestay. Ondertussen kon ik echter wel het nestje van zwaluwen aanschouwen dat zich in de gang bevond. Twee hele kleine en jonge zwaluwtjes piepten in het nestje, terwijl de ouders heen en weer naar beneden en buiten vlogen om eten te zoeken. Redelijk snel kwamen ze elke keer terug om de kleintjes te voederen. Het was een mooi gezicht. Beneden in de keuken stond het ontbijt al klaar en was de vrouw des huizes hard aan het werk om voor de aanwezige Filipijnse toeristen en mij snorkelspullen te verzamelen. Iets voor zevenen stapten we met z'n allen in enkele tricycles om naar het Butanding Visitor Center te rijden, waar we een gids en een boot toegewezen kregen. Aangezien Cherry niet kon zwemmen, bleef ze liever achter op het zonnige strand. Het was tijd om drie uur lang op zoek te gaan naar 's werelds grootste vis, de enorme blauw gestippelde walvishaai, of ‘butanding' zoals hij hier wordt genoemd. We zaten met zeven toeristen op de boot, bovenop de boot stond een spotter, terwijl er nog enkele crewleden aanwezig waren. Vol goede hoop voeren we weg van het strand, met in de verte een dozijn andere boten die ook op zoek gingen naar deze magische wezens. Het was het juiste jaargetijde, dus de kans op het zien van ten minste één was behoorlijk groot. Onze snorkelspullen moesten we bij de hand houden, want als er eentje gespot zou worden, zouden we snel het water in moeten springen. Dit moest wel op een rustige manier gebeuren, aangezien we de walvishaai anders weg zouden jagen. Vervolgens zouden we, voor zover mogelijk, tien minuten met de walvishaai mee mogen snorkelen, maar uiteraard niet te dichtbij komen. Het zonnetje scheen fel en er waren slechts enkele wolken, waardoor de boottocht erg aangenaam was. We voeren rond en gingen richting een groep andere boten. Het zou zomaar kunnen zijn dat er een walvishaai was gespot! Helaas was dat nu niet het geval en we voeren verder over de oceaan, niet heel ver uit de kust en soms in rondjes, aangezien de plek waar ze vaak gespot worden niet heel uitgestrekt is. Een uur passeerde en we hadden nog niets gezien, maar we bleven de hoop hoog houden. Ik kletste met de andere personen op de boot, een rijke Filipijnse familie die als een van de weinigen wel de gelegenheid had om elk jaar op vakantie te gaan, naar allerlei landen over de hele wereld. Zelfs Nederland hadden ze gezien! Het volgende uur ging voorbij en we begonnen het ergste te vrezen. Gelukkig was de tijd nog niet helemaal voorbij. We bleven rondjes varen en zagen dat de andere boten min of meer hetzelfde deden. Nergens zagen we echter mensen het water in springen. In het laatste half uur voeren we terug richting het strand waar we begonnen waren, in de hoop op het laatste moment nog een walvishaai te spotten. De sfeer in de boot was ondertussen behoorlijk gedempt, ons geduld werd flink op de proef gesteld, totdat we na een tijd varen opeens... terug waren bij het strand. Tot ons grote verdriet hebben we pech gehad en was er vandaag geen walvishaai te bekennen; wellicht bevonden ze zich deze ochtend in diepere wateren. Teleurgesteld verlieten we de boot, om bij het informatiecentrum nog even na te kletsen.
De dag was nog jong, maar toch heb ik niets bijzonders meer gedaan. Omdat het zulk mooi weer was, was het heerlijk om nog even in de oceaan te zwemmen, maar de rest van de middag bestond uit niets anders dan luieren, luieren en nog meer luieren in het resort naast het centrum, op zowel de aanwezige banken als de hangmat. Laat in de middag gingen we terug naar de homestay, waar de gastvrouw opnieuw enthousiaste verhalen vertelde over haar ervaringen met walvishaaien, maar het uiteraard jammer vond dat ik ze niet gezien had. Misschien morgen, zei ze, maar dat moeten we nog maar zien. In de avond werden we verrast door een uitgebreide, maar zeer lekkere maaltijd in de keuken, inclusief een draaitafel om het gewenste eten (waaronder grote garnalen) naar je toe te draaien. Dit ging er aan het eind van een ontspannen dag best in!
Tip van de dag: stel je verwachtingen niet al te hoog in bij een zoektocht naar walvishaaien.
Opvallend feitje: in de Filippijnen eten ze ofwel met de hand, dan wel met lepel en vork, waarbij de lepel de mond in gaat; een mes wordt hier bij het eten niet gebruikt.
Cebu
Dag 14: Heet, heet, heet!
Zaterdag 24 maart 2012
Al vroeg (iets over vijven) werd de hele meute in de slaapzaal langzaamaan wakker. Ondanks het kleine bedje heb ik verbazingwekkend goed kunnen slapen. Iets later werd iedereen officieel gewekt door de intercom. Buiten was het al licht geworden en aan weerszijden van de ferry was land te zien. Het was nu wachten tot iets voor zevenen, toen we in de buurt van de haven van Cebu kwamen, de meest zuidelijke stad die ik in de Filipijnen aan zal doen. Op een zeker moment kwam er een klein bootje naast de ferry varen, met een man, vrouw en kind. Alhoewel dit op het eerste gezicht vrij onschuldig leek, mondde dit uiteindelijk uit in een onverwacht schouwspel. Terwijl de ferry het laatste stukje aflegde naar de kade, verzamelde zich meer dan een dozijn van dit soort kleine bootjes om aan één zijde van de ferry. Allemaal hadden ze een vangnet bij zich en hielden die op, in de hoop geld op te vangen die mensen op de ferry zouden gooien. Het was bijna een strijd wie de ferry bij kon houden, wie het dichtst bij de ferry kon varen en wie er het snelst kon duiken als er per ongeluk een muntje in het water belandde. Moeders bedelden, doken het water om een muntje op te vissen en peddelden verder, en dat met ook een kleine baby aan boord.
