Jassin Kessing

Khao Yai National Park

Maandag 14 december 2009
Dag 72: Twee miljoen vleermuizen

Ik hoefde pas om 11 uur uit te checken, dus ik kon het vanochtend erg rustig aan doen. Ook na m'n checkout had ik nog even de tijd, want m'n trein zou pas om 13.06 uur vertrekken. Rustig nam ik een uitgebreid ontbijt, waarna ik geprobeerd heb om een planning voor de komende weken te maken. Dit was echter niet gemakkelijk, aangezien ik nog niet precies weet welke plekken ik wil bezoeken en hoe lang ik er wil blijven. Vooral het plannen van de Chiang Mai regio is zonder kennis van de beschikbare tours/trekkingen niet mogelijk, dus ik weet nog steeds niet waar ik precies zit rond Kerst en Oud en Nieuw. Iets na twaalven vertrok ik richting het station, welke met de voet en de ferry redelijk snel bereikte. Dat was maar goed ook, want lang rondlopen met twee rugzakken (een grote en een kleine) in de middaghitte is geen pretje. Op het station was op een whiteboard met stift geschreven dat mijn trein 5 minuten vertraging had, dus ik moest ietsje langer wachten. Het werden er uiteindelijk 15, maar dat vond ik alsnog redelijk acceptabel (als je de Thaise spoorwegen vergelijkt met de NS). Met het klingen van een bel werd de komst van de trein aangegeven en even later bevond ik me op een harde bank naast een oud Thais vrouwtje. Deze was uiteraard wel nieuwsgierig naar me en vroeg me enkele dingen. Alsof ik haar Thais prima kon verstaan, vertelde ik haar vrolijk dat ik Ayutthaya een mooie stad vond en nu naar Pak Chong ging om daar het Khao Yai National Park te bezoeken. De plaatsnamen leek ze in ieder geval te snappen, aangezien dat een glimlach op haar gezicht toverde. Tijdens de rit raakte ik ook nog aan de praat met een vrouw en een meisje tegenover me, welke wel Engels konden en ook het een en ander konden vertalen voor het oude vrouwtje. Het was een leuke rit, waarbij verkopers met eten, drinken en speelgoed voor de kinderen constant voorbij bleven lopen. Halverwege werd het landschap ook steeds mooier: het werd bergachtiger en beboster. Als dit een voorproefje op het park was, dan zou het nu al niet tegen kunnen vallen. Met een vertraging van uiteindelijk een half uur stopte de trein iets voor vieren op het station van Pak Chong. Samen met enkele locals en andere toeristen stapte ik uit, om het dorpje meteen daarna al te verlaten. Pak Chong zelf stelt namelijk niets voor en is slechts een uitvalsbasis om het park te bezoeken. Met een wagen van het Green Leaf Guesthouse, waar ik een kamer en een tour geboekt had, werd ik opgepikt, net als enkele andere toeristen die waren uitgestapt. In tien minuutjes reden we naar het guesthouse, welke langs een bosweg ligt en er van buiten meer uitziet als een simpel restaurantje dan een guesthouse die ook professionele tours aanbiedt. Maar soms kan alles veel beter uitpakken dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Ik kreeg een eenvoudige, maar prima kamer en er werd me meteen aangeboden/geadviseerd om tien minuten later met de half-day tour mee te gaan. Eigenlijk was m'n idee om morgen de whole-day tour te doen en dan overmorgen de half-day tour, maar aangezien het nog niet zeker was of de half-day tour dan door zou gaan (vanwege een minimum aantal deelnemers), was vandaag een veiligere optie. En aangezien ik vandaag toch nog niets had gedaan, vond ik het zo erg nog niet. Met een bakje rijst, groente en kip, dat een van de personeelsleden snel voor me had klaargemaakt als diner, stapte ik achterin een halfopen wagen, waarin een typisch Australisch gezin zat (de vader bijv. met een spijkerbroek, blauw overhemd en hoed; ze wonen ook op een boerderij met niemand in de nabije omgeving). Met een chauffeur en een vriendelijke gids begonnen we vervolgens een tocht naar een vleermuizengrot. Tijdens de rit hebben we enorm zitten stofhappen vanwege de enorm droge zandweg waar we overheen reden, maar het uitzicht met een geeloranje ondergaande zon over de velden en bossen was prachtig. Onderweg maakten we ook nog een plotselinge stop, waarna de gids snel naar buiten sprong om te zien of het inderdaad een havik was die hij had gezien. Helaas had het beest ons in de gaten en vloog het weg. We reden daarom verder. Rondom de grot bevonden zich geoogste maisvelden waar we een goed plekje opzochten en wachtten (alhoewel we even daarvoor nog wel bij enkele struiken waren stilgestaan om de vogels te spotten die we daar in hoorden ritselen). Tegen zonsondergang zouden de 2 miljoen vleermuizen die in de grot wonen namelijk ontwaken en allemaal naar buiten vliegen om eten te zoeken. Toen de lucht steeds meer oranje begon te kleuren en rondvliegende haviken de komst van hun prooi aankondigden, begon een geweldig schouwspel van zo'n 20 minuten. Een ongelooflijke stroom kleine vleermuizen kwam van de berg vandaan vliegen. Als een kolkstroom zwierden ze door de lucht heen, luid piepend. Uiteraard had de gids de perfecte plek voor ons uitgekozen, want minutenlang vlogen ze rakelings over ons heen. De stroom zag er indrukwekkend uit, maar we moesten wel opletten om niet op het gewas te gaan staan, omdat het krakende geluid de vleermuizen van slag bracht, wat de gids eventjes demonstreerde. Na een tijdje gingen de vleermuizen een andere kant op en toen de laatste vleermuizen de grot uit waren, liepen we terug. Wachten totdat ze terug zouden keren zou geen zin hebben, aangezien ze uiteindelijk allemaal hun eigen kant op zouden gaan en individueel terug zouden keren. Door het donker reden we terug richting het guesthouse. Onderweg maakten we echter een abrupte stop voor een overstekende slang, welke de gids met een stok oppakte en voor de koplampen van de pick-up truck hield, zodat we het mooie beest konden bekijken, terwijl deze verder probeerde te kronkelen over de tak. Deze actie beloofde wat voor morgen. Even later zag de gids nog een uil, maar het beest was helaas snel gevlogen. Ook al hadden we geen uil gezien, we kwamen toch enthousiast terug van de tocht. Bij het guesthouse hebben we nog wat gegeten, waarna ik nog het een en ander over Australië heb geleerd. Hierna was het bedtijd, want we hebben morgen een lange, maar bijzondere dag voor de boeg!

