Nagasaki
Dag 59: De poort naar het westen
Dinsdag 8 mei 2012
Twee dagen geleden had ik aan het hostel gevraagd of ze voor mij een plek wilden reserveren in een bus naar Nagasaki. Een kwartier voor vertrek zat ik te wachten bij de bushalte voor de Starbucks, waar met vijf minuten vertraging de bus om 10.45 uur arriveerde. Ik heb geen idee of de reservering goed is doorgekomen, want de buschauffeur begreep niet helemaal wat ik tegen hem zei, net zoals ik geen idee had wat hij tegen mij zei. Toch kon ik gewoon plaatsnemen in de bus. Wat volgde was zo goed als een privé-rit naar Nagasaki, omdat er slechts één andere passagier in de touringcar zat en de bus onderweg niet meer stopte om mensen in of uit te laten stappen. Via een goede snelweg (tolweg) met relatief weinig verkeer konden we behoorlijk vlot doorrijden. De rit was niet veel anders dan de snelwegritten in Nederland, behalve dat er hier meer bergen en tunnels waren.
Iets na tweeën kwamen we aan bij het station van Nagasaki, waar ik merkte dat hier ook allemaal trams door de straten rijden. Het was niet ver lopen naar m'n hostel en nadat ik m'n spullen had achtergelaten en een plattegrond had gekregen van een medewerkster, ging ik op pad. Nagasaki is een stad met een bijzondere geschiedenis. Hetgeen waar mensen natuurlijk het eerst aan denken is de atoombom die hier drie dagen na die van Hiroshima is gedropt. Maar Nagasaki heeft een veel rijkere geschiedenis uit met name de 19e eeuw, toen het de poort naar het westen was en er niet alleen maar veel gehandeld werd met de Chinezen, maar ook met de Portugezen en, jawel, de Nederlanders. De band met de Nederlanders was destijds zelfs zo goed, dat wij als enige Europeanen mochten blijven toen de Japanners bang waren te veel beïnvloed te worden door het Europese geloof. Er is hier zelfs een hele wijk waar de Nederlanders gevestigd waren (toen een eiland), maar dit zal ik, tezamen met het Peace Park om de atoombom te herdenken, morgen pas gaan bekijken.
Aangezien ik nog maar een korte namiddag had, besloot ik het centrale deel van de stad te bezoeken, waarin ik me al bevond. Via het station liep ik naar een monument ter nagedachtenis van 20 Japanse christenen en 6 Europese missionarissen, die hier in 1597 aan het kruis genageld zijn. Het was een muur waarop de 26 mannen naast elkaar afgebeeld waren. Nagasaki is een heuvelachtige stad en na m'n klim naar dit monument volgde de makkelijkere afdaling naar het geschiedenis- en cultuurmuseum. Het was een modern museum, waarin in verschillende ruimtes diverse aspecten uit de handelsgeschiedenis van de stad aan bod kwamen. Zo ook Nederland en op diverse afbeeldingen en schilderingen kwamen Nederlandse vlaggen, schepen en handelaren voorbij. Enkele medische attributen waren tentoongesteld en ook een paar Nederlands-Japanse woordenboeken lagen opengeslagen. Een uitgebreid handelsverdrag lag er ook, maar vanwege het glas en het priegelige Nederlandse handschrift kon ik slechts de laatste regel lezen waarin stond dat het getekend was in het ‘Jaar van Onzen Heer een duizend acht honderd drie en vijftig'.
Na het museum liep ik verder richting het centrum van de stad. Bij één van de bekendste tempels van de stad, Kofuku-ji, was ik getuige van het sluiten van de poort -het was precies 17 uur- waarna ik een foto maakte van de oudste stenen gebogen brug van Japan, de Spectacles. Ik keek rond in enkele overdekte winkelstraten, nam een maaltijd en liep richting de haven. Nagasaki ligt immers ook aan zee, maar dan helemaal in het uiterste westen van Japan, een kleine 1000 km ten westen van de stad waar ik vier weken geleden ben begonnen, Tokio. In de haven lag een groot zeiljacht, enkele andere kleine bootjes en een paar ferry's. Nadat ik nog even had rondgekeken in een winkelcentrum hier, keerde ik terug naar het hostel, waar ik m'n drukke dag van morgen alvast plande.
Tip van de dag: op zoek naar een Moederdagcadeau? Ook in Japan verkopen ze een hoop cadeaus voor deze feestdag!
Opvallend feitje: ook in Nagasaki rijden er zowel oude als nieuwe trams rond.
Dag 60: De Dikke Man en De Liefde
Woensdag 9 mei 2012
9 augustus 1945, 11.02 uur: nadat de stad Kokura gespaard bleef vanwege een dicht wolkendek werd het noordelijke deel van de stad Nagasaki totaal verwoest door Fat Man, de tweede atoombom op Japan. Dit leidde een week later tot de capitulatie van het land in de Tweede Wereldoorlog. 9 mei 2012, 11.02 uur: zonder dat ik er erg in had, bevond ik me vanochtend op dit tijdstip in het Peace Park, zo'n 500 meter van het hypocenter van de bom vandaan. Een groep Japanners trok aan een touw om een bel te luiden. Een minuut lang klonk deze bel, om de vele slachtoffers van de atoombom te herdenken. Meer dan 70.000 mensen vonden de dood op het moment zelf, maar nog vele duizenden anderen stierven in de jaren die volgden vanwege de straling. Ter nagedachtenis aan de slachtoffers waren er in dit park een fontein (in de vorm van een vlinder) en diverse monumenten geplaatst, waaronder een groot blauw standbeeld van een zittende man die met zijn ene arm naar boven wijst -de bom ontplofte in de lucht- en met de andere opzij om vrede aan te duiden. Aan weerzijden waren opnieuw vele kraanvogels te vinden. Door enkele heuvelachtige straten liep ik naar de Urakami Cathedral, telkens trachtend in de schaduw te blijven omdat het een erg warme dag was. De kathedraal, één van de grootste in Azië, is na de atoombom herbouwd, maar aangezien er een uitvaart aan de gang was, kon ik niet naar binnen. Een klein deel van de muur van de oorspronkelijke kathedraal was nog blijven staan en is ten tijde van de reconstructie een klein stukje verplaatst. De muur staat nu in een parkje naast een zwarte pilaar met daaromheen allemaal ringen op de grond. Dit duidde het hypocenter aan; de plek waar de atoombom 500 meter boven de grond ontplofte. Tevens stond hier een monument van een moeder met een kind.
Aan de andere kant van een kanaal bevond zich het Atomic Bomb Museum, een museum dat -zoals te verwachten viel- erg veel weg had van het museum in Hiroshima. Op aangrijpende wijze werd hier de stad voor de bom laten zien, alsmede de directe gevolgen van de ontploffing, de nasleep en latere nucleaire verdragen en conflicten. Verschroeide, gesmolten, verbrande en gebroken voorwerpen lagen in het museum en op foto's waren verwoeste gebouwen te zien, net als verlaten omgevingen en verbrande en verkoolde lijken. Naast een schokgolf die vele malen krachtiger is dan de zwaarste tyfoon, laat een atoombom namelijk ook een ondraaglijke hitte vrij in een vuurzee van zo'n 3000 graden in het hypocenter tot nog steeds enkele honderden graden daar een paar kilometer vandaan. Verder waren er in het museum zeer ontroerende verhalen te lezen van overlevenden. Slachtoffers herdenken was mogelijk in de naast het museum gelegen Memorial Hall, een ondergrondse ruimte met in één hal enkele verlichte pilaren en daarachter alle namen van bekende slachtoffers. In stilte liep ik vervolgens verder door de wijk, waar er nog één restant van de atoombom stond. Een torii van de Sanno-tempel was namelijk half verwoest, waardoor de poort slechts op één poot stond en de bovenkant ook gehalveerd was. De andere verwoeste helft lag naast de poort op de grond.
Tot zover de eerste van mijn drie geplande dagdelen. Met de tram, waarmee ik vanochtend naar het Peace Park was gekomen, reed ik helemaal terug naar het zuiden en nog een stukje verder dan waar ik was opgestapt. De trammetjes die hier rijden zijn overigens anders dan die in Nederland; het zijn maar kleine trammetjes met één cabine, met banken langs de ramen, zoals in de metro. Aan beide kanten kan de conducteur het tuffende trammetje bedienen. Ik stapte uit bij Dejima, het voormalige eilandje van de Nederlanders. Het gebied was nu veranderd in een openluchtmuseum met allerlei pakhuizen en andere gebouwen. In het jaar 1600 kwam het Nederlandse VOC-schip ‘De Liefde' aan in Japan. Dit bleek het begin te zijn van een lange en rijke handelsgeschiedenis tussen Nederland en Japan. De Nederlanders kregen een eigen handelspost aangewezen op een eilandje, Dejima, waarop ze woonden en werkten. Allerlei goederen werden uitgewisseld, zoals textiel en porselein, maar ook medische kennis. Het was erg vermakelijk om de houten warenhuizen te verkennen. Vele afbeeldingen lieten de geschiedenis zien en verschillende objecten ondersteunden het verhaal. Op vele tekeningen prijkte uiteraard de Nederlandse vlag. Kanonnen en porseleinen borden waren voorzien van het VOC-logo en hier en daar hoorde je Nederlanders praten in informatieve filmpjes. Hier en daar waren papieren en boeken te vinden in het Nederlands, waaronder een oude versie van het Enkhuizer Almanak. Maar ook waren modellen te vinden van prachtige zeilschepen. Naast de pakhuizen kon je ook een kijkje nemen in de vertrekken van de belangrijke personen, zoals de opperkoopman, met rijkelijk versierde slaapkamers en eetzalen. Een documentaire in een tot theater omgebouwd warenhuis had zelfs een Nederlandse voice-over via een koptelefoon. De Nederlandse vlag hing vandaag helaas niet in de mast; dat gebeurt alleen op Nederlandse feestdagen. Was ik een paar dagen eerder geweest, dan had ik dat kunnen zien. Al met al was het een erg interessant bezoek!
Nog meer Nederlandse trots was een stukje verderop te vinden. De ‘Hollander Slopes' of ‘Oranda-zaka' (‘de straat van de Hollanders') was een heuvelachtige straat waarlangs vroeger diverse Nederlanders hebben gewoond. Diverse westerse/Nederlandse huizen van baksteen stonden hier nog steeds. Ik was ondertussen al aardig de heuvel opgeklommen en kreeg een steeds beter uitzicht over de stad (ondanks de felle zon). Maar je kon nog vele malen hoger. In plaats van dit te lopen, hebben ze een slimmere oplossing bedacht: een lift. Via een schuine liftschacht tussen de huizen kon je simpelweg een stuk hoger de berg op worden gebracht. En met nog een verticale lift kon je nog hoger komen. Naast een prachtig uitzicht bevond zich hier de bekende Glover Garden. Op de berg waren in het verleden vele grote Westerse huizen gebouwd door enkele belangrijke Britse families (Glover, Ringger en Alt). Het was mogelijk om in dit gebied rond te lopen en de mooie huizen van zowel buiten als binnen te bekijken. Slingerend liep ik over de paden de berg af, ondertussen hier en daar een kijkje nemend in de chique vertrekken van de bouwwerken. Het park eindigde in een gebouw met allerlei rijkelijk versierde wagens, berijdbare boten en draken die voor een zeker festival worden gebruikt. In een film zag ik hoe de wagens door vele personen in de rondte werden gedraaid en soms in de lucht werden gegooid en weer op werden gevangen.
Het zal niemand verbazen dat de middag alweer voorbij was en ik moe was toen ik het park verliet. Via de haven liep ik terug richting het hostel. In de haven lagen twee grote passagiersschepen; eentje was de boot naar Shanghai en van de andere heb ik geen idee wat de bestemming was, maar wel was het duidelijk dat het niet lang meer zou duren voordat deze uit zou varen. Er bevond zich hier ook een klein parkje en daarnaast waren er diverse restaurantjes aan de boulevard gevestigd. In de kelder van een warenhuis kocht ik m'n avondmaaltijd, waarvan ik terug in het hostel lekker genoot. Waarschijnlijk was dit m'n laatste keer sushi in Japan. Het was een lange, vermoeiende, maar vermakelijke dag geweest en ik rustte in de avond dan ook goed uit. Het ziet er namelijk naar uit dat ik morgen opnieuw een lange dag voor de boeg heb.
Tip van de dag: heb je behoefte om in Japan te sporten? Alhoewel wij in Nederland het bedrijf Konami kennen van de computerspelletjes, zie je hier op verschillende plekken ook een Konami Sports Center.
Opvallend feitje: het merk Tefal wordt hier geschreven als T-fal.
Dag 61: Ik hou van Holland
Donderdag 10 mei 2012
Persoonlijke omstandigheden hebben me doen besluiten om terug te keren naar Nederland. De reden wil ik hier best vertellen. Nadat ik de afgelopen twee dagen zoveel Nederlandse invloeden heb gezien in Nagasaki, heb ik een ontzettende heimwee gekregen naar ons kleine landje. Ik hou gewoon zoveel van Holland en ik mis het ontzettend! Ik moest en zou vandaag weer in Nederland zijn! Dus nadat ik vanochtend was opgestaan in de dorm voor 10 personen -waar ik opvallend genoeg de enige gast was- en een gratis ontbijtje had genuttigd, liep ik naar het station, waar ik me opmaakte voor een lange reis. Na een treinrit van 1,5 uur langs de kustlijn verliet ik de trein en liep ik naar de voor Nederlanders misschien wel meest bizarre locatie die er bestaat: Huis ten Bosch. Als je je altijd al hebt afgevraagd waarom je in ons land zoveel Japanners ziet, dan is de reden eenvoudig: Japanners zijn dol op Holland. En hier, zo'n 50 km ten noorden van Nagasaki, uit zich dit op een wel heel extreme manier. Op een terrein van 152 hectare is aan de kust ons landje in het klein nagebouwd. En nee, niet zoals in Madurodam. Of misschien wel zoals Madurodam, maar dan met schaal 1:1. Huizen en bepaalde gebouwen uit Nederland waren hier tot in de kleinste details gekopieerd.
Op de toegangsweg van dit themapark klonk vrolijke muziek, maar helaas kwamen Frans Bauer en Jan Smit niet voorbij. Met -nu al- een enorme glimlach op m'n gezicht liep ik naar de ingang, aangezien ik recht op Amsterdam CS afliep. Alhoewel de treinsporen ontbraken, was het stationsgebouw tot in perfectie nagebouwd. De enige grote verandering was dat het grote gebouw een andere ingang had, omdat het van binnen een hotel was. Naast het station, eh, het hotel bevond zich de ingang, waarbij het mogelijk was om op de foto te gaan met een gouden koets die iets minder gedetailleerd was dan de echte. Maar dat weerhield enkele Japanners er niet van om er mee op de foto te gaan! Toen ik in het park was, bevond ik me in Breukelen, waar Kasteel Nijenrode voor me opdoemde. Nadat ik door de poort hiervan was gelopen, werd m'n glimlach groter en groter. Op een groen landschap aan het water waren verschillende bloemenveldjes te bekennen, met daartussen drie grote molens! Al hun wieken draaiden in het rond en bij eentje was het mogelijk om de binnenkant te bekijken. Ze hadden Nederlandse namen, waaronder Waker en Slaper. Aan de overkant van het water, waren allemaal typische boerenhuizen aan het water gebouwd. Het was echt een stereotypisch Hollands landschap! Ik liep verder over de Kinderdijk en betrad een boerderijtje van Frico, dat er van buiten exact zo uitzag als een boerderijtje in Nederland. Op een bordje stond de tekst ‘Boerenkaas'. Voor het bouwen van dit park hebben ze zelfs bakstenen uit Nederland laten importeren en ongetwijfeld nog veel meer. In de boerderij kon je allerlei kazen uit Gouda kopen en je laten verkleden in boerenkleding, inclusief klompen. Het was echt ontzettend grappig om te zien!
