Jassin Kessing

Dali

Vrijdag 23 oktober 2009
Dag 20: Dali

Denkend aan China zie ik rijstvelden in een oneindig landschap staan. Helaas is het oktober en is alles al geplukt. Dat was zo'n beetje het voornaamste uitzicht vanaf het luxe busje dat ons vandaag naar Dali bracht. Ook gingen we nog door de bergen en kwamen we langs het Erhai-meer, dat zijn naam heeft te danken aan de vorm van een oor. Uiteraard maakten we in de vier uur durende rit ook nog een fotostop (van de terrassen en het mooie meer) en een plaspauze (niet kijken, gewoon zeiken). Rond lunchtijd kwamen we aan in Dali en checkten we in bij het Landscape hotel. In tegenstelling tot het MCA Hotel in Lijiang heeft dit hotel gelukkig wel warm water. Echter moeten we het wel doen met een douche dat tevens dienst doet als hurktoilet. Opmerkelijk, aangezien het een 4-sterrenhotel is met allerlei faciliteiten. Aangezien slechts één kamer schoongemaakt was op het moment dat wij kwamen, besloten we eerst een uitgebreide lunch te nemen, waarbij we ons lieten verrassen met de gerechten die Lia voor ons bestelde. We waren blij dat alles goed smaakte. Met z'n drieën hebben we vervolgens een stukje door de oude stad gelopen (waar het hotel ligt), en wel door de zogenaamde Foreigners Street, dat weer bomvol zat met toeristenwinkeltjes en barretjes. Alhoewel het hier ook wel druk was, was het lang niet zo erg als in Lijiang. Misschien wel omdat er in de omgeving genoeg te doen is, zoals het bezoeken van drie pagodes uit de 9e eeuw, welke als een van de weinige bouwwerken hier de Culturele Revolutie heeft weten te doorstaan. Na twee kilometer gelopen te hebben, bereikten we deze drie prachtige bouwwerken. Alhoewel de twee buitenste 'slechts' 42 meter hoog zijn, is de middelste maar liefst 70 meter hoog en bestaat hij uit 16 verdiepingen. Je kon er echter niet in, dus je zou zeggen dat het toegangskaartje van 121 yuan (of 62 yuan voor studenten met een studentenkaart (welke ik deze vakantie overigens al vaker heb kunnen gebruiken voor gehalveerde tarieven)) wat aan de hoge kant is. Er was echter ook nog een zeer grote tempel (Chongsheng) achter de pagodes, welke weer eens uit vele gebouwen en pleintjes bestond. Aangezien deze wel was verwoest, is deze gerenoveerd/heropgebouwd, wat vooral aan de beelden heel goed te zien was. Deze zagen er namelijk niet echt mooi uit. Ze waren dan wel heel kleurrijk en gaaf (qua oppervlak) uit, maar echt authentiek waren ze niet. Een beetje jammer. Na een diner van kip en zwarte bonen in het hotel en een rondje langs de winkeltjes van de oude stad, kwamen we bij een cafeetje de vier personen van de andere Shoestring-groep tegen. We hebben weer wat verhalen uitgewisseld en gingen vervolgens onze eigen weg. Dit was namelijk hun laatste avond in Dali, terwijl wij nog twee volle dagen hebben. Omdat er in die dagen genoeg te doen valt, gingen we terug naar het hotel om lekker te slapen.

Zaterdag 24 oktober 2009
Dag 21: Ga toch fietsen!

Na genoeg nachtrust en een lekkere warme douche, konden we genieten van een uitgebreid ontbijtbuffet in het restaurant van het hotel. Voor ieder was er wel iets wils. Volgens de Lonely Planet is het Erhai meer een prima meer om omheen te fietsen. Echter, aangezien het nogal aan de grote kant is, zou je er minstens twee dagen voor uit moeten trekken. Dat vond ik teveel van het goede, dus besloot ik slechts een stukje te fietsen. Gelukkig bood het hotel voor maar 20 yuan per dag een fiets aan, dus lang hoefde ik niet op zoek naar een goede mountainbike (weliswaar ietwat aan de kleine kant, maar toch goed genoeg). Via de weg die we gisteren hebben gelopen naar de drie pagoda's, trok ik noordwaarts. Rechts van mij bevonden zich allerlei akkers, waarop vele mensen bezig waren met de restanten van de jaarlijkse oogst. Daar weer rechts van zat de drukke autoweg waarover we gisteren waren gekomen (en niet echt fietsvriendelijk is). Pas na nog meer akkers zat dan het meer. Echt naast het meer fietste ik niet, maar ach, uitzicht had ik genoeg. Links van me bevonden zich, hoe kan het ook anders, akkers, waarna de hoge bergen begonnen. Het was prima fietsen met de mountainbike en na zo'n 20 minuten was ik al blij dat ik geen gewone fiets had gekregen. De geasfalteerde weg hield er namelijk mee op en de rest van de weg was een brede zandweg met stenen, heuveltjes en kuiltjes. Op diverse plekken waren mannen bezig aan de weg, sommigen in grote tractoren of andere wagens. Waarschijnlijk zal deze weg in de toekomst geasfalteerd zijn, maar nu helaas nog niet. Toch viel het fietsen nog best mee en kwam ik meestal wel vlot vooruit. Helaas was het af en toe wel even stofhappen als er een vrachtwagen voorbij kwam, maar dat deerde me niet. Het was in ieder geval prachtig en zonnig weer, wat natuurlijk heerlijk was, ondanks dat het het fietsen enigszins wat zwaarder maakte. Vanaf een fiets is het uitzicht stukken leuker dan vanuit een busje. Ook krijg je veel meer kansen om leuke foto's van de mensen om je heen te maken. M'n zoomlens kwam hierbij goed van pas, zodat ik niet per se onder iemands neus hoefde te staan. De Chinezen die ik tegenkwam, waren aan het werk in de bouw, op het platteland, of in een winkel. Anderen waren weer spullen aan het verslepen en weer een ander lag lekker te luieren. Ook kwam ik nog genoeg kinderen tegen die samen aan het spelen waren, of alleen op hun fiets, skateboard of waveboard (die zijn hier ook erg populair) aan het rondrijden waren. Waar ik ook fietste, iedereen keek me in ieder geval aan/na. Westerlingen zijn en blijven interessant natuurlijk. Sommigen doen vervolgens nog hun best om hun enige Engelse woordje naar me te roepen: 'hello'. Anders is 'ni hao' ook nog altijd te begrijpen. Naast mensen kwam ik ook nog genoeg dieren tegen, zoals ganzen, vogels, honden en ontzettend veel spinnen. Deze spinnen waren vaak behoorlijk groot en zaten met velen bij elkaar in grote webben. Een heel apart gezicht om te zien. Mijn idee was om naar een dorpje te fietsen met een ochtendmarkt, om vervolgens door te gaan naar een dorpje iets verderop met een middagmarkt. Ik heb geen idee of ik in één van de dorpjes ben geweest (maar ik denk van niet, omdat het fietsen op de zandweg toch net wat langzamer ging), maar een markt heb ik in ieder geval niet gezien. Nou ja, wel een superkleine, maar ik denk dat dat niet degene was die ik wilde aandoen. Op een gegeven moment besloot ik om terug te gaan, aangezien ik dit lange fietsen natuurlijk niet gewend ben en ook nog een aardig stuk (zo'n 2,5 uur) terug moest. Voor de afwisseling keek ik of er een pad langs het meer was. Dit was er niet echt, maar ik kwam wel redelijk in de buurt, door een stuk door smalle straatjes van kleine huisjes en boerderijtjes te fietsen, waarbij ik af en toe tussen de gebouwen door het meer van dichtbij zag. Hier bevond ik me letterlijk tussen de lokale bevolking, totdat ik tussen de akkers in reed en even later genoodzaakt was de drukke weg weer over te steken en m'n route te vervolgen over de zandweg. Ondanks dat de zon fel bleef schijnen, had ik nu helaas wel wat tegenwind. Gelukkig was ik halverwege de middag weer terug bij het hotel om uit te rusten. Hierna ben ik nog door de winkelstraatjes van Dali gelopen, waar uiteraard weer veel toeristenwinkels zaten. Grappig genoeg was er zelfs een winkel dat helemaal gespecialiseerd was in eetstokjes! Toen ik wat later naar de supermarkt wilde gaan, kwam ik Lia tegen, waarna we besloten om maar samen te gaan dineren in een lokaal restaurantje. Dit beviel ons goed. Op een gegeven moment kwamen Rolph en Gwennie ook nog langs, die een tocht over de bergen hadden gemaakt, waarbij ze een uitzicht hadden over het meer. Hierna bezocht ik dan eindelijk de supermarkt. Dat is trouwens ook een leuke bezigheid, omdat je hier vaak vreemde producten tegenkomt, zoals bakes fruit in gelatine en veel verpakt gedroogd vlees. (Ze verkopen hier trouwens ook Pringles in zeewier-, garnalen of krabsmaak!) Op de hotelkamer kon ik vervolgens, met een sterke afscheiding (van de zon) tussen m'n bovenarm en onderarm (en bij m'n horloge), lekker tot rust komen.

Zondag 25 oktober 2009
Dag 22: Schip ahoy!

