Jordanië

Een nieuw jaar, een nieuwe reis, een nieuwe organisatie, een nieuwe bestemming, maar een oude bekende. Welkom terug bij m’n reisverslag, waar ik ditmaal in slechts 1 samenvattend verhaal verslag zal gaan doen van een zeer bijzonder land in het Midden-Oosten. Een land met een paar grote highlights, waaronder een van de zeven nieuwe wereldwonderen. Een land dat na voorgaande bezoekjes aan deze regio (Egypte, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten), hoog op m’n lijstje stond. Een land dat omringd is door allerlei conflicten, maar zelf nog een oase van rust is. Dan heb ik het hier natuurlijk over Jordanië! Na m’n zelfstandige backpackavontuur in Australië deed ik ditmaal weer mee aan een groepsreis, maar dan voor de verandering eens van reisorganisatie Sawadee, omdat zij naar mijn mening een interessantere reis naar Jordanië aanboden dan de verschillende concurrenten.

De reis zat met 19 mensen zo goed als vol, met een erg gevarieerde samenstelling qua leeftijd, geslacht en mensen die samen of alleen reisden. Deze groep bleek gedurende de reis een van de leukste te zijn die ik tot dusver had meegemaakt. Iedereen was hartstikke gezellig, deed met alle activiteiten vrolijk mee, en kletspraatjes met iedereen waren altijd mogelijk. Een grote verrassing voor mij was een oude bekende met wie ik drie jaar geleden in Peru en Bolivia was geweest: Rianne. Het wereldje bleek dus echt heel klein te zijn! Vanwege de grootte van de groep ontstonden er uiteraard wat kleinere groepjes, en was ik blij vaker te kunnen optrekken met ‘De Zeven Dwergen’, zoals wij onszelf noemden; niet zozeer omdat Rianne, Jessie, Anouk, Bram, Jose en Anne-Marie en ik zo klein waren, maar wel omdat we toevallig met z’n zevenen waren. Maar ook Sander, Mora, Jacques, Julien, Claudia, Titia, Karin, Jaap, Wil, Thea, Sylvie en Joeri waren gezellige medereizigers. Een goede reis was ook niet mogelijk geweest zonder onze gids Talal. Met recht was hij de beste gids die ik ooit had meegemaakt. Hij wist alles, maar dan ook echt alles, tot in de kleinste puntjes verzorgen. Hij hield met alles en iedereen rekening, wachtte ons ’s avonds op in hotels om te kijken of we wel terug waren gekomen, deelde elke dag water uit, gaf uitgebreid uitleg over de geschiedenis en de gebruiken van Jordanië (en de regio), en leidde ons naar zorgvuldig uitgekozen restaurants om ons van een heerlijke Jordaanse maaltijd te voorzien.

En dan dat eten: elke dag hebben we ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds heerlijk kunnen eten. Elke maaltijd ging gepaard met dat bekende ronde platte brood. Een broodje met tijm en olie bleek ook verrassend lekker te zijn. Maar bovenal was men helemaal weg van humus en andere sausjes, zoals met aubergine, of yoghurt met komkommer. Diverse frisse salades, met een opvallende hoeveelheid komkommer en tomaat, waren ook erg populair. Rijst was een geliefd onderdeel van het avondmaal, evenals een aardappelschotel met bloemkool. Qua vlees kregen we vrij vaak kip, maar ook troffen we vaak köfte aan op ons bord, altijd heerlijk gegrild. Varken kon natuurlijk niet in dit voornamelijk islamitische land, maar lam daarentegen wel; ook geit wordt hier gegeten, alhoewel we dat zelf nooit echt hebben gekregen. Op marktjes en bij slagerijen in diverse winkelstraten zagen we daarom ook regelmatig gevilde geiten aan vleeshaken in de etalage hangen, soms met, soms zonder kop en staart. Ook hebben we met de bus onderweg regelmatig moeten stoppen om een kudde schapen en geiten over te laten steken, die vaak werden voortgedreven door een simpele herder en zijn zoontje. Qua drankjes kregen we regelmatig mierzoete thee en Arabische koffie aangeboden, soms gepaard met sesamkoekjes. Alcohol wordt hier uiteraard niet tot nauwelijks geschonken, maar dit werd goed gecompenseerd door allerlei fruitmixen, waaronder ‘lemon mint’, dat al gauw werd verheven tot het meest populaire drankje onder vele mensen van de groep: stop citroenen en muntblaadjes in de blender en leng dat aan met water of ijs, en je hebt een heerlijk verfrissend drankje! Onze maaltijden hebben we vaak met de hele groep genuttigd in door Talal uitgekozen restaurants. Dit zorgde ervoor dat we allemaal de verschillende facetten van de lokale keukens konden uitproberen, en dat we achteraf ook niet moeilijk hoefden te doen over de betaling, aangezien Talal twee keer gedurende de reis geld ophaalde voor een gezamenlijke pot. Dat was wel zo handig! Een enkele maaltijd hebben we zelfs bij een lokale familie gegeten. We konden hier met z’n allen in een kring op de grond plaatsnemen en bovenop een rol plastic (om het tapijt niet vies te maken) werden vervolgens allemaal grote schalen met rijst, kip en aardappel neergezet. Daarnaast stonden er schaaltjes met groenten en sausjes. Borden hadden we niet gekregen, een lepel daarentegen wel, zodat we even later met z’n allen zaten te scheppen vanuit alle schalen en bakjes. Erg praktisch, hilarisch en lekker! En terwijl wij met de kinderen speelden en door fotoboeken aan het bladeren waren, ging al het overgebleven eten naar de hele familie die over de verschillende verdiepingen in dat huis woonde.