Op het pad voor me bevond zich een kopie van de Oostpoort in Delft. Ik liep de Delftsebrug over, ging onder de poort door en bevond me in de Nieuwstad-zone. Hier bevond zich een plein met daaromheen allemaal huizen/gebouwen in traditionele Hollandse stijl. Langgerekte hoge huizen van baksteen, met daarboven prachtige geveltjes. Dit moest de Waag van Gouda voorstellen, aangezien er ook een winkel was met de tekst ‘Cheese Waag', met daarbinnen nog meer verschillende soorten kazen. Gek genoeg bevond zich daarnaast een winkel met allemaal chocolade en daarvoor een kraampjes met popcorn en hotdogs. Een stukje verder, in de Binnenstad, was een ander groot plein, het ‘Prince Willerm Alexander Plein' (die spelfout is niet alleen van mij), met daarop een reconstructie van het stadhuis van Gouda. In het stadhuis was een museum met glas en porselein, welke je tegen extra betaling kon bezoeken. Dat was trouwens het gemene aan dit hele park. Je moest al een aardige toegangsprijs betalen, maar als je ook daadwerkelijk een museum of attractie wilde bezoeken, moest je extra betalen. Op het plein was tevens een grote overdekte eetgelegenheid met een podium, waar ik getuige was van een spelletje bloemblaadjeswerpen. Helaas werden er geen echte oudhollandse spelletjes gespeeld; het had me wel leuk geleken om de Japanse bezoekers te zien zaklopen, koekhappen en spijkerpoepen. Een optreden van het draaiorgel dat hier ook stond ben ik helaas misgelopen. Rond het plein bevond zich een scala aan winkeltjes, waaronder het Holland House, met allemaal klompen, bekend Delfts Blauw (molens en kussende paartjes) en bloemen. Ernaast stond een winkel met allerlei poppetjes en accessoires van de trots van onze Dick Bruna: Nijntje! Knuffeltjes van Nijntje met een Nederlands vlaggetje in de hand waren hier in overvloed. In dit winkelgedeelte ontbrak ook de Haagse Passage niet, inclusief een chique ingang met de Haagse ooievaar en een halfrond glazen dak. Boetiekjes bevonden zich in de Passage, alsmede een winkel met merchandise van One Piece, Japans bekendste mangaserie. Ik kwam niet meer bij toen ik tegen een winkeltje aanliep met ‘Kwarktaart van Tante Annie', met een logo van een oud vrouwtje. Binnen kreeg ik een stukje aangeboden; lekker!
Via enkele Amsterdamse straatjes, waarbij zelfs de stoepen en straten er perfect uitzagen, inclusief paaltjes, liep ik langs de grachten, waardoorheen boten voeren met namen zoals ‘Katwijk' en ‘Martha'. Ook de blauwe straatnaambordjes waren typisch Nederlands en hadden teksten zoals ‘van Goghstraat', ‘Vermeerstraat' en ‘Mauritskade'. Zo nu en dan fietste er een Japanners voorbij, want ook kon je fietsen huren; het park was namelijk best groot. De plek waar ik nu uitkwam, Utrechts, had ik al enige tijd aan zien komen. De gehele Domtoren was hier namelijk nagebouwd. Maar in plaats van honderden traptreden op te lopen, zijn de Japanners iets slimmer geweest. Met een lift werd je in een paar seconden naar boven gebracht, waar je een leuk uitzicht had over het park. Het was echt supergrappig om Nederland in het klein van bovenaf te zien, met vreemd genoeg de Japanse bergen op de achtergrond! Dit was overigens niet de enige (betaalde) attractie die ik bezocht. Ook heb ik een bezoekje gebracht aan een theater waarin een heftige storm werd nagebootst. Met licht- en geluidseffecten en heel veel liter water barste er een kort, maar krachtig spektakel los. Een nagebouwde zee golfde heen en weer en enkele nagebouwde huizen en een molen werden overspoeld door water. In een andere voorstelling kwamen in een 3d-film enkele bijzondere tekeningen van M.C. Escher tot leven. Alhoewel de acteurs overduidelijk Nederlands waren, was alles helaas nagesynchroniseerd in het Japans.
Na een korte en maffe parade die door het hele park heen ging, nam ik een kijkje in het helaas niet heel bijzondere havengedeelte, met enkele bootjes en een replica van De Liefde. Nadat ik al meerdere restaurants was tegenkomen met Japanse en andere gerechten van over de hele wereld, hoopte ik hier eindelijk eens wat Nederlandse snacks tegen te komen. Maar helaas had noch eettentje ‘Bikken Bikken', noch ‘Café De Haven' frikadellen, kroketten, pannenkoeken of stroopwafels. Via een bospad kwam ik ten slotte aan bij hetgeen waar het park zijn naam aan te danken heeft, een nagebouwde versie van Paleis Huis ten Bosch. Voor wie de Nederlandse versie niet kent, het was een mooi, groot en statig gebouw, gevestigd in een prachtige en ruime tuin. In Nederland kun je het paleis niet in; hier wel, aangezien er binnenin een museum zit. Helaas had ik pech, omdat het museum vandaag gesloten was. Op zich niet heel erg, want van binnen schijnt het paleis wel degelijk anders te zijn dan de onze. In de achtertuin bevonden zich heggen, klassieke beelden en een fontein, terwijl er rozentuintjes aan de voorkant lagen.
Ik liep terug naar het plein met het podium en bekeek hier een zeer wilde en enthousiaste zang- en dansvoorstelling, opnieuw helaas niet echt gerelateerd aan Nederland. M'n middag was hiermee tevens tot een eind gekomen. Ik had aardig wat rondgelopen door het park en ging terug naar de ingang. Ik liep nog langs een andere bloementuin, een manege, een reuzenrad en een plek waar je kon klimmen en klauteren over touwen. In m'n oranje kleding, die ik voor de gelegenheid had aangetrokken, wierp ik nog een laatste blik op de molens, keek ik even rond in teddyberenwinkel ‘Linda', passeerde ik de gesloten ijswinkel ‘Lekker' en verliet ik het park. Het was een hele bizarre, maar wel heel erg vermakelijke dag geweest. Ik had ondertussen weer heimwee naar Japan, dus nam ik de trein terug naar Nagasaki en rustte ik in de avond heerlijk uit. Nog maar twee dagen om van Japan te genieten, aangezien ik het land aanstaande zondag zal gaan verlaten. Voordat het zover is, zal ik nog één laatste stad aandoen: Fukuoka!
Tip van de dag: kijk achteraf even op internet na of je alle Nederlandse gebouwen hebt herkend. Zo waren bijvoorbeeld ook de volgende gebouwen nagemaakt: het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht, de woning van Dr. Von Siebold en de Lakenhal in Leiden, het Maritiem Museum in Amsterdam, de Sneker Waterpoort en enkele historische VOC-gebouwen in Amsterdam en Enkhuizen. Het blijkt dat ik Nederland toch niet zo goed ken.
Opvallend feitje: niet elk treinstation heeft automatische poortjes waar je je ticket doorheen moet halen; soms staat er een persoontje om je ticket te bestempelen alvorens je het perron op kunt, of om je ticket in te nemen als je het perron verlaat.
Beppu
Dag 57: Op zoek naar de bron van de eeuwige warmte
Zondag 6 mei 2012
Ik nam vanochtend alle tijd om m'n spullen te pakken en naar het station te lopen. Hier nam ik voor de laatste maal deze reis de shinkansen. De reis ging ditmaal naar Kokura, een stad ten westen van Hiroshima, op het grote eiland Kyushu. Tot dusver heb ik continu op het eiland Honshu gezeten, maar ik zal deze laatste week in Japan doorbrengen op Kyushu. Een klein uurtje later kwam ik in Kokura aan en stapte ik over op een lokale trein naar het zuiden. In een uur reden we langs de kust naar het plaatsje Beppu, mijn eindbestemming van vandaag en m'n standplaats voor de komende twee nachten.
Beppu staat tegenwoordig bekend om al het warme bronwater, dat hier in twee verschillende varianten aanwezig is. Zo heb je hier heel veel ‘onsen', de baden waar je je lichaam kunt laten zuiveren door het mineraalrijke warme water. Daarnaast heb je warmwaterbronnen die puur bedoeld zijn om te bezichtigen, en dus niet om te betreden. Dit laatste zal ik morgen gaan doen. Eerst moest ik vanaf het station naar m'n hostel, wat gelukkig niet al te ver was. Via enkele redelijk rustige straatjes -Beppu is maar een klein stadje- liep ik door de volle zon -het klimaat in het zuiden is beduidend warmer dan op m'n vorige meer noordelijkere plekken- naar m'n slaapplek, waar ik vriendelijk ontvangen werd door het personeel. Nadat ik al m'n spullen op m'n kamer had achtergelaten, was het al halverwege de middag en besloot ik het stadje een beetje te bekijken.
Op de bronnen na valt er in Beppu niet echt veel te zien. Ik keek eventjes rond bij een winkelcentrum, waarna ik over de boulevard heb gelopen. Beppu ligt namelijk aan zee, waardoor er hier een kleine jachthaven lag, alsmede enkele golfbrekers gemaakt van apart gevormde grote stenen. Daarnaast was er een klein strandje, waarop een paar gezinnen genoten van deze laatste dag van de Golden Week. Bij een grote etenswarenafdeling van een warenhuis kocht ik lekkere maaltijden voor vandaag en morgen, waarna ik terugging naar het hostel. Het mooie van dit hostel is dat het ook beschikt over een onsen; twee zelfs, één voor mannen en één voor vrouwen. Na m'n diner heb ik hier dan ook gebruik van gemaakt, aangezien dat toch echt iets is wat je in Beppu meegemaakt moet hebben. Nu had ik het in Nagoya ook al wel meegemaakt, maar het kon geen kwaad om deze ervaring nogmaals te ondervinden. Het water was lekker warm en gelukkig niet zo heet als de vorige keer, waardoor het een aangenaam bad was. Het was een perfecte ontspannen manier om een ontspannen avond mee te beginnen.
Tip van de dag: mocht er een aardbeving plaatsvinden, volg dan de ruim aanwezige bordjes naar veilige hoger gelegen plekken, aangezien je nooit weet of er een tsunami zal volgen.
Opvallend feitje: beleefdheid blijft een opvallend punt in Japan. Bij zowel binnenkomst als het verlaten van een treincoupé blijft het personeel eventjes staan om een buiging te maken naar de passagiers.
Dag 58: Naar de hel
Maandag 7 mei 2012
Een bezoek aan de hel; deze reis kan ook niet gekker worden. Vier zelfs, eigenlijk. M'n dag begon gelukkig een stuk vreedzamer, toen ik langzaam opstond en pas erg laat in de ochtend het hostel verliet. Er waren slechts enkele wolkjes aan de hemel, dus dat beloofde weer een mooie zonnige middag te worden. Vandaag wilde ik een paar van de meest bijzondere bezienswaardigheden van Beppu bewonderen. Het Kannawa-district, aan de rand van de stad, enigszins in de bergen, is het gebied met vele erg unieke warmwaterbronnen. Door de toeristenbond zijn ze omgedoopt in de ‘Hells' en elke hel (of ‘jigoku' in het Japans) kon je tegen betaling van 400 yen bezoeken. Om hier te komen moest je één van de vele bussen pakken die naar deze wijk rijden. In tegenstelling tot een metro is het altijd wat spannender om een bus te pakken, maar gelukkig stond er bij het station redelijk duidelijk aangegeven welke bus welke kant op ging. En als je dan de Japanse karakters van de haltes een beetje in de gaten houdt, dan kom je vanzelf wel op je bestemming.
Toen ik was uitgestapt, wilde ik de eerste hel bekijken, de Umi-Jigoku (Sea Hell), maar liep per ongeluk, zonder te betalen en zonder dat er iets van werd gezegd, de ernaast gelegen Yama-Jigoku (Mountain Hell) in. Deze had ik eigenlijk niet willen betreden, aangezien ik had gelezen dat er enkele dieren in slechte omstandigheden werden gehouden. En dat zag ik daarna helaas al snel, toen ik langs een kleine kooi liep met een olifant en een poeltje met een nijlpaard. De echte warmwaterbron was er niet echt, maar wel was er een rotsenpartij waaruit een heleboel zeer hete stoom kwam. Met hekjes en bordjes werd aangegeven niet dichterbij te komen. Ik verliet deze hel al erg snel en kwam bij de ingang van de juiste hel terecht. Na een pad met allemaal exotische bomen (vanwege de warme bodem kan hier behoorlijk andere vegetatie groeien) en een grote normale vijver met lelies, kwam ik bij de Sea Hell uit, waarbij ik begreep waar het zijn naam aan te danken had. Te midden van een hek en een wand met rotsen bevond zich een poel met azuurblauw water. Dat het water ontzettend heet was, was wel duidelijk aan de enorm witte rookwolken die van het water en de rotsen af kwam. De wind waaide dit alle kanten op, waardoor je zo nu en dan even je ogen moest sluiten en de geur van gekookte eieren zich door je neus heen wrong. En dat zal vast niet alleen maar komen omdat er een mandje met ‘iets' (waarschijnlijk eieren) in het water hing! Het was in ieder geval heel uniek om dit te zien! Iets verderop bevond zich nog een klein poeltje, maar ditmaal met vies bruin water, maar minstens zo heet en met minstens zoveel stoom! Op een andere plek kon je je benen in iets minder heet water laten bungelen. Naast de Sea Hell bevond zich de Oniishibozu-Jigoku, ofwel de Shaven Monk's Head Hell. De naam heeft deze kleine hel te danken aan de paar grijze modderpoelen die zich hier bevinden. Vanwege de warmte en de ondergrondse doorgangen waren er op sommige plekken bubbels te zien. Modder zwol zich op tot een glad hoopje (zoals de kale kop van een monnik) en plofte vervolgens weer in elkaar, of de modder spetterde enigszins in het rond. Erg grappig om te zien en tevens erg uitdagend om originele spetterfoto's van te maken.
Hierna liep ik een stukje door enkele rustige straten met een paar winkeltjes. Een krokodillenboerderij en een andere hel sloeg ik hier over. Bij een bushalte nam ik een bus naar twee andere hellen, welke zich iets verderop in de bergen bevonden. De ene was de Chinoike-Jigoku, de Blood Pond Hell. Het laat zich makkelijk raden welke kleur deze hel was. Alhoewel de hete poel met water niet zo bloedrood was als ik had gedacht en de foto's deden doen vermoeden, bleef het bijzonder om te zien. Het was alleen een beetje jammer dat je voor die 400 yen eigenlijk niet veel meer kreeg dan een ansichtkaart, een blik op een warmwaterbron en een souvenirwinkel die nog groter was dan de bron. Toch besloot ik alsnog de ‘hel' ernaast te bezoeken. Bij de Tatsumaki-Jigoku draaide het echter niet om een poel met water, maar om een geiser die ongeveer elk halfuur afgaat en vele liters water voor vijf minuten omhoog gaat. Ik had nog nooit eerder in m'n leven een geiser gezien -IJsland en Yellowstone Park staan echter nog wel op m'n lijstje van plekken om te bezoeken- dus was het best indrukwekkend om dit schouwspel te zien. De geiser bevond zich in een inham, waardoor de verspreiding van het water enigszins beperkt werd, wat op zich niet erg was.
M'n trip naar de hel had wat mij betreft lang genoeg geduurd. Het was tijd om terug te keren naar de bewoonde wereld. Nadat ik een stuk langs de weg had gelopen, nam ik de bus terug naar het station. Het bezoeken van de twee overdekte winkelstraten hier sloeg ik over, omdat de winkels gesloten bleken te zijn. Gelukkig wist ik me 's avonds in het hostel anders prima te vermaken en keek ik uit naar m'n bestemming van morgen: Nagasaki.
Tip van de dag: kleed je niet al te warm aan; de hel, uhm, het zuiden van het Japan, kent een aangenaam temperatuurtje!
Opvallend feitje: de 7-Eleven (een supermarkt) in het Kannawa-district is wel erg origineel met de bewegwijzering; met een bord geven ze aan waar het nog 711 meter is naar hun vestiging!
Hiroshima
Dag 53: Het brede eiland
Woensdag 2 mei 2012
Vanochtend was het niet zo erg om vroeg op te staan, aangezien ik toch van plan was te verhuizen naar de volgende locatie. Zoals te verwachten was, regende het vandaag. Zo lijkt dat hier elke keer te gaan in Japan: een dag met regen, een dag met volop zon, een dag met regen, een dag met zon, etc. In de hoop dat het eventjes enigszins droog zou worden, wachtte ik in het hotel, maar toen het na een half uur nog regende, zette ik het toch maar op een lopen naar het station. Gelukkig regende het niet al te hard. Op het station kocht ik een ticket voor de shinkansen, welke niet veel later aan kwam rijden. In 40 minuten zoefden we bijna geruisloos over het spoor; weilanden en dorpjes schoten ons voorbij, voor zover we dit konden zien, aangezien we ook lange tijd door tunnels hebben gereden. Ik stapte uit in Hiroshima, de stad die bij iedereen uiteraard bekend staat om de verschrikkelijke gebeurtenis van 6 augustus 1945. Maar daar morgen meer over, als ik het hele Peace Memorial Park zal bekijken. Vandaag was het tijd om de rest van deze stad te bekijken, waarvan de naam in het Nederlands ‘breed eiland' betekent.