Eenmaal aan land nam ik een taxi naar mijn slaapplaats, een hotel ergens tussenin het oude downtown en het moderne uptown. Cebu is een belangrijke stad in het zuiden van de Filipijnen: het heeft een belangrijke geschiedenis, dient als hub voor allerlei plekken in de omgeving en heeft een behoorlijke grootte. Alhoewel het een drukke stad is, is het gelukkig niet zo ontzettend hectisch als Manila. Een enorm aantal attracties heeft Cebu zelf echter niet, dus besloot ik om te kijken wat ik in een dag zou kunnen doen. Dat bleek aardig wat te zijn. Via diverse straten waarvan ik hoopte dat ze de goede waren -zowel mijn kaart als de straten hadden niet altijd namen- liep ik zuidwaarts. Het eerste wat me opviel was de ongelooflijke hitte. De lucht was blauw, er waren slechts een paar wolken en de zon scheen ontzettend fel. Ik was zeker niet de enige die er last van had, ook de lokale bevolking leek het niet fijn te vinden en zochten vaak de schaduw op of liepen rond met een paraplu. Ik pauzeerde even in een grote witte kathedraal, waar op dat moment een trouwceremonie ten einde kwam. Allemaal mensen in mooie kleding (alhoewel niet echt specialer dan bij ons) kwamen achter elkaar de kerk uitlopen, gevold door het gelukkige bruidspaar.
Hoe meer ik in de buurt kwam van downtown, hoe drukker het werd met mensen, waarvan sommige zo arm waren dat ze gewoon op straat sliepen. De buurt was niet de mooiste; straten waren half opengebroken en huizen waren soms in vervallen staat. Toch bevonden zich hier de drie grootste bezienswaardigheden, waarvan twee misschien wel de belangrijkste van het hele land. De hoeveelheid toeristen die ik hier opeens tegenkwam verraadde dit ook al. In een klein rond kapelletje bevond zich een houten kruis, Magellan's Cross. Dit kruis werd hier enkele eeuwen terug door ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellan neergezet, waarbij hij het katholicisme in het land introduceerde, de nog steeds meest gevolgde religie hier, ondanks de islam in het verre zuiden. Dit was tevens het begin van de geschiedenis met de Spanjaarden. Naast het kruis bevond zich de meest heilige kathedraal van het land, de Basilica Minore del Santo Niño, een van binnen groot bouwwerk (de buitenkant was niet heel speciaal) met veel banken, een groot altaar, een versierd plafond en glas-in-loodramen. Verder was er een binnenhofje met een fontein en een zijvertrek met schilderijen en enkele beelden. Buiten krioelde het van de toeristen, verkopers met ballonnen en kettingen, en kleine kinderen die je achterna bleven lopen om bij hen een kaarsje te kopen. Bij een vestiging van een grote Chinese fastfoodketen kocht ik vanwege de warmte halo-halo, een zeer bijzonder lekker, maar moeilijk te omschrijven toetje, met van alles en nog wat er in, waaronder schaafijs, vruchtjes, stukjes jelly en een paars bolletje ijs. Een paar Filipijnse personen naast me aan tafel, hier vanuit Manila voor een paar dagen op bezoek en zeer trots op hun land, legden me uit dat ik alles door elkaar moest mengen om er optimaal van te genieten.
Ik liep verder en doorkruiste een park waar een groep scholieren danspasjes stonden te oefenen. Aan de andere kant bevond zich Fort San Pedro, een oud fort langs het water dat in vroegere tijden werd gebruikt tegen binnenvallende troepen. Heel groot was het niet, maar wel was de binnenplaats te bezichtigen, net als de muur, waarop kleine kanonnen nog steeds naar buiten gericht stonden. Het was al voorbij lunchtijd en ik had honger, dus liep ik een stuk verderop een klein winkelcentrumpje in met diverse eetgelegenheden. Bij een klein kraampje kocht ik rijst (verpakt in een bananenblad) en erg lekkere loempiaatjes, geserveerd op een bord dat was ingepakt met plastic. In plaats van bestek kreeg ik er een plastic zakje bij. Ik keek naar de mensen om me heen en deed hetzelfde als hen: ik plaatste het zakje om m'n hand en at m'n eten op, zonder dat m'n hand vies werd! Via diverse straten en langs een grote drukke weg liep ik vervolgens noordwaarts, richting uptown. Hierbij kwam ik onder andere langs een school waar op de muren de namen van alle afgestudeerden geschilderd stonden, iets dat ik al een paar keer eerder was tegengekomen. Het is een erg origineel initiatief! Hoe noordelijker ik kwam, hoe mooier en rijker de omgeving werd. Bij een grote rotonde bevonden zich opnieuw twee winkelcentra, waarvan ik er eentje even betrad om verkoeling te zoeken, alvorens via een andere brede, maar niet erg interessante weg terug te lopen naar m'n hotel.
Aangezien ik nu alle belangrijke plekken van de stad had gezien, waagde ik me in de namiddag naar het nabijgelegen Ayala Center. Dit was inderdaad net als in Manila een enorm winkelcentrum, maar dan net een slagje kleiner. Maar met vier verdiepingen en een uitgestrekte vloer was het alsnog groot genoeg om uren in te verdwalen. Binnen was het druk en werd er in een hal zelfs een of andere kerkdienst gehouden met allemaal zingende bezoekers. Elders werd een of andere show gehost. Ik kwam hier echter voornamelijk voor het boeken van een tour voor morgen. Alhoewel het enige tijd duurde voordat ik de juiste plek had gevonden en het personeel me aan een ticket wist te helpen, slaagde ik. Een diner was vervolgens mijn laatste doel, waarna ik door het donker terug naar het hotel navigeerde voor een rustige avond en nacht. Het was me het dagje wel!
Tip van de dag: blijf uit de zon, loop in de schaduw of duik een winkelcentrum met airconditioning binnen om de ergste warmte te vermijden!
Opvallend feitje: bij alle fastfoodrestaurants zitten Franse frietjes niet standaard in de menu's; in plaats daarvan krijg je rijst.