Dinsdag 15 december 2009
Dag 73: Dagje dieren spotten

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het was een geweldige dag en ik kan iedereen dan ook ten zeerste aanraden om bij een bezoek aan Thailand een tour door het Khao Yai National Park te boeken! Met een rijke vegetatie van tropisch regenwoud en een populatie van vele zoogdieren en vogels is dit park van zo'n 2100 vierkante kilometer Thailands eerste nationale park en tevens een van 's werelds bekendste en mooiste. Om 8 uur vertrok ik samen met het Australische gezin en vier Duitsers achterin een pick-up truck. Binnen een kwartier kwamen we bij de ingang van het park, waarna we nog een stuk door een bergpad hebben geslingerd (met een erg mooi uitzicht over het groene woud), alvorens de wagen aan de kant te zetten. We hadden een vrolijke en enthousiaste gids en meteen nadat we uit de wagen waren gestapt, rende hij er met z'n telelens vandoor en riep hij dat we hem moesten volgen. Het was namelijk meteen raak, want hij had een [great hornbill] gespot in een boom. Toen hij zag dat ik een goede camera in m'n handen had (in tegenstelling tot de rest), vroeg hij hierom, aangezien hij wel enkele mooie foto's wist te maken. Met veel behendigheid hanteerde hij het apparaat, resulterend in enkele mooie foto's waarop deze zwartwitte vogel met een grote geeloranje snavel uit de boom vloog. Met een apart klapperend geluid vloog hij vervolgens weg. De sfeer zat er al goed in! In andere bomen spotten we nog twee vogels (waaronder een specht) en een grote eekhoorn. Met de wagen reden we een stukje verder, totdat we onderweg een familie van kleine makaki apen op en langs de weg zaten zitten. Deze leken helemaal niet bang voor ons en gingen rustig verder met het uitpluizen van vlooien bij hun buurman. Af en toe kwam er ook nog een heel jong aapje van achter een blad een kijkje nemen naar die gekke figuren in dat grote voertuig. Een tijd lang bleven we hier naar de aapjes kijken, waarna we verder reden. Onderweg moest de chauffeur echter wel op blijven letten, want er waren meer aapjes die in het zonnetje op het asfalt waren gaan liggen. Bij het bezoekerscentrum maakten we een stop, zodat we iets meer informatie over het park en haar inwoners konden krijgen. Alhoewel er hier ook tijgers rondlopen, is de kans zo goed als 0 dat we er een zouden tegenkomen. Wel was het mogelijk nog andere beesten te zien. Dat begon toen ik naar buiten liep en er alvast een mooie vlinder rondfladderde. Iets verderop had de gids zijn telelens echter op een tak bij een watertje gericht, aangezien hij een slang had gespot. Via een houten hangbrug konden we iets dichterbij komen, maar het beest bleef z'n kop helaas verstopt houden. Met de wagen reden we een stukje verder, waarna we uitstapten, speciale sokken tegen bloedzuigers aantrokken (het is niet het seizoen hiervoor, maar je weet maar nooit) en genoeg water in onze tassen stopten. Het was namelijk tijd voor een trekking door de jungle. Alhoewel er hier en daar wel een soort van pad leek te zijn, had ik meer het gevoel dat we gewoon door de jungle heenslingerde op plekken waar het enigszins beloopbaar was, aangezien deze behoorlijk wat vegetatie had. Terwijl wij meer op de grond bleven letten om niet te struikelen over takken en wortels of uit te glijden over gladde stukjes, bleef de gids juist oplettend naar boven kijken in de hoop beesten te zien. Op een gegeven moment had hij een eekhoorn gespot en hij wees naar een tak hoog in een van de bomen. Wij zagen echter niet veel, totdat het beest zich bewoog en naar enkele andere takken sprong. Even later zagen we ook nog een albino-eekhoorn. Na een behoorlijke tijd ronddwalen, waarin we niet meer tegenkwamen dan spinnen(webben), vele muggen, termietenheuvels, bomen die door wortels ('fake trees') waren overgroeid en olifantenpoep (we moesten