Jassin Kessing

Hanoi

Donderdag 5 november 2009
Dag 33: Naar Vietnam

Vanochtend was het tijd om Katie gedag te zeggen en met de MTR naar het vliegveld te reizen. Ik was al vroeg op het grote Hong Kong International Airport (rond twaalven) en moest daarom nog even wachten voordat ik kon inchecken op vlucht VN791 naar Hanoi, welke ik thuis al had geboekt. Tijdens het inchecken bij Vietnam Airlines stuitte ik echter op een probleem, waarvan ik thuis bijna zeker was hem niet te krijgen. Ondanks dat ik al wel een visum voor een verblijf van één maand had, werd me toch verzocht om met een ticket aan te tonen dat ik Vietnam ook daadwerkelijk zou verlaten, welke ik dus nog niet had. Om problemen te voorkomen (ze kunnen je na aankomst weer op het vliegtuig terug zetten), heb ik een open ticket van Ho Chi Minh City naar Bangkok geboekt, waarmee ik zelf kan bepalen wanneer ik hem gebruik. Dus eigenlijk kan dat nog best handig zijn, aangezien ik niet weet hoe lang ik precies in Vietnam zal blijven. Na een vrij snelle controle bij de douane en een lunch, kon ik nog een kwartiertje wachten totdat de gate geopend werd. Om 14.55 uur vertrokken we uiteindelijk en lieten we de parel van het oosten achter ons. De vlucht verliep prima, waarbij de in rood geklede stewardessen ons ook nog voorzagen van een maaltijd van rijst, vis, groente, fruit en brood. Na iets meer dan 1,5 uur vliegen landden we al op Noibai Airport, het vliegveld van Ha Noi (deze spelling lijkt hier gehanteerd te worden). Tot zover het makkelijke gedeelte, aangezien ik er nu voor moest zorgen om bij het Hanoi Backpackers Hostel te komen. Aangezien het vliegveld zo'n 30 km buiten de stad ligt, volstond een stukje lopen dit keer niet. Ik was al gewaarschuwd voor de vele mensen die je een taxi of busje proberen aan te smeren, dus die vermeed ik. Het betrouwbaarste leek de shuttle bus te zijn, welke ik uiteindelijk nam (en slechts 30.000 dong was, een kleine 2 euro (ja, die grote geldbedragen zijn nog even wennen, maar ik ben in ieder geval voor het eerst in m'n leven miljonair!)). Via een ontzettend drukke weg, waarbij we ook een hele tijd in de file hebben gestaan, maakte ik voor het eerst kennis met Vietnam. Ergens had het landschap iets weg van dat rond Yangshuo, maar dan zonder karstgebergten. Aan de gebouwen kon je in ieder geval zien dat het geen China meer was. Sterker nog, het was zelfs te zien dat Vietnam een tijd van de Fransen is geweest. De stijl van vele huizen was er namelijk door beinvloed. Ook was het een verademing om 'verlost' te zijn van al die Chinese karakters. Alhoewel, als je geen Vietnamees kunt lezen, hebben al die westerse letters (met opvallend veel kleine tekentjes boven en onder de letters) ook geen enkele betekenis (maar het maakt het lezen van straatnamen wel makkelijker). Daarnaast was er maar weinig in het Engels. Een shuttlebus is prima, maar dan moet je wel weten wanneer je eruit moet en waar je dan uiteindelijk uitstapt, wat uiteraard voor mij niet op de plek was die de Lonely Planet aangaf. Gelukkig bleek ik toch niet al te afgelegen te zitten en kon ik nog best in 20 minuutjes naar het hostel lopen. Hierbij maakte ik meteen kennis met de stad Hanoi. De hoofdstad van Vietnam laat zich het best met twee woorden omschrijven: brommers en drukte. Jeetje, wat was het hier op de straten een drukte van jewelste! Honderden brommers reden in enorme kuddes toeterend door de straten heen, af en toe gepaard met een auto. Als je hier geen brommer hebt, hoor je er niet bij. Zelfs de stoepen staan vol met geparkeerde brommers. Terwijl ik richting het hostel liep, begon ik me af te vragen hoe ik zou moeten oversteken op de plekken waar geen stoplichten en zebra's waren. Het antwoord was uiteraard enorm simpel: gewoon lopen. Iedereen is hier constant op z'n hoede en alles remt wel af als het nodig is (of eigenlijk: rijdt wel om je heen). In een smal straatje vol hostels en touroperators vond ik mijn hostel, welke er erg gezellig en actief uit zag. Buiten stonden backpackers met elkaar te kletsen, binnen zaten ze in de bar te drinken, te loungen, of achter een pc te internetten. Ik checkte in en kreeg de Flipflop kamer op de 3e verdieping van het gebouw ernaast. Via een woonkamertje met banken, tv en dvd-speler kon ik deze 8-persoonskamer bereiken. Het zag er goed en schoon uit, met degelijke stapelbedden met daaronder grote lockers om je spullen veilig in op te bergen. Alleen de ventilatoren maken veel herrie, maar dat zal wel wennen zijn. Via dit hostel was het mogelijk om tours te boeken naar de twee highlights van Noord-Vietnam, wat mij wel erg leuk leek. Toen de Nederlandse (wat een toeval!) meid van de reisbalie mij enthousiast wist te vertellen over deze tours (en dat ze het ook wel weer leuk vond een Nederlander te zien in dit voornamelijk door Australiërs bezochte hostel), was ik verkocht en boekte ik de tours, waarvan de eerste zaterdagavond zal beginnen. Ik heb dus bijna twee volle dagen voor Hanoi, wat meer dan genoeg is. Later in de avond heb ik alvast een kijkje genomen bij het meer, dat hier in de Old Quarter heel dichtbij ligt. In het meer lag een (onbereikbaar) tempeltje, welke mooi verlicht was. Rond het meer was een voetpad met veel bankjes, welke door veel mensen benut werden. Daar weer omheen liep een drukke weg met veel brommertjes. Ook heb ik nog gelachen om enkele mensen die hier hun geld probeerden te verdienen. Zo populair de schoenenpoetsers in Yunnan in China waren, zo populair is het hier om je lengte op te meten en je gewicht te bepalen. Veel mensen stonden met een weegschaal en een meetlat rond het meer, in de hoop zo wat bij te verdienen. Ach ja, je moet wat. Via enkele straatjes (waarvan er een helemaal vol stond met allerlei schoenenwinkels) liep ik terug naar m'n kamer voor een welverdiende nachtrust. Morgen zal ik tijd genoeg hebben om de andere highlights hier te zien.

Vrijdag 6 november 2009
Dag 34: Een dag in Hanoi

Ik sliep in een goed bed en ook de douche was lekker warm. Het gratis ontbijt dat daarop volgde (met stokbrood, thee en banaan) was ook prima te eten. Een goed begin dus van de dag. En het was me een dagje wel. Jeetje, wat blijft Hanoi een ontzettend drukke stad. Ook overdag blijven de wegen bomvol met scooters en je moet zeker over een behoorlijke dosis lef beschikken om hier de vele straten over te durven steken. Via een plattegrondje liep ik langs de Gotische St Joseph kathedraal richting de Temple of Literature, welke zich aan de rand van de Old Quarter bevindt en zo'n 20 minuten lopen was. Alhoewel me door vele Vietnamezen zwaaiend en roepend werd aangeboden om achterop hun motor te springen (uiteraard willen ze daarvoor geld zien), liep ik gewoon door. Zodoende wist ik in ieder geval dat ik goed ging en kon ik ook blijven kijken naar alle inwoners die rustig buiten aan het werk waren, op krukjes met elkaar aan het eten waren, of eten verkochten. Typerend voor dit land zijn de vrouwen met die ronde, maar puntige hoedjes, met over hun schouder een lat met aan beide uiteinden een hangende plaat, waarop ze etenswaar of andere producten leggen om te vervoeren. Aangekomen bij de tempel kocht ik een kaartje, om hem vervolgens te bezoeken. In de tempel, gewijd aan Confucius, waren onder andere stenen te bekijken waarop de namen van scholieren stonden die hier vroeger succesvol lessen hadden gevolgd. Elke steen stond op een schildpad, een heilig dier hier. Via borden (in het Vietnamees, Engels en Frans) kreeg ik alle achtergrondinformatie binnen. Grappig om te merken was de hoeveelheid Franse toeristen hier. Net zoals je in Hong Kong constant Britten om je heen kon horen, hoorde je hier constant Fransen met elkaar praten (op de toeristische plekken dan, ze zitten niet in het hostel). Nadat ik de rest van de tempel had gezien, probeerde ik terug te lopen richting het hostel, wat niet meeviel. Ik had een iets andere route genomen en raakte op een gegeven moment in allerlei kleine, maar drukke straatjes (welke niet vermeld waren op de kaart) nogal verdwaald. Gelukkig wist ik na een tijdje toch het hostel weer te vinden, waar ik even kon uitrusten alvorens verder te gaan. Via het Hoan Kiem meer (van gisteren) liep ik naar het koloniaal ogende geschiedenismuseum. Hier heb ik via vele potten, beelden, wapens, huis-, tuin- en keukenvoorwerpen en meer een redelijke impressie gekregen van de lange geschiedenis van het land. Vanwege de Chinese invloed vroeger hadden veel voorwerpen Chinese karakters. De laatste eeuw was echter minder vertegenwoordigd hier, maar dat kwam waarschijnlijk omdat het revolutiemuseum aan de overkant zat. Met veel foto's en documenten werd hier de bezetting van, en de strijd tegen, de Fransen in beeld gebracht, gevolgd door de invasie van de Amerikanen. Het museum eindigde in deze tijd, met Vietnam als een vrij land. Ik liep terug naar het meer en bezocht hier de kleine Ngoc Son tempel, waar onder andere een bronzen beeld van de schildpad stond die volgens de legende een magisch zwaard (dat de Chinezen ooit verdreef) naar de bodem van het meer bracht. Hierna heb ik -niet lachen- een kaartje gekocht voor een poppenshow. Het is echter niet zomaar een poppenshow, maar met recht een van de meest bijzondere highlights die je hier kunt doen. Het Thang Long Water Puppet Theatre bestond uit een zaal met daarin een podium van water. Een tempel deed dienst als decor. Aan de zijkant zat een 8-koppig orkest, welke de voorstelling een uur lang begeleidde met toepasselijke Vietnamese muziek en zang. Op en in het water kregen we vervolgens verschillende scenes te zien met poppen, welke van achter het decor met stokken bestuurd werden. Er werden veel verschillende poppen gebruikt, vaak van mensen, maar soms ook van dieren. De scenes beeldden vrolijke gebeurtenissen uit het dagelijkse leven uit en werden soms afgewisseld met fantasierijke stukken. Het was prachtig om te zien hoe de poppen af en toe op miraculeuze wijze tevoorschijn kwamen of juist weer verdwenen, en hoe ze uberhaupt door het water bewogen. Woorden zeggen hier helaas te weinig, foto's (die ik overigens niet mocht maken) ook. Het is iets dat je gewoon moet zien! Na de show ging ik terug naar het hostel, waar op het balkon een barbecue was begonnen. Er waren hier aardig wat backpackers (uit Ierland, Groot-Brittanië of Australië) te vinden, welke genoten van het bier en de hamburgers. Later op de avond ben ik alvast gaan pakken voor de trip die ik morgenavond zal maken, aangezien ik morgen om 11 uur al moet uitchecken. M'n grote backpack kan ik gelukkig in het hostel laten, maar ik heb wel spullen nodig voor 4 nachten en 3 dagen. Maar later meer daarover, eerst nog een nachtje in m'n lekkere bed.