Dag 15: Heuvels van chocolade
Zondag 25 maart 2012
Heuvels van chocolade, dat klinkt uniek en dat was het ook. Net als m'n hele dag, die geheel in het teken stond van het eiland Bohol, ten zuidoosten van Cebu. M'n dag begon vanochtend vroeg, toen ik na een ontbijtje een taxi nam naar de haven. Ik had een ticket voor de SuperCat van 8.30 uur, een ferry naar de stad Tagbilaran op Bohol. Dit was echter niet m'n enige ticket, aangezien ik een volledige dagtour had geboekt. Na een controle kon ik samen met een hoop andere mensen de ferry betreden, welke er een stuk mooier, moderner en luxer uitzag dan de bootjes waar ik tot op heden mee heb gevaren. Van binnen had het wat weg van een vliegtuig, net als de procedure tijdens de overtocht zelf, behalve dat we dan hier zo nu en dan over de golven stuiterden, in plaats van turbulentie ondervonden. Er werd een film gedraaid, alhoewel de laatste 10 minuten niet getoond konden worden omdat de tocht maar anderhalf uur duurde. Bij aankomst in Tagbilaran werd ik opgewacht door een gids, kreeg ik een ketting om met een spookdiertje eraan en moest ik wachten tot zo'n 25 andere personen mij vergezeld hadden. De groep was een mix van culturen, met een opvallend hoog aantal Filipijnen, die deze plek ook als vakantiebestemming hadden uitgekozen. Onze vrolijke en enthousiaste lokale gids Grace bracht ons naar een grote touringcar, welke we gedurende de hele dag nog wel vaker hebben gezien.
We reden over een prima weg langs kleine dorpjes, groene rijstvelden en vele kokospalmen, terwijl Grace vertelde over haarzelf, het eiland en de diverse plekken die we zouden aandoen. Onze eerste stop was het Tarsier Conservation Center. De Filipijnen is één van de weinige plekken waar spookdiertjes nog bestaan. Spookdiertjes zijn de kleinste primaten ter wereld, zijn nachtdieren, zijn zo klein als een vuist en hebben enorme ogen. Tot niet heel lang geleden werden spookdieren nog gevangen gehouden in kooitjes en verhandeld op de markt, en nam de populatie enorm af. Gelukkig is daar nu verandering in gekomen en zijn er een paar reservaten voor de beestjes aangelegd, waaronder degene die wij bezochten. We kregen enige uitleg over de beestjes (zo zijn ze ondanks hun grote ogen bijna stekeblind, maar horen kunnen ze extreem goed), alvorens een stuk door het woud te lopen om ze op te zoeken. We vonden er uiteindelijk vier, alhoewel het af en toe even goed zoeken was om ze ook daadwerkelijk in je vizier te krijgen, ook al werd er naar ze gewezen. Ze waren namelijk zo klein! Omdat het overdag was, bleven ze redelijk ongestoord verder slapen in de takken. Maar bijzondere beestjes waren het zeker, vooral vanwege hun unieke uiterlijk!
Na een rit van een half uur arriveerden we uitgehongerd bij een rivier. Dat we allemaal honger hadden kwam goed uit, want hier hebben we een uur durende cruise gemaakt op een boot, over water dat in het goede seizoen smaragdgroen en blauw is, maar nu modderig bruin was. Op de pier werden we verwelkomd door enkele mannen die op hun gitaren muziek speelden. Aan boord stonden gedekte tafels en was er een uitgebreid buffet van verschillende lekkernijen. Het eten liet ons zeer goed smaken, net als de inhoud van de kokosnoot die bij ieder op tafel stond. Ondertussen voeren we een stuk over de rivier, begrensd door vele bomen en planten, en onder begeleiding van twee personen die zongen. Halverwege was ook een lokale schoolklas opgetrommeld om ons aan de oever hun zang- en danskunsten te demonstreren.
Tijdens de busrit die volgde na de boottocht reden we over slingerende bergwegen door een door mensen aangelegd bos, wat opviel vanwege de andere vegetatie dan op de rest van het eiland. We kwamen uiteindelijk uit bij het meest bijzondere stukje landschap van het eiland en misschien wel van het land. Het beschermde gebied hier was in ieder geval één van de meest aparte landschappen die ik ooit gezien had. Na een klim met de bus en de benenwagen hadden we een uitzicht over de Chocolate Hills, een gebied met meer dan 1200 heuvels met perfecte rondingen. Alhoewel geologie ons vertelt dat deze uit karst bestaan, begroeid met gras, en deze zich in de afgelopen millennia zo gevormd hebben, vertellen oude volksverhalen over enorme tranen of zekere rondingen van reuzenvrouwen. De naam hebben de heuvels in ieder geval te danken aan hun kleur, die in de juiste periode van het jaar bruin aannemen. Nu zaten ze een beetje tussen groen en bruin in. Het was het bezoeken zeker waard. Precies op tijd stapten we weer de bus in, aangezien er een enorme regenbui losbarstte, welke we al aan zagen komen vanwege de erg donkere lucht. Toen we even later aankwamen op de volgende locatie, was het gelukkig weer droog en konden we zonder problemen een vlindertuin bezoeken. Diverse mooi gekleurde vlinders vlogen hier rond, waarbij ons verder rupsen en cocons werden getoond.
De oudste stenen kerk van het land was onze volgende stop. Omdat het vandaag zondag was, was er een mis bezig. Ook in andere katholieke kerken die we hierna onderweg tegenkwamen, was het een drukte van jewelste van personen die de missen bij wilden wonen. De middag was alweer bijna tot een eind gekomen en we hadden er een lange dag op zitten. Uiteraard zouden we het eiland niet verlaten totdat we souvenirs gekocht hadden, waardoor we ten slotte bij een grote souvenirwinkel werden afgezet om T-shirts, spookdierknuffeltjes, chocolaatjes of andere lekkernijen te kopen. En speciaal voor ons kregen we nog een paar procent korting! Hierna werden we teruggebracht bij de ferry, waarna we onder begeleiding van regen en onweer terug naar Cebu voeren. Ditmaal kozen ze een film die wel binnen de reistijd paste en werd de film daarna -over Justin Bieber- gelukkig pas 5 minuten voor aankomst gestart. Het was over achten toen we in Cebu aankwamen en ik met een taxi terugging naar m'n hotel. Het was een lange, vermoeiende, maar bijzondere dag, waardoor een snel diner er wel in ging en ik de rest van de avond heerlijk heb uitgerust op m'n kamer.