Talal wist ons bij alle plekken die we aandeden –straks meer daarover–  veel uitleg te geven over het land, de cultuur en de geschiedenis. Uitgebreid kregen we te horen hoe het christendom hier in vrede samengaat met de islam, het geloof waarmee we vijf keer per dag in aanraking kwamen vanwege de gebedsmomenten in de moskeeën. We kregen uitleg over de tradities van het huwelijk, waarbij samengestelde huwelijken nog steeds vaker voorkwamen dan huwelijken uit liefde, maar waarbij alle partijen/families wel uitgebreid overeen probeerden te komen om zo’n huwelijk te voltrekken. Ook kwam aan bod hoe het mogelijk was om als man meerdere vrouwen te hebben. Vrouwen hebben het hier overigens helemaal niet slecht en hebben ook aardig wat rechten. De kwestie met Syrië kwam uiteraard ook aan bod, vooral toen we op een gegeven moment een half uur van de grens verwijderd waren en we diverse vluchtelingenkampen zagen staan. Luchtige onderwerpen waren er ook, waarbij bijvoorbeeld met vrijwilligers uitgebreid werd gedemonstreerd hoe zowel mannen als vrouwen een hoofddoek konden dragen. Bij een zekere plek op onze route kregen we zelfs nog de kans om ons allemaal te verkleden in lokale bedoeïenenkleding, zodat we in stijl op de foto konden gaan. En dan was er nog de rijke historie van het land en de regio, wat heeft geresulteerd in een enorme hoeveelheid historische plekken, welke ook nog eens heel gevarieerd waren. Zo hebben hier altijd al de bedoeïenen gewoond, de nomaden in de woestijn. Maar ook hebben de oude Grieken en Romeinen tijdens de expansie van hun eigen rijk de macht gehad over deze regio, iets dat resulteerde in vele bouwwerken zoals ze bijvoorbeeld ook in Rome te vinden zijn. Kruisvaarders lieten op hun beurt weer vele kastelen achter in het land, en het waren de Nabateeërs die de meest indrukwekkende bouwwerken wisten te maken in rotsen en kloven.

