Jassin Kessing

Moskou

Klik hier om het eerste deel van het verslag te lezen.

Dag 5: Oudejaarsdag in Moskou
Zaterdag 31 december 2011

Tjoek-tjoek! De trein heeft rustig richting Moskou gereden, waardoor het slapen zeker niet onprettig was. Tegen half acht werden we gewekt door de omroeper, waarna we een kopje koffie kregen en onze spullen konden pakken. Toen we naar buiten keken, zagen we een gedeeltelijk wit landschap voorbij trekken. Om 7.55 uur arriveerde onze rode trein in het station van Moskou. We stapten de trein uit, liepen het station uit en keken om ons heen naar het helaas niet-zo-witte landschap in de stad. Ja, er lag op diverse plekken ijs, langs de wegen af en toe wat hoopjes samengeperste sneeuw, maar het was niet zo wit als we gehoopt hadden. Sterker nog, op internet las ik dat december 2011 in Moskou de boeken in zou gaan als de warmste sinds metingen begonnen zijn en ze dinsdag met +3,3 graden de warmste 3 januari ooit zullen hebben. Bij het metrostation, dat er nu al mooier uitzag dan die in Sint-Petersburg, kochten we een 10-rittenkaart, aangezien de stad groot is, er veel metrolijnen zijn en we die vast nodig zullen hebben. We gingen naar de dichtstbijzijnde halte voor onze verblijfplaats voor de komende 3 nachten, en vonden deze na een stukje lopen. Het Godzillas Hostel zag er goed uit, maar helaas was onze kamer nog niet vrij. We hebben even in de lounge gezeten, alvorens een begin te maken aan een verkenning van de stad.

Ons hostel ligt redelijk noordelijk en zodoende liepen we zuidwaarts richting het overbekende Rode Plein. Onderweg hing er een apart sfeertje buiten: echt heel druk was het niet, maar wel waren op diverse plekken al agenten aanwezig. Kleine winkelstraatjes waren rustig, maar winkels waren wel open. Blijkbaar lagen de meesten nog op één oor om zich voor te bereiden op een lange avond en nacht. Na enige tijd bereikten we een plein waar het al drukker was. Hier bevond zich een fontein met daarachter het grote Bolshoi-theater, waar op dat moment een meute mensen naar binnen liep, waarschijnlijk voor een middagvoorstelling in de prachtige zaal, zoals ik deze op foto's heb gezien, maar niet in werkelijkheid zal gaan aanschouwen. Op het plein stond ook een podium, waar vanavond ongetwijfeld optredens gehouden zullen worden. We liepen een stukje verder en kwamen tussen veel meer mensen terecht; we waren beland bij de poort van het Rode Plein! Op het plein zagen we vele toeristen, een grote omheining met in het midden een schaatsbaan, maar bovenal de rode muren van het Kremlin en iets verderop het prachtige bouwwerk dat de Sint-Basiliuskathedraal heet, met zijn vele gekleurde koepeltjes. We kwamen echter nog niet voor beide bezienswaardigheden, aangezien we die morgen nog konden doen en vandaag niet teveel wilden doen. Wel wilden we Lenins Mausoleum bezoeken, omdat deze alleen vandaag tussen 11.00 en 13.00 uur open zou zijn. Het gebouw stond op het plein, maar we moesten helemaal omlopen om achterin de rij plaats te nemen voor een controle. Daarnaast kon ik nog in een andere rij gaan staan om m'n rugtas af te geven, want camera's en telefoons mochten absoluut niet naar binnen. Langs de muren van het Kremlin liepen we richting de meest heilige plek van Rusland. We passeerden norse bewakers en gedenkstenen van andere belangrijke Russen, alvorens het mausoleum in te lopen. Hier binnen was een donkere kamer met in het midden een glazen vitrine met het gebalsemde lichaam van Lenin, van een afstandje gezien nog in 'goede' conditie. Stilstaan en langzaam lopen werd door bewakers bestraft met een fluitje, waardoor het geheel binnen 20 seconden voorbij was. Buiten passeerden we meer graven, waar die van Stalin de bekendste was. We lieten het plein voor wat het was en liepen door een parkje naast het Kremlin waar een vlam brandde en twee soldaten stijfstil (van de kou?) in een hokje stonden. Hier kon ik tevens foto's maken van een parkje met enige sneeuw.

We liepen naar het westen, onder andere langs een bordje die aangaf dat er een autodouche was, en kwamen uit bij Arbat, de meest toeristische straat van de stad. Ontzettend druk was het nu niet, maar toch waren alle souvenirwinkels open, stonden er (portret)schilders, liep er een Hare Krishna-groep rond en probeerde een enkeling geld te verdienen met muziek. We namen een lekkere lunch, kochten een souvenirtje, kochten, schreven en verstuurden ansichtkaarten en keken nog wat meer rond. Aan het einde van de straat namen we vanuit een mooi station, met onder meer communistische symbolen, de metro naar het hostel. Hier checkten we eindelijk in en kregen we een grote kamer waar we een hele tijd hebben uitgerust.

Tegen zevenen zijn we vertrokken, om eerst te eten bij een Chinees restaurant dat we in de ochtend waren tegengekomen. Tijdens het eten was het personeel druk bezig om een tv met speakers aan te sluiten, voor ons om onbekende redenen. Wel hoorden we zodoende een unieke mix van twee soorten muziek: zowel Chinese muziek van het restaurant, als Russische muziek van de (oudejaars?)shows op tv. Na achten verlieten we het restaurant, op zoek naar een mooie stek op het Rode Plein om oud en nieuw te vieren. Dit zou dè plek moeten zijn in de stad. Al vrij snel stuitten we tegen hekken op met veel politieagenten die vele straten blokkeerden. Het leek alsof mensen bepaalde kanten op werden geleid. Grote groepen mensen liepen heen en weer. We wisten niet precies waar een doorgang zou zijn, dus liepen we min of meer in de juiste richting. Grote bussen met agenten kwamen voorbij rijden, sneeuwschuivers stonden klaar om ofwel de voorspelde sneeuw vannacht op te ruimen, dan wel nu de wegen te blokkeren. Op een zeker moment bereikten we een groepje mensen voor hekken met politie, die sommige mensen doorlieten, maar anderen, waaronder een paar jongeren met alcohol, niet. Wij werden al snel aangezien voor onschuldige en onwetende toeristen en mochten doorlopen. Dit bleek pas de eerste fase te zijn. Iets verderop was een tweede controle, waarbij we onze paspoorten moesten tonen. Weer verderop was nog eens een bodyscanner en tassencontrole. Alle andere toegangswegen die we zagen waren helemaal gebarricadeerd met hekken en agenten. Maar uiteindelijk waren we wel op het Rode Plein beland! Hier keken we onze ogen uit, aangezien er hier een ontelbare hoeveelheid agenten in rijen stonden opgesteld en er nog veel en veel meer los verspreid stonden op het grote plein. Alle gebouwen waren prachtig verlicht en enkele felle lampen beschenen het plein. Langzaamaan werd het voller, maar niet stampvol. Schijnbaar wilden ze de drukte beperken. We liepen rond over het plein en maakten vele foto's. Ook bekeken we de kathedraal van dichtbij, die er met al dat licht schitterend uitzag. De sfeer op het plein was gezellig, maar tot onze teleurstelling was er bar weinig te doen. Op een klein beetje muziek bij de ijsbaan na, was er geen muziek. Er waren ook helemaal geen eet- en drinktenten en toiletten. Het was dus eigenlijk een beetje uitzitten. Toch voelde het bijzonder tussen al die mensen en agenten op deze plek en keken we uit naar het 7 minuten durende vuurwerk om 0.00 uur. Naarmate dit tijdstip naderde werd het drukker en de sfeer onder de mensen steeds gezelliger; sommigen begonnen te zingen, anderen te dansen, Kerstmannen liepen in het rond en een enkeling zwaaide met een Russische vlag. Af en toe ging er een lampion de lucht in. De laatste minuten keek iedereen met spanning naar de grote klok van het Kremlin, de laatste seconden van 2011 tikten voorbij. De eerste sneeuwvlokjes, alhoewel minuscuul klein, kwamen langzaamaan naar beneden dwarrelen. En toen luidde de klok het nieuwe jaar in.

Dag 6: De eerste sneeuw van het jaar
Zondag 1 januari 2012

De hele menigte op het Rode Plein barstte in een luid gejuich en gejoel uit. Hier en daar werden partypoppers opengedraaid, maar bovenal begon achter en boven de kathedraal een vuurwerkshow. Gekleurde bollen verlichtten de lucht. Alhoewel deze show niet zo spectaculair was als ik had gehoopt (waarschijnlijk was ik gewend aan de vele shows in Scheveningen), was het een prachtig gezicht. Na een minuut of zeven was het voorbij, waarna iedereen aanstalten maakte om het plein te verlaten. Er was immers niets anders te doen hier. De politie zorgde er arm-in-arm voor dat niet iedereen tegelijk weg kon lopen, om zo de drukte in de paar straatjes rond het plein te verspreiden. We volgden de menigte naar de grote straten, waar het af en toe nogal dringen en proppen was vanwege afzettingen. Na enig gedoe stonden we echter vlakbij een podium waar artiesten moderne Russische liedjes zongen. Er kwamen leuke en vrolijke nummers voorbij en de menigte zong en danste gezellig mee.  De kleine sneeuwvlokjes kwamen harder naar beneden vallen. Bij een ander podium keken we nog even naar muziek, en genoten we van de drukte om ons heen. Iedereen had het naar z'n zin. Uiteindelijk werden we erg moe en kwamen we niet veel nieuws meer tegen, zodat we rustig terug zijn gegaan naar het hostel. Daar kregen we mooi de gelegenheid om de mensen thuis nog even een gelukkig nieuwjaar te wensen, alvorens heerlijk in slaap te vallen na een lange, maar leuke oudejaarsdag.

De wekker ging vanochtend later dan de afgelopen dagen, maar nog steeds veel te vroeg. Nadat ik na negenen toch eindelijk opstond en naar buiten keek, verscheen er een glimlach op m'n gezicht. Het typische beeld van Rusland in de winter bevond zich achter het raam: een besneeuwd landschap (een straat met een huis, boompje en auto weliswaar) en sneeuwvlokjes die naar beneden dwarrelden! We waren vandaag van plan het Kremlin te bezoeken, dus een wandeling door de sneeuw zat er zeker in. We liepen naar buiten (waar het al licht was, aangezien we nu een stuk oostelijker in dezelfde tijdzone zitten) en merkten dat het op straat ontzettend rustig was. De enige personen die we tegenkwamen, waren alle mensen die waren opgetrommeld om de sneeuw van de wegen weg te vegen. En dat werd zeer actief gedaan met sneeuwscheppen en sneeuwschuivers die de straten en stoepen aan het boenen waren. Zeer efficiënt en effectief, en zeer nodig in dit land, ook al is de winter dit keer erg laat begonnen. We gingen op zoek naar een plek om te ontbijten, maar werkelijk alles was gesloten. We teerden daarom dan maar op de cakejes die we nog hadden. Toen we aankwamen bij het Rode Plein, merkten we dat we niet de enige waren. Alhoewel er nauwelijks Russen op de been waren, stikte het hier van de toeristen die ook van het winterse landschap wilden genieten en zoveel mogelijk uit hun dag probeerden te slepen. Het plein was helemaal wit (weliswaar al aangestampt en daardoor behoorlijk glibberig), net als alle gebouwen eromheen. De basiliek zag er hierdoor magisch uit, met een dun laagje sneeuw op de gekleurde bollen. We liepen naar het hek omdat we hoopten dat we erin zouden kunnen, maar helaas was ook deze gesloten.

Nadat we nog even hadden rondgekeken, liepen we door het parkje voor het Kremlin, uiteraard vol sneeuw, naar de kassa om kaartjes te kopen voor zowel de Armoury als de kathedralen. Hoewel ik m'n tas moest afgeven bij een loketje, mocht m'n fotocamera mee. Bij een ingang aan de zijkant konden we de Armoury betreden, het oudste museum van het land met de mooiste en duurste pronkstukken van de tsaarfamilies. In negen verschillende zalen bevonden zich vele vitrines met een ongelooflijke hoeveelheid aan kostbaarheden. Zo lagen er schalen, kopjes, borden, bestek, juwelen en vazen, allemaal in goud, allerlei zilveren en gouden geschenken van buitenlandse gasten, met mooie steentjes ingelegde paaseieren, vele harnassen en een legio aan wapens, zwaarden en pistolen (zelfs die schitterend versierd), meer koetsen dan onze koninklijke familie bezit en fluweelmooie mantels en jurken. Het was allemaal prachtig om te zien en maakte erg veel indruk. Buiten nuttigden we een snelle lunch, om vervolgens het Kremlin dan echt te betreden. Via een brug kwamen we bij één van de vele poorten, waarna we terechtkwamen op de straten van de meest belangrijke plek van het land, alhoewel deze vroeger belangrijker was dan nu. De straten waren ruim en hier en daar stonden gebouwen en bomen. Kanonnen sierden een zijkant. Het paleis stond helaas in de stijgers, in tegenstelling tot een viertal witte kerken met gouden bollen, allen opgesteld rond een pleintje met in het midden een grote kerstboom. We betraden ze één voor één en bekeken bij ieder de rijkelijk versierde wanden, plafonds, sarcofagen en andere attributen. Daarnaast bevonden zich op het Kremlin nog een enorm kanon en 's werelds grootste bel, die ironisch genoeg nog nooit geluid heeft en nu -gebroken, omdat hij te zwaar bleek om te blijven hangen- op de grond staat. Heel veel meer was er hier echter niet te zien. Ondanks dat het lijkt alsof we niet heel veel gedaan hebben, was het toch al het einde van de middag en waren we behoorlijk moe.

Over enkele gladde paden, tussen door kinderen gemaakte sneeuwpoppen, liepen we terug naar het Rode Plein, waar het nu, net als gisteravond, stampvol stond. Hier dachten we nog een groot winkelcentrum in te kunnen, maar uiteraard was ook deze gesloten. We gingen daarom een restaurant binnen om eerst wat te drinken, om daarna lekker te eten. Uiteindelijk zijn we terug naar het hostel gelopen (en geglibberd), waar we op zich redelijk vroeg aankwamen. De rest van de avond hebben we niet veel bijzonders meer gedaan en zijn we op tijd gaan slapen. Die slaap hadden we immers wel nodig na twee korte nachten!

Dag 7: Kriskras door de stad
Maandag 2 januari 2012

Afgelopen nacht heeft het niet meer gesneeuwd, maar wel gevroren, waardoor de overgebleven sneeuw buiten nog steeds aanwezig was en de ongeveegde stoepen spekglad waren. Lopen ging op vele plekken daarom soms behoorlijk moeizaam, maar liep altijd goed af. Na een ontbijtje in een patisserie gleden we naar het Rode Plein, waar in een mooi rood gebouw zich het State History Museum bevond. We betraden dit oudste museum van het land, waar je in 39 zalen kennismaakte met alle geschiedenis van het land, van de steentijd tot de 20e eeuw. Het recente oorlogsverleden zat er dus niet bij, en zullen we ook niet meer te zien krijgen, omdat het Sovjetmuseum helaas dicht is vandaag. Dit museum was echter ook zeer de moeite waard en bevatte onder meer stenen, boeken, kostuums, sieraden, munten, zegels, iconen, gebruiksvoorwerpen, schilderijen, wapens en mooie muurschilderingen. Na het museum liepen we een rondje door GUM, een winkelcentrum met allemaal luxe en dure winkeltjes, gelegen aan het plein. Interessanter was echter de Sint-Basiliuskathedraal, welke we daarna een bezoekje brachten. Deze was van binnen echter totaal anders dan we verwacht hadden. In tegenstelling tot één grote versierde ruimte binnenin, liepen we door smalle stenen gangetjes die hier en daar naar kleine ruimtes leidden. Hierin waren achter glas iconen te zien en enkele andere kerkelijke attributen. Via een verstopte wenteltrap kon je een verdieping hoger komen, waar zich centraal een niet al te grote, maar wel erg hoge, stenen ruimte bevond: de centrale toren van de kathedraal. In de ruimte stond slechts een altaar. Om de toren waren slingerend andere gangen en nisjes te vinden, met kleine ruimtes die vele iconen bevatten. Deze ruimtes waren tevens de binnenkanten van de overige torens met de bollen; de meeste hiervan waren echter ontzettend kaal (wit), een schril contrast met de gekleurde buitenkant. Desondanks was het een unieke ervaring.

We verlieten het Rode Plein en liepen een stuk langs de rivier die door Moskou loopt. Ook lopend langs de muren van het Kremlin en een drukke weg gingen we westwaarts, waar we uitkwamen bij de laatste kerk die we zouden bezoeken: de grote Church of Christ the Saviour. Het was een grote witte kerk met gouden bollen, had een lange rij om naar binnen te mogen, maar was voor de verandering wel gratis, omdat deze nog in gebruik was. Van binnen merkten we dit direct: in deze enorme ruimte, opnieuw versierd met allerlei afbeeldingen, krioelde het van de mensen. Dit waren zowel nieuwsgierige toeristen als gelovigen, die waren gekomen om kaarsjes aan te steken (welke als ze al half afgebrand waren door een zuster werden verwijderd), kruisjes te slaan en afbeeldingen te kussen. Onder de kerk bevonden zich ook nog enkele ruimtes. Na dit bezoek liepen we een brug over naar een niet heel bijzonder eilandje in de rivier, waarna een andere brug ons naar de andere kant van de stad bracht. Hier liepen we verder langs het water en passeerden we een immens groot beeld van Peter de Grote op een zeilschip op een sokkel. Bij een klein parkje bekeken we vervolgens enkele sculpturen.

Verderop kwamen we terecht bij het grote en populaire Gorky Park, een stadspark dat op een dag als vandaag, in de kerstvakantie met sneeuw, ontzettend in trek was bij het volk. Een andere reden waren de diverse winterse activiteiten, die honderden mensen in warme kleding hadden getrokken. Op de gladde padden was het ideaal om te sleeën, kerstmuziek klonk overal, kraampjes verkochten hotdogs en warme dranken, sneeuwballen werden over en weer gegooid en een poppenkast was aanwezig. Daarnaast was er een vrij groot schaatsparcours uitgezet en stond een enorme rij van mensen te wachten om dit ijs met hun schaatsen te betreden. Alhoewel het park ook (standaard) een spaceshuttle bevatte, was een veld met sneeuwpoppen een absoluut hoogtepunt. In een rond gebied met een doorsnede van zo'n 30 meter stonden op z'n minst 150 levensgrote sneeuwpoppen, bijna allemaal voorzien van ogen, neus en mond. Het was een veld waar je doorheen kon lopen, waarna je omringd was door deze prachtige creaties, overduidelijk gemaakt door kunstenaars. Na het park liepen we een voetgangersbrug over, waarna we in een buitenwijkje van de stad terechtkwamen. Bij een theater met de Russische versie van de musical The Sound of Music namen we de metro terug naar het Rode Plein, om op zoek te gaan naar een plek om te eten. We kwamen uiteindelijk terecht in een restaurant waar we voor weinig geld voortreffelijk gegeten hebben. De bediening was echter niet zo oplettend, waardoor een stel zonder te betalen wegliep en tot vier keer toe mensen waren gaan zitten, geen kaart kregen en daardoor weer vertrokken!

Na dit diner hebben we nog een grote ronde door de stad gemaakt, en wel via het uitgebreide metronetwerk. De metro van Moskou is misschien wel het meest uitgespreide museum ter wereld en de mooiste metro ter wereld. Elk station ziet er prachtig uit. Ze zijn allemaal anders, maar toch allemaal ontzettend artistiek en vol met kunst. De Lonely Planet had een negental stations genoemd, welke we allemaal aandeden. We hoefden slechts één keer de metro te betreden, waarna we gewoon treinen in- en uit- konden stappen en de hallen konden bekijken. De ene hal had legerafbeeldingen van mozaïek op het plafond, de andere standbeelden van mensen met diverse beroepen, weer een andere prachtige schilderingen van het dagelijkse leven en nog een ander reliëfs. Zelfs glas-in-lood kwam voorbij. Het was een indrukwekkende trip kriskras onder de stad. Laat op de avond kwamen we na een lange en vermoeiende dag terug bij het hostel. Onze laatste dag zat erop. Morgen zullen we helaas alweer in het vliegtuig stappen op weg naar huis.

Dag 8: From Russia with Love
Dinsdag 3 januari 2012

Het was vandaag alweer de laatste dag van onze stedentrip. De tijd is ontzettend snel voorbij gegaan, maar we hebben toch een hele hoop gedaan. We liepen vanochtend na het uitchecken met alle bagage naar een tentje om te ontbijten, waarna we de metro namen naar het treinstation. Met de Aeroport Express trein reden we in 45 minuten naar het Domededovo vliegveld. Het was een luxe ritje, waarbij we door typisch Russische besneeuwde landschappen reden, en bomen, huizen en fabrieken aan ons voorbij zagen trekken. Na het inchecken hebben we een tijdje op het grote vliegveld rondgekeken (en ons verbaasd over de vele mensen die hun tassen volledig in plastic lieten wikkelen), alvorens door een zeer uitgebreide controle te stappen. Hier zaten we al om 13.00 uur, terwijl het vliegtuig pas om 15.15 uur zou vertrekken. Na een wachttijd bij de gate stapten we op het vliegtuig om in een kleine 3,5 naar Frankfurt te vliegen, waar we vanwege de stevige wind een schommelende landing maakten. Om 17.35 uur steeg het vliegtuig op naar Amsterdam en een uur later waren we weer terug in ons landje.

Onze stedentrip in Rusland zat erop. Het waren zes mooie dagen in Sint-Petersburg en Moskou. Beide waren leuke steden met prachtige bezienswaardigheden. Alhoewel we niet alles hebben kunnen doen hier, met name het aanschouwen van de meest recente geschiedenis, hebben we een zeer goed beeld gekregen van de steden. Een volledige indruk van Rusland hebben we uiteraard vanwege de grootte niet kunnen krijgen, maar tot dusver is het goed bevallen. Een goede reden om ooit wellicht nog eens terug te keren naar Moeder Rusland! Tot de volgende keer!

Zie de lijst met Links aan de rechterkant van dit scherm om vele foto's te bekijken.

4 reacties | reageer

Sint-Petersburg

Dag 1: Naar Moeder Rusland
Dinsdag 27 december 2011

Om 6.00 uur reden we al weg van huis; het was tijd voor een onvergetelijke week naar Sint-Petersburg en Moskou! Binnen drie kwartier waren we op Schiphol aangekomen, waar we uiteraard veel te vroeg waren. Het wachten bij de gate kon beginnen. Eerst zouden we naar München vliegen, om van daaruit met een ander toestel door te vliegen naar Sint-Petersburg. Aangezien we maar een overstap van drie kwartier zouden hebben, waren we niet heel blij toen we zagen dat het vliegtuig voor de onze langer bij de gate bleef staan dan gepland. Met een kwartier vertraging vertrokken we om 9.00 uur alsnog, in een klein vliegtuig waarbij we voor de verandering eens onder de vleugel zaten. De vlucht van 75 minuten verliep prima en zelfs bij Lufthansa kregen we nog een broodje te eten. In München was het haasten om bij de gate te komen, maar zelfs na een lange rij bij de paspoortcontrole waren we op tijd. Om 11.05 uur stegen we op vanuit zonnig München, om 2,5 uur boven de wolken te vliegen. We kregen een prima maaltijd en ik doodde de tijd met het lezen van de Lonely Planet. Toen we in grauw en grijs Sint-Petersburg aankwamen, verbaasden we ons over het gegeven dat het 16.55 uur was, 3 uur later dan in Nederland, in plaats van 2 uur, zoals onze telefoons aangaven. Toen we het vliegtuig uitstapten, merkten we dat het met het weer wel meeviel; het was ongeveer 6 graden. Toch stond er buiten een politieagent met zo'n bekende ronde Russische warme muts. We waren in het grootste land ter wereld aangekomen!

In de aankomsthal was het een drukte van jewelste, omdat iedereen nog arrival en departure cards moest invullen en in de lange rijen van de douane moest plaatsnemen. Terwijl we wachtten, keken we naar advertenties met het Cyrillische schrift, wat even wennen was. De bagagehal was rommelig, maar al snel vonden we 1 van de 2 tassen. De tweede verscheen echter niet. Uiteraard moest het mij overkomen om m'n bagage kwijt te raken! Ik baalde en moest bij de Lost and Found uiteindelijk talloze papieren in viervoud invullen. Waarschijnlijk zou het met een volgende vlucht komen en morgen naar het hostel gebracht worden. Met een tas minder verlieten we het vliegveld en stapten we al vrij snel in een lokale bus naar de stad; de speciale Airport Express reed niet. De stadsbus was echter prima te doen voor 21 roebel (ongeveer 70 cent) en de kaartjesmevrouw wees ons de juiste halte voor een overstap naar de metro. Net als op de weg was het hier erg druk. De metro was makkelijk en snel en niet veel later waren we op onze bestemming. Via een drukke weg, vol met auto's, mensen en winkeltjes, liepen we naar het hostel, Babushka House, op de 3e verdieping in een zijsteegje. Hier werden we enthousiast onthaald door de receptionistes. Het zag er gezellig uit en de tweepersoonskamer leek ook van prima kwaliteit.

Door niet heel erg koud, maar wel winderig Sint-Petersburg liepen we rond over met kerstlichtjes versierde drukke straten, op zoek naar een plek om te eten. Er waren veel koffietenten, fastfoodrestaurants en sushirestaurants. Bij zo'n laatste namen we een lekker hapje eten. Zelfs om 22.30 uur, toen we terugliepen, was het nog druk. Omdat Sint-Petersburg Nederlandse architectuur als inspiratie had genomen bij de bouw, voelden we ons snel thuis, met statige en mooie gebouwen, zoals in de Haagse binnenstad, maar dan allemaal met teksten in het Russisch. Op onze erg warme kamer was het vervolgens tijd om uit te rusten na een lange dag.

Dag 2: Klassiek Sint-Petersburg
Woensdag 28 december 2011

De telefoonwekker ging tegen achten, waarna ik erachter kon komen hoe luxe de douches hier waren. Het gratis ontbijt dat we konden ophalen, stelde echter niet veel voor met een beetje brood, een kwarkje, heet water, theeblaadjes, maar geen zeefje. Tijdens dit ontbijt kregen we een telefoontje van de luchthaven: m'n tas was terecht en zou later vandaag gebracht worden! Er stond een mooie dag op het programma door het klassieke hart van Sint-Petersburg. Toen we rond 9.30 uur naar buiten liepen, was het nog hartstikke donker, iets dat nog zo'n 1,5 uur zou blijven! Het was koud, maar met een graad of 2 boven nul nog best uit te houden. Tussen de verlichtte gebouwen, de vele kerstlampjes en de paar kerstbomen, liepen we via Nevsky Prospekt, de hoofdweg van de stad, richting het Hermitage, één van 's werelds grootste en bekendste musea. Onderweg maakten we echter nog diverse uitstapjes die de wandelroute van de Lonely Planet aangaf. We zagen mooie klassieke gebouwen, veel mensen en vele auto's, alvorens we een parkje konden bekijken, een brug over het water en een theater. We kwamen uit bij de grote, met lampen beschenen Kazan-kathedraal, welke geïnspireerd was door de Sint-Pieter in Rome. Alhoewel hij een stuk kleiner was, waren de zuilen eromheen, geplaatst in een halve boog, typerend. Binnen zag het er ook mooi en ruim uit, en bleven we nog even kijken naar een mis. Langs een gracht liepen we richting een ander hoogtepunt van de stad: de Church of the Savior on Spilled Blood, een kerk welke zijn inspiratie had gehaald uit de Basiliuskathedraal in Moskou. Met bruinoranje zijden en bollen op de top in diverse kleurtjes, was dit een fascinerend, typisch Russisch pronkstuk. Op een tourbus met enkele Japanners na, viel het aantal toeristen mee, alhoewel dat ook kon komen omdat de kerk gesloten was.