Tip van de dag: als je iets tegen My Heart Will Go On van Celine Dion hebt, vergeet dan geen oordopjes mee te nemen naar de Filipijnen; vandaag was alweer de vijfde keer in twee weken dat ik het nummer voorbij hoorde komen.
Opvallend feitje: de ogen van een spookdier zijn in verhouding tot het hoofd 150 keer zo groot als de ogen van een mens.
Dag 16: Wachten op de boot
Maandag 26 maart 2012
Na twee drukke dagen in Cebu was het vandaag maar een rustige en saaie dag. Ik werd laat wakker, bewonderde voor de laatste maal de mooie badkamerdeur (de deur had een logo waarop stond ‘Pretty Door') en liep naar de receptie om mijn ontbijt door te geven. De gebruikswijze hiervoor is nogal apart. Je geeft je bestelling beneden door bij de receptie, loopt vervolgens naar het terras op de bovenste verdieping, waarna je wacht tot je eten in plastic verpakte bakjes wordt gebracht. Ach, het was in ieder geval inclusief de kamerprijs.
Omdat ik in de avond de boot naar mijn volgende bestemming wilde nemen, ging ik naar het ticketbureau van Trans-Asia Shipping om een ticket te kopen. Je moet hier echter wel ruim de tijd voor uittrekken, omdat het allesbehalve snel gaat. Alhoewel er meerdere medewerkers aanwezig waren (en niets leken te doen), was slechts één vrouwtje aangewezen om alle mensen te helpen. Gelukkig was ik niet de enige die het wachten van een half uur lang vond. Door de enorme bloedhitte liep ik uiteindelijk met een ticket langs een drukke weg, waarlangs diverse kraampjes stonden waar je grafstenen en -platen kon laten maken. Ook de lokale bevolking kon niet goed tegen de zon en liep rond met paraplu's of kartonnen bordjes boven hun hoofd. Ik liep verder door een park waar chauffeurs lagen te pitten op hun motors of in de cabine van hun vrachtwagen; deuren open om het kleine beetje wind wat er stond op te vangen. Zelf zocht ik uiteindelijk verkoeling in het aircoparadijs dat Ayala Center heet en nam ik een fruit shake terwijl een Amerikaanse jehovagetuige een praatje met me maakte. Bij het hotel heb ik in het restaurant vervolgens gewacht totdat ik naar de haven kon vertrekken.
Om 16 uur stond ik bij de haven, wachtend in de lange rij voor de incheckbalie. Ook hierna kon ik nog samen met vele andere mensen wachten in de vertrekruimte. Toen het eindelijk zo ver was, werden we met een bus naar de boot gebracht. De slaapvertrekken (zowel binnen als buiten) zagen er op deze boot een stuk beter uit. De (stapel)bedden hadden veel meer privéruimte, in plaats van dat ze allemaal op elkaar gepropt zaten. Daarnaast waren ze een stuk groter, waardoor ook westerse personen geen probleem zouden hebben met slapen. Opnieuw kon je -onder borg- beddengoed krijgen. Verder had je nu zelfs een lampje en stroom, waardoor ik zonder problemen een film op m'n laptop kon kijken in de avond. Het was iets rustiger op de boot dan de vorige keer, mede vanwege het kleinere aantal slaapplekken. Ook de kantine was iets kleiner, maar uiteraard kon ik ook hier weer een maaltijd van noedelsoep krijgen. De boot had naast vracht en mensen ook nog enkele andere opvallende passagiers aan boord (en daarmee bedoel ik niet de paar kakkerlakken op het toilet); verspreid over diverse dekken stonden een hoop kleine rieten tassen waar pluimveren uit staken. Af en toe klonk er gekakel. Nadat een man zijn haan nog even herplaatste in zijn tas, liep ik naar het achtersteven om te kijken hoe de boot om 18 uur uit zou varen. Geheel op tijd volgens Filipijnse begrippen vertrok de boot twee uur later aan haar tocht naar Masbate, een plaats een stuk noordelijker in de Filipijnen, welke ik zal gebruiken als transfer naar de Bicol-regio.
Tip van de dag: voor Hollandse tulpen hoef je helemaal niet naar Nederland te gaan; je kunt ze ook gewoon in de Filipijnse winkelcentra vinden.
Opvallend feitje: een Filipijnse kip is haar leven niet zeker, vooral niet als ze in boodschappentassen zitten! En met gefrituurde kip verkrijgbaar op elke hoek van de straat, is het duidelijk waar ze uiteindelijk belanden. Ook de Filipijnse haan is zijn leven niet zeker, aangezien er hier en daar ‘cock fights' gehouden worden, waarbij hanen mesjes aan hun poten gebonden krijgen en ze tegenover een andere haan gezet worden in kampioenschappen.
Iloilo
Dag 12: Een dag in de bus
Donderdag 22 maart 2012
Al vroeg in de morgen stond ik op voor een laatste ontbijt in het hostel. Ik checkte uit, haalde m'n spullen uit m'n kamer (met op de deur een geinige waarschuwing dat tattoovlekken in bed in rekening gebracht zullen worden) en hield op de hoofdweg een tricycle aan. Nou ja, eigenlijk stopte hij automatisch al voor mij toen hij me zag, maar goed, dat zijn details. In een file van tricycles, auto's en enkele golfkarretjes reden we naar de haven, waar ik de ferry nam naar het vasteland.
Tot m'n vreugd stond bij aankomst al een luxe bus klaar die naar Iloilo (spreek uit Ilo-ilo) zou rijden. Ik nam plaats en wachtte tot we om 9.15 uur vertrokken. De rit die volgde heeft ongeveer zes uur geduurd, maar was op zich niet heel erg vervelend. In de bus bevond zich een tv waarop een vrolijke concertregistratie van Celine Dion te zien was, gevolgd door saai concert van The Eagles (maar wel met hét grootste, bekendste en meest gehoorde reisnummer aller tijden, Hotel California) en 2,5 film. Onderweg reden we door een mooi landschap, om te beginnen langs een mooie kust, gevolgd door slingerende wegen door de bergen, met daarna heel veel hectare rijstvelden, afgewisseld door dorpjes, huisjes en basisscholen. Soms hadden we last van enkele opstoppingen vanwege opengebroken wegen, maar over het algemeen kwamen we niet vaak tot stilstand en konden we op een -voor Filipijnse begrippen- redelijk vlot doorrijden. Wel stopten we hier en daar in plaatsjes om mensen in en uit te laten stappen, of om verkopers de kans te geven ons van eten of drinken te voorzien.