Vanaf het moderne station van de stad volgde ik de trambaan (een metro hebben ze hier niet, maar wel enkele tramlijnen), waarbij het me opviel dat de trammetjes varieerden van heel oud tot behoorlijk nieuw. Ik las dat dit kwam omdat ongebruikte trams uit allerlei andere steden in het land hierheen waren gehaald, omdat dit een van de weinige steden is die nog wel gebruikt maakt van trams. Vanwege de regen liep ik vlot door, zodat ik snel bij m'n hostel was, m'n bagage kon achterlaten en een paraplu kon oppikken. Langs de trambaan liep ik dieper het centrum van de stad in, met diverse warenhuizen aan beide zijden van de drukke weg. Via een overdekte autoloze parallelle straat met kleinere winkeltjes liep ik verder. Heel bijzonder was het allemaal niet meer, omdat het erg veel leek op wat ik al vele malen eerder had gezien. Vlak voor het Peace Memorial Park sloeg ik af en liep ik in een andere richting verder. Ik kwam langs een afgebroken stadion -ik kwam dus eigenlijk langs een omheind grasveld- en een door bomen verhuld kunstmuseum. Hierachter bevond zich een gracht en een hoge muur, een teken dat ik bij het kasteel van de stad was aangekomen. Ik liep eventjes over het terrein, waarop zich een tempel bevond, evenals de ruïnes van militaire barakken, die in tegenstelling tot het kasteel na de atoombom niet herbouwd zijn. Het kasteel zag er van buiten minder indrukwekkend uit dan de voorgaande kastelen; van binnen kan ik niet oordelen, aangezien ik niet naar binnen ben gegaan. Door enkele rustige straten liep ik weer een stuk verder en ik kwam langs een Japanse tuin en een kathedraal voor de vrede. Echt veel meer bezienswaardigheden had Hiroshima niet (op het Peace Memorial Park en diverse kunstmusea na), dus was ik een beetje uitgekeken. Daarnaast had ik er een aardige wandeling op zitten. In de buurt rond het station keek ik nog eventjes rond en kocht ik bij de etensafdeling van een warenhuis mijn diner, alvorens terug te keren naar het hostel.
Ik rustte uit in het hostel en heb in de avond enige tijd in de openbare ruimte gezeten. Op één van de tafels daar lag een boek over origami, tezamen met een stapel vouwblaadjes. Hiroshima staat namelijk ook bekend om de papieren kraanvogels (nu het symbool voor de vrede), waarvan er na de atoombom 1000 van zijn gemaakt door een ziek meisje en haar klasgenootjes. Na het overlijden van het meisje zijn al deze kraanvogels alsnog in Hiroshima terechtgekomen. En tot op de dag van vandaag brengen schoolkinderen regelmatig nieuwe kraanvogeltjes naar het Peace Memorial Park. Wellicht zal ik morgen vele nieuwe vogels kunnen zien. Zelf ben ik ook even creatief bezig geweest en heb ik met de handleiding een varkentje, een wegwerpster, een bekertje en natuurlijk een kraanvogel in elkaar gezet! Ik was trots op mezelf en kon zodoende vredig slapen. Morgen om nog een andere reden een bijzondere dag!
Tip van de dag: als je oplet, kun je bij veel voetgangersstoplichten in Japan zien wanneer deze op groen (of rood) springt. Aan beide zijden loopt namelijk een balkje (bestaande uit puntjes) dat afloopt (het aantal puntjes neemt af) naarmate de tijd verstrijkt. De allereerste keer dat je dit ziet, denk je overigens dat je nog 11 seconden hebt (vanwege de twee verticale balkjes), maar dat is niet zo.
Opvallend feitje: als je mij 99 keer boven elkaar zou zetten, zou je de lengte hebben van één uitgerolde toiletrol van het hostel.
Dag 54: Vreugde en verdrietDonderdag 3 mei 2012
Het was een dag van de extremen: aan de ene kant stond ik vandaag oog in oog met één van de zwartste dagen in de geschiedenis van de mensheid, terwijl ik aan de andere kant ook ontzettend veel vreugde heb ervaren tijdens een vrolijk festival. Vandaag, morgen en overmorgen vindt in Hiroshima het jaarlijkse Flower Festival plaats en laat ik nou net tijdens deze drie dagen aanwezig zijn hier! Tijdens enkele festivals tijdens m'n vorige reis heb ik kunnen ervaren hoe bijzonder het is om er eentje mee te maken, dus wilde ik die in Hiroshima niet missen, aangezien het, voor zover ik weet, het enige festival is dat ik tijdens deze reis tegenkom. En het was het zeker waard!
Vanochtend liep ik naar de Peace Boulevard, een lange en brede weg richting het Peace Memorial Park. Ik was niet de enige die hierheen liep, want vele lokale mensen waren hier ook naartoe op weg. Daarnaast zat het weer heel erg mee, wat ongetwijfeld nog meer bezoekers op de been bracht. Op de boulevard was het ook al druk; alhoewel er nog auto's op straat reden, liepen er al aardig wat mensen aan beide zijden, allemaal verlekkerd kijkend naar de vele eetkraampjes die hier stonden. Gebakken inktvis, maïs, braadworst, patat en schaafijs zijn een greep uit de selectie. Op verschillende plekken stonden ook podia waar optredens gehouden zouden worden gedurende drie middagen. Maar vandaag en zaterdag niet tussen 12 en 15 uur, aangezien er dan een parade zou zijn. Vele mensen zaten langs de kant van de weg al te wachten en nadat ik een tijdje had rondgelopen zocht ook ik een prima zitplekje op. Na een half uurtje wachten begon de parade, die maar liefst drie uur lang heeft geduurd. En ja, dat is erg lang. Maar het was wel een vermakelijke parade. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is het geen grote bloemenparade. Hier en daar zie je wel een paar bloemetjes voorbij komen, maar het is voornamelijk een parade voor zo'n beetje elke vereniging die Hiroshima rijk is. Elke drumband was uitgenodigd, dus kwamen er aardig wat voorbij marcheren, variërend van de band van de politie tot die van de scouting. Daarnaast kwam er een enorme hoeveelheid dansverenigingen voorbij. Zowel hele moderne dansgroepen met jonge meiden die in hippe kleding op de nieuwste muziek dansten, maar ook groepen oudere dames die in mooie traditionele kleding sierlijk dansten op klassieke Japanse klanken. Zo nu en dan kwam er ook reclame voorbij, maar vaak gepaard met muziek en dans (zoals bijvoorbeeld een dansgroep en diverse Disney-figuren om Tokyo Disney Resort te promoten). Grote Japanse drums, kleurrijke vlaggen, langzame fietsers, enge monsters, mooie Missen, houten kraanvogels en nog meer mensen in traditionele kleding: het zijn nog meer voorbeelden van wat ik voorbij heb zien komen. Na deze erg lange, maar vermakelijke zit was ik blij om weer een stukje te kunnen lopen en ging ik verder naar het Peace Memorial Park.
6 augustus 1945, 8.15 uur: Amerikaanse troepen werpen Little Boy op Hiroshima. Binnen luttele seconden is bijna de gehele stad weggevaagd. Een zee van vuur verbrandt alles wat het op zijn pad van zeker 3 km tegenkomt. Een enorme paddenstoelwolk vormt zich in de lucht. Duizenden onschuldige mensen komen om door de eerste atoombom die ooit gebruikt is. Nog vele andere duizenden sterven in de jaren daarna, als gevolg van de straling die is vrijgekomen bij de inslag. Morgen is het in Nederland weer tijd om alle gevallen slachtoffers van oorlogen te herdenken, voor mij was het vandaag tijd om respect te tonen aan alle slachtoffers van de atoombom hier in Hiroshima. In het Peace Memorial Museum was het helaas ontzettend druk, maar desondanks was het prima mogelijk om alle informatie over deze aangrijpende gebeurtenis te lezen. In tekst en foto's werd Hiroshima van voor de bom getoond, uitleg gegeven over een atoombom en de desastreuze gevolgen van de impact getoond. Foto's van een kale en verwoeste omgeving lieten zien dat niets gespaard bleef en beelden van mensen met ernstige brandwonden lieten zien dat ook maar weinig mensen gespaard bleven. Daarnaast waren er gevonden voorwerpen, soms ernstig geblakerd of vervormd. Verder werd er in het museum aandacht besteed aan kernwapens in het algemeen en over de vredesverdragen die na de oorlog zijn gesloten.
Toen ik stilletjes het museum uit liep, kwam ik meteen weer terecht in de feestvreugde van het festival. Ik keek enige tijd toe hoe een grote hippe meidengroep wild stond te dansen en zingen op een groot podium. Het was vrolijke Japanse muziek, enigszins vergelijkbaar met de Fairies in Tokio. Na hun optreden liep ik verder het Peace Memorial Park in, een middelgroot park met een enorme hoeveelheid aan monumenten voor de slachtoffers. In sommige gevallen waren dit eenvoudige beelden, maar andere monumenten waren veel specialer. Nadat ik langs twee grasvelden was gelopen die vol stonden met allerlei grote gekleurde kraanvogels -degene die ook in de parade voorbij waren gekomen- alsmede een lange tafel met allemaal versierde kaarsenhouders (met teksten als ‘Peace' en ‘Love'), kwam ik bij de centrale cenotaaf (gedenkteken), in de vorm van een boog. Ervoor lagen bloemen. Erachter lag water, waarin bloemen lagen. Hierachter bevond zich de eeuwige vlam, welke ontstoken is in 1964 en zal blijven branden totdat elk kernwapen in de wereld vernietigd is. Weer iets verderop bevond zich het Children's Peace Monument. Dit monument dient er om alle gevallen kinderen te herdenken, maar ook om het verhaal van Sadako Sasaki in leven te houden, het meisje van de origami kraanvogels. Achter het monument bevonden zich enkele vitrines met daarin duizenden papieren kraanvogels, vaak allemaal aan elkaar geregen of verwerkt tot een soort schilderij. Het was een erg mooi gezicht. Aan de andere kant van het park keek ik eventjes naar een dansoptreden van enkele vrouwen, waarna ik een rondje maakte om de A-Bomb Dome. Dit zijn de ruïnes van een stenen gebouw dat zich vlakbij het hypocenter van de bom bevond en daardoor slechts gedeeltelijk verwoest is. Typerend voor het gebouw is de geraamte van de koepel, welke nog steeds intact is.
Ik keerde om en bekeek nog een aantal monumenten in het park, alsmede de Peace Memorial Hall, een ondergrondse ronde hal waar op de muren de namen van de omgekomen personen geschreven stonden, voor zover deze bekend waren. Hierna ik enige tijd heb staan kijken bij een optreden van enkele dansgroepen. Meisjes zwaaiden vrolijk met stokjes in het rond, gooiden ze in de lucht, haalden enkele acrobatische toeren uit en vingen de stokjes zonder problemen weer op. Ietsje verder heb ik een aardige tijd bij het hoofdpodium -naast een fontein en bloemenpiramide met een vlam- zitten kijken naar diverse traditionele optredens. Vier personen zaten op het podium om muziek te maken, waarna enkele mooi geklede personen (met maskers) op traditioneel Japanse wijze ronddansten en een verhaal uitbeeldden. Een volgende groep liet zelfs lange kleurrijke draken op het toneel verschijnen, welke in het rond kronkelden en enige tijd later gedood werden door het zwaard van een samoerai. In de tussentijd werd het buiten donkerder en donkerder, aangezien het allang avond was geworden. Terwijl ik een laatste blik wierp op het park waarin alle kraanvogels prachtig verlicht waren, liep ik via Peace Boulevard weer terug naar waar ik vanochtend was begonnen. De meeste kraampjes waren al gesloten of stonden op het punt om te sluiten. Via enkele andere straten door het centrum, met gebouwen met felle neonverlichting, ging ik terug naar het hostel. Hier nam ik een smakelijke maaltijd en rustte ik goed uit na deze lange, maar zeer bijzondere en indrukwekkende dag!
Tip van de dag: als je voor langere tijd op reis gaat, probeer dan als het mogelijk één of meerdere festivals in te plannen. Niets is zo bijzonder als een festival met bijzondere activiteiten van de lokale bevolking!
Opvallend feitje: gebakken inktvis is hier een heel erg populaire snack.
Dag 55: Poort in de steigers
Vrijdag 4 mei 2012
Vandaag sloeg ik het festival een dagje over, aangezien ik een uitstapje wilde maken naar Japans meest gefotografeerde locatie. In elke reisbrochure of boek over Japan zie je wel een foto van de grote oranje torii van Miyajima, welke in het water staat. Miyajima is echter meer dan een poort in zee, maar een eiland met tempels en ander vermaak. Om hier te komen moest ik eerst de trein nemen naar een station een klein half uur ten westen van Hiroshima. Hiervandaan was het mogelijk om een ferry te nemen naar het eiland, een overtocht die slechts tien minuutjes duurde. Op de ferry was het druk, net als op Miyajima; sterker nog, op het eiland was het echt ontzettend druk. Enorm veel Japanse toeristen waren hierop afgekomen. De redenen hiervoor waren makkelijk te raden: het was een mooie zonnige dag, dit is een bijzondere toeristische locatie en het is deze week Golden Week, een week waarin iedereen vrij is en vele Japanners eropuit trekken.
Aangekomen op het eiland volgde ik de meute over paden waarlangs heel veel toeristenwinkeltjes te vinden waren: winkels met een en al souvenirs, zoals beeldjes, rijstlepels en houtsnijwerk, zaakjes waar ze patat, inktvis en ijs verkochten en een opvallende hoeveelheid tenten waar grote oesters over de toonbank leken te vliegen. In een file van mensen schuifelde ik verder, kijkend naar de hertjes die ook hier vrij rondliepen en op jacht waren naar lekkere hapjes. Aangezien er hier geen hertenkoekjes verkocht werden, waren de beesten een stuk actiever aan het jagen op het eten van nietsvermoedende toeristen. Een stuk verder kwam ik bij een strand, dat bij hoogwater in z'n geheel onder water staat. Het was nu laagwater en veel personen zaten op het strand. Nee, ze lagen niet op het strand, maar zaten allemaal gehurkt op het zand, te graven en te zoeken naar mosselen en oesters, slechts soms met succes, voor zover ik kon zien. Op het zand, vanwege het lage tij, stond ook de grote oranje torii die behoort bij Itsukushima, de houten tempel aan de oever. Alhoewel ik er al enigszins van op de hoogte was, moest ik ook hier helaas een teleurstelling verwerken: de poort stond volledig in de steigers. Vorige maand scheen hier een heftige storm te zijn geweest waardoor bepaalde stukken van de poort zijn afgebroken. Omdat men de schade zo snel mogelijk wilde repareren, staat het ding nu twee á drie maanden in de steigers. Maar dat had dus tot gevolg dat ik er niet heel erg veel van kon zien. Ik liep de kade weer op en passeerde de tempel, welke opviel door de vele houten bruggetjes en de palen waarop het gebouwd was. Ik kreeg de indruk dat ook deze tempel op het water staat als het hoog tij is. De tempel heb ik niet betreden, aangezien er een extreem lange rij stond en je er ook aardig wat van kon zien als je eromheen liep.
Ik maakte een uitgebreid rondje door het dorpje -het eiland is overigens nog iets groter dan alleen dit dorpje- en keek bij diverse winkeltjes. Verder liep ik nog langs een andere tempel met een hoge pagode en een tempel waarvoor een man zijn aapje, vastgebonden rond de nek met een touw, allerlei kunstjes liet vertonen. Een beetje sneu. Ook bij het aquarium stond een rij langs het gehele gebouw, maar aangezien ik al een aquarium in Osaka had gezien, liet ik deze aan me voorbij gaan. Door een bos liep ik een stuk bergopwaarts, waar het mogelijk was met een kabelbaan verder de berg op te gaan. Mede vanwege de extreem hoge prijs had ik hier geen zin in en ik keerde om. Via andere winkelstraatjes liep ik terug richting de pier. Onderweg kwam ik langs een plek waar ze met grote machines koekjes aan het maken waren en was ik getuige van 's werelds grootste houten opscheplepel (voor rijst), met een lengte van meer dan vijf meter. Het zal niemand verbazen dat deze niet gebruikt wordt (alhoewel Ron Brandsteder er wellicht een doel voor kan vinden).