Langs het kanaal, met ernaast het Nederlandse consulaat, en een paar straatjes, kwamen we bij de rivier die de stad doormidden breekt.  Aan de overkant zagen we twee eilanden, met op één het fort dat we later nog zullen bezoeken. Aan onze kant bevond zich het Winterpaleis van de Russische tsaren, waarin nu een groot deel van het Hermitage gevestigd zit. Met veel tegenwind liepen we om dit grote, groen-witte, imposante gebouw heen, naar het grote paleisplein, bekend om Bloody Sunday en de Oktoberrevolutie. Hier bevond zich niet alleen een hoge zuil met een standbeeld van Alexander I, maar ook de ingang van het museum. We liepen hier rond 11.30 uur naar binnen en wisten ons hier maar liefst 4 uur te vermaken. Maar er was dan ook ontzettend veel te zien, wat nog mooi was ook! En dan mocht ik als 'student' (altijd handig om je pasje te bewaren!) nog gratis naar binnen. Over drie gigantische verdiepingen bevonden zich meer dan 300 ruimtes met uiteenlopende kunstwerken. Zonder in veel detail te treden, hier een losse opsomming: Griekse en Romeinse beelden, Egyptische kunst, enorm veel Nederlandse, Vlaamse, Franse, Spaanse en Italiaanse schilderijen, harnassen en wapens, Aziatische voorwerpen, enz. Al met al zeker een bezoek waard en een must-visit voor elke kunstliefhebber!

Vermoeid hebben we een drankje gedronken in een eetcafé, alvorens terug te keren naar het hostel. De bagage was helaas nog niet gearriveerd. Hier rustten we uit, om vervolgens via een alsmaar drukker wordende straat terug richting het Hermitage te gaan. We hadden namelijk kaartjes gekocht voor een voorstelling van de welbekende Notenkraker! Ballet is legendarisch in Rusland, dus wilden we deze kans niet laten schieten. Aangezien het statige Mariinsky Theater ontzettend duur was (meer dan €300), kozen we voor een voorstelling in het iets beter betaalbare Hermitage Theater. De twee uur durende show die we voorgeschoteld kregen was echter adembenemend mooi. De zaal was niet heel groot, waardoor we dichtbij het orkest en het podium zaten en alles erg goed konden zien. Met een man of 50 werden de drie aktes van het stuk prachtig uitgebeeld. De muziek was herkenbaar en groots, de kostuums waren mooi en de dans was zeer gevarieerd en van heel hoog niveau. Het stuk was speels en afwisselend en daardoor allesbehalve saai. Een echte aanrader! Met een grote glimlach verlieten we het theater, om bij een restaurantje eenvoudige beef stroganoff te bestellen, een typisch Russisch gerecht. Terug in het hostel kon ik terugkijken op een gave dag, en met het arriveren van m'n bagage ook vooruit kijken naar nog een paar prachtige dagen!

Dag 3: Een kijkje in het verleden
Donderdag 29 december 2011

De wekker, de douche en het ontbijt waren vandaag exact hetzelfde als gisteren, met als enige verschil dat er nu theezakjes lagen. Met warme kleding, warmer dan gisteren nu ik m'n tas weer had, liepen we naar buiten. De warme kleding, muts en handschoenen waren vandaag ook meer nodig dan gisteren. In tegenstelling tot een enigszins zonnige dag gisteren, was het vandaag een stuk frisser, bewolkter en natter. Echte regenbuien hebben we niet gehad, maar zo nu en dan voelden we wat druppels. Sneeuw hebben we helemaal niet gezien; ongewoon voor de tijd van het jaar, zegt de receptioniste. Laten we hopen dat de weerberichten kloppen en het in Moskou wel sneeuwt. Door het donker liepen we over Nevsky Prospekt naar het Russiche museum, waar een standbeeld voor stond. Het museum, met Russische kunst, sloegen we over, en we liepen verder langs een paleis, de Mars Fields en de Summer Garden, naar de rivier. Hier bevond zich een brug naar een ander eiland van de stad, met daaraan grenzend het Peter & Paul Fortress. We zagen deze vanaf de brug al van een afstandje, met een paar torens die boven de muur uitstaken. In het fort kochten we een combi-ticket voor diverse bezienswaardigheden. Een grote kathedraal lag centraal in het fort, met binnenin allemaal graftombes van belangrijke personen uit de geschiedenis van de stad, waaronder Peter de Grote. Verdere aankleding van binnen was te vinden in de vorm van een steiger (voor restauratiedoeleinden) en enkele kunstpalmbomen. In het fort bezochten we ook de gevangenis, waar we over twee verdiepingen in de grote, maar erg kale cellen mochten kijken en leerden over het 'leven' hier. Daarnaast beschikte het fort over een groot museum over de geschiedenis van de stad; over de bouw, het transport, de levensstijl en veel meer dan we in eerste instantie hadden verwacht. Interessant was het echter wel. Het was al over lunchtijd en namen in het café iets te eten en drinken. Het raketmuseum daarnaast was ook inbegrepen in ons kaartje, maar maakte helaas niet echt veel indruk. We verlieten het fort en liepen naar de overkant, waar zich het Artillery Museum bevond, een groot museum over het oorlogsverleden van het land. Tot onze grote teleurstelling was deze vandaag en de rest van de week gesloten; de voorkant en de tuin zagen er met een paar dozijn tanks, luchtafweergeschut en andere legervoertuigen namelijk zeer indrukwekkend uit. Genoodzaakt liepen we verder langs het water, met een ouderwets schip dat nu van binnen was omgebouwd tot een fitnessruimte en restaurant!

We liepen een brug over naar een ander eiland, waarvandaan we een mooi uitzicht hadden over de rivier met aan de overkant het Winterpaleis en de Admirality. Een bruidspaar vond het hier ook fotogeniek en poseerde netjes voor de camera (van hun gezelschap). Via een brug kwamen we weer aan 'onze' kant van de rivier terecht en liepen we naar het bekendste standbeeld van de stad: The Bronzen Horseman, een beeld van Peter de Grote op een paard op een rots. Een paar meter verder bevond zich de grote St. Isaac-kathedraal, met een hoge en grote gouden koepel die je op vele plekken in de stad kunt zien. Het was nu een museum en eenmaal binnen snap je waarom: het zag er prachtig uit omdat alles versierd was. Het plafond stond helemaal vol met afbeeldingen, op alle randen stonden gouden beelden en zelfs daar weer onder waren schilderingen te vinden. Je keek je ogen uit. Nadat we dit volop hadden gedaan, liepen we langs een standbeeld en een kanaal verder. We kwamen uit bij het welbekende Mariinsky Theater, in de kleuren groen en wit. Een voorstelling daar zat er voor ons echter niet in, en we liepen iets verder naar de nog imposantere St. Nicholas-kathedraal. Van buiten dan, aangezien deze mooie koepeltjes had en -zeer apart- helderblauwe muren had. Van binnen was het niet zo heel bijzonder.

Het was al etenstijd en we stapten een restaurantje in voor een smakelijke maaltijd. We aten enigszins aan de vroege kant, aangezien we om 19.00 uur aanwezig moesten zijn in het Nikholaevsky Palace voor de voorstelling Feel Yourself Russian. Het paleis zag er mooi en statig uit en we werden op de grote rode trap ontvangen door een man en vrouw in traditionele kleding en een glaasje champagne. In de 2 uur die volgden werden we samen met nog zo'n 50 andere toeristen getrakteerd op een ontzettend vrolijke folkloreshow. Een team van zangers, dansers en muzikanten lieten ons allerlei verschillende dansen tonen, welke erg mooi, grappig en knap waren. Getalenteerde mensen waren het zeker. Er waren er vier mannen die luidkeels zongen (tot onze verrassing kwam de Russische versie van Ik Ben Vandaag Zo Vrolijk ook voorbij), vrouwen die rondzwierden, enkele komische acts en kozakken die aardig uit de voeten konden met hun benen. De diverse prachtige kostuums maakten het compleet. De show was overduidelijk opgezet voor toeristen, maar desondanks gaf het een zeer vermakelijke kijk op de Russische folklore. Met sjaal, muts en handschoenen liepen we halverwege de avond terug richting het hostel, wat nog een heel eind was. Bij Sennaya Square besloten we de metro te nemen, maar niet voordat we bij dit levendige stukje stad een kijkje hadden genomen. Er waren hier eettentjes, marktkraampjes met allerlei prullaria, kerstbomenverkopers (nog steeds na Kerst, en zelfs met vele kopers) en een modern winkelcentrum met verschillende verdiepingen met allerlei soorten winkels en een bioscoop. De metro bracht ons terug in de buurt van het hostel, waar we uitrustten op de kamer en voor de laatste keer in Sint-Petersburg gingen slapen.

Dag 4: Het grote paleis van Catherine
Vrijdag 30 december 2011

Na het standaardritueel in de ochtend checkten we uit bij het hostel, maar lieten we onze bagage nog achter, omdat we pas laat in de avond echt zouden vertrekken. Om 23.55 uur zouden we de slaaptrein nemen naar Moskou, maar voor het zover was, wilden we nog het een en ander doen. We legden enkele haltes af met de metro, waarna we op een plein terechtkwamen met allerlei minibusjes. We zijn degene ingestapt die naar Pushkin ging, een dorpje 27 km ten zuiden van de stad, waar zich het paleis bevond van Catherine. Het was een rit van 40 minuten door de buitenwijken van de stad en over de snelweg. Bij de toegangsweg van het paleis werden we begroet door een groepje muzikanten die kerstmuziek speelde. Om een of andere reden hoorden we ze even later ook het Wilhelmus spelen. Het blauw met witte paleis zag er erg groot, mooi en indrukwekkend uit. Nadat we kaartjes hadden gekocht en, met hoesjes om onze schoenen, de eerste van de vele zalen betraden, keken we onze ogen nog veel meer uit. Veel van de kamers waren prachtig versierd met een overvloed aan goud: gouden beeldjes, spiegels, lampen en andere versieringen. De kamers hadden uiteraard allemaal een ander doel; zo was er een grote slaapkamer, een eetzaal met sjieke tafels en stoelen, een studeerkamer met een antieke schrijftafel, maar ook een kamer met alleen maar schilderijen (terwijl er in andere kamers ook al genoeg van hingen) en een paar kamers geschilderd in andere kleuren dan goud. Eén kamer werd de Amber Room genoemd, vanwege alle stukjes amber aan de wanden. Een tijd liepen we door het paleis, waarna we in het café iets te eten en drinken namen, alvorens een klein rondje te lopen door de grote tuin, met nog een paar gebouwtjes, een meer en veel groen. Vanwege de winter waren vele bomen echter kaal, waardoor het niet zo groen zo zijn als in de zomer. De gehoopte sneeuw was er ook niet. We verlieten het paleisterrein en gingen op zoek naar de bus terug. Dit viel echter niet mee en een aardige tijd hebben we door het dorpje gedwaald op zoek naar de juiste bushalte. De mensen hier wezen ons ook steeds een andere kant op, terwijl ze vrolijk in het Russisch door bleven praten. Uiteindelijk wist een vrouw ons op een juiste bus te wijzen, welke op dat moment arriveerde. Deze ging inderdaad terug naar Sint-Petersburg. Hier namen we twee metro's naar een andere uithoek van de stad.

Na een stukje lopen, kwamen we bij een park aan met veel gras, kale bomen, gedeeltelijk bevroren vijvertjes en speeltoestellen. Nog een heel stuk verderop bevond zich hetgeen waarvoor we gekomen waren, de Smolny-kathedraal. Van buiten zag deze er opnieuw apart, maar wel erg mooi, uit. Toen we naar binnen wilden, hield een vrouwtje ons tegen, om in het Russisch te vertellen dat de stroom niet werkte en dat binnen alles donker was. Rondkijken was daarom niet mogelijk. Teleurgesteld liepen we het hele eind weer terug, door oude en vervallen woonwijken met gebarsten gebouwen en vieze auto's (alhoewel je hier geen enkele schone wagen ziet). Na een warm drankje in een cafeetje gingen we met de metro naar Nevsky Prospekt, en terug naar de Church of the Savior on Spilled Blood. Deze koepelkerk hadden we immers nog niet van binnen gezien. De keuze om deze op de valreep toch nog te bezoeken, was niet verkeerd, aangezien hij van binnen minstens zo speciaal was als de St Isaac. Alle muren waren versierd met afbeeldingen, net als de plafonds. Deze waren echter niet geschilderd, maar ingelegd met allemaal kleine gekleurde steentjes, wat alleen van dichtbij goed te zien was. Over de afbeeldingen op het hoge plafond ben ik dan ook niet zeker. Na de kerk doken we een souvenirwinkeltje in, waar we allebei het meest typische Russische souvenir kochten: een setje matroesjkapoppetjes! Bij een restaurant genoten we vervolgens van een heerlijke pizza, waarna we alvast naar het station liepen om onze gereserveerde treinkaartjes op te halen. Het was druk op het grote station en bij de vele loketten stonden ook lange rijen. Het duurde een eeuwigheid voordat we aan de beurt waren (ons geduld werd ernstig op de proef gesteld), omdat iedereen minstens 5 minuten bezig was bij het loket. Het vrouwtje keek eerst even verbaasd naar onze reservering, maar wist uiteindelijk toch tickets uit te printen. We liepen hierna terug naar het hostel, waar we nog een uurtje hebben uitgerust.

Met al onze bagage verlieten we Babushka House en gingen we opnieuw naar het station, waar om iets over elven de Red Arrow aan kwam rijden. Dit is een legendarische rode slaaptrein die al decennia lang dagelijks om 23.55 uur, onder begeleiding van het Russische volkslied, naar Moskou vertrekt en daar 8 uur later, 700 km verder, aankomt. De trein zag er met recht klassiek uit, maar wel erg mooi! Bij elke coupé stond een dame te wachten om mensen met tickets binnen te laten. We stapten coupé 2 binnen, liepen door de gang met sjieke geelrode gordijntjes en betraden onze slaapcabine met vier bedden en een tafeltje. Het leek allemaal sterk denken aan de treinen die ik in China had genomen. Precies op tijd vertrok de trein en langzaam verlieten we Sint-Petersburg. Na een lekker bakje thee was het tijd om te gaan slapen. Het eerste deel van deze reis was voorbij.

Zie de lijst met Links aan de rechterkant van dit scherm om vele foto's te bekijken.

0 reacties | reageer

Nog 3 dagen: Sint-Petersburg & Moskou

Voor de tweede keer dit jaar heet ik je van harte welkom op mijn reisblog! Na een ontzettend avontuurlijke vakantie door Kenia en Tanzania afgelopen zomer, is het deze winter tijd voor iets totaal anders! Aangezien de voorspelde horrorwinter in Nederland zich op dit moment niet echt wil vertonen, heb ik besloten zelf de winterse sneeuw op te zoeken. Deze hoop ik over drie dagen, vanaf 27 december 2011, te vinden in de twee grootste steden van het grootste land ter wereld: Sint-Petersburg en Moskou in Rusland! Voor maar liefst acht dagen zal ik hier proberen de ijzige kou te weerstaan en te genieten van al het moois dat deze steden herbergen. De strenge Siberische vorst zal ik niet gaan meemaken, maar met temperaturen van ongeveer -10°C en kans op sneeuw, gaat er zeker lekkere warme kleding mee!

Dit keer zal ik niet alleen op het vliegtuig stappen; m'n moeder Ria heeft aangegeven deze twee wereldsteden ook graag eens te willen zien, dus ook zij zal gaan ervaren hoe oud en nieuw op het Rode Plein gevierd wordt. Er staat een vol programma op de boeg, waarbij we voor elke stad drie dagen de tijd zullen hebben. Na een vlucht op dinsdag, hebben we woensdag, donderdag en vrijdag de tijd om in Sint-Petersburg de wereldberoemde Hermitage te bezoeken, kennis te maken met het Russische verleden, prachtige paleizen te bewonderen en als klap op de vuurpijl een balletvoorstelling bij te wonen van de Notenkraker. Op vrijdagnacht zullen we de nachttrein nemen naar Moskou, waar we de volgende ochtend, op oudejaarsdag, zullen arriveren. Hopelijk zullen er die dagen, in tegenstelling tot enkele dagen van de afgelopen weken, geen grote demonstraties plaatsvinden naar aanleiding van de recente verkiezingen. Zodoende kunnen wij ongestoord het nieuwe jaar inluiden met een glaasje wodka (en nog meer vuurpijlen), de grootsheid van het Kremlin aanschouwen en meedoen met allerlei winterse activiteiten!

Op dinsdag 3 januari 2012 zullen we terugvliegen naar Nederland, waarbij we hopelijk op een mooie reis kunnen terugkijken. Maar eerst is het, na vele voorbereidingen betreffende alle boekingen, visa en het programma, tijd om in te pakken en te genieten van twee kerstdagen van ongeveer +10°C! Bij deze fijne feestdagen gewenst!

Tot de volgende keer, ofwel vanuit Rusland als ik over internet beschik, dan wel vanuit Nederland als we weer terug zijn!

0 reacties | reageer

Tanzania, deel 2

Dag 17: Kilimanjaro
Zondag 24 juli 2011

Na een prima nacht, een heerlijk warme douche (eindelijk!) en een ontbijt zat ik om 9.00 uur met Erwin bij de receptie, in spanning afwachtend op onze beklimming van de komende zes dagen en vijf nachten. Na meer dan een halfuur wachten (T.I.A) werden we door een busje opgehaald, waar maar liefst acht Tanzaniaanse personen in zaten die met ons mee zullen klimmen. Zo hebben we twee gidsen (allebei luisterend naar de naam Frank) en zes personen die niet alleen onze bagage zullen dragen, maar ook alle tenten, kookspullen en het eten. We reden naar de Machame-gate, het begin van de populaire Machame-route, ook wel whisky-route genoemd. Terwijl de dragers alvast op pad gingen, kon ik na enige moeite een warme jas huren en moesten we een ontzettend lange tijd wachten (tot over twaalven) om een permit rond te krijgen. Onze gekregen lunchbox ging daarom ook eerder open dan gepland. We kregen een pakje drinken (naast de liters water die we zelf hadden meegenomen), een banaantje, een grote pennywafel, een droge muffin, een gekookt eitje, een gebakken deeglapje met vlees en een grote koude kippenpoot. Allemaal energierijk en voedzaam. Onder begeleiding van de niet echte enthousiaste hulpgids begonnen we aan de eerste etappe. Deze liep door het regenwoud over een modderig pad door de bomen en struiken heen. Soms liep het pad schuin, op andere plekken waren 'traptreden' aangelegd van stukken hout tussen het zand. Stenen en rotsen staken ook vaak uit het zand. Gezien de natte grond was het her en der aardig glad, waardoor we voorzichtig moesten lopen. Rustig lopen moest sowieso, om gelijkmatig te stijgen en goed te acclimatiseren. Tijdens de 18 km die we moesten afleggen vandaag, zouden we van 1800 meter al naar 3000 meter stijgen. Het was daardoor dus een lange en vermoeiende klim, met soms erg steile stukken. Zo nu en dan vroeg ik me af waarom ik hiervoor gekozen had en nu niet in de bus richting een tropisch strand zat. Toch waren we niet de enige personen hier. Sterker nog: ik ben hier nu al meer mensen tegengekomen dan tijdens de afgelopen twee weken. Op het pad was het echt een drukte van jewelste, vooral vanwege alle dragers. Soms haal je hen in omdat ze uitrusten, maar nog vaker halen zij jou in vanwege hun hogere tempo. Allemaal droegen ze grote tassen op hun rug, met soms nog dozen eieren daar bovenop, en soms bovenop hun hoofd nog een grote zak met tenten en/of matjes. Makkelijk hadden ze het niet. Makkelijk hadden wij het echter ook niet, waardoor we zo nu en dan even uitrustten. Warm was het niet (vanwege de schaduw van de bomen en de vele wolken), maar echt koud was het ook weer niet. Eén of twee lagen kleding waren daarom genoeg voor ons. Van het lopen kregen we het sowieso al erg warm, waarbij het zweet vaak van ons lichaam gutste.

Na enkele uren kwamen we tegen 16.30 uur bij Machame Camp aan. De vegetatie was op deze hoogte anders dan beneden: minder grote bomen en meer uitzicht, alhoewel dat op zich nog wel meeviel. Het pad was gelukkig niet modderig meer. De camping lag zeer verspreid over allerlei platgemaakte half verscholen veldjes, waarop de tentjes stonden. Terwijl wij op een boomstronk bijkwamen van de tocht, werden onze tentjes voor onze neus opgezet: ze waren iets groter dan van de afgelopen twee weken, maar gemaakt van veel dunner, compacter en lichter materiaal. Terwijl de andere dragers de andere tentjes opzetten en aan het eten begonnen, moesten wij ons registreren. Ook hier bleek onze hulpgids niet echt spraakzaam en gezellig. Gelukkig kon ik het prima met Erwin vinden en zaten we even later in een tent te kletsen met een schaal popcorn voor ons. Tijdens het lopen komt het er daar namelijk niet echt van.

Na zevenen kwam een drager naar de tent met heet water, thee, koffie en een kaarsje. Tafels en stoeltjes waren er niet, dus moesten we in de tent eten. Dat eten werd iets later gebracht, nadat het hulpje ons borden had gegeven met bestek en daarbij netjes een servet had neergelegd. Het bleek ontzettend veel te zijn. Wel smaakte de soep met brood, gekookte aardappels, groenten en visfilet ons goed. Er was echter nog heel veel over, wat het hulpje later kwam ophalen om waarschijnlijk met de overige crew op te maken. Goed verzorgd werden we zeker wel, ook al is de gezelligheid met de crew ver te zoeken. De iets vrolijkere hoofdgids kwam ons vervolgens nog iets vertellen over morgen, waarna ik terugging naar mijn eigen tent. Het was al behoorlijk koud geworden, dus met thermokleding en een jas stond ik later bij de wc, een hokje met een diep gat erin, om even later met iets meer dan alleen een pyjama aan m'n lakenzak en slaapzak in te duiken om op een niet al te dik matje te gaan slapen.

Dag 18: Hoger en hoger
Maandag 25 juli 2011

Na een koude nacht op een hard matje was het om 7.00 uur tijd om op te staan. Onze persoonlijke slaven, uhm, assistenten, brachten een bakje warm water en zeep naar de tent, gevolgd door borden en bestek en een veel te grote bak rijstepap. Dit was uiteraard te veel voor ons, ook omdat we daarna nog brood, omelet en worstjes kregen. Hopelijk zouden zij de rest opeten, iets dat wij niet kunnen zien omdat ze nogal afgezonderd zitten. Het smaakte wel oké. Hierna hoefden we alleen onze eigen spullen op te ruimen. Het afbreken van de tent deden de dragers voor ons, terwijl wij al op pad gingen met vers afgekoeld gekookt water en een lunchpakket met brood met tomaat, een kippenbout met de nasmaak van de vis van gisteren, een te zacht gekookt ei, een droog cakeje, een pakje drinken en een minibanaantje. Om 8.30 uur vertrokken we voor een tocht van pakweg 11 km, waarbij we van 3000 meter naar ongeveer 3850 meter zouden stijgen. Het was een lange en zware tocht, welke tot 14.30 uur duurde. Het grootste deel tot de lunchpauze was een lange, steile klim omhoog waar geen einde aan leek te komen. Elke keer als je dacht dat je de top had bereikt, volgde er daarachter wel weer een nieuwe top. Het pad bestond uit zand en rotsen, waar we soms voorzichtig overheen moesten klauteren. Alleen op het pad waren we zeker niet, aangezien we continu in een file van andere klimmers liepen. Voor en achter ons bevond zich een enorme stoet van dragers en toeristen.

We liepen vandaag niet meer door de jungle, maar over een behoorlijk open en laag begroeid gebied. Kleine boompjes, struikjes en planten domineerden het uitzicht. Toen we opzij of achterom keken, zagen we waar we deze zware tocht voor maakten. Het uitzicht op de boomrijke omgeving onder ons was prachtig! De tocht was in dat opzicht vandaag zowel letterlijk als figuurlijk oogverblindend. Letterlijk, omdat we lange tijd recht tegen de zon in liepen en daardoor maar erg weinig zagen. Veel wolken waren er niet, dus kregen we het al snel warm. Ook vanwege de enkele lagen kleding die we aan hadden, die we droegen omdat er zo nu en dan een koel briesje stond. Op een open plek aten we onze lunch, waarbij enorme raven zich in de lucht mee lieten voeren door de wind, azend op het eten dat iedereen op de grond gooide of liet vallen. Hierna volgde een minder steil stuk omhoog (maar niet per se minder vermoeiend), waarna nog een korte afdaling volgde naar Shira Camp. Het stond hier op een grote vlakte vol van de tentjes die de dragers, die ons hadden ingehaald, al op hadden gezet. Hierboven was het een stuk frisser vanwege de behoorlijke wind op de klif. De tentjes trilden daarom ook behoorlijk heen en weer. Zeep en water werd voor ons neergezet om de handen mee te wassen, waarna we thee kregen en een schaal met lekkere warme pinda's. Tot etenstijd hebben we in de tent liggen relaxen. Met het vijfde boek van The Wheel of Time, waar ik aan het begin van de reis mee begonnen was, wist ik me weer prima te vermaken.

Om 18.00 uur kregen we voor ons tweeën een complete maaltijd waar vier personen van zouden kunnen eten. Na een hele tupperware bak met preisoep volgden vier pannenkoeken, een groot bord vol met rijst, boontjes en wortel en nog een bak met roerbakgroente en stukjes vlees, gevolgd door een schaaltje sinaasappels. Toen de gids zag wat we hadden laten staan, begon hij ons bijna schuldig te laten voelen voor het werk van de kok. We zouden goed en veel moeten eten! Ja, dat wisten we, maar dit was wel heel erg veel! Na een uitleg over de route van morgen, waarvoor we een kortere route verkozen boven een langere (er is ergens een splitsing, maar uiteindelijk zou je in hetzelfde kamp uitkomen), doken we al vrij vroeg onze tenten in, waar de kou en wind nog enigszins te verdragen waren.

Dag 19: Op en neer
Dinsdag 26 juli 2011

Net als gisteren stonden we om 7.00 uur op, waarna we warm water en een ontbijtje kregen, ditmaal aangevuld met meloen. Een zonnige dag was het vandaag allesbehalve. Laaghangende wolken en mist zorgden ervoor dat het behoorlijk koud was. Zo nu en dan haalde een fris windje de gevoelstemperatuur nog verder omlaag. Gewapend met warme kleding, water, eten en een wandelstok begonnen we aan een barre tocht van 11 km. Het volgende kamp, Barranco, lag 'slechts' op 3950 meter, maar we moesten veel meer dan 100 meter stijgen. Om dichter bij ons einddoel te komen, moesten we eerst een klim maken tot 4300 meter hoogte. Het was gelukkig geen hele steile klim, maar ging geleidelijk aan. Zo nu en dan hadden we door de wolken heen uitzicht over relatief kale hellingen. Struikjes waren hier nauwelijks meer te vinden en alleen enkele plukjes gras of bloemetjes sierden de verder rotsachtige en steenrijke grond. Vogeltjes waren er ook niet meer, maar wel zag ik een bruin muisje met zwarte strepen wegschieten tussen de rotsen. De enorme drukte van gisteren was er vandaag niet. Blijkbaar liep iedereen meer verspreid. Toch werden we vaak genoeg ingehaald door dragers op het relatief brede pad.