ook veel geluk hebben om deze in het wild tegen te komen), hoorde de gids in de verte enkele gibbons schreeuwen. We probeerden in de buurt te komen, maar toen we echt dichtbij waren, hielden ze op. Dit was echter nog geen reden om op te geven en de gids speurde verder, totdat hij ze ergens in een boom zag zitten. Een enorm goed beeld hebben we er nooit van kunnen krijgen, maar toch hebben we er een zien slingeren en een ander door de telelens lekker liggen zien luieren met een kleintje. Aan het eind van de ochtend was het tijd om de jungletocht te beëindigen, waarna we door een groot veld heen zijn gelopen, tussen het behoorlijk hoge gras door. In het midden bevond zich een uitkijktoren, waar we een mooi uitzicht hadden op het veld, een meer en een zandachtige plek met veel olifantenpoep. Grote beesten zagen we echter niet, wel een bijzonder groene vlinder en een kolonie van mieren die in gevecht was met een worm en deze na de overwinning naar hun holletje sleepte. Hier hebben we ook rustig geluncht. Met de wagen reden we vervolgens naar een plek voor een drankje. Hier zagen we zelfs tenten staan voor mensen die in het park wilden overnachten. Zelfs een toiletbezoekje hier was leuk, aangezien naast het gebouw een groep herten rustig in het zonnetje op het gras lag. Schaapachtig staarden ze ons aan, waarna ze rustig verder gingen met het kauwen van hun voedsel. Het was nu tijd om wat meer natuurschoon van het park te bekijken en gingen daarom naar de 25 meter hoge Nam Tok Haew Suwat waterval, welke niet alleen mooi was (ook al is deze spectaculairder in het regenseizoen), maar ook te zien was in de film The Beach. We bekeken de waterval van zowel de bovenkant als onderkant, voordat we aan een korte wandeltocht langs het aanliggende riviertje maakten. Zwemmen was hier absoluut niet toegestaan, want anders zou het nog weleens slecht met je kunnen aflopen aangezien er hier krokodillen zitten! Op een klein rotseilandje in het water zagen we er een zitten. Zoals verwacht verroerde het beest geen vin en gelukkig deed de gids geen Steve Erwin taferelen om hem wel te laten bewegen. Met de pick-up begonnen we vervolgens aan onze laatste zoektocht: de wilde Aziatische olifant. Een tijd lang bleven we over een weg rijden waarlangs ze weleens zitten, maar helaas hadden we geen geluk en keerden we de wagen. Op de terugweg hoorden we plots geritsel in de bosjes, waarna de wagen abrupt stopte en de gids eruit sprong. Helaas was hij de enige die een koningscobra op de weg zag kruipen en snel de bosjes in zag springen toen deze de wagen aan zag komen. Langzaam reden we terug, in de hoop nog een olifant tegen te komen. Op een gegeven moment zagen en hoorden we wat in de bosjes, waarna we recht in de ogen keken van een wilde olifant! En wild was hij inderdaad, want hij leek ons niet heel erg te mogen en even hadden we het idee dat hij op de wagen wilde afstormen (we zaten er slechts enkele meters vandaan). Achter ons kwam echter een andere wagen aanrijden, waarna de olifant rechtsomkeert de bosjes in dook. Terwijl het al donker was geworden, probeerden we bij een zoutvlakte vervolgens nog meer olifanten te spotten, maar hier slaagden we niet in. We reden terug naar de ingang van het park, waar opnieuw alleen de gids helaas een [green viper] zag wegsluipen. Hierna gingen we terug naar het guesthouse. Ondanks dat we niet elk mogelijk beest gezien hadden (wat gewoon niet mogelijk is), hadden we alsnog een hoop gezien en waren we hartstikke enthousiast over deze dag! Daarnaast is het ook zoveel malen beter dan een dierentuin (ook al zie je minder), aangezien je de beesten hier in hun echte eigen habitat ziet en het gewoon veel spannender is als je een beest tegenkomt! Bij het guesthouse namen we een hapje te eten, waarna we heerlijk konden uitrusten na deze vermoeiende, maar erg leuke dag.