Vandaag was opnieuw een dag die anders verliep dan van tevoren gedacht, maar desondanks heb ik me prima vermaakt. Nadat ik tot 9.30 uur had uitgeslapen, heb ik op m'n kamer een ontbijtje genomen, aangezien het ontbijtbuffet toen al afgelopen was. M'n plan was om vervolgens naar Caicun te lopen, een dorpje dat ten oosten van Dali aan het meer ligt. Volgens de Lonely Planet zou dit zo'n 50 minuten duren en kon je dan een boot naar Wase nemen, een dorp ten noordoosten van het meer. Vol goede moed liep ik richting het oosten en stak ik even later de drukke weg over. Nu zag ik langs het water verschillende dorpjes met huizen, dus het was een gokje welke afslag ik nu moest nemen. De Chinese verkeersborden hielpen niet echt. Op een gegeven moment ben ik maar afgeslagen: dichter bij het meer zou het wel duidelijk zichtbaar moeten zijn. Ik liep door enkele spookstraatjes heen, met gebouwen met gesloten deuren en ramen en waar geen kip te bekennen was (maar wel een hond). Wat later kwam ik er achter waar iedereen zat: bij elkaar in een straatje, waar iedereen van een grote zondagse dorpslunch aan het genieten was! Vervolgens kwam ik weer langs akkers, waarop ook vandaag genoeg mensen aan het werk waren. Na nog een lange straat en wat andere kleine steegjes, waar iedereen me opnieuw bleef nastaren, kwam ik weer bij akkers terecht, waarna ik vervolgens niet verder kon. Het water was niet ver meer, maar het was me allang duidelijk dat ik hier verkeerd zat. Ik gaf het op en probeerde de weg terug te vinden, welke ik even later vond. Gelukkig kwam op een gegeven moment een lokale bus langs, zodat ik niet alles terug hoefde te lopen. Om 13.00 uur was ik dus weer terug in het hotel. Tijd voor poging 2, waarin ik gewoon maar met de lokale bus naar Caicun be gegaan. Ik kwam tot grote vreugde aan bij een weggetje met toeristenwinkeltjes, met aan het eind een pier met boten. Je kon hier een ticket voor 15 euro kopen, maar waarvoor en waarheen werd me niet echt duidelijk. Toch besloot ik het er maar op te wagen, want ik wilde wel varen over het meer! Aangezien er een boot op het punt stond om uit te varen, gebaarde een man aan wal dat ik moest rennen om hem te halen. Na een sprintje en een sprong bevond ik me met zo'n twee dozijn Chinese toeristen op de boot, welke tot mijn verbazing niet naar het noordoosten vaarde, maar naar het zuidoosten! De boottocht was in ieder geval wel prachtig! De zon stond hoog aan de hemel en liet het water mooi glinsteren. Om ons heen vaarden enkele andere bootjes en verder hadden we uitzicht op de westelijke en oostelijke kust, met daarachter de bergen. Een lekker windje zorgde nog voor wat golven en schommelingen met de boot. De Chinese toeristen waren wel grappig, aangezien ze met me op de foto wilden (en ik ook wel met hen) en ze wat later plots met z'n allen begonnen te zingen! Na een klein halfuurtje meerde de boot aan de overkant aan bij wat later Tianjing Pavilion bleek te zijn. Hier kregen we door een Chinese gids een zo'n 30 minuten durende rondleiding. Heel veel was er echter niet: een paar gebouwtjes en een tempel die je kon beklimmen voor een mooi uitzicht op de omgeving. Ik liep terug naar de boot waarvan ik dacht dat ik er mee gekomen was. Nadat deze vol was, begon hij te varen, opnieuw naar het zuidoosten, terwijl een andere boot wel terug naar het noordwesten ging! Ik begon te twijfelen of de Chinezen op de boot dezelfde waren als op de heenweg. Vragen stellen had geen enkele zin. Gelukkig had ik een foto van enkele personen op de heenweg en gelukkig spotte ik hen op de boot. Nu was het echter de vraag waar we heengingen. Dit bleek Jinsu Island te zijn, een klein eilandje in het meer. Hier werden we afgezet en ontvangen door allerlei marktkooplui met van alles en nog wat. Een kraampje had allerlei creaties van schelpen, wat wel erg leuk was om te zien. Vele andere kraampjes hadden echter eten liggen. Kleine gebakken visjes, hele schelpen, grote en platte opengereten vissen, garnaaltjes, kreeftjes. Af en toe had ik ook het idee dat er insecten lagen, maar van maar weinig was ik zeker wat het was. Het eilandje zelf had verder weinig te bieden, op enkele gebouwtjes en iets dat op een schooltje leek na. Ik hield de groep nauwlettend in de gaten, aangezien ik niet wist wanneer we weer zouden gaan. Een van de Chinezen bood me nog wel een hapje van z'n bord aan, maar dat sloeg ik vriendelijk af. Toen het eenmaal zover was, gingen we weer helemaal terug naar waar we begonnen waren. Dat was me het tripje wel! Maar leuk was het zeker. Met de bus ging ik terug naar het hotel, waar Leon me kwam vertellen dat we morgen om 5.30 uur zullen vertrekken. Dat wordt dus vroeg naar bed gaan! Rolph lag echter al op bed, aangezien hij zich niet lekker voelde. Daarom ben ik alleen met Gwennie in een restaurantje gaan eten. Voor de verandering nam ik hier macaroni bolognese (het is hier immers een toeristisch stadje), wat me prima smaakte.

Maandag 26 oktober 2009
Dag 23: Het woud van steen

Wederom was het een dag die anders verliep dan gedacht. Het begon bij de nacht, waarin we alledrie nauwelijks een oog hebben dichtgedaan. Rolph was nog steeds goed ziek en had Gwennie ook al aangestoken. Of misschien kwam het bij Gwennie door het eten van gisteren, net als bij mij. Ik voelde me beroerd en misselijk: blijkbaar dacht m'n maag anders over die macaroni. Verdere details zal ik voornamelijk achterwege laten, maar nadat bij mij alles eruit was gegaan om 5.00 uur, voelde ik me in ieder geval al beter. Iets later dan gepland vertrokken we om 5.40 uur op weg naar Kunming. Tot onze verbazing stond er voor de deur van het hotel een 30-persoonsbus klaar! Helaas was hij wel aan de rammelende kant, dus een enorm fijne rit hebben we niet gehad, ondanks dat we op de rustige snelweg vlot konden doorrijden. Rond 10.30 uur kwamen we aan in Kunming, van waaruit we door zouden rijden naar het Stenen Woud, om er dan in de avond de trein naar Yangshuo te nemen. Rolph en Gwennie trokken het echter niet meer en vroegen om een hotelkamer, waar ze 's middags tot rust konden komen, in de hoop wat te herstellen. Alhoewel ik me ook nog niet kiplekker voelde en ook wat moe was, wilde ik het Stenen Woud niet overslaan. En achteraf gezien was ik blij met m'n beslissing: dit had ik voor geen goud willen missen! In plaats van met de touringcar te gaan, namen Leon en ik een taxi, welke ons in een uur tijd naar dit adembenemend mooie gebied bracht. Leon ging zelf niet mee naar binnen, maar gaf me wel 3 uur de tijd om dit uitgestrekte 'bos' van steen te verkennen. En of ik dit gedaan heb! Alvast een tip voor als je nog eens naar het Stenen Woud wilt gaan: de route die de gidsen lopen is de minst interessante route die je maar kunt nemen. Die moet je slechts nemen als je tussen grote en drukke groepen fotograferende en luid pratende Chinezen (het lijken wel kleuterklassen) het woud snel en oppervlakkig wilt bekijken. Als je dit bijzondere natuurfenomeen echter wilt ervaren, dan raad ik je aan zodra het kan de kleinere zijpaadjes te nemen. Wat een ongelooflijk avontuurlijke ervaring is dat! Het Stenen Woud is een heuvelachtig gebied met ontzettend veel rotsen in de meest gekke vormen en allerlei formaten. Het is onmogelijk dit in woorden te beschrijven. Tijdens mijn route kwam ik langs hoge pieken, diepe kliffen, nauwe doorgangen en kleine verborgen grotten met water. Ondanks dat ik wel over een aangelegd pad ging, was het duidelijk dat dit niet het toeristenpad was, aangezien ik af en toe behoorlijk moest klauteren en bukken en op moest passen niet zeer lelijk tussen de rotsen terecht te komen. Hier was de rust ook wedergekeerd en slechts af en toe kwam ik een andere avonturier tegen. Ook kwam ik nog bij een hoog punt waarop je een prachtig uitzicht had op de groene velden vol met rotsen. In drie uur tijd heb ik een behoorlijk deel van het woud kunnen zien en nog vermoeider dan ik al was, kwam ik terug bij Leon. Met de taxi gingen we weer terug naar de grote en hectische stad die Kunming heet. Hier haalden we Rolph en Gwennie op, waarna we naar het treinstation reden. Om 18.23 uur namen we hier voor de derde keer de nachttrein, waarmee we morgen rond lunchtijd in Guilin zullen aankomen. Na een bakje noodles als diner konden we hier eindelijk lekker uitrusten.