Net als gisteren liepen vandaag beide gidsen met ons mee, maar ook nu bleven ze redelijk sprakeloos. De hulpgids bleek daarnaast niet echt een gezellige gesprekspartner voor de hoofdgids te zijn, want telkens als deze lange verhalen aan hem vertelde (in het Swahili), was zijn reactie steevast "hmmm". We hebben enkele korte stops gemaakt, maar vanwege de kou was het niet erg comfortabel om lang stil te blijven zitten. Bovenaan konden we voor een langere en hogere omweg langs Lava Tower kiezen, of voor een kortere route. Deze laatste namen wij, waarbij we tijdens een gladde afdaling juist een mooi uitzicht op deze opvallende rots hadden. De meeste stenen en rotsen in de omgeving zagen er overigens zwart uit vanwege schimmel. Tijdens de afdaling kwamen we langs een stroompje water, dat afkomstig moest zijn van de smeltende sneeuw op de top. Nog een paar keer gingen we op en neer, waarna we een laatste afdaling maakten door een gebied met zeer bijzondere planten. Terwijl we aan onze linkerhand een pad enorm steil een berg op zagen gaan, liepen wij recht het Barranco Camp in. Het was pas tegen tweeën, dus hadden we na koekjes, popcorn en warme thee weer genoeg tijd om te relaxen. Terwijl er af en toe een druppeltje regen op de tent viel, las ik m'n boek.

Tegen zessen kregen we ons avondmaal van pompoensoep, pasta, groente, gehaktballen en meloen. Dit alles smaakte erg goed. Omdat er verder weer niet veel te doen viel (behalve moeizaam proberen te kletsen met de vriendelijke ‘ober'), poetste ik al snel m'n tanden boven een struikje op de rots hier, bracht ik een bezoekje aan een klein krot -gevestigd naast een afgrond- met een diep gat in de grond en dook ik vervolgens m'n warme slaapzak in. Hopelijk word ik komende nacht minder vaak wakker dan afgelopen nacht, iets dat kwam door de kou en de harde ondergrond. Het zal morgen weer een zware dag gaan worden, dus rust is wel nodig.

Dag 20: Tocht zonder einde
Woensdag 27 juli 2011

Vanochtend hadden we weer precies hetzelfde ochtendritueel als de voorgaande dagen. Na het ontbijt vertrokken we voor een tocht van zo'n 11 km. Het was minder bewolkt en fris dan gisteren, dus het beloofde een mooie dag te gaan worden. Eerst moesten we vanuit het kamp Breakfast Wall trotseren: dit was een zeker 300 meter hoge steile rots, welke ik gisteren al met argusogen had bekeken. Om hier bovenop te komen, hebben we behoorlijk veel over de rotsen moeten klimmen. Terwijl de afgrond aan onze rechterhand steeds dieper werd, hielden we ons vast aan de rotsen en stapten of klommen we naar het volgende uitsteeksel of bewandelbaar ‘pad'. Het was een zware en vermoeiende klim naar boven. Hierna volgde een relatief makkelijke afdaling door het rotsachtige landschap, gevolgd door een geleidelijke helling naar boven. Vanaf dat punt zagen we in de verte een kamp liggen. Om deze te bereiken moesten we echter eerst helemaal naar beneden, om daarna weer naar boven te klimmen. De weersomstandigheden waren helaas gedraaid, wat het stuk extra zwaar maakte. In plaats van een lekker zonnetje was het zachtjes gaan hagelen. De muts maakte plaats voor een capuchon. De conditie van het zanderige en steenachtige pad werd er hierdoor niet echt beter op, waardoor ik bekaf en, vanwege een klein ongelukje, met een gebroken stok de lunchplek bereikte.

Na een hapje eten liepen we door het kamp dat we gezien hadden, een kamp voor de mensen die een extra acclimatisatiedag hadden. Omdat mijn gehele route op het laatste moment was gewijzigd (ik kreeg de Machame-route in plaats van de kortere Marangu-route), had ik deze dag niet en moest ik nog een drietal zware uren verder klimmen. De berg die volgde was niet bepaald steil, maar toch gingen we hier maar moeizaam vooruit en leek er geen einde aan te komen. Stapje voor stapje sjokten we vooruit; vanwege de ijle lucht was je na elke stap buiten adem. Verder hing er hier heel veel nevel, waardoor we slechts de grote rotsen vlak voor ons konden zien. Ook hagelde het zo nu en dan nog steeds lichtjes. Boven aangekomen keken we uit over een vallei met een hoge berg erachter. De zachte hagel was op veel plekken blijven liggen, waardoor het landschap hier prachtig wit was. Voorzichtig liepen we naar beneden, om vervolgens een laatste berg te beklimmen. Alhoewel het op dit stuk voornamelijk droog bleef, was het hele pad wel wit. De hele berg lag onder de sneeuw! Voorzichtig begonnen we aan een eindeloze tocht naar boven, door de sneeuw heen, hopend dat we niet uit zouden glijden. Na een barre tocht bereikten we Barafu Hut, met een camping die verspreid over de berg lag. Het hagelde weer en vanwege de mist kon je niet ver voor je uit kijken. Alle tenten lagen her en der op vlakke stukken tussen de besneeuwde rotsen opgesteld. In de tent was het koud en helaas had onze bagage de rit niet helemaal droog overleefd. Veel spullen waren daardoor wat vochtig, dus jezelf omkleden van je bezweette kleding was niet goed mogelijk.

Vanaf 15.00 uur bleven we voornamelijk in de tent, omdat de hagel buiten gewoon door bleef gaan. Wel had ik op een droog momentje nog even de gelegenheid om een kleine sneeuwpop te maken, inclusief ogen, neus en sjaal! Al om iets over vijven kregen we na veel gebibber onze avondmaaltijd, welke ditmaal bestond uit een stevig met groenten gevulde soep. Hierna was het alweer tijd om te slapen. Met allemaal natte en vochtige spullen, waaronder de slaapzak, was dit niet echt een pretje. Daarnaast duurde de nacht niet lang, aangezien de wekker om 23.00 uur al afliep! Op dit tijdstip deden we alle kleding aan die we hadden, inclusief sjaal, muts en handschoenen, en kregen we thee en koekjes. Met een rugzak, flesjes water en een lampje op ons hoofd, stonden we tegen twaalven buiten gereed. De hagel was opgehouden en de lucht was helemaal helder, waardoor alle sterren zichtbaar waren. Alhoewel het koud was, stond er geen wind om de temperatuur nog verder omlaag te halen. Het letterlijke hoogtepunt van de Kilimanjaroverlenging kon beginnen: de klim naar Uhuru Peak!

Dag 21: Naar de top
Donderdag 28 juli 2011

Vol goede moed begonnen we aan onze tocht naar de hoogste piek van Afrika, Uhuru Peak op 5895 meter. Aangezien we op 4600 meter begonnen, stond er een flinke klim op het programma. 5 Km lijkt weinig, maar 1300 meter stijgen is aardig wat. Op zich ook nog wel te doen, maar aangezien het donker was, de hele berg onder de sneeuw lag en de lucht ontzettend ijl was, werd dit de zwaarste fysieke inspanning die ik ooit in mijn leven geleverd had. Na enig geklauter over gladde rotsen begonnen we aan een wat leek eeuwigdurende tocht over een berg vol met sneeuw. Enkele uren hebben we door de sneeuw heen en weer omhoog geslingerd, af en toe om, rond of over grote rotsen heen. Voor, maar voornamelijk achter ons, zagen we nog meer lampjes van andere durfals. Op sommige stukken moesten we oppassen om niet uit te glijden. Er leek geen einde aan het ‘pad' te komen (‘pad' als in ‘de voetsporen van de mensen voor ons) en hoe hoger we kwamen, hoe sneller we buiten adem waren. Op een gegeven moment was het zelfs om de 10 minuten nodig een half minuutje op adem te komen. Langer wachten was niet verstandig, aangezien je het anders ijskoud zou krijgen. Zelfs het water dat we bij ons hadden begon langzaamaan te bevriezen. Ik zat er op een zeker moment behoorlijk doorheen, maar besloot toch door te zetten. Bijna bij de kraterrand aangekomen, volgde een redelijk sneeuwvrij (maar met groeven en kuilen) stuk rots schuin omhoog, waar we ook wel even over hebben gedaan. Na een paar loodzware uren kwamen we eindelijk aan bij Stella's Point op de kraterrand, maar ook hiermee waren we er nog niet. Terwijl ik me ernstig zorgen maakte over hoe ik weer beneden zou komen, op de momenten dat m'n ogen niet dichtvielen van de vermoeidheid, was het nog zo'n 45 minuten klimmen over de kraterrand naar Uhuru Peak. Alhoewel dit minder steile stuk relatief meeviel, was hij na al die uren alsnog behoorlijk pittig. Terwijl de lucht aan één kant mooi oranjerood begon te kleuren, slaakten we om 6.05 uur een zucht van opluchting en voldoening. We waren aangekomen op het hoogste punt van Afrika, we stonden op de top van de Kilimanjaro!

Aangezien we één van de eersten waren, konden we snel een paar foto's maken van het bord dat dit punt vermeldde, inclusief felicitaties. Niet veel na ons volgden andere vermoeid uitziende toeristen. De gidsen wilden dat we er snel vandoor gingen om hoogteziekte en onderkoeling te voorkomen, dus rustig naar de zonsopkomst kijken zat er helaas niet in. Nu het licht was geworden, zagen we wel een prachtige ijswand aan de zijkant van de krater en diverse rotsen en stukken ijs in de krater. Terug bij Stella's Point zagen we de besneeuwde helling waar we 's nachts overheen hadden gesjokt. De terugweg zou uiteraard een stuk sneller gaan dan de heenweg, maar dat het zo snel zou gaan als wij dat deden, had ik nooit voor mogelijk gehouden. Hoe wij naar beneden zijn gekomen? Rennend! Allebei namen we een gids bij de arm, waarna we de helling in rap tempo zijn afgerend. Dit ging verrassend goed. Uiteraard moesten we hier en daar wat afremmen om een afgrond te vermijden en moesten we om uitstekende stenen heen stappen, maar dat was best te doen. Soms moesten we stoppen om een randje af te stappen. We hadden elkaar goed vast, dus als ik weer eens uitgleed, wist de gids mij snel rechtop te helpen. Andersom ook, alhoewel dat niet vaak voorkwam. Binnen een uur waren we weer beneden, waarna het nog een uur klimmen was over spekgladde rotsen en de stukjes ertussen om vervolgens om 8.30 uur terug te komen bij de tenten. Omdat ik de laatste dagen niet de indruk had gekregen de top te gaan halen, rolden er in de tent een paar traantjes van blijdschap over m'n wangen. Ik was trots op mezelf en blij met deze prestatie! In de tent konden we even uitrusten, waarna we een ontbijtje kregen.

Alhoewel we er een lange nacht op hadden zitten, was de dag nog zeker niet ten einde. We hadden namelijk nog een tocht van zo'n 3 à 4 uur te gaan, waarbij we zouden afdalen naar Mweka Camp op 3100 meter. Vermoeid begonnen we om 10.30 uur aan deze tocht. Na een afdaling over half gesmolten ijs, liepen we met een lekker zonnetje in de rug heel geleidelijk aan bergafwaarts door een mooi gebied met rotsen en plantjes. Het verraste me dat dit alweer een nieuw landschap was. Ik had geen zin om te haasten (iets dat de gidsen vaak wel wilden doen) en liep hier in een rustig tempo doorheen. Hierna volgde een ontzettend lang zandpad tussen lage bomen. Ook dit pad ging omlaag en lag bezaaid met stenen. Vanwege de vaak trapsgewijze opzet hiervan en het continue remmen vanwege het afdalen, kreeg ik steeds meer last van mijn twee grote tenen, die constant tegen de voorkant van mijn schoenen stootten. Dit ging steeds meer pijn doen, wat de lange afdaling geen pretje maakte. Met twee blauwe tenen kwam ik tegen tweeën in het kamp aan, waar het eerst nog lekker zonnig en warm was, maar later toch behoorlijk fris werd. We kregen een lunch van gebakken aardappels, salade, groente en ananas, wat goed smaakte. Na een warm kopje thee hebben we in onze eigen tent heerlijk uitgerust tot het diner. Deze bestond ditmaal uit wortelsoep, rijst, groente en sinaasappel. Terwijl er een kaarsje in de tent werd gezet, begonnen de gidsen moeilijk te doen om de fooien die ze wilden ontvangen. Ze noemden redelijk hoge bedragen per persoon, wat, aangezien ze met z'n achten zijn, een behoorlijke uitgave voor ons zou zijn. We hadden dit natuurlijk niet verwacht en hebben slechts de twee dragers die morgenochtend vroeg weggaan iets gegeven. Meer hadden we niet bij ons, dus meer konden we niet eens geven, waardoor dit morgen vast nog een staartje gaat krijgen. Het was in ieder geval schandalig hoe lang ze hierover bleven doorgaan, aangezien een fooi optioneel zou moeten zijn. En zo geweldig was de crew niet eens. Sterker nog, we kennen de helft niet eens! Na toch een groepsfoto te hebben genomen, doken we de tenten in om te slapen. De dag was immers lang genoeg geweest.

Dag 22: Een warme douche
Vrijdag 29 juli 2011

Vanochtend stonden we een halfuur eerder op dan de afgelopen dagen. Het zou de laatste afdaling zijn naar de Mweka Gate. Het was een behoorlijk saaie tocht door het regenwoud, aangezien het één lang bospad was van zand en stenen. Op heel veel plekken waren er trappen aangelegd, wat het allemaal veel zwaarder maakte voor de voeten en benen, omdat die alle klappen opvingen. Vanwege een pijnlijke teen moest ik ook nog eens extra oppassen. Het regenwoud maakte z'n naam waar, aangezien er nevel hing en we soms druppels van de bomen voelden vallen. Regenen deed het echter niet; er scheen zelfs een zonnetje, alhoewel we die pas opmerkten toen we na een ontzettend modderige en gladde weg -waarbij ik helaas uitgleed en met m'n hele been onder de modder kwam te zitten- de gate om 10.50 uur bereikten. Hier checkten we ons uit, waarna we beloond werden met een certificaat voor het behalen van de top. Het Kilimanjaroavontuur was voorbij. Met een busje werden we terug naar Moshi gebracht, waar we stopten bij een bank om geld voor de fooien te pinnen. Ook kregen we bustickets naar Dar Es Salaam voor morgen. Bij het Kindoroko Hotel werden we afgezet, bedankten we de crew, gaven we hen snel de fooien in een met duct tape dichtgeplakte envelop en liepen we snel naar onze kamers, voordat de crew door zou krijgen dat we hen minder hebben gegeven dan ze hadden verwacht. In het hotel had ik eindelijk weer wat luxe, waarbij ik een lekkere warme douche kon nemen en schone kleren kon aantrekken. Rustig heb ik m'n bagage in m'n tas uitgezocht, terwijl ik op de achtergrond met m'n tv'tje op de hoogte werd gebracht van het laatste wereldnieuws en de nieuwste Tanzaniaanse hits, welke voornamelijk R&B-achtig waren.

In de namiddag heb ik een wandeling door het onaantrekkelijke Moshi gemaakt en de vele simpele winkeltjes bekeken met alle marktkraampjes ervoor, waar groente, fruit en schoenen werden verkocht. Zoals te verwachten viel, zag alles er heel simpeltjes en primitief uit. Ook waren er diverse kraampjes waar ze geroosterde mais of kippenpoten verkochten. En natuurlijk waren er ook vervelende gasten die je constant lastig vallen en waar je maar lastig van af komt. Zelfs negeren, een truc die vaak vrij effectief is, leek hier niet te helpen. In een internetcafé heb ik na drie weken m'n mail weer even kunnen lezen, waarna ik terugging naar het hotel. Rond zevenen hebben Erwin en ik op het dakterras een eenvoudige en goedkope maaltijd gegeten, waarna we allebei naar onze eigen kamers gingen om in een echt bed eindelijk eens goed uit te rusten.

Dag 23: In de bus
Zaterdag 30 juli 2011

De nacht in een lekker bed was me goed gevallen. Het was alleen jammer dat muggen er telkens weer in slaagden om in m'n klamboe te komen, terwijl ik nergens gaten had gespot en aardig wat van deze beesten had doodgemept. Na een vroeg ontbijt namen Erwin en ik om 6.30 uur een taxi naar de plek waar we een halfuur later werden opgehaald door een touringcar van Dar Express. Samen met enkele andere toeristen en lokale mensen begonnen we aan een vrij lange en vermoeiende rit naar mijn laatste bestemming deze reis: Dar Es Salaam. Dit is de voormalige hoofdstad van het land, die eigenlijk nog steeds als hoofdstad van Tanzania wordt beschouwd (in plaats van Dodoma), maar voor toeristen slechts wordt beschouwd als transporthub voor Zanzibar of buitenlandse vluchten. De busrit had veel weg van de vele lange busritten die ik in Azië had meegemaakt. Af en toe stopten we om mensen op te pikken of af te zetten en ergens stopten we bij een plek met wc's en een kraampje waar patat met kip werd verkocht in handige meeneembakjes. Tijdens de rit werden we nog getrakteerd op een toffee en een glazen flesje drinken; van glas, zodat het hier beter gerecycled kan worden; blikjes zouden alleen maar langs de weg belanden. De bustocht was verder niet echt noemenswaardig, behalve dat de weg nog steeds prima was (vast vanwege de Japanners) en dat we onderweg veel tankwagens tegenkwamen.

Rond drieën kwamen we aan bij het busstation van Dar Es Salaam. Na enig onderhandelen namen we hiervandaan een taxi naar het Royal Mirage Hotel ergens in het centrum. Het centrum zag er tot dusver niet echt boeiend uit, net als de omgeving rond dit kleurrijke hotel. Het hotel zag er van binnen luxe uit, alleen was het nogal vervelend dat mijn gereserveerde kamer niet betaald bleek te zijn en ik die zou moeten betalen. Na enig gedoe is het management in onderhandeling gegaan met de lokale partner van Shoestring. Morgen heb ik nog een hele dag in Dar Es Salaam te besteden en daarom ik heb ik vandaag niet veel meer gedaan dan geld pinnen (overigens niet voor het hotel, aangezien zij uiteindelijk akkoord waren gegaan over de betaling). Ik had geluk bij het juiste geldautomaat te staan, want het andere crashte, waarna de computer met Windows werd herstart. Goed lopen kon ik daarnaast ook niet, omdat de wond op mijn teen veel pijn deed bij enige aanraking of druk. In het hotel heb ik nog even gerelaxt, waarna ik met Erwin vroeg in het restaurant ben gaan eten. De patat en ‘boneless chicken' (een paar kipfiletblokjes) smaakten goed. Ook het eerste ijsje van deze vakantie was lekker, ook al konden we het gewenste aardbeienijs niet krijgen en bleek vanille uit te pakken in chipolata. Ook 's avonds heb ik niet veel meer gedaan dan tv gekeken (X Factor India is best geinig), alvorens voor de laatste maal in Tanzania te gaan slapen. Morgen is het alweer m'n laatste dag!

Dag 24: Dag Dar Es Salaam
Zondag 31 juli 2011

Het was m'n laatste normale nacht van deze vakantie en meteen ook de beste. Uitgeslapen stond ik om 8.15 uur op, om een kwartiertje later in het restaurant te ontbijten met toast, ei en fruit. Hierna zei ik Erwin gedag, die nog een weekje op Zanzibar zal gaan vertoeven. Ik zal het land echter deze avond verlaten. Rustig ruimde ik al m'n spullen op en verzorgde ik het wondje op m'n grote teen. Lopen ging gelukkig redelijk, mits ik voorzichtig aan deed. Tegen elven checkte ik uit bij het hotel, maar liet mijn grote tas daar nog even achter. Het was tijd om te achterhalen hoe interessant Dar Es Salaam was. Alhoewel het een grote stad was, was het centrum redelijk bewandelbaar. Ik liep door verschillende grote straten met eenvoudige winkeltjes en luxere zakenpanden. Ook kwam ik restaurants tegen, maar die waren net als de rest allemaal gesloten omdat het zondag was. Op vele taxichauffeurs na ("Hey rafiki, friend, need taxi?", "Want to go to Zanzibar?", "Where are you from?") was het relatief rustig. Na een tijdje kwam ik aan bij het water, waar ik een uitzicht had over de baai en de haven. Via rustige straten, met een kerk en een moskee -een groot deel van de bevolking hier is moslim- kwam ik uit bij het omheinde en gesloten nationaal museum. Het gebouw van de British Council zag er met graffiti op de buitenmuur ook apart uit. Ik liep weer naar het water en langs een verkeerstoren voor de schepen richting een plek waar een ferry met vele Tanzanianen aanmeerde. Waarschijnlijk was deze afkomstig van één van de nabijgelegen eilanden. Iets verderop bruiste het van het leven op de vismarkt. Alhoewel de vissen nogal levenloos waren, bevonden zich hier vele personen die grote porties vis aan het verhandelen waren voor verdere verkoop. Vissen werden hierbij in stukken gesneden of in dozen of tonnen verpakt. Het was een vermakelijk gezicht, na een relatief kalme ochtend. De gebakken vis liet ik voor wat het was, waarna ik langs het water terug liep. Onderweg liep ik langs het sjieke Kilimanjaro Kempinski Hotel. Terugdenkend aan Ho Chi Minh City stapte ik hier via de rode loper naar binnen om de lift te nemen naar het dakterras (met gesloten bar) op de 8e verdieping voor een goed overzicht over de baai. In het mooie restaurant nam ik een goedkope lunch met chicken dumplings. Prijzen lagen hier namelijk een stuk hoger, alhoewel het op zich nog meeviel. Belaagd door taxichauffeurs en mannetjes die me tickets naar Zanzibar wilden aansmeren, liep ik terug richting het hotel.

Het was pas halverwege de middag en ik had niet veel te doen, waardoor ik een tijdje heb zitten internetten en in het restaurant heb rondgehangen. Het wachten was nogal saai, dus besloot ik om op de nabijgelegen Kariakoo Market te kijken. Toen ik hier aankwam, werd het me duidelijk waar al het volk was vandaag. Verspreid over vele straten zaten honderden verkopers op de grond om hun waar aan de enorme hoeveelheid bezoekers te verkopen. Het was een drukte van jewelste. Er was van alles te koop: niet alleen groente en fruit, maar ook pannen, kleding, telefoons, batterijen, knijpers, koptelefoontjes en in plastic verpakte verzameldvd's. Het was overweldigend om te zien, alhoewel het niet op prijs werd gesteld als ik foto's wilde nemen, wat ik dus al snel niet meer probeerde. Veel van alle spullen zag er tweede- of derdehands uit, maar dat leek de Tanzanianen niet te bekoren. Via een hobbelig straatje, waar mensen vanuit de geul aan de onderkant van hun auto zaten te sleutelen, liep ik terug naar het hotel.

Rond 17.00 uur nam ik, na enig geruzie tussen twee taxichauffeurs die me allebei mee wilden nemen, een taxi naar het vliegveld van Dar Es Salaam. Uiteraard was ik veel te vroeg, maar ik had toch niets beters te doen. In het buitengedeelte heb ik een tijd zitten wachten. Nadat de schemering was gevallen, kon ik door de veiligheidscheck heen en me binnen inchecken. Zoals verwacht, ging het er hier behoorlijk simpel aan toe, met onder andere een doodnormale, maar grote weegschaal voor je bagage en menselijke dragers in plaats van een lopende band. Het was rustig op het vliegveld, waardoor ik al snel mijn boarding pass had, door de douane heen was en in een cafetaria zat voor een eenvoudige avondmaaltijd. Na betaling in overgebleven shillings, dollars en euro's kon ik plaatsnemen in de saaie en kleine vertrekhal met een paar winkeltjes en een aquarium met enkele visjes. Pas 20 minuten voor de oorspronkelijke vertrektijd konden we door de laatste veiligheidscheck heen, waarna we voor de gate (waarvan alle zes gewoon bij elkaar zaten) nog een tijd konden wachten. Met een vertraging van 30 minuten vertrokken we om 21.50 uur eindelijk naar Nairobi, om daar na een tussenlanding door te vliegen naar Zürich. Ik vermaakte mezelf met de film The Lincoln Lawyer.

Dag 25: Terug naar huis
Maandag 1 augustus 2011

Na de film en een prima maaltijd begon een lange nacht in het vliegtuig, waarin ik nog even heb kunnen slapen. Om 6.25 uur landden we in Zürich, waar ik me moest haasten om m'n transfer naar Amsterdam te halen. Dit lukte uiteindelijk, waarna we om 7.20 uur vertrokken en ik uiteindelijk mooi op tijd op Schiphol was. Na een verrassend snelle hereniging met mijn rugtas begon ik aan de laatste rit huiswaarts. Drie geweldige weken waren helaas tot een einde gekomen.

Tijdens deze vakantie heb ik me ontzettend vermaakt. De grote groep van 17 personen was me heel erg goed bevallen, ondanks de onzekerheid in het begin, aangezien ik nog nooit eerder met zoveel mensen was weggeweest. Toch had ik me geen betere reisgenoten kunnen wensen. De reisbegeleiding was daarnaast ook super, alhoewel ik dan voornamelijk op de eerste twee weken doel. Kenia en Tanzania waren allebei zeer mooie landen als het aankomt op de landschappen. Dorpjes en steden zijn echter niet de reden waarom je hierheen komt. De dagen dat we op safari zijn gegaan, staken met kop en schouders boven de rest uit, alhoewel onze overige activiteiten ook zeker de moeite waard waren. We zijn gewoon ontzettend verwend met alle beesten die we gezien hebben. M'n mening over de lokale bevolking is verdeeld; soms zijn het hele vriendelijke mensen, maar er zitten helaas ook vele personen bij die ik liever niet nogmaals tegenkom. In Moshi vroeg een taxichauffeur aan mij welk land me beter was bevallen, maar hier kon ik niet echt een duidelijk antwoord op geven. Beide landen lijken erg op elkaar, vooral wat je als toerist ziet. In Kenia kwam alles nog als een verrassing, terwijl Tanzania meer van hetzelfde was. Tanzania had met de Serengeti en de Kilimanjaro echter nog wel twee bijzondere hoogtepunten. En nog steeds kijk ik met trots terug op deze zware beklimming. Al met al kijk ik terug op 25 mooie dagen en daarmee een zeer geslaagde zomervakantie van 2011! Tot de volgende keer!

4 reacties | reageer

Tanzania, deel 1

Dag 11: Naar het strand in een nieuw land
Maandag 18 juli 2011

Alhoewel ik tijdens mijn reis het tropische eiland Zanzibar oversla, heb ik vandaag toch van een heerlijk strand mogen genieten. De dag begon vanochtend om 6.30 uur in Kisii, toen we allemaal wakker werden in een echt bed, dat bij de een iets lekkerder bleek te liggen dan bij de ander. Een halfuur later kregen we een ontbijt met toast, ei, worstjes, jam en fruit in het restaurant. Hier stond tevens een dvd aan met gospelmuziek, waarop mensen rustig heen en weer aan het swingen waren. Het ging er stukken minder energiek aan toe dan in New York vorig jaar. Met al onze bagage stapten we de truck in, om naar de laatste bezienswaardigheid van Kenia te rijden. Alhoewel we onderweg een behoorlijk grote markt tegenkwamen, met hele simpele kleedjes of kraampjes met voornamelijk veel kleding, stopten wij bij een winkel waar zeepsteen uit de regio bewerkt werd tot allerlei prachtige beeldjes en schoteltjes. We kregen een kleine rondleiding en zagen hoe stukken steen in kleinere stukken werden gezaagd, kleine stukken met beiteltjes door ervaren mannen tot een figuur omgetoverd werden en vrouwen de beeldjes helemaal glad schuurden, op de momenten dat ze niet enthousiast voor ons aan het zingen en swingen waren. Daarna zagen we nog hoe een artiest een schoteltje behoorlijk snel erg mooi decoreerde met een zonsondergang en een leeuw. Nadat iedereen de kans had gekregen iets te kopen, reden we verder. Onderweg stopten we om te tanken, waar een groepje kinderen nieuwsgierig naar ons kwam kijken. Eén van ons gaf hen ballonnen, waarmee ze dolblij waren! Hierna volgden onze laatste kilometers in Kenia, aangezien we om 11.30 uur bij de grens met Tanzania stonden.