Zaterdag 7 november 2009
Dag 35: In het land van Uncle Ho

Goodmorning Vietnam! Vanochtend stond ik op tijd op, want om 11 uur moest ik al uitchecken. Ik pakte twee keer in: eenmaal voor de grote bagage die ik in het hostel zou achterlaten en andermaal voor de kleine tas die ik mee zou nemen op m'n trip naar Sapa en Bac Ha. Na m'n ontbijt boekte ik meteen een open busticket, welke me helemaal naar Ho Chi Minh City kan brengen en waarmee ik ook nog 5 tussenstops kan maken. De bus zal ik aanstaande vrijdag nemen, als ik terug ben gekomen van m'n tweede trip naar Halong Bay. Maar eerst nog een dagje in de hectiek van Hanoi. Na twee dagen begin je echt gek te worden van die enorme drukte op de wegen; een momentje rust is er hier echt niet bij. Terwijl ik alle motorbikes zorgvuldig vermeed en alle aangeboden motorritjes ('You motorbike?'), dames met fruit en 'English students' van me afsloe, liep ik langs een standbeeld van Lenin en via het oorlogsmuseum (dat rond lunchtijd gesloten was) naar het Heroes Monument. Hierachter bevond zich het grote mausoleum complex van de meest gewaardeerde en geëerde president Ho Chi Minh (tijdens de historisch roerige periode in de jaren 40 en 50), ook wel Uncle Ho genoemd. Het mausoleum zelf was in deze tijd van het jaar gesloten, maar ik kon hier nog wel de kleine One Pillar Pagoda bezoeken. Het Ho Chi Minh museum was vanwege de lunch ook nog even gesloten. Ik liep een stukje terug en besloot zelf maar een lunch van lekkere Vietnamese loempia's te nemen. Vervolgens kon ik het oorlogsmuseum in, welke een stuk interessanter was dan de musea van gisteren. In dit museum draaide het voornamelijk om het verzet tegen de Fransen. Met veel documenten, penningen, wapens, uniformen en andere oorlogsartefacten werd deze strijd in beeld gebracht. Buiten stond er daarnaast ook nog een paar dozijn tanks, kanonnen, artilleriegeschut en gevechtsvliegtuigen. Vooral een neergehaald Frans vliegtuig pronkte hier groots in het midden, alsof het recht uit de actie was gehaald. Ook kon ik hier nog de Flag Tower in (met wel erg hoge treden voor die kleine Vietnamezen), waarbij ik enig uitzicht had over de stad. Nadat ik alles had gezien, liep ik terug naar het Ho Chi Minh museum, waar het leven van deze man op interessante wijze werd uitgebeeld. Heel groot was het echter niet, dus aan het eind van de middag was ik weer terug bij het hostel. Hier had ik nog de gelegenheid om een hostel in Hue te boeken, alvorens nog een kijkje te nemen bij een tempel. Helaas was deze gesloten en liep ik maar terug naar het hostel, waar ik een broodje kebab als avondmaaltijd kon krijgen. Vervolgens heb ik zitten wachten tot 20.00 uur, het moment waarop m'n trip zou beginnen. Het komt erop neer dat we de trein nemen naar het noordwesten, waar we morgen de markt van Bac Ha bezoeken en de volgende dagen trekkingen door de bergen maken en zelfs een overnachting bij de lokale bevolking hebben. Met een groep van 7 (3 meiden, 4 jongens) stapten we iets na achten in een taxi, welke ons naar het treinstation bracht (en er overigens van buiten niet zo uitzag). Iemand van het hostel gaf ons vervolgens onze treinkaartjes voor de heen- en terugreis, waarna ze ons gedag zei. Via enkele sporen en een platform konden we onze softsleeperwagon instappen. Deze bestond uit afgesloten cabines met vier bedden (gemaakt voor Vietnameze mensen). Na een kennismaking met de anderen vertrokken we, waarna we al vrij snel gingen slapen, aangezien we al vroeg in de morgen zouden aankomen.

4 reacties | Reageer

Hong Kong, deel 2

Dinsdag 3 november 2009
Dag 31: Een dag met een staartje

Na twee drukke dagen in downtown Hong Kong en een ietwat mindere nacht besloot ik om het vandaag rustig aan te doen. In plaats van steeds van hot naar her te rennen, heb ik slechts één locatie uitgekozen om de gehele middag te blijven: Hong Kong Disneyland! Stiekem had ik hier eigenlijk wel zin in en ach, nu heb ik er in ieder geval de kans voor (en als ik het niet gedaan had, had ik er achteraf vast spijt van gekregen). Via twee metro's en de Disneyland Resort Train (welke ramen had in de vorm van Mickey's hoofd) kwam ik om 11.30 uur aan. In eerste instantie vond ik het wat laat, maar wat later merkte ik dat dat best meeviel. Ten eerste vanwege de drukte: ik geloof dat de verhouding personeel/bezoeker vandaag 1 op 4 was. (Bij alle attracties was dus geen of nauwelijks een rij, zodat je lekker snel aan de beurt was.) Ten tweede omdat het aantal attracties aan de erg lage kant is. Wie een Disneyland Parijs verwacht (of Amerika, maar die ken ik niet), komt bedrogen uit: het is hier vele malen kleiner (zelfs het kasteel). Naast Main Street USA heb je Adventureland, Fantasyland en Tomorrowland. Uiteraard waren hier wel voldoende winkeltjes en restaurantjes te vinden en klonk overal vrolijke muziek. Toch heb ik me 's middags prima weten te vermaken met een boottochtje door de jungle, een muzikale 3d film, de boomhut van Tarzan, een autorit, het schieten met Buzz Lightyear, It's a small world, een rit door het 100-bunderdbos, een ronddraaiend ruimteschip en kop en schotel. (Space Mountain, de enige volwassen attractie, was vanwege onderhoud gesloten.) Daarnaast waren er nog enkele leuke shows, welke zeker de moeite waard waren: een muzikale awardsshow over allerlei Disney-films en een verkorte muzikale versie van The Lion King. Daarnaast trad het High School Musical team nog op en was er uiteraard de middagparade. Vast allemaal niet spectaculair om zo te lezen, maar wel allemaal leuk om een keer meegemaakt te hebben. Maar daarvoor hoef je dus echt niet helemaal naar Hong Kong te komen. Na dit Disney-festijn nam ik de trein weer terug naar m'n kamer, waar ik tegen etenstijd arriveerde. Wat later vertrok ik weer om op zoek te gaan naar een restaurant om te eten. Ik vond een goede, maar heb er wel lange tijd moeten wachten op een plekje, want het was er ontzettend druk. Het Shanghaiaanse eten (erg dikke noodles met vlees en groente) was het wachten gelukkig wel waard. 's Avonds heb ik nog een kijkje genomen op de avondmarkt in Jade Street, welke ontzettend smal, maar wel erg lang was. Hier verkochten ze weer eens enorm veel troep aan alle (met name Britse) toeristen. Terug in het hotel heb ik nog veel te lang zitten kletsen met m'n Koreaanse kamergenote Kate, waardoor ik uiteindelijk laat ging slapen.

Woensdag 4 november 2009
Dag 32: Hong Kong is hip

Na een ontbijtje op m'n kamer (brood van de supermarkt) ben ik met Kate op de culturele toer geweest. Het was m'n laatste dag in Hong Kong en ik wilde de belangrijkste resterende dingen zien. Vier musea vielen hier ook onder, welke (niet geheel toevallig) vandaag gratis waren te bezoeken. Als eerste stond het kunstmuseum op het programma, waar ik voor het eerst echte mooie Chinese schilderingen kon bekijken. Een hele afdeling had zeer gedetailleerde schilderingen van inkt op rollen rijstpapier, wat er erg mooi uitzag. Hier waren Chinese dorpjes op te vinden met al hun inwoners. Hierna hebben we het geschiedenismuseum bezocht, waar we via enkele hallen door de tijd heen zijn gevlogen met de geschiedenis van de stad. Het museum was mooi aangekleed met allerlei voorwerpen uit de diverse eeuwen, waardoor het zeker de moeite waard was. Ook was het grappig om een afbeelding te zien die halverwege de 19e eeuw vanaf Victoria Peak was gemaakt: de layout van de stad was duidelijk te herkennen, maar het was er toen vele malen lager! In het wetenschapsmuseum hebben we vervolgens een tijdje rondgedoold en hier en daar wat gespeeld met interactieve objecten. Ook de spiegelhal (met veel spiegels in aparte opstellingen waardoor je steeds wat anders zag) was erg lollig. Als laatste brachten we nog een bezoekje aan het kleine luchtvaartmuseum. Na een rustpauze op de hostelkamer gingen we onze eigen weg. Met de ferry reisde ik naar Hong Kong Island, waarvan ik het oostelijke gedeelte (Causeway Bay) nog niet gezien had. Na aankomst liep ik een rondje om het grote conferentiecentrum en het cultureel centrum, om vervolgens door nachtclubstraat en badkamerstraat te lopen en even verderop een restaurantje te vinden om te eten. Deze had wel iets weg van een McDonalds, maar dan met Aziatisch eten. Het was er in ieder geval spotgoedkoop (heb maar 29 HKD betaald), het eten was meteen klaar (lees: het was al klaar) en de visfillet met rijst, groente, maissaus en varkensvlees was nog lekker ook! En m'n simpele tafel had zelfs een ingebouwd tv'tje! Met een volle maag kon ik weer verder. Toen ik bij Times Square en Causeway Bay aankwam, kwam ik in aanraking met het hippe Hong Kong dat ik in gedachten had voordat ik naar deze stad kwam. Hier waren vele hoge gebouwen (alhoewel die overal op Hong Kong Island zitten), was er veel neonverlichting, waren er massa's mensen en ontelbaar veel winkels. Ik had geen zin om alle winkelcentra in te gaan, aangezien winkelen niet echt m'n ding is en ik Harbour City vorige keer wel genoeg vond. Daarom liep ik door naar het Victoria Park, waar op zich weinig te beleven viel, behalve het bekijken van tennissers en joggers. Uiteindelijk ben ik teruggelopen naar de pier, waar ik de ferry terug nam. Op de kamer maakte ik kennis met een nieuwe derde kamergenoot, welke ook Nederlands bleek te zijn. Maar helaas was het voor mij alweer de laatste avond in deze wereldstad, aangezien ik morgenmiddag het vliegtuig zal nemen naar Hanoi, Vietnam.