Voor een land dat niet veel groter was dan de Benelux was de variatie aan landschappen enorm gevarieerd. Terwijl we meestal een heerlijk temperatuurtje hadden tussen de 18 en 30 graden, reden we door groene landschappen waar we op zoek konden gaan naar fleurige lentebloemetjes, door hoge gebergtes met een uitzicht vol met grijze rotsen, door dorre geelbruine rotslandschappen met allerlei kloven en valleien en door woestijnen met donkerrode bergen. Hier en daar troffen we lokale dieren aan, zoals gieren en andere vogels, een schuwe vos, imposante dromedarissen, enkele hagedisjes, uit de kluiten gewassen mieren, torretjes en vee in de vorm van schapen, geiten, ezels en kippen. Hier en daar wisten we ook vriendjes te maken met jonge katten en honden, die maar al te graag eten van ons probeerden te bietsen tijdens onze lunch, of juist gezellig met ons mee wilden lopen tijdens een wandeling. Behalve de dieren waren ook de Jordaanse mensen –vaak woonachtig in eenvoudige huisjes– ontzettend vriendelijk. Met recht waren dit stuk voor stuk de meest vrolijke en vriendelijke mensen die ik tot dusver had ontmoet in het Midden-Oosten. Allemaal heetten ze ons enthousiast welkom in Jordanië, waren ze allesbehalve opdringerig (ook verkopers hielden netjes op na een ‘no, thank you’, en lieten ons altijd een grote glimlach of een zwaaiende hand zien. Vooral de jeugd vond het geweldig om ons te zien, en meerdere malen werd om onze namen gevraagd, riepen ze enthousiast naar ons, of wilden ze met ons op de foto. Vooral op toeristische plekken waar grote groepen schoolkinderen aanwezig waren (in ons geval van meisjesscholen), leverde dit vele foto’s en hilarische momenten op. Op deze plekken merkten we tevens hoe treurig de situatie op dit moment was in Jordanië. Ondanks de groepen schoolkinderen die we zo nu en dan zagen, waren er overal maar weinig toeristen te bekennen, ondanks dat april onderdeel uitmaakt van het hoogseizoen. Hotels zaten bij lange na niet vol en ook bij de grootste trekpleisters was de hoeveelheid toeristen bedroevend laag. Voor ons was dit uiteraard enorm gunstig, want zo hadden wij bij Petra bijvoorbeeld bijna het rijk voor ons alleen en kon je je echt een Indiana Jones voelen, maar aan de andere kant is het ook erg sneu als je je bedenkt dat Jordanië voor een groot deel afhankelijk is van het toerisme. En het is dan erg jammer dat de problemen in de buurlanden de stroom aan toeristen doet afnemen, ondanks dat er in Jordanië zelf niets aan de hand is en het ook onwaarschijnlijk is dat dat op korte termijn gaat gebeuren, omdat partijen zoals IS hier niets te halen hebben.

Toeristen hebben in anderhalve week tijd echter de mogelijkheid om heel veel moois te zien. En dat hebben wij dan ook gedaan! Na aankomst op het vliegveld van de hoofdstad Amman reden we meteen door naar het nabijgelegen Madaba. Dit was een klein sfeervol plaatsje waar we voor het eerst kennismaakten met Jordanië. Gemoedelijke straatjes bevatten leuke maar simpele winkeltjes. Hoogtepunt hier was de St George Church, waar er op de grond een heel groot mozaïek lag dat nog in relatief goede staat was. Het zag er prachtig en gedetailleerd uit, en beeldde de kaart van de hele regio uit, met plekken als de Dode Zee, Jeruzalem en Jericho. We kregen hier de vrijheid om verder rond te struinen en in een sky bar met een drankje te genieten van de omgeving. Veel meer van de omgeving zagen we de volgende dag toen we op stap gingen naar Mt Nebo, een hoge berg die net als vele andere plekken hier voorkomt in de bijbel. We konden bovenop enkele mozaïeken en opgravingen bekijken, maar ook uitkijken over Israël en de Dode Zee. Deze zee kregen we even later nog veel beter te zien. De Dode Zee is anders dan alle andere wateren ter wereld, aangezien het zoutgehalte ontzettend hoog is. Met een zoutgehalte van meer dan 30% is het maar liefst tien keer zo zout als andere zeeën. Dit heeft tot gevolg dat er hier niets in kan leven, er geen vaarverkeer mogelijk is, en dat het drijfvermogen vele malen hoger is dan gebruikelijk. En dat zorgde bij ons voor een hele unieke ervaring toen we in onze zwemkleding het water in stapten. Op je buik proberen te zwemmen was zo goed als onmogelijk, omdat je benen continu de lucht in werden gestuwd. Rechtop staan in dieper water was ook niet mogelijk. Maar drijven op je rug was daarentegen een fluitje van een cent! Wondjes kon je maar beter niet hebben en het water kon je ook maar beter niet in je mond krijgen. Na enig gedobber besloten we om ons allemaal in te laten smeren met modder, dat hier extra veel gezonde mineralen bevatte om ons onze lichamen weer als herboren te laten voelen. We moesten dit enige tijd laten opdrogen, waarna we lol maakten over het feit dat we vervolgens begonnen af te brokkelen, om alles daarna in de zee weer af te spoelen. We hopen dat vele anderen na ons dit nog kunnen meemaken, aangezien de Dode Zee jaarlijks vele malen kleiner wordt en er geen toevoer is van nieuw water. Water is in Jordanië overigens ontzettend schaars (het is een van de droogste landen ter wereld) en overal moesten we spaarzaam omgaan.