Ayutthaya

Zaterdag 12 december 2009
Dag 70: Ayutthaya-eiland

Aangezien ik wat slaap had in te halen, bleef ik tot iets voor tienen in bed liggen. Ik voelde me weer helemaal beter en was klaar om te beginnen aan m'n reis door de rest van Thailand. Uiteraard vond ik het jammer om afscheid te moeten nemen van Bangkok, een geweldige, hippe en bruisende metropool. Ook was het jammer om het guesthouse te verlaten, maar ach, ik had er lang genoeg gezeten en het was wel tijd voor iets nieuws. Met de metro ging ik naar het Hualamphong treinstation, waar ik een kaartje (van maar 15 baht!) kocht voor de trein van 12.55 uur. De treinrit verliep prima en was niet heel anders dan ik had verwacht. De banken zaten goed genoeg voor een rit van 2 uur, de trein zat en stond vol met locals en er liepen genoeg verkopers met eten en drinken door het gangpad. Ventilatoren bliezen koele lucht, maar ook de wijd openstaande ramen hielpen de warmte te verdragen. Eenmaal aangekomen in Ayutthaya (met een vertraging van een half uur) nam ik de ferry naar het 'eiland'. Ayutthaya is namelijk omringd door een drietal rivieren, waaronder de Chao Phraya, die ook al door Bangkok heen stroomde. Het was hierna niet ver meer lopen naar het guesthouse dat ik geboekt had. Wel was er het een en ander veranderd met de kamers, waardoor ik uiteindelijk een kamer moest delen met een Belgische jongen. Terug in de receptie werd me meteen een tour aangeboden tussen 16 en 18 uur, welke wel erg bijzonder klonk. Ik boekte hem en vertrok tien minuten later samen met 11 anderen. Achterin een pickup-truck werden we naar een pier gebracht, waar we vervolgens met de boot een rondje om de stad hebben gemaakt. Het was een mooie (en spetterende) tocht. Ayutthaya is vanaf de 14e eeuw voor vier eeuwen de hoofdstad van Thailand geweest en er zijn hier enorm veel tempels (wats) gebouwd, waarvan vele van het Khmer-rijk (die van Angkor) stammen. Tijdens de tocht werden, voornamelijk aan de buitenzijde, huisjes van de lokale bevolking afgewisseld door een groot aantal tempels. Bij de Wat Phanan Choeng maakten we onze eerste stop, zodat we de gelegenheid hadden om deze wat beter te bekijken. Van buiten had de wat iets weg van de tempels in Bangkok, maar ook stond er nog een Chinees tempeltje naast met draken. De wat had zijn hoofdattractie echter binnen staan, een 19 meter hoge zittende boeddha. Eromheen zaten uiteraard weer vele mensen te bidden. Ook hadden enkele vrouwen een koker met stokjes waarmee ze zaten te schudden, totdat er eentje uitviel. Blijkbaar is er iets met het nummer dat dan op dat stokje staat, maar wat het precies is, weet ik helaas niet. Terwijl de zon langzaamaan begon te zakken, vaarden we verder naar de volgende tempel, de Wat Phuttai Sawan. Hier zagen we de Khmer-stijl terug in de enkele chedi's. Een indrukwekkender schouwspel van Khmer-architectuur zagen we echter terug in de volgende stop bij de Wat Chaiwatthanaram. Deze mooie Khmer-tempel was nog redelijk intact en werd al helemaal bijzonder aangezien we hier met zonsondergang waren. Het kleine oranje zonnetje scheen zodoende mooi tussen de chedi's door, wat de gelegenheid gaf tot bijzondere foto's. Hierna vaarden we naar ons eindpunt, waar op dat moment de Hua Ro Night Market bezig was, een kleine markt met verschillende etenskraampjes. Aangezien ik wel honger had, kocht ik hier enkele lekkere hapjes. Ayutthaya is trouwens ook weer totaal anders dan Bangkok: de lokale bevolking is veel minder modern (geen hippe kleding meer, geen make-up) en ook de straten en wegen zien er veel simpeler uit. Het is min of meer gelijk aan de kleine steden in Vietnam. Nadat ik even had uitgerust in het guesthouse, liep ik een stuk richting het centrum toe, naar het Phra Ram Park. Zonder dat ik het van tevoren wist, was ik opnieuw in een stad met een festivalweek beland (ik begin wel een festivalhopper te lijken). Bij de Wat Maha That (een andere grote Khmer-tempel) was een groot podium gebouwd, waar elke avond deze week een licht- en geluidshow gehouden wordt. De show van deze avond was net begonnen en klonk erg spectaculair (grootse muziek). Ook kon ik er hier en daar een glimps van opvangen (lichten op de tempels, rondstuivende olifanten) en nadat ik van een Nederlandse man te horen had gekregen dat het zeker de moeite waard was, kocht ik een kaartje voor de show van morgenavond. Hierna liep ik nog even een rondje over het kleine aanliggende festivalterrein met eetkraampjes en enkele kunstwerken van groente (tot figuren gesneden groente). Aangezien ik morgen volop wil benutten om de rest van het oude historische centrum te bekijken, ben ik hierna terug gegaan naar het guesthouse, waar ik op tijd ben gaan slapen.