3 reacties | Reageer

Hong Kong, deel 1

Zondag 1 november 2009
Dag 29: Terug naar de Westerse wereld

Vanochtend vroeg ging de wekker al, want de bus naar het vliegveld vertrok al om 7.00 uur. Niet dat ik die bus nam, maar ik wilde m'n groepsgenoten nog wel gedag zeggen. Het gaf mij tevens de gelegenheid om op tijd naar Hong Kong te vertrekken, mijn volgende reisbestemming! Het was een kleine 10 minuten lopen naar de metro van Guangzhou, waar ik een ticket kocht (een plastic muntje!) en vervolgens, wachtend op de metro, naar een show van de kinderen van onze Hans Kazan zat te kijken. Het was een moderne metro en al snel was ik op East Station, waar ik een kaartje kocht naar het Hung Hom station in Kowloon, Hong Kong. M'n trein vertrok al om 8.19 uur en ik moest opschieten (maar anders ging er een uur later ook wel weer een trein), ook omdat ik nog door de douane moest, wat uiteraard zonder problemen verliep. In twee uur tijd bracht de trein me naar Hong Kong, een moderne stad met zo'n 7 miljoen inwoners. Toen ik aankwam, was ik bijna in een andere wereld terechtgekomen. Dit is zeker geen China meer, ondanks dat de ene helft van alle borden in het Chinees is. De andere helft van elk bord is in het Engels geschreven, wat navigatie stukken eenvoudiger maakt. Toch is de stad niet enorm uitgestrekt en liggen de meeste bezienswaardigheden op loopafstand. Het duurde daarom ook niet lang (20 minuutjes) om naar mijn slaapplek te lopen. Onderweg moest ik wel even opletten, want het verkeer rijdt hier links. Gelukkig is het verkeer hier stukken georganiseerder dan in China. De stad zelf was ook vele malen netter, en de gebouwen waren stukken hoger. Overal liepen hippe inwoners rond, maar er waren ook genoeg westerlingen te zien. Je valt hier in ieder niet meer zo op. Ik had voor m'n reis al een slaapplek gereserveerd, en wel in het beruchte Chunking Mansions op Nathan Road, een gigantisch complex vol met guesthouses. Het complex was maar een rommelig en claustrofobisch gangenstelsel met vele verdiepingen, verdeeld in enkele blokken. Bij de ingang en op de begane grond stikte het van de enge Indiaanse en Pakistaanse mannen (soms met een winkeltje of eettentje), welke je een kamer probeerde aan te smeren. Ik liep snel door naar de receptie van mijn hostel en kreeg een driepersoonskamer op de 11e verdieping. De kamer, bewoond door twee jongens die morgen zullen vertrekken, was niet al te groot, maar zag er in ieder geval netjes uit en had een los bed en een gammel stapelbed. Daarnaast was er nog een kaptafel met spiegel, een tv, een airco (was wel nodig want het was er erg warm) en een toilet met douche. Nadat ik m'n spullen had achtergelaten, was het tijd om Hong Kong te gaan verkennen. Ik liep zuidelijk naar Victoria Harbour, waar ik een prachtig uitzicht had op het water (met veel boten) en de skyline van de wolkenkrabbers aan de overkant. Hier was ook de Avenue of Stars, een promenade waarin bekende Aziatische filmsterren een ster hebben liggen, soms gepaard met een handenafdruk en een handtekening. Alhoewel de meeste namen mij niets zeiden, kwamen Jackie Chan, Jet Li, Bruce Lee, Cow Yun Fat en James Wong mij wel bekend voor. In de bloedhitte liep ik naar het westen, langs het water. Op een gegeven moment liep ik langs de terminal van de Star Ferry, een boot die je naar de overkant kan brengen. Op de ondergrondse metro na is er niet nog een manier om aan de overkant te komen, dus druk was het hier wel. Ik liep er echter voorbij. In een arcadehal keek ik vervolgens toe hoe mensen spellen speelden op de meest vreemde kasten die ik ooit gezien had. Hierna betrad ik Harbour City, een gigantisch overdekt winkelcentrum met meer dan 700 winkels. Vergeet Guangzhou, voor de echte moderne winkels moet een winkelliefhebber hier zijn. Je kon hier van alles krijgen: van merkkleding, sieraden en beautyartikelen tot boeken, cd's (noem maar een Engelse titel, het ligt hier) en camera's. Zo groot als ik het Louvre in Parijs vond, zo groot was het hier. Er was zelfs een poppententoonstelling en een autoshowroom. Na één verdieping (van de drie) had ik het wel gezien (en dan was ik nog een aardige tijd binnen geweest) en liep ik naar buiten. Hier betrad ik vervolgens Kowloon Park, waar jongens stonden te voetballen, oude mensen aan het joggen waren, kinderen speelden, Indische vrouwen zaten te picknicken, de een naar de vogels in grote kooien aan het kijken was en de ander naar de flamingo's in het water. Ook was er nog een doolhof, een zwembad, een Chinees tuintje en waren er enkele fonteinen. Helaas was ik net te laat voor de zondagse kung fu show. Via Nathan Road liep ik terug naar m'n kamer, waar ik eventjes uitrustte, alvorens in een restaurant van lasagne te genieten. Nog lekkerder was de lemon/orange smoothie. Helaas lagen de prijzen (in Hong Kong dollars) hier wel iets hoger dan in China, maar ach, ik ben hier maar een paar dagen. Na het eten liep ik opnieuw naar de Avenue of Stars, waar ik precies op tijd was voor de Symphony of Light. De skyline aan de overkant was nu prachtig verlicht met allerlei gekleurde lampjes en om 20.00 uur deden ze daar voor 10 minuutjes nog een schepje bovenop. Terwijl muziek op de achtergrond speelde, begonnen gebouwen in het juiste ritme te knipperen en van kleur te veranderen. Daarnaast werd er met lampen in de lucht geschenen. Het was een bijzonder schouwspel! Nadat ik hier nog naar enkele moderne optredens had gekeken, liep ik terug naar m'n kamer om te gaan slapen na een lange en vermoeiende dag in deze wereldstad.

Maandag 2 november 2009
Dag 30: Het pad naar verlichting

Na een prima nacht in het stapelbed, een warme douche en een simpel ontbijt zei ik m'n toen nog aanwezige kamergenoot gedag. Bij een modern metrostation kocht ik een ticket naar Lantau Island, dat in het westen van Hong Kong ligt. Nadat ik een keer was overgestapt, vervolgde de trein zijn rit voornamelijk bovengronds, resulterend in een leuker uitzicht op de haven en strandjes. Bij het eindpunt stapte ik uit, waarna ik een return ticket kocht voor Ngong Ping 360, een kabelbaan van meer dan 5 km lang. Tijdens de rit naar boven (20-25 minuten) hadden we een geweldig uitzicht op het water, de bergen en het vliegveld, waar we meerdere vliegtuigen zagen opstijgen en landen. De felle zon van gisteren had plaatsgemaakt voor wind (maar het was nog steeds lekker weer), waardoor de cabine af en toe wel behoorlijk schommelde. De rit eindigde in een dorpje dat opgezet was voor toeristen, met vele toeristenwinkeltjes en eetgelegenheden. Ook waren er twee attracties (Walking with Buddha en Monkey Tale Theater), maar dat hoefde van mij niet zo. Voor het uitzicht hoefde je hier niet te zijn; het hoogtepunt hier was namelijk 's werelds grootste zittende bronzen boeddha (Tian Tan). Via een lange trap kon je bovenaan bij deze boeddha komen, welke er vanwege zijn omvang indrukwekkend uit zag. Beschrijvingen gaven uitleg over de constructie van het ding, wat nog niet meeviel. Nadat ik er omheen en onderdoor was gelopen, ging ik terug naar beneden, waar zich het Po Lin klooster bevond. Na alle kloosters die ik al gezien had, stelde deze niet veel voor. Hij was klein en het was er nogal toeristisch. Tijd dus om terug te keren naar de kabelbaan voor een mooie rit terug naar beneden. Hier stapte ik de metro in, welke me naar Hong Kong Island bracht, het zuidelijke deel van de stad. Dit was het zakendistrict met zijn vele wolkenkrabbers, dat er ook van onderen kolossaal uitzag. Ik bevond me in de wijk Soho, welke bekend staat om zijn mid-levels escalator, een serie roltrappen met een totale lengte van maar liefst 800 meter (de langste ter wereld). Dat maakt het pas makkelijk om een heuvel te beklimmen! Bovenaan gekomen liep ik weer een stuk naar beneden, om daar de Zoological & Botanical Gardens te betreden. Hier kon ik aapjes kijken (waarvan er twee wel erg luidruchtig waren!), enkele reptielen (welke wel heel doods lagen) en opnieuw een zwerm vogels. Niet enorm spannend dus. Wat wel een stuk interessanter was, was de Peak Tram, waar ik tegen het eind van de middag aankwam. Nadat de tram was volgeladen met mensen, vertrokken we omhoog, op weg naar het 552 meter hoge Victoria Peak. Het was bijzonder om te beseffen hoe het de tramcabine lukte om zo'n volle bak met zo'n snelheid zo'n steile berg op te krijgen. De tram zelf ging ook behoorlijk scheef en we hebben ook zeker 45 graden schuin gezeten (maar daar waren de banken op voorbereid). Bovenaan werd je ontvangen door winkeltjes en restaurantjes, waarna je de mogelijkheid had om het Sky Terrace op te gaan, een kans die je zeker moet benutten. Hier had je hét wereldberoemde uitzicht op de skyline van Hong Kong. Van bovenaf zag het er prachtig uit, met de vele wolkenkrabbers en het water. Bij deze heb ik ook een tip: ga aan het eind van de middag omhoog! Aan de andere kant had ik namelijk een mooi uitzicht op de baai met de zee, waarin een oranje zon steeds dieper wegzakte en een kleurrijke gloed in de lucht achterliet. En als je nog iets langer wacht, wordt het uitzicht over de stad nog mooier! Langzaamaan zie je het steeds donkerder worden. En terwijl dit gebeurt, zie je de lampen van alle gebouwen een voor een aanspringen. Wow, wat is dat uitzicht uiteindelijk adembenemend! De met allerlei gekleurde lampjes verlichte skyline van Hong Kong: een mooiere maandagavond kun je je niet wensen! Alleen een beetje jammer van de stevige wind, maar goed, ik zal de sfeer niet verpesten. In een ietwat duur restaurant (20 euro is veel als je in China dagelijks voor 4 euro kon rondkomen) heb ik, met een uitzicht over deze skyline, lekker gegeten. Madame Tussauds liet ik vervolgens voor wat het was en ik nam de tram terug naar beneden. Tussen de wolkenkrabbers door, welke toen bezig waren met hun lichtshow, liep ik richting het water. Hier kocht ik voor HK$1.18 (een duppie) een muntje dat me toegang verschafte tot de Star Ferry. Deze veerboot vaart constant op en neer tussen, onder andere, Kowloon en Hong Kong Island en wist mij dus in een mum van tijd naar de overkant te brengen. Op m'n kamer ontmoette ik vervolgens twee nieuw gearriveerde Koreanen, waarna ik na een volle dag lekker kon uitrusten.

7 reacties | Reageer

Guangzhou

Vrijdag 30 oktober 2009
Dag 27: Het begin van het einde

Deze extra dag in Yangshuo was eigenlijk niet nodig geweest, omdat we alles ondertussen wel hadden gedaan. 's Ochtends hebben we rustig aan gedaan met het ontbijt (en de verkopers aan tafel ook opnieuw rustig genegeerd). Om 12 uur moesten we uitchecken, dus hebben we de tassen in het hotel achtergelaten om vervolgens naar een restaurantje te gaan voor alweer een lunch. We namen het dakterras, van waar we een leuk uitzicht hadden op de daken van winkeltjes en huizen. De versgebakken appeltaart liet ons goed smaken. Aangezien het vandaag weer iets helderder was dan gisteren, besloten we als middagvulling nogmaals een boottochtje te maken. Na goede onderhandelingen wisten we twee open bamboebootjes met een motor te regelen, welke aan elkaar werden gebonden. Hierna volgde een heerlijk ontspannen tocht van iets meer dan twee uur over de Li. Onderweg genoten we van het mooie uitzicht op de bergen, de buffels, eenden en de locals in het water en de rust. Op dit stuk rivier waren namelijk nauwelijks andere toeristen te bekennen. Eenmaal terug hebben de dames een voetmassage ondergaan, terwijl wij mannen boekjes probeerden af te dingen, wat nog zeer goed slaagde ook. Ik heb hier zelf nog een klein statiefje voor m'n camera weten te scoren, aangezien dat soms nog best nuttig kan zijn. In een restaurantje hebben we vervolgens snel een maaltijd gegeten, waarna we om 18.30 uur in een bus stapten die ons naar het station van Guilin bracht. Om 20.30 uur vertrokken we voor een laatste rit met een hardsleepertrein, ditmaal met Guangzhou (Canton) als eindbestemming. Daar zullen we morgen dan onze laatste dag beleven en krijgen we de kans om onze laatste yuan-biljetten uit te geven.