In de historische stad Jerash kregen we een interessante wandeling over een marktje en langs diverse winkeltjes, en deden we een bezoekje aan een medicijnman die langs de wanden allerlei potten met geneeskrachtige kruiden had staan. Maar de highlight hier was de oude historische Romeinse stad. Vele mensen kennen het Forum Romanum in Rome, maar slechts weinigen weten dat er hier in Jerash een gebied ligt dat vandaag de dag nog grootser en imposanter is dan het equivalent in Italië. Tussen vele schoolkinderen liepen wij over het terrein heen, dat vol stond met overblijfselen van toegangswegen en -poorten, een paardenracecircuit, tempels, markthallen, theaters, kerken, pleinen en badhuizen. Ondanks een enorme aardbeving in het verleden, was verrassend veel nog in relatief goede staat: zuilen en muren stonden nog overeind, inscripties waren hier en daar leesbaar en de theaters zouden zo gebruikt kunnen worden voor hedendaagse voorstellingen. Voor enkele uren keken we hier onze ogen uit en leidde Talal ons langs alle noemenswaardige plekken. Minstens zo imposant was het kruisvaarderskasteel van Karak dat we de volgende dag bezochten. We kropen hier door de oude donkere gangen van deze ruïne, terwijl we ons een voorstelling probeerden te maken hoe men hier vroeger aan het koken was, kon slapen en wonen, gevangenen in donkere cellen opgesloten hield en hoe men niet-gehoorzame personen over de muur heen naar beneden gooiden. Bij een klein tentje op straat werden we vervolgens getrakteerd op een heerlijk broodje met falafel, patat (ja, in het broodje), komkommer en tomaat.

De tocht vervolgde naar Dana Nature Reserve, een natuurgebied met een landschap waar je totaal niet aan zou denken als je aan Jordanië denkt. Iemand vergeleek het met Cappadocië in Turkije, maar daar kan ik niet goed over oordelen. Wat we in ieder geval wel zagen was een bergachtig landschap met vele grote ronde grijze rotsen, met daartussen allemaal groene struikjes, wat voor een mooi contrast zorgde. In het hele kleine dorpje Dana, midden in het gebied, kregen we allemaal eenvoudige kamertjes, te midden van de ezels en een enkel paard. Bij zonsondergang stonden we aan de rand van de rotsen onder begeleiding van een simpel muziekinstrument allemaal te dansen met de lokale bevolking. De volgende ochtend stond in het teken van een prachtige wandeling door het natuurgebied, onder begeleiding van de meest maffe gids die ik in jaren had meegemaakt. Het zorgde wel voor veel lol onder de groep, terwijl we over stenen klauterden, voorzichtig afdaalden over losse rotsen en ons door smalle kloven heen wurmden. Foto’s bleven gemaakt worden om alle schoonheid vast te leggen. De gids wist ons zelfs te trakteren op een bakje thee, dat hij met een ketel wist te maken boven een zelf gefabriceerd vuurtje.