Zondag 13 december 2009
Dag 71: Tempel- en festivalhopper
Aangezien m'n lichaam blijkbaar iets meer rust nodig had, bleef ik iets langer liggen dan gepland. De Belgische jongen checkte uit, waardoor ik genoodzaakt was te verhuizen naar een eenpersoonskamer die nu wel beschikbaar was. Na m'n late ontbijt huurde ik om de hoek voor slechts 30 baht (zonder enige borg of wat dan ook) een prima fiets voor de hele dag. Alhoewel de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad zich op het eiland bevinden, is het toch nog een behoorlijk stuk lopen, waardoor een fiets een ideaal vervoermiddel is. Eerst ging ik echter even terug naar het treinstation (ditmaal over een brug) om een treinticket voor morgen te boeken, aangezien ik dan naar Pak Chong wil gaan. Na enige probleempjes met de printer op het station kreeg ik een ticket, waarna ik met de fiets naar het centrale gedeelte van de stad ging. Het fietsen was overigens wel even wennen, aangezien ik al m'n verkeers- en voorrangsregels (voor zover die hier gehanteerd worden...) om moest draaien. Links rijden was namelijk nieuw voor me, maar wende gelukkig snel. Ik parkeerde m'n fiets bij de ingang van de Wat Maha That, waarna ik deze bezocht. Het was een ruïne van een oude Khmer-tempel, waarvan gelukkig nog wel wat overeind stond, zoals enkele belvormige chedi's (gemaakt van rode bakstenen), fallusachtige parangs en boeddhabeelden. De meest bijzondere bezienswaardigheid was echter het hoofd van een boeddhabeeld welke aan alle zijden (behalve de voorzijde) overwoekerd was door de wortels van een boom, wat een zeer speciaal gezicht (ha ha!) was! Na dit bezoek ging ik even terug naar het hotel, want ik voelde me wat misselijk (waarschijnlijk is het straatvoedsel niet goed gevallen) en duf en had even geen puf meer voor andere tempels. Later in de middag ging het gelukkig weer beter, waardoor ik m'n tocht kon vervolgen. Ik fietste terug naar het historische centrum en kwam langs een markt, welke ter gelegenheid van het festival op een straat was opgezet. Het is hier in Ayutthaya trouwens apart om te zien hoe de oude ruïnes op stukken grond (grasvelden) midden in de stad liggen, aangezien ze gewoon afgewisseld worden door wegen, huizen, winkeltjes en restaurantjes. Bij de Wat Phra Ram keek ik vervolgens rond, opnieuw een oude Khmer-ruïne, waar zich in het midden een grote prang bevond. Iets verderop (tijdens het fietsen wel even opzij gaan voor passerende olifanten!) stond de Wihan Phra Mongkhon Bophit, een redelijk moderne Thaise tempel waarin zich een 15 meter hoog Boeddhabeeld bevond. Alhoewel alles er uiteraard prachtig uitzag, begon ik nu toch wel te merken dat elke nieuwe tempel steeds minder indrukwekkend wordt. Ik heb namelijk al zoveel tempels en boeddhabeelden gezien in de laatste 2,5 maand, dat het ergens toch wel op elkaar gaat lijken. Maar gelukkig zie je ook nog genoeg nieuwe dingen, zoals de Wat Phra Si Panphet. Alhoewel het een Khmer-tempel was, zagen de drie grijze belvormige chedi's (met de resten van voormalige koningen) er zeer groots en apart uit. Met deze tempel had ik de highlights van de stad wel gezien en op de fiets ging ik terug naar het hotel. Nadat ik hier had uitgerust en gegeten, ben ik weer naar de Wat Maha That gegaan. Ik had namelijk een kaartje gekocht voor de show van 19.30 uur. Op een grote tribune nam ik plaats, waarna deze zich behoorlijk vulde met vele andere nieuwsgierigen. Voor de tribune bevond zich een strook water, gevolgd door een grasveld dat diende als podium. Hierachter bevond zich een prachtig decor: de chedi's van de tempel, verlicht door gekleurde lampen. De show zelf was ook erg gaaf. In iets meer dan een uur tijd (wel eerst even opstaan voor het volkslied, graag) werd de geschiedenis van Ayutthaya verteld. Helaas was alles in het Thai, dus kon ik er niets van verstaan. Maar gelukkig stond er een hele korte Engelse beschrijving in het programmablaadje, waardoor ik, samen met de kennis die ik in het museum van Bangkok had opgedaan, ongeveer wist wat er speelde. Bij deze show draaide het allemaal minder om de lampen en het vuurwerk, alhoewel deze uiteraard ook aanwezig waren. De hoofdrolspelers waren hier zo'n 200 acteurs, een klein dozijn olifanten en enkele paarden. Samen hebben zij een spectaculaire show op poten gezet, met enkele groots nagespeelde veldslagen. De olifanten hadden hier ook een speciale rol in en gingen (op een vriendelijke manier dan) ook met elkaar op de vuist... eh... slurf. Ook scenes met koningen, prinsen en prinsessen, fonteinen van water en brandjes bleven niet achterwege. Opnieuw was ik blij toevallig in een festival beland te zijn en dit te mogen meemaken. Tegen negenen was de show voorbij, waarna iedereen zich naar buiten begaf. Met de fiets (in het begin voornamelijk aan de hand) ging ik voorzichtig (de fiets had geen verlichting), maar snel (de verhuurder wilde hem graag rond die tijd terug hebben) terug naar het hotel. Hier heb ik verder niets bijzonders meer gedaan, alvorens naar bed te gaan. Ayutthaya was in ieder geval een leuke plek voor 1,5 dag. Nu kijk ik uit naar de komende drie dagen (maar met name dinsdag en woensdag), waarop ik naar het Khao Yai National Park ga, welke een van 's werelds mooiste nationale parken schijnt te zijn, met een rijk aanbod aan dieren en planten!