3 reacties | Reageer

Lijiang

Dinsdag 20 oktober 2009
Dag 17: De springende tijger

Vanochtend stapten we om 8.00 uur al in het busje, waarin we ons ontbijt nuttigden. Na een helse rit van een kleine 2 uur (welke eigenlijk 2,5 uur zou duren; zometeen meer daarover) bereikten we de Kloof van de Springende Tijger (Tiger Leaping Gorge), een diepe kloof met een lengte van 16 kilometer, welke op het smalste punt slechts 30 meter breed is. Zijn naam heeft het te danken aan de legende dat de tijger van Mu, een leider van de Naxi-minderheid, hier overheen heeft weten te springen, en wel via een rotsblok in het water bij dat smalste stuk. Op deze (meest bekende) locatie bezochten wij de kloof. Eerst moesten we een aardig eind met trappen een afdaling maken, maar onderweg werden we wel getrakteerd op een prachtig uitzicht op de kloof. De rotswanden en groen bebosde bergen eromheen staken mooi af tegen het bruine water dat rustig door de kloof kabbelde. Dit laatste gold echter niet voor het smalste stuk, waar rotsen voor een woest kolkende watermassa zorgden, wat een zeer spectaculair gezicht was! Samen met honderden andere toeristen (waarvan zo'n 99% Chinees was) maakten we weer aardig wat nieuwe foto's. Daarna moesten we weer aardig wat trappen op om boven te komen. Ditmaal werden we getrakteerd op een uitzicht op toeristenstalletjes met prullaria en etenswaren. Vervolgens vervolgden we onze rit in het busje, waarbij we elke seconde beleefden alsof het onze laatste kon zijn. De chauffeur leek nogal haast te hebben en reed met een ongelooflijke rotvaart door de bergen heen. Nu was dat niet eens het ergste. Veel gevaarlijker werd het echter als er een langzamere wagen voor je zat. Chinezen willen dan maar al te graag inhalen. Op zich ook niet heel erg, maar wel als je er meerdere tegelijkertijd in een dode bocht probeert in te halen, het liefst nog als enkele anderen voor je hetzelfde doen en jij erachteraan zit. Gelukkig kwamen we op een gegeven moment achter een militaire colonne te rijden, waardoor de chauffeur wel langzamer moest rijden, iets dat hij niet leuk leek te vinden. Wat later stopten we dan ook weer bij een uitkijkpunt, waarbij om onduidelijke redenen enkele apen heel zielig in kooien vastzaten. Toen we Lijiang veilig en wel bereikt hadden (geen fooi voor de chauffeur), kregen we onze bijzondere kamers in het hotel aangewezen. Deze waren in ouderwetse stijl gebouwd en hadden een mooi uitzicht over het oude gedeelte van de stad, welke na een heftige aardbeving uit 1996 wel is blijven staan, in tegenstelling tot het nieuwe gedeelte. Na een introductie van Lia over de stad, zijn we met z'n drieën het oude gedeelte van de stad in gegaan. Alhoewel we al gewaarschuwd waren, keken we alsnog onze ogen uit: wat een ongelooflijke toeristenmassa! Hoe leeg de straatjes van Shangri-La waren, zo vol de kleine straatjes van Lijiang waren. Chinezen, Chinezen en nog eens Chinezen. En zo nu en dan een westerling. Aan het begin bevond zich een oud waterrad, waarna er drie straatjes met winkeltjes en barretjes waren. Hierna was er een enorme wirwar van straatjes, waarin je ongetwijfeld zou verdwalen als je geen kaart had, of als er geen plattegrondjes op elke hoek zouden hangen. Wel begonnen de winkeltjes al snel in herhaling te vallen, aangezien de meeste gefocust waren op zilverwaar, klederdracht, gedroogd jakvlees en ander prul. In bijna elk straatje stroomde wel een kanaaltje, waar leuke bruggetjes overheen waren gebouwd. Door de menigte heen liepen we door aardig wat straatjes heen, tussen authentieke gebouwtjes met rode lampionnetjes. Bij een restaurantje zijn we vervolgens wat gaan eten. Voor 3,50 euro wilde ik wel karper proberen, welke ik eerder al door de kanalen had zien zwemmen. Lekker was hij in ieder geval wel, net als de zelfgemaakte kroepoek! Op weg naar het hotel genoten we van de nu mooi verlichtte straatjes, waar het nog steeds enorm druk was. Alle bars, waar jongens en meisjes eerder in traditionele kleding mensen dansend naar binnen probeerden te lokken, stonden nu stampvol met dansende mensen. Terwijl op bordjes teksten stonden als 'maak geen rommel en lawaai' (of 'please no naked fire!'), dreunde de Chinese dancemuziek hard uit de speakers. Wij lieten dit voor wat het was en gingen terug naar het hotel, waar we nu een mooi uitzicht hadden op de verlichtte oude stad.

Woensdag 21 oktober 2009
Dag 18:  De draak van jade

Opstaan ging vandaag op zich prima, maar de douche viel nogal tegen, omdat de '24h hot water' service zijn belofte niet waar maakte. Aangezien het hotel om 7.15 uur nog niet met het ontbijtbuffet bezig was, bestelden we een simpel ontbijtje van de kaart. Lia bracht ons vervolgens naar de bus die ons (weliswaar wat later aangezien de chauffeur z'n koffie en collega's belangrijker vond) naar de voet van de Jade Dragon Snow Mountain (of Yulong Xueshan) bracht, een uitgestrekte berg die op z'n hoogst zo'n 5500 meter is. Bij de ontvangstruimte kochten we een kaartje voor het vervoer naar boven. Ook kon je hier warme jassen huren en zuurstofflessen kopen, maar dit vonden we niet nodig. Het was in het gebouw ontzettend druk, maar toch wisten we via een listige manier snel in de bus te komen welke ons naar 3356 meter bracht. Vervolgens hebben we een hele tijd in de rij (van Chinese toeristen) gestaan om een plekje te bemachtigen in de hoogste (en ook best lange) kabelbaan ter wereld, welke ons naar een hoogte van maar liefst 4506 meter bracht. Alhoewel het zonnetje scheen en er nauwelijks bewolking was, was het hier toch een stuk kouder dan beneden. Gelukkig hadden we ons warm aangekleed en onze hoofden bedekt voor de soms ijzige wind. Het uitzicht was -vanzelfsprekend- super, zowel naar beneden als naar boven, naar de top. Dit was het echter nog niet, aangezien we veel houten trappen nog konden klimmen naar 4680 meter, wat we uiteraard niet hebben overgeslagen. Het uitzicht was hier nog beter! Alhoewel de naam anders doet vermoeden, was alleen de top van de berg (in deze tijd van het jaar) bedekt met een laag sneeuw/ijs. Op onze hoogte bevond zich een grijze rotsvlakte, maar ook een witgrijze gletsjer. Uiteraard hebben we hier weel foto's geschoten. Nadat we bij een groepje Chinese meiden nog op de foto waren geweest (wij Westerlingen waren minstens zo interessant als de berg), begonnen we aan onze afdaling en de reis terug naar het hotel. Daar gingen Rolph en Gwennie hun eigen weg, waarna ik via de oude stad de Lion Hill heb beklommen. Via kleine straatjes kwam ik steeds hoger, waarna er een park begon. In het midden bevond zich een mooie pagoda van 5 verdiepingen, welke ik beklom. Hier had ik een mooi uitzicht op zowel het oude als nieuwe gedeelte van de stad. Via een pad met allerlei wensen op opgehangen bordjes liep ik terug, waarna ik een lekker ontspannen avondje heb gehouden. Dat mag ook wel eens na al die drukke dagen!

Donderdag 22 oktober 2009
Dag 19:  De zwarte draak en de olifant

Voor het eerst deze vakantie heerlijk uit kunnen slapen! Minder heerlijk was de nog steeds koude douche. Wel weer heerlijk waren het ontbijt en het weer! Het was dus een ideale dag om buiten te wandelen en een bezoekje te brengen aan het Black Dragon Pool Park, welke zich op een paar minuutjes lopen van het hotel bevindt. Het was een mooi en uitgestrekt park. In het midden lag een groot en lang meer, waaromheen gras, bomen en stenen paden het tot een park maakte. Echter had het park nog enkele Chinese trekjes, aangezien er diverse Chinese bruggetjes, gebouwtjes en tempeltjes te vinden waren. Ook kende het park aan de achterzijde (althans, gezien de kant van waar ik vandaan kwam) enkele graven. Van wie ze echter waren, was me niet duidelijk. Een echte begraafplaats leek het namelijk ook niet te zijn. Op de weg terug kwam ik langs een pad dat de Elephant Hill op liep. Zo sportief als ik was, beklom ik in zo'n vijf kwartier de honderden, dan wel niet duizenden, trappen naar boven. Jeetje, wat was dat vermoeiend! Gelukkig bood de schaduw van de bomen me enige verkoeling. Helemaal op de top stond een uitkijktorentje, van waar je een enorm mooi uitzicht had op de stad, de berg van gisteren en een groot bos. Terwijl vier Chinese meisjes hier verder gingen met zingen, liep ik terug naar beneden, wat gelukkig een stuk sneller ging en minder vermoeiend was. In het park bezocht ik nog een tempeltje, waar een monnik me drie stokjes wierook aanbood om aan te steken, om vervolgens met de handen tegen elkaar nog enkele buigingen te maken voor het boeddhabeeld. Terwijl een bruidspaar bij het water foto's begon te maken, bekeek ik enkele optredens van zang en dans, volgens mij geheel in Naxi-stijl. Na het bezoeken van nog enkele gebouwtjes, het aanschouwen van naar het water schreeuwende Chinese toeristen en het zien wegduiken van een kleine slang, liep ik terug naar het hotel. Na vijf uur door het park gelopen te hebben, was ik wel weer even toe aan wat rust. Toch ging ik niet veel later weer weg, ditmaal weer naar de oude stad, aangezien ik de residentie van Mu, de leider van de Naxi, nog niet had gezien. Men noemt dit ook wel een kleine versie van de Verboden Stad en qua opbouw klopt dit wel. Het is alleen kleiner en anders qua stijl. Ook is het er vele malen groener en is er veel water. In diverse gebouwtjes waren verschillende Naxi-voorwerpen te bekijken. Al met al zeker de moeite waard. Vervolgens heb ik nog een kijkje genomen bij de White Dragon Horse Pool, waarin enkele mensen hun was aan het doen waren en hun eten stonden te wassen (eigenlijk zijn het drie kleine watertjes naast elkaar). Grappig om te zien hoe rustig het hier was; er was geen enkele andere toerist te bekennen. Blijkbaar weten vele toeristen dit al niet eens meer te vinden, aangezien het makkelijk verdwalen is in de oude stad en dit iets meer afgelegen ligt. Na een diner van varkensvlees, bloemkool en rijst heb ik in ieder geval weer een rustig avondje gehad, net zo rustig als twee oude mannetjes die ik eerder onder een boom een soort van dammen had zien spelen.