Bij de pier nam ik de ferry terug naar het vasteland, waar ik overstapte op de trein. In m'n hostel rustte ik uit, waarna ik bij m'n diner een lokale specialiteit heb geprobeerd, okonomiyaki, een soort Japanse pannenkoek met diverse ingrediënten (dit varieert overal), zoals groente, noedels, vlees of vis, overgoten met een sausje en opgediend met een gebakken eitje. Degene die ik had was op zich te eten, maar ontzettend lekker vond ik het ook weer niet. Ik maakte er vervolgens een rustig avondje van, waarop ik de Nederlandse Dodenherdenking stilletjes aan me voorbij liet gaan, aangezien die voor mij net iets te diep in de nacht plaats zou vinden.
Tip van de dag: zoek van tevoren de hoog- en laagwaterstanden op van Miyajima. Extra tip van de dag: pas op waar je loopt op Miyajima; de herten zijn niet zindelijk.
Opvallend feitje: na vier weken Japan gaan steeds minder dingen opvallen; alles lijkt zo normaal te worden.
Dag 56: In festivalsferen
Zaterdag 5 mei 2012
In Nederland wordt vandaag de vrijheid gevierd. In het hele land vinden Bevrijdingsfestivals plaats. Alhoewel ik Nick en Simon vandaag heb moeten missen, heb ik wel een soortgelijke geweldige dag gehad met ontzettend veel gave optredens. Het was vandaag namelijk de derde en laatste dag van het Hiroshima Flower Festival, welke om 12 uur opnieuw begon met een wervelende parade. Het was een onbewolkte en zeer warme dag, dus dat was perfect om een kleine drie uur aan de kant van de weg te zitten, ook al moest je af en toe je ogen een beetje dichtknijpen vanwege de felle zon. De parade leek in het eerste kwartier min of meer hetzelfde te zijn als die van afgelopen donderdag, maar veranderde daarna op een drastische, maar ontzettend spectaculaire manier. Zonder dat ik het eigenlijk doorhad, was de hele weg opgedeeld in meerdere vakken. Ik zat op een perfecte plek bij één van die vakken. Aan het eind van elk vak stonden grote luidsprekers, waarna een grote groep mensen zich verzamelde aan het begin. Deze verzorgden dan een optreden van zo'n vijf minuten, waarna ze verder gingen en pakweg 50 nieuwe personen zich aandienden. Het waren allemaal optredens van yosakoi, een populaire dans die de ultieme samensmelting van oude danstradities en moderne dans leek te zijn. Terwijl alle dansers gekleed waren in prachtige traditionele kleding en klappertjes of paraplu's in hun handen hielden, dansten ze energiek op hippe en moderne muziek, maar wel met typische ouderwetse Japanse klanken. Ze werden aangemoedigd en bezongen door een man en achter de groep zwaaiden één of meerdere personen met enorme vlaggen heen en weer. De dansers varieerden van hele jonge kleuters die zo nu en dan succesvol probeerden mee te doen, tot enthousiaste tieners, ervaren volwassenen en kwieke oude mensen. Maar liefst 21 fantastische optredens kwamen voorbij, waarvan het beschrijven met meer details nagenoeg onmogelijk is; dit is echt iets dat je zult moeten zien. Tranen sprongen soms bijna in m'n ogen van hoe bijzonder dit was.
Na deze yosakoi-parade was het festival nog niet voorbij. Na een lange zit was ik blij dat ik weer eventjes kon staan en lopen. Dat duurde echter niet heel lang, aangezien ik langs een groot podium kwam waar diverse optredens gehouden zouden worden. Ik nam plaats op het harde asfalt tussen een grote groep andere mensen. De ruimte bleef zich vullen en ook het grote vak achter het looppad werd steeds voller. Na enige tijd wachten begon hier een serie van drie verschillende optredens van moderne nationale artiesten, voor mij uiteraard allemaal onbekend. Terwijl het zonnetje vrolijk door bleef schijnen, genoot iedereen van een half uur durend optreden van enkele hippe rockchicks, gevolgd door een gast met muziek die leek op een Japanse twist van reggae. Pas hierna wist het publiek pas helemaal los te komen, aangezien er nu een uur durend optreden volgde van een driekoppige jongensgroep, waarbij ik de indruk kreeg dat een poster van hen bij vele meiden boven het bed hangt. Allemaal zongen ze enthousiast mee, zwaaiden ze met hun armen heen en weer en gilden ze zo nu en dan als de jongens hun kant op keken. Ook dit was weer een erg lange, maar desondanks vermakelijke zit. Ik keek vervolgens wat rond bij diverse kraampjes, waar men balletjes uit het water probeerde te vissen of met een geweer blikjes probeerde om te schieten. Uiteraard werd er ook het nodige schaafijs naar binnen gewerkt. Terwijl ik mezelf hier ook schuldig aan maakte, keek ik toe hoe een Japanse Lee Towers op een ander podium enkele rustige nummers ten gehore bracht.
Terwijl de schemering begon, kocht ik m'n avondmaaltijd en keek ik nog even bij een optreden van een man met een saxofoon, waarna ik nieuwsgierig was naar de optredens op het hoofdpodium in het Peace Memorial Park. Ik kwam hier net op tijd aan voor de grande finale van het festival. Zowel op als voor het podium gingen vele dansers nog eenmalig wild uit hun dak. Enthousiast dansten ze allemaal heen en weer op vrolijke muziek, terwijl vlaggendragers wild met hun vlaggen zwaaiden. Na dit spektakel werd het podium doorgegeven aan enkele officiële personen. Deze hielden een praatje, waarna de drie Flower Festival-koninginnen naar voren werden geroepen. Hen werden bloemen overhandigd, waarna ze allemaal een zichtbaar ontroerd dankwoordje mochten houden. Eentje had ook nog een lieve Engelstalige mededeling voor de buitenlanders, waarin ze hoopte dat we het naar ons zin hadden gehad en dat we dit aan iedereen door moesten geven, tezamen met de boodschap dat Hiroshima de beste stad in de wereld is. Het woord werd vervolgens weer aan een officiële man gegeven, die ons gebaarde om om te draaien en te kijken naar de piramide van bloemen waarboven een vlam brandde. Terwijl de vlam langzaamaan werd gedoofd, kwam er een einde aan het driedaagse Flower Festival, alsmede aan mijn bijzondere en unieke bezoek aan de springlevende stad die Hiroshima heet.
Tip van de dag: neem iets zachts mee om op te zitten tijdens een festival, want het is niet fijn om urenlang op een harde stoep/straat te zitten!
Opvallend feitje: in tegenstelling tot Nederland zijn meidenbands hier vele malen populairder.
Opmerking: bij deze wil ik iedereen bedanken voor alle lieve/leuke/grappige reacties bij m'n verhalen van de afgelopen weken! Ik vind het leuk om te horen dat jullie zo met me meeleven en lees jullie reacties altijd met erg veel plezier!
Okayama
Dag 50: Zwart en groen
Zondag 29 april 2012
Van de vriendelijke eigenaar van het guesthouse mocht ik zelf bepalen hoe laat ik zou vertrekken, dus dat was erg fijn. Bij m'n ontbijt in de openbare ruimte liet hij me tevens z'n uitgebreide mangacollectie zien, die in een grote boekenkast stond te pronken. Daarnaast had hij ook een hele plank vol staan met poppetjes van diverse manga- en animeseries. Hij was er trots op. Uiteindelijk liep ik naar het station, waar ik op de trein stapte naar m'n volgende bestemming: Okayama. In de anderhalf uur die volgde moest ik een enkele keer overstappen, keek ik naar het eenvoudige plattelandsleven buiten de steden -ondanks dat het niet van hetzelfde niveau was als in de Filipijnen, had men het hier beduidend minder luxe dan in de steden- en was ik opnieuw blij dat ik een laptop had meegenomen. In de middag kwam ik aan in Okayama, een niet al te grote stad, welke ook niet heel erg toeristisch was. Toch zal ik er drie nachten verblijven om het een en ander in de buurt te zien. Via een brede weg met winkels die vanaf het station de stad in liep, ging ik op weg naar m'n verblijfplaats. Een hostel was hier niet, dus was ik aangewezen op een hotel waar ik net als tijdens m'n eerste nacht in Tokio een capsule als slaapplek kreeg. Niet heel erg luxe, maar op zich voldoende. De foyer beschikte daarentegen wel over gratis drankjes.
Ondanks dat het hotel de River Side Inn heet, ligt het slechts aan een smal kanaal. De echte rivier van de stad bevond zich een stuk verderop. Ik liep hier naartoe, aangezien zich hier de twee belangrijkste bezienswaardigheden van de stad bevonden. Ten eerste was daar het kasteel. In tegenstelling tot de witte kastelen die ik tot op heden gezien had, was dit kasteel nagenoeg zwart, iets dat hier in Japan vrij uniek schijnt te zijn. Ik betrad het kasteel echter niet, omdat het naar mijn idee van binnen niet heel veel nieuws zou bieden. Bij de rivier keek ik hoe diverse Japanse toeristen ijverig aan het roeien waren, of aan het trappen waren in een zwaan of een andere waterfiets. Ik stak via een brug de rivier over en kwam uit bij Korakuen, volgens de lijstjes één van de drie mooiste Japanse tuinen van het land. Het was inderdaad een erg mooie tuin, maar wel anders dan degene die ik in Nara had gezien. Ten eerste was deze een slag groter en was er veel meer ruimte voor grasvelden. Deze grasvelden werden echter afgewisseld door vijvertjes en slingerende paden. Bruggen in alle soorten en maten (houten bruggetjes, stenen bruggetjes, stenen in het water) waren ook aanwezig. Daarnaast had je allerlei plekken met een specifieke boomsoort. Ondanks de grote variëteit aan mooie bomen (de bloesemperiode heb ik hier net gemist), was het aanbod aan bloemen iets kleiner, met slechts een paar veldjes. Wel had je daarentegen veldjes met thee. Een tijd heb ik door de tuin rondgelopen, samen met vele andere Japanse toeristen en hier en daar een westerling, alvorens weer terug te keren naar de hoofdweg richting het station.
Een metro rijdt hier niet, maar om dat te compenseren rijden er -naast bussen- ook trammetjes. Ondanks dat dat nou niet heel bijzonder is, was het voor de verandering even leuk om te zien. In het centrum (rond het station) keek ik nog eventjes rond, alvorens terug te keren naar het hotel. Na een eenvoudige maaltijd heb ik in het hotel een rustig avondje gehad en me alvast voorbereid op m'n dag morgen. Tevens heb ik daarbij eventjes tv gekeken in m'n capsule en gekeken naar de geinige Japanse programma's, waarbij het opviel hoeveel tekst er in beeld geslingerd wordt, net als de grote hoeveelheid maffe geluidjes. Toevalligerwijs kwamen in een of andere show ook de Fairies weer voorbij, ditmaal samen met een nog grotere meidengroep.
Tip van de dag: wie een ringvormige zonsverduistering wil meemaken én Japan graag wil zien, moet ervoor zorgen dat hij of zij op 20 mei hier is. Speciale eclipsbrillen worden nu al in diverse winkels verkocht.
Opvallend feitje: op Japanse toetsenborden zit een speciale knop waarmee je kunt wisselen tussen ons schrift en hun schrift. Bij het typen verschijnt er vervolgens een lijstje van woorden als er één of meerdere toetsen zijn ingedrukt.
Dag 51: Hollandse taferelen
Maandag 30 april 2012
De vrijmarkt, stapels rommel, tompoezen, popcorn, Henk Patat, de Nach, kindjes met valse instrumenten, oud-Hollandsche spelletjes, oranje pruiken, oranje kleding en nog meer oranje; het zijn allemaal dingen die ik vandaag helaas heb moeten missen. Dit zijn van die dagen waarop je het mist om thuis te zijn. Wat net zoals elke Koninginnedag het geval is, was vandaag echter ook het geval: het vroege opstaan. Het hotel beschikt over een openbare badkamer, maar deze is slechts tot 9.30 uur geopend, wat betekent dat je er vroeg bij moet zijn wil je een douche kunnen nemen. Het is duidelijk dat capsulehotels slechts bedoeld zijn voor de mannelijke Japanners; een badkamer voor de vrouwen is er niet. Een openbare badkamer betekent weer een ruimte waar je je kleding kwijt kunt en een ruimte met zes lage douches met krukjes en een groot verwarmd bad. Samen met enkele andere Japanners naast me kon ik me vanochtend opfrissen. Na een gratis aangeboden ontbijtje liep ik naar buiten om te zien dat het een druiligere dag was. Desondanks wilde ik mijn plannen niet opzij zetten. Ik liep naar het station en wachtte op de trein die me drie haltes verder zou brengen.
Aangekomen op het station van Bizenichinomiya begon ik even te twijfelen of ik door zou gaan of terug zou keren, aangezien hier ook enkele druppels uit de lucht kwamen vallen. Toch ging ik door en liep ik naar het zaakje naast het station waar ze fietsen verhuurden. De man daar gaf me na enige onduidelijkheid een fiets, een poncho en een plattegrond van een fietsroute die hier door de Kibi Plains was aangelegd. Dit schijnt een bekende en populaire fietsroute te zijn in Japan, welke in 20 km naar het plaatsje Soja loopt. Vol goede moed begon ik te fietsen. Op de meeste kruispunten was met bordjes in zowel het Japans als het Engels aangegeven welke kant je op moest, dus dat was wel erg fijn. Het landschap waar ik doorheen fietste had enigszins wat weg van het Hollandse landschap. Door het boerenland waren goede fietspaden aangelegd, waardoor ik in alle rust kon fietsen en om me heen kon genieten van het rustige boerenleven. Tussen de vele velden door passeerde ik boerderijtjes en kleine straatjes met huisjes. Ook kwam ik hier en daar langs riviertjes. Het leven hier was overduidelijk eenvoudiger dan in de grote steden. Het was sowieso opvallend rustig onderweg; het meeste leven dat ik tegenkwam waren vele vogels. Samen met de lichte regen had het iets weg van Nederland, ware het niet dat er zich bergen op de achtergrond bevonden en dat ik zo nu en dan een tempel passeerde, waaronder eentje met een grote pagode. In zo'n twee uur wist ik de route af te leggen, waarbij het op het laatste stuk gelukkig droog was en m'n broek (welke niet bedekt was door de poncho) weer kon opdrogen. In Soja, waar echt nauwelijks een kip te bekennen was, was het door de vele straatjes nog even zoeken naar het station, maar uiteindelijk vond ik deze en kon ik mijn fiets weer afgeven. Al met al was het de moeite waard, alhoewel ik het jammer vond dat het weer niet beter had meegewerkt.
Ik ging met de trein weer terug naar Okayama, waar ik nog even door het centrum op zoek gegaan naar een avondmaaltijd. Ik had namelijk niet veel zin om in de avond op zoek te gaan naar een restaurantje, aangezien ik zoveel mogelijk van Koninginnedag wilde genieten als mogelijk was. Ik was erg blij met de aanwezige internetverbinding in het hotel (weliswaar geen wifi, maar alsnog een internetkabel in de openbare ruimte die ik in mijn netbook kon steken). Zodoende kon ik vanaf iets voor vijven enkele uren via de livestream meekijken naar alle belevenissen van de koninklijke familie in Rhenen en Veenendaal. Met een gratis drankautomaat in dezelfde ruimte, evenals een magnetron waarin ik mijn eten kon opwarmen, heb ik me hier lange tijd uitstekend weten te vermaken met de grappige activiteiten en gebeurtenissen vanuit het zonnige Holland. Zo was ik toch nog enigszins aanwezig bij het vrolijkste Oranjefeest!
Tip van de dag: probeer zoveel mogelijk te overnachten in hostels of guesthouses, aangezien de kans op (draadloos) internet daar veel groter is dan in hotels.
Opvallend feitje: het woord ‘kliko' (de afvalbak) is een afkorting van het bedrijf dat ze produceerden: Klinkenberg en Koster.
Dag 52: Warenhuizen langs het kanaal
Dinsdag 1 mei 2012
Net als gisteren was het vanochtend weer erg vervelend om op tijd op te moeten staan. Niet zozeer omdat ik moe was en per se lange tijd in bed wilde blijven liggen, maar om m'n dagactiviteiten iets meer te spreiden. Om 10 uur verliet ik namelijk het hotel al, om halverwege de middag alweer terug te zijn omdat ik niets anders meer te doen had.