Later die dag reden we met de bus verder naar de plek die bij iedereen bovenaan het lijstje stond: Petra. Als voorproefje kregen we Little Petra te zien, waarbij we alvast kennismaakten met de unieke ‘bouwstijl’ van de Nabateeërs. In plaats van huizen, tempels en graftombes te bouwen, hakten ze hun gebouwen uit de rotsen zoals beeldhouwers dat doen met standbeelden. Dit resulteerde in steile rotswanden met uitgehakte gladde voorgevels van hun gebouwen, waarvan de binnenruimtes in de rotsen waren uitgehakt. Een paar gebouwen waren hier al te bewonderen, waarbij we over in de rotsen uitgehakte trappen moesten beklimmen om de ingang van enkele ruimtes te bereiken. We keken onze ogen uit over deze prestatie. De echte eye-catchers volgden de dag erna, toen we om 6.30 uur ’s ochtends ons hotel in Wadi Musa verlieten en naar de entree van Petra liepen, op slechts vijf minuten afstand. Er volgde een hele lange toegangsweg, waar we De Zeven Dwergen vormden en –met alle respect voor de uitleg die Talal ons wilde geven- ons afsplitsten van de rest van de groep om zelf op verkenningstocht te gaan door deze historische stad, een Unesco-plek die enkele jaren terug tevens verkozen is tot een van de zeven nieuwe wereldwonderen. De toegangsweg was toch zeker een halve kilometer lang, waarna de 800 meter lange Siq het echte beginpunt aanduidde. Deze kloof was slechts een paar meter breed en liep enigszins omlaag. Slingerend liepen we erdoorheen, met open mond om ons heen kijkende naar de steile rotswanden die langzaamaan mooi oranjerood werden gekleurd door het beetje zonlicht dat van boven naar binnen begon te schijnen. We hadden hier het rijk voor onszelf. Aan het einde werden we beloond op de Treasury, de grote welbekende schatkamer die ook volledig was uitgehakt in de rotsen. Het zag er verbluffend mooi uit. Er was echter nog veel en veel meer, zodat we na dit uur nog negen uur lang konden rondlopen. We liepen door het centrale pad door deze verlaten stad en zagen overal om ons heen tombes, tempels en andere gebouwen in de rotsen zitten. Enkele overblijfselen van tempels stonden vrij, waarbij het duidelijk was dat deze van de Romeinen waren. Zelfs een heel theater met vele rijen met zitplaatsen was volledig in de rotsen uitgehakt. Via een kleine 900 trappen, wat een aardige klim was, bereikten we de Monastery, een gebouw dat nog groter was dan de Treasury. Dit gebouw kon je echter niet in, maar heel veel was er eigenlijk ook niet te zien van binnen, hadden we bij enkele andere gebouwtjes gemerkt: meer dan een paar donkere kamers kwam je niet tegen. Iets voorbij de Monastery had je nog een prachtig uitzicht over de omgeving, vol met andere gebergtes en kloven. Via een pad met nog meer gebouwen, tempels en tombes klommen we later ook nog naar de High Place of Sacrifice, waar in het verleden dieren werden geofferd. Onderweg waren we maar weinig andere toeristen tegengekomen, dus het was een bijzonder avontuur. Wel kwam je zo nu en dan toeristenwinkeltjes tegen en mensen die je een ritje aanboden op een ezeltje. ’s Avonds liepen we nogmaals twee keer de hele Siq door, maar ditmaal om Petra by Night mee te maken, waarbij om de paar meter een lampionnetje op de grond was geplaatst. Dit zorgde voor een erg sfeervol effect. Ook de ruimte bij de Treasury stond vol lampionnetjes, en hier kregen we enige tijd muziek te horen. De volgende ochtend was ik met een paar anderen nog naar een ontzettend mooi uitkijkpunt geklommen, zodat we een prachtig uitzicht hadden op de Treasury. Het was met recht een groots avontuur met een prachtige beloning. Petra was echt ontzettend mooi, en heel erg de moeite waard. Ondanks de vele andere hoogtepunten deze reis, kon er toch niets aan Petra tippen.

Na Petra reden we verder naar Wadi Rum, om vanuit dat dorpje met een jeep, kameel, of te voet naar een bedoeïenenkamp midden in de woestijn te gaan. Ik had ervoor gekozen om een uurtje met een kameel te gaan, om daarna een uurtje te lopen. Het eerste uur was erg goed te doen, het tweede was een stuk zwaarder. Onderweg konden we wel genieten van dit Marsachtige landschap (de film The Martian was hier opgenomen), met veel zand en stenen, en hoge steile rode rotsen. In de avond zaten we op matjes rondom het kampvuur, waarbij er na een lekkere maaltijd marshmallows tevoorschijn werden gehaald. Slapen deden we in onze slaapzakken onder de blote sterrenhemel, die vanwege de bewolking helaas niet zo goed zichtbaar was als we hadden gehoopt. Desondanks was het een bijzonder nachtje! Meer van de woestijn zagen we de volgende dag, toen we met enkele jeeps een tour door de omgeving maakten. We scheurden door de woestijn heen en stopten hier en daar om rotspartijen te beklimmen voor een wijds uitzicht, ons door smalle kloven te manoeuvreren, door bredere kloven te wandelen, of door rotsen te beklimmen om zodoende bovenop een rotsbrug te kunnen staan. Het was een mooie dag, welke we vrij rustig afsloten in de avond. Dit was allemaal echt back to basic.