4 reacties | Reageer

Shangri-La

Zondag 18 oktober 2009
Dag 15: Terug naar China

Om 8.00 uur vertrokken we naar Lhasa Airport, waar we afscheid namen van Yonten, onze Tibetaanse gids. Pas sinds gisteren wisten we eigenlijk zijn naam, toen hij ons vroeg een stukje in zijn dagboek te schrijven. Ook zeiden we de trouwe chauffeur gedag. Terwijl zij toen gingen wachten op een grote groep Duitsers, checkten wij in, waarna we nog een tijd in een vrij saaie vertrekhal konden wachten. Grappig was dat een vrouw plots iedereen bananen begon uit te delen en je dus even later rijen vol bananen-etende mensen zag zitten! In het vliegtuig kregen we echter ook nog een maaltje, waar onder andere een zakje appelchips bij zat; nee, dat is geen chips met appelsmaak, maar als chips gefrituurde stukjes appel! In 100 minuten vlogen we over hoge, soms besneeuwde, bergen en al snel lieten we Tibet achter ons. Misschien dat we ook nog over India en Myanmar hebben gevlogen, maar daar ben ik niet zeker van. Wel kwamen we weer wolken tegen, iets dat we bijna een week niet meer hadden gezien! Na een ietwat ongewone landing (we hebben wat rondjes gevlogen om af te dalen, iets dat waarschijnlijk door de vele omliggende bergen komt), kwamen we aan in Shangri-La, dat ook wel (maar veel minder) bekend staat als Zhongdian. Met een 4WD werden we opgepikt en in 10 minuutjes naar ons hotel gebracht, waar het helaas ook weer vrij koud bleek te zijn in de kamers. Sowieso is het hier (op 3200 meter hoogte) stukken kouder dan in Tibet: een trui en een jas zijn geen overbodige luxe. Bewolking is hier ook volop te vinden. Nadat we het programma voor morgen hadden besproken met Lia (dat bemoeilijkt werd vanwege het feit dat we maar met 3 man zijn, in plaats van de 6 die nodig zijn voor vele excursies), zijn we naar de Old Town gelopen, zo'n 5 minuutjes lopen. Alhoewel de huisjes er wel ouderwets uit zagen, leek dit dorpje allesbehalve ouderwets, aangezien het stikte van de (toeristen)winkeltjes, restaurantjes en ho(s)tels. Het enige dat in dit plaatje ontbrak waren de toeristen. Slechts enkelen liepen, net als wij, te kijken naar bakken met gedroogde paddenstoelen, kammen van jak(?)hoorns en namaak outdoorkleding. Iets verderop bij een mooie tempel was het al iets drukker. Hier merkte je dat deze stad aan de grens van Tibet ligt, aangezien de tempel zowel Tibetaanse als Chinese invloeden had. Ook de gebedsvlaggetjes waren weer aanwezig. Daarnaast was er nog een enorme gebedsslinger, welke tientallen mensen aan de onderkant konden beetpakken om rond te laten draaien, met de klok mee uiteraard! Bij een cafeetje hebben we tenslotte wat gedronken. Voor 's avonds hadden we een westers restaurantje uit de Lonely Planet gehaald (een reisboek dat we overigens al veelvuldig geraadpleegd hebben toen de gidsen er niet waren). Deze tent bleek uiteindelijk erg leuk te zijn en leek helemaal toegespitst op backpackers, welke we ook zagen zitten. Binnen was het heerlijk warm vanwege de houtskachel die volop brandde. Voor de verandering nam ik eens pizza, welke me zeer goed beviel. Hierna zijn we nog eens naar het pleintje in de Old Town gegaan, waar een grote menigte lokale mensen met elkaar op muziek aan het dansen was. Dit was erg leuk om te zien en iedereen leek ook al behoorlijk ervaren, omdat ze de dans allemaal wel min of meer beheersten. Waarschijnlijk is dat hier hun vertier in de avond en tevens een goede manier om warm te worden, want kachels zullen de meesten waarschijnlijk niet hebben. De tempel van 's middags was overigens ook mooi verlicht en voor het eerst viel ons een heldere sterrenhemel op (in andere plaatsen zaten we in smalle straatjes tussen de gebouwen). We liepen terug naar Noah's Cafe, waar we nog een toetje namen (lekker zelfgemaakt aardbeienijs!) en ik nog even kon internetten via m'n telefoon. Bij deze wil ik iedereen in ieder geval bedanken voor de erg leuke reacties op m'n verhalen en foto's: ik lees ze met plezier! Ik ben blij dat jullie met me meegenieten en hoop dat jullie dat de rest van de reis ook nog zullen blijven doen! Als ik weer eens in een echt internetcafé zit, kan ik misschien weer eens wat foto's online gooien, of hier en daar een beschrijving uitbreiden. Op m'n telefoon gaat dat toch net wat trager, vooral als je om 22.00 uur het café uit moet omdat ze gaan sluiten. Nu ga ik in ieder geval slapen, want het is alweer veel te laat (nou ja, voor hier dan)! Morgen het begin van alweer de tweede helft van deze uitgebreide China-reis!

Maandag 19 oktober 2009
Dag 16: Shangri-La

Nadat we er vanochtend achter kwamen dat dit hotel geen ontbijt serveerde, liepen we naar een restaurantje in de buurt die dat wel deed. Met de stadsbus vertrokken we even later naar het Ganden Sumtseling Gompa klooster. Bij een modern entreegebouw kochten we een kaartje, waarna een andere bus ons naar de ingang van het klooster bracht. Het had hier veel weg van de kloosters in Tibet: diverse tempels waren gebouwd op een bergwand en elke tempel herbergde enkele boeddhabeelden, versieringen en monniken. Toch voelde het hier anders aan dan in Tibet: er waren nauwelijks gelovigen of pelgrims te vinden, maar daarentegen wel heel veel toeristen. Ook het weer was een stuk minder: er was veel bewolking en het was koud. Het was wel leuk dat een monnik ons aanbood om enkele stokjes wierook aan te steken. Na een kleine donatie kregen we ook nog een armbandje van hem! Met de stadsbus (welke ook gewoon leek door te rijden naar het klooster) gingen we terug, om bij een restaurantje een helaas iets minder geslaagde lunch te nuttigen. Hierna vertrokken we met Lia en de lokale chauffeur naar een prachtig gebied iets ten westen van de stad. Met de bus reden we langs de wetlands, een enorm veld dat in de zomer een grasveld is en in de winter een meer. Nu in oktober zat het er een beetje tussenin. Paarden en koeien stonden hier, met hun voeten/poten in het water, heerlijk te grazen. Het zag er zeer mooi uit allemaal en ook zeker de bergen op de achtergrond waren geweldig om te zien. Aangezien het herfst is, waren er enorme kleurschakeringen in de bomen te zien. Velen waren nog groen, maar sommigen waren ook al vergeeld. De rode bomen maakten het plaatje al helemaal compleet. Beeldschoon! Nadat Lia en Rolph nog even door het platteland hadden gescheurd met het busje, parkeerden we hem bij een hotel in aanbouw. Terwijl arbeiders druk bezig waren met het zagen van allerlei boomstammen voor de planken van het gebouw, begonnen wij aan onze hike op een berg. Aan de ene kant hadden we steeds uitzicht op de bijzondere Zuidwest-Chinese vegetatie, terwijl we aan de andere kant een steeds mooier overzicht kregen op het meer. We volgden een pad waar we enkele keren mannen met twee jaks zagen lopen, welke een omgezaagde boomstam naar beneden meesleepten. Het bleek dat vele individuen hier aan illegale houtkap doen om geld te verdienen. Het weer was de hele tijd nogal wisselvallig: zo nu en dan was het koud, maar op sommige momenten, toen de zon door de wolken brak, was het weer erg warm. Via een ander pad en een afdaling over de rotsen liepen we weer terug, terwijl het ook zachtjes begon te druppelen. Hierdoor zagen we, naast enkele koeien, wel een mooie regenboog. Vooral Lia leek dit heel bijzonder te vinden, aangezien hij al een jaar of 15 geen regenboog heeft gezien! Onderaan de berg genoten we nog van de wetlands, vele varkentjes en grote constructies om hooi mee te drogen, alvorens terug te keren naar het busje. Terug bij het hotel kregen we een leuke ontvangst, aangezien de andere Shoestring groep ook net gearriveerd was! Onder het genot van een kopje thee wisselden we al onze verhalen en foto's van de afgelopen 1,5 week uit. Zo zagen we bijvoorbeeld hoe mooi het historische stadje Ping'Yao was, hoe schattig de pandaberen van Chengdu waren en hoe reusachtig de boeddha was die helemaal uit een rotswand was gehouwen. Op onze beurt maakten wij hen weer jaloers met de verhalen van Tibet. 's Avonds zijn we met z'n allen gezellig uit eten geweest, waarbij we weer aan een ronde tafel zaten en diverse gerechten op de draaiende plaat werden geserveerd. We hebben er een leuke avond van gemaakt, waarbij we de anderen ook enigszins uitgehoord hebben over Lijiang, waar zij al geweest zijn en wij morgen naartoe zullen gaan. Dit moet ook heel bijzonder gaan worden! In Dali en Yangshuo zullen we elkaar dan opnieuw treffen. Maar eerst Lijiang en Kunming nog!