Met de trein ben ik afgereisd naar Kurashiki, een klein stadje hier slechts een kwartiertje vandaan, dat bekendstaat om zijn oude district. Het station en het stationsplein oogden allesbehalve oud, maar toen ik eenmaal een stukje had gelopen en het Bikan-district had bereikt, waande ik me opnieuw in de 19e eeuw. Er waren enkele straatjes, waar door eentje een kanaal stroomde. Enkele sierlijke bruggetjes liepen over het kanaal heen en langs het water stonden wilgen, wiens groene takken bijna tot het water reikten. Aan weerszijden van de straatjes stonden klassieke warenhuizen, welke nu waren omgebouwd tot musea en souvenirwinkeltjes. Het deed me in eerste instantie sterk denken aan Lijiang in China, maar dan zonder de rode lampions. De souvenirwinkeltjes waren verrassend leuk en hadden niet allemaal van die standaardsouvenirs die je op andere plekken tegenkomt. Zo had je een zaakje met een grote collectie aan eetstokjes, de een nog mooier (en duurder) dan de andere. Eén set stokjes was wel erg apart, aangezien de stokjes in de vorm waren van de shinkansen; nu is dat niet heel erg moeilijk omdat de shinkansen de vorm heeft van een eetstokje, maar het bleef grappig om zo'n opdruk te zien. Aangrenzend aan een klassiek speelgoedmuseum had je een winkeltje met allerlei ouderwetse houten speeltjes en in een ander warenhuis had je allemaal mooi gekleurde glazen sieraden en kon je ze zelf met een gasbrander proberen te maken. In een andere hal werden rieten matten met opdruk verkocht en een ander zaakje had zich gespecialiseerd in unieke muziekdoosjes en kijkdoosjes waarin je prachtige vormen kon bekijken. Verder had je nog een winkeltje met alles van Hello Kitty, een winkel met knuffelbeertjes en een plek waar je zelf kaarsen kon versieren. Aangrenzend aan het district bevond zich Ivy Square, een pleintje waarvan de muren vol begroeid waren met -hoe kan het ook anders- klimopplanten.
In het oude district bevonden zich veel Japanse toeristen en schoolkinderen, terwijl het in een overdekte winkelstraat op weg terug naar het station opvallend rustig was. Aan de andere kant van het station bevond zich nog een overdekt winkelcentrum met allerlei moderne winkels -veel kleding dus- met een arcadehal van Thomas de Trein als erg aparte uitschieter. Hierachter bevond zich na een parkje nog een winkelcentrumpje. Heel veel meer was er in Kurashiki was er niet te beleven, waardoor ik de trein terug nam naar Okayama. In de namiddag en avond heb ik niet bijster veel gedaan en was ik blij met de aanwezigheid van m'n netbook om m'n verhaal te schrijven, m'n foto's uit te zoeken, te internetten, series te kijken en het nieuwe Angry Birds Space uit te proberen. Gelukkig zal ik morgen verhuizen naar Hiroshima!
Tip van de dag: haal je avondmaaltijden simpelweg uit de supermarkt als je goedkoop en lekker wilt eten; bij maaltijden krijg je er tevens stokjes bij en bij toetjes krijg je er een lepeltje bij, waardoor je je over bestek geen zorgen hoeft te maken.
Opvallend feitje: Japanse schoolkinderen zijn dol op het maken van (groeps)foto's.
Kobe & Himeji
Dag 48: Plantjes en kruiden op grote hoogte
Vrijdag 27 april 2012
Laat in de ochtend verliet ik het hostel, waarna ik al snel het ondergrondse Garden City betrad. Ik was op weg naar één van de stations hier en kwam er achter dat het hier onder de grond nóg groter was dan ik had gedacht. De tijd die ik hier onder de grond heb doorgebracht, was naar mijn gevoel nog langer dan de tijd die ik daarna in de trein heb gezeten. In een donkerrood klassiek ogende trein ben ik in een klein halfuurtje naar Kobe afgereisd, de stad die met name bekend staat om de verwoestende aardbeving in 1995. De Kansai-regio is een behoorlijk dichtbevolkte regio; Kyoto, Osaka en Kobe liggen vlak bij elkaar en tussen de steden vindt je daarom dan ook meer buitenwijken dan plattelandsgebieden. Zo ook tussen Osaka en Kobe; beide steden lopen nagenoeg in elkaar over. Kobe voelt echter aan als het kleinere zusje van Osaka: het is een iets kleinere stad (maar alsnog behoorlijk groot), iets rustiger, iets relaxter, maar ook minder bezienswaardigheden. Het is eigenlijk een perfecte stad om in te wonen, zonder de drukte die Osaka kent. Het leek me daarom ook voldoende voor een dagtripje vanuit Osaka. Kobe ligt aan dezelfde baai als Osaka, maar ik nam niet de moeite om de haven op te zoeken, aangezien er verder niet veel te zien was daar. Ook Chinatown liet ik aan me voorbij gaan, aangezien die toch niet heel anders zou zijn dan in Yokohama. Tevens het kleine winkelgebied liet ik voor wat het was, omdat ik gisteren al meer dan genoeg winkels had gezien.
Wat ik wel gezien had, bevond zich ten noorden van het station. Via enkele straten liep ik heuvelopwaarts naar de wijk Kitano. Dit is een oudere wijk waar vroeger vele westerlingen hebben gewoond. Vele huizen waren hier dus in wisselende westerse stijl gebouwd. Zo was er een Starbucks gevestigd in een klassiek Amerikaans huis en waren een Frans en Engels huis omgebouwd tot een museum. Geweldig natuurlijk voor de Japanners, maar voor mij nou niet heel bijzonder. Ook had je diverse bloemenwinkeltjes (o.a. met tulpen), stonden er mooi gevulde bloembakken langs de stoep, had je een Franse bakker met croissants, stokbroden en donuts, en waren er opvallend veel winkels met (westerse) bruidskleding, alhoewel ik niet helemaal begreep waarom er in één zo'n winkel ook een Clone Trooper stond. Ik liep verder de voet van Mt. Rokko op en kwam uit bij een kabelbaan die je naar de top kon brengen. Deze rit werd aangeboden in combinatie met een bezoek aan de Herb Garden bovenaan. Ik kocht een kaartje en bevond me enkele minuten later helemaal boven, waar ik op deze zonnige dag een prachtig uitzicht had over Kobe, Osaka, de baai en de omliggende groene bergachtige omgeving. Via een pad kon je een stuk slingerend naar beneden wandelen, langs allemaal tuintjes vol met kruidenplantjes en fleurige bloemen. Het zag er allemaal prachtig uit en het verbaasde me niets dat Japanners zo dol zijn op Nederland en de bloemen. Bijen zoemden vrolijk in het rond, hoppend van de ene bloem naar de andere. Naast allerlei tuintjes was er hier ook een grote glazen kas geplaatst, met nog meer kleurrijke bloemen en planten. Ook stonden er potten en bakjes met kruiden waaraan je kon ruiken. Na meer velden met lavendel, rozen en vele andere bloemen en planten kwam ik uit bij het tussenstation van de kabelbaan, vanwaar je weer terug kon naar beneden. Ik genoot nog even van het uitzicht, een waterval en een dam en kwam uiteindelijk weer terug bij de voet van de berg. Veel meer had ik niet te doen in Kobe, waardoor ik terug ging naar het station, op het laatste moment een trein in dook en een half uur later weer terug was in Osaka.
Nog eventjes keek ik rond in een groot entertainmentcomplex, waarna ik terugkeerde naar het hostel. Op m'n kamer schrok ik even, aangezien al m'n spullen waren verdwenen. Het personeel had alles verplaatst, omdat ze dachten dat ik van kamer moest wisselen, wat uiteindelijk toch niet bleek te zijn. Ik kon dus weer terug naar m'n kamer, maar moest een ander bed kiezen, omdat mijn bed ondertussen was ingenomen door iemand anders, geheel toevallig een Nederlandse meid die hier met haar neef een fietstocht van maar liefst drie maanden aan het maken was. Nadat ik in een eenvoudig tentje lekker had gegeten, heb ik met hen nog een tijdje in de ‘bar' van het hostel zitten kletsen, aangezien het een feestavond zou zijn. Dit moest je echter niet te groots opvatten; in de kleine openbare ruimte kon je drankjes krijgen (en kreeg je er één aangeboden) en kon je genieten van enkele hapjes, waaronder lokale zoutjes en stukjes pizza. Echt heel levendig werd het er echter niet. M'n avond eindigde op m'n kamer, waar ik met de Nederlandse Top 40 op de internetstream op de achtergrond m'n verhaal van de dag begon te typen en m'n foto's van Osaka en Kobe begon uit te zoeken.
Tip van de dag: Kobe staat ontzettend bekend om de ‘Kobe beef', naar men zeggen het lekkerste stukje rundvlees dat je maar kunt krijgen. Neem echter wel een goedgevulde portemonnee mee als je van dit vlees wilt proeven, aangezien het allesbehalve goedkoop is!
Opvallend feitje: het blijft opvallend hoeveel Japanners -zowel mannen als vrouwen- 's avonds alleen dineren in een eenvoudig restaurant, zelfs op een vrijdagavond. Daarbij zijn ze ook nog eens vaak netjes gekleed, omdat ze van hun werk komen, of misschien zelfs nog wel moeten overwerken.
Dag 49: Het ingepakte kasteel
Zaterdag 28 april 2012
Met al m'n bagage stapte ik laat in de ochtend flink door naar het station. Het was een aardig stukje lopen en dan begin je je rugtassen toch wel te voelen. Op het station stapte ik een trein in naar het westen, waarna ik een uur later uitstapte in het plaatsje Himeji. Het is slechts een klein stadje, maar beschikt wel over het mooiste kasteel van het land, en lag op mijn route naar Okayama. Voor één nachtje leek me dit daarom wel geschikt. Langs een drukke weg liep ik door de warme zon richting het kasteel, aangezien mijn guesthouse zich in een straatje aan de zijkant van de slotgracht bevond. Het was helaas een behoorlijk stuk lopen en het duurde ook eventjes voordat ik de exacte locatie van het guesthouse had gevonden, maar uiteindelijk stapte ik binnen in een klassiek huis van zo'n 100 jaar oud. Door de eigenaar werd ik vriendelijk en enthousiast ontvangen, waarna hij me m'n kamer liet zien op de eerste verdieping (met tatamimatten en een matrasje), de openbare ruimte en de eenvoudige badkamer. Hij toonde me een plattegrond van de stad en raadde me, behalve het kasteel, nog een tempel in de bergen aan, waar de film The Last Samurai is opgenomen.
Ik had niet zoveel zin om nog een keer met een kabelbaan de bergen in te trekken om een tempel te bezoeken, dus ik hield het bij het kasteel, dat overigens ook in meerdere films te zien was, waaronder de James Bond-film You Only Live Twice. Ik liep terug naar de ingang van het kasteel, een groot gebouw omgeven door een ruim terrein en maar liefst drie omheiningen, waaronder een grote en hoge stenen muur. Het kasteel zag er bijzonder uit vandaag: het was een groot wit vierkant bouwwerk met aan de voorkant een plaatje van een kasteel. Tussen 2009 en 2015 ondergaat Japans mooiste kasteel een uitgebreide restauratie. Ondanks dat het kasteel nooit verwoest is door oorlogen of natuurrampen, is de buitenkant na een halve eeuw toch alweer toe aan vervanging. En zoals gebruikelijk lijkt te zijn hier in Japan, is er dus weer een geheel gebouw om het kasteel gebouwd. Ondanks dat het niet mogelijk was om het kasteel te betreden, kon je tegen betaling nog wel over het terrein aan de buitenkant lopen, door de tuintjes, langs de muren, een hele diepe put en een gebouwtje met enkele speciaal tentoongestelde artefacten. Tegen extra betaling kon je het gebouw rond het kasteel betreden en met de lift naar de 8e verdieping om een blik te werpen op de omgeving, de restauratiewerkzaamheden op het dak en de werkzaamheden aan de muren. Een oudere Japanse man benaderde me hier; hij was een vrijwilliger en wilde graag zijn Engels oefenen met mij. Hier had ik niets op tegen, waarna m'n bezoek waarvan ik dacht dat deze maximaal 10 minuten zou duren, uitmondde in een uitgebreide rondleiding van een half uur. Voor zover er iets viel rond te leiden dan. Wel vertelde de man op redelijk verstaanbare wijze over de stad, de omgeving en het kasteel. Het was een enthousiaste en vriendelijke man, die ook nieuwsgierig was naar Nederland. Na deze aparte ervaring bedankte ik de man en ging ik terug naar beneden, waar op diverse borden nog meer info over de restauratiewerkzaamheden vermeld stond.
Hierna heb ik een tijdje door het kleine centrumpje van de stad gewandeld, waar niet enorm te beleven viel. Ik kocht een sushimaaltijd bij de supermarkt en keerde terug naar het guesthouse, waar ik de rest van de avond een heerlijke ontspannen zaterdagavond heb gehouden (en twee Australische vrouwen sprak die dezelfde ervaring met de vrijwilliger hadden gehad). Net zoals voor de afwezige werklui in het kasteel was het voor mij immers ook weekend.
Tip van de dag: lees je voordat je op reis gaat even in op de oorsprong van het Engelse woord ‘Dutch'. Ik gok dat er maar weinig Nederlanders zijn die weten waarom ‘Nederlands' ‘Dutch' is in het Engels.
Opvallend feitje: het aantal verkeersagenten in Japan is opvallend hoog; ze staan op veel kruispunten, bij zijstraatjes en bij de uitgangen van parkeergarages.
Osaka
Dag 46: Onder water en onder de grond
Woensdag 25 april 2012
Nadat ik had uitgecheckt bij het guesthouse en het personeel me een goede reis wenste, liep ik naar het station, waar ik de sneltrein nam naar Osaka, een erg grote stad ten westen van Nara. Het is een stad die aan het water ligt en qua grootte de derde stad van Japan is. Daarnaast is Osaka een stad met een zeer uitgebreid metronetwerk, maar op vele winkelgebieden na, zijn er niet extreem veel topattracties voor toeristen. Anderhalve dag leek me daarom dan ook voldoende tijd om de belangrijkste plekken te zien, alhoewel ik hier drie nachten zal verblijven omdat ik ook een uitstapje wil maken naar Kobe. Na zo'n 50 minuten in de trein kwam ik om 11.30 uur al aan in Osaka, waar ik al redelijk snel m'n hostel wist te vinden. Inchecken was nog niet mogelijk, dus liet ik mijn bagage achter en begon ik aan m'n tweedaagse stedentrip.
Omdat ik maar een halve dag had, ben ik niet de volledige stad ingetrokken. In plaats daarvan besloot ik om te beginnen met Kaiyukan, op de Universal Studios na (welke ik niet zal bezoeken), Osaka's meest unieke bezienswaardigheid. Hiervoor moest ik nog wel even een stukje reizen. Ik liep naar het hoofdstation van de stad -iets verder dan het station waar ik was uitgestapt- waar ik merkte dat ook Osaka een moderne stad is met hoge en moderne gebouwen. Het leven beperkte zich echter niet tot boven de grond, omdat er onder de wijk Umeda zich ook een enorm gangenstelsel bevond vol met winkels. Later meer daarover. Eerst nam ik hier de metro, en na een overstap op een andere lijn arriveerde ik in de wijk met de haven van Osaka. Naast een ferrydienst (onder andere naar Zuid-Korea) waren hier een gigantisch reuzenrad, een winkelcentrum, een museum met een tentoonstelling over Toetanchamon en Kaiyukan, ook wel Osaka Aquarium genoemd. Dit is één van 's werelds grootste aquaria, met een heuse walvishaai als topattractie. Aangezien ik deze vis helaas niet in Donsol heb kunnen aanschouwen, waagde ik hier een tweede poging, met een slagingskans van 100%. Al is het uiteraard een beetje neppen, maar liever dit dan niets. Dat de enige walvishaai hier de populairste vis is tussen alle 30.000 andere vissen, werd bij binnenkomst meteen duidelijk, aangezien er overal afbeeldingen van het beest opdoken en de winkel overspoeld was met knuffeltjes en vele andere artikelen ervan. Na een lange roltrap werd je door donkere gangen geleid, met aquaria links en rechts van je. Iets later merkte ik dat je in een spiraal naar beneden liep rond dezelfde grote aquaria, waardoor je steeds dieper onder water kon kijken naar de vissen die daar rondzwommen. Uiteraard kwamen er een hele hoop indrukwekkende vissen voorbij, van kleine kleurrijke visjes tussen het koraal tot reusachtige grote en lelijke zwemmende onderwatermonsters. Ook kwamen er nog capibara's voorbij, niet-dansende pinguïns, kleine en hele grote krabben, sierlijke schildpadden, speelse dolfijnen, krabbende otters, menselijke duikers die de aquaria schoonmaakten en erg fascinerende kwallen en andere kleine jelly-achtige wezentjes die door het water zweefden. En dan had je uiteraard het enorme aquarium met 5,4 miljoen liter water met daarin grote roggen, een prachtige reuzenmanta, een grote school kleine visjes, hamerhaaien, enkele andere vissen en een (relatief kleine) walvishaai van zo'n 5 meter (ze kunnen twee keer zo groot worden). Het was een prachtig om te zien, alhoewel het natuurlijk een beetje sneu was dat ze constant rondjes moesten blijven zwemmen. Desondanks was het een bezoek zeker waard en ben ik blij deze reis toch nog een walvishaai (en reuzenmanta) gezien te hebben.