Zaterdag 31 oktober 2009
Dag 28: De laatste dag van de China en Tibet reis

Guangzhou: een redelijk moderne metropool van meer dan 3 miljoen mensen. Opnieuw waren we getuige van een van de vele contrasten waarmee de reis van de afgelopen maand vol stond. Na een gezellige avond in de trein, met een hapje en een dranke, en een prima nacht slaap, arriveerde onze trein om 8.40 uur in het eindpunt van onze reis. Alhoewel de rest van de groep al in de stemming was om morgen huiswaarts te keren, hadden we nog een een laatste dag te besteden. Na een trage check-in bij het hotel (er waren wat problemen met overboekte kamers vanwege een conferentie) konden we ons gelukkig wat later toch nog opfrissen. Vervolgens zijn we met z'n zevenen door een drukke straat naar een van de bekende winkelstraten gelopen. Het was hier echter enorm en voor de winkelliefhebber is dit met recht een shoppingwalhalla. En aangezien het vandaag zaterdag is, was half Canton hier te vinden: het was ontzettend druk. De lange (deels voor verkeer afgesloten) straat (maar ook de vele zijstraatjes) stond vol met moderne winkels en shoppingmalls. Het meeste was gericht op kleding, maar er waren ook genoeg andere zaakjes en eetgelegenheden. De sfeer hier was totaal anders dan in de winkelstraatjes van de afgelopen dagen. Toen was namelijk alles op toeristen gericht, terwijl je hier 'ongestoord' kon rondlopen tussen de moderne Chinese bevolking (nou ja, als je niets hebt tegen de vele mensen, de luide muziek en het klappende winkelpersoneel). Op een plein waren zelfs moderne breakdance-optredens aan de gang. Na lang te hebben rondgelopen, gingen we terug naar het hotel, waarbij ik lekker even heb uitgerust. Later die middag ben ik nog een stuk de andere kant op gelopen, waar ik in het shoppingwalhalla voor elektronica terecht kwam. Terwijl ik elders deze reis geen elektronicazaak had gezien (m.u.v. de veel kleinere parelmarkt van Beijing), zag ik hier meer computers, printers, moederborden, geheugenkaartjes, navigatiesystemen, etc. dan ik ooit tevoren bij elkaar had gezien. Om 18.00 uur zijn we met de gehele groep van negen (Kerry's groep met Riek, Johan, Nalika en Remko, en Leon's groep met Gwennie, Rolph en ik) voor de laatste keer uit eten geweest. Terwijl de andere groep Kerry als afscheidscadeau een kikkerspaarpot met fooi gaven, gaven wij naast fooi nog een flesje bier aan Leon (dit drinkt hij zeer graag en veel), samen met een sleutelhanger van een kippenvoetje (dit eet hij zeer graag en veel). Op zijn beurt gaf Leon ons onze eigen namen in Chinese karakters, welke hij op een stuk rijstpapier had gekalligrafeerd. Dit vonden we allemaal prachtig en deze zal thuis zeker ingelijst gaan worden! Vervolgens genoten we aan onze draaitafel voor het laatst van een heerlijke Chinese maaltijd, welke ditmaal uit de milde Cantonese keuken kwam. Het varkensvlees, de lotus, de garnalen, de haai en de andere heerlijke gerechten lieten ons goed smaken. Vervolgens was het tijd om afscheid te nemen van Leon, die morgen een zeer vroege vlucht zal maken terug naar huis (alhoewel het voor ons niet veel beter is, aangezien we om 7.00 uur al klaar moeten staan). Wij konden ons vervolgens klaarmaken voor een laatste nacht in China. Gelukkig zijn het prima kamers, dus dat moet vast goed gaan komen. Met veel plezier kijk ik in ieder geval terug op de laatste maand, terwijl ik me blijf verbazen over de hoeveelheid dingen die we hebben gedaan in die tijd. Het was een prachtige en gevarieerde reis, waarvoor ik Shoestring en Henan Tourism Group erg dankbaar voor ben. De hotels waren prima, de locaties waren leuk, de tripjes waren geweldig, de omgevingen waren adembenemend, de mensen waren vriendelijk, het weer was mooi, de groep was gezellig. De reis was gewoon helemaal top! Alhoewel ik natuurlijk lang niet alles van China en Tibet heb gezien, heb ik in ieder geval wel een ontzettend goede impressie gekregen van het land en de bevolking, en met verbazing de vele contrasten aanschouwd. Een terugkeer naar dit land in de toekomst, om het oosten bijvoorbeeld te bezoeken, zal ik dan ook zeker niet uitsluiten!

6 reacties | Reageer

Yangshuo

Dinsdag 27 oktober 2009
Dag 24: Karst

Een treinreis kan een hoop doen veranderen. Toen we van Xining naar Lhasa gingen, zagen we het al, maar ook tijdens deze treinrit heeft het landschap een enorme transformatie ondergaan. Daar kwamen we achter toen we om 8.00 uur wakker werden van een prima nacht in de hardsleeper. (We waren allemaal weer hersteld.) Dit was niet meer het 'gewone' berglandschap van Yunnan, maar aan de ene kant een landschap dat het zuiden van China karakteriseert en aan de andere kant het beeld dat Zuidoost-Azië schept. Vanaf een vlak landschap rezen karstgebergten de lucht in, soms bijna kaarsrecht. Alle bergen (half kaal, half met bomen) stonden los van elkaar en hadden elk wel hun eigen vorm. Ook dit is opnieuw moeilijk te beschrijven, maar superlatieven komen tekort om te zeggen hoe bijzonder dit was. Het bleef niet bij slechts een paar bergen, deze streek staat er vol mee. Het andere deel van het landschap bestond uit grote groengele plantages met suikerriet, waarin we mensen met buffels aan het werk zagen. Zo handig de jak in Tibet is, zo handig is de buffel hier. Verder werden we nog getrakteerd op stukken bamboebos, bome met pomelo's en palmbladeren. Toch duurde het nog wel even voordat we om 13.00 uur op het station van Guilin aankwamen. In plaats van in deze grote stad te blijven, bracht een busje ons in 1,5 uur naar de kleinere plaats Yangshuo, welke toch veel groter leek dan Leon ons had doen vermoeden. Nadat we ons even in het Friendship Hotel hadden kunnen opfrissen, werden we om 15.00 uur herenigd met de vier andere Shoestring-reizigers. Met hen, en hun gids Kerry, zijn we vervolgens naar een plek van de Li rivier gereden, om daar een prachtige cruise te maken op een boot. Zo'n 1,5 uur hebben we op het (soms diepe, maar vaak ook ondiepe) water gevaren, tussen de ongelooflijk mooie karstgebergten door. Helder was het bij lange na niet, maar dit gaf de omgeving desondanks een mystiek sfeertje. Alhoewel de mist en de bewolking de zon dan wel deed verbergen, was het wel warm en enigszins benauwd. Het was duidelijk dat we hier met een subtropisch klimaat te maken hadden. Tijdens de tocht kwamen we uiteraard genoeg andere bootjes tegen, maar zagen we zo nu en dan ook een buffel in het water staan. Voordat we teruggingen, maakten we nog een wandelingetje tussen de akkers op een van de eilandjes op de rivier. Hier waren we onder andere getuige van een man die trots was op zijn kakibomen en twee kippen die stonden toe te kijken hoe een lotgenoot door een lokale vrouw werd kaalgeplukt voor het diner. Stroomafwaarts gingen we weer terug, waardoor we ditmaal dus een redelijke vaart hadden. Bij een restaurantje genoten we een prima maaltijd met verschillende gewokte gerechten. Het was al donker toen we het restaurant verlieten en opnieuw op de boot stapten. Karstgebergten waren nu niet te zien, wel een visser op een klein bootje met een felle lamp voorop. Om zijn boot heen zwommen een stuk of 10 aalscholven, welke getraind zijn om vis op te duiken, waarna een ringetje om hun nek de vis tegenhoudt zodat de visser deze kan afpakken. Alhoewel deze tocht van 40 minuten puur bedoeld was om ons te vermaken (de visser en onze kapitein kenden elkaar; de visser meerde op dezelfde plek aan om ons de vogels van dichtbij te laten zien en fooi te bietsen; er werden slechts twee vissen gevangen, dus zo effectief is het niet), was het toch leuk om de vogels zo actief in het water bezig te zien. Dan bleven ze weer even op het water dobberen en zo doken ze alweer onder water, op zoek naar visjes. We vonden alleen dat de visser ze wel iets vriendelijker had mogen behandelen op het moment dat ze wat gevangen hadden: nadat hij het visje uit de bek van een vogel had gepakt, gooide hij de vogel terug in het water alsof het een vuilniszak was die je in de container gooit. Toch hadden de vogels verder weinig te klagen, want kleine visjes konden ze zelf wel opeten. Toen we met het busje weer terugreden naar het hotel, konden we terugkijken op een mooie en gevarieerde dag, waarbij we ook alvast uitkeken naar morgen, welke minstens zo gaaf moet gaan worden!

Woensdag 28 oktober 2009
Dag 25: Fietsend, varend en lopend naar de maan

Vanochtend spraken we, na een goede nacht in het hotel, met de hele groep af om te ontbijten in een Westers tentje aan de overkant. Hier serveerden ze ons lekkere ontbijtjes, waarbij vers geperst mandarijnensap niet ontbrak. Om 9.00 uur stapten we met Leon op mountainbikes, welke in redelijke staat waren en, gelukkig voor sommigen van ons, in de hoogte verstelbaar waren. Met z'n achten reden we de drukke stad uit, om vervolgens op kleinere weggetjes tussen de karstgebergten door te fietsen. Ondanks dat we bijna allemaal een korte broek en sandalen aan hadden vanwege de warmte, was er ook vandaag geen zon vanwege de mist. Het was een fijne fietstocht en al snel kwamen we aan bij de Yulong rivier, waar we afstapten. Hier namen we in tweetallen een bamboeboot om over de rivier heen te varen. De boten waren vrij simpel: het was eigenlijk een vlot van zo'n 10 bamboepalen, aan elkaar gebonden met touw. Daar waren dan weer twee houten stoeltjes bovenop gebonden. Een 'kapitein' duwde ons vervolgens vanaf de achterkant van de boot met een paal door het ondiepe water. Het was een mooie en plezierig tocht door de 'jungle' van bamboe en karst. Een keer of tien werd het even wat spannender, aangezien er verspreid over de route dammetjes waren, waar we met de boot vanaf moesten glijden. Enkele keren moesten we zelfs van de boot af en hem naar de andere kant slepen. Gelukkig wisten we het hier telkens redelijk droog te houden, alhoewel kleine splashes uiteraard niet te voorkomen waren. (Benen omhoog!) De vrachtwagen die de boten aan het eind terug bracht, had onze fietsen meegenomen, zodat we verder konden fietsen naar de Moon Hill, waar we eerst lekker geluncht hebben. We hielden het op de 'gewone' gerechten (pompoenpatat?) en lieten de slangensoep voor wat het was. Hierna begonnen we aan onze vermoeiende tocht naar de (beloopbare) top van de Moon Hill, welke zijn naam heeft te danken aan een grote boog van karst bovenop die top. Ondanks dat we niet meer op grote hoogte waren en je op zich niet snel buiten adem raakt, maakte de warmte het toch zwaar om de iets van 888 treden te beklimmen. Onderweg werden we ook constant achtervolgd door enkele oude vrouwtjes die ons water wilden verkopen, of wel even koele lucht wilden wapperen met hun waaiers. Dit sloegen we uiteraard af. Bovenaan hadden we een mooi uitzicht en konden we lekker uitrusten. Afkoelen echter niet, want er stond geen zuchtje wind. Een klas gezellige Chinese meiden (die een beetje Engels spraken) wilde hier ook nog met me op de foto en ze wilden ook m'n naam op papier. In eerste instantie voor een 'schoolopdracht', maar wat later was ik ook wel erg 'handsome' en wilden ze ook wel dat ik morgenmiddag naar hun barbecue zou komen. Als ze willen, kunnen ze Leon morgen bereiken op zijn telefoon, dus we zullen wel zien hoe dat afloopt... Het was in ieder geval een erg leuke manier om in het middelpunt van alle belangstelling te staan! Nadat ik m'n eigen groep weer had teruggevonden, fietsten we terug naar het hotel, waar we lekker konden uitrusten. Later in de middag heb ik nog een rondje door Yangshuo gelopen. De stad zelf is niet heel erg interessant (maar wel een leuk uitzicht!) en opnieuw was er een straat vol met toeristenwinkeltjes, cafeetjes en restaurantjes. In het begin van de avond zijn we met z'n zevenen lekker uit eten geweest in een van deze tentjes. Hierna stapten we de bus in en werden we naar Impressions Liu Sanjie gebracht, een licht- en geluidshow van de hand van regisseur Zhang Yimou, de man achter de openingsceremonie van de Olympische Spelen van vorig jaar. Aangezien die show destijds zeer spectaculair was, waren onze verwachtingen hooggespannen, zeker toen we hoorden dat er 600 mensen aan mee werkten, waarvan velen daarvan de lokale bevolking was. Daarnaast bood het theater 3800 zitplaatsen aan en werden er deze avond vanwege de drukte maar liefst twee shows gegeven. Met een decor van de Li rivier en mooi verlichte karstbergen kon dat dus nauwelijks misgaan. En gelukkig ging dat ook niet en konden we een uur lang genieten van een prachtige show. Het podium was de rivier, waar tientallen bootjes met verlichte en traditioneel aangeklede mensen in rond vaarden. Muziek speelde op de achtergrond. Dit was slechts één van de acts. Later werden er ook nog rode doeken op en neer gewapperd, begonnen honderden mensen met fakkels rond de rivier met elkaar te zingen, kwamen gewone vissers en aalscholvissers aanvaren, dansten meisjes vrolijk rond, werd de handel uitgebeeld met buffels en boeren en liep iedereen in een lange rij terwijl ze pakken met knipperende lichtjes droegen. Alhoewel het de grootsheid van de Olympische Spelen uiteraard niet haalde (en die van de Nationale Spelen, waarvan de sluitingsceremonie zojuist op tv was), was het alsnog een indrukwekkend schouwspel. Alleen een beetje jammer van het Chinese publiek dat nou nooit eens in stilte van iets kan genieten. Met de bus werden we weer netjes teruggebracht naar het hotel voor een welverdiende nachtrust.