4 reacties | Reageer

Gyantse & Shigatse

Woensdag 14 oktober 2009
Dag 11: Azuurblauwe meren

Om 9.00 uur stapten we in het busje, om met Lia en onze Tibetaanse gids de reis te vervolgen naar het plaatsje Gyantse. Alhoewel het een lange rit was en we pas rond vieren aankwamen, hebben we ons onderweg geen moment verveeld. Wat hebben wij genoten van het onwijs prachtige uitzicht! We begonnen relatief laag op 3600 meter, waar we langs riviertjes en boompjes reden. Na een tijdje gingen we echter de bergen in. Via een enorme slingerweg stegen we maar liefst een kilometer. De boomgrens waren we gepasseerd en nu groeiden er alleen nog kleine struikjes en gras. Op de hellingen zagen we koeien, jaks en schapen vredig grazen. Zo nu en dan staken ze echter de weg over, dus moest de chauffeur wel blijven opletten. Een tijd lang hebben we langs een enorm uitgestrekt helder meer gereden. Op een mooie plek stopten we ook voor foto's. Wat was dit prachtig! Het water zag er azuurblauw uit en het felle zonnetje (het was overigens wel fris) gaf het een mooie glans. Met de mooie bergen erbij (met besneeuwde toppen!) en de strakblauwe lucht (en hier en daar ook enkele gebedsvlaggetjes), was dit een plek om nooit te vergeten! Later op de middag kwamen we dit elders nog een keer tegen. Super! Ook hebben we een stop gemaakt bij een mooi besneeuwde berg van meer dan 7000 meter. Met de lunch hebben we in een verlaten gat in de middle of nowhere een lekker buffet gehad. Alleen jammer dat de warme maaltijden nogal koud waren. Na nog meer mooie uitzichten (en het eten van een niet eens al te vies stukje jakkaas) bereikten we Gyantse, waar we een nachtje zullen verblijven. Met z'n drieën hebben we een rondje door dit dorp heen gelopen. Een gat is eigenlijk een beter woord, want het stelde niets voor. Er was een grote weg met twee kruispunten met nutteloze stoplichten, enkele winkeltjes en een paar eettentjes. Hoogtepunt was een kasteel boven op een berg. Alles in dit dorp was hier een stuk primitiever dan we tot dusver hebben gezien. De huizen waren lelijk, de stoep lag vol troep, op de weg reden vaak tractortjes met aanhangers, koeien liepen rond, etc. We liepen ook nog even door het oude dorpje, waar mensen in simpele huisjes wonen, koeien voor de deur staan en kinderen water uit de put halen. De eettent met vriendelijk personeel (en 'heel lekker' eten, al zegt de eigenaar het zelf in z'n beste Nederlands) lieten we voor wat het was en we liepen een restaurant in met een beter uiterlijk. Hier kon ik het niet laten om een jakburger te eten, welke me zeer goed beviel! 's Avonds hebben we nog even in een internetcafé gezeten, aangezien er niet veel beters te doen viel. (En daar geschokt het nieuws over de luchtballonramp in Yangshuo gelezen, waar we over 2 weken zitten.) Morgen gaan we echter het klooster nog in, alvorens naar Shigatse door te reizen.

Donderdag 15 oktober 2009
Dag 12: Van Gyantse naar Shigatse

Na een erg koude nacht, een lauwe douche en een westers ontbijt met toast en ei, zijn we met z'n zessen (drie reizigers, drie begeleiders!) naar het klooster van Gyantse gegaan. We waren de eerste toeristen, want alles was nog dicht. Toch konden we even later de Kumbum in, de grootste tsjorten van Tibet. Op de verschillende verdiepingen bevonden zich allemaal kleine kamertjes met allerlei boeddhabeelden. De een keek vriendelijk, een ander weer kwaad, de een had zes armen en weer een ander had blauw haar. Hierna gingen we de tempel ernaast in, waar het ondertussen al stukken drukker was geworden. Het blijft fascinerend om te zien met hoeveel geloofsovertuiging de mensen hier doorheen lopen, terwijl ze bidden, geld doneren, of witte gelukssjaaltjes (die wij bij aankomst hadden gekregen) ophangen. De Tibetaanse gids vertelde nog wat over het boeddhisme, voor zover dat mogelijk was dan, aangezien sinds de bezetting van China in het openbaar niet alles meer is toegestaan. Overal merk je wel wat voor invloed China op Tibet heeft gehad. Bij elk Tibetaanse bezienswaardigheid hebben de Chinezen er wel iets van zichzelf bijgeplaatst. Ook het aantal Chinese vlaggen is enorm (alhoewel het het aantal gebedsvlaggetjes bij lange na niet overtreft). Na het klooster hebben we met z'n drieën de berg nog beklommen met het kasteel, waar de Tibetanen een invasie van de Britten in de 19e eeuw probeerden af te weren. Het was een vermoeiende klim (op deze hoogte ben je vrij snel buiten adem), maar het uitzicht was mooi. Vervolgens was het tijd om naar de tweede stad van Tibet te rijden: Shigatse. De rit van twee uur was niet echt spectaculair, aangezien we door boerenland reden. De chauffeur moest hierdoor vrij vaak uitwijken voor overstekende schapen of koeien. Onderweg namen we nog even een kijkje bij een plek waar ze een deel van tsampa maken. We zagen hier hoe een soort van graan door een maalsteen, aangedreven door water, tot meel gemalen werd. Shigatse zelf zag er min of meer hetzelfde uit als Gyantse. Het is weliswaar groter, maar net zo vies en ouderwets. Bij het Shigatse Yak Hotel deponeerden we onze bagage, waarna we naar een restaurantje waar ze opnieuw Tibetaanse, Chinese, Nepalese, Indiase en Westerse gerechten serveerden. We hebben er in ieder geval prima loempia's kunnen eten. Nadat de gidsen ons gedag hadden gezegd, hebben we in de warme zon een uitgebreide wandeling rond het klooster gemaakt, de kora. Langs deze route, welke helemaal over een met gebedsvlaggetjes versierde bergwand liep, stonden honderden gebedsslingers. Pelgrims kwamen we op dit tijdstip echter niet tegen, schapen, geiten, honden en een koe daarentegen wel. De route die we liepen was mooi en verschafte ons een uitzicht over de stad en de dzong, een look-a-like van het Potala paleis, maar dan een stuk kleiner (en in renovatie en ontoegankelijk voor het publiek). Via enkele straatjes met winkeltjes (iemand een theepot nodig?), marktjes (iemand zin in een gevild geitje?) en vriendelijke mensen ('Hallo! Tashi dele!') liepen we terug naar het hotel om uit te rusten. Het duurde echter even voordat Rolph en Gwennie dat konden doen, aangezien de sleutel van de kamerdeur afbrak bij het openen! Gelukkig wist het hotelpersoneel na enig gehannes het slot te repareren. 's Avonds besloten we om voor een prikkie per riksja naar het restaurant van 's middags te gaan. Dat was best een bijzondere ervaring! Echt veilig voelt het niet, maar in deze rustige stad was het nog best te doen. In het restaurant had ik lekkere chicken kebab (die wel erg veel weg had van kipnuggets) en pakoda's (een soort aardappelkoekjes). Terug in het hotel heb ik snel de verwarming (!) aangezet, zodat de kamer, die van zichzelf ook al vrij koud is, iets warmer werd. Gelukkig kon ik ook gaan slapen met extra dekens, die hier wel aanwezig zijn.

Vrijdag 16 oktober 2009
Dag 13: Panchen Lama's

Na een ontbijtje op de hotelkamer (het hotel bleek onverwachts geen ontbijt aan te bieden), gingen we met onze Tibetaanse gids naar het Tashilhunpo klooster in Shigatse. Hier bezochten we onder andere 's werelds grootste bronzen beeld van de boeddha van de toekomst (je hebt ze ook van het verleden en heden), welke maar liefst 26 meter hoog was en vingers had van een meter lang. Helaas kon ik er geen foto's van maken, maar bijzonder was deze wel. Ook bezochten we andere vertrekken, waar zich de tronen en graven van enkele panchen lama's bevonden, de belangrijkste religieuze leiders na de dalai lama's. Een deel van het klooster werd gerepareerd en ook hier (net als bij het Drepung klooster) werden de werknemers door anderen toegezongen en -gedanst. Dit vertelde de gids. Ook vertelde hij dat hij in z'n jeugd zelf vier jaar in een klooster had gezeten en daarom erg veel wist te vertellen. Liefde deed hem het klooster echter verlaten. We vroegen hem nog hoe hij dacht over de kwestie China-Tibet. Als je hier in Tibet bent, zie en merk je namelijk heel goed wat voor invloed het communisme heeft gehad. De gids vond het uiteraard verschrikkelijk dat vele Tibetanen vermoord zijn en de originele cultuur verloren gaat. Kinderen leren nu de Chinese geschiedenis en de kans om monnik te worden is (op latere leeftijd) heel klein. Anderzijds hebben de Chinezen wel veel meer welvaart gebracht in Tibet en de infrastructuur is enorm verbeterd (dat we later in de stad ook zagen, waar bijv. steeds meer rioleringen worden aangelegd). Kloosters worden zo nu en dan door de overheid ook wel gerenoveerd, maar daarentegen gaat al het entreegeld van toeristen direct naar de regering en moeten de monniken het doen met alle donaties. Het is allemaal een vreemde gewaarwording en heel tweezijdig. De gids was in ieder geval blij dat hij deze verhalen bij zij toeristen kwijt kon. In het klooster zagen we trouwens nog een andere toepassing van jakboter: het schoonmaken en laten glimmen van daken! Die jak is hier echt een multifunctioneel beest! Na het klooster hebben we nog een kijkje genomen in het pas gerenoveerde zomerpaleis van de panchen lama's, waar heel veel mooie muurschilderingen te bewonderen waren. Tenslotte gingen we nog langs bij de tapijtenfabriek, waar we in diverse ruimtes de verschillende fasen van het proces zagen om een mooi bewerkt tapijt te krijgen. In de eerste ruimte zaten enkele oude dames wol te spinnen, welke door giechelende meiden (nou ja, toen ze ons zagen) geweven werden tot tapijten met leuke patroontjes. In de volgende ruimte waren enkele dames met de afwerking bezig, waarna de tapijten in de laatste ruimte te koop werden aangeboden. Voor zo'n 1000 euro had ik er een naar huis kunnen opsturen, maar ik neem aan dat ze daar niet op zitten wachten. Na een lekkere lunch met gestoomde jakmomo's was er niet veel meer te doen. Daarom hebben we met z'n drieën de kora nogmaals gelopen, maar ditmaal hebben we halverwege een uitstapje gemaakt naar de top van de berg, welke we echter niet helemaal bereikt hebben. Via een ander pad liepen we weer teug, waarna we nog even een markt bekeken hebben. Hier kocht Rolph een leuk souvenirtje: een Chinees pratende rekenmachine, welke de getallen die je indrukt (maar ook de uitkomst) voorleest, iets dat we bij winkeltjes al vaak hadden gezien om ons het bedrag te laten zien. Bij het hotel rustten we lekker uit. 's Avonds zijn we naar een restaurant gegaan, waar we al snel de biezen pakten, aangezien de kaart en het personeel nogal vreemd waren. We gingen dan maar weer naar het vertrouwde restaurant van gisteren, waar ik een lekkere gebakken rijst met kip had en een groente sissler, dat een groenteburger bleek te zijn dat sissend op tafel geserveerd wordt. Met de taxi gingen we terug naar het hotel voor een laatste nacht daar.