Bangkok, deel 2

Donderdag 10 december 2009
Dag 68: De koningen van Siam

Ik bleef een uur langer dan gepland in bed liggen, waardoor ik uiteindelijk pas om 11 uur in de hal van de receptie zat te ontbijten. Daar maakte ik kennis met kamergenoot Fay, waarmee ik uiteindelijk een groot deel van de dag ben opgetrokken. Vandaag wilde ik de laatste eindjes van Bangkok aan elkaar knopen door enkele plekken te bezoeken waar ik nog niet geweest was. Als mooie introductie op de rest van mijn reis door Thailand wilde ik het National Museum bezoeken, welke de grootste van Zuidoost-Azië is en onder andere de rijke geschiedenis van Thailand in beeld brengt. Fay wilde wel mee, dus gingen we met de skytrain en de ferry (welke helaas even op zich liet wachten) naar het oude stadsgedeelte gegaan. Hier hebben we bij een eetstalletje op de markt eerst geluncht met een rijstmaaltijd. Iets voor tweeën kwamen we bij het museum aan, waarvoor we op dat moment nog twee uur de tijd hadden voordat deze zou sluiten. Eerst kwam de gehele geschiedenis van Siam aan bod, zoals Thailand vroeger heette. Zo werd ik aardig wat wijzer over de koninkrijken van Ayutthaya en Sukhothai, plaatsen die ik in de komende weken nog wil aandoen. Enkele oorlogen met Burma kwamen hier ook uitgebreid aan bod. Daarna ging het meer over het heden, waaronder alle koningen van het land, Rama I tot de huidige Rama IX. In andere hallen was nog veel meer te bezichtigen, zoals tronen, wapens, beelden, prachtige koetsen, keramiek, spelletjes, poppen, goud, etc. Niet alles was Thais, aangezien sommige artefacten ook uit het Khmer-rijk kwamen of van Java. Tot sluitingstijd hadden we de tijd om het meeste te bezichtigen. Hierna zijn we met de ferry een stukje teruggegaan, naar Chinatown. De Lonely Planet had hier namelijk een leuke route doorheen. Het voelde inderdaad weer even aan als China, met zijn nauwe straatjes vol met marktkraampjes. De handelswaar en het eten en drinken was hier ook weer anders. Zo waren er opvallend veel pluchen knuffels en tasjes te verkrijgen, maar ook veel fruit en gedroogde vis. Ondanks dat het al laat in de middag was en enkele handelaren al begonnen met opruimen, was het er nog behoorlijk druk (alhoewel dat ook zo kon lijken vanwege de smalle straatjes). Bij een noodlezaakje (hoe kan het ook anders) hebben we prima kunnen eten (noodles met stukjes van de gebraden eend die buiten op z'n kop hing). Door het donker liepen we naar het dichtsbijzijnde metrostation, waarmee we een stuk teruggingen en overstapten op de skytrain. Hier splitsten onze wegen; het was in ieder geval een gezellige dag. Terwijl Fay ging shoppen in MBK, liep ik langs Central World Plaza, waar het een gezellige en drukke boel was met allerlei terrasjes en podia met bandjes. Apart om te zien was hoe direct ernaast een plek was waar vele mensen stonden te bidden voor boeddha. Ik liep wat verder langs allerlei eettentjes en een enorme fashion mall en ging uiteindelijk Pantip Plaza in, een enorm complex alleen gericht op elektronica. De grootte van de shoppingmalls begint te wennen, maar toch blijf je je ogen uitkijken. Even keek ik hier rond (het ging sluiten), waarna ik terug ging naar het guesthouse. Hier ging ik op tijd naar bed, aangezien ik voor morgenochtend een tour heb geboekt welke om 6.45 uur begint!