Donderdag 29 oktober 2009
Dag 26: Op stap met 100 Chinese meiden

Wat een dag, wat een dag. Waar te beginnen... gewoon maar bij het begin, bij het lekkere Westerse ontbijt dat we gisteren ook gehad hebben. Het grappige Chinese mannetje had het er samen met zijn vrouw maar druk mee, om 11 westerlingen (7 van ons en 4 anderen) van toast, ei, bacon, fruit, muesli, thee en jus de mandarin te voorzien. Dit stevige ontbijt hadden we wel nodig, want even later hebben we een flinke wandeling door de omgeving gemaakt. Eerst volgden we ten oosten van de stad de Li rivier. Via boerenpaadjes kwamen we toen bij de achterkant uit van het stuk rivier waar we gisteren de show hebben gezien. Hier zagen we alle bootjes in het water liggen, samen met enkele versieringen. Zelfs de aalscholvers hadden hier hun plekje. We liepen verder en vervolgden ons pad totdat we bij de Yulong rivier kwamen, die we westwaards verder volgden. Op dit pad liepen we door het mooie boerenland heen en keken we naar de groene en gele akkers, de vieze watertjes, de bergen op de achtergrond, de trekkertjes die nog net niet uit elkaar vielen en de losstaande halfvoltooide huizen. Na twee uur in de warmte te hebben gelopen (de zon was vandaag wel enigszins doorgebroken, dus het was nog warmer) en een korte pauze te hebbe gehouden, liepen we langs een hoofdweg met auto's terug richting Yangshuo. Het laatste stukje werd ons teveel en we besloten een bus aan te houden, die ons in ieder geval door een stinkende tunnel heen loodste. Hierna sprongen we er echter al snel uit, want de bus ging niet naar Yangshuo. Gelukkig stonden we nu weer op een plek bij de Li rivier waar we eerder langs waren gekomen, dus konden we snel naar West Street om daar bij een restaurantje te lunchen. Tot zover het gewone gedeelte van de dag, aangezien Leon me wist te vertellen dat ik om 14.00 uur bij het hotel opgehaald zou worden door de meiden van gisteren, om mee te gaan barbecueën. Drie kwamen er inderdaad langs en brachten me naar een groep van nog eens 97 meiden (oké, en 3 jongens) tussen de 18 en 20 jaar. Het bleken drie klassen taalstudenten uit de Hunan provincie te zijn, welke hier enkele dagen op studiereis waren om hun Engels in de praktijk toe te passen op de buitenlanders. Maar blijkbaar was alleen ik uitgenodigd voor de barbecue en hielden de meiden ook liever een leuke vakantie. 's Ochtends hadden ze allerlei inkopen gedaan en met zakjes vol met aan stokjes geregen vlees, vis of groente liepen we met de hele groep een stuk langs de Li rivier, om bij een stuk strand te gaan zitten. Hier begon iedereen verwoed stenen en takken bij elkaar te rapen, om in groepjes (anders zou het wel een ontzettend groot kippenhok worden) allemaal een barbecue in elkaar te flansen, wat best goed lukte. Met de roosters die waren meegenomen was het zaakje compleet. Ik bleef voornamelijk bij het groepje dat me gisteren had uitgenodigd en heb daardoor aardig wat met hen gekletst. Voor zover dat mogelijk was dan, want ondanks dat ze Engels al een aantal jaar als een van hun vakken hebben (naast Chinees en Japans), kwam het niveau van de meesten niet veel verder dan wat wij bij ons op de basisschool leren. Sommigen ging het echter wel beter af. Het eten (aubergine, varkensvlees, tofu, ham, paprika) werd prima door de meiden bereid, die druk in de weer waren met hun kwastjes om alles te voorzien van olie en kruiden. Ik moest natuurlijk alles altijd als eerste proeven, want ik was hun speciale gast. Foto's (met mij) werden er ook volop gemaakt, want dat wilde iedereen maar al te graag. Van alle kanten kwamen af en toe een paar giechelende meiden op me af om dit te vragen en wie ik was en waar ik vandaan kwam, etc. (En kreeg ik daar ook eten en drankjes aangeboden.) Ik was de kwaadste echter niet en deed natuurlijk gewoon vrolijk mee. Het was op deze manier in ieder geval wel een heel unieke middag (hoe vaak maak je nu mee dat je een middag met 100 meiden op stap bent en je in het middelpunt van hun belangstelling staat?), maar wel superleuk en gezellig! :-) Zeker iets om nooit meer te vergeten! Heb ik daar iemand jaloers gemaakt? In het hotel vonden de andere zes groepsleden het in ieder geval prachtig om te horen, toen ik ze toevallig tegenkwam na de barbecue en zij juist wilden gaan dineren. Die sloeg ik maar over, want ik had al genoeg gegeten en zou een uur later opnieuw worden opgehaald. (Eerder die middag werd me uiteraard ook vaker gevraagd wat ik 's avonds zou doen.) Met het kleinere clubje van gisteren en vanmiddag zijn we door West Street gelopen. Hier kochten enkele meiden een paar lokale fluiten (met een aparte vorm), waarvan ze er mij een cadeau deden. Uiteraard moesten we toen fluitspelen en nadat we do-re-mi onder de knie hadden, probeerden we een deuntje dat op een blaadje stond beschreven. Zo amuzikaal als ik ben, duurde het even voordat ik die foutloos kon spelen, maar uiteindelijk lukte het me wel! Vervolgens liepen we over de markt weer terug, waarop ik met veel moeite ook nog wat Chinese woordjes probeerde uit te spreken. Aangezien een perfecte uitspraak in tonen hier cruciaal is voor de betekenis van een woord, viel dat niet mee. Die paar Nederlandse woordjes gingen hen een stuk beter af. Omdat de meiden om 22.00 uur van hun docent weer terug moesten zijn in hun hotel, zeiden we elkaar na een leuke avond gedag. Het was me het dagje wel en ik kon op m'n kamer dus heerlijk tot rust komen. Met een glimlach kijk ik in ieder geval terug op een van de meest bijzondere dagen in m'n leven.

6 reacties | Reageer

Dali

Vrijdag 23 oktober 2009
Dag 20: Dali

Denkend aan China zie ik rijstvelden in een oneindig landschap staan. Helaas is het oktober en is alles al geplukt. Dat was zo'n beetje het voornaamste uitzicht vanaf het luxe busje dat ons vandaag naar Dali bracht. Ook gingen we nog door de bergen en kwamen we langs het Erhai-meer, dat zijn naam heeft te danken aan de vorm van een oor. Uiteraard maakten we in de vier uur durende rit ook nog een fotostop (van de terrassen en het mooie meer) en een plaspauze (niet kijken, gewoon zeiken). Rond lunchtijd kwamen we aan in Dali en checkten we in bij het Landscape hotel. In tegenstelling tot het MCA Hotel in Lijiang heeft dit hotel gelukkig wel warm water. Echter moeten we het wel doen met een douche dat tevens dienst doet als hurktoilet. Opmerkelijk, aangezien het een 4-sterrenhotel is met allerlei faciliteiten. Aangezien slechts één kamer schoongemaakt was op het moment dat wij kwamen, besloten we eerst een uitgebreide lunch te nemen, waarbij we ons lieten verrassen met de gerechten die Lia voor ons bestelde. We waren blij dat alles goed smaakte. Met z'n drieën hebben we vervolgens een stukje door de oude stad gelopen (waar het hotel ligt), en wel door de zogenaamde Foreigners Street, dat weer bomvol zat met toeristenwinkeltjes en barretjes. Alhoewel het hier ook wel druk was, was het lang niet zo erg als in Lijiang. Misschien wel omdat er in de omgeving genoeg te doen is, zoals het bezoeken van drie pagodes uit de 9e eeuw, welke als een van de weinige bouwwerken hier de Culturele Revolutie heeft weten te doorstaan. Na twee kilometer gelopen te hebben, bereikten we deze drie prachtige bouwwerken. Alhoewel de twee buitenste 'slechts' 42 meter hoog zijn, is de middelste maar liefst 70 meter hoog en bestaat hij uit 16 verdiepingen. Je kon er echter niet in, dus je zou zeggen dat het toegangskaartje van 121 yuan (of 62 yuan voor studenten met een studentenkaart (welke ik deze vakantie overigens al vaker heb kunnen gebruiken voor gehalveerde tarieven)) wat aan de hoge kant is. Er was echter ook nog een zeer grote tempel (Chongsheng) achter de pagodes, welke weer eens uit vele gebouwen en pleintjes bestond. Aangezien deze wel was verwoest, is deze gerenoveerd/heropgebouwd, wat vooral aan de beelden heel goed te zien was. Deze zagen er namelijk niet echt mooi uit. Ze waren dan wel heel kleurrijk en gaaf (qua oppervlak) uit, maar echt authentiek waren ze niet. Een beetje jammer. Na een diner van kip en zwarte bonen in het hotel en een rondje langs de winkeltjes van de oude stad, kwamen we bij een cafeetje de vier personen van de andere Shoestring-groep tegen. We hebben weer wat verhalen uitgewisseld en gingen vervolgens onze eigen weg. Dit was namelijk hun laatste avond in Dali, terwijl wij nog twee volle dagen hebben. Omdat er in die dagen genoeg te doen valt, gingen we terug naar het hotel om lekker te slapen.