Na een erg late lunch in de etensafdeling van het winkelcentrum naast het aquarium ging ik terug naar het station van Umeda. Hier maakte ik beter kennis met de ondergrondse stad hier, met een wirwar van gangen vol met winkels, cafeetjes, massagesalons en zaakjes waar ze allerlei loten verkochten. Ondanks de bewegwijzering was het moeilijk om jezelf te oriënteren, aangezien alles op elkaar leek. De gangen zagen er wel mooi uit en hier en daar stonden zelfs planten of muren met watervalletjes. Via een groot warenhuis met heel erg veel eten liep ik terug naar de bovenwereld, waar de stations- en zakenwijk tevens een winkeldistrict was, inclusief vele arcadehallen waar je Pachinko kon spelen, het spel met de zilveren balletjes dat ik gisteren al had gezien en eigenlijk niet heel veel meer is dan een gokmachine. Ik liep een tijdje rond door de wijk, langs drukke wegen, een groot reuzenrad en een bouwterrein, en kwam uiteindelijk uit bij de Umeda Sky Building, een hoog gebouw met een erg opvallend uiterlijk. Het glimmende en reflecterende gebouw bestond eigenlijk uit twee gebouwen van 40 verdiepingen, waarbij de bovenste twee verdiepingen met elkaar verbonden waren, alhoewel daar in het midden wel een gat in zat. Je kon hier bovenop de hele stad bewonderen, maar dit deed ik niet. In plaats daarvan keerde ik terug naar het hostel.
Het was een lange dag geweest en ook morgen zal ik nog genoeg andere plekken van de stad aandoen. Tussen de neonverlichting van alle gebouwen om het hostel heen ging ik op zoek naar een plek om te eten. Na een smakelijk diner met -hoe toepasselijk- vis genoot ik van een relaxte avond in het hostel.
Tip van de dag: gebruik geen flitser als je foto's wilt maken van vissen achter glas; sommige mensen lijken nog steeds niet te beseffen dat je foto dan alleen maar uitdraait op een witte vlek.
Opvallend feitje: net zoals in Tokio en Kyoto hebben alle metrostations hier naast een naam, ook een combinatie van een letter (om de lijn aan te duiden) en een nummer (om de halte aan te duiden), zoals C16. Alhoewel in andere steden de haltenummers oplopen vanaf 01 (dus bijvoorbeeld T01 t/m T20), beginnen ze in Osaka allemaal bij 11. Schijnbaar heeft men nu al goed nagedacht over mogelijke uitbreidingen van de stad en het metronetwerk, zodat ze later niet met negatieve haltenummers hoeven te werken.
Dag 47: Een kasteel, veel winkels en Franse outfits
Donderdag 26 april 2012
Ondanks dat het aantal bijzondere bezienswaardigheden in Osaka gering was, heb ik toch een aardig vermoeiende dag achter de rug. Maar dat komt voornamelijk omdat ik een behoorlijk eind heen en weer heb gelopen. M'n dag begon rustig, aangezien ik alle tijd had. Na een ontbijtje in het hostel vertrok ik richting het station, waarbij ik ditmaal zo lang mogelijk boven de grond wilde blijven om ook dit gedeelte van de wijk te zien. Grappig genoeg liep ik hier iemand tegen het lijf die ik in Kyoto nog had ontmoet. Nadat ik langs een theater was gelopen waar de Japanse versie van The Sound of Music werd opgevoerd (ook enkele andere Broadway-musicals heb ik in andere steden al voorbij zien komen, zoals Cats en Wicked), kwam ik bij het station, waar het in het drukke ondergrondse gangenstelsel nog even zoeken was naar het juiste metrostation. Een paar haltes verder stapte ik uit, waarna de dikke en hoge muren van Osaka-jo al snel in beeld kwamen. Een brede slotgracht zorgde voor extra beveiliging van de kasteeltuin, met in het midden een groot wit stenen kasteel met een groen dak. Internationale en nationale toeristen (waaronder opnieuw grote groepen scholieren) liepen rond op het terrein voor het kasteel om het bouwwerk met acht verdiepingen te bewonderen. Binnenin bevond zich een museum, welke, net als het kasteel, veel weghad van het kasteelmuseum in Nagoya. Ik begon na een lange klim helemaal bovenin, waar ik allereerst een mooi uitzicht had over de grote stad. Ondanks dat het bewolkt was, kon ik aardig wat zien in alle richtingen. Op de verdiepingen daaronder werd de geschiedenis van het kasteel en Osaka op diverse manieren uitgebeeld. Het hoogtepunt hierbij waren enkele houten kamerschermen die zeer rijkelijk beschilderd waren met scènes uit het alledaagse leven en belangrijke veldslagen. Landschappen waren mooi geverfd, waarna er ook nog eens honderden priegelige, kleine mensjes getekend waren. Desondanks waren ze allemaal zeer gedetailleerd en overal werd wel een andere kleine scène uitgebeeld. Het zouden perfecte ‘Waar is Wally?'-tekeningen kunnen zijn waarbij je na een uur kijken nog steeds iets nieuws tegenkomt.
Na het kasteel begaf ik me naar het bruisende hart van Osaka: de wijken Shinsaibashi, Dotonbori, Namba en Nipponbashi. Ik deed alles te voet en het was nog wel eventjes lopen hier naartoe. Onderweg viel er gelukkig nog het een en ander te zien. Zo liep ik langs een modern gebouw met een geschiedenismuseum en een straat met een enorme reeks van winkeltjes met allemaal dezelfde artikelen. Maar het waren wel hele mooie en speciale ‘kunstwerken'. Alhoewel ik niet precies wist wat het waren, waren het glazen kasten (ter grootte van een kleine tv) met daarin een soort tempeltje en diverse attributen voor samoeraikrijgers. Kleuren, afmetingen en versieringen varieerden, waardoor de prijzen ook schommelden tussen de paar honderd en een paar duizend euro! Daarnaast verkochten deze zaken ook poppen in mooie kledij. Een andere winkel hier verkocht zelfs vuurwerk. Toch was het in deze straat redelijk rustig en de meeste winkeleigenaren zaten zich te vervelen. Verderop, bij het begin van de echte winkelwijk, was het daarentegen vele malen drukker. Ondanks dat het een normale donderdagmiddag was -en de Japanners naar mijn idee volgende week pas vrij zijn vanwege een feestweek- liepen er vele mensen heen en weer op zoek naar de beste koopjes. Ik maakte echter eerst een kleine omweg naar een paar straten verderop, waar zich een erg apart gebouw bevond. Het Organic Building was denk ik een gewoon flatgebouw, maar was aan de buitenkant bruin en had daar enorme halfronde plantenbakken hangen, welke allemaal ook gevuld waren. Het zag er apart, maar wel erg fleurig uit. Nadat ik gratis uitdeeltissues (en een reclameblaadje) in ontvangst had genomen, liep ik een brede straat in met allerlei grote zaken zoals Diesel, Dior en OPA, welke zich niet richtte tot de oudere Japanse man, maar tot de moderne vrouw. Ik keek rond door diverse straten, kwam in de wijk America Mura behalve kleine zaakjes opnieuw het Vrijheidsbeeld tegen (ditmaal op het dak van een hotel) en liep vervolgens een ontzettend lange overdekte winkelstraat in. Links en rechts was van alles te vinden, van bakkers, kledingzaken, en drogisterijen, tot de McDonalds, Starbucks en donuttenten. Niet heel veel anders dan bij ons dus, behalve dat voor de ingangen vaak medewerksters staan die met hun ontzettend hoge stemmetjes mensen naar binnen proberen te lokken door iets als ‘welkom' te roepen of producten aan te prijzen. In een zekere zijstraat waren ook allemaal restaurantjes te vinden, met soms wel hele aparte versieringen boven de deur, zoals een enorme krab, een groot lachend gezicht of een draak.
Een heel stuk verder, na nog meer overdekte straten met gokhallen en zaken met huis-, tuin- en keukenartikelen, liep de wijk over in Den Den Town, het Akihabara van Osaka. Naast de elektronicazaken had je hier ook gamewinkels waar je een reis door de tijd maakte, aangezien ze hier nog stapels (S)NES-apparaten (of Famicom, zoals deze in Japan heet) verkochten, alsmede een Dreamcast, Nintendo 64 en oude Gameboys, inclusief een enorme lading spellen. Dus iemand die nog zo'n apparaat op zolder heeft staan, kan hier op zoek naar nieuwe (of oude, het is maar hoe je het bekijkt) spelletjes. Alle Nintendo-poppetjes en de Mario-versie van Jenga liet ik voor wat het was en ik bekeek een zaakje ernaast met allerlei verzamelkaartjes. Ook die zijn hier in Japan erg geliefd en werden tegen hoge prijzen verkocht. Ook had je uiteraard de nodige zaken waarin manga en anime werd verkocht, waarbij het opvallend was dat de 18+-afdeling net zo goed bezocht werd als de gewone afdeling (de afdelingen lopen zonder dat je het doorhebt gewoon in elkaar over) en mensen zonder enige schaamte doodnormaal de behoorlijk expliciete boekjes doorbladerden. Dat Japanners zich sowieso nergens voor schamen -er wordt in de cultuur van alles geaccepteerd- blijkt ook altijd uit de kledingstijl van de mensen, en dan met name de personen in opvallende kledij. Dat dit geliefd is bij de jonge bevolking bleek al uit de cosplayers, maar een ander voorbeeld is te vinden in de zogenaamde ‘maid cafés'. In wezen is een maid café niet veel anders dan een gewoon café-restaurant waar je eten en drinken kunt bestellen (maar dan voornamelijk gespecialiseerd in cake), behalve dat de bediendes vrolijke jonge meiden zijn (pakweg tussen de 18 en 25) met een onschuldig en schattig uiterlijk, welke gekleed zijn in zwart-witte kostuums van Franse huisvrouwen. Ik besloot hier te dineren en werd een tafeltje aangewezen. Terwijl de persoon naast me een toetje kreeg waarbij één van de bediendes het ijsje aan tafel vrolijk versierde met gekleurde hagelslag, kreeg ik een menukaart. De bediende sprak geen woord Engels en probeerde met erg veel moeite te vragen of ik m'n drankje voor of na het eten wilde hebben. Uiteindelijk kreeg ik m'n groene drankje op een rode onderzetter met een hartje en werd m'n eten iets later geserveerd, met stukjes wortel eveneens in een hartjesvorm gesneden. Ook om me heen zag ik dat het eten vrolijk versierd was. De bediendes waren vriendelijk en maakten met sommige gasten zelfs een praatje, waarbij klanten hen soms hun nieuwe verzamelkaartjes lieten zien en de meiden piepten van enthousiasme. Het was een grappige en erg unieke, maar volledig onschuldige, bedoeling. Pas toen ik de zaak verliet, bleek één persoon toch nog een paar woordjes Engels te kennen en vroeg ze waar ik vandaan kwam en of ik een reiziger was. Giechelend werd ik uitgezwaaid.
Ik was moe en m'n dag zat erop. Terwijl het buiten steeds donkerder begon te worden, liep ik terug door de nog steeds drukke winkelstraat. Het mooie nu was dat alle neonverlichting was ontstoken en alle borden en logo's van de winkels kleurrijk versierd waren. Ook rode lampionnen waren mooi verlicht. Ik zocht uiteindelijk een metrostation op en ging hiermee terug naar het station, vanwaar ik terugliep naar het hostel. Op m'n kamer liet ik mijn voeten heerlijk uitrusten, aangezien ik behoorlijk wat had afgelopen. Gelukkig zal het morgen waarschijnlijk een iets rustigere dag worden, aangezien er in Kobe niet extreem veel te zien schijnt te zijn.
Tip van de dag: volg een basiscursus Japans als je een conversatie wilt houden met een Japanner.
Opvallend feitje: je moet in Japan goed je best doen om (in ieder geval in de moderne winkelgebieden) vrouwen tussen de 20 en 40 jaar tegen te komen die zwart haar hebben, aangezien de meesten hun haar bruin hebben geverfd.
Nara
Dag 44: Japanse tuinen
Maandag 23 april 2012
In tegenstelling tot vele andere verblijfplaatsen tot dusver hoefde ik in Kyoto pas om 11 uur uit te checken, waar ik goed gebruik van maakte. Een lange reisdag zou het toch niet worden. Met volle bepakking liep ik naar het station, waar ik op de trein stapte naar Nara. Na alweer drie kwartier kwam ik in deze voormalige Japanse hoofdstad aan (voordat Kyoto en later Tokio dat werden). Een heel grote stad was het niet, maar het scheen na Kyoto wel de meest culturele stad van het land te zijn, met vele belangrijke en mooie tempels in een groot park. Na een eindje wandelen door het relatief kleine centrum met winkels en restaurantjes kwam ik uiteindelijk uit bij m'n guesthouse, aan de rand van Nara Park. Het was een klassiek pand van zo'n 100 jaar oud met een centraal gelegen Japans tuintje. Ik was echter nog te vroeg om te kunnen inchecken, waardoor ik m'n bagage achterliet en besloot om al iets van de stad te zien. Ik wilde nog niet alles doen, aangezien ik morgen ook nog een hele dag in Nara zal hebben.
Als eerste liep ik naar het centrumpje, waar ik meteen de gelegenheid om te lunchen. Heel veel meer bijzonders was er niet in het centrum te vinden, waarna ik in de Lonely Planet las dat Isui-en, naar hun zeggen de mooiste Japanse tuin van de stad, morgen gesloten zou zijn. Dus zette ik koers naar deze plek, waarbij ik eerst nog langs een grote vijver kwam met vele karpers, kleine schildpadden en duiven. Ook passeerde ik de grote rode torii aan het begin van Nara Park. Op verschillende plekken langs de weg stonden waarschuwingsborden omtrent overstekende herten. Dit bleek niet voor niets te zijn, aangezien er in het park vele herten vrij rondlopen. Enkele hiervan zag ik vandaag al lopen. Ik kwam aan bij Isui-en, een klassieke Japanse tuin. Alhoewel het museum, waartoe het toegangskaartje ook toegang verschafte, gesloten was, waren de voor- en achtertuin wel geopend. Een beschrijving van deze prachtige tuin is bijna onmogelijk, aangezien het echt iets is wat je met eigen ogen zou moeten zijn. Er was een pad van stenen gelegd rondom een vijver met enkele bruggetjes (zowel stenen bruggen als stenen die als brug dienden), en slingerend door groene veldjes met bomen, plantjes en kleurrijke bloemen. Verspreid door de tuin waren nog meer kleine stroompjes water, speelse trappetjes, een theehuis, een watermolen en rotsen. Leven was er in de vorm van mieren, vlindertjes, karpers, hagedisjes en slechts twee andere toeristen, waardoor ik dit rijk bijna voor me alleen had. Na een rondje door de tuin stapte ik de Japanse tuin naast deze binnen, welke voor buitenlanders gratis was (in tegenstelling tot de vorige). Misschien maar goed ook, want alhoewel deze op zich ook mooi was, kon deze niet tippen aan de andere.
Ik keerde terug naar het guesthouse, waar ik kon inchecken en de medewerker me een korte maar enthousiaste rondleiding gaf door het gebouw. Het zag er allemaal prima uit, maar wel weer heel anders dan in Kyoto, wat een typisch groots westelijk hostel was, terwijl het hier veel kleiner, eenvoudiger en sfeerrijker was. Op weg naar het centrum voor een diner liep ik over het terrein van de Kofuki-ji, één van de tempels hier die op de Werelderfgoedlijst staat. Er waren opnieuw diverse gebouwtjes, waaronder de hoofdtempel, twee pagodes (met drie en vijf verdiepingen), een achtzijdig gebouw en een plek waar diverse beeldjes stonden met rode doekjes om hun heen. Tussen deze beelden stonden drie herten vredig te grazen. Iets later liet ook ik m'n buikje vullen in een restaurantje. Ik keek nog even rond bij alle souvenirwinkeltjes met hertenknuffeltjes, hoedjes en haarbanden in de vorm van een gewei en opblaashertjes, bewonderde de kunstige putdeksels (met een hert erop) en liep vervolgens terug naar het guesthouse voor een ontspannen avond.