Nadat we onze exit-stempel hadden laten zetten in het paspoort, was ons Kenia-avontuur voorbij. Met het halen van een entry-stempel voor Tanzania kon het tweede deel van onze reis beginnen. Voor onze overgebleven muntjes kochten we twee kokertjes pinda's en de briefjes wisselden we in voor Tanzaniaanse shillings. Dit alles was in een uurtje gebeurd, waarna we twee uur door het mooie bergachtige landschap van noordelijk Tanzania hebben gereden. Op de bergen lagen vele kleine en grote keien, wat een uniek beeld vormde. Het uitzicht werd verder gekenmerkt door vele ronde huisjes met rieten daken en de erg enthousiast zwaaiende lokale bevolking. Op een zeker moment staken we via een brug de Mara-rivier over. Belangrijk was dat we van de brug geen foto mochten maken, aangezien er in de jaren '70 tijdens een oorlog met Oeganda een brug was opgeblazen en veel transport daardoor in de problemen is geraakt.

Onze bestemming was Musoma, een plaatsje aan het enorme Victoriameer. Dit meer, een van de grootste ter wereld, heeft ongeveer de oppervlakte van Nederland, dus dat is niet mis! De camping van vandaag was Musoma Beach Campsite, wat letterlijk op een strandje aan het meer lag. Onze tenten moesten we daarom ook op het zand plaatsen. Het Victoriameer leek wel een zee, aangezien er geen overkant te bekennen was, op een eiland na, en er continu golven op het strand aanspoelden. Het was hier ontzettend warm, maar gelukkig stond er een beetje wind. Nadat we hadden geluncht met brood en frisse salade, hadden we even de tijd om te relaxen. Om 16.00 uur was er een optionele excursie naar het dorp, waar ik met nog enkele anderen aan deelnam. Onder begeleiding van een lokale gids hebben we door het dorpje gelopen (alhoewel ‘werden we op sleeptouw meegenomen' een betere zin is, aangezien de man nauwelijks een woord zei). We liepen langs een kade met een rederij en een markt waar bergen met sardientjes werden verkocht. Levende kippen zaten ergens in een kooi en fruit en groente lag bij andere kraampjes. We liepen langs eenvoudige winkeltjes en een overdekte markt met een grote hoeveelheid kraampjes. Voornamelijk met eten, maar ook met vele specerijen en naaiwerkjes. Naar mijn idee had het veel weg van de Aziatische marktjes. De mensen waren wisselend; sommigen wilden niets van ons weten, maar anderen vonden het geweldig om op de foto te mogen. Het was in ieder geval een vermakelijke trip.

Op het strand hebben we vervolgens genoten van een mooie zonsondergang, waarbij de zon langzaamaan meer oranje en roder werd en in zee zakte. Bij de truck aten we aardappels, kip en salade, waarna Francis ons vertelde over het programma van de komende drie dagen: we gaan naar de Serengeti! Onderweg zullen we wel op moeten passen voor de tseetseevlieg die de ongeneeslijke slaapziekte kan overdragen. Daarnaast zullen we op de Serengeti 's nachts niet naar de wc mogen, vanwege mogelijke wilde beesten in het kamp. Flesjes zullen het alternatief moeten bieden. Maar dat morgen. Eerst hebben we nog met vele irritante muggen een tijdje in een donkere bar zitten kletsen (de stroom werkte niet meer), waarna we onder begeleiding van de geluiden van de golven van het meer terug gingen naar de tenten.

Dag 12: Kranten meppen op de eindeloze vlakte
Dinsdag 19 juli 2011

Vanochtend konden we tot 7.00 uur uitslapen, alhoewel de meesten al eerder wakker werden gemaakt door de Koning Aap groep die eerder op moest staan. Nadat we het kamp hadden afgebroken, kregen we een ontbijtje met brood en pannenkoeken. Om 9.00 uur verlieten we het kamp dat een thuisbasis bleek te zijn voor vele ibissen en zwarte wouwen. Iets verderop stopten we bij een lokale kruidenier om inkopen te doen voor de komende drie dagen. Nadat we een uur of twee hadden doorgereden op een goede weg door het Tanzaniaanse landschap en ergens nog hadden gestopt om brandhout te halen (en de kinderen te verblijden met tennisballetjes en kranten), kwamen we om 12.00 uur aan bij de ingang van het grootste wildpark van het land: de Serengeti. Onder toeziend oog van een groep bavianen hebben we hier geluncht.

Om klokslag 13.00 uur reden we de poort door, wat betekent dat we over twee dagen voor deze tijd het park zullen moeten verlaten. Tot het eind van de middag hebben we zo'n 100 km afgelegd door dit immens grote nationale park. Serengeti betekent ‘eindeloze vlakte' en meteen bij binnenkomst begrepen we deze naam. Enorm uitgestrekte en vlakke savanne bevond zich om ons heen. Aangezien het de droge periode was, zag veel gras er geelachtig uit. Het landschap wisselde wel om de zoveel kilometer. Soms had je open vlaktes met hier en daar een alleenstaand boompje of enkele struikjes, terwijl we op andere momenten weer door boomrijkere gebieden reden.

Het was midden op de dag en het was erg warm. Veel beesten kwamen we daarom helaas niet tegen, alhoewel we in totaal toch zeker wel een paar honderd zebra's, impala's, giraffen, gnoes, buffels, wrattenzwijntjes en vogels tegen zijn gekomen. Een kudde olifanten stak ook nog de weg over. Op een zekere plek stapten we uit om te voet een riviertje over te steken via een gammele houten brug. In het water zagen we een krokodil en een nijlpaard drijven. Hier bevonden zich ook lianen en takken om op te schommelen. Verder hadden we medelijden met enkele mensen in een auto die een klapband had gekregen. Tijdens de rit werden we vaak afgeleid door ontzettend vervelende tseetseevliegen, die de truck in vlogen en ons wilden bijten. Aangezien dat kan leiden tot de slaapziekte, hebben we lange tijd met kranten en andere middelen actief op deze vliegen lopen meppen. Het was erg irritant, maar eigenlijk wel een lachwekkend gezicht om ons continu om ons heen te zien zwaaien.

Nog voor zonsondergang kwamen we bij een kleine camping in het midden van de Serengeti, waar we de tenten opzetten en het eten voorbereidden. Iets later aten we paddenstoelensoep, knoflookbrood en spaghetti bolognese. Rond het kampvuur volgden verhalen over de hyena's rond het kamp, welke we niet heel ver weg hoorden huilen. We meenden zelfs twee oogjes gezien te hebben tussen het gras. Vannacht wordt buiten plassen daarom sterk afgeraden, ook al doen de beesten geen mens kwaad; vandaar de half opengesneden flessen in de tenten. Onder een relatief heldere sterrenhemel zijn we naar de tenten gegaan voor een korte nacht. Morgen moeten we vroeg op voor een ochtendgamedrive!

Dag 13: Serengeti safari
Woensdag 20 juli 2011

Om op tijd van de zonsopkomst te kunnen genieten, stonden we allemaal om 5.30 uur op. De hele nacht door hebben we hyena's rond het kamp kunnen horen huilen, maar geen enkele keer kwamen ze in beeld. Na een licht ontbijtje reden we met de truck het kamp uit. Naast ons zagen we een hyena wegrennen. Na het zien van een kleine giraf, enkele struisvogels en Thomsongazelles bleven we op een mooie open vlakte staan om even later te genieten van een roze zon die erg snel steeds hoger kwam te staan en oranje werd. Tot een uur of 11 hebben we een gamedrive door de Serengeti gemaakt. Het was anders dan degene in Masai Mara en Lake Nakuru National Park, maar zeker de moeite waard. Hoe groen het op de Masai Mara was, zo geel was het hier. Vele plasjes water waren al opgedroogd vanwege het drogere klimaat. Dit was dan ook de reden dat we geen grote kuddes zebra's en wildebeesten tegen zijn gekomen, maar slechts een paar achterblijvers. De oneindige vlakte liep werkelijk tot aan de horizon en was een machtig gezicht! We mogen niet klagen over de hoeveelheid beesten die we zijn tegengekomen: wrattenzwijntjes, impala's, een gier in een boom, hoentjes en enkele kuddes olifanten, sommigen van wel heel dichtbij. Rustig werkten de olifanten volledige struikjes naar binnen met hun slurf. Mooie vogels kwamen ook geregeld voorbij en we hadden het geluk nog een paar hyena's van een afstandje te zien. In de verte zagen we ook een jakhals achter een gazelle aan rennen. Alhoewel wij in tegenstelling tot een andere truck niet dichterbij konden komen, waren we wel getuige van een mooie cheeta op een termietenheuvel, uitkijkend naar een enkele impala veel verder op de vlakte. Diverse leeuwen hebben we ook gezien: een stelletje in het gras, een vrouwtje bij een watertje en drie mannetjes die bij een grote kudde gazelles helaas niet de moeite namen te gaan jagen. Het was een mooie ochtend en terwijl we gedag zeiden tegen een groep nijlpaarden, ganzen en eenden, reden we terug nar het kamp voor een brunch van pannenkoek, pasta en worstjes.

De eerste helft van de middag hebben we vervolgens heerlijk in de schaduw gerelaxt in het kamp, want in de zon was het voor ons, en voor alle beesten, veel te warm. Na het lezen van een boek, het nemen van een douche, het doen van de afwas en/of het scheren van de benen (bij enkele vrouwen), vertrokken we om 14.45 uur voor een volgende gamedrive. Eerst zouden we langs een informatiecentrum gaan, maar omdat er door anderen iets spectaculairs gesignaleerd was, raceten we langs enkele giraffen en een felgekleurde dwergpapegaai naar een boom waaromheen meerdere busjes stonden. Hoog in de boom lag, veel duidelijker dan vorige keer, een luipaard heerlijk over een dikke tak te hangen. Hij lag er apart bij, twee poten links van de tak, twee rechts daarvan. Heel actief was hij niet; soms bewoog hij z'n staart of kop, maar dat was het. We reden verder en zagen onderweg vele andere mooie beesten, waaronder buffels, giraffen en zwijntjes. Op een gegeven moment zagen we een hele kudde olifanten vlakbij ons, genietend van het water dat ze dronken of over zich heen spoten. Kleintjes zaten er ook bij. Ietsje verder lagen drie leeuwen relaxed in de bosjes te luieren. Op het moment dat de olifanten dit doorkregen, begon een waar spektakel. Een grote mannetjesolifant begon rond de kudde te cirkelen, tetterend met z'n slurf. Ook om ons heen, want wij stonden er tussen. Andere olifanten verzamelden zich toen om alle kleintjes, tetterden mee en dreven de kudde weg. Boos draaide de grote olifant zich om naar de leeuwen, stampend en tetterend, in de hoop ze weg te jagen. Alhoewel de leeuwen hier niet echt op reageerden, vertrok de kudde en was de rust wedergekeerd.

Terwijl de zonsondergang van start ging, reden we terug richting het kamp, onderweg wel pauzerend voor vogels, nijlpaarden en hoentjes. De zonsondergang zelf was vanwege vele wolken en een niet al te beste locatie niet echt geweldig. In het kamp klopten we al het stof van ons af en dineerden we wat later met aardappelpuree, groente, vlees en roti-pannenkoekjes. De rest van de avond hebben we gezellig rond het kampvuur gebivakkeerd, luisterend naar Francis' en elkaars verhalen.

Dag 14: Katten en een krater
Donderdag 21 juli 2011

Na een rustige nacht braken we vanochtend onze tenten af, ontbeten we met eieren en bacon en stapten we om 8.00 uur de truck in. Voor 13.00 uur moesten we het park uit zijn, dus reden we richting de oostelijke gate (we waren via de westelijke gate het park in gereden). We hadden nog genoeg tijd om een ochtendgamedrive te maken, welke erg gaaf was. Aangezien we alle Big Five al gezien hadden deze reis, gingen we, net als gisteren, voor de aantallen: hoe meer, hoe beter. Maar ook was het babydag vandaag, toen we al vrij snel een nog geen maand oude giraf rond zijn moeder over de savanne zagen huppelen en hem voorzichtig aan de lage boompjes zagen snuffelen. Niet veel later zagen we een cheeta bovenop een termietenheuvel zitten, waarna er een tweede kop tevoorschijn kwam, gevolgd door een derde! Eén voor één liepen ze vervolgens geruisloos door het gras naar een heuveltje en struikje iets verderop, steeds terugkijkend, alsof er nog jongen zouden kunnen zijn. Die zagen we niet, maar wel enkele weerloze impala's waar ze op af leken te lopen. Helaas gingen ze niet over tot de aanval, maar bleven ze lui in een bosje zitten. Verderop zagen we een groep nijlpaarden en twee jakhalzen, eentje heel dichtbij ontspannen onder een struik. Als laatste waren we getuige van een leeuwin die krampachtig bovenop een termietenheuvel aan de ene kant van de weg lag. Aan de andere kant lag een prachtige leeuw met volle oranje manen, welke het vrouwtje nauwlettend in de gaten hield. Toen de leeuwin besloot iets verder te lopen, volgde de leeuw op gepaste afstand. Het was prachtig om dit spel te zien.

Over enorm uitgestrekte, droge en kale vlaktes van kilometers breed, waar we nauwelijks iets op zagen zitten, reden we naar de uitgang. De Serengeti was voorbij. Bovenop een berg konden we nog even van het kale uitzicht genieten en lunchen. Meteen hierna reden we het volgende Conservation Area in: de Ngorongoro. Wij gingen over een hobbelende 100 km-weg op weg naar een grote krater van 20 km doorsnede. Onderweg reden we eerst weer over kale vlaktes, maar daarna volgde een meer bergachtig gebied (vanwege diverse -inactieve- vulkanen) met lage begroeiing. We passeerden Masai-dorpjes en verschillende herders met grote kuddes koeien of geiten. Vanwege het gehobbel zijn opnieuw enkele van onze grote waterflessen gaan lekken, waardoor we moesten stoppen om een zwembad te voorkomen. Daarnaast waaide er nog een pet weg en liet iemand anders een tas over de rand van de truck vallen. De weg was ontzettend droog, waardoor we continu stof liepen te happen en uiteindelijk ook vies en bruin op onze bestemming aankwamen: Simba Camp, op de rand van de krater, met een prachtig uitzicht over de vlakte in de krater, met onder andere een zoutvlakte, aangezien het water was opgedroogd in dit droge seizoen.

Toen we om een uur of 16 in het kamp waren aangekomen, werden snel de tenten opgezet tussen alle buffelpoep (buffels lopen hier 's nachts regelmatig rond) en spurtte iedereen naar de koude douches om zich schoon te spoelen. Tot etenstijd hebben we vervolgens bij enkele stopcontacten gezeten om onze batterijen te bewaken. De laatste dagen hadden namelijk een behoorlijke slag gemaakt op de batterijen van fotocamera's. Aangezien we hier op meer dan 2000 meter hoogte zitten, was het behoorlijk koud. We waren dan ook erg blij met de ossenstaartsoep, rijst, aardappels en worst bij een heerlijk warm kampvuur. Na Francis' uitleg over morgen -een bezoek aan de krater met daarna meerdere gelegenheden voor ‘een mooie foto voor thuis'- hebben we met de hele groep een verhaaltje aan Francis verteld. Eén voor één vertelden we in één zin een gedeelte over Sinterklaas, wat erg hilarisch was en Francis erg interessant vond. Tegen tienen was het tijd om naar bed te gaan. Op weg naar de toiletten werden we allemaal opgeschrikt door een kudde zebra's, die in het kamp waren komen grazen. De vele poep in het kamp komt dus ook van hen af! Er schijnt hier soms zelfs een olifant te lopen, maar die zagen we niet. Daarnaast moesten we alle etenswaren, zeepjes en deo's in de truck laten en niets buiten de truck laten slingeren, omdat de varkens en zwijntjes hier 's nachts actief op zoek naar kunnen gaan. Het is dus weer een fijne beestboel hier! Hopelijk wordt het een rustige nacht.

Dag 15: Met een jeep door de Ngorongoro
Vrijdag 22 juli 2011

Nadat de zebra's vannacht vredig in het kamp hadden lopen grazen, stonden we om 5.30 uur op. In alle kou en mist braken we de tenten af, ontbeten we en maakten we een lunchpakketje klaar. We verdeelden ons in drie groepen over drie jeeps. Hiermee hebben we de hele ochtend een excursie gemaakt door de Ngorongoro-krater. Terwijl we de krater afdaalden, verdween de mist en zagen we meer van de uitgestrekte krater. Het was nagenoeg een grote, vlakke en kale vlakte met in het midden een opgedroogd meer. In het natte seizoen staat het hier vol met beesten; nu zijn er iets minder, maar nog steeds meer dan genoeg. In een stoet van jeeps reden we over de wegen heen, waarbij we werden begroet door enkele zebra's, die eveneens genoten van de eerste zonnestralen die door de wolken schenen. Na het zien van enkele impala's, een jakhals, secretarisvogels, nijlpaarden, nijlganzen, een broedende vogel in een nestje van gras en stenen en nog wat vogels, zagen we in de verte twee donkere stipjes. Het ware twee zwarte neushoorns die door het lage gras aan het rennen waren! Helaas zaten ze net te ver weg om heel goed op de foto te zetten. We zagen nog een arend in een boom en een buffel langs de weg, voordat we in een gebied kwamen met duizenden gnoes en zebra's. Het had iets weg de Grote Trek, maar dan iets kleinschaliger. Toch was het een machtig gezicht, vooral om er doorheen te rijden en voorrang te moeten verlenen aan gnoes en zebra's. Net als thuis voor onze zebra's.

Nadat we enkele zwijntjes gepasseerd waren, zagen we in de verte een hele groep leeuwen: twee mannetjes en meerdere vrouwtjes, smullend van een vers stuk vlees, dat waarschijnlijk niet veel eerder gevangen was. Vlak ernaast lagen een stuk of tien jakhalzen te wachten totdat ze de restjes konden opeten. Iets verderop lagen ook al meer dan tien hyena's naar het vlees te loeren. De leeuwen bleven echter op hun plek en we gingen verder. Nadat we nog enkele beesten op herhaling hadden gezien, werden we teruggeroepen. De leeuwen waren aan de wandel gegaan. Op de weg stond een enorme file van jeeps, waarlangs enkele leeuwen nonchalant liepen. Het was een spannend moment toen een groot mannetje ons op nog geen halve meter passeerde. Op de weg naar de uitgang van het park spotten we tot onze grote vreugd een nieuw beest: een serval, een wilde kat in de kleuren van een cheeta. Het leek een lief poesje, maar dat zal het vast niet zijn geweest. Rond twaalven hebben we bij de uitgang geluncht, waarbij brutale bavianen ons ons eten afhandig wilden maken.

Over een ontzettend mooie en onbeschadigde weg, welke gesponsord was door de Japanners, reden we naar een dorpje iets verderop, waar de grote truck ons opwachtte na het krijgen van een onderhoudsbeurt. Hiermee reden we verder naar onze nieuwe camping, maar onderweg maakten we nog enkele stops. De eerste was bij de Shirt Shack, waar allerlei (lollige) Tanzaniaanse T-shirts te verkrijgen waren. De volgende stop was bij een uitkijkpunt over een nationaal park met een groot, halfdroog meer. Ten slotte stopten we om een foto te kunnen maken van de grote baobabboom. Omdat deze nu kaal was, waren de wortelachtige takken goed zichtbaar, net als de metersdikke stam.

Halverwege de middag arriveerden we bij Twiga Campsite in Mto Wa Mbu, waar we de tenten opzetten en vervolgens het zwembad in doken. Er stond namelijk geen andere activiteit op het programma, maar warm was het wel. Het was een relaxte middag, waarna we met de hele groep emailadressen verzamelden. Morgen zal namelijk alweer de laatste kampeerdag zijn voor ons allen; de tijd is echter supersnel gegaan! Voor de laatste maal namen we een diner van topkok Pete, een Afrikaanse maaltijd met pasta, vlees, groente en cake. Nadat ik alvast even kennis had gemaakt met de persoon met wie ik de Kilimanjaro zal beklimmen (vanaf overmorgen meer hierover), heb ik met de groep nog gezellig bij de bar gezeten, alvorens voor de laatste keer in m'n ondertussen vertrouwde tentje te gaan slapen.

Dag 16: Afscheid
Zaterdag 23 juli 2011

Alhoewel er een paar personen wilden uitslapen, stond het merendeel van de groep al om 5.30 uur op, waarna we na een licht ontbijtje een uur later werden opgehaald door een lokale gids. Met hem hebben we een vroege culture tocht gemaakt door een klein dorpje. We begonnen op het platteland, waar we tussen de mais-, zoete aardappel- en rijstvelden hebben gelopen. Af en toe was het even balanceren om niet in de modder te stappen. Het verbaasde ons hoe groen en vruchtbaar het hier was. Verspreid stonden vele bananenbomen, met bananen voor de fruitconsumptie, avondmaaltijden en het lokale bananenbier. Onderweg liepen we ook langs diverse simpele hutjes, waar de bewoners -volwassen, kinderen en kippen- gewoon hun ding deden. In een huisje mochten we even rondkijken, waarbij we verrast werden door een motor in de woonkamer. Het viel ons ook op dat overleden dierbaren in de achtertuin werden begraven. Een stukje verder zagen we enkele personen houtsnijwerk maken, om het vervolgens te verkopen aan ons. Er zaten mooie souvenirs tussen. Een jongetje vond het daarnaast erg leuk om aan mijn arm te hangen en aan die van iemand anders om op deze manier te kunnen spelen. Dit was erg geinig.

Eerder deze vakantie zouden we een schooltje bezoeken, maar dat kon destijds niet doorgaan. Om dat te compenseren, hebben we vandaag een weeshuis bezocht; de kinderen van de school ernaast waren naar de kerk omdat het zaterdag was. In het weeshuis waren 16 kinderen aanwezig en twee pleegouders, die allen blij waren ons te zien. Binnen hingen christelijke leuzen en eenvoudige tekeningen aan de muren. Nadat we welkom waren geheten, zongen de kinderen een liedje voor ons, waarna we ze trakteerden op pennen, potloden, schriften en spelletjes. Buiten maakten we met z'n allen een groepsfoto. Na deze belevenis, kregen we iets verderop de gelegenheid om het lokale bannenbier te proberen. Het glas bier zag er vanwege een enorm korrelige schuimlaag niet echt lekker uit, maar na het verwijderen hiervan konden we proeven. De meningen waren verdeeld. Zelf vond ik het nasmaakje nogal vreemd. De tour zat er hiermee op en terug bij het kamp namen we een uitgebreid ontbijt, waarna we richting onze volgende bestemming reden: Moshi.

Onderweg hebben we echter nog genoeg gedaan om de lange rit van 200 km (over een goede weg) op te breken. Zo stopten we eerst bij The Heritage, een groot complex niet alleen maar vol stond met souvenirs, maar ook het centrum was voor tanzaniet, een diamantachtig gesteente waar ontzettend dure juwelen van worden gemaakt. Een Indiër liet ons enkele bakjes met nauwkeurig geslepen stenen uit de kluis zien die waardes hadden van een paar honderd tot een half miljoen dollar. Het verbaasde ons daarom ook niets dat er een hoge muur met schrikdraad om het gebouw heen stond. Twee meiden van de groep mochten een steen op hun hand houden om die in de buitenlucht beter te bekijken. Toen ze achteraf hoorden dat ze 9000 dollar hadden vastgehouden, vielen hun monden open en vroegen ze zich af waarom ze daar iets eerder het tanzaniet niet in hadden gestopt. Het was allemaal mooi om te zien, ook de sieraden, maar vanwege de hoge bedragen ging niemand over tot de koop ervan. Dit is echt iets voor rijkelui over de hele wereld, zoals Bill Clinton, wiens foto met trots aan de muur hing. Na dit bezoek hebben we zo'n drie kwartier rondgekeken bij het Snake Park. Niet alleen kon je hier één van de vele T-shirtjes halen (waaronder ‘T.I.A. - This Is Africa', iets dat zowel positief als negatief opgevat kan worden, ‘I Survived the Snake Park', en ‘If You Can't Climb It, Dink It - Kilmanajaro Beer'), maar bovenal kon je allemaal Afrikaanse slangen bekijken. Achter glas zaten vele grote, dikke, dunne, kleine, lange en minder lange slangen, welke een stuk actiever waren dan verwacht. Ok, het is misschien een beetje nep na al die safari's, maar het was leuk om op deze manier toch nog wat meer beesten te zien; beesten die je eigenlijk ook niet in het wild wil tegenkomen. Daarnaast waren er hier enkele gewonde uilen en arenden die verzorgd werden, en waren er schildpadden en krokodillen die we vast mochten houden, waarna ze met wat pech over je heen plasten.

Na weer een ritje in de truck stopen we in Arusha, een groot stadje waar we bij de supermarkt en/of bij de ernaast gelegen tentjes inkopen konden doen, waaronder onze lunch. Alhoewel de markt echt voor de locals was, met oude kleding, groente en fruit, waren de eetteentjes voor toeristen, getuige de banketbakker en Italiaanse ijszaak. Veel later dan gepland begonnen we aan onze laatste rit naar Moshi. We merkten aan alles langs de weg dat het hier veel meer toeristisch was en de bevolking rijker was. Onderweg reden we eerst langs de Mount Meru, de een-na-hoogste berg van Afrika. Niet veel later vormde zich tussen de mist en wolken het silhouet van de hoogste berg: de 5895 meter hoge Kilimanjaro.

Bij Honeybadger Campsite zette iedereen zijn tent op, behalve ik. Het zou mijn laatste avond met de groep zijn vanwege mijn beklimming morgen en ik zou in een hotel slapen. Wel maakte ik het laatste avondmaal mee. Het was sowieso een afsluitende afscheidsavond, want hulpgids George gaat er morgenvroeg vandoor, waarna kok Pete en chauffeur Steve de rest van de groep zal afzetten in Dar Es Salaam (voor een paar laatste dagen op Zanzibar) om meteen daarna terug te rijden naar Nairobi. De gezamenlijke kampeervakantie kwam hiermee tot een eind. Speciaal daarvoor hadden enkele van ons gekookt, waaronder bietjes, worstjes, fetakaas en, ongelooflijk maar waar op een kolenvuurtje, appeltaart. Iedereen vond het lekker, waarna er druk geteld werd over alle bonnen van de inkopen van het eten (om zodoende teveel ingelegd etensgeld terug te kunnen krijgen) en zijn er fooienpotjes gemaakt voor de crew. Hierna was het tijd voor ieder crewlid om een afscheidsboodschap voor te dragen. Ook ik deed hieraan mee. Iedereen had een topvakantie gehad; het was een geweldige groep die één familie was geworden en waarmee we zoveel leuke en mooie momenten hebben gehad. Om 21.30 uur vond ik het daarom ook erg jammer om afscheid te moeten nemen van deze fantastische mensen. Met een taxi werd ik samen met Erwin, een 28 jaar oude reiziger van Koning Aap, naar het Kindoroko Hotel in Moshi gebracht. In een kamer vol met muggen heb ik vervolgens al mijn spullen uitgezocht voor de aankomende Kilimanjarobeklimming, alvorens in een lekker bedje te kunnen slapen.