Zaterdag 24 oktober 2009
Dag 21: Ga toch fietsen!

Na genoeg nachtrust en een lekkere warme douche, konden we genieten van een uitgebreid ontbijtbuffet in het restaurant van het hotel. Voor ieder was er wel iets wils. Volgens de Lonely Planet is het Erhai meer een prima meer om omheen te fietsen. Echter, aangezien het nogal aan de grote kant is, zou je er minstens twee dagen voor uit moeten trekken. Dat vond ik teveel van het goede, dus besloot ik slechts een stukje te fietsen. Gelukkig bood het hotel voor maar 20 yuan per dag een fiets aan, dus lang hoefde ik niet op zoek naar een goede mountainbike (weliswaar ietwat aan de kleine kant, maar toch goed genoeg). Via de weg die we gisteren hebben gelopen naar de drie pagoda's, trok ik noordwaarts. Rechts van mij bevonden zich allerlei akkers, waarop vele mensen bezig waren met de restanten van de jaarlijkse oogst. Daar weer rechts van zat de drukke autoweg waarover we gisteren waren gekomen (en niet echt fietsvriendelijk is). Pas na nog meer akkers zat dan het meer. Echt naast het meer fietste ik niet, maar ach, uitzicht had ik genoeg. Links van me bevonden zich, hoe kan het ook anders, akkers, waarna de hoge bergen begonnen. Het was prima fietsen met de mountainbike en na zo'n 20 minuten was ik al blij dat ik geen gewone fiets had gekregen. De geasfalteerde weg hield er namelijk mee op en de rest van de weg was een brede zandweg met stenen, heuveltjes en kuiltjes. Op diverse plekken waren mannen bezig aan de weg, sommigen in grote tractoren of andere wagens. Waarschijnlijk zal deze weg in de toekomst geasfalteerd zijn, maar nu helaas nog niet. Toch viel het fietsen nog best mee en kwam ik meestal wel vlot vooruit. Helaas was het af en toe wel even stofhappen als er een vrachtwagen voorbij kwam, maar dat deerde me niet. Het was in ieder geval prachtig en zonnig weer, wat natuurlijk heerlijk was, ondanks dat het het fietsen enigszins wat zwaarder maakte. Vanaf een fiets is het uitzicht stukken leuker dan vanuit een busje. Ook krijg je veel meer kansen om leuke foto's van de mensen om je heen te maken. M'n zoomlens kwam hierbij goed van pas, zodat ik niet per se onder iemands neus hoefde te staan. De Chinezen die ik tegenkwam, waren aan het werk in de bouw, op het platteland, of in een winkel. Anderen waren weer spullen aan het verslepen en weer een ander lag lekker te luieren. Ook kwam ik nog genoeg kinderen tegen die samen aan het spelen waren, of alleen op hun fiets, skateboard of waveboard (die zijn hier ook erg populair) aan het rondrijden waren. Waar ik ook fietste, iedereen keek me in ieder geval aan/na. Westerlingen zijn en blijven interessant natuurlijk. Sommigen doen vervolgens nog hun best om hun enige Engelse woordje naar me te roepen: 'hello'. Anders is 'ni hao' ook nog altijd te begrijpen. Naast mensen kwam ik ook nog genoeg dieren tegen, zoals ganzen, vogels, honden en ontzettend veel spinnen. Deze spinnen waren vaak behoorlijk groot en zaten met velen bij elkaar in grote webben. Een heel apart gezicht om te zien. Mijn idee was om naar een dorpje te fietsen met een ochtendmarkt, om vervolgens door te gaan naar een dorpje iets verderop met een middagmarkt. Ik heb geen idee of ik in één van de dorpjes ben geweest (maar ik denk van niet, omdat het fietsen op de zandweg toch net wat langzamer ging), maar een markt heb ik in ieder geval niet gezien. Nou ja, wel een superkleine, maar ik denk dat dat niet degene was die ik wilde aandoen. Op een gegeven moment besloot ik om terug te gaan, aangezien ik dit lange fietsen natuurlijk niet gewend ben en ook nog een aardig stuk (zo'n 2,5 uur) terug moest. Voor de afwisseling keek ik of er een pad langs het meer was. Dit was er niet echt, maar ik kwam wel redelijk in de buurt, door een stuk door smalle straatjes van kleine huisjes en boerderijtjes te fietsen, waarbij ik af en toe tussen de gebouwen door het meer van dichtbij zag. Hier bevond ik me letterlijk tussen de lokale bevolking, totdat ik tussen de akkers in reed en even later genoodzaakt was de drukke weg weer over te steken en m'n route te vervolgen over de zandweg. Ondanks dat de zon fel bleef schijnen, had ik nu helaas wel wat tegenwind. Gelukkig was ik halverwege de middag weer terug bij het hotel om uit te rusten. Hierna ben ik nog door de winkelstraatjes van Dali gelopen, waar uiteraard weer veel toeristenwinkels zaten. Grappig genoeg was er zelfs een winkel dat helemaal gespecialiseerd was in eetstokjes! Toen ik wat later naar de supermarkt wilde gaan, kwam ik Lia tegen, waarna we besloten om maar samen te gaan dineren in een lokaal restaurantje. Dit beviel ons goed. Op een gegeven moment kwamen Rolph en Gwennie ook nog langs, die een tocht over de bergen hadden gemaakt, waarbij ze een uitzicht hadden over het meer. Hierna bezocht ik dan eindelijk de supermarkt. Dat is trouwens ook een leuke bezigheid, omdat je hier vaak vreemde producten tegenkomt, zoals bakes fruit in gelatine en veel verpakt gedroogd vlees. (Ze verkopen hier trouwens ook Pringles in zeewier-, garnalen of krabsmaak!) Op de hotelkamer kon ik vervolgens, met een sterke afscheiding (van de zon) tussen m'n bovenarm en onderarm (en bij m'n horloge), lekker tot rust komen.

Zondag 25 oktober 2009
Dag 22: Schip ahoy!

Vandaag was opnieuw een dag die anders verliep dan van tevoren gedacht, maar desondanks heb ik me prima vermaakt. Nadat ik tot 9.30 uur had uitgeslapen, heb ik op m'n kamer een ontbijtje genomen, aangezien het ontbijtbuffet toen al afgelopen was. M'n plan was om vervolgens naar Caicun te lopen, een dorpje dat ten oosten van Dali aan het meer ligt. Volgens de Lonely Planet zou dit zo'n 50 minuten duren en kon je dan een boot naar Wase nemen, een dorp ten noordoosten van het meer. Vol goede moed liep ik richting het oosten en stak ik even later de drukke weg over. Nu zag ik langs het water verschillende dorpjes met huizen, dus het was een gokje welke afslag ik nu moest nemen. De Chinese verkeersborden hielpen niet echt. Op een gegeven moment ben ik maar afgeslagen: dichter bij het meer zou het wel duidelijk zichtbaar moeten zijn. Ik liep door enkele spookstraatjes heen, met gebouwen met gesloten deuren en ramen en waar geen kip te bekennen was (maar wel een hond). Wat later kwam ik er achter waar iedereen zat: bij elkaar in een straatje, waar iedereen van een grote zondagse dorpslunch aan het genieten was! Vervolgens kwam ik weer langs akkers, waarop ook vandaag genoeg mensen aan het werk waren. Na nog een lange straat en wat andere kleine steegjes, waar iedereen me opnieuw bleef nastaren, kwam ik weer bij akkers terecht, waarna ik vervolgens niet verder kon. Het water was niet ver meer, maar het was me allang duidelijk dat ik hier verkeerd zat. Ik gaf het op en probeerde de weg terug te vinden, welke ik even later vond. Gelukkig kwam op een gegeven moment een lokale bus langs, zodat ik niet alles terug hoefde te lopen. Om 13.00 uur was ik dus weer terug in het hotel. Tijd voor poging 2, waarin ik gewoon maar met de lokale bus naar Caicun be gegaan. Ik kwam tot grote vreugde aan bij een weggetje met toeristenwinkeltjes, met aan het eind een pier met boten. Je kon hier een ticket voor 15 euro kopen, maar waarvoor en waarheen werd me niet echt duidelijk. Toch besloot ik het er maar op te wagen, want ik wilde wel varen over het meer! Aangezien er een boot op het punt stond om uit te varen, gebaarde een man aan wal dat ik moest rennen om hem te halen. Na een sprintje en een sprong bevond ik me met zo'n twee dozijn Chinese toeristen op de boot, welke tot mijn verbazing niet naar het noordoosten vaarde, maar naar het zuidoosten! De boottocht was in ieder geval wel prachtig! De zon stond hoog aan de hemel en liet het water mooi glinsteren. Om ons heen vaarden enkele andere bootjes en verder hadden we uitzicht op de westelijke en oostelijke kust, met daarachter de bergen. Een lekker windje zorgde nog voor wat golven en schommelingen met de boot. De Chinese toeristen waren wel grappig, aangezien ze met me op de foto wilden (en ik ook wel met hen) en ze wat later plots met z'n allen begonnen te zingen! Na een klein halfuurtje meerde de boot aan de overkant aan bij wat later Tianjing Pavilion bleek te zijn. Hier kregen we door een Chinese gids een zo'n 30 minuten durende rondleiding. Heel veel was er echter niet: een paar gebouwtjes en een tempel die je kon beklimmen voor een mooi uitzicht op de omgeving. Ik liep terug naar de boot waarvan ik dacht dat ik er mee gekomen was. Nadat deze vol was, begon hij te varen, opnieuw naar het zuidoosten, terwijl een andere boot wel terug naar het noordwesten ging! Ik begon te twijfelen of de Chinezen op de boot dezelfde waren als op de heenweg. Vragen stellen had geen enkele zin. Gelukkig had ik een foto van enkele personen op de heenweg en gelukkig spotte ik hen op de boot. Nu was het echter de vraag waar we heengingen. Dit bleek Jinsu Island te zijn, een klein eilandje in het meer. Hier werden we afgezet en ontvangen door allerlei marktkooplui met van alles en nog wat. Een kraampje had allerlei creaties van schelpen, wat wel erg leuk was om te zien. Vele andere kraampjes hadden echter eten liggen. Kleine gebakken visjes, hele schelpen, grote en platte opengereten vissen, garnaaltjes, kreeftjes. Af en toe had ik ook het idee dat er insecten lagen, maar van maar weinig was ik zeker wat het was. Het eilandje zelf had verder weinig te bieden, op enkele gebouwtjes en iets dat op een schooltje leek na. Ik hield de groep nauwlettend in de gaten, aangezien ik niet wist wanneer we weer zouden gaan. Een van de Chinezen bood me nog wel een hapje van z'n bord aan, maar dat sloeg ik vriendelijk af. Toen het eenmaal zover was, gingen we weer helemaal terug naar waar we begonnen waren. Dat was me het tripje wel! Maar leuk was het zeker. Met de bus ging ik terug naar het hotel, waar Leon me kwam vertellen dat we morgen om 5.30 uur zullen vertrekken. Dat wordt dus vroeg naar bed gaan! Rolph lag echter al op bed, aangezien hij zich niet lekker voelde. Daarom ben ik alleen met Gwennie in een restaurantje gaan eten. Voor de verandering nam ik hier macaroni bolognese (het is hier immers een toeristisch stadje), wat me prima smaakte.