Tip van de dag: pas op voor overstekend wild!
Opvallend feitje: net zoals in de meeste authentieke gebouwen het geval is, zijn de deuren in mijn guesthouse ook houten schuifdeuren.
Dag 45: Hertjes en tempels
Dinsdag 24 april 2012
Op deze warmste dag die ik tot dusver hier in Japan heb meegemaakt, verliet ik laat in de ochtend het guesthouse om koers te zetten naar Nara Park. Twee straten verder had ik deze al bereikt, waarna ik begon aan een wandeling door dit park. Het was een groen park met veel meer bomen dan ik had gedacht. In plaats van grote open vlaktes waren er hier en daar wel een paar veldjes, maar deze werden door vele bomen afgewisseld. Uiteraard waren er ook de nodige paden om over te wandelen. Ik liep richting de hoofdattractie van het park (en Nara) en kwam onderweg langs een grote hoeveelheid souvenirkraampjes en kraampjes waar ze softijs verkochten (in de smaak groene thee). Toeristen waren niet de enigen die hier over het pad liepen. Tientallen herten hadden zich namelijk ook tussen de menigte geschaard. Vredig lagen ze op de grond, snuffelden ze aan elkaar, of liepen ze achter personen aan die (voor slechts korte duur) eten in hun handen hadden. Sommige herten negeerden je totaal, terwijl anderen je gapend aan stonden te kijken. Het was de vraag wie naar wie keek. Alle mensen leken in ieder geval te genieten van de aanwezigheid van deze leuke beesten. Er liepen er dan ook best veel rond in het hele park, alhoewel ze niet welkom waren in het bouwwerk waar ik even later aan kwam. Achter een grote poort (de Todai-ji Nandai-mon) bevond zich de Todai-ji Daibutsu-den, een enorme tempel welke zich tot op heden nog steeds 's werelds grootste houten gebouw mag noemen. En dit gebouw, omringd door een grasveld, was inderdaad behoorlijk groot. Binnenin bevond zich tevens een reusachtige zittende bronzen Boeddha, met aan weerszijden twee iets kleinere goudkleurige beelden. In twee hoeken van het gebouw waren nog eens twee grote beelden geplaatst, met hoofden die allesbehalve vriendelijk keken. Daarnaast was er een houten pilaar met een klein gat onderaan. Vele Japanners hadden hier veel lol, omdat ze probeerden hier doorheen te kruipen/glijden, soms met succes. Omdat de hal zo groot was, was er zelfs ruimte voor enkele souvenirkraampjes, waarbij je zelfs nieuwe dakpannen kon signeren tegen betaling. Buiten de tempel stond verder nog een eng zombieachtig beeld.
Door de enigszins verkoelende schaduw van de bomen liep ik verder door het park. Terwijl naast me op het pad een hertje begon te snuffelen aan een nietsvermoedende toerist die een bordje stond te lezen, liep ik heuvelopwaarts naar twee houten tempelhallen iets verderop. Aangezien de hallen hogerop lagen, had ik enig uitzicht over het park. De hallen zelf heb ik van binnen niet gezien, maar wel zag ik aan de buitenkant enkele altaartjes, lampen, schilderijtjes, een gong en een plek waar je water kon scheppen. Ik liep weer verder, over een pad met aan de ene kant een enorme rij van souvenirkraampjes en eettentjes, en aan de andere kant een hoge en uitgestrekte groene heuvel waar je tegen betaling op mocht klimmen/zitten. Vele scholieren waren hier lekker aan het picknicken. Lachend om enkele mensen die werden achterna gezeten door herten omdat ze eten bij zich hadden, en enkele andere personen die de herten op een normale manier aan het voeren waren, vervolgde ik m'n tocht door het park. Ik kwam uit bij de tempel van Kasuga Taisha, verscholen tussen de bomen, een rode poort en een groot aantal stenen lantaarns. Deze lantaarns stonden echt overal in rijen opgesteld, met soms meerdere rijen achter elkaar. Alhoewel de lantaarns uiteraard een opening hadden voor een kaars, was deze kaars vaak afwezig. Ook het hoofdpad van en naar de tempels was aan beide zijden begrenst door allerlei lantaarns. En op nog een tempel, een botanische tuin en het nationale museum was dit Nara Park al.
Ik liet de herten achter me en verliet het park, waarna ik langs enkele vijvers heb gelopen waaromheen vele lokale mensen op stoeltjes zaten met een doek, potloden en/of kwasten en verf. Een klein paviljoen in het water, met groen op de voorgrond en bomen op de achtergrond, zorgde namelijk voor mooie plaatjes. Hierna heb ik nog een iets uitgebreider rondje door het kleine centrum van Nara gemaakt, maar behalve de standaardwinkeltjes, enkele speelhallen met aparte apparaten met vele zilverkleurige balletjes, yogacentra en plekken waar je kalligrafiebenodigdheden kon kopen, was er niet veel bijzonders te zien. Bij een zaakje waar je afhaaleten kon halen (een bak met rijst, groente en vlees of vis) haalde ik een diner, waarna ik terugging naar het guesthouse. Echt veel meer had ik niet te doen, dus genoot ik bij het guesthouse van de namiddag, m'n lekkere eten en een ontspannen avond, waarin ik tevens het een en ander uit kon zoeken voor de volgende stad op mijn lijstje: Osaka!
Tip van de dag: de koekjes die je in het park kunt kopen, zijn niet voor persoonlijke consumptie bedoelt.
Opvallend feitje: in Nara Park mag je volgens de bordjes Pacman geen water geven, maar de hertjes wel voedsel.
Kyoto
Dag 39: Naar Japans culturele hoofdstad
Woensdag 18 april 2012
Het uitchecken bij de ryokan moest al voor 9.30 uur gebeuren, dus dat was op tijd opstaan en inpakken. Met al m'n bagage liep ik naar het station van Nagoya, waar ik twee opties had. Ik kon de shinkansen naar Kyoto nemen, wat slechts 35 minuten zou duren, maar 55 euro zou kosten. Met de lokale trein zou het langer duren, zo'n 2 uur, maar voor minder dan de helft van deze prijs. Aangezien ik alle tijd had, nam ik de lokale trein. Wel moest ik hiervoor tweemaal overstappen, maar dit was op zich geen probleem. Terwijl ik alle stations in de gaten hield, keek ik naar het landschap dat aan me voorbij trok, met veel boerenland, enkele dorpjes en bergen op de achtergrond. In het begin van de middag arriveerde ik in Kyoto, een stad die geen enkele reiziger naar Japan over zou mogen slaan. Kyoto is de culturele hoofdstad van het land en bezit een enorm aantal tempels, waarvan velen zelfs zijn opgenomen in Unesco's Werelderfgoedlijst. Om de belangrijkste plekken te zien, zou je zeker een paar dagen nodig hebben. Gelukkig blijf ik hier dan ook vier volle dagen, vandaag niet meegerekend.
Vanaf het zeer moderne station liep ik via enkele drukke straten in pakweg tien minuutjes naar het hostel dat ik had uitgekozen. Alhoewel ik al wel m'n bagage kon achterlaten en m'n sleutels in ontvangst kon nemen, was het vanwege het tijdstip nog niet mogelijk om m'n bed uit te kiezen. Ik trok daarom m'n schoenen weer aan -het is op vele plekken in Japan niet gebruikelijk om met schoenen een huis/ryokan/tempel te betreden- en besloot deze buurt enigszins te verkennen. De meeste hoogtepunten liggen elders in de stad, dus die zal ik vanaf morgen aan gaan doen. Tussen alle fietsers en voetgangers door liep ik naar de bekendste tempel van de wijk, de Nishi Hongan-Ji. Op een terrein dat was omringd door een muur en een leegstaande gracht waarover bruggetjes liepen, stonden diverse gebouwen. Twee hiervan waren de belangrijkste bouwwerken van het tempelcomplex. Het waren grote verhoogde houten constructies, bruin van kleur, met aan de zijkanten gerasterde deuren. De deuren bestonden om preciezer te zijn uit vierkante vlakken in een lichte geelbruine kleur en waren heel dun, waarbij het leek alsof deze waren gemaakt van papier of karton. De tempelvloer was bezaaid met tatamimatten en enkele mooie lampen hingen aan het plafond. Vanzelfsprekend was er een altaar met enkele beelden en kaarsjes, waarvoor mensen baden. In een hoek was een groepje mensen aan het zingen. Via de binnenplaats met kleine steentjes en enkele bomen verliet ik het tempelcomplex en keerde ik terug naar het hostel om een bed te claimen in mijn achtpersoonsdorm.
Vlakbij het hostel bevond zich een Japanse tuin, maar toen ik daar aankwam, bleek deze al te gaan sluiten. Vandaar dat ik iets verderop de tegenhanger van de eerder bezochte tempel opzocht, de Higashi Hongan-Ji. Dit complex was iets kleiner dan de vorige, maar was qua stijl en opbouw bijna gelijk aan de andere. Desondanks was het een bezoek waard. Ik liep terug richting het station, want dit was zelf ook een aardige bezienswaardigheid. Naast het station stond om te beginnen een hoge witte toren, de Kyoto Tower, met op grote hoogte een observatiedek. Deze bezocht ik echter niet, aangezien het station dit ook al bood. Het was een groot station, met diverse winkels en restaurantjes. De grote hal was sowieso al indrukwekkend om te zien, met een uniek dak dat bestond uit een enorm raster van horizontale en verticale gekromde metalen balken. Via vele roltrappen door het warenhuis Isetan ging ik helemaal naar de 11e verdieping, waarna je nog iets hoger kon lopen naar het dak, waarvandaan je aan twee zijden achter glas een groot deel van de stad zag liggen. Het uitzicht zag er niet verkeerd uit. Ik ging terug naar beneden en stapte in de buurt van het station de winkel Yodobashi in. Net zoals in de vestiging van Tokio, speelde hier ook continu hetzelfde Japanse reclameliedje door de speakers, waardoor ik nu nog steeds met het deuntje van ‘Lief klein konijntje (had een vliegje op z'n neus)' in m'n hoofd zit. Ik nam een hapje te eten en keerde terug naar het hostel voor een rustige avond. Het zal morgen namelijk een actieve dag gaan worden!
Tip van de dag: draag, als het even kan, eenvoudige schoenen als je tempels gaat bezoeken, aangezien je ze keer op keer uit en aan moet trekken.
Opvallend feitje: niet alleen de shinkansen heeft bijzondere stoelen. Het blijkt dat je ook de banken in de normale treinen kunt verstellen. Terwijl het zitvlak op z'n plek blijft, is de rugleuning verplaatsbaar naar de voor- of achterzijde van dit zitvlak, waardoor je dus ofwel aan de ene kant zit, dan wel aan de andere kant. Hierdoor kun je zelf (en met de persoon naast je) kiezen of je vooruit of achteruit wilt rijden, en privé wilt zitten of in een groep van vier personen.
Dag 40: Tempels, tempels en nog meer tempels
Donderdag 19 april 2012
Kyoto heeft heel veel tempels; dat werd vandaag wel heel duidelijk toen ik aan m'n eerste wandeltocht door de stad begon. Het was zonnig en warm toen ik vanochtend na een ontbijtje in de openbare ruimte het hostel verliet. De Lonely Planet had een wandelroute door het zuidelijke deel van de meest populaire wijk van de stad, Higashiyama. Via een drukke weg liep ik deze kant op. Onderweg kwam ik langs het nationale museum en een tempel waarvan werd aangeraden om deze te bezoeken (net als vele andere tempels overigens). Het was de Sanjusangen-do en was een grote tempel op een vlak terrein met steentjes, water en bomen. Van buiten was de tempel niet heel bijzonder, maar binnenin was iets vrij unieks te zien. In een hal waren, als een volledig leger in een stuk of tien lange rijen opgesteld, maar liefst 1001 levensgrote goudkleurige standbeelden van Kannon te vinden, de Boeddhistische godin van genade. Allemaal hadden ze 40 armen (alhoewel het er 1000 moesten voorstellen), waarbij elke hand gevuld was met een speciaal attribuut. Eén standbeeld, de centrale, was echter een behoorlijke slag groter. Voor alle rijen standbeelden stonden verschillende standbeelden van alle 28 goddelijke bewakers, welke minstens zo indrukwekkend waren.
Ik was bij lange na niet de enige persoon bij deze tempel. Ook toen ik verder liep naar het beginpunt van de wandelroute en de eerste tempel hiervan, kwam ik telkens weer een enorme hoeveelheid Japanse scholieren tegen, die ofwel een schoolreisje hadden dan wel een erg culturele dag. Allemaal zagen ze er hetzelfde uit, aangezien ze allemaal gekleed waren in een schooluniform met een witte blouse, een donkerblauw jasje (echter optioneel vanwege de warmte) en dan een nette lange broek of een rok tot aan de knieën. Een smalle straat die schuin omhoog een berg op liep had vele souvenirwinkeltjes en eettentjes -welke erg geliefd waren bij de scholieren- en kwam uiteindelijk uit bij het tempelcomplex van Kiyomizu-dera. Een grote, brede poort, gevolgd door een kleurrijke pagode sierden de tempel zelf, waar je je schoenen uit moest doen en je vervolgens op de tatamimatten kon plaatsnemen. Het was druk op het hellende terrein en dit gold ook voor het stuk met de twee liefdesstenen, welke enkele meters van elkaar vandaan lagen. Eén van de scholieren beproefde zijn geluk en liep succesvol met z'n ogen dicht van de ene naar de andere. Het was verder nog mogelijk een stuk de berg op te wandelen, langs bomen en aangeklede beeldjes, waarna je een mooi uitzicht had over de tempel en een deel van Kyoto. Onderaan het pad bevond zich ten slotte nog een plek waar enkele stroompjes water naar beneden vielen. Vele mensen stonden hier in de rij om met een bakje het water op te vangen en ervan te drinken. Een paar van de personen die hier rondliepen, zagen er extra bijzonder. Het waren vrouwen die prachtig gekleed waren in traditionele kleding -kimono's- en soms zelfs hun gezicht wit hadden geschminkt.
Ik liep verder via enkele aflopende straten, waarlangs allemaal prachtige authentieke Japanse houten gebouwtjes stonden. Deze waren nu allemaal veranderd in theehuizen, winkeltjes met Japanse souvenirs en lokale zoete snacks, restaurantjes of kraampjes met softijs met de smaak van groene thee. Verder waren er nog meer ouderwetse straatjes, allemaal opnieuw met mooie gebouwtjes met klassiek versierde ramen en deuren. Behalve alle toeristen, scholieren en lokale mensen liepen er ook nog enkele mannen rond die met een riksja (maar dan zonder fiets) mensen konden voortrekken. Ik besloot de volgende tempel te bezoeken -in deze wijk stikt het van de tempels-, de Kodai-ji, welke ik kon betreden na het beklimmen van een serie trappen. Dit terrein had eveneens diverse gebouwen, maar zag er van buiten wel erg mooi uit. Via sierlijke paden langs watertjes, bruggetjes, bomen met bloemen en kleine steentjes die in golven en heuveltjes waren neergelegd, kon je de diverse gebouwtjes bezoeken. Binnen stonden diverse artefacten, waaronder beelden en kamerluiken. Het zag er allemaal bijzonder uit, vooral toen ik tegen het einde van mijn bezoek door een klein bamboebos liep.
Een stukje verder kwam ik uit in een park, waar vele mensen genoten van het mooie weer, een grote bloesemboom, de snacks van de kraampjes en de vele duiven en raven bij het water. Ernaast lag zoals te verwachten een tempel, waar mensen na een donatie lange touwen vastgrepen en ermee de gong luidden. In een gebouwtje ervoor slingerden alle witte lampionnen heen en weer door de wind. Iets verderop kwam ik de volgende bezienswaardigheid tegen; eenmaal raden wat het was. De Chion-in beschikte over een zeer grote en dikke toegangspoort, waarna de tempel zelf ook redelijk groot was. Binnenin was ik getuige van een boeddhistisch ritueel. Vanaf een afstandje kon ik aanschouwen hoe een grote groep monniken, allemaal gekleed in mooie en kleurrijke pakken met mantels en een hoed, aan het zingen waren, gevolgd door een korte stoet. Het was erg speciaal om te zien.