Zaterdag 17 oktober 2009
Dag 14: Terug naar de Heilige Stad

Vandaag was een rustig dagje. Na het kopen van enkele broodjes op de hoek en een ontbijtje op de hotelkamer, stapten we om 9.00 uur in het busje voor onze terugreis naar Lhasa. De route was dit keer niet enorm spectaculair, maar was desondanks nog best mooi. Onderweg reden we bijvoorbeeld een heel stuk langs een helderblauwe rivier, welke ideaal leek om over te kanoën. Toch gebeurde dat niet. Aangezien we op een weg reden waar je maar 70 km/u mocht rijden (dit moest je zo nu en dan bij een gebouwtje aantonen d.m.v. een papiertje waarop telkens het tijdstip van passeren werd genoteerd (de ouderwetse variant van de 80-kilometer wegen in Nederland)), moesten we enkele keren stoppen, aangezien de chauffeur hier en daar wat harder gereden had. Toch was dit niet erg, want zo konden we plaspauzes houden, foto's van de omgeving maken, jaks van dichtbij bekijken, verkopers van ons afschudden en lunchen. Rond 15.00 uur arriveerden we weer in het Flora Hotel. Nadat ik even had uitgerust, heb ik een uitgebreid rondje op de (Barkhor-)markt gemaakt, welke nog groter bleek te zijn dan ik in eerste instantie dacht en gezien had. Toch werd overal dezelfde troep verkocht. Hierna ben ik met Gwennie en Rolph naar een restaurant gegaan om te eten. Toevallig werd daar een dvd gedraaid met Tibetaanse muziek, gezongen en gespeeld door een Tibetaanse man en een Hollandse meid!

5 reacties | Reageer

Lhasa

Maandag 12 oktober 2009
Dag 9: Lhasa

Vanochtend konden we genieten van een simpel, maar lekker ontbijtje van toast en ei. Met Lia hebben we vervolgens een taxi genomen naar het prachtige Potala paleis, dat boven op een rots prachtig afstak tegen een enorm heldere blauwe lucht. Frisjes was het echter wel, maar gelukkig waren we daarop gekleed. Via het plein voor het paleis genoten we van het uitzicht op zowel het paleis als de bergen rondom Lhasa. Vele mensen liepen met de klok mee om het paleis heen, biddend, terwijl ze aan de vele gebedsslingers een zwiep gaven. Velen van hen liepen rond en zwaaiden met een scepter (weet even de officiele naam niet), maar anderen maakten enkele gebedsbewegingen, gingen vervolgens languit op de grond liggen, zetten vervolgens één stap en herhaalden dit. Tevens bedelden pelgrims voor geld voor hun reis terug naar huis, aangezien ze helemaal hierheen waren gekomen om voor hun boeddhistische geloof te bidden. Wij kochten kaartjes voor het paleis, maar zullen deze morgen pas kunnen betreden. In plaats daarvan liepen we naar de Jokhang tempel, waar de lokale gids ons doorheen rondleidde. Ook hier waren vele mensen aan het bidden en stonden velen in de rij om de diverse boeddhabeelden te vereren of offers te geven. Vaak hadden ze daarvoor een kan met jakboter of olie, om de kaarsen brandende te houden. Het was allemaal een indrukwekkend schouwspel en ook de tempel was zeker de moeite waard. De temperatuur buiten was trouwens enorm opgelopen en het zonnetje, waar we uiteraard best dichtbij zitten, brandde fel op ons. De jassen konden dus wel uit. Na een Tibetaanse lunch (nee, geen producten die uit een jak komen, maar misschien wel jak zelf gegeten (geen idee wat voor vlees er in de momo zat)) zijn we naar de Norbulingka gegaan, het zomerpaleis van een van de Dalai Lama's. Dit was een groot park met meerdere gebouwen, waar we in rond mochten kijken. De lokale gids vertelde daarbij dan enkele verhalen, wat best wel interessant was, maar ik hier niet ga herhalen. Met een taxi gingen we weer terug naar het hotel, om lekker eventjes uit te rusten. In het hotel had ik wifi, dus had ik eindelijk de kans om m'n reisverhalen van afgelopen week online te zetten, zoals je wellicht al wel gemerkt hebt. Met etenstijd zijn we via de markt (met allerlei Tibetaanse spulletjes zoals jassen, sjaaltjes en mutsen van de jak en diverse sieraden) teruggelopen naar het restaurant van vanmiddag, waar we lekker gedineerd hebben. Nu weet ik in ieder geval zeker dat ik jakvlees gegeten heb! De steak was best lekker (maar verschilt overigens niet veel van rund). Via een andere route, waar we de Tibetanen aan diverse pooltafels zagen spelen en winkeltjes grote stukken jakboter zagen verkopen, gingen we weer terug naar het hotel.

Dinsdag 13 oktober 2009
Dag 10: Monniken en Dalai Lama's

Na het ontbijt zijn we met z'n drieën naar het Potala paleis gegaan. Voordat we echter naar binnen konden, moesten we nog wel de hele berg beklimmen waar deze op ligt. Dat was dus nog wel een vermoeiend stuk op al die trappen. Gelukkig werden we beloond, want het paleis zag er ook van binnen erg mooi uit. Het maken van foto's was helaas niet toegestaan. We liepen door diverse vertrekken met allemaal mooi versierde wanden. Onderweg liepen we langs veel boeddhabeelden, geschriften en tronen van diverse Dalai Lama's. Ook de gouden tombes van hen, bewerkt met verschillende mooie stenen, waren te bewonderen. Via de achterkant verlieten we het paleis weer, waar we een leuk uitzicht hadden op de andere kant van de stad, met onder andere enkele akkertjes. Nadat we ergens thee met appeltaart hadden genomen, splitsten onze wegen. Rolph en Gwennie gingen enkele marktjes af, terwijl ik een minibusje nam naar het Drepung klooster, een van de drie grootste van Tibet, welke enkele kilometers buiten de stad ligt. Zo'n minibus is ook nog een leuke ervaring: de deur wordt door de chauffeur opengetrokken met een touw en als je eruit wilt, betaal je hem gewoon 2 yuan, 20 cent dus. Je moet echter wel zelf weten waar je eruit moet, want de chauffeur zal het je niet zeggen. Nadat ik dus weer een stukje was teruggereden, bevond ik me aan de voet van de berg waar het klooster zich op bevond. Via een avontuurlijke, maar wel erg warme tocht op een bergpaadje, waar vele gebedsvlaggetjes hingen, kwam ik uit bij een tempel. De bergwand daarachter was trouwens ook erg bijzonder, aangezien deze volgehangen was met kleurrijke vlaggetjes. De tempel was niet degene die ik moest hebben, maar toch heb ik hem even bezocht. Hoogtepunt was een enorme boeddha met een ietwat eng en boos gezicht. Ik liep verder de berg op, aangestaard door de lokale bevolking die ik tegemoet liep. Alsof ze nog nooit een westerling op bezoek hadden gehad. Dit kan overigens wel een beetje kloppen, want in het Drepung klooster, waar ik even later aankwam, waren maar weinig toeristen. Het klooster bevatte vele gebouwtjes, verbonden door smalle en steile straatjes. Monniken waren hier rustig met hun alledaagse ding bezig, zoals bidden, de kaarsjes aanhouden of hun kleding aan het wassen. Ik bezocht enkele gebouwtjes, waarin weer veel boeddha's en andere relikwieën te zien waren. De aangegeven route door het klooster was helaas wat onduidelijk, waardoor ik vaak even niet meer wist waar ik heen moest/mocht. Toch denk ik dat ik het meeste heb gezien, alleen jammer dat er een stuk in het midden gerenoveerd werd. Een soort dans van een groep kinderen maakte dit echter weer goed. Na een bijzondere middag ging ik weer terug naar het hotel, waar ik met de andere twee op zoek ben gegaan naar een restaurant. We vonden er eentje en genoten hier van een lekkere maaltijd. Zelf had ik Tibetaanse ribbetjes van de lam: lekker! We waren hier niet de enige toeristen en later op de avond snapten we waarom. We werden maar liefst getrakteerd op enkele Tibetaanse dansen! Afwisselend betraden mannen en vrouwen in Tibetaanse kledij het podium, om vrolijk te zingen, muziek te maken, of sierlijk te dansen. Erg leuk om deze voorlopig laatste avond in Lhasa mee af te sluiten!

4 reacties | Reageer

Xi'ning en de Hemeltrein naar Tibet

Zaterdag 10 oktober 2009
Dag 7: De aanloop naar een 24 uur durende treinreis

Om 6 uur vertrokken we alweer van het hotel, op weg naar het vliegveld, waar we een binnenlandse vlucht naar het plaatsje Xi'ning maakten. Tijdens de vlucht, die 1,5 uur duurde, kregen we nog een Chinese hamburger te eten dat wel erg weg had van een broodje shoarma. Uitzicht hadden we niet, want het was ook vandaag ontzettend bewolkt. In Xi'ning was het al ietsje helderder, maar helaas ook vele malen frisser. Nadat we onze bagage hadden gedropt op het station, bedachten we hoe we onze tijd tot 19 uur zouden doden. Lia was zelf ook nog nooit in Xi'ning geweest, dus hingen we alle vier de toerist uit. Maar echt toeristisch is de stad niet en we kregen de indruk dat mensen meer naar ons keken dan wij naar hen. We bezochten een moskee en liepen vervolgens door de hoofdstraat heen, dat ofwel in verbouwing ofwel in aanbouw was, aangezien er overal enorme gaten in de grond zaten. Na een lunch van noodles keken we nog rond bij een lokale markt en hebben we de rest van de middag in een cafeetje thee zitten drinken. Een Chinees hier vond het zelfs erg leuk om ons ontmoet te hebben. Na het bezichtigen van een paar winkeltjes en een supermarktje, hebben we enkele lokale gerechten gegeten als diner. Toen we terug waren op het treinstation hebben we nog een tijdje in de wachtkamer moeten wachten (waar een Engelse vrouw enkele Tibetanen vermaakte met haar camera), alvorens op de Hemeltrein te stappen. Met deze trein zullen we 1972 kilometer afleggen in iets meer dan 24 uur en zullen we stijgen van zo'n 2500 meter hoogte naar het hoogste station ter wereld op 5072 meter, waarna we doorgaan naar Lhasa op 3620 meter. De trein en de coupés zijn vergelijkbaar met de andere trein, maar gelukkig zijn de bedden iets langer. Aangezien we 's avonds vertrokken, duurde het niet lang voordat de lichten uitgingen en we konden slapen.