Maandag 26 oktober 2009
Dag 23: Het woud van steen

Wederom was het een dag die anders verliep dan gedacht. Het begon bij de nacht, waarin we alledrie nauwelijks een oog hebben dichtgedaan. Rolph was nog steeds goed ziek en had Gwennie ook al aangestoken. Of misschien kwam het bij Gwennie door het eten van gisteren, net als bij mij. Ik voelde me beroerd en misselijk: blijkbaar dacht m'n maag anders over die macaroni. Verdere details zal ik voornamelijk achterwege laten, maar nadat bij mij alles eruit was gegaan om 5.00 uur, voelde ik me in ieder geval al beter. Iets later dan gepland vertrokken we om 5.40 uur op weg naar Kunming. Tot onze verbazing stond er voor de deur van het hotel een 30-persoonsbus klaar! Helaas was hij wel aan de rammelende kant, dus een enorm fijne rit hebben we niet gehad, ondanks dat we op de rustige snelweg vlot konden doorrijden. Rond 10.30 uur kwamen we aan in Kunming, van waaruit we door zouden rijden naar het Stenen Woud, om er dan in de avond de trein naar Yangshuo te nemen. Rolph en Gwennie trokken het echter niet meer en vroegen om een hotelkamer, waar ze 's middags tot rust konden komen, in de hoop wat te herstellen. Alhoewel ik me ook nog niet kiplekker voelde en ook wat moe was, wilde ik het Stenen Woud niet overslaan. En achteraf gezien was ik blij met m'n beslissing: dit had ik voor geen goud willen missen! In plaats van met de touringcar te gaan, namen Leon en ik een taxi, welke ons in een uur tijd naar dit adembenemend mooie gebied bracht. Leon ging zelf niet mee naar binnen, maar gaf me wel 3 uur de tijd om dit uitgestrekte 'bos' van steen te verkennen. En of ik dit gedaan heb! Alvast een tip voor als je nog eens naar het Stenen Woud wilt gaan: de route die de gidsen lopen is de minst interessante route die je maar kunt nemen. Die moet je slechts nemen als je tussen grote en drukke groepen fotograferende en luid pratende Chinezen (het lijken wel kleuterklassen) het woud snel en oppervlakkig wilt bekijken. Als je dit bijzondere natuurfenomeen echter wilt ervaren, dan raad ik je aan zodra het kan de kleinere zijpaadjes te nemen. Wat een ongelooflijk avontuurlijke ervaring is dat! Het Stenen Woud is een heuvelachtig gebied met ontzettend veel rotsen in de meest gekke vormen en allerlei formaten. Het is onmogelijk dit in woorden te beschrijven. Tijdens mijn route kwam ik langs hoge pieken, diepe kliffen, nauwe doorgangen en kleine verborgen grotten met water. Ondanks dat ik wel over een aangelegd pad ging, was het duidelijk dat dit niet het toeristenpad was, aangezien ik af en toe behoorlijk moest klauteren en bukken en op moest passen niet zeer lelijk tussen de rotsen terecht te komen. Hier was de rust ook wedergekeerd en slechts af en toe kwam ik een andere avonturier tegen. Ook kwam ik nog bij een hoog punt waarop je een prachtig uitzicht had op de groene velden vol met rotsen. In drie uur tijd heb ik een behoorlijk deel van het woud kunnen zien en nog vermoeider dan ik al was, kwam ik terug bij Leon. Met de taxi gingen we weer terug naar de grote en hectische stad die Kunming heet. Hier haalden we Rolph en Gwennie op, waarna we naar het treinstation reden. Om 18.23 uur namen we hier voor de derde keer de nachttrein, waarmee we morgen rond lunchtijd in Guilin zullen aankomen. Na een bakje noodles als diner konden we hier eindelijk lekker uitrusten.

3 reacties | Reageer

Lijiang

Dinsdag 20 oktober 2009
Dag 17: De springende tijger

Vanochtend stapten we om 8.00 uur al in het busje, waarin we ons ontbijt nuttigden. Na een helse rit van een kleine 2 uur (welke eigenlijk 2,5 uur zou duren; zometeen meer daarover) bereikten we de Kloof van de Springende Tijger (Tiger Leaping Gorge), een diepe kloof met een lengte van 16 kilometer, welke op het smalste punt slechts 30 meter breed is. Zijn naam heeft het te danken aan de legende dat de tijger van Mu, een leider van de Naxi-minderheid, hier overheen heeft weten te springen, en wel via een rotsblok in het water bij dat smalste stuk. Op deze (meest bekende) locatie bezochten wij de kloof. Eerst moesten we een aardig eind met trappen een afdaling maken, maar onderweg werden we wel getrakteerd op een prachtig uitzicht op de kloof. De rotswanden en groen bebosde bergen eromheen staken mooi af tegen het bruine water dat rustig door de kloof kabbelde. Dit laatste gold echter niet voor het smalste stuk, waar rotsen voor een woest kolkende watermassa zorgden, wat een zeer spectaculair gezicht was! Samen met honderden andere toeristen (waarvan zo'n 99% Chinees was) maakten we weer aardig wat nieuwe foto's. Daarna moesten we weer aardig wat trappen op om boven te komen. Ditmaal werden we getrakteerd op een uitzicht op toeristenstalletjes met prullaria en etenswaren. Vervolgens vervolgden we onze rit in het busje, waarbij we elke seconde beleefden alsof het onze laatste kon zijn. De chauffeur leek nogal haast te hebben en reed met een ongelooflijke rotvaart door de bergen heen. Nu was dat niet eens het ergste. Veel gevaarlijker werd het echter als er een langzamere wagen voor je zat. Chinezen willen dan maar al te graag inhalen. Op zich ook niet heel erg, maar wel als je er meerdere tegelijkertijd in een dode bocht probeert in te halen, het liefst nog als enkele anderen voor je hetzelfde doen en jij erachteraan zit. Gelukkig kwamen we op een gegeven moment achter een militaire colonne te rijden, waardoor de chauffeur wel langzamer moest rijden, iets dat hij niet leuk leek te vinden. Wat later stopten we dan ook weer bij een uitkijkpunt, waarbij om onduidelijke redenen enkele apen heel zielig in kooien vastzaten. Toen we Lijiang veilig en wel bereikt hadden (geen fooi voor de chauffeur), kregen we onze bijzondere kamers in het hotel aangewezen. Deze waren in ouderwetse stijl gebouwd en hadden een mooi uitzicht over het oude gedeelte van de stad, welke na een heftige aardbeving uit 1996 wel is blijven staan, in tegenstelling tot het nieuwe gedeelte. Na een introductie van Lia over de stad, zijn we met z'n drieën het oude gedeelte van de stad in gegaan. Alhoewel we al gewaarschuwd waren, keken we alsnog onze ogen uit: wat een ongelooflijke toeristenmassa! Hoe leeg de straatjes van Shangri-La waren, zo vol de kleine straatjes van Lijiang waren. Chinezen, Chinezen en nog eens Chinezen. En zo nu en dan een westerling. Aan het begin bevond zich een oud waterrad, waarna er drie straatjes met winkeltjes en barretjes waren. Hierna was er een enorme wirwar van straatjes, waarin je ongetwijfeld zou verdwalen als je geen kaart had, of als er geen plattegrondjes op elke hoek zouden hangen. Wel begonnen de winkeltjes al snel in herhaling te vallen, aangezien de meeste gefocust waren op zilverwaar, klederdracht, gedroogd jakvlees en ander prul. In bijna elk straatje stroomde wel een kanaaltje, waar leuke bruggetjes overheen waren gebouwd. Door de menigte heen liepen we door aardig wat straatjes heen, tussen authentieke gebouwtjes met rode lampionnetjes. Bij een restaurantje zijn we vervolgens wat gaan eten. Voor 3,50 euro wilde ik wel karper proberen, welke ik eerder al door de kanalen had zien zwemmen. Lekker was hij in ieder geval wel, net als de zelfgemaakte kroepoek! Op weg naar het hotel genoten we van de nu mooi verlichtte straatjes, waar het nog steeds enorm druk was. Alle bars, waar jongens en meisjes eerder in traditionele kleding mensen dansend naar binnen probeerden te lokken, stonden nu stampvol met dansende mensen. Terwijl op bordjes teksten stonden als 'maak geen rommel en lawaai' (of 'please no naked fire!'), dreunde de Chinese dancemuziek hard uit de speakers. Wij lieten dit voor wat het was en gingen terug naar het hotel, waar we nu een mooi uitzicht hadden op de verlichtte oude stad.

Woensdag 21 oktober 2009
Dag 18:  De draak van jade

Opstaan ging vandaag op zich prima, maar de douche viel nogal tegen, omdat de '24h hot water' service zijn belofte niet waar maakte. Aangezien het hotel om 7.15 uur nog niet met het ontbijtbuffet bezig was, bestelden we een simpel ontbijtje van de kaart. Lia bracht ons vervolgens naar de bus die ons (weliswaar wat later aangezien de chauffeur z'n koffie en collega's belangrijker vond) naar de voet van de Jade Dragon Snow Mountain (of Yulong Xueshan) bracht, een uitgestrekte berg die op z'n hoogst zo'n 5500 meter is. Bij de ontvangstruimte kochten we een kaartje voor het vervoer naar boven. Ook kon je hier warme jassen huren en zuurstofflessen kopen, maar dit vonden we niet nodig. Het was in het gebouw ontzettend druk, maar toch wisten we via een listige manier snel in de bus te komen welke ons naar 3356 meter bracht. Vervolgens hebben we een hele tijd in de rij (van Chinese toeristen) gestaan om een plekje te bemachtigen in de hoogste (en ook best lange) kabelbaan ter wereld, welke ons naar een hoogte van maar liefst 4506 meter bracht. Alhoewel het zonnetje scheen en er nauwelijks bewolking was, was het hier toch een stuk kouder dan beneden. Gelukkig hadden we ons warm aangekleed en onze hoofden bedekt voor de soms ijzige wind. Het uitzicht was -vanzelfsprekend- super, zowel naar beneden als naar boven, naar de top. Dit was het echter nog niet, aangezien we veel houten trappen nog konden klimmen naar 4680 meter, wat we uiteraard niet hebben overgeslagen. Het uitzicht was hier nog beter! Alhoewel de naam anders doet vermoeden, was alleen de top van de berg (in deze tijd van het jaar) bedekt met een laag sneeuw/ijs. Op onze hoogte bevond zich een grijze rotsvlakte, maar ook een witgrijze gletsjer. Uiteraard hebben we hier weel foto's geschoten. Nadat we bij een groepje Chinese meiden nog op de foto waren geweest (wij Westerlingen waren minstens zo interessant als de berg), begonnen we aan onze afdaling en de reis terug naar het hotel. Daar gingen Rolph en Gwennie hun eigen weg, waarna ik via de oude stad de Lion Hill heb beklommen. Via kleine straatjes kwam ik steeds hoger, waarna er een park begon. In het midden bevond zich een mooie pagoda van 5 verdiepingen, welke ik beklom. Hier had ik een mooi uitzicht op zowel het oude als nieuwe gedeelte van de stad. Via een pad met allerlei wensen op opgehangen bordjes liep ik terug, waarna ik een lekker ontspannen avondje heb gehouden. Dat mag ook wel eens na al die drukke dagen!