Vrijdag 11 december 2009
Dag 69: De drijvende toeristenmarkt

Je hebt zo van die tours die ontzettend leuk blijken uit te pakken. Helaas heb je ook van die tours die drie keer niets zijn. De tour die ik vandaag heb gemaakt was zes keer niets. Om iets over zessen stond ik al op, aangezien ik om 6.45 uur zou worden opgehaald voor een tour naar de Damnoen Saduak Floating Market, de bekende markt met boten iets buiten Bangkok. Om 6.50 uur kwam er vervolgens een bus en iemand vertelde me dat ik nog moest wachten tot 7.10 uur op een andere. Deze kwam echter niet voor 7.30 uur! Met een groep van ongeveer 12 mensen, waaronder een vriendelijke familie Indiërs, kwamen we tegen 9 uur aan op onze bestemming. Hier stapten we in groepjes in een longtailboot, waarna we zo'n 10 minuten door een leuk kanalenstelsel hebben gevaren, tussen simpele huisjes van de lokale bevolking. We vaarden vrij hard en de boot had nogal moeite om een goede balans te houden, maar het was een leuke tocht. Bij een kade meerden we aan, want we waren bij de drijvende markt aangekomen. Deze bestond uit een kanaal welke vol lag met bootjes, waarvan meer dan de helft uit roeibootjes voor toeristen bestond. Uiteraard waren er ook bootjes van de markt zelf en deze verkochten zo nu en dan wat eten (veel fruit), maar bovenal werden souvenirs verkocht. Langs de kade (van een paar honderd meter) stikte het ook nog eens van de souvenirshops en restaurants. Een tochtje met een roeiboot was blijkbaar niet inbegrepen, dus moesten we een kaartje kopen om ons door de markt te laten roeien. In een file van andere boten vaarden we zo een half uur door het kanaal, terwijl we door verschillende verkopers met stokken met haken werden binnengehengeld om hun waar te bekijken. Het was druk, maar op zich best grappig. Wel was het (ook later vanaf de kade met z'n enkele bruggetjes) erg lastig om die karakteristieke foto's te maken. Bij een vrouwtje wilde ik nog twee kleine banaantjes kopen, waarvoor ze 20 baht (40 cent) vroeg. Blijkbaar had ik het verkeerd begrepen, want ik ging uiteindelijk weg met twee trossen minibanaantjes! Ach ja, zo zou ik in ieder geval niet omkomen van de honger! Om 10.30 uur vertrokken we alweer, waarna de gids nog enkele onverwachte extra's in petto had. Hier zat ik echter helemaal niet op te wachten, ook omdat ik me niet helemaal lekker voelde. We werden namelijk naar een Elephant Village gebracht, waar we (tegen extra betaling uiteraard) een ritje op zielige olifanten konden maken. Daarnaast was er ook nog een Monkey Show, waar we konden zien hoe aapjes getraind waren om kokosnoten te rapen. Het was een trieste toeristenval, waar ik geen geld aan heb uitgegeven, maar we wel veel te lang bleven staan. Hierna maakten we ook nog een stop bij een Cobra Show, maar gelukkig had niemand hier interesse in. Om het plaatje compleet te maken, werden we vervolgens ook nog naar een Handicraft Village gebracht. Ik had het op dat moment gehad en was blij toen ik na lange tijd eindelijk met een ander busje terug naar Bangkok kon gaan. Sommige anderen hadden een tour voor de hele dag geboekt (met nog een rozentuin en een krokodillenboerderij), dus die gingen met een ander busje verder. Om 14 uur was ik terug in het hostel, waar ik de rest van de middag op de bank in de receptie heb gezeten om uit te rusten en enigszins uit te zieken (geen idee waar dat opeens vandaan was gekomen). Het was in ieder geval wel gezellig, want Fay was er ook en ook het personeel van het hostel was super. Tevens heb ik een beetje de rest van m'n trip door Thailand zitten bepalen en voor de komende paar dagen twee hostels geboekt (zaterdag en zondag de oude hoofdstad Ayuthaya, maandag, dinsdag en woensdag het prachtige Khao Yai National Park). Tegen etenstijd ben ik met Fay en Jerry, een Nederlandse kamergenoot, naar Centralworld gegaan, aangezien hier het Asean Music & Culture Festival gehouden zou worden. Eerst wilden we echter wat eten, wat we uiteindelijk deden bij de eettentjes die ik gisteren op straat had gezien. Het eten was hier voortreffelijk en de vis, het varkensvlees, de groente en de rijst lieten ons zeer goed smaken. Het festival, welke op een podium naast het winkelcentrum werd gehouden, was erg vermakelijk. Na enkele speeches werd er een mooie dansshow gehouden om alle landen van Zuidoost-Azië te introduceren. Hierna hebben we naar twee optredens van zangers uit Maleisië en Thailand gekeken, welke leuke liedjes hadden. Andere landen zouden morgen pas aan bod komen. Iets na negenen hebben we geprobeerd om foto's te maken vanaf de 17e verdieping van een hoge toren boven een shoppingmall. Via een glazen lift wisten we boven te komen, waar zich een Heineken Rooftop Club/Bar bevond en een zeer chique restaurant. Alhoewel we wel even het uitzicht konden bekijken, was er helaas geen gelegenheid voor foto's. (Maar om eerlijk te zijn vond ik het uitzicht op deze plek en van deze hoogte nog niet heel spectaculair.) We gingen terug naar het hostel, waar we iets verderop bij een bar nog wat hebben gedronken. Rond middernacht was het voor mij echt tijd om naar bed te gaan, want ik was ontzettend moe. Gelukkig kan ik morgen een beetje uitslapen, aangezien ik pas om 12.55 uur een trein naar Ayuthaya wil nemen.