De rit deed me uiteindelijk veel denken aan de busritten die ik al vaker had gemaakt in de overige landen in Zuidoost-Azië. Dit bleek ook het geval toen de bus zijn eindpunt bereikte bij een grote terminal. We hadden Iloilo City namelijk nog niet bereikt. In plaats daarvan werden we allemaal zo'n 15 km buiten de stad afgezet. Een tricycle-chauffeur bood me echter aan om me naar m'n hotel te brengen, ook al wist hij niet helemaal waar het was. We spraken een prijs af en hobbelend reden we naar de stad, waar we na enig zoeken het hotel vonden. Hier vroeg hij opeens het dubbele van de prijs aan me, omdat ik immers met twee personen was en het afgesproken bedrag maar voor één persoon zou gelden. Ik keek hem verbaasd aan, aangezien ik alleen was, waarna hij naar m'n tas wees, die een volledige plek in z'n tricycle in beslag nam. Uiteraard protesteerde ik hierop, aangezien hij al genoeg geld had gevraagd en hij dit niet van tevoren had gezegd. Het was maar een trieste poging om meer geld te vangen, die hij uiteraard niet van me kreeg. Ik checkte in bij het hotel en heb daar enige tijd heerlijk gerelaxt.
In de avond liep ik het hotel uit om meteen ernaast te gaan eten. Kip op een stok is typisch iets wat je alleen maar in Azië kunt krijgen, maar wel erg lekker. Verder wilde ik nog even kort door het centrumpje lopen, voor zover dat aanwezig was. Buiten kwam het echter met bakken uit de hemel vallen en onweerde het er flink op los, waardoor ik blij was dat ik nog steeds m'n paraplu uit Manila bij me had, ondanks dat ik al vaker had overwogen om het ding ergens achter te laten vanwege z'n onhandige lengte. Heel veel was er op het eerste gezicht niet te ontdekken. Ik liep langs een universiteit en kwam uiteindelijk uit bij een klein winkelcentrum met onder andere een supermarkt. Voor de derde keer deze reis betrad ik een supermarkt en voor de derde keer ergerde ik me bij de kassa, omdat ik telkens weer de verkeerde kies en een kwartier sta te wachten. De kassières zijn continu ontzettend traag bij de paar mensen voor me, omdat ze moeilijk staan te doen met onleesbare streepjescodes, klantenkaarten en weet ik veel wat nog meer. En dan staan ze nog wel met z'n tweeën bij de kassa, omdat de tweede alle spullen staat in te pakken! Met m'n plu als wandelstok (het was opgehouden met regenen), liep ik uiteindelijk met snacks en een ontbijt terug naar het hotel voor een welverdiende nacht.
Tip van de dag: als je gesloten maïskolven koopt (dus met de bladeren er nog omheen), let dan goed op voordat je een hap neemt, aangezien er verdwaalde (en meegekookte) wormpjes in kunnen zitten!
Opvallend feitje: Fanta heet hier Royal.
Dag 13: Warmte en verkoeling
Vrijdag 23 maart 2012
Toen ik wakker werd in m'n hotelkamer waarin elk meubelstuk en elke accessoire is voorzien van een sticker met een naam en nummer, ontbeet ik met de broodjes die ik gisteren bij de supermarkt had gehaald. Mijn eerste prioriteit vandaag was het verkrijgen van een ticket voor een boot naar Cebu. Het personeel van het hotel -hostels zijn hier overigens niet aanwezig- verwees me naar een reisbureau in een winkelcentrum iets verderop. Het gaf me meteen de mogelijkheid om de stad een beetje te verkennen. Heel veel was er in deze bewandelbare stad echter niet te zien en doen. Buiten begreep ik al snel waarom het gisteravond zo hard regende; het was vandaag, waarschijnlijk net als gisteren, een stralende dag met een heldere lucht, veel zon en weinig wind. Het was daarom ook heel erg warm, het warmste wat ik tot dusver heb meegemaakt hier. Langs een drukke weg vol auto's, taxi's en jeepney's liep ik naar één van de diverse winkelcentra die Iloilo rijk is (in tegenstelling tot de afwezige bezienswaardigheden). Het was heerlijk om een winkelcentrum te betreden, omdat de aanwezige airco zeer aangenaam was. Ik vond het reisbureautje en kocht een ticket voor de ferry van 19 uur, welke morgenochtend om 7 uur aan zal komen in Cebu.
Aan de overkant bevond zich het Museo Iloilo, de enige toeristenattractie van de stad. Voor een kwartje kon ik hier naar binnen om de aanwezige stukken te bekijken. In een niet al te grote hal hingen diverse schilderen en stonden er potten, wapens, textiel, kerkelijke beeldjes en schaaltjes tentoongesteld. Meer dan een half uur hoef je er echter niet voor uit te trekken. Door de volle zon trok ik verder door de stad, lopend langs een grote hoeveelheid winkels waar je onderdelen voor je motor kon kopen of deze kon laten repareren. Ook betrad ik nog enkele winkelcentra, waar het erg druk was en het uitpuilde van de vele restaurantjes en eetkraampjes. Vooral als je trek hebt, zit je hier zeker aan het goede adres, omdat je overal zoveel lekkere hapjes en drankjes tegenkomt, variërend van pizza, patat, rijst en sushi, tot vruchtensappen, fruit shakes en ijsjes. Bij een food court kon je zelfs complete maaltijden krijgen met soep, salade, vlees (meestal varken of kip), rijst en drinken voor nog geen euro! Lunchen was dus geen enkel probleem! In de winkelcentra trof ik verder moderne winkels aan, maar ook eenvoudige kraampjes waar je bijvoorbeeld je telefoon of laptop kon laten repareren, of telefoons, simkaarten en beltegoed kon kopen. Voor het eerst zag ik zelfs een grote stal met bloemen en planten. Buiten liep ik vervolgens nog door enkele straten, kwam ik winkels met goudvissen en kuikentjes tegen en werd ik meerdere malen aangestaard door de lokale bevolking, aangezien het hier nou niet bepaald toeristisch was. Terug bij het hotel rustte ik uit.