Zondag 11 oktober 2009
Dag 8: De hemeltrein naar het dak van de wereld

Als je 's nachts al niet wakker werd van het rijden van de trein of de snurkende Chinees in onze coupé, dan werd je 's ochtends om 6 uur wel wakker van de andere luid pratende, smakkende en gorgelende Chinezen in de trein. Langzaamaan werd het echter wel lichter en begon de langste, meest luie, maar toch ook meest indrukwekkende dag van deze reis. Woorden komen eigenlijk niet tot z'n recht als je het wilt hebben over de enorm diverse schoonheid van de Tibetaanse hoogvlakten. We begonnen vanochtend met een uitzicht over dorre vlakten en wit besneeuwde bergen. De hoeveelheid wolken was redelijk beperkt, dus we hadden geluk. Het duurde niet lang voordat we helemaal door een mooi besneeuwde wereld reden. Zo nu en dan werd via de intercom een verhaaltje verteld over waar we waren en een andere keer werd er een muziekje gedraaid. Zo werd bijvoorbeeld vermeld wanneer we 's werelds hoogste station hadden bereikt. In de middag kwamen we op de groenbruine hoogvlaktes, waarop kuddes jaks en ezels vredig stonden te grazen. Ook reden we later langs het hoogste meer van de wereld. Onze fototoestellen draaiden overuren om deze beeldschone pracht vast te leggen. Heel veel meer hadden we overigens ook niet om te doen: een beetje lezen, luieren, eten en veel drinken. (Ik ben iedereen dankbaar voor extra geheugenkaartjes en het interessante boek over Tibet!) Dat laatste was wel nodig, omdat het in de trein enorm warm was (meer dan 25 graden) en je op deze hoogte ook snel vocht verliest. Sommigen van ons voelden zich wat licht in het hoofd. Het is ook grappig om te zien dat zakken chips enorm bol worden vanwege de luchtdruk. Tegen het einde van de middag konden we bij een klein stationnetje voor vijf minuutjes frisse licht happen. En of die lucht fris was! Buiten was het slechts 3 graden en sneeuwde het zelfs nog zachtjes! De rest van de reis werd het dorre landschap dat we al eerder hadden gezien vaker herhaald, en passeerden we af en toe hele kleine dorpjes, gebouwtjes en herders. Om 21.15 uur (na 25 uur treinreizen) kwamen we aan in Lhasa, waar we met een sjaaltje vriendelijk werden ontvangen door een locale gids, welke ons naar het Flora Hotel bracht. Alhoewel anderen in de trein hoofdpijn hadden gehad, was het hier waar ik aan de hoogte moest wennen, aangezien ik nogal duizelig werd van het traplopen naar de derde verdieping. Alsof je een slokje teveel op hebt. Gelukkig maakte een lekker bedje alles weer goed.

4 reacties | Reageer

Xi'an

Vrijdag 9 oktober 2009
Dag 6: Het achtste wereldwonder

Het slapen in de trein was voor ons nog even wennen en we zijn allemaal 's nachts verscheidene keren wakker geworden. De bedden waren wat aan de harde en korte kant, de trein maakte natuurlijk lawaai, stopte ook zo nu en dan en het was er ook warm. We waren daarom ook wel blij toen de trein om 8 uur (met een uur vertraging) in Xi'an aankwam. Buiten het station was het een complete chaos, maar gelukkig bevond ons hotel zich aan de overkant, zodat we ons snel konden opfrissen en konden genieten van een orientaals ontbijt, dat ditmaal niet uit rijst bestond, maar uit toast. Aangezien een verzorgde excursie door Lia duur zou uitvallen (daarvoor moest je voor zes man betalen), namen we voor 70 cent de bus die ons in een uur naar het terracottaleger bracht! Het weer was slecht: het miezerde en de hele dag hing alles in een dichte mist. Gelukkig was het meeste van dit 'achtste wereldwonder' binnen te vinden. De toegangsweg leek wel op die van een attractiepark: enorm lang en breed en ontzettend veel toeristenstalletjes. Het museum bestond uit enkele grote hallen met de pits waar duizenden beelden van aarde zijn teruggevonden. Een groot gedeelte van de beelden (met name soldaten, maar hier en daar ook paarden) was al uitgegraven en het was indrukwekkend om deze enorme menigte te aanschouwen. Daar stonden ze dan, in vele lange rijen, bedoeld om een mausoleum van een van de keizers te bewaken. Velen waren nog heel uitgegraven, van anderen zagen we slechts wat brokstukken. Via een film kregen we nog meer achtergrondinformatie. Dit alles was in ieder geval iets om niet te missen! 's Middags namen we de bus terug, om vervolgens, na wat zoekwerk, een taxi te nemen naar de Big Goose Pagoda. Het was een hectisch ritje door de stad, maar ach, het was maar 50 cent per persoon. De pagoda stond ook nog in de mist gehuld, maar desondanks zag hij er van buiten mooi uit. De tempeltjes en boeddhabeelden die er rondom stonden, waren ook zeker het bezoeken waard. Bij een Westers restaurantje namen we een warme chocolademelk en zijn we er vervolgens ook gaan eten: deze steak en hamburger waren een welkome afwisseling op het eten tot dusver. Grappig genoeg stond er ook Nederlandse appeltaart op de kaart, net als een broodje met Goudse kaas. De aap kwam uit de mouw toen de eigenaresse tegen ons in het Nederlands begon te praten! Dat was dus wel weer even leuk om mee te maken!

1 reactie | Reageer

Beijing

Zondag 4 oktober 2009
Dag 1: Wachtdag

Dat was een lange tijd wachten op Schiphol! Maar gelukkig was er nog genoeg te zien daar, alhoewel, op een gegeven moment zie je ook alles dubbel! Uiteindelijk door de gate, besnuffeld door een hond en zo het vliegtuig in. Ik zat aan het raam, dus het stijgen was mooi om te zien: allemaal leuke lampjes! Het vliegtuig was niet enorm luxe, maar was op zich wel te doen. We kregen in ieder geval nog een lekkere warme avondmaaltijd! Altijd beter dan vieze nootjes! Het schermpje dat we hadden draaide zelf een aantal films maar helaas had ik die al gezien. Om 0.00 uur gingen de lampen uit en was het tijd om te slapen.

Maandag 5 oktober 2009
Dag 2: Hete pot

Dat slapen viel nog niet mee. We hadden dan wel een kussentje, maar echt lekker kon je niet gaan liggen. In ieder geval wel een paar uur de ogen kunnen sluiten. 's Ochtends (nou ja, Chinese tijd) werd het weer licht en had ik een mooi uitzicht op de Mongoolse vlaktes en later de rotsige Gobi-woestijn. Ook nog een warm ontbijtje gehad. Om 12.45 uur geland in Beijing, waar na de douane (met mensen met mondkapjes!) een mannetje van Shoestring stond, dat onze gids bleek te zijn: Lia. Even later kwamen m'n twee medereizigers Rolph en Gwennie eraan en moesten we wachten op de andere twee. Lia had namelijk niet te horen gekregen dat ze de reis geannuleerd hadden. Wat later met z'n vieren naar de parkeerplaats, waar een chauffeur ons met een busje oppikte en ons in een uur naar het Sicily Hotel bracht, waar we onthaald werden met een koortsthermometer. Maar daarna konden we ons wel eindelijk even opfrissen. Langs de wegen kwamen we overigens veel mooie bloemetjes tegen; allemaal geplant vanwege de grootse viering van het 60-jarige bestaan van de Volksrepubliek China afgelopen donderdag. De vele festiviteiten zijn nu nog op de vele Chinese tv-zenders terug te zien: mooi om te zien wat we gemist hebben! (En tevens een van de weinige dingen die te volgen zijn, aangezien ik geen kaas kan maken van al dat Chinees op andere zenders!) Wij kennen hutspot, hier kennen ze de Mongoolse 'hot pot'. Samen met een andere kleine Shoestring groep werden we ondergedompeld in dit bijzondere eetfestijn. Men neme een grote kokende pot met jus/soep (op het vuur), gooit er stukken lam in en vraagt de groep de lam eruit te vissen met stokjes en plastic handschoentjes, om het vervolgens allemaal op te eten. Vervolgens laat men een bijna onuitputtelijke stroom aan vlees en allerlei soorten groenten aanvoeren die vervolgens door ons in de soep gegooid mag worden. En als je wat wilt eten, dan vis je het er maar uit met stokjes. En als je dan vol zit, wordt er nog een sliert noedels doorheen gegooid! Phew, apart avondje hoor, maar wel lekker (nou ja, meestal) en gezellig!