4 reacties | reageer

Kenia

Dag 1: Kenia on a Shoestring
Vrijdag 8 juli 2011

Gaap! Het was maar liefst 3.10 uur toen de wekker ging. Na waarschijnlijk de laatste lekkere warme douche voor enige tijd vertrok ik om 4.00 uur naar Schiphol. Vanzelfsprekend was het daar stukken drukker dan op de weg, maar niet extreem veel. Gisteren had ik online al ingecheckt, dus kon ik direct mijn bagage afgeven en richting de gate gaan. Een lange tijd heb ik daar zitten wachten, af en toe om me heen kijkend of ik mijn groepsleden eruit zou kunnen pikken. Met alleen de samenstelling en ieders geslacht en leeftijd viel dat toch niet mee. De één uur durende vlucht met Swiss Airlines vertrok mooi op tijd en kwam netjes om 9.25 uur in Zürich aan. Met een muffin, drankje en Zwitsers chocolaatje in m'n maag vervolgde ik me naar een andere gate, om daar om 9.35 uur het vliegtuig in te stappen naar Nairobi. Ik zat met een Amerikaanse, niet van de groep, bij de nooduitgang, dus hadden we zeeën van beenruimte. Een tafeltje en tv'tje zaten heel vernuftig in de stoel verborgen. Het was een lange en vermoeiende vlucht, die ik afwisselde met de films Rio en Just Go With It, snacks en een maaltijd. Zelfs pizza en ijs behoorden tot de maaltijden. Ook genoot ik van het uitzicht over de Zwitserse Alpen, een Grieks eiland en de kale woestijnen van Egypte en Soedan. Boven een dicht wolkendek vlogen we uiteindelijk over Kenia heen, totdat we om 17.10 uur landden in de hoofdstad.

In de aankomsthal merkte je direct hoe anders het hier weer is; winkeltjes zijn bijvoorbeeld stukken simpeler. Na een snelle paspoortcontrole en een vlotte hereniging met m'n bagage werd ik als eerste persoon opgewacht door Francis, onze gids voor de komende reis. Later werd de groep groter en stonden we met 15 man bij de uitgang te wachten, te kletsen en geld te wisselen. Ze hebben hier toch liever Keniaanse shilling dan dollars. Het was al donker geworden en ook al behoorlijk fris. De meegenomen jassen waren dus wel nodig voor de wandeling naar de truck. En die truck was me er een! Een grote Scania-truck, omgeven met doorzichtige plastic zeilen, zou voor twee weken ons vervoer zijn. Zeer groot en hoog, maar van binnen wel ruim genoeg voor ons allen. We begonnen aan een tocht van 20 km rond en door de suburbs van Nairobi. Hier leek alles redelijk chaotisch te kunnen verlopen, met verkopers langs de wegen en plotselinge momenten dat onze chauffeur op de rem moest trappen vanwege overstekende mensen. Grote en luxe hotels en bedrijven kwamen we onderweg tegen, maar ook kale stukken, zoals een nationaal park, en veel constructie. De sfeer in de groep leek goed en ook Francis lijkt een lollige gast die ons vast veel meer kan vertellen over dit land en de taal die men hier spreekt: Swahili.

Bij het kamp stonden de tweepersoonstentjes al voor ons klaar en konden we de slaapmatjes uit de truck halen. Ook ontmoetten we hier nog twee meiden die de afgelopen drie maanden hadden gewerkt in Kameroen en nu hun reis ontspannen wilden beëindigen. Twee andere personen van de groep bleken te hebben afgezegd. We kregen prima pompoensoep te eten van onze kok en maakten beter kennis met elkaar. Het lijkt er op dat het gezellige weken gaan worden! Toch gingen we niet al te laat (rond 22.00 uur) naar de tenten om te slapen, aangezien het voor iedereen een lange dag was geweest.

Dag 2: Tussen de beestjes
Zaterdag 9 juli 2011

Slapen zonder kussen en met blaffende honden op de achtergrond viel in het begin niet mee, maar lukte uiteindelijk wel. Koud was het in m'n slaapzak in ieder geval niet. Van m'n jas en wat kleding had ik een kussentje samengesteld. Tegen 7.30 uur stonden we op (begroet door nieuwsgierige aapjes) om gebruik te maken van de eenvoudige toiletten en douches. Onze kok Pete was op dat moment bezig met de voorbereiding van een heerlijk ontbijt met brood, beleg, gebakken ei en worstjes. Op eenvoudige kampeerstoeltjes genoten we hiervan. Na enige uitleg van Francis over het reilen en zeilen in het kamp (o.a. over geld, corvee en het programma), legde hij uit hoe we onze tenten konden afbreken, iets dat redelijk gemakkelijk ging. Met de grote truck gingen we vervolgens, met al onze spullen, weer op pad. Iets verderop maakten we een stop bij een druk winkelcentrum met onder andere een grote supermarkt met werkelijk alles. Wij kwamen voornamelijk voor grote flessen water die we in de truck konden opslaan. Op de weg was het een drukte van auto's en busjes. Daarnaast verkochten vele mensen langs de weg bloemen en planten. We begonnen aan een tocht van zeker een uur, waarbij we steeds hoger kwamen en het steeds kouder werd. Jassen en vesten waren wel nodig. Onderweg zagen we het simpele en vaak armoedige landschap van de Kenianen. Het had wel iets weg van Laos en Cambodja: ook vanwege de bedrijvigheid op en naast de weg. Op een zekere plek werden zelfs allemaal huiden van koeien en schapen verkocht, welke allemaal hingen uitgestald. Niet heel vreemd, want we waren deze beesten telkens tegengekomen. Wijken met kleine krotten, huisjes en winkeltjes kwamen ook voorbij. Hier en daar verbaasden we ons over bordjes met ‘Hotel' erop, want wat ernaast stond leek niet meer te zijn dan een paar muren. We maakten een stop bij een prachtig hoog uitkijkpunt over The Great Rift Valley, welke hier door vele Oost-Afrikaanse landen schijnt te lopen. Het was alleen erg jammer dat het zo mistig was en we niet ver konden kijken. Uiteraard stond hier ook een handvol verkopers op ons te wachten (eentje was zelfs op de Euromast geweest, ja ja...) maar die wisten ons niet te verleiden tot de koop van houten giraffen en meer prul.

Tot lunchtijd reden we een heel stuk verder, waarbij de rit in het begin gezellig was, maar iedereen later leek in te kakken. Totdat we echter aankwamen bij het Lake Navaisha Hippo Camp. We zouden een eerste wandelsafari gaan maken als opwarmertje voor de rest van de vakantie. Bepakt met fototoestellen, zoomlenzen en verrekijkers gingen we op pad. De bewolking was opgeklaard en het was al snel een zonnige en warme wandeling. Na enig getuur naar een mooie blauwe vogel en een ibis, zagen we al vrij snel een groep van pakweg tien impala's. Vanaf een afstandje keken we toe hoe ze vredig aan het grazen waren. Iets verderop, onderweg navigerend rond alle keutels, vielen we met de neus in de boter, want we werden aangestaard door enkele giraffen! In het begin waren zij net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. Terwijl wij foto's maakten, gingen zij verder met het eten van de blaadjes in de bomen. Het waren mooie en statige beesten. Ietsjes verder bevonden zich meer kuddes impala's, maar ook zebra's! Er zaten hier zelfs ook enkele kleintjes bij, die melk bij hun moeder dronken of anders wel in hun buurt bleven. Een grote Afrikaanse zeearend bekeek de gebeurtenissen vanuit een boom. Het waren voornamelijk deze beesten die we in het uur daarna nog vaker tegenkwamen, alhoewel we ook een eland, een gnoe en meer vogels zagen. Op de grond zagen we op enkele plekken zelfs botten liggen: twee grote botten van een giraffenpoot, een karkas van een impala, iets verderop z'n schedel en ergens nog een karkas waar de wilde beesten het vlees van hadden opgegeten, op een stuk huid na. De naam van het kamp werd ook nog even waargemaakt toen we in de verre verte een nijlpaard z'n bek zagen openen in het meer om daarna onder te duiken en niet meer tevoorschijn te komen. We moesten terug naar de truck, want we hadden overal veel te lang getreuzeld en het was al 15.30 uur. Bij de truck stond een lekkere lunch klaar van brood en salade, welke we konden eten na het uitgebreid wassen van onze handen in drie teiltjes water: zeepsop, desinfecterend middel en gewoon water.

Met de truck reden we daarna nog bijna twee uur verder naar Kembu Camp. De conditie van de weg varieerde. De hoofdweg was ok, maar op de zandpaden werden we soms goed door elkaar geschud. Gelukkig had de truck een hoog dak. Het kamp zag er goed uit, met een leuk overdekt gedeelte met banken, een bar met muziek en een tafeltennistafel. Voordat het donker werd moesten we de tenten opzetten, wat redelijk vlot verliep. Terwijl de kok en vier groepsleden aan het eten begonnen, heeft de rest gerelaxt en gekletst. Ook speelde ik nog een zeer actief potje tafeltennis met iemand van de groep! Na achten genoten we van groentesoep, aardappelpuree, salade en gebakken vis. We mogen zeker niet klagen over Pete de kok! Tijdens het natafelen gingen alle lampen in het kamp uit; de generator was ofwel uitgezet, dan wel uitgevallen. Lantaarntjes zorgden echter voor enig licht, zodat we onze geldzaken (met betrekking tot het eten) konden afhandelen. Het hele dollar-shilling verschil blijft iedereen maar vervelend vinden, omdat soms het ene gewenst is en dan weer het andere. Met zaklampjes en hoofdlampjes konden we daarna bij eenvoudige gootsteentjes onze tanden poetsen, eventueel nog opwarmen bij de kolen van het kookvuurtje en plassen in een gat van zeker twee meter, om daarna op tijd te gaan slapen. Francis zal ons namelijk zeer vroeg gaan wekken.

Dag 3: Safari met Simba
Zondag 10 juli 2011

Om 5.15 uur was het nog aardedonker buiten, maar toch stonden wij al op om een halfuurtje later te ontbijten. Terwijl de zon razendsnel opkwam, maakten wij tevens een lunchpakketje klaar. Vandaag stond Nakuru National Park op het programma. Met twee busjes, waarvan het dak omhoog kon om uit te kijken over de omgeving, reden we hier in zo'n drie kwartier naartoe. Terwijl Francis het entreegeld betaalde, bekeken wij met alle nieuwsgierigheid de aapjes die hier rondliepen, in bomen kropen en over onze busjes renden. We reden het park in en werden verwelkomd door een kudde impala's. Het park was gesitueerd rond een groot meer, waar we vrij direct naartoe reden. Hier konden we een hele zee van flamingo's en pelikanen bewonderen. Het water langs de oever stond gevuld met honderden, dan wel niet duizenden van deze roze en witte beesten. Het was een prachtig gezicht om ze te zien: staand, badderend, wapperend met hun vleugels, etend, of vliegend over het water. We waren tevens getuige van een grote kudde buffels, die over de grasvelden aan het rennen waren, een ondiep riviertje doorkruisten en verder renden, om een behoorlijk stuk verderop tot stilstand te komen om te grazen. Een lange tijd bleven we naar beide spektakels kijken, totdat we de buffels langs het water achterna reden en we de groep uiteindelijk doorkruisten. Grazend staarden ze ons aan. Over hobbelige zandpaadjes en door gebroeide bossen reden we weer verder. Op de savanne kwamen we nog talloze kuddes zebra's en impala's tegen, beesten die we de hele dag nog veel vaker zagen. Bang voor ons waren ze niet, waarschijnlijk waren ze alle tourbusjes al gewend. Niet dat we in een file van busjes reden, zo druk was het niet, maar toch kwamen we regelmatig anderen tegen. Ook de bavianen van de ingang kwamen we nog vaak op of naast de weg tegen. Bij het water hadden we het geluk een stuk of vier witte neushoorns te zien liggen. Ze lagen redelijk stil, op een kleintje na, die melk van z'n moeder lag te drinken. Op een afstand van niet meer dan 5 meter was dit erg bijzonder. Nadat we een Egyptische gans hadden gefotografeerd, zagen we in de verte twee jakhalzen lopen. Helaas liepen ze van ons vandaan en hebben we nooit een goed beeld van ze kunnen krijgen. De gevlekte hyena iets verderop hebben we wel eventjes kunnen volgen. Helaas wilde de chauffeur niet goed stilstaan om er een degelijke foto van te maken. Onze camera's waren sowieso al overuren aan het draaien van al het moois.

Na het observeren van een wrattenzwijntje ("Pumbaa!") en nog enkele watervogels, reden we een berg op om te pauzeren bij een uitkijkpunt. Hier hadden we een wijds uitzicht over een deel van de savanne en het meer. De bewolking was doorbroken en het zonnetje begon fel te schijnen. We werden hier vergezeld door felblauwe en grijze hagedisjes en mooie blauwe vogels. Na het zien van een hamerkop, een marmot en een gier in de boom, reden we langs een aantal giraffen; ditmaal met rechthoekige vlakken in plaats van de anders gevlekte Masai giraf. Het ware grote en statige beesten die leken te genieten van de blaadjes in de hoge bomen. De bekende platte en brede acaciabomen domineerden het landschap.

Het was tijd om te lunchen, wat we bij een paar bankjes bij een hutje deden. Uiteraard waren de apen hiervan op de hoogte, waardoor ze regelmatig trachtten eten te bietsen en te stelen, soms met succes. We lachten om het gedrag van een aap met een bananenschil, om een aap die een busje in wilde klimmen en eentje met wel heel erg blauwe ballen. Hierna begon iedereen een beetje in te kakken, aangezien we meer buffels, impala's en zebra's zagen en niet veel nieuws. We vroegen ons af of er nog nieuwe beesten zouden komen. Het was midden op de dag, dus zo actief waren ze niet. Toch wist de rest van de middag ons enorm te verrassen. Op een veld met buffels zagen we ten eerste twee zeer zeldzame zwarte neushoorns rondrennen. Het was ver weg, maar desondanks waren we erg blij. Een paar bochten verder mochten we al helemaal een gat in de lucht springen, want aan de ene kant van de weg lag een leeuwin met drie welpjes van nog geen week oud ("Simba!")! Ernaast lang een karkas van een buffel, waar de welpjes aan snuffelden. Ook speelden ze met elkaar en probeerde er eentje, met succes, een boompje te beklimmen. Aan de andere kant van de weg gaven vier volwassen leeuwen, waaronder een mannetje, het goede voorbeeld: ze lagen hoog in de boom te slapen of ons aan te gapen. Het was een geweldig gezicht en vele andere busjes bleven hier ook lang staan om foto's te maken. Uiteindelijk werd het ietwat eentonig en reden we verder, om langzaamaan een eind te maken aan de tocht. Toch bleven we nog een tijd naar vogels kijken, spotten we dezelfde giraf als gisteren, lag er nog een leeuw voor een bosje te slapen, dachten we nog een zwarte neushoorn te zien, zagen we in ieder geval nog een witte neushoorn, net als meer impala's, zebra's en buffels en vier slapende leeuwen in de verte! Ten slotte hingen er nog enkele colobusaapjes in de bomen. Na vijven reden we moe, maar zeer tevreden, het park uit. We vroegen ons af of iets dit nog zou kunnen overtreffen. Voldaan reden we terug naar het kamp, onderweg even gestopt en lastiggevallen door verkopers met landkaarten en ansichtkaarten.

Vandaag zat ik in het corveeteam, maar helpen met het eten hoefde gelukkig niet. De kok was namelijk al lang bezig en niet veel later zaten we in het donker rijst met kip en paprika te eten. De afwas moest ik wel met drie anderen doen, net als het schoonvegen van de truck, alhoewel die vandaag niet gebruikt was en dus niet vies was. Na een briefing van Francis had iedereen de gelegenheid om lauw te douchen en in de bar na te kletsen. Het was een gezellige avond, en we gingen daarna weer terug naar de koude tenten om te slapen. Vanaf morgen meer warmte vanaf een andere locatie!

Dag 4: Slapen naast nijlpaarden en krokodillen
Maandag 11 juli 2011

De Australiërs die gisteravond nog live muziek maakten met instrumenten, stonden vanochtend vroeg op en maakten veel herrie, waardoor de meesten van ons eerder wakker werden dan het geplande 6.30 uur. Wel had de kok al heerlijke pannenkoeken staan bakken in alle vroegte, waardoor we lekker konden ontbijten. Nadat iedereen klaar was en alles had opgeruimd, reden we om 8.30 uur het kamp uit, op weg naar het centrum van Nakuru. Onderweg zwaaiden we naar kindjes, weken we uit voor spijkerstrips bij schooltjes en keken we naar de vele door Coca Cola gesponsorde huisjes. In Nakuru kregen we een uur de tijd om te winkelen bij een supermarkt. Eten en drinken werd ingekocht, naar SD-kaartjes werd gezocht (ook door allerlei Kenianen die meehielpen) en verkopers met prul werden afgeslagen. Op een klein marktje werd veel toeristisch prul verkocht (onder andere sieraden en houten giraffen), ondanks het lage aantal toeristen. Uiteraard werden door verkopers alle Nederlandse zinnetjes genoemd en werd ik zelfs Frans Bauer genoemd, iemand anders Marco Borsato. Met open ramen reden we een stuk verder; het was al lekker warm geworden. We maakten een bijzondere stop langs de weg: op de evenaar! Dit was zichtbaar door middel van een bord (‘Equator, 0°, Hakuna Matata'), een horde verkopers en een vrouwtje dat ons een leuk stukje natuurkunde gaf. Met een trechtertje liet ze water in een flesje lopen, om vervolgens een takje in de trechter te gooien. Aan de ene kant van het bord, op het noordelijk halfrond, draaide het takje met de klok mee; aan de andere kant, op het zuidelijk halfrond, tegen de klok in. Exact op de evenaar bleef het stil liggen. Na deze magie van de magnetische polen reden we verder. -Verificatie achteraf toont aan dat dit zogenoemde ‘coriolis effect' niet op deze manier aan te tonen is en veel zwakker is dan men beweert; de manier waarop deze toeristentruc werkte, was vanwege de kleine variatie van het inschenken van het water in de trechter.- Het werd steeds warmer, de weg werd steeds slechter en het landschap veranderde. Het was hier droger, zanderiger en rotsachtiger. De sisalplantjes (om touw van te maken) hadden plaatsgemaakt voor cactussen. Terwijl wij stof hapten, zwaaiden kleine kindjes naar ons en staken geiten over.

Aan het begin van de middag arriveerden we bij Robert's Camp, een mooi kamp direct aan het Baringomeer. Op een steenworp afstand van het water zetten wij de tentjes op, terwijl de lunch van broodjes, rijst en guacamole werd bereid. Er werd afgeraden om bij de oever te komen, aangezien er krokodillen en nijlpaarden leven die je aan zouden kunnen vallen. Alhoewel dit niet vaak voorkomt, lopen er 's avonds zelfs bewakers rond om een oogje in het zeil te houden. Op zoek naar deze beesten gingen we in de middag, toen we over drie eenvoudige gemotoriseerde bootjes werden verdeeld. In iets meer dan twee uur hebben we met een warm zonnetje heerlijk over het water gevaren, een lang stuk langs de oever en rond één van de zeven eilandjes. Al redelijk snel had de gids een drietal nijlpaarden gespot tussen het riet: een mannetje, een vrouwtje en een kleintje. Met hun grote bek lagen ze wild te knagen op het riet, althans, op de momenten dat ze niet waren ondergedoken. Van een afstandje keken we toe. Nadat we verder waren gevaren, zagen we enkele mensen aan de kade en diverse vogels. Ook vlogen er vele libellen rond. We hebben toch zeker zo'n 10 verschillende soorten vogels gezien. Op een rots in het water zagen we ook een krokodil liggen, maar helaas dook deze het water in toen we dichterbij kwamen. Op weg naar het eilandje werden we bezocht door twee vissers in hele primitieve bootjes met stukjes hout als peddels. Ze lieten zien dat ze hier een kleine katvis hadden gevangen. Bij het eiland zagen we aalscholvers en een nijlvaraan, maar het hoogtepunt was de Afrikaanse zeearend. Nu hadden we deze al eerder gezien, maar toen was hij niet aan het eten. De gids gooide daarom een visje in het water, waarna de arend erop af dook en er met de vis vandoor ging. Het was een mooi moment, maar ontzettend lastig om op foto vast te leggen. We voeren tevreden terug, waar kleine kindjes ons opwachtten om te bedelen. Sommigen van ons gaven hen potloodjes en speeltjes waar ze blij mee leken te zijn. Tussen de vele vogeltjes in het kamp konden we vervolgens relaxen tot het avondeten. Ditmaal stond er spaghetti op het menu en opnieuw hadden we niets te klagen.

In de avond kreeg ik de gelegenheid om bij de bar de batterijen van mijn camera op te laden en was het mogelijk om een koude douche te nemen, iets dat op deze warme plek helemaal niet erg was. Verder hebben we de rest van de avond met de hele groep bij de bar gehangen, iets dat resulteerde in een erg lange, maar gezellige avond. Pas tegen middernacht lag ik in m'n tent en probeerde ik met al die warmte de slaap te vatten.

Dag 5: Vogels spotten, tongen met schorpioenen en onverwachts bezoek
Dinsdag 12 juli 2011

Iets na zevenen stond ik samen met Wils en zoon Olaf op om een halfuurtje later te ontbijten met toast, ei en bacon. De anderen wilden uitslapen, maar wij hadden gekozen om om 8.00 uur twee uurtjes vogels te gaan spotten. Dit bleek uiteindelijk enorm de moeite waard te zijn geweest. Onder leiding van een lokale gids, een ware vogelkenner, hebben we op een rustig tempo rond het kamp gelopen, op zoek naar vele vogels in de bosjes en bomen. Gewapend met verrekijker en fotocamera hebben we in drie uur tijd (als het aan de gids lag, zouden we de hele dag wel kunnen blijven lopen) maar liefst bijna 50 verschillende vogels gespot, waarvan we de meeste nog niet eerder hadden gezien! Er zaten hele mooie en bijzondere vogels tussen: fel gekleurde, met allerlei kleurtjes, glanzende, gestippelde, met lange staarten, etc. De gids wist genoeg te vertellen en kon sommige vogels zelfs lokken door middel van allerlei verschillende fluittonen. We kwamen onderweg ook nog enkele locals tegen met geitjes en koeien, waarvan er enkele op hol sloegen. Foto's maken van de vogels was niet makkelijk, maar desondanks heb ik er enkele prima weten vast te leggen. Terug in het kamp waren de meeste andere groepsleden het zwembad van het park hiernaast in gedoken, aangezien het ontzettend warm was. Wij zijn tot de lunch heerlijk in het kamp blijven relaxen. De lunch was opnieuw erg lekker (de spaghetti van gisteren), waarna we met z'n allen naar het zwembad zijn gegaan om de verkoeling van het heldere water op te zoeken. Een strandbal zorgde voor enig vermaak. Ook de ligbedjes waren zeker niet vervelend. Om 15.30 uur gingen we terug, aangezien we om 16.00 uur aan een natuurwandeling zouden beginnen.

Met bijna de hele groep gingen we onder leiding van de vogelgids en een andere gids (zijn trainee en broer) de natuur in. Over een landschap met acaciabomen en acaciastruiken (waarvan de laatste de hele regio overheerst heeft na een importactie van een Australiër) wandelden we met een fel zonnetje in het gezicht. De gidsen draaiden regelmatig enkele stenen om om op zoek te gaan naar de kleine beesten die hier leven: schorpioenen. Het duurde niet lang voordat de giftige zwarte schorpioen werd gevonden onder een rots. Bij de staart werd het beestje opgepakt, waarna iedereen hem met z'n hand kon voelen. De gids wilde mij echter graag gebruiken om hem op m'n voorhoofd te plaatsen. Iets verderop troffen we de nog gevaarlijkere bruine schorpioen aan. Ook deze werd opgepakt om vervolgens op ieders neus te zetten. Het leek de gids ook wel lollig om hem op mijn tong te zetten. Met z'n scharen deed het beest niets, steken kon hij niet, dus kietelde het slechts een beetje vanwege z'n pootjes. Na deze aparte ervaring liepen we iets verder en kregen we uitleg over een bijenkorf hoog in de boom, een vogeltje en een das. Na enig zoekwerk zijn er ook nog een kleine adder en een grote rode giftige spin gevonden, die beiden in het begin niet wilden meewerken om zich aan ons te laten zien. Op een bepaald punt kwamen we bij een weg die we overstaken, zodat we op enkele kale plekken terecht kwamen. In deze regio was in 1998 een Italiaanse film gemaakt en op deze plekken waren alle trailers en dergelijke gebouwd. Na het filmen is van al het bouwmateriaal iets verderop een schooltje gebouwd en wordt de vlakte nu als sportveld gebruikt. Ernaast bevond zich een hoge klif, welke we sportief hebben beklommen. Hieraf hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving en zagen we nog een valk. Omdat het al laat in de middag was, was de lucht mooi gekleurd. Terug beneden hebben we de vaart erin gezet, aangezien we al 2,5 uur onderweg waren geweest en nog wel even terug te lopen hadden. Het was bijna helemaal donker toen we, zonder lampjes, in het kamp terug kwamen. Lopen in de schemering was vanwege de rotsen en vele doornstruiken niet makkelijk. Daarnaast moesten we nog een groep kinderen van ons af proberen te schudden.

Het eten was al bijna klaar en even later smulden we van gekruide aardappel, varkensvlees, salade, pannenkoekjes en watermeloen. Tijdens een uitleg van Francis over de komende dagen kwam een fris windje opzetten, waardoor een lantaarntje omwaaide en het donker werd. Niet veel later klonk er een gil van iemand uit de groep. Er werd met een zaklamp naar de tenten geschenen en er ontstond enige verwarring en paniek: er stond een nijlpaard in het kamp! Geruisloos was het beest achter de truck het kamp binnengeslopen. Uiteraard schrok hij van ons en rende weg. Vier kampbewakers kwamen op ons af en vertelden ons rustig te blijven. Ze zouden kijken waar het beest heen was gegaan. Uiteindelijk mochten we met ze mee, waardoor we met een hele horde met fototoestellen het nijlpaard achtervolgden. Het beest trok zich maar weinig van ons aan en ging rustig verder met grazen, liep een stukje verder, begon weer te grazen, etc. De bewaker dacht dat het beest verstoten was na een gevecht, aangezien hij sporen had op zijn rug. We lieten het beest met rust en hebben de avond in de bar afgesloten. Zeer voorzichtig en oplettend liepen we uiteindelijk weer naar de tenten, om hopelijk een ongestoorde nacht te beleven.

Dag 6: Springen, zitten en lopen
Woensdag 13 juli 2011

Zonder verdere problemen met nijlpaarden stonden we vanochtend al om 5.15 uur op, aangezien we drie kwartier later een busje in zouden stappen voor een ochtendexcursie. Met een kaakje en een banaantje achter de kiezen begonnen we aan een rit die een kwartier zou duren (20 km), maar uiteindelijk drie kwartier duurde vanwege een erg hobbelige weg. Comfortabel was het ritje niet, omdat we behoorlijk opgepropt zaten. Onze tocht kwam uit bij een klein dorpje van een Pokot-stam, wat slechts uit een paar ronde houten hutjes bestond. De bewoners en de dorpelingen van het ‘dorpje' ernaast hadden zich allemaal al verzameld in hun eenvoudige traditionele kleding. Tussen de hutjes bevond zich een hele kudde geitjes. Van een jongen die Engels sprak, kregen we enige uitleg over het simpele bestaan van deze mensen. Degenen die getrouwd waren, hadden allemaal een band rond hun nek. Het viel ons op hoeveel personen dit hadden, inclusief een paar behoorlijk jong uitziende stamleden. We kregen een kijkje in de piepkleine hutjes, waar een bedje in stond (met een dierenhuid als deken), een vuurtje en een paar potjes en pannetjes. Ook koeienhoorns werden gebruikt om het een en ander in te bewaren. Op een veldje ernaast kregen we de kans om te schieten met hun boog, wat niet meeviel. In het rommelige kamp (schoonmaken en hygiëne lijken ze hier, en in de rest van het land, niet echt te kennen) konden we vervolgens toezien hoe jong en oud een dansje voor de lol deed. Uiteraard moesten wij één voor één meedoen. Echt moeilijk was het echter niet, aangezien je gewoon met twee voeten tegelijkertijd omhoog moest springen. Enkele personen deelden nog ballonnen en potloodjes uit aan de kleintjes, die meteen een lach op het gezicht toverden. Onze tijd zat erop en we hobbelden terug naar het kamp, waar de tenten voor ons waren afgebroken en het ontbijt van pannenkoeken al klaar lag.