Tegen 16.30 uur nam ik een taxi naar de haven, waar ik na het aanschaffen van een terminal fee en een bagagecontrole plaats kon nemen in een wachtruimte. Al snel verscheen er een shuttle bus die passagiers naar de boot bracht. Bij de ferry was het een drukke bedoeling met vrachtwagens en containers, omdat er naast een hele hoop passagiers ook een lading vracht meegaat. Op enkele buitendekken stond het vol met stapelbedden en in enkele ruimtes binnen stond het ook volgebouwd met bedden. In zo'n ruimte met airco nam ik plaats op mijn bed, waar ik met mijn lengte van 1,72 meter net in paste. Lange mensen, wees gewaarschuwd! Het was vervolgens lange tijd wachten tot 19 uur (je moest twee uur van tevoren aanwezig zijn), alvorens de ferry in het donker de haven van Iloilo verliet. Diverse verlichtte fabrieken sierden de kustlijn. Alhoewel de buitendekken redelijk leeg waren, waren de binnenvertrekken behoorlijk vol. Heel veel meer was er niet op het schip, behalve toiletten, een lounge met stoelen en banken, een paar tv's en een kleine kantine. In laatstgenoemde kocht ik de maaltijd waarvan ik al verwachtte dat ik deze zou gaan krijgen: een grote bak noedelsoep. Lekker was het gelukkig wel! Op m'n bed liet ik de avond aan me voorbij gaan, terwijl mensen om me heen met elkaar kletsten, lazen, met hun telefoon speelden, of tv keken, totdat het later werd en de stilte zijn intrede deed.
Tip van de dag: fruit shakes, fruit shakes, fruit shakes, fruit shakes, fruit shakes!
Opvallend feitje: bijna elke bank wordt bewaakt door ten minste één gewapende agent, net als elke ingang van een winkelcentrum.
Boracay
Dag 8: Onder de lokale bevolking
Zondag 18 maart 2012
Soms is de reis mooier, specialer en unieker dan de bestemming. Vandaag gold dat zeker tot op zekere hoogte. Zo dacht ik dat aan het begin van de dag in ieder geval nog, alhoewel de vermoeidheid de overhand ging nemen en ik meer en meer verlangde naar de eindbestemming.
Om te beginnen nam de avond gisteren nogal een andere wending nadat ik mijn verhaal had beëindigd. Een groep Koreanen nam de boel over bij het resort, waardoor het een stuk drukker werd. Na werktijd heb ik met Cherry echter nog een hele tijd in één van de bars gezeten met live muziek, vervolgens aan de haven nog kipsaté zitten eten en daarna nog een hele tijd bij het resort gehangen. Het werd uiteindelijk maar een erg korte nacht, aangezien ik vroeg wilde opstaan voor een lange reisdag. Bij het ontbijt werd nogmaals duidelijk hoe leuk het personeel hier was en hoe jammer ze het vonden dat ik wegging. Met nog net geen tranen in de ogen zwaaide iedereen me uit, in de hoop me snel terug te zien. Ik liep naar de straat met de jeepney naar het centrum van Puerto Galera. Eenmaal in het centrum moest ik een stukje lopen naar de terminal voor jeepney's, waarvan er eentje naar Calapan zou gaan, mijn volgende tussenstop. De jeepney zou echter niet vertrekken voordat deze vol zat, dus heb ik nog een tijd zitten wachten op meer personen en meer bagage. Dat werden er uiteindelijk een stuk meer dan ik had gedacht. Elke keer moesten we verder en verder inschuiven zodat er nog iemand bij kon. Uiteindelijk zaten we met een kleine 30 man achterin gepropt, met alle bagage tussen de benen. Van bewegingsvrijheid was nauwelijks sprake. Verder hing er nog iemand achter op de wagen, zaten er drie personen rechts van de bestuurder en nog iemand tussen de chauffeur en de linker deur geklemd. In deze volle bak legden we vervolgens een afstand af van een kleine 50 kilometer. Snel ging het niet, aangezien er regelmatig mensen uitstapten en nieuwe mensen onderweg werden opgepikt. Daarnaast was de slingerende bergweg op vele plekken opengebroken en waren ze bezig met overige wegwerkzaamheden. Toch was het een erg grappige en unieke ervaring van 1,5 uur, met de continue pick-ups van mensen, slapende kinderen op m'n been, nieuwsgierige mensen die wilden weten wie ik was, de vrouw tegenover me die ongegeneerd haar baby borstvoeding gaf, en de mooie bosachtige en landbouwachtige omgeving waar we doorheen reden.
De vrouw tegenover me had aangegeven dat ze naar Roxas moest met haar kinderen en dat ze vanaf Calapan een minivan wilde nemen. Aangezien dat ook mijn volgende tussenstop zou zijn, vertelde ze me dat ik met hen mee kon reizen. Iets later zaten we met z'n vijven in een minivan met een hamburger die we op de hoek bij een kraampje hadden gehaald. Uiteraard moesten we opnieuw wachten op meer mensen, dus hebben we nog een aardige tijd stilgestaan en vertelde de vrouw meer over haarzelf en de stinkende bevolking in de bergen rond dit dorp. Alhoewel de minivan uiteindelijk ook aardig werd volgepropt, zat deze toch een stuk comfortabeler dan de jeepney, waardoor de drie uur die volgden redelijk uit te houden waren. Vanzelfsprekend stopten we nu ook voortdurend om studenten op te halen, mensen naar hun werk te brengen en ze op de meest afgelegen plekken te droppen. Ondanks dat deze manier van reizen allesbehalve rustig en snel verloopt, is het wel een zeer unieke ervaring die je zeker eens moet meemaken. Je leert op deze manier zoveel meer kennen over de leefstijl van de lokale bevolking en ziet veel meer dan dat je zou zien dan als je simpelweg het vliegtuig zou pakken.