Dinsdag 6 oktober 2009
Dag 3: Capriolen op de fiets

Vandaag hebben we de hele dag de tijd gehad om samen met de andere groep, en zelfs nog twee Engelsen, de stad Beijing te verkennen, waar vanwege de feestelijkheden overal rode lampionnen en vlaggen buitenhangen. Met de stadsbus reden we eerst naar een ander deel van de stad, waar we een (voor iedereen veel te lage) fiets konden pakken. Hiermee hebben we enkele uurtjes door een wijkje met allemaal kleine, maar bedrijvige, straatjes gefietst. Gevaarlijker werd het toen we moesten oversteken bij grote kruispunten, maar desondanks ging alles goed. Onderweg hebben we hier en daar gestopt om een toren te bewonderen, een speeltuin voor volwassenen te aanschouwen (met rek- en strekapparaten, mensen die dansten of tai chi beoefenden, of spelletjes speelden), een dierenmarkt te bezoeken (met katten, vissen, vogels, eekhoorns, schildpadden en insecten) en om een gewone markt mee te maken (waar het normaal is dat varkens- en kippenpoten verkocht worden en vissen uit de bakken proberen te ontsnappen om hun wrede dood te ontvluchten. Om de ochtend af te sluiten, kregen we bij een lokale familie een heerlijke lunch, met diverse hapjes (o.a. kip, tofu, pinda's en dumplings) en demonstreerde de man des huizes ook nog eens waarvan het meeste gemaakt was. Hij sprak geen woord Engels, zoals bijna alle andere Chinezen, dus het duurde altijd even voordat we hem begrepen. Toen hij ons z' keukentje en toilet liet zien (dat laatste heeft lang niet iedereen; er zijn vele openbare toiletten) vond hij het ook nog nodig om mij te onthelzen... ach ja. In de middag kregen we vrij, maar aangezien we morgen een vol programma hebben vlak buiten de stad, was dit onze enige mogelijkheid om het hart van de stad te verkennen. Met drie taxi's werd de groep uiteen getrokken en naar het Plein van de Hemelse Vrede gebracht, waar het ontzettend druk (understatement) was en er overal nog veel versiering van 1 oktober stond. Met twee anderen bracht ik een bezoek aan het grote paleis (met aan de voorkant een afbeelding van Mao), om vervolgens de Verboden Stad te betreden. Met afmetingen van 700 bij 1000 meter was dit best groot. Van binnen zag het er mooi uit, alhoewel het na een tijdje wel wat herhalend werd: je kwam eerst op een binnenplein, kon in een tempeltje van buitenaf een troon bekijken, liep dan om het tempeltje heen en daarna herhaalde zich dit enkele keren. Na een tijdje kwamen we weer twee bekenden tegen en samen bekeken we ook nog enkele zijvertrekken, waar enkele voorwerpen stonden uitgestald. Aan het eind kwamen we in de tuin terecht, waarna we de Stad verlieten en het park erachter bezochten. Hier betraden we zo'n 330 treden om bij een tempeltje te komen met een mooi uitzicht over de Verboden Stad en een groot stuk van de rest van Beijing. Na een afdaling en een aardig stukje lopen (de taxi's hier wilden ons alleen maar afzetten (figuurlijk)), namen we de metro terug richting het hotel. Een uur later werden we met het busje opgepikt en naar een theater gebracht, waar we anderhalf uur lang vol bewondering naar een acrobatenshow hebben zitten kijken. Wat was dat indrukwekkend! Slangenmeisjes, mannen hangend in palen, veel draaiende bordjes op stokjes, kunstjes met paraplu's en een koorddanser waren enkele hoogtepunten. En als je denkt dat 8 meisjes op één fiets al veel is, dan moet je er eens 12 op één fiets rondjes zien rijden! Wow! Na deze show hebben we nog voor zeer weinig geld (omgerekend €1,20) een enorme bak noodlesoep naar binnen proberen te werken (met stokjes uiteraard!), alvorens terug naar het hotel te gaan voor een kort nachtje.

Woensdag 7 oktober 2009
Dag 4: Een lange muur

Om maar liefst 6.30 uur werden we in de lobby van het hotel verwacht, waarna we met het busje een rit van 2 uur hebben gemaakt naar een van de zeven wereldwonderen: de Chinese Muur! Aangezien de muur ietwat aan de lange kant is, zijn er vele plekken om hem te beklimmen. De gidsen hadden echter een leuke, ietwat rustigere plek uitgekozen. Onderweg zag het Chinese landschap er niet echt spectaculair uit; hier en daar zag het er nog vrij Nederlands uit. Totdat we bij de groene bergen kwamen, waarover we de muur zagen slingeren. Om wat energie te besparen, namen we een kabelbaan naar boven, waarna we vervolgens meer dan een uur een stuk over de muur hebben gewandeld. Dit was vanzelfsprekend erg mooi! Alhoewel we voornamelijk heuvelafwaarts liepen, moesten we ook nog wel eens wat trappen op. Het uitzicht op de bergen, de muur en de rest van het landschap was prachtig. Vanwege de enige bewolking en mist waar de zon doorheen probeerde te schijnen, werd een unieke en mystieke sfeer gecreëerd. (Foto's zeggen hier meer dan woorden.) Het maakte de temperatuur ook nog draaglijk, want toen de zon doorbrak werd het al snel warmer. Stukken muur werden onderweg afgewisseld met kleine wachttorens, waar de Chinese troepen vroeger de Mongolen in de gaten hielden. Alhoewel we na een uur nog wel iets verder hadden kunnen lopen (daarna werd het ontoegankelijk voor toeristen), kozen we ervoor om terug naar beneden te gaan. De kabelbaan en rodelbaan lieten we voor wat ze waren en sportief liepen we naar beneden, waar we uiteraard vriendelijk werden onthaald door kuddes verkopers, die we echter links lieten liggen. Met het busje reden we vervolgens terug naar de stad. Bij een luxe restaurant mochten wij een uitgebreide lunch nuttigen. Aan een ronde tafel met een draaischijf werd er weer eens van alles en nog wat voor ons neergezet. Pittige kip, ei met paddestoelen, soep, rijst, enz. Dat was dus weer lekker en al snel zaten we helemaal vol. Dit was ook wel nodig want daarna brachten we een bezoek aan het grote Zomerpaleis van de keizerin. Het was een groot park met bomen en teeltjes, met in het midden een enorm meer waarop zich vele bootjes bevonden. Hier kregen we een korte rondleiding, alvorens we de tijd kregen om zelf rond te dwalen. Het zag er allemaal zeer mooi uit, maar het was alleen jammer dat duizenden anderen mensen deze middag hetzelfde deden. Via een shortcut op een bospaadje en vele trappen bereikten we een prachtige tempel welke geheel van hout was gebouwd en vele indrukwekkende versieringen had. Ook hier draaiden onze camera's weer overuren. Tevens hadden we een uitzicht over het Kunming Lake. Hierna bekeken we nog even een boot van jade. Toen we alles wel gezien hadden, stapten we het busje in en begonnen we opnieuw aan een helse tocht. Alhoewel de verkeerschaos in een stad als Caïro erger is, kan het op de Chinese snelweg ook een zooitje zijn. Zo zijn we er bijvoorbeeld nog niet uit aan welke kant je hier officieel mag inhalen, en waarom er überhaupt strepen op de weg staan als de chauffeur weer eens in het midden blijft rijden. Afijn, hij was nog wel zo vriendelijk om toch nog even langs het Olympisch stadion (het Vogelnest) te rijden en een gebouw in de vorm van een vlam. We vingen ook nog een glimp op van het zwembad, maar zonder verlichting is die helaas lang niet zo indrukwekkend. Na een rustpauze van zo'n 1,5 uur in het hotel namen we de stadsbus naar een restaurant waar we hebben genoten van de enige echte Peking eend! (Trouwens, we vragen ons ook nog steeds af de specialiteit van McDonalds hier McDuck is...) Eerst kregen we uiteraard een hele lading aan andere gerechten, maar al snel werden twee eenden naast onze ronde tafel in plakjes gesneden. Deze plakjes konden we dan met wat groente en saus in een deeglapje rollen. Heerlijk! Het was tevens het voorlopig laatste gezamenlijke diner, aangezien beide groepjes morgenmiddag hun eigen weg zullen gaan. Over twee weken zullen we elkaar opnieuw treffen en we kijken daar nu al naar uit!

Donderdag 8 oktober 2009
Dag 5: Plezier in het park

Na een ontbijtje zijn we naar het Temple of Heaven Park gegaan, wat zeer gaaf was. Overal waren Chinezen samen met allerlei activiteiten bezig. Er werd gedanst, door anderen werd luidkeels gezongen en weer anderen maakten muziek. Daarnaast speelden vele mensen ook nog spelletjes met kaarten of dominostenen, of waren ze iets sportiever en speelden ze badminton of schopten ze een pluimpje naar elkaar. De gezelligheid en het enorme saamhorigheidsgevoel was echt fantastisch om te zien! (Ook apart om te zien in China is dat hele jonge kinderen een gat in de onderkant van hun broek hebben, iets dat uiteraard een hele hoop luiers bespaart.) In het park hebben we ook nog de mooie tempel gezien en een rozentuin. Alhoewel de tuin met 100 bloemen helaas niet in bloei stond en de echomuur ook niet echt leek te werken, was dit enorme park toch prachtig. Na een kopje thee brachten we een bezoekje aan de Pearl Market, een complex met enorm veel kraampjes met echte nepspullen. Althans, hier en daar hadden we onze twijfels, aangezien sommige elektronica wel heel erg echt leek, maar er aan de nieuwste iPhone bijv. toch een prijskaartje van slechts €40 hing. Hierna gingen we nog even naar een grote supermarkt om inkopen te doen voor onze lange treinreis. In het hotel namen we afscheid van elkaar en gingen we met onze groep van drie met Lia onze eigen weg. Op het enorme station van Beijing namen we aan het eind van de middag de hardsleepertrein naar Xi'an. De trein zelf zag er goed uit: we hadden een ongesloten coupé met zes bedden, twee stapelbedden van drie, en delen de coupé met twee Chinezen, die ons vriendelijk een stuk eend en een mandarijntje aanboden. Daarna heb ik mezelf maar op de noodles gestort die ik in de supermarkt had gekocht. Heet water kon je gelukkig bij een kraantje aftappen.

7 reacties | Reageer

« Vorige pagina | Volgende pagina »