Later dan gepland, vertrokken we om 9.10 uur met de truck naar Nakuru, waar we tegen het middaguur na een saaie rit aankwamen. Opnieuw kregen we een uur de tijd om bij een chique hotel naar het toilet te gaan, geld te pinnen en boodschappen te doen. Zelf heb ik een rondje over de markt gemaakt, waar voornamelijk veel lokale kleding en schoenen werden verkocht. Opnieuw werd ik Frans Bauer genoemd. Hierna reden we naar een grasveldje om op onze klapstoeltjes van een snel in elkaar geflanste lunch te genieten. Na het bekijken van een duur winkeltje met allerlei handwerk reden we verder naar Naivasha. Het duurde nog wel even voordat we hier waren en reden onderweg door het typische landschap van Kenia: groene vlaktes met acaciabomen. Ook passeerden we dorpjes waarbij alle winkels hun eigen logo of reclamelogo's gewoon op de stenen buitenkant van het gebouwtje hadden geverfd. Dit gaf een kleurrijk gezicht.

Om 16.15 uur arriveerden we in Fish Eagle Camp aan het Naivashameer. Meteen konden we beginnen aan een andere excursie, terwijl de crew de tenten zou opzetten. We werden opgehaald met een zeer apart hippieachtig gospelbusje om God te verheerlijken. Aan de binnen- en buitenkant stonden allemaal aparte leuzen (o.a. CIA - Christ Is Alive) en het plafond was bedekt met rode en blauwe kussentjes. Ook was er een tv'tje waarop Keniaanse muziekvideo's werden gedraaid. Het was een vrij aparte rit naar een nationaal park rondom een kratermeer. In het park hebben we een stuk gewandeld en vertelde de gids ons over de hollen van wrattenzwijnen, hyenakeutels, het gedrag van buffels, de strepen van zebra's en enkele andere beesten, terwijl we zebra's, giraffen, gazelles, buffels, oryxen en vogels tegenkwamen. Heel bijzonder was het echter niet. Met de wagen werden we vervolgens naar de rand van de krater gebracht, vanwaar we konden afzakken naar het meer. Ondanks dat dit een broedplaats voor flamingo's was, zagen we er nu slechts een handjevol. Ook zwom er hier een nijlpaard rond (we zagen hem zich zelfs omdraaien op z'n rug), alhoewel niemand wist hoe hij hier ooit heeft weten te geraken. Al met al niet bijster interessant. Met het busje, dat nu in het donker voorzien was van rode en blauwe discolichtjes, reden we terug naar het kamp. Rond een heus kampvuur hebben we pompoensoep, rijst, vlees en groente gegeten, waarna we nog een tijd van de warmte van het vuur genoten. Het was hier namelijk weer een stuk frisser. Nadat we ons hadden verbaasd over de goede kwaliteit van de toiletten, was het voor iedereen bedtijd. Ook morgenochtend staat er weer iets mooi op de planning.

Dag 7: Door de poorten van de hel
Donderdag 14 juli 2011

Nadat we vanochtend werden gewekt door enkele luid schreeuwende Colobusaapjes in de bomen, alsmede een grote groep maraboes (ooievaars), hebben we lekker ontbeten. Om 8.00 uur werden we bij de poort van het kamp verwacht, waar een grote hoeveelheid mountainbikes op ons stond te wachten. Het zou een actief ochtendje gaan worden in Hell's Gate National Park. Nadat iedereen zijn mountainbike had getest (niemand was er helemaal blij mee, maar het kon erger), reden we 3 km over een asfaltweg, waar vele locals ons achterna staarden. Het 2 km lange pad naar het park toonde aan wat we van de weg in het park konden verwachten en waarom we echt mountainbikes nodig hadden. Het was een hobbelig pad van stenen en zand. De temperatuur was lekker, er was een prima zonnetje, enige bewolking en wat wind. We hebben in een uur tijd 11 km naar de andere kant van het park gefietst. Het fietsen was voor iedereen even wennen, maar was op zich te doen. Hell's Gate National Park staat niet zozeer bekend om de wilde beesten; we kwamen slechts enkele zebra's, buffels, gazelles en wrattenzwijntjes tegen. Het park is echter befaamd om het prachtige landschap. En mooi was het zeker! We fietsten over uitgestrekte savannes met boompjes en struikjes, omringd door hoge roodoranje rotswanden. Een enkele grote rots stond in het midden van het park. Vanwege de staat van de weg moesten we echter vaak onze aandacht vestigen op de grond, in plaats van op de omgeving in de verte.

Na een lange tocht parkeerden we de fietsen en rustten we eventjes uit, om vervolgens aan het volgende deel van de tocht te beginnen. Ditmaal niet op de fiets, maar te voet. We stonden namelijk aan de rand van een lange en prachtige kloof. Na het zien van een mierenleeuw (één van de ‘small five'), liepen we de kloof in, welke behoorlijk diep was en helemaal was uitgesleten door een rivier. Nu liep er slechts een smal stroompje. In de kloof bevonden zich enkele klimmetjes, enkele afdalingen en diverse bochten. Op de wanden waren namen van bezoekers gekerfd en hier en daar bevond zich een struik of boom. Het was een mooie en avontuurlijke wandeling. Op sommige plekken sijpelde bodemwater langs de wanden naar beneden. Gezien de vulkanische bodem was een deel van dit water soms warm of zelfs behoorlijk heet! Voorbij de helft kregen we de mogelijkheid om verder door de kloof te trekken, een moeilijke route, of een makkelijkere route bovenlangs te nemen. De groep splitste zich en ik koos voor de kloof. Het was inderdaad geen makkelijk stuk en vaak moesten we op handen en voeten afdalen of klimmen. Gladde stukken met water hielpen niet mee. Uiteindelijk moesten ook wij naar boven, waarna we een prachtig uitzicht hadden op een deel van het park. Bij de fietsen rustten we opnieuw uit, om vervolgens aan de terugweg te beginnen. Deze was een stuk zwaarder dan de heenweg: iedereen was al moe, de honger begon toe te slaan en het was flink warmer geworden. Daarnaast was iedereen vies van al het stof.

Tegen 13.30 uur waren we terug en konden we allemaal eindelijk wat eten. Iedereen rustte flink uit, stond in de rij om te douchen of maakte foto's van de vele maraboes. Niemand had de puf meer om een excursie te doen: een boottocht over het Naivashameer, vergelijkbaar met die op het Baringomeer, en een high tea bij het centrum van het leeuwtje dat centraal stond in de film Born Free. In plaats daarvan hing iedereen in of rond het kamp te relaxen. Daar waren we wel aan toe! Heel veel meer heeft iedereen niet gedaan. Zelf ben ik eventjes bij het niet heel bijzondere meer gaan kijken en probeerde ik bij een postkantoortje in een dorpje iets buiten het kamp een kaartje te posten, maar de eigenaar had geen zin meer en had de tent al eerder gesloten. Om 19.00 uur hadden we bij een kampvuurtje een diner met een lekker prutje van mais, rijst en kip in saus. Tijdens de dagelijkse speech van Francis vertelde hij over de komende twee dagen in Masai Mara; die zouden zeer bijzonder gaan worden! Hoe het weer zou zijn, wist hij echter niet, aangezien hij Erwin Krol en Piet Paulusma niet had gesproken. Een deel van de avond hebben we vervolgens in de bar doorgebracht. Het verbaasde ons dat dit kamp wifi had, alhoewel de rest van de faciliteiten ook al in orde was. Helaas was de internetverbinding veel te zwak, dus gebruiken konden we het niet. Terwijl het kampvuurtje nog nasmeulde, doken wij onze tenten in voor een nieuwe nacht.

Dag 8: Een hobbelige rit
Vrijdag 15 juli 2011

Vanochtend was iedereen al vroeg in de weer om z'n spullen te pakken en de tent af te breken. Na een ontbijtje met gebakken ei zaten we om 7.45 uur in de truck klaar om te vertrekken. Het duurde echter nog een half uur voordat we wegreden, aangezien er een probleem was met de accu en de motor gestart moest worden met behulp van de accu van een andere truck. We hadden een rit van bijna 300 km te gaan, wat in het begin redelijk vlot verliep. Wel hebben we langs de weg even moeten stoppen, aangezien er een nieuwe accu was geregeld en een andere wagen die ons even was komen brengen. Handige service! Er was een plasstop bij een souvenirwinkeltje waar allerlei houten handgemaakte beeldjes stonden in alle soorten en maten, met name van dieren. Ik heb me weten te verleiden tot verkoop, en zit nu met een houten giraf in m'n tas van 2500 voor 1000 Keniaanse shilling, pakweg €7,50. Ook wilde de verkoper nog graag twee muntjes van €0,50 wisselen tegen 150 van mijn shilling, waarmee ik akkoord ging. Buiten werd er wat gelachen om smakeloze speciaal bereidde koffie van enkelen, waarna een andere man vroeg of wij nog pennen hadden voor z'n kinderen, of Nederlandse munten. Aangezien hij hierom bedelde, ketsten we dit af. Daarnaast leek het laatste wel heel erg op een verdachte truc na mijn eerdere wisseling.

Langs kleine dorpjes en akkers reden we verder naar Narok, een plaatsje waar we voor een uur pauzeerden. Hier kreeg ik de kans om een kaartje op de bus te doen en kregen anderen de kans om te pinnen. Uitkijkend voor de vele gaten in de stoep liepen we door het ‘centrumpje' heen en zagen we simpele winkeltjes, vele inwoners, waaronder enkele ezels en een vrouw in een Radio 538 T-shirt, een moskee, een plek waar vrolijke Afrikaanse muziek werd gedraaid en een supermarkt. Hier sloegen we weer genoeg eten en drinken in. Sommigen van ons konden ijsjes en chocola niet weerstaan. Door het rommelige stadje liepen we terug naar de truck om een halfuurtje verder te rijden. Langs de weg laadden we de keuken uit om een lunch voor te bereiden en nuttigen. Ik zat vandaag weer in het corveeteam, dus moest ik meehelpen met het snijden vooraf en het afdrogen achteraf. De laatste 100 km van de rit was over een weg die in een ontzettend slechte conditie verkeerde. Het eerste deel was geasfalteerd, maar had zo ongelooflijk veel gaten dat we continu aan het hobbelen waren of slechts half op de weg en half scheef in de berm stonden. Het tweede en laatste gedeelte bestond alleen maar uit zand en steen. Dat was ook niet heel prettig. Wat wel geweldig was, was het landschap. We waren namelijk aangekomen in de Masai Mara (het Keniaanse deel van de Serengeti) en de omgeving hiervan is precies zoals het beeld dat iedereen heeft van dit land: enorme relatief kale en vlakke velden, savannes, begroeid met gras, kleine struikjes en hier en daar een boom. Verderop waren er wat meer heuvels en bomen. Onderweg zagen we de in het rood geklede Masai-bevolking lopen, vaak vergezeld van enorme kuddes geiten en koeien. In het wild zagen we enkele gazelles en giraffes.

Tegen het einde van de rit waren er meer eenvoudige Masai-dorpjes te bekennen, waarvan we er eentje bezochten. Zoals te verwachten viel, was het een enorme toeristenval, maar desondanks was het geinig om ontvangen te worden door een grote groep primitieve Masai (alhoewel er op een gegeven moment wel eentje z'n mobieltje opnam). De meesten hadden rode kleding aan en waren versierd met diverse kettingen. Sommigen hadden zelfs enorme uitgerekte oren met een gat erin. Eerst toonden ze een dans voor mannen: simpelweg omhoog springen zoals bij de Pokot-stam. Hoe hoger de man kon springen, hoe goedkoper zijn bruidsschat hoefde te zijn. Daarna dansten de vrouwen een nog simpelere versie van de polonaise. In het dorpje bevonden zich verder een kudde koeien, enkele kippen, een schare kinderen en enkele huisjes gemaakt van koeienpoep en modder. Binnenin was het hartstikke donker en zeer primitief. Vuur maken deden ze met stokjes, wat ze even demonstreerden. Nadat we langs een enorme reeks tafels waren gebracht vol met souvenirs, liepen we een paar honderd meter verder naar het Acacia Camp, waar de tenten al voor ons waren opgezet. Het was de minst luxe camping tot dusver en zelfs het water uit de kraan was vies bruin. In het donker hielp ik mee met het diner van soep, rijst, groente en vlees, wat we even later heerlijk naar binnen werkten. Op deze camping was het 's avonds opeens weer een stuk frisser. Na de afwas is iedereen naar z'n tent gegaan om te slapen, wat mogelijk zou moeten zijn aangezien de lawaaierige generator is uitgezet. Morgen belooft een avontuurlijke dag met een gamedrive te worden!

Dag 9: Gamedrive door Masai Mara
Zaterdag 16 juli 2011

Vandaag was een lange dag, maar wel een ongelooflijk gave en mooie dag! Om 6.00 uur zaten we al aan het ontbijt, om niet al te veel later de camping hobbelend met de truck te verlaten. Kok Pete bleef achter, maar wel gingen Francis en chauffeur Steve met ons mee naar het Masai Mara National Park. Dit is het grootste natuurreservaat van het land, dat grenst aan de Serengeti in Tanzania door middel van de Mara rivier. Tot ongeveer 18.00 uur hebben we de hele dag een gamedrive gemaakt. Over hobbelige zandwegen reden we over prachtige en enorm groene grasvlakten. Dit was pas de echte savanne! Het park was reusachtig, had glooiende heuvels en vele kleine struikjes. Bomen waren er uiteraard ook, vaak de acacia, soms bij elkaar, alhoewel er ook wel eens een enkel boompje op een verder kaal grasveld stond. Ook was er ergens een landingsbaan, waarop we een klein vliegtuig zagen landen. Hieruit stapten rijke en luie toeristen, waarna een groep Japanners instapte. Maar dan het belangrijkste van de dag: de beesten. We hebben een enorme hoeveelheid dieren gezien; het aantal loopt gemakkelijk op in de tienduizenden! Ook het aantal verschillende soorten was niet op twee handen te tellen. Zebra's waren toch wel de meest voorkomende, vaak te vinden in grote kuddes. Eén kudde, waar we dwars doorheen reden, was reusachtig. Overal om ons heen zagen we duizenden witte en zwarte strepen. Impala's, buffels en Thomsongazelles zagen we ook vrij regelmatig, net als gnoes. Heel veel gnoes. Dit laatste is goed te verklaren, aangezien tijdens deze maanden de Grote Trek plaatsvindt, 's werelds grootse migratie van beesten. Alhoewel een groot deel van de gnoes zich nog steeds in de Serengeti bevindt, waren er hier ook al grote groepen te vinden. Veel hebben we ze echter niet zien lopen; grazen deden ze wel. Een hoogtepunt van de trek is de oversteek van de Mara rivier, waarbij krokodillen en nijlpaarden op hun maaltijd liggen te wachten. Bij de rivier konden we de truck uit, waarna we onder begeleiding van een gewapende bewaker een stuk langs de rivier hebben gelopen. In het water zagen we en hoorden we al diverse groepen nijlpaarden, in de meeste gevallen bijna volledig ondergedoken, waarbij slechts het bovenste deel van hun kop zichtbaar was. Bij het oversteekpunt lag een grote krokodil op een rots klaar met z'n bek wagenwijd open. Twee anderen lagen langs de oever klaar. Helaas hadden de gnoes op dat moment geen zin om over te steken, waardoor we dit grote spektakel moesten missen. Wel stond er één gnoe aan de over naar de overkant te kijken, maar geen enkel moment durfde hij het aan. Gelukkig hebben we nog veel meer moois gezien.

Op vele plekken hebben we giraffen zien staan, lopen en rennen. Dit bleef mooi. Daarnaast spotten we nog twee topi's, twee stokstaartjes, enkele wrattenzwijntjes en diverse vogels, waaronder de grote secretarisvogel. Dan rest nog The Big Five. De buffel hadden we al gezien en de neushoorn eerder in Nakuru. Neushoorns hebben we hier helaas niet gezien. Wel werden we aan het begin van de dag getrakteerd op een groep leeuwen! Ze lagen vredig in het gras, liepen om alle safaribusjes en -trucks heen en genoten van het verse vlees van een gnoe, welke ze naar ons idee niet lang daarvoor hadden gevangen. Er at er telkens maar eentje, terwijl een andere toezicht hield. Plots renden ze er allemaal vandoor, waarom weten we niet. Wel maakten de vele aasgieren om ons heen hier gretig gebruik van. Bliksemsnel vlogen ze met z'n allen naar het half opgegeten slachtoffer, om daarna wild allerlei restjes op te eten. Het was een zeer bijzondere gebeurtenis! Het vinden van luipaarden en olifanten was moeilijker. Op een gegeven moment zagen we diverse busjes rond een boom staan. We reden dichterbij en zagen een katachtige met zwarte stippen in het gras liggen: een cheeta! Hij bleef rustig liggen en om zich heen kijken naar al die maffe toeristen met fototoestellen. Lang bleven we hier niet staan, aangezien we van de weg waren afgeweken, wat niet de bedoeling was.

In de middag hadden we geluk met Afrikaanse olifanten, aangezien we er in de verte vier zagen lopen. Er liep zelfs een klein olifantje bij! Dit bleek slechts het begin te zijn, aangezien we niet veel later een hele kudde van minstens 21 olifanten zagen! Dat was een heel indrukwekkend gezicht! Later in de middag hebben we zelfs nog veel meer olifanten gezien, sommige behoorlijk dichtbij, andere iets verderop, allemaal in de schaduw van een boom. Onze dag was bijna goed. We zagen nog een kraanvogel, hartenbeesten, struisvogels en aapjes. Lange tijd zochten we naar een luipaard, maar dat was allesbehalve een eenvoudige opgave. Laat in de middag zagen we enkele busjes bij een paar bomen staan. Er werd gezegd dat er eentje in zat! We zaten te zoeken op alle takken van de bomen en zagen een lange tijd niets. Maar uiteindelijk hadden we hem te pakken! Hij lag half verstopt op een tak. Het leek erop alsof hij sliep. Toch konden we een vreugdedansje doen, want we hadden alle Big Five gezien deze vakantie! Tevreden reden we om 17.30 uur weer terug naar het kamp, onderweg enkele Masai-dorpjes vol met afval passerend. Het was een mooie dag geweest, die eindigde met een lekkere maaltijd van linzensoep, aardappel, biefstuk en een smakeloze Afrikaanse cake van maiszetmeel. Nadat we nog een tijdje bij het kolenfornuis hadden gezeten, gingen we op tijd naar bed.

Dag 10: De laatste dag in Kenia
Zondag 17 juli 2011

In alle vroegte braken we vanochtend de tenten af, om om 7.00 uur te ontbijten met toast. Zo'n 40 minuten later waren we allemaal klaar om te vertrekken, dus stapten we in de truck voor een lange rit naar Kisii. Eerst moesten we weer 96 km rijden over de ontzettend hobbelige weg van eergisteren, wat uiteraard geen pretje was. Onderweg stopten we slechts even vanwege een lekkende waterfles. Hierna volgde nog eens 200 km over een betere verharde weg. We reden langs kleine vieze dorpjes, schooltjes en gebieden met helemaal niets. In zo'n gebied hebben we langs de weg geparkeerd om te lunchen. In de verte zagen we daarbij een Masai-herder met een hele kudde koeien. Het was verder een lange, saaie, vermoeiende en warme rit, waarbij we nog een keer gestopt hebben bij een curioshop met een enorme lading Chinese toeristen (vervoerd met minstens 15 busjes) en een foto konden maken van een niet heel interessante theeplantage.

In de namiddag arriveerden we in het hooggelegen plaatsje Kisii, een stadje dat er behoorlijk levendig uitzag vergeleken met de voorgaande plaatsjes. Langs de hoofdweg bevonden zich vele winkeltjes (waarvan vele wel in ontzettende krotten stonden) en een supermarkt. Er was verder nog een markt met veel kleding, we zagen een groep mensen die aan het sporten waren, en we hoorden vrolijke Afrikaanse muziek. We parkeerden de truck bij St. Vincent, een voormalig klooster met meerdere gebouwen die nu dienden als hotel. Voor de verandering hoefden we vandaag niet te kamperen! Dat wil niet per se zeggen dat een hotel hier beter hoeft te zijn, aangezien we behoorlijk wat bouwvallen hadden gezien die een bordje met ‘hotel' hadden. Hier zag het er echter prima uit. Twee bedjes met een muskietennet, twee stoelen, zeepjes, een bijbel en veel te veel kastjes. In de gang bevond zich een gedeelde badkamer met redelijk werkende toiletten en een douche die ofwel ijskoud dan wel gloeiendheet was. We hadden nog twee uurtjes over tot het diner en zijn met een paar personen naar de supermarkt gegaan voor enkele inkopen. De supermarkt was reusachtig, maar verkocht naast alle grote merkartikelen ook alles wat ze bij de Blokker hebben, net als elektronica, tapijten, feestartikelen en meer. Met twee meiden ben ik vervolgens op zoek gegaan naar een internetcafé. We vonden er twee, beide verstopt op hogere verdiepingen van vreemde, donkere en enge gebouwtjes met meerdere gesloten zaakjes. Het ene café was gesloten, maar het andere niet. Toch konden we niets doen aangezien de stroom was uitgevallen. Via de rommelige en drukke straat, waarop we continu eng werden aangestaard door sommigen, maar enthousiast werden begroet door anderen, liepen we terug naar het hotel. Ook werden we hierbij achtervolgd en lastiggevallen door een eigenaardige gast, die gelukkig door de bewaker van het hotel buiten de poort werd gehouden.

In een openbare ruimte kregen we een lekker diner van Pete, bestaande uit pasta, kip en paprika, met een warm toetje van aardbeienyoghurt en banaan. Het restaurant van het hotel bleek namelijk niet zo geweldig te zijn. We waren daarnaast blij dat we binnen zaten, want we hebben hier onze eerste echte regenbui meegemaakt. ‘s Avonds hebben we na de speech van Francis, waarin hij ditmaal vertelde over de oversteek naar Tanzania morgen, nog even rondgehangen om te kletsen, om vervolgens na een week weer in een bedje te stappen!

4 reacties | reageer

Nog 1 week: Kenia & Tanzania

Welkom terug op mijn blog! Het zal misschien niet als een verrassing komen, maar na mijn reis naar Washington en New York in november 2010 kwamen mijn nieuwste vakantieplannen alweer op tafel te liggen. Een lange vakantie zoals met Azië in 2009/2010 zou er dit jaar niet in zitten, aangezien ik in februari begonnen ben met een fulltime baan voor één jaar. Dit nam echter niet weg dat ik geen vrije dagen op zou kunnen nemen om alsnog voor enkele weken de wijde wereld in te kunnen trekken. Een bestemming voor 2011 had ik al enige tijd in gedachten, waardoor ik in februari de knoop doorhakte en een drieweekse reis naar Kenia en Tanzania boekte! Dit zijn twee landen die ook hoog op mijn lijstje stonden en volgens mij een bezoek dubbel en dwars waard zijn. De prachtige natuurschoon en de wilde dieren zijn uiteraard de publiekstrekkers, maar er zal ongetwijfeld veel meer te zien en beleven zijn. Om meteen maar alle clichés erdoorheen te jassen: dit jaar is het tijd om de Beekse Bergen in XXL-formaat te aanschouwen, tussen de leeuwen op zoek te gaan naar een zingend wrattenzwijn en stokstaartje, en om Serengeti Symphony zonder muziek te bekijken!

Op vrijdag 8 juli zal ik samen met 18 andere Shoestring-reizigers het vliegtuig nemen naar Nairobi, de hoofdstad van Kenia. Vervolgens zullen we 10 dagen met een terreinwagen door dit land reizen, waarbij we 's nachts zullen overnachten op diverse campings. Overdag zullen we o.a. een opvangcentrum voor giraffes bezoeken, een boottocht maken over een meer met honderden flamingo's en op safari gaan door het Masai Mara National Park. In de nabijheid van het immens grote Victoriameer zullen we de grens met Tanzania oversteken, om hier in de week die volgt o.a. een gamedrive te maken door de uitgestrekte Serengeti en uit te kijken over de Ngorongoro-krater. Met enig geluk zullen we getuige zijn van de Great Migration van duizenden wildebeesten, maar uiteraard hoop ik ook de Big Five (olifant, neushoorn, leeuw, luipaard en buffel) te kunnen spotten! In de derde en laatste week zal ik afscheid nemen van de groep. In plaats van heerlijk te genieten op Zanzibar, heb ik voor een actievere bezigheid gekozen: het beklimmen van de Kilimanjaro. Dit is met 5895 meter Afrika's hoogste berg en daarmee één van de ‘zeven toppen' (de hoogste bergen van elk continent). In 6 dagen hoop ik deze berg te trotseren, waarna ik vanuit Dar Es Salaam weer terug zal vliegen en op 1 augustus in Nederland aan zal komen.

De afgelopen weken heb ik me al aardig voorbereid op deze prachtige reis en ik kan niet wachten totdat deze van start gaat. Gelukkig duurt dat niet lang meer! M'n tas ligt al klaar, net als m'n fototoestel, verrekijker, dierengids, wandelschoenen, zaklamp, thermo-ondergoed en meer. Na de reis zal ik jullie hier uitgebreid over mijn avonturen vertellen en m'n foto's met jullie delen. Tijdens deze back-to-basic reis zal dat vanwege het gebrek aan elektriciteit en internet waarschijnlijk niet lukken. Tot dan!

3 reacties | reageer

New York City

Dag 6: New York is supercalifragilisticexpialidocious
Vrijdag 19 november 2010

Het was vandaag mijn allereerste volledige dag in New York en die wilde ik volop benutten. Dus stond ik om 7.45 uur op en liep ik naar de kleine ontbijtzaal van het hostel toe. Hier kon ik, helaas tegen betaling, ontbijten met een bagel. Ik liep vervolgens naar de metro toe. Meteen was de levendigheid van de stad merkbaar, aangezien er om de hoek al een kraampje stond met ontbijtproducten (bagels en pretzels) en in het metrostation enkele Indonesische zangers muziek stonden te maken. Met metrolijn 1 ben ik helemaal naar het meest zuidelijke puntje van Manhattan gegaan. Ik kon nog een zitplekje krijgen, maar het werd steeds en steeds drukker in de wagon. Tegen het einde, na meer dan 30 minuten, werd het echter beduidend rustiger. Bij South Ferry stapte ik uit, waarna ik meteen in Battery Park was beland. Hiervandaan was het mogelijk om de ferry te nemen naar Staten Island, maar dit deed ik niet. In plaats daarvan liep ik door het parkje naar de kade, waar een fris windje stond, ook al scheen de zon gelukkig heerlijk. Vanaf de kade had je een mooi uitzicht over de haven, met in de verte het silhouet van het Vrijheidsbeeld en Ellis Island. Een andere ferry kon je naar deze twee plekken brengen, iets dat vele toeristen op dat moment van plan waren. Ik echter nog niet, want ik bekeek enkele Navy en Air Force memorials in het parkje en liep noordelijk naar het ernaast gelegen Bowling Green, een ander klein parkje met een niet-werkende fontein. Naast het parkje bevond zich op het kruispunt van twee straten een aparte bezienswaardigheid: de Raging Bull. Dit is een groot, niet al te vriendelijk kijkende bronzen stier waar toeristen maar al te graag mee op de foto willen, ofwel aan de voorkant, dan wel met z'n achterkant.