Rond 15 uur kwam ik aan in Roxas, waar ik werd afgezet bij de pier. Hier bevond zich de ferry naar Caticlan, welke een uur later zou vertrekken. De ferry leek verdacht veel op degene die ik twee jaar terug had van en naar Koh Chang en bestond uit een gedeelte voor auto's en vrachtwagens en twee personendekken. Hier was het voor de verandering niet zo druk, dus had ik een gehele bank voor mezelf. De overtocht duurde maar liefst vier uur, wat op de harde plastic banken erg lang duurde en saai was. Gelukkig kon ik m'n nekkussentje gebruiken om wat lekkerder op de bank te liggen (net zoals alle Filipino's ook deden). Met muziek op de achtergrond -de kapitein had een aardig gevarieerde mix met o.a. Billy Jean, My Heart Will Go On, Breathless, Shalalala, Shaggy en Barbie Girl- ging de tijd wel voorbij. M'n diner bestond uit instant noodles die ze hier verkochten.
In het donker kwamen we aan bij de haven van Caticlan, waar ik me eerst zorgen maakte over de aanwezigheid van boten naar Boracay op dit tijdstip. Gelukkig waren deze er nog wel vanwege de grote hoeveelheid toeristen bij de haven (in tegenstelling tot op de grote ferry), waardoor ik even later op een klein bootje zat die in een kwartiertje naar Boracay voer. Toen kon ik eindelijk beginnen aan het laatste stuk van mijn reis. Met een tricycle ging ik naar m'n hostel in het centrum van dit 9 km lange eiland. Stranden heb ik nog niet gezien, wel de weg die aan weerszijden stond volgebouwd met hotels, restaurants, bars en winkeltjes. Bij het hostel werd ik enthousiast ontvangen met een welkomstdrankje en kwam ik de backpackersvibe die ik twee jaar terug vaker was tegengekomen, opnieuw tegen. Aardig wat mensen hadden zich in de openbare ruimte verzameld, bij de bar met muziek, rond de pooltafel of in de lounge. Ik voelde me echter behoorlijk moe, dus heb ik niet bijster veel meer gedaan, alvorens in m'n dorm bij te komen van een ongetwijfeld onvergetelijke reisdag.
Tip van de dag: neem eens het lokale vervoer in plaats van het vliegtuig, maar trek er wel aardig wat tijd voor uit!
Opvallend feitje: ze zijn hier in de ban van Angry Birds merchandise; overal zie je vloerkleedjes, rugtassen, shirtjes en zelfs Rubik's kubussen van dit spelletje!
Dag 9: Een regenachtig Boracay
Maandag 19 maart 2012
Zoals Scheveningen in de zomer enorme hordes Duitsers naar zich toe lokt, wordt Boracay overspoeld door enorme meutes Chinezen en Koreanen. En in plaats van een idyllisch tropisch eiland, is Boracay een gigantisch toeristenmekka zoals Phuket in Thailand. Dat zijn tot dusver m'n eerste conclusies over Boracay.
Na een warme, maar goede nacht kon ik in het hostel een ontbijtje nemen. Vandaag was m'n eerste van enkele dagen in Boracay en het meest populaire White Beach stond vandaag op het programma. Het hostel ligt precies in de strook land tussen het strand en de hoofdweg, nogal afgelegen van alle andere dingen, tussen bomen, zandpaden en bouwterrein. Ik liep een stukje over de hoofdweg naar de D'mall, een centraal plaza volgebouwd met strandwinkeltjes en restaurantjes. White Beach zelf was een zeer lang strand van zeker 2 km, maar niet extreem breed. Het zand was inderdaad prachtig wit en het water mooi azuurblauw. Palmbomen sierden de rand van het strand. Langs het gehele strand stond het bomvol met resorts, bars, restaurants, winkels, duikshops, tattooshops en massageplekken. Het stikte er van de mensen, voornamelijk Chinezen en Koreanen, allemaal gekleed in kleurige vakantiekleding of badkleding, met zonnebrillen, hoeden en grote fotocamera's. Om de 10 meter werd je aangesproken of je een massage wilde hebben, een zonnebril of hoed wilde kopen, of één van de vele activiteiten wilde ondernemen, zoals jetskiën, kitesurfen, duiken en varen met een bananenboot. Alles wat je maar op en rond het water zou kunnen doen, was hier mogelijk. Ik ben een aardig eind in beide richtingen gelopen en overal bleef het net zo druk. Het strand zelf was echter een stuk rustiger, wat een zeer logische verklaring had: het was behoorlijk bewolkt en zo nu en dan regende het. Dit was erg jammer, waardoor even lekker op het zand zitten niet echt een optie was. Ergens in de middag was ik weer terug bij het hostel, om te relaxen met een boek in de (overdekte) lounge.
In de avond krijgt White Beach een make-over. In plaats van de tentjes met fruit shakes vallen nu alle restaurants op, met tafels en stoelen op het strand, lampjes in de palmbomen en podia met live bandjes. Bijna elk restaurant had vissen en kreeften in een bak met ijs liggen, een barbecue opgesteld, of een groot buffet uitgesteld, waar je zoveel kon eten als je maar wilde voor een vast bedrag. Prijzig was het hier overal, zoals te verwachten was. Ook in de bars was het nu een stuk drukker, met veel aanbiedingen zoals ‘X cocktails halen, 1 gratis' of een happy hour dat de hele dag duurde. Verder speelde muziek van diverse kanten en stonden hier en daar acrobaten met vuur opgesteld. Al met al was het hier echt een typische luxe vakantiebestemming, waar je met gemak dagen kunt besteden met ontspanning en vermaak, als dat tenminste je ding is.
Tip van de dag: als je van plan bent te gaan dineren bij een all-you-can-eat buffetrestaurant, zorg dan dat je op tijd bent; dat wil zeggen, voordat er een hele buslading aan Aziaten binnen komt stormen en al het eten voor je weggraaien.
Opvallend feitje: het gebruik van tablets, smartphones en laptops/netbooks onder backpackers is enorm gestegen sinds mijn laatste lange trip!