Omdat het al later op de middag was en ik ondertussen wel genoeg tempels had gezien, keerde ik terug richting het hostel. Onderweg kwam ik echter nog wel door een straatje waarvan de Lonely Planet zei dat het best wel eens het mooiste straatje van heel Azië kon zijn. Het was inderdaad een klein, maar heel sierlijk straatje, met aan weerzijden ouderwetse gebouwen en aan één zijde een ondiep kanaal met bruggetjes en prachtige bomen, waarvan er een paar in bloei stonden. Via enkele brede en drukke wegen met winkelcentra in downtown Kyoto, een plek waar ik later nog wel terug zal keren, liep ik een aardig eind terug naar het hostel. Lekker en goedkoop eten had ik bij de supermarkt gehaald, welke ik in de grote openbare ruimte van het hostel opat. In de avond heb ik heerlijk uitgerust na deze lange dag en me fysiek alvast voorbereid op een volgende dag door deze klassieke stad!
Tip van de dag: als je nog filmrolletjes hebt en ze nergens kunt laten ontwikkelen, kun je het beste naar Japan gaan. Veel scholieren maken, ondanks dat het zo'n modern land is, nog steeds foto's met een wegwerpcamera met een filmrolletje.
Opvallend feitje: in twee weken tijd ben ik nog geen enkel gekreukeld of gevouwen bankbiljet tegengekomen; allemaal zien ze eruit alsof ze zo uit de bank zijn gekomen.
Dag 41: Nog een lading tempels
Vrijdag 20 april 2012
Kyoto is een prachtige stad, echt waar, met een heleboel geweldige tempels, maar op een gegeven moment heb je ze wel gezien. Na twee tempels eergisteren en een behoorlijke hoeveelheid gisteren, heb ik vandaag opnieuw enkele tempels bezocht. En ik denk dat ik het daar nu eventjes bij houd. Laten we beginnen bij de ochtend, waarin ik rustig aan opstond en me klaarmaakte voor een nieuwe dag in Kyoto. Het was een druilerige en regenachtige dag, waardoor ik blij was dat het hostel uitleenparaplu's voor de deur had staan toen ik deze aan het eind van de ochtend verliet. Ik liep naar het station, waar ik de metro pakte naar een halte iets noordelijker waar ik gisteren min of meer geëindigd was. Via m'n plattegrondje baande ik me vervolgens een weg door het noordelijke deel van de wijk Higashiyama. Het was meteen te merken dat het hier een stuk rustiger was dan gisteren, alhoewel ik uiteraard niet de enige bezoeker was. Via een pad langs enkele mooie huisjes en een ommuurde Japanse tuin liep ik naar het bekendste tempelcomplex van dit gedeelte, de Nanzen-ji. Het was een gebied met mooie paden en stukken groen, waarover diverse gebouwen verspreid stonden. Zo had je opnieuw een erg grote en dikke poort, waarachter de tempel zelf lag, tezamen met nog enkele gebouwtjes die hierbij hoorden. De tempel heb ik zelf niet betreden vanwege de hoge toegangsprijs en omdat ik me afvroeg wat ik hier precies zou zien. Naast het complex bevond zich een uniek stenen aquaduct, welke je kon beklimmen, waarna je er een aardig stuk door een bosrijke omgeving overheen kon lopen. Ik liep langs een pagode en kwam uit bij een verlaten en afgesloten terrein met bepaalde installaties voor het water. Ook bevond zich hier een vervallen speeltuin, enkele huisjes en oude brede rails de helling af. Verder stond er een standbeeld en ging er een ander pad de bergen in. Ik keerde terug, aangezien er niet veel te beleven viel.
Terug bij Nanzen-ji liep ik verder noordwaarts, passeerde ik huizen en nog meer tempels en kwam ik uiteindelijk bij de Eikan-do, een tempel die een bezoek wel waard was. Het was een uitgebreid terrein met een mooie groene tuin, diverse beelden en een kerkhof. In de vijver zwommen een hoop grote karpers rond. Daarnaast was er op de berg een pagode te vinden, waarvandaan je een mooi uitzicht had over Kyoto. De tempel zelf, bestaande uit diverse aan elkaar verbonden gebouwen, mocht er ook wezen. Aan de buitenzijde hingen allemaal kleurrijke doeken en binnen waren er diverse ruimtes met Boeddhabeelden en mooi versierde wanden (met onder andere fazanten en tijgers). Via een prachtig pad langs een kanaal liep ik pakweg een half uur verder noordwaarts, onder bloesembomen door, die door de regen helaas al de meeste van hun bloesem hadden verloren. Traditionele huizen sierden de andere zijde van het pad. Hoe verder ik kwam, hoe meer mensen ik tegenkwam. De reden hiervoor was de tempel aan het einde van het pad. De Ginkaku-jin is een erg populaire tempel die is opgenomen in de Werelderfgoedlijst. Tussen alle toeristen, souvenirwinkeltjes en eetkraampjes door liep ik naar de tempel. De tempel zelf zag er mooi uit, maar het was met name de tuin die indruk maakte. Met slechts gras, mos, bomen, watertjes, stenen en een veld met in golven neergelegde kiezelstenen, met in het midden een berg van stenen, klinkt het niet heel interessant, maar desondanks zag het er allemaal vrij sierlijk uit. Het was mogelijk om een stuk door de tuin te lopen, alsmede over een pad door de bergen, met opnieuw een uitzicht over de stad.
Na deze tempel had ik het wel een beetje gehad met de tempels. Hoe mooi ze ook waren, op een gegeven moment wordt het gewoon een beetje eentonig. Bij een bushalte wachtte ik op de bus die terug zou rijden naar het station van Kyoto. Betalen voor de bus is eenvoudig: bij aankomst op je bestemming gooi je, ondanks de afgelegde afstand in de stad (tenzij je van buiten de stad komt; in dat geval staat op een bord aangegeven wat je moet betalen) 220 yen in een automaat bij de chauffeur. Van het station keerde ik terug naar het hostel om uit te rusten. Nadat ik in de avond in de buurt had gegeten, heb ik opnieuw gerelaxt in het hostel, gekletst met enkele kamergenoten en bepaald wat m'n activiteiten voor de komende twee dagen zullen zijn.
Tip van de dag: in Kyoto heb je slechts twee metrolijnen: de noord-zuid-lijn en de oost-west-lijn. Als je echt goed gebruik wilt maken van het openbaar vervoer hier (wat vanwege de omvang van de stad onontkoombaar is), ben je aangewezen op het uitgebreide busnetwerk.
Opvallend feitje: naast de AED's (defibrillators) die je bij bijna elk openbaar gebouw tegenkomt, vind je een opvallende hoeveelheid brandblussers bij de tempels. Op zich eigenlijk niet heel gek, aangezien ze allemaal voor zo'n 90% uit hout bestaan.
Dag 42: Marktkooplui en geisha's
Zaterdag 21 april 2012
Op deze mooie ochtend liep ik richting het station, om vervolgens nog een stuk verder te lopen. Het leek me een geschikte dag om naar To-ji te gaan, een populaire tempel. Na twee dagen met tempels kwam ik echter niet voor de tempel zelf, maar voor de grote maandelijkse Kobo-san-markt die hier wordt gehouden, alleen op de 21e van de maand. Deze kans wilde ik me niet laten ontnemen! Op het grote terrein rond de tempel was het een erg drukke bedoeling. De honderden kraampjes die hier stonden opgesteld in vele gangen hadden veel volk naar zich toe gelokt. Er werd van alles te koop aangeboden en het was een leuk gezicht om met de meute langs alle stalletjes te slenteren. Bij deze een kleine greep uit het volledige aanbod: potjes, goudvissen, plantjes, gedroogd fruit, heel veel gefrituurde of gebakken etenswaar (o.a. kip, varkensvlees, inktvis, koekjes en aardappels), kleding, tasjes, beeldjes, sjaaltjes, elpees, groente en schilderijtjes. Uiteraard was het erg moeilijk om het vele lekkers hier te weerstaan, waardoor ik me ook stortte op enkele smakelijke hapjes.
Met een lunch achter de kiezen liep ik een eind naar het dichtstbijzijnde metrostation, waar ik de metro nam naar downtown. Ik wilde echter naar de wijk Gion toe, waar ik op de eerste dag al vrij dichtbij was. Een directe metro was er echter niet, waardoor ik in downtown terecht kwam. In plaats van dat ik boven de grond door de drukke winkelstraat een kilometer oostwaarts liep, heb ik dat hele eind onder de grond door een enorm lange gang gelopen. Het was een stuk eenvoudigere en rustigere mogelijkheid, waarbij je op maar liefst 26 plekken de mogelijkheid om de gang te verlaten en terug naar de bovenwereld met alle winkels te keren. Daarnaast had ik deze winkels al op m'n eerste dag hier gezien. Eenmaal boven de grond kwam ik na een tijdje aan bij het Gion Kobu Kaburen-jo Theatre, waar de dansgroep Miyako Odori alleen deze maand (net zoals diverse andere groepen ook alleen dit seizoen) hun jaarlijkse dansoptredens houden. En niet zomaar een optreden, maar een show met traditionele dansen van geisha's en hun leerlingen, de maiko's. Je had de keus uit dure gereserveerde stoelen op de vloer, iets goedkopere stoelen op het balkon, of nog iets goedkopere zitplaatsen op een tatami-matje daarachter. Ik koos voor deze laatste optie, maar had alsnog een prachtig uitzicht op het podium van het grote theater. De show begon om 14 uur en duurde maar liefst een uur, waarin in 8 verschillende scènes de seizoenen werden doorlopen. De show begon laat in de lente, ging over in de zomer, de herfst en de winter, om vervolgens groots en prachtig te eindigen in de lente. De decors wisselden hierbij constant, met prachtig geschilderde (bloesem)bomen, rotsen en zee, tempels en landschappen. Licht- en rookeffecten waren hierbij ook aanwezig, alsmede een podium met vele verborgen luikjes waar danseressen uit tevoorschijn kwamen. Aan beide zijkanten van het theater zaten vrouwen die muziek maakten met traditionele instrumenten. Sommigen van hen zongen ook. En uiteraard waren daar de vele danseressen die in prachtige kimono's (en met witte gezichten) een enorm mooie show wisten op te voeren. Heel sierlijk dansten ze rond op het podium, vaak vrij rustig, terwijl ze strak voor zich uit bleven staren. Soms maakten ze bij het dansen gebruik van een waaier of een takje met bloemetjes. Het was geweldig om te zien, waarbij de hoeveelheid danseressen varieerde van een stuk of vier, tot maar liefst achtendertig bij de slotscène!
Het uur in het theater was snel voorbij en ik besloot de rest van de middag door te brengen in downtown Kyoto. Ondanks dat ik de drukke winkelstraat al had gezien, was ik nog niet in de populairdere overdekte zijstraten geweest. Door deze lange straten bevonden zich aan weerszijden vele winkeltjes, eetgelegenheden (meer om te snacken eigenlijk) en arcadehallen. In een andere zijstraat bevond zich dan weer de Nishiki-markt, met veel zaakjes waar ze groente, maar met name veel vis verkochten. In tegenstelling tot de Tsukiji-markt in Tokio was de meeste vis hier echter verpakt. De straat kwam uit bij een groot warenhuis, met eveneens een grote etensafdeling in de kelder. Luxe taartjes, cakejes, versgebakken brood, vleeswaren, fruit, sushi en vele andere hapjes waren hier onder andere verkrijgbaar.
Met een maaltijd liep ik het hele eind terug naar het hostel, waar ik gebruik kon maken van de magnetron om m'n maaltijd te verwarmen. Het was hier zelfs mogelijk om in de keuken je eigen diner te bereiden. Samen met enkele mensen in de eetzaal deelde ik verhalen uit over Kyoto en Japan, waarna het een relaxed avondje werd en ik weer nieuwe ideeën opdeed voor m'n laatste dag in Kyoto morgen.
Tip van de dag: check voordat je op reis gaat, of voordat je in een stad aankomt, of er dagen met speciale evenementen zijn. Vaak zijn deze erg de moeite waard!
Opvallend feitje: het einde van de show verliep ontzettend snel. Alle dansers waren nog bezig met hun dans, terwijl het doek naar beneden kwam vallen, de muziek langzaam ten einde kwam en het publiek even begon te klappen. Hierna gingen meteen de lichten aan en werd iedereen verzocht de zaal te verlaten. Geen buigingen, geen lang applaus, vrij abrupt eigenlijk.
Dag 43: Duizenden torii en mangaboeken
Zondag 22 april 2012
Het was een druilerige dag, dus was ik opnieuw blij met de beschikbare paraplu's. Toch maakte dat het bezichtigen van enkele resterende plekken in Kyoto er niet echt vrolijker op. Van het station nam ik de trein naar het zuidoosten, waar ik na twee haltes (een rit van zo'n vijf minuten) alweer uitstapte. Mijn bestemming lag direct naar het station, de Fushimi-Inari Taisha. Ja, dit was een tempel, maar wel een heel erg bijzondere. De tempel zelf was om te beginnen al enigszins anders dan de andere tempels in Kyoto, aangezien deze roodoranje van kleur was. Op het terrein stonden diverse wagens, welke leken op praalwagens. Er zat overal echter plastic overheen, dus kon ik niet goed zien wat het precies was. Daarnaast was er in het hoofdgebouw een ceremonie bezig, waarbij vele personen in speciale kleding op banken zaten, aan het bidden waren en andere rituelen uitvoerden. Op verschillende plekken stonden ook beelden van vossen, iets dat Inari-tempels typeert. Maar het meest bijzondere van deze tempel was het heuvelachtige bos hierachter. Er liep hier een pad van vier kilometer dat je kon bewandelen. Dat klinkt op zich niet heel bijzonder, totdat je erachter komt dat je op dit pad continu door een gang van torii loopt. Torii zijn de poorten die je normaalgesproken onderdoor loopt voordat je een tempel bereikt, maar hier stonden er duizenden achter elkaar, over het pad heen, met zo'n 40 cm tussen elke poort. Bijna allemaal waren ze in de kleur roodoranje, waarbij er aan één kant (wanneer je terugliep) ook nog allemaal Japanse tekens op geschilderd waren. Het was een enorm lange en slingerende golf van oranje waar je doorheen liep en was heel erg apart, maar wel indrukwekkend. Toen er op een gegeven moment geen einde meer aan leek te komen (en ik enigszins moe werd van alle regen die tussen de torii door kwam vallen), keerde ik om, om de gang ditmaal van de andere kant te aanschouwen.
Terug bij het station nam ik de trein terug, waarna ik overstapte op een metro naar het noorden. Vanwege de regen kwam het goed uit dat ik deze middag een museum wilde bezoeken. Zoals ik al eerder heb laten weten, is manga in Japan heel erg populair. Opvallend genoeg bevindt zich hier in Kyoto (je zou namelijk eerder Tokio verwachten) het International Manga Museum. In dit museum, een voormalig schoolgebouw, werd door middel van enkele tentoonstellingen uitgelegd wat manga is, wat voor soorten manga er zijn (voor de jeugd, maar ook voor tieners, zowel jongens als meisjes met andere thema's, en volwassenen, waaronder satire), hoe de tekenstijl in elkaar zit, wat opvallende elementen zijn op de strippagina's, hoeveel geld tekenaars verdienen en hoe manga verweven is met anime, games en merchandising. Daarnaast stonden er, zoals te verwachten was, enorm veel boekenkasten met duizenden mangaboekjes in alle categorieën, lopend van de jaren na de oorlog tot het heden. Helaas was alles in het Japans, dus bleef het voor mij slechts tot het bladeren door enkele van deze boekjes. Desondanks toch nog erg vermakelijk. Een kleine afdeling toonde echter nog wel een selectie van manga die in andere talen, waaronder het Engels, vertaald was, alsmede specifieke manga of strips die in het buitenland gemaakt waren.
Na het museum wilde ik een kijkje nemen in de tuin van het paleis, niet ver van het museum vandaan, maar de regen zorgde ervoor dat ik hiervan afzag. Ik had geen zin om nog eens een hele tijd door de regen door een park te gaan wandelen, waarbij het paleis zelf niet eens zo interessant scheen te zijn. Ik keerde daarom terug naar het hostel, at er opnieuw een warme magnetronmaaltijd nu dat nog mogelijk was en genoot vervolgens van een rustige laatste avond in Kyoto, waarbij ik nieuwe kamergenoten kon helpen met tips over de stad. De komende twee dagen zal ik verkassen naar de nog oudere hoofdstad van Japan: het plaatsje Nara.
Tip van de dag: probeer voor de lol gewoon eens alle knopjes op een toilet uit en laat je verrassen.
Opvallend feitje: veel mensen gebruiken hier doorzichtige paraplu's: ideaal als je net wat meer wilt kunnen blijven zien!