Overal om me heen bevonden zich hoge gebouwen, dus het was verleidelijk om continu met je hoofd omhoog te lopen. Toch was dat niet zo verstandig, aangezien ik via enkele smallere straatjes met wegwerkzaamheden naar het befaamde Wall Street ben gelopen. Alhoewel dit bij iedereen behoorlijk groots in de oren klinkt, valt het in werkelijkheid nog best tegen. Wall Street zelf is namelijk nogal een smalle straat en ondanks dat de New York Stock Exchange zich hier bevindt, maakt de Federal Hall die er tegenover zit meer indruk. Aan de buitenkant was er weinig van de hectiek van de beursvloer te merken: het gebouw zat half ingepakt met een groot spandoek en was omringd met allerlei hekwerken. In plaats van drukke zakenmensen met telefoons en koffers waren het toeristen die buiten alom aanwezig waren om het timpaan van het gebouw te fotograferen. Helaas was het niet mogelijk het gebouw te betreden, dus was ik hier al snel verdwenen. De Federal Hall, met een beeld van George Washington, zag er van binnen wel mooi uit, maar veel was er niet te doen. Ik liep Wall Street daarom maar uit en kwam terecht bij de Trinity Church, een mooi kerkje te midden van alle drukte en hoge gebouwen. Binnenin waren er fraaie glas-in-lood ramen te bekennen. Nadat ik iets noordelijker was gelopen tussen de straten met vele auto's en taxi's, kwam ik terecht bij een groot bouwterrein dat gedeeltelijk was afgeschermd. Het was een grotendeels lege vlakte, waar hier en daar al begonnen was aan de bouw van nieuwe torens. Ik bleek te zijn aangekomen bij Ground Zero, het gebied waar tot 11 september 2001 het World Trade Center heeft gestaan met zijn bekende Twin Towers. Ik kan me het verschrikkelijke nieuws uit die periode nog goed herinneren, en werd er hier in een klein tijdelijk bezoekerscentrum opnieuw mee geconfronteerd. Vele verhalen waren hier aan de muren gehangen, net als foto's en honderden posters met ‘Vermist'. Hier en daar lagen gevonden bezittingen van slachtoffers en hing er in een andere vitrine een gescheurd brandweerpak. Boven een trap hingen honderden papieren gekleurde kraanvogeltjes, welke door Japan geschonken waren. Er hing hier een droevige sfeer; mensen waren stil of snikten zachtjes. Aan de overkant van het terrein bevond zich een kerk, die sinds die dag een geheel andere betekenis heeft gekregen. Het was nu een gedenkplaats voor de slachtoffers en beschikte over vele insignes van brandweerlieden en een paar dozijn gedoneerde knuffels.

In een parkje met de afgesloten City Hall heb ik eventjes uitgerust, waarbij ik gezelschap kreeg van een eekhoorntje die maar al te graag één van de M&M's wilde hebben die ik aan het eten was. Het beestje was nieuwsgierig en helemaal niet bang, dus klom het gerust op m'n schoot voor iets lekkers. Uiteindelijk liep ik verder naar het oosten, naar Pier 17, dat aan de East River ligt (westelijk van Manhattan ligt de Hudson River). Aan de kade waren enkele mooie zeilschepen te vinden, terwijl de pier stond volgebouwd met toeristenwinkeltjes en restaurantjes. Met een lekker zonnetje in m'n gezicht kon ik uitkijken over de rivier, waarover de Brooklyn Bridge gebouwd was en leidde naar de wijk Brooklyn. Helaas stond een gedeelte van de brug in de steigers, maar het was desondanks mooi om te zien. Het schepenmuseum heb ik niet gezien, evenmin de Bodies tentoonstelling, maar wel heb ik enkele winkeltjes bekeken en ergens een broodje gyros als lunch genuttigd. In de buurt bevond zich een TKTS-kantoortje, waar tegen fikse kortingen goede kaartjes worden weggedaan voor Broadway-musicals voor diezelfde dag. Ik had gelezen dat de rijen op Times Square bij eenzelfde kantoortje ontzettend lang kunnen zijn, maar hier was dat niet het geval. Ik besloot in de rij van zo'n 20 man te gaan staan en met 40% korting een goede plaats te bemachtigen voor een heuse Broadway-show! Het duurde echter nog even voordat de show zou beginnen, dus kon ik nog genoeg andere activiteiten ondernemen.

Met de express-variant van metrolijn 2 ben ik richting het 381 meter hoge Empire State Building gegaan. Eenmaal weer boven de grond zat ik even te puzzelen welke kant ik uit moest, omdat het hoogste gebouw van New York hier niet echt opviel tussen alle andere hoge gebouwen. Nadat ik de ingang had gevonden en de ontvangsthal had bewonderd, ben ik een verdieping hoger gegaan om een New York City Pass te kopen, een boekje met zes toegangstickets voor New York attracties tegen een fikse korting, waaronder die van het Empire State Building. Het was niet extreem druk en even later zat ik in een lift die me in 40 seconden naar de 80e verdieping bracht. Met een andere lift kon ik vervolgens nog eens 6 verdiepingen hoger klimmen. Hier bevond zich een observatieplatform waar vanaf je een adembenemend uitzicht had over Manhattan en de omgeving. Het platform was aan alle kanten open en het waaide er flink; het was er daarom stukken kouder dan aan de grond. Wel was de rand afgeschermd met spijlen, zodat je er niet vanaf kon springen. Ik had een audio guide bij me die me interessante informatie gaf over de gebouwen in alle acht de windrichtingen. Beneden op straat zag ik kleine autootjes voorbij rijden, nog kleinere stipjes voorbij lopen, op een witte vlakte mensen voorbij schaatsen en in de verte zag ik de wolkenkrabbers van het financiële district, met de haven op de achtergrond. Aan andere kanten zag ik New Jersey, noordelijk Manhattan (met slechts een gedeelte van Central Park), Queens en Brooklyn. Meer dan een uur heb ik hier bovenop deze wolkenkrabber gestaan, terwijl de zon steeds lager kwam te staan. Een mooie goudgele gloed viel over de stad heen. Na deze mooie belevenis ging ik terug naar beneden, waar ik langs Macy's liep, 's werelds grootste warenhuis. Alhoewel ik er nog niet in ben gegaan, heb ik wel de zes etalages bekeken waar een interactief kerstverhaal bezig was. Het had wel iets weg van Disneyland, met bewegende poppen, een stem voor het verhaal en achtergrondmuziek. De hele stad was overigens al helemaal in de kerstsfeer, met versieringen en lampjes overal.

Via Broadway, een weg die overigens niet alleen maar bestaat uit theaters, maar helemaal van noord- tot zuid-Manhattan loopt, ben ik naar Times Square gelopen. Alhoewel de lucht steeds donkerder werd, werd het in de straten steeds lichter. Overal om me heen stonden namelijk hoge gebouwen die vol hingen met reusachtige advertenties, grote borden met neonreclame, andere reclamebanners en logo's. Het was daarnaast ontzettend druk op zowel de straat als de stoep. Vele gele taxi's reden om me heen, af en toe afgewisseld door gewone auto's of limousines. Aangekomen op Times Square bleef ik ook m'n ogen uitkijken. Overal waar je maar kijkt, zie je posters van aankomende films of musicals, flitsen de reclamefilmpjes aan je voorbij en worden trailers afgespeeld. Toeristen zie je om zich heen kijken, zich vergapend aan alles wat er hier over hen heen komt. Het gevoel dat je hier krijgt is onbeschrijflijk en kun je alleen voelen door daar echt aanwezig te zijn. Er was verder nog een filmploeg bezig met het filmen van fotomodellen, liepen er een rode en blauwe Elmo rond, stond er een reusachtige rij voor het TKTS-kantoor en kwam er een auto voorbij rijden met die typische headbangende ‘niggas' met rapmuziek. Bij een tentje heb ik snel een slice pizza gegeten en een blikje Mountain Dew gedronken, een erg lekker drankje dat moeilijk te omschrijven is, maar nog het meest weg heeft van een combinatie van 7-Up en Fanta. Op Times Square waren verder vele winkels en restaurants, waaronder een ESPN, Planet Hollywood, Hard Rock Café, Disney Store, M&M's World, McDonald's en een grote Toys'R'Us waarin je een reuzenrad in kon en op de foto kon met Spiderman en een enorme T-Rex. Ik liep naar het bekende 42nd Street, waar vele theaters zaten, souvenirwinkeltjes, bioscopen en Madame Tussauds. Nadat ik enkele souvenirtjes had gekocht, betrad ik het New Amsterdam Theater, wat zich langzaamaan vol begon te stromen. Hier begon om 20.00 uur de ontzettend vrolijke musical Marry Poppins! In de 2,5 uur die volgde, heb ik me hartstikke vermaakt met het professionele toneel en de aanstekelijke liedjes. Ondanks dat dezelfde musical nu ook in het Circustheater in Scheveningen draait, is de belevenis hier toch een stuk bijzonderder! Het was voor mij tevens een ideaal moment om uit te rusten van deze lange en drukke dag. Na de musical heb ik daarom dan ook meteen de metro gepakt om terug te keren naar het hostel, om daar te gaan slapen. Het was in ieder geval wel een superleuke en onvergetelijke dag!

Dag 7: Een kunstig uitzicht
Zaterdag 20 november 2010

Om 8.00 uur was het tijd om op te staan, waarna ik een lekkere douche heb genomen. Die douche werkt hier trouwens ook weer ietsje anders, aangezien je slechts één draaiknop hebt. Hoe harder je hem zet, hoe warmer hij tevens wordt. Afijn, na een ontbijt met een muffin ben ik weer op pad gegaan. Met de metro ging ik één halte downtown, waarna ik Central Park van west naar oost ben overgestoken. Dit is echter niet iets dat je in vijf minuutjes doet, aangezien dit park ontzettend groot is. Vanwege de herfst zag het park er nu wel prachtig uit, met bomen in alle kleuren en gele bladeren overal op de grond. Ik was niet de enige hier; nog vele andere mensen waren hier de hond aan het uitlaten, liepen rond, stonden op een van de vele tennisbanen te tennissen, speelden in de speeltuin of waren aan het joggen rondom een groot meer. Zo druk de stad zelf is, zoveel rust was hier te vinden. Aan de oostzijde aangekomen, kwam ik nog veel meer joggers tegen, die op een bepaalde plek zelfs werden toegejuicht door anderen. Over 5th Avenue liep ik zuidwaarts, waarbij ik langs het Guggenheim Museum ben gelopen. Het museum zelf heb ik niet bezocht, maar het gebouw zag er vanwege zijn spiraalvorm wel erg apart uit. Nog aparter zelfs waren de stukken sneeuw en ijs die hier in de straten lag. Het vroor namelijk niet en ik had het nergens anders zien liggen. Een stukje verder stond het Metropolitan Museum of Art, één van 's werelds grootste en meest bezochte musea. Bij binnenkomst kreeg ik een plattegrond, die hard nodig was om je te kunnen navigeren in dit enorme complex van twee verdiepingen. Kunst over de hele wereld was hier verzameld en gegroepeerd op regio en/of thema. Zo'n vier uur heb ik hier doorgebracht om het meeste te bekijken, alhoewel je ook hier weer vele uren meer nodig hebt om alles goed tot je door te laten dringen. Een opsomming van enkele afdelingen: een grote Egyptische afdeling met zelfs een hele tempel, allerlei Amerikaanse interieurs, Europese schilderijen waaronder Van Gogh, Griekse en Romeinse sculpturen, Chinese kunst, Japanse tekeningen, beelden uit Zuidoost-Azië, vreemde maskers uit Oceanië, beeldjes uit Midden-Amerika, wapens en harnassen van over de hele wereld, middeleeuwse woonkamers, moderne kunst. Het was druk in het museum en dan was het niet eens het hoogseizoen. Veel bezoekers waren echter ook scholieren en studenten die aantekeningen maakten bij de artefacten, of ze juist op professionele wijze aan het natekenen waren.

Nadat ik m'n maag tussendoor had gevuld met een soepje en achteraf met een hotdog, liep ik halverwege de middag verder over 5th Avenue, langs Central Park, waar ik speeltuintjes, een kinderboerderij en de kleine Zoo tegenkwam. Ook was ik getuige van een fotosessie van enkele bruidsparen. Na het park begon New Yorks meest geliefde winkelgedeelte. Het was een frisse, maar lekkere zaterdagmiddag en drommen mensen waren hier naartoe gekomen om hun hard verdiende centjes uit te geven in de vele dure designer winkels die hier te vinden waren. Grote namen als Prada en Louis Vuitton waren hier eerder regel dan uitzondering. Kerstversiering was alom aanwezig, net als het verkeer, dat bij de kruispunten afgehandeld moest worden met verkeersregelaars. Voetgangers zijn ook vrij makkelijk in het negeren van stoplichten. Zodra de weg maar even vrij is, steekt men over. Het is ook een erg leuk gezicht om twee enorme menigtes tegen elkaar in te zien lopen op het moment dat het oranje handje van het stoplicht verandert in een wit lopend mannetje. Tussen alle hoge gebouwen en winkels door stond ook de St. Patrick verstopt, een grote kerk met mooie glas-in-lood ramen en altaren. Binnenin was het vele malen rustiger dan buiten en ideaal om even uit te rusten. Buiten kocht ik bij een kraampje van Nuts 4 Nuts een zakje cashewnoten. Anders dan bij ons zijn deze geroosterd met honing, met als gevolg dat ze heel zoet smaken, in plaats van zout, en dat velen aan elkaar geplakt zitten. Het was niet geweldig, maar op zich wel te eten. Op de foto gaan met enkele surfdudes in een winkel sloeg ik af (in tegenstelling tot enkele zwijmelende meiden), net als het aanbod om later deze week een signeersessie van Justin Bieber en de Kardashians bij te wonen. In plaats daarvan sloeg ik af en liep ik naar Grand Central Terminal, het grote en drukke station. Ik was niet van plan een treinrit te gaan maken, maar wilde wel even de mooie hal zien, wat het bezoekje best waard was.

Via de niet al te spectaculaire Public Library liep ik door Bryant Park, waar een kunstmatige ijsbaan was aangelegd die ik niet kon zien vanwege de omheiningen. Wel was ik getuige van de enorme rij met mensen die hier graag even op wilden gaan schaatsen. Iets verderop stond Rockefeller Center, een groot terrein met meerdere wolkenkrabbers. Op de begane grond van de gebouwen had je Rockefeller Plaza met meerdere winkels, in het midden lag opnieuw een ijsbaan, welke wel zichtbaar was en waar iedereen op een kluitje stond te schaatsen. Naast de ijsbaan was de bekende grote kerstboom van New York neergezet, maar helaas stonden hier nog allerlei steigers omheen. Het ontsteken van de boom zullen ze pas de dinsdag na Thanksgiving doen, halverwege volgende week dus. Ik nam een kijkje bij de winkel van de tv-zender NBC, welke hier in een van de gebouwen gevestigd zit. Het is hier bijvoorbeeld mogelijk om in het publiek van enkele late night talkshows terecht te komen, maar dat kan uiteraard niet zonder een ver van te voren gemaakte afspraak. Vervolgens heb ik een ticket van mijn City Pass ingewisseld voor een kaartje voor Top of the Rock, opnieuw een observatieplatform. Maar aangezien het nu donker was, zou dat een totaal ander beeld geven. Na een introfilmpje ging ik met een lift naar de 68e verdieping. Onderweg werd er op het dak van de lift nog een filmpje afgespeeld en was er zelfs doorheen te kijken, zodat je de verlichte liftschacht zag. Een echt indrukwekkend schouwspel kreeg ik echter pas toen ik boven was aangekomen en via trappen op een platform nog twee verdiepingen hoger kwam. Het uitzicht over de stad was ook in het donker ontzettend prachtig, alhoewel je ditmaal een stuk minder zag. Zo ver als je kon kijken zag je een zee van lichtjes. Enkele hoge gebouwen in de buurt waren daarnaast op een speciale manier verlicht, zoals het Empire State Building, dat groen en paars uitstraalde. Ondanks de glazen platen (met open stukjes ertussen) was het hier bovenop helaas erg koud vanwege de wind, dus bleef ik niet al te lang. Ik ging terug naar beneden, en liep vervolgens langs de Radio City Music Hall, waar een hele rij mensen stond te wachten om naar binnen te mogen voor een kerstvoorstelling. Bij een steakrestaurantje, wat een combinatie leek te zijn van een McDonald's en een gewoon restaurant, nam ik eindelijk weer eens een fatsoenlijk diner met heerlijke steak, gepofte aardappel, knoflookbrood en sla.

Later op de avond ben ik op Times Square de M&M's World Store in gegaan en heb ik me staan verbazen over alle accessoires die je hier kon kopen van de bekende chocolaatjes. Zo kon je uit enorme buizen M&M's in alle kleuren krijgen, maar had je ook van alles: van douchegordijnen tot borden en bestek, en van knuffels tot een schaakset. Een speciale Monopoly-editie ontbrak ook niet, net als snoepmachines in de vorm van het Vrijheidsbeeld, maar dan met een vrouwelijke M&M. Het was erg grappig om te zien. Buiten was het opnieuw erg druk en probeerden sommige personen de rest van het volk een comedyshow aan te praten. Ik bekeek echter de Disney Store en liep vervolgens naar de ACM 25, een bioscoop met 25 zalen. Hier was Harry Potter and the Deathly Hallows Part 1 nog maar net in première gegaan en daar was ik best nieuwsgierig naar. Met m'n creditcard (iets dat je hier zeker moet hebben) kocht ik een kaartje, waarna de gave film om 21.20 uur begon. Het was een leuke avond, waarna ik iets voor twaalven moe terug kwam bij het hostel om te gaan slapen.

Dag 8: Lady Liberty
Zondag 21 november 2010

Om 8.00 uur stond ik op, waarna ik snel heb ontbeten en een uur later naar de metro liep. Hiermee ben ik opnieuw helemaal naar het zuiden van Manhattan gegaan. Ditmaal nam ik wel de ferry die ik hier eergisteren had zien liggen. Voordat we echter op de boot konden stappen, werd iedereen ondergaan aan een strenge controle. Het was uiteindelijk een drukke bedoeling op de twee dekken die de ferry rijk was, maar op zich maakte dat niet veel uit, want de overtocht naar Liberty Island duurde niet langer dan 20 minuten. Steeds dichterbij kwamen we bij het eiland waarop het Vrijheidsbeeld fier overeind stond. Met onder de linkerarm een plaquette met de datum van de onafhankelijkheidsverklaring en een omhoog gestoken fakkel in de rechterhand, zag de groenblauwe Lady Liberty er indrukwekkend uit. De ferry voer om het eilandje heen om aan te meren aan de andere zijde. Vanaf het eiland, dat verder niet veel meer had behalve een vlag, een gebouwtje en enkele bomen, had je een mooi uitzicht over de haven en het zuiden van Manhattan. Ook kon je vanaf hier de achterkant van het Vrijheidsbeeld bekijken, maar die was toch iets minder interessant. Ik had van tevoren al een ticket gekocht om ook het voetstuk van het beeld te betreden. Als je naar de kroon wilt gaan, moet je een jaar van tevoren boeken. Dit had ik niet gedaan, maar wel mocht ik het museum bezoeken. Na opnieuw een erg strenge controle en na het plaatsen van mijn rugtas in een locker met vingeridentificatie, kon ik het museum in. Het begon met de grote originele fakkel, welke later vervangen was door een nieuwe en nu hier stond. Verder liet het museum zien hoe het Franse bouwwerk vanaf 1881 in enkele jaren is gebouwd en welke renovaties het heeft ondergaan in de laatste 50 jaar. Zo stond er hier bijvoorbeeld nog de mal van zowel het gezicht als de voet. Daarnaast had ik de mogelijkheid om 156 treden omhoog te klimmen naar de bovenkant van het voetstuk, waarvandaan je naar boven het beeld in kon kijken. Buiten had je opnieuw een mooi uitzicht over de omgeving. Op het water bevonden zich vele boten en zo nu en dan vloog er een helikopter voorbij, welke van de politie kon zijn, maar ook voor toeristen. Terug beneden heb ik nog een compleet rondje om het Vrijheidsbeeld gemaakt voor de nodige foto's. De vele andere toeristen hier deden hetzelfde; de aanwezige meeuwen deden echter gewoon hun ding, wat niet bijster veel was. Ik liep terug naar de ferry, welke me naar Ellis Island bracht. Op het eiland stond een mooi groot gebouw waar vroeger alle immigranten aankwamen, alvorens in New York te kunnen wonen. Het gebouw was nu omgetoverd tot een museum met vele ruimtes die informatie gaven over het gehele immigratieproces. Zo kwam op drie verdiepingen, met een grote centraal gelegen hal, onder andere de toestand op de schepen aan bod, net als de diverse intelligentie- en psychologische tests, banen en de groei van de populatie. Nadat ik hier alles had gezien, ging ik met de ferry terug naar Battery Park, om daar te lunchen met een hotdog. Helaas kwam een eekhoorntje net iets te laat om eten te bietsen, aangezien de hotdog niet bepaald groot was en daardoor vrij snel op was.

Met de metro ben ik vervolgens naar Macy's te gaan, om 's werelds grootste warenhuis eens te ervaren. Groot was het zeker, want ik was ergens een deur binnen gestapt en kwam op een enorme vloer terecht vol met parfum. Met de oude roltrap ben ik tot de 8e verdieping gegaan, om bijna alleen maar vrouwenkleding tegen te komen. De 8e was namelijk gewijd aan allerlei leuke kerstartikelen en enkele huishoudelijke artikelen. Het bleek dat er naast deze enorme afdeling nog een enorme afdeling zat en dat die wel gewijd was aan mannenkleding. Het had allemaal nog het meeste weg van een reusachtige V&D en niet van de Harrods uit Londen, zoals ik had verwacht. Na een chocolate chip cookie en een aardbeien shake ben ik naar 42nd Street gegaan, waar ik Madame Tussauds heb bezocht. Met de lift werd ik naar de 9e verdieping gebracht, waar ik vervolgens vijf verdiepingen werd ondergedompeld in de wereld van de grootste sterren. Van een enorm aantal zangers en zangeressen, acteurs en actrices, mensen uit de geschiedenis, hoogwaardigheidsbekleders en sportlui was hier een wassen beeld vervaardigd. De ruimtes waarin ze stonden waren leuk en toepasselijk aangekleed. Alhoewel de meeste personen me bekend voor kwamen, kende ik ze niet allemaal, maar dat is logisch als er ook Amerikaanse tv-sterren en vele sporters tussen zitten. Het was in ieder geval erg leuk om de beelden te zien en er uiteraard foto's van te maken. Zomaar bij Obama op de foto gaan, kon overigens niet, aangezien hier een professionele fotograaf bij stond en je voor die foto moest betalen. Ondanks dat er ook nog een korte 4d-film was van The Polar Express (met wind en sneeuw), was de toegangsprijs met $35 sowieso aan de hoge kant, vooral omdat je het redelijk snel hebt gezien. Maar desondanks is het toch het bezoekje waard.

Buiten bekeek ik op het bruisende Times Square een optreden van enkele dansers, alvorens bij het Rockefeller Center een kijkje te nemen in de Lego Store en bij een grote glimmende Swarovski ster. Bij een Italiaans restaurantje heb ik vervolgens lekker gegeten, om daarna naar Columbus Circle te lopen. Dit was een rotonde in de zuidwestelijke hoek van Central Park met een standbeeld van de bekende ontdekkingsreiziger. Hier bevond zich ook Time Warner Plaza, een winkelcentrum waarin ik diverse winkeltjes ben in gegaan en me onder ander heb vergaapt aan het mooie effect van enkele 3d-tv's. De bomen voor het gebouw waren helemaal versierd met kerstlichtjes en ook in de grote hal hingen allerlei sterren die continu van kleur wisselden. Het was een sfeervol gezicht. Nadat iemand me de weg had gevraagd omdat hij dacht dat ik een local was, ben ik met een alternatieve metro (omdat de makkelijkste gesloten was vanwege onderhoud) terug naar het hostel gegaan. Hier kwam ik om 20.00 uur al aan, maar omdat ik erg moe was, heb ik niet veel meer gedaan en ben ik op tijd gaan slapen.

Dag 9: De vele gezichten van New York
Maandag 22 november 2010

Alhoewel m'n wekker vandaag om 8.00 uur ging, stond ik pas om 8.45 uur op, wat ietwat aan de late kant was gezien de tour die ik had geboekt. Met enige haast heb ik na een ontbijtje een metro genomen, om ergens over te stappen op een metro naar Grand Central Terminal. Dit was de dichtstbijzijnde metro voor het hoge, blauw glimmende hoofdgebouw van de Verenigde Naties aan de East River. Aan de straatkant wapperden de vlaggen van alle landen in de wind. Ik liep het bezoekerscentrum in, waar ik me na een screening kon aansluiten bij de tour van 10.30 uur. Met een groep van een kleine 20 man werden we door een Japanse gids door dit bijzondere gebouw geleid. De VN opereren in zes verschillende takken, waarvan er vijf hier zijn gevestigd. De locatie van de zesde tak, het Internationaal Gerechtshof, kende ik maar al te goed, omdat ik er vijf minuten vandaan woon. In het gebouw kregen we diverse muurschilderingen te zien, waaronder een van justitie en een andere met allemaal gezichten van mensen over de hele wereld. Dit laatste om aan te geven hoe divers we allemaal zijn, maar wel allemaal gesteund worden door de VN. We kregen ook een blik op de officiële ingang voor de ‘belangrijke mensen'. In een hal kwamen alle millenniumdoelen aan bod en zagen we ook de overlevingspakketten die de VN naar hulpgebieden stuurt. Zo was er een tas die een geheel gevulde tent bevatte (dekentjes, pannetjes, voedsel, etc.) en een koffer waarin allerlei schoolmateriaal zat. Uiteraard werd Haïti genoemd als actueel ontwikkelingsland. Bij een kartonnen bord kon je nog op de foto met de huidige secretaris-generaal Ban Ki-moon, waarna we de grote vergaderzaal betraden waar, voornamelijk in september, alle 192 landen aanwezig kunnen zijn. Voor elk land was er een tafel voor zes personen, voorzien van vertalingsapparatuur en een stemkastje. Daarnaast was er een centrale tafel voor de secretaris-generaal en konden media zich verschuilen in kamertjes achter spiegelachtige ramen. Aan de zijkanten waren twee abstracte schilderingen te vinden van Franse studenten. De zaal was imposant en zeker het hoogtepunt van de 70 minuten durende tour. Hierna kregen we namelijk alleen nog maar een beeld uit Nagasaki te zien dat aan de achterkant verschroeid was door de atoombom, enkele landmijnen uit Cambodja en wapens die waren omgebouwd tot muziekinstrumenten. Het was een leuke tour, waarna ik met de metro verder ging naar het MoMA, het Museum of Modern Art. In zo'n 1,5 uur heb ik hier de moderne kunst bekeken die verspreid was over zes verdiepingen. Mijn bezoek was vluchtig, aangezien het meeste niet echt m'n ding was. Zo waren er vele schilderijen, waarvan Picasso, van Gogh en Monet de voor mij bekende namen waren. Verder stonden er maquettes van gebouwen, enkele sculpturen, multimediale kunst en was er de kunst van een gil, dat om de zoveel minuten tot in de verste hoeken van het museum te horen was. Nadat ik een lange tijd in de rij van de garderobe had gestaan om m'n jas op te halen, heb ik buiten een hotdog verorberd, alvorens aan m'n middagprogramma te beginnen.