Dag 10: Uitkijken
Dinsdag 20 maart 2012
De dag begon vanochtend nog somberder dan gisteren. Voor lange tijd bleef het regenen, waardoor de meeste mensen hier genoodzaakt waren rond te hangen in de openbare ruimte van het hostel. Zelfs nadat de regen eventjes ophield, ging het daarna gewoon weer door. Niet echt ideaal op een tropisch eiland waar anders niet heel te doen valt. Gelukkig biedt het hostel ontbijt en lunch aan, zodat ik gewoon kon eten wanneer ik wilde.
Na het middaguur stopte het gelukkig met regenen en bleef het droog tot in de avond. Vandaag heb ik één van de andere stranden bekeken. Boracay is een lang, maar smal eiland, met aan de ene zijde White Beach en aan de andere zijde Bulabog Beach. Hoewel de eerste ontzettend toeristisch is, is de tweede dat zeker niet. Het strand zag er vies uit vanwege allemaal aangespoeld zeewier of iets dergelijks en langs het strand waren nauwelijks resorts en restaurants, of alles wat je maar aan de andere zijde kon vinden. In plaats daarvan stonden er slechts een tiental kitesurfshops, aangezien er aan deze kant meer wind staat, wat de situatie voor kitesurfen een stuk beter maakt. Heel veel wind stond er vandaag echter niet, waardoor het water behoorlijk leeg was, op enkele ervaren kitesurfer na. Via een redelijk verlaten weg naar het noorden liep ik een berg op, waarlangs diverse resorts en stukken land lagen. Deze stonden echter bijna allemaal leeg of waren te koop aangeboden, iets wat me niet heel erg verbaasde. Hier en daar stonden enkele simpele huisjes van de lokale bevolking, met kippen in de tuin en wasgoed aan het hek. Bovenop de berg kwam ik opeens weer toeristen tegen -opnieuw een buslading Koreanen- aangezien je hier met een buggy kon rondcrossen. Daarnaast bevond zich hier een uitkijktoren. Deze beklom ik, waarna ik een erg mooi uitzicht had over het hele eiland. Ik zag beide uiteinden van het eiland en de twee grote stranden, waarbij het contrast tussen beide opnieuw goed opviel. Uiteindelijk liep ik weer terug naar beneden en via enkele simpele straatjes met huizen voor de lokale bevolking, kwam ik weer op de hoofdweg uit. Het was apart om te zien hoe groot het verschil was tussen de hoofdweg en de ernaast gelegen weg voor de lokale bevolking. De ene was een mooie geasfalteerde weg met aan weerzijden allerlei winkels en prima huizen, terwijl de andere bestond uit hobbels en zand met zeer simpele houten huisjes.
Bij het resort heb ik mijn voeten heerlijk laten rusten en kennisgemaakt met diverse andere personen die hier verblijven. In de avond ben ik met hen naar het strand gegaan voor een hapje en drankje. Het was langs het strand een drukke bedoeling en in en rond de bars en restaurants hing een losse en ontspannen sfeer. Het was daarom niet al te moeilijk om me hier prima te vermaken.
Tip van de dag: neem iets te lezen mee voor als het met bakken uit de lucht komt vallen!
Opvallend feitje: als je een blik werpt op andermans computerscherm, zie je 9 van de 10 keer dezelfde pagina in beeld: Facebook.
Dag 11: In het golvende water
Woensdag 21 maart 2012
Vandaag was het tot m'n vreugde een stuk betere dag dan de afgelopen twee. Alhoewel de zon zich niet heel veel heeft laten zien, was het tenminste een mooie en droge dag. In de ochtend heb ik rondgekeken bij diverse duikshops om te zien welke duiken ze in de aanbieding hadden. Ook hier leek het me leuk om een keer het water in te duiken. Elke vereniging bood diverse duiken naar één van de vele plekken rondom het eiland. Eentje sprak me wel aan, waarna ik een plekje reserveerde voor in het begin van de middag. Op de weg terug naar het hostel bleef het geinig om te zien hoe veel Koreaanse meiden allemaal in hun zomerjurkjes staan te poseren voor de fotocamera van hun vriend, hoe Filipijnse kinderen op een sierlijke wijze de tekst ‘Boracay' in een berg zand ingraveren, en hoe toeristen enthousiast aan het koppeltjeduikelen zijn op een trampoline en met een bungeekoord.
In de middag was ik terug bij het duikcentrum, waar ik meteen een lunch aangeboden kreeg die daar onder de aanwezigen gedeeld werd. Na het passen en meten van de duikuitrusting, liepen we met alle spullen naar de boot en voeren we een stukje van het eiland af, over de golvende oceaan. Mijn duikmeester was een ervaren Nederlandse man en samen met nog twee anderen doken we even later naar een diepte van 23 meter. In de 46 minuten die volgden, zwommen we rond, keken we naar het afwisselende koraal en de zwemmende visjes, waaronder twee grote antennaria (in het Engels veel eenvoudiger een ‘frog fish' genoemd) en een blauw gevlekte rog. Alhoewel de duik niet zo mooi was als die van afgelopen week, was het de moeite waard. Eenmaal terug bij het duikcentrum kon ik weer een stempeltje in m'n logboek zetten. Nadat ik gesmuld had van een maïskolf, welke op het strand worden aangeboden, liep ik terug naar het hostel om heerlijk te relaxen.
Aangezien ik bij het hostel ondertussen al aardig wat mensen kende en ik ook nieuwe mensen leerde kennen, verstreek de tijd snel genoeg. Rond etenstijd kwam er zelfs iemand optreden! Met leuke en relaxte muziek op de achtergrond had iedereen het klaarblijkelijk erg naar z'n zin, waardoor iedereen tot laat in de avond bij het hostel bleef hangen. Toen anderen daarna alsnog het strand opnieuw opzochten, hield ik het slechts bij een hapje eten (lekkere saté voor nog geen 20 cent!) en ging ik richting bed. Het zal morgen namelijk weer een lange reisdag gaan worden naar m'n volgende bestemming! Alhoewel m'n verblijf in Boracay in het begin niet heel indrukwekkend was, heb ik het naarmate de tijd verstreek toch veel meer naar m'n zin gehad vanwege de leuke mensen!
Tip van de dag: doe geen moeite om Nederlandse vertalingen van alle vissen op te zoeken; in het Engels zijn ze vaak veel makkelijker!
Opvallend feitje: ook de Filipijnse kleuters houden van chips en Coco-Cola.