Nadat we de woestijn hadden verlaten en een kijkje hebben kunnen nemen in het huis van onze bedoeïenengids –hij was weer erg blij om zijn kinderen te zien–, verlieten we Wadi Rum om na een korte stop bij het enige stukje spoorlijn van het land, door de regen naar het plaatsje Aqaba te rijden. Dit lag helemaal in het zuidwesten, aan de Rode Zee. Het was de enige badplaats in het land, en geliefd om het snorkelen en duiken. Bij aankomst maakten we vanwege het bewolkte weer een wandeling door het stadje, waarbij we marktjes over liepen en lange tijd bleven hangen bij een specerijenzaakje. Het strandje wat er hier was, was niet heel bijzonder en was eigenlijk alleen bedoeld voor de lokale bevolking. Heel toeristisch was het ook niet echt. We deden het rustig aan en genoten van een hapje en een drankje, en namen bij een restaurant ’s avonds ook een officieel laatste avondmaal met de groep. De volgende dag was een volledig vrije dag. Een groot deel van de groep had ervoor gekozen om een boottocht te maken, waarbij ze konden snorkelen en daarna op een toeristenstrand te gaan zonnebaden. Ik had mezelf echter opgegeven bij een duikvereniging om drie duiken te maken bij het wrak van de Cedar Pride, de Japanese Gardens en Power Station. Alle drie de duiken waren de moeite waard, en ik heb aardig wat kleurrijke visjes gezien. Een mooie octopus maakte het plaatje helemaal compleet. In de avond hebben we nog met een paar mensen heerlijk Syrisch gegeten, terwijl we uitkeken op een mooi verlichtte moskee.

Op onze laatste dag hadden we een lange busreis naar de hoofdstad Amman in het noorden. Bij aankomst was het vrij bewolkt en regende het hier en daar zelfs; met een gemiddelde van 12 dagen regen per jaar hadden we het dus goed getroffen! Amman was een enorme stad met 4 miljoen inwoners, maar het aantal bezienswaardigheden was op 1 hand te tellen. Vanaf de Citadel konden we goed zien hoe groot de stad was, omdat alles enigszins in een dal lag en de Citadel op een heuvel. We keken rond bij deze historische plek, met Romeinse tempels, Griekse bouwwerken en andere overblijfselen uit andere tijden. Een oud theater was onze volgende stop, alvorens we door de drukke en rommelige winkelstraatjes een wandeling maakten naar het beste eettentje van de stad: Hashem Restaurant. Ondanks de eenvoud van het uiterlijk verkochten ze hier de beste falafel en humus van de stad. Talal was helemaal in z’n nopjes, want hij woonde in deze stad, en wist ons hierna ook te verrassen bij een zaakje met een zeer zoet toetje. Heel veel meer had Amman niet te bieden, waarna de meesten daarna in het behoorlijk luxe hotel bleven hangen. De kamers waren reusachtig en het zwembad en de sauna waren lekker, dus er was ook geen reden om weg te gaan. Daarnaast werden we om 3.45 uur al verwacht in de lobby voor onze rit naar het vliegveld. Talal gaf ons hier nog een aandenken in de vorm van koelkastmagneetjes en een cd’tje met alle foto’s die hij zelf had gemaakt. Een mooiere attentie konden we ons niet bedenken; hij was echt de beste gids die ik ooit had gehad.

Het afscheid van Talal en met de rest van de groep viel bij iedereen zwaar. Ondanks dat de reis maar een kleine 12 dagen had geduurd, leek het alsof we weken onderweg waren geweest, zoveel hadden we meegemaakt en beleefd. De groep was in heel korte tijd heel hecht geworden en het aantal plekken dat we hadden aangedaan was reusachtig, zonder ooit ook maar het gevoel te hebben gehad dat we ergens hebben moeten haasten; alles ging op een lekker tempo en overal hadden we voldoende tijd. Deze reis was gaaf, heel erg gaaf. Jordanië is een prachtig land en verdient het echt om meer toeristen te ontvangen dan dat er nu zijn. En terwijl iedereen stiekem alweer uitkijkt naar een volgende vakantie, kijken we ook allemaal terug op een hele bijzondere periode uit ons leven. Dit hadden we voor geen goud willen missen!

De foto's staan hier.

Reacties

Reacties

opa

nooit verwacht at het daar zo mooi was

Sander krietemeijer

Mooi verhaal Jassin. Dekt geheel de lading. Ben het helemaal met je eens, vooral over de groep en Talal.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!