Donderdag 22 oktober 2009
Dag 19:  De zwarte draak en de olifant

Voor het eerst deze vakantie heerlijk uit kunnen slapen! Minder heerlijk was de nog steeds koude douche. Wel weer heerlijk waren het ontbijt en het weer! Het was dus een ideale dag om buiten te wandelen en een bezoekje te brengen aan het Black Dragon Pool Park, welke zich op een paar minuutjes lopen van het hotel bevindt. Het was een mooi en uitgestrekt park. In het midden lag een groot en lang meer, waaromheen gras, bomen en stenen paden het tot een park maakte. Echter had het park nog enkele Chinese trekjes, aangezien er diverse Chinese bruggetjes, gebouwtjes en tempeltjes te vinden waren. Ook kende het park aan de achterzijde (althans, gezien de kant van waar ik vandaan kwam) enkele graven. Van wie ze echter waren, was me niet duidelijk. Een echte begraafplaats leek het namelijk ook niet te zijn. Op de weg terug kwam ik langs een pad dat de Elephant Hill op liep. Zo sportief als ik was, beklom ik in zo'n vijf kwartier de honderden, dan wel niet duizenden, trappen naar boven. Jeetje, wat was dat vermoeiend! Gelukkig bood de schaduw van de bomen me enige verkoeling. Helemaal op de top stond een uitkijktorentje, van waar je een enorm mooi uitzicht had op de stad, de berg van gisteren en een groot bos. Terwijl vier Chinese meisjes hier verder gingen met zingen, liep ik terug naar beneden, wat gelukkig een stuk sneller ging en minder vermoeiend was. In het park bezocht ik nog een tempeltje, waar een monnik me drie stokjes wierook aanbood om aan te steken, om vervolgens met de handen tegen elkaar nog enkele buigingen te maken voor het boeddhabeeld. Terwijl een bruidspaar bij het water foto's begon te maken, bekeek ik enkele optredens van zang en dans, volgens mij geheel in Naxi-stijl. Na het bezoeken van nog enkele gebouwtjes, het aanschouwen van naar het water schreeuwende Chinese toeristen en het zien wegduiken van een kleine slang, liep ik terug naar het hotel. Na vijf uur door het park gelopen te hebben, was ik wel weer even toe aan wat rust. Toch ging ik niet veel later weer weg, ditmaal weer naar de oude stad, aangezien ik de residentie van Mu, de leider van de Naxi, nog niet had gezien. Men noemt dit ook wel een kleine versie van de Verboden Stad en qua opbouw klopt dit wel. Het is alleen kleiner en anders qua stijl. Ook is het er vele malen groener en is er veel water. In diverse gebouwtjes waren verschillende Naxi-voorwerpen te bekijken. Al met al zeker de moeite waard. Vervolgens heb ik nog een kijkje genomen bij de White Dragon Horse Pool, waarin enkele mensen hun was aan het doen waren en hun eten stonden te wassen (eigenlijk zijn het drie kleine watertjes naast elkaar). Grappig om te zien hoe rustig het hier was; er was geen enkele andere toerist te bekennen. Blijkbaar weten vele toeristen dit al niet eens meer te vinden, aangezien het makkelijk verdwalen is in de oude stad en dit iets meer afgelegen ligt. Na een diner van varkensvlees, bloemkool en rijst heb ik in ieder geval weer een rustig avondje gehad, net zo rustig als twee oude mannetjes die ik eerder onder een boom een soort van dammen had zien spelen.

4 reacties | Reageer

Shangri-La

Zondag 18 oktober 2009
Dag 15: Terug naar China

Om 8.00 uur vertrokken we naar Lhasa Airport, waar we afscheid namen van Yonten, onze Tibetaanse gids. Pas sinds gisteren wisten we eigenlijk zijn naam, toen hij ons vroeg een stukje in zijn dagboek te schrijven. Ook zeiden we de trouwe chauffeur gedag. Terwijl zij toen gingen wachten op een grote groep Duitsers, checkten wij in, waarna we nog een tijd in een vrij saaie vertrekhal konden wachten. Grappig was dat een vrouw plots iedereen bananen begon uit te delen en je dus even later rijen vol bananen-etende mensen zag zitten! In het vliegtuig kregen we echter ook nog een maaltje, waar onder andere een zakje appelchips bij zat; nee, dat is geen chips met appelsmaak, maar als chips gefrituurde stukjes appel! In 100 minuten vlogen we over hoge, soms besneeuwde, bergen en al snel lieten we Tibet achter ons. Misschien dat we ook nog over India en Myanmar hebben gevlogen, maar daar ben ik niet zeker van. Wel kwamen we weer wolken tegen, iets dat we bijna een week niet meer hadden gezien! Na een ietwat ongewone landing (we hebben wat rondjes gevlogen om af te dalen, iets dat waarschijnlijk door de vele omliggende bergen komt), kwamen we aan in Shangri-La, dat ook wel (maar veel minder) bekend staat als Zhongdian. Met een 4WD werden we opgepikt en in 10 minuutjes naar ons hotel gebracht, waar het helaas ook weer vrij koud bleek te zijn in de kamers. Sowieso is het hier (op 3200 meter hoogte) stukken kouder dan in Tibet: een trui en een jas zijn geen overbodige luxe. Bewolking is hier ook volop te vinden. Nadat we het programma voor morgen hadden besproken met Lia (dat bemoeilijkt werd vanwege het feit dat we maar met 3 man zijn, in plaats van de 6 die nodig zijn voor vele excursies), zijn we naar de Old Town gelopen, zo'n 5 minuutjes lopen. Alhoewel de huisjes er wel ouderwets uit zagen, leek dit dorpje allesbehalve ouderwets, aangezien het stikte van de (toeristen)winkeltjes, restaurantjes en ho(s)tels. Het enige dat in dit plaatje ontbrak waren de toeristen. Slechts enkelen liepen, net als wij, te kijken naar bakken met gedroogde paddenstoelen, kammen van jak(?)hoorns en namaak outdoorkleding. Iets verderop bij een mooie tempel was het al iets drukker. Hier merkte je dat deze stad aan de grens van Tibet ligt, aangezien de tempel zowel Tibetaanse als Chinese invloeden had. Ook de gebedsvlaggetjes waren weer aanwezig. Daarnaast was er nog een enorme gebedsslinger, welke tientallen mensen aan de onderkant konden beetpakken om rond te laten draaien, met de klok mee uiteraard! Bij een cafeetje hebben we tenslotte wat gedronken. Voor 's avonds hadden we een westers restaurantje uit de Lonely Planet gehaald (een reisboek dat we overigens al veelvuldig geraadpleegd hebben toen de gidsen er niet waren). Deze tent bleek uiteindelijk erg leuk te zijn en leek helemaal toegespitst op backpackers, welke we ook zagen zitten. Binnen was het heerlijk warm vanwege de houtskachel die volop brandde. Voor de verandering nam ik eens pizza, welke me zeer goed beviel. Hierna zijn we nog eens naar het pleintje in de Old Town gegaan, waar een grote menigte lokale mensen met elkaar op muziek aan het dansen was. Dit was erg leuk om te zien en iedereen leek ook al behoorlijk ervaren, omdat ze de dans allemaal wel min of meer beheersten. Waarschijnlijk is dat hier hun vertier in de avond en tevens een goede manier om warm te worden, want kachels zullen de meesten waarschijnlijk niet hebben. De tempel van 's middags was overigens ook mooi verlicht en voor het eerst viel ons een heldere sterrenhemel op (in andere plaatsen zaten we in smalle straatjes tussen de gebouwen). We liepen terug naar Noah's Cafe, waar we nog een toetje namen (lekker zelfgemaakt aardbeienijs!) en ik nog even kon internetten via m'n telefoon. Bij deze wil ik iedereen in ieder geval bedanken voor de erg leuke reacties op m'n verhalen en foto's: ik lees ze met plezier! Ik ben blij dat jullie met me meegenieten en hoop dat jullie dat de rest van de reis ook nog zullen blijven doen! Als ik weer eens in een echt internetcafé zit, kan ik misschien weer eens wat foto's online gooien, of hier en daar een beschrijving uitbreiden. Op m'n telefoon gaat dat toch net wat trager, vooral als je om 22.00 uur het café uit moet omdat ze gaan sluiten. Nu ga ik in ieder geval slapen, want het is alweer veel te laat (nou ja, voor hier dan)! Morgen het begin van alweer de tweede helft van deze uitgebreide China-reis!

Maandag 19 oktober 2009
Dag 16: Shangri-La

Nadat we er vanochtend achter kwamen dat dit hotel geen ontbijt serveerde, liepen we naar een restaurantje in de buurt die dat wel deed. Met de stadsbus vertrokken we even later naar het Ganden Sumtseling Gompa klooster. Bij een modern entreegebouw kochten we een kaartje, waarna een andere bus ons naar de ingang van het klooster bracht. Het had hier veel weg van de kloosters in Tibet: diverse tempels waren gebouwd op een bergwand en elke tempel herbergde enkele boeddhabeelden, versieringen en monniken. Toch voelde het hier anders aan dan in Tibet: er waren nauwelijks gelovigen of pelgrims te vinden, maar daarentegen wel heel veel toeristen. Ook het weer was een stuk minder: er was veel bewolking en het was koud. Het was wel leuk dat een monnik ons aanbood om enkele stokjes wierook aan te steken. Na een kleine donatie kregen we ook nog een armbandje van hem! Met de stadsbus (welke ook gewoon leek door te rijden naar het klooster) gingen we terug, om bij een restaurantje een helaas iets minder geslaagde lunch te nuttigen. Hierna vertrokken we met Lia en de lokale chauffeur naar een prachtig gebied iets ten westen van de stad. Met de bus reden we langs de wetlands, een enorm veld dat in de zomer een grasveld is en in de winter een meer. Nu in oktober zat het er een beetje tussenin. Paarden en koeien stonden hier, met hun voeten/poten in het water, heerlijk te grazen. Het zag er zeer mooi uit allemaal en ook zeker de bergen op de achtergrond waren geweldig om te zien. Aangezien het herfst is, waren er enorme kleurschakeringen in de bomen te zien. Velen waren nog groen, maar sommigen waren ook al vergeeld. De rode bomen maakten het plaatje al helemaal compleet. Beeldschoon! Nadat Lia en Rolph nog even door het platteland hadden gescheurd met het busje, parkeerden we hem bij een hotel in aanbouw. Terwijl arbeiders druk bezig waren met het zagen van allerlei boomstammen voor de planken van het gebouw, begonnen wij aan onze hike op een berg. Aan de ene kant hadden we steeds uitzicht op de bijzondere Zuidwest-Chinese vegetatie, terwijl we aan de andere kant een steeds mooier overzicht kregen op het meer. We volgden een pad waar we enkele keren mannen met twee jaks zagen lopen, welke een omgezaagde boomstam naar beneden meesleepten. Het bleek dat vele individuen hier aan illegale houtkap doen om geld te verdienen. Het weer was de hele tijd nogal wisselvallig: zo nu en dan was het koud, maar op sommige momenten, toen de zon door de wolken brak, was het weer erg warm. Via een ander pad en een afdaling over de rotsen liepen we weer terug, terwijl het ook zachtjes begon te druppelen. Hierdoor zagen we, naast enkele koeien, wel een mooie regenboog. Vooral Lia leek dit heel bijzonder te vinden, aangezien hij al een jaar of 15 geen regenboog heeft gezien! Onderaan de berg genoten we nog van de wetlands, vele varkentjes en grote constructies om hooi mee te drogen, alvorens terug te keren naar het busje. Terug bij het hotel kregen we een leuke ontvangst, aangezien de andere Shoestring groep ook net gearriveerd was! Onder het genot van een kopje thee wisselden we al onze verhalen en foto's van de afgelopen 1,5 week uit. Zo zagen we bijvoorbeeld hoe mooi het historische stadje Ping'Yao was, hoe schattig de pandaberen van Chengdu waren en hoe reusachtig de boeddha was die helemaal uit een rotswand was gehouwen. Op onze beurt maakten wij hen weer jaloers met de verhalen van Tibet. 's Avonds zijn we met z'n allen gezellig uit eten geweest, waarbij we weer aan een ronde tafel zaten en diverse gerechten op de draaiende plaat werden geserveerd. We hebben er een leuke avond van gemaakt, waarbij we de anderen ook enigszins uitgehoord hebben over Lijiang, waar zij al geweest zijn en wij morgen naartoe zullen gaan. Dit moet ook heel bijzonder gaan worden! In Dali en Yangshuo zullen we elkaar dan opnieuw treffen. Maar eerst Lijiang en Kunming nog!

4 reacties | Reageer

« Vorige pagina | Volgende pagina »