Met twee metro's ben ik helemaal door Brooklyn heen gereisd. Alhoewel het eerste deel van de rit ondergronds was, kwamen we vlak voor de Brooklyn Bridge boven de grond, wat voor de rest van de rit ook zo bleef. Na de brug volgde een tocht van meer dan een half uur, waarbij ik uit kon kijken over de kleine en lage huisjes van de wijk Brooklyn. Het zag er hier totaal anders uit dan in Manhattan; alles was veel simpeler. Op muren was graffiti zichtbaar en in de metro nam het aantal Afro-Amerikanen gestaag toe. Ik ging door tot het eindpunt, Coney Island. Hier bevond zich een lange promenade naast het enige strand waarover New York beschikt. Voordat ik deze promenade betrad, liep ik eerst langs Nathan's Famous Hotdogs, 's werelds meest bekende hotdogzaak. Naast de geroemde broodjes worst wordt hier elk jaar op Onafhankelijkheidsdag (4 juli) een hotdog-eetwedstrijd gehouden, waarbij Joey Chestnut nu al enkele jaren recordhouder is. Dit jaar heeft hij bijvoorbeeld 66 hotdogs naar binnen weten te werken in 12 minuten. Ik was niet de enige op de promenade, maar heel erg druk was het ook niet. Op zich was het een prima dag om hier uit te waaien en te genieten van de steeds lager staande oranje zon, maar veel meer was er op dit moment niet te beleven. In de zomer is dat echter een ander verhaal, omdat er vele strandtentjes zijn en er zich hier een complete kermis bevindt. Deze kermis zag er nu eng en verlaten uit achter de gesloten tralies. Naast enkele kleine attracties vielen in het bijzonder het Wonder Wheel op, een reuzenrad, en de Cyclone, een befaamde houten achtbaan. De rest van de kermis en de tentjes, net als een ‘Shoot the Freak' hoekje, zag er behoorlijk vervallen uit. Dit komt omdat heel Coney Island de laatste jaren langzaamaan in verval is geraakt en het nog onduidelijk is wat er in de toekomst mee gaat gebeuren. Ik liep in ieder geval verder over de promenade en liep langs een zeeaquarium en een open terrein waar vele mensen aan het squashen waren, de meesten echter zonder racket.

Iets verderop ging ik de metro weer in en stapte ik uit bij Prospect Park. Ik was van plan hier doorheen te lopen, maar aangezien het al schemerdonker was geworden, besloot ik dat maar niet te doen. Via een iets drukkere weg liep ik daarom langs het park en de botanische tuin naar het Grand Army Plaza, een rotonde met een bouwwerk dat wel heel veel weg had van de Arc de Triomphe in Parijs, met als grootste verschil dat er hier een standbeeld met paarden bovenop stond. In het donker was deze mooi verlicht. Ik liep een straat in met diverse winkeltjes en restaurantjes. Bij een klein lokale snackbar gaf ik me vervolgens over aan 10 heerlijke buffalo wings, patat, wortel en selderij. Met de metro ben ik vervolgens naar het noordoosten van de wijk gegaan, om een stuk over Brooklyn Heights Promenade te lopen. Het eerste wat me opviel was dat de wijk hier een stuk duurder en netter was dan waar ik eerder was. De huizen waren opvallend groter en mooier. De promenade langs de East River was ook prachtig. Alhoewel de bouw van het park hier nog niet af was, had je wel een prachtig uitzicht over de gehele oostelijke zijde van Manhattan. Alle hoge gebouwen waren uiteraard weer verlicht, wat mooi afstak tegen het kalme water. Daarnaast maakten de Brooklyn Bridge en de Manhattan Bridge het fotogenieke plaatje compleet. Nadat ik hier een tijdje had rondgedwaald, ben ik via half opengebroken straten onder de Manhattan Bridge door naar de metro gelopen. Hier nam ik een express trein naar Columbus Circle, om m'n tocht naar het hostel te vervolgen met een lokale trein. Nadat ik nog even gebruik had gemaakt van het draadloze internet in het hostel, ben ik op tijd naar bed gegaan. Opnieuw was het een lange, maar plezierige dag.

Dag 10: Natuurlijk!
Dinsdag 23 november 2010

Nadat ik om 8.45 uur was opgestaan en had ontbeten, heb ik de metro gepakt naar 81st St. Meteen toen ik de metro uitstapte, maakte ik kennis met wat er zich boven me bevond: het American Museum of Natural History. De tegels aan de wanden waren namelijk versierd met afbeeldingen van dinosaurusfossielen, één van de hoogtepunten van dit museum. Om 10.00 uur liep ik naar binnen, waarna ik er achter kwam dat ook dit museum weer eens supergroot was. Alhoewel het museum veel weg had van het museum in Washington DC, had ik hier alle tijd om op m'n gemakje alle tentoonstellingen op de vier verdiepingen af te gaan. Ik heb daarom dan ook zes zeer interessante uren doorgebracht in dit enorme complex. Nadat ik een hal over meteorieten en planeten had bezocht, nam ik met vele anderen, waaronder enkele schoolklassen, plaats in het Hayden Planetarium. Op een groot koepelscherm kregen we hier in ongeveer 20 minuten door Whoopi Goldberg een bijzondere rondleiding door het heelal, met duidelijke uitleg over het ontstaan van het heelal en zeer fraaie plaatjes. Verder beschikte het museum over vele hallen met mooi versierde etalages waarin dieren stonden opgesteld uit een bepaalde regio. Alhoewel het er mooi uit zag, vond ik het een enigszins slap aftreksel van een dierentuin. Andere hallen waren wel interessanter, met informatie over bossen, de toendra, water, mensen en apen. Artefacten over de hele wereld kwamen ook voorbij, zoals mineralen (waaronder een zeer zeldzame blauwe diamant), Afrikaanse en Aziatische kunst, een beeld van Paaseiland, allerlei Maya- en Inca-beeldjes uit Mexico en Peru en vele attributen van indianen. De bovenste verdieping was bijna helemaal gewijd aan skeletten en fossielen. Deze maakten in Washington al een enorme indruk, maar hier waren vooral de fossielen nog veel imposanter. Er waren er ook veel meer. Dinosaurussen in alle soorten en maten stonden hier in volle glorie opgesteld en werden door alle bezoekers met grote ogen aangekeken. Speciaal was het zeker.

Rond 16.00 uur had ik alles zo'n beetje gezien en was ik ook wel museum-moe. Met de metro ben ik daarom naar de wijk Harlem gegaan, wat ten noorden van Central Park ligt. Hoewel dit gebied vroeger landbouwgrond was voor de Hollanders, stonden er nu mooie en minder mooie gebouwen. Sommige gebouwen waren namelijk al vervallen, aangezien de wijk een tijd lang heeft leeggestaan omdat de blanke bevolking zich vestigde in midtown. Nadat de huizenprijzen waren gedaald, begon er een enorme toestroom van Afro-Amerikaanse inwoners. Dit was duidelijk te merken toen ik bij 125th Street uitstapte. In midtown kon ik prima doorgaan als local, maar hier was het overduidelijk dat ik de toerist was. Op straat was het ook allemaal een stukje drukker: mensen hadden meer contact met elkaar, stonden bij elkaar in groepjes, praatten allemaal iets luider, op de stoep stonden allerlei kraampjes met illegale dvd'tjes, etc. De gehele sfeer was toch net wat anders; niet onveilig, maar wel anders. Een klein uurtje heb ik hier rond gelopen, waarbij ik nog langs het Apollo Theater kwam, bekend om zijn comedy nights. Met de metro ben ik vervolgens een behoorlijk stuk downtown gegaan, om uit te stappen in Chinatown. Ook hier kwam ik weer in een compleet andere wereld terecht. Alle borden van de winkeltjes (simpele kruidenverkopers, fruitstalletjes, juweliers, hangende gegrilde eenden) waren in het Chinees, de bevolking was Aziatisch en de sfeer was weer anders. Het had inderdaad veel weg van m'n ervaringen in China, maar dan in een iets luxere omgeving. Bij een Vietnamees restaurantje (alle Aziatische landen waren hier vertegenwoordigd) nam ik het lekkere pad thai, waarna ik een blokje om heb gelopen. Tot m'n grote verbazing liep ik van een Chinees straatje opeens over in een straatje dat geheel in Italiaanse sferen was. Ik was aangekomen in wat er nog over was van Little Italy. Hier hingen Italiaanse vlaggen aan de muren en stonden er ijscozaken, pizzeria's en restaurantjes met leuke terrasjes op de stoep. Om me heen hoorde ik mensen Italiaans praten. Twee straatjes verder veranderde alles echter weer in het Chinees. Heel bizar! Met de metro ging ik vervolgens weer een stukje uptown, om een kijkje te nemen in het niet al te bijzondere en half afgesloten Madison Square Park. Hier had ik ook een goede blik op een klokkentoren en het smalle, driehoekige Flatiron Building. Dit bezoek was slechts van korte duur, want hierna ben ik terug gegaan naar het hostel, om daar niet veel meer te doen behalve slapen.

Dag 11: Muren vol met graffiti, halleluja!
Woensdag 24 november 2010

Het is duidelijk dat de vermoeidheid begint in te slaan, aangezien ik elke dag steeds later op lijk te staan. Zo ook vandaag, toen ik er pas om 9.00 uur uit ging. Via enkele metro's ben ik een uurtje later helemaal naar het noorden gegaan, waar zich de wijk The Bronx bevond. In ieders oor klinkt dit als een beruchte multiculturele wijk, wat vast ook niet helemaal onwaar zal zijn (geweest), maar ik vond dat ik er best even een kijkje kon nemen. En het hele kleine stukje dat ik er van heb gezien, viel heel erg mee. Toen ik boven de grond kwam, kwam ik uit bij een van de hoofdwegen door deze wijk, de Grand Concourse. Het was rustig en slechts enkele mensen liepen op dit tijdstip door de straten. Wat me in de metro al was opgevallen en hier buiten ook weer, was dat het gros van de mensen elkaar aansprak in het Spaans. Schijnbaar had dit gedeelte van de wijk een hoop immigranten uit Latijns-Amerika. Advertenties bij bushokjes waren ook al Spaans, net als sommige borden, zoals die van de apotheek. Het was fris buiten, een stuk kouder dan de afgelopen dagen, dus liep ik in een flinke pas weer zuidwaarts, waar ik uitkwam bij het Yankee Stadium. De Yankees is misschien wel het bekendste honkbalteam van de stad en bij de meesten hier zeer geliefd. Rond het stadion hingen groepjes jongeren en bevonden zich aardig wat fastfoodrestaurants. Het was een groot stadion met meerdere gates. Bij eentje kon ik een klein beetje naar binnen kijken en zag ik in de verte de blauwe stoeltjes van de tribune. Ik vond het niet nodig om een hele tour door het stadion te maken, maar ben wel eventjes het winkeltje ingestapt om te kijken naar de officiële Yankee petjes, shirtjes en honkballen. Tot zover mijn korte bezoek aan ‘Da Bronx'.

Het was nu tijd om weer een nieuwe wijk te bezoeken en daar iets langer te blijven. Met de metro maakte ik de rit terug naar Manhattan, om van daaruit met lijn 7 door te gaan naar Queens. Vlak nadat we in Queens waren aangekomen, ben ik al uitgestapt. Het was de halte bij MoMA PS1, een zustergebouw van het Museum of Modern Art, maar ik ben niet naar deze kunst gaan kijken. In plaats daarvan heb ik me gefocust op de kunst op het gebouw er tegenover. Deze plek wordt ook wel 5 Pointz genoemd en is een gebouw dat aan alle kanten op een legale wijze volledig onder is gekalkt met graffiti. Nou ja, ‘gekalkt', het was allemaal wel op een hele mooie en professionele wijze gedaan. De tags vond ik niet bijster interessant, maar de tekeningen die gemaakt waren, zagen er wel erg grappig en/of leuk uit. Zo waren er afbeeldingen van wormen, ratten, rappers, vrouwen, fantasy figuren, Batman, Alice in Wonderland, helikopters en nog veel meer. Of je graffiti nou wel of niet kunt waarderen, indruk maakt dit zeker. Met de metro ben ik vervolgens helemaal naar het einde van lijn 7 gegaan, helemaal in het oosten van Queens. Onderweg in de bovengrondse metro kwam ik opnieuw vele kleine en lage huisjes tegen, met hier en daar graffiti en ook hier zo nu en dan Spaanstalige borden. Aan het eind had je echter de wijk Flushings, wat een enorm Chinatown was, nog groter dan die in Manhattan. Net als daar krioelde het hier van de Aziaten, die tussen de vele winkeltjes op zoek waren naar een eettentje voor de lunch. Op Main Street heb ik echter niet gegeten, maar wel heb ik ergens pork buns gekocht, om ze mee te nemen in de metro. Hiermee ging ik één halte terug, om eerst een blik te werpen op het andere grote honkbalstadion van de stad, de Citi Field van de Mets, om vervolgens het Flushing Meadows Corona Park in te lopen. Eerst liep ik langs een remise voor een groot aantal metrotreinen, waarna ik tussen de groene heuveltjes en half kale bomen van het park liep. Na een tijdje kwam ik uit bij een plein met de Unisphere, een enorme open stalen constructie in de vorm van een wereldbol. Deze zag er erg apart, maar wel mooi uit! Terwijl ik de bol vanaf een bankje bekeek, genoot ik van de pork buns. Ook stond hier een museum en nog een ander gebouw met een toren, maar veel bezoekers zullen hier vast niet komen, aangezien ik, op de eekhoorntjes na uiteraard, bijna de enige was in het park. Ik liep terug naar de metro en reed terug naar Manhattan.

Vervolgens bezocht ik de westkant met de Hudson River, in de wijk Chelsea. Voordat ik de kade bereikte, liep ik nog door Chelsea Market, een apart klein winkelcentrumpje in een rioolachtige gang. Aan de kade bevond zich Chelsea Piers, een groot sport- en entertainmentcentrum. Ik kwam er niet om te bowlen of fitnessen, maar ben wel om een van de pieren gelopen, waarop zich een uniek golfterrein bevond. Het hele terrein was vanwege het water afgeschermd met netten, maar de baan was slechts één groot rechthoekig vlak. Aan de kant van het gebouw stonden allemaal hokjes naast en bovenop elkaar, als een grote letterbak. In sommige hokjes stond dan een golfer balletjes weg te slaan. Een medewerker reed met een speciale wagen rond over het terrein om de balletjes te verzamelen. Blijkbaar is het slechts bedoeld om je slag te oefenen, in plaats van echt te golfen. Het uitzicht vanaf de kade was mooi, aangezien de zon al laag stond en New Jersey zich aan de overkant bevond. Veel hoge gebouwen bevonden zich daar overigens niet. Iets verderop heb ik in het mooie West Village iets gedronken, alvorens door enkele straatjes naar het kruispunt van Grove Street en Bedford Street te lopen. Toen ik in de buurt een bus met ‘TV & Movie Tours' voorbij zag rijden, wist ik dat ik goed zat. Op het kruispunt zag ik aan de overzijde al enkele mensen foto's maken van het gebouw aan hun overkant. Ook ik ging hier staan, om het gebouw te aanschouwen dat in de serie Friends werd gebruikt als het gebouw waarin zich het appartement van onze zes vrienden bevond. Je zal er maar echt wonen en elke dag al die toeristen aan de overkant moeten accepteren. Met de metro ging ik terug naar het hostel.

Om 18.00 uur stond ik samen met de Engelse Roger en een Japanse toerist in de hal klaar voor een speciale tour in Harlem. We werden opgehaald door Ed, een oude man die al zijn hele leven lang een New Yorker is en nu in The Bronx woont. Het was een vriendelijke man en met hem liepen we naar Central Park, waar we op de bus stapten naar Harlem. Het reizen ging op deze manier iets langzamer, maar je zag wel een stuk meer, wat leuker werd gemaakt door Ed, die hier en daar uitleg gaf over de gebouwen. Daarnaast hadden we genoeg tijd. Nadat we waren uitgestapt, vertelde hij nog meer geschiedenis over de wijk (de zwarten en blanken, de huizen), wat erg interessant was. Iets voor zevenen stapten we de Abyssinian Baptist Church binnen, welke al behoorlijk gevuld was met Afro-Amerikanen en enkele toeristen. Hier begon even later een bruisende gospel kerkceremonie van 50 minuten. Jeetje, wat was dat een ontzettend unieke ervaring! De predikant was een man die zijn zegje niet op een droge manier deed, maar luidkeels uit volle borst zong, samen met een gospelkoor op de achtergrond. Tijdens de levendige liedjes over Jezus werd er ook door het publiek enthousiast meegeklapt en gezwaaid. Sommigen reageerden op sommige zinnen met een luid ‘yeah', of swingden helemaal mee. Het is bijna onbeschrijflijk hoe het was om dit mee te maken, het bruiste in ieder geval van de energie. Niet voor de volle 50 minuten overigens, aangezien er ook gewoon een stukje uit de bijbel werd voorgedragen en dit daarna door iemand werd uiteengezet. Daarnaast ging er een schaal langs om geld te doneren, waarvan morgen de Thanksgiving-lunch van zal worden betaald. Toen de ceremonie was afgelopen, gingen we met de metro terug, waarna ik met Roger in een eenvoudig tentje ben gaan dineren met een chicken caesar wrap. Het was een gezellig avondje, alhoewel we op tijd weer terug gingen naar het hostel. Morgen zou voor mij namelijk een ontzettend lange dag gaan worden. Nadat ik mijn spullen had ingepakt, ben ik voor de laatste keer deze vakantie lekker gaan slapen.

Dag 12: Thanksgiving
Donderdag 25 november 2010

Happy Thanksgiving! Hoe bijzonder kan het zijn om het grootste Amerikaanse feest in New York City mee te maken? Heel bijzonder! Het was daarmee een perfecte afsluiter van een geweldige korte vakantie in de States. Aan alle leuke dingen zit echter een keerzijde, want m'n wekker ging vanochtend al om 6.00 uur. Dit was ook wel nodig, want om 7.00 uur moest ik al klaar staan in de lobby van het hostel en in die tijd moest ik m'n laatste spullen nog inpakken, m'n tas in een locker stoppen en ontbijt halen bij de Starbucks om de hoek, aangezien dat bij het hostel nog niet kon. Met een enorme groep mensen van het hostel zijn we vervolgens naar de metro gelopen, om daarmee naar Columbus Circle te reizen. Alhoewel de hele groep elkaar hier kwijt raakte, heb ik een hele tijd met Roger opgetrokken om het grootste schouwspel van Thanksgiving te bekijken: de Macy's Thanksgiving Parade, welke vanaf 9.00 uur vanaf het American Museum of Natural History zou starten en over diverse wegen naar het eindpunt bij Macy's zou gaan. We stonden helaas aan de verkeerde kant van de rotonde, dus gingen we op zoek naar een goede plek om de parade voorbij te kunnen zien marcheren. Helaas waren wij bij lange na niet de enige en leek heel New York uit te zijn gelopen om hetzelfde te doen. De stoepen langs de straten stonden al helemaal vol met mensen en het duurde daarom even voordat we via een zijstraat op de weg langs Central Park West een redelijke plek konden vinden. Het was even dringen, maar uiteindelijk stonden we achter een groep kinderen, zodat we over hen heen prima de weg konden zien. Het was koud, maar vanwege de hele menigte stond iedereen redelijk beschut tijdens het dikke uur dat we nog moesten wachten. Om 9.10 uur begon de parade eindelijk en startte een bijna onophoudelijke stroom van enorme ballonnen en bands van 1 uur en 45 minuten. De hele parade draaide voornamelijk om deze ballonnen, welke in de lucht hingen en werden vastgehouden door mensen op de grond. Elke ballon was in de vorm van een figuur, waarbij de meeste afkomstig waren van tv-series, tekenfilms en animatiefilms. Zo kwam Pikachu voorbij, net als Shrek, Spiderman, een smurf, Snoopy, Hello Kitty, Buzz Lightyear, Kermit de Kikker en vele anderen. De ballonnen werden afgewisseld met reusachtige drumbands uit allerlei Amerikaanse staten. Elke band had weer zijn eigen uniform en aankleding. Daarnaast kwamen er de nodige praalwagens voorbij, die ook allemaal hun eigen thema hadden, zoals een kalkoen (hoe toepasselijk bij Thanksgiving) en een piratenschip. De sterren Kylie Minogue, Kanye West en Jessica Simpson bevonden zich ook lachend en zwaaiend op zulke wagens. Het was een lange, maar zeer vermakelijke parade, welke werd afgesloten door de Kerstman die vrolijk in zijn arrenslee zat.

Nadat de Kerstman voorbij was gekomen, haalde de politie de hekken weg en stroomde de hele meute uiteen. Het merendeel liep Central Park in, wat Roger en ik ook deden. Het was tevens een goede manier om al een deel van dit immens grote park te zien. We liepen naar 5th Avenue, waar we ons bij de Starbucks opwarmden met een beker gingerbread latte. Bij Rockefeller Center zeiden we elkaar gedag en gingen we onze eigen weg. Ik nam een kijkje in Rockefeller Plaza, maar het meeste was vandaag gesloten. Ik kocht nog enkele souvenirtjes en een pretzel en keek vervolgens naar een breakdance optreden, waar een klein jochie van een jaar of 5 tot grote hilariteit van het publiek mee probeerde te doen. Ik liep het zuiden van Central Park in, wat er met zijn watertjes, rotsen en herfstkleuren prachtig uit zag. Hier was ook een grote ijsbaan aangelegd, waarop vele mensen hun Thanksgiving-middag doorbrachten. Terwijl ik me boog over m'n matige pretzel, bekeek ik hoe de mensen talloze rondjes bleven schaatsen en zo nu en dan vielen en geholpen werden door het personeel. Na m'n pretzel liep ik verder door het park. Helaas begon het te miezeren, dus dat was iets minder. Toch wist ik nog redelijk droog de brug te bereiken met daaronder de Bethesda-fontein met een engel. Erachter lag opnieuw een watertje, waar een stel het nogal het beste moment vond om gezellig te gaan roeien. Verder noordelijk liep ik langs een groot grasveld, waar tijdens de zomer vaak openluchtconcerten worden gehouden. Aan het park leek geen einde te komen, dus besloot ik er aan de westkant uit te gaan en pakte ik de metro naar het Lincoln Center. Veel bijzonders was er hier niet te zien; wel kon ik er even relaxen in de openbare hal. Dit centrum was immers een concertgebouw waar voornamelijk 's avonds voorstellingen worden gehouden. Nu werd er bijvoorbeeld reclame gemaakt voor een Notenkraker-ballet, precies op tijd voor de Kerst. Het allerlaatste wat ik nog bezocht heb, bevond zich opnieuw in Central Park, maar aan de rand ervan ter hoogte van 72nd Street, dus duurde het niet lang voordat ik het bereikte. Op de grond stond in grote letters het woord ‘Imagine', waaromheen bloemen waren neergelegd in de vorm van een hart. Dit was om de neergeschoten John Lennon te herdenken.

Terug in het hostel heb ik tot 16.00 uur niet veel bijzonders meer gedaan. Op dat tijdstip begon in de kelder namelijk het gratis Thanksgiving-diner. Thanksgiving is in Amerika een beetje vergelijkbaar met Kerst, alhoewel het nog grootser gevierd wordt, maar dan zonder cadeautjes: een gezellig samenzijn met de familie, 's avonds NFL kijken (American football) en een maaltijd met kalkoen eten. Het hostel had iets soortgelijks voor ons georganiseerd. We konden met z'n allen in de rij gaan staan om een bordje te halen met kalkoen, aardappelpuree, diverse groenten en een sausje. Vervolgens konden we plaatsnemen op een van de lekkere banken en kijken naar een beamerscherm met de wedstrijd van deze avond. De wedstrijd afkijken kon ik niet (het is maar een vreemd spel, dus erg vond ik dat niet), aangezien ik mijn spullen moest pakken en het hostel moest gaan verlaten. Sterker nog, het was tijd om New York City te verlaten. Met twee metro's ben ik bijna helemaal tot het einde van Brooklyn gereden, wat een behoorlijke tijd duurde. Hier stapte ik uit bij de halte van JFK International, waar ik over moest stappen op de airtrain die je naar je terminal zou brengen. Voor $5 was dit een enorme oplichterij, aangezien het, ondanks het enorme formaat van het vliegveld, maar een kort stukje van minder dan 10 minuten was. Maar ja, je moest wel. Gelukkig benutte ik de volledige $5, want ik moest naar de laatste terminal 7. Ik was hier al om 18.30 uur, wat veel te vroeg was, maar ik had het zekere voor het onzekere genomen op deze Thanksgiving-avond. Zo groot het vliegveld was, zo klein was de terminal. Al snel had ik mijn boarding passes naar Londen en Amsterdam en had ik mijn bagage ingecheckt. Alhoewel de VS in komen een eeuwigheid duurde, liep ik hier in een mum van tijd door de beveiliging heen, waarna ik mijn tijd kon uitzitten in de wachtruimte. Vanwege Thanksgiving was het hier rustig en hing er een gemoedelijke en vrolijke sfeer bij het personeel. Over de intercom werd er zelfs gegrapt door kalkoengeluiden te laten horen, wat bij iedereen een glimlach op z'n gezicht leek te toveren. Op een tv-scherm heb ik het vervolg van de NFL wedstrijd kunnen bekijken, maar ik blijf het maar een dom spel vinden. Iets over tienen konden we eindelijk aan boord gaan van het grote vliegtuig. In het donker stegen we om 22.50 uur op, waarna we een drankje en een maaltijd aangeboden kregen en even later de lichten werden uitgedaan. Mijn avontuur in Amerika was voorbij.

Dag 13: Terug naar huis
Vrijdag 26 november 2010

In het vliegtuig heb ik wisselvallig kunnen slapen. Ik had het geluk niemand achter me te hebben, dus kon ik m'n stoel op z'n verst naar achteren zetten zonder iemand in de weg te zitten. Toch sliep het niet lekker en werd ik na elk half uur of zoiets wel weer even wakker. Toch heb ik enigszins kunnen bijkomen van een lange dag. De vlucht duurde met een kleine 7 uur sowieso niet heel erg lang. Nadat we een ontbijt hadden gekregen die bestond uit een muffin en een sapje, kwamen we om 10.30 uur Engelse tijd aan op Londen Heathrow. In plaats van een bus, kwam we nu gewoon via een sluis de terminal in, alhoewel we hiervandaan nog wel een stukje met een metro naar de hoofdterminal vervoerd moesten worden. Ik moest hier opnieuw in dezelfde security rij gaan staan als op de heenweg, maar gelukkig was het ditmaal minder druk. Gevolg was wel dat ik extra lang moest wachten in de hal, dus heb ik aardig wat bladzijden van m'n boek kunnen lezen. Ter afwisseling heb ik ook door m'n 1270 foto's zitten scrollen op m'n fototoestel! Ik heb thuis dus nog aardig wat uit te zoeken! Om 13.40 uur vertrok het vliegtuig naar Schiphol. Het was maar een korte vlucht van 45 minuten, dus het duurde niet lang voordat ik weer op Hollandse bodem stond. Alhoewel de douane redelijk snel ging, konden we wel een hele tijd wachten op de bagage. Nog net op tijd wist ik om 16.30 uur (Nederlandse tijd) de trein te pakken naar Den Haag, waar ik precies op tijd thuis kwam voor het avondeten.

Mijn trip van een kleine twee weken naar Washington DC en New York City zat er op. In deze dagen heb ik enorm veel gezien en gedaan, dus moe ben ik zeker. Maar het was wel super om deze twee wereldsteden te bezoeken en ik heb me geen moment verveeld. DC was met 3,5 dag misschien ietwat aan de korte kant, maar in 7 dagen heb ik echt zo goed als alles van NYC kunnen zien. Al met al kijk ik terug op een geweldige tijd, waarbij ik niet kan wachten om nog eens terug te keren naar de Verenigde Staten om de rest van het land te bekijken. Maar dat voor ergens in de toekomst! Bedankt voor het lezen en hopelijk tot een volgende keer!

Note: Meer foto's (veel meer dan op dit blog) bevinden zich op mijn publieke Facebook-pagina:
Washington DC: http://www.facebook.com/album.php?aid=50849&id=100000513379469&l=6a92d43170
New York City: http://www.facebook.com/album.php?aid=50850&id=100000513379469&l=2cf4188672

0 reacties | reageer

Volgende pagina »