Kanchanaburi

Maandag 7 december 2009
Dag 65: Een dodelijke spoorbaan

Vanochtend zei ik tegen elven het vriendelijke personeel van het hostel gedag. Woensdag zal ik hier terugkeren, maar eerst is het tijd voor een tweedaags uitstapje naar Kanchanaburi. Nu zal dat weinig mensen iets zeggen, totdat ik vertel dat de rivier de Kwai hier doorheen stroomt en de bekende spoorbrug zich hier bevindt! Eerst moest ik hier echter zien te komen. Op de hoek van de straat nam ik een lokale bus naar een van de langeafstands busterminals van Bangkok. Dit duurde een klein uurtje, aangezien we enorm vast kwamen te zitten toen we door Chinatown heen reden. Aangekomen op de terminal (welke op bussen na vrijwel verlaten was) werd ik al snel benaderd door iemand die het vermoeden had dat ik naar Kanchanaburi wilde gaan. Voor 110 baht (€2,20; spotgoedkoop, aangezien je voor een taxirit in het centrum minstens die prijs betaalt) kon ik samen met enkele locals in een minivan stappen die me daarheen zou brengen. De rit ging vanwege de stilte op de weg sneller dan verwacht en na twee uur stonden we al op het busstation van Kanchanaburi. Achterin een andere wagen ging ik vervolgens naar het Sugar Cane 1 Guesthouse, een zeer bijzonder hotel aan de Kwai-rivier. De bamboe kamers dreven namelijk op een vlot in het water (maar was uiteraard wel verankerd). Het uitzicht vanaf het terras was vredig en prachtig! Aangezien de middag nog niet half om was, ben ik twee kilometer door het dorp gelopen naar de brug. Het was hier weer typisch een klein Aziatisch dorpje dat ik ook al in Vietnam was tegengekomen. Het was er rustig, er waren maar weinig auto's, maar wel weer brommers en overal waren genoeg guesthouses te vinden. Heel veel toeristen waren er niet, totdat ik bij de spoorbrug kwam. Omdat er elk jaar in de eerste week van december een groot festival gevierd wordt, was het hier iets drukker en voller dan anders. Zo waren er hele tribunes gebouwd voor een licht- en geluidshow en was er een klein museumpje neergezet. Gelukkig was het, ondanks alle neergezette lampen en neergelegde kabels, nog wel mogelijk om over de grote stalen brug heen te lopen. Tussen de rails lagen (soms wiebelende) planken waar je op kon lopen. Opletten moest je wel, vooral als andere personen wilden passeren, omdat de brug aan de zijkanten genoeg openingen had om doorheen te vallen. Terwijl ik aan de andere kant van de brug genoot van het uitzicht en een sappige maiskolf, kwam er toevallig een trein aan. Toeristen werden door de politie opzij gefloten, waarna de trein (met zowel toeristen als locals) langzaam over de brug heen tufte. Hierna liep ik terug naar de overkant en nam ik een motortaxi naar het Thailand-Burma Railway Centre, een museum welke me meer informatie over deze spoorlijn en -brug kon geven. Met tekst en beeld werd hier verteld hoe de Japanners ten tijde van de Tweede Wereldoorlog een spoorlijn wilden aanleggen tussen Thailand en Burma (nu Myanmar), omdat een overzeese aanvoerroute te gevaarlijk was. Door 16.000 geallieerde krijgsgevangenen (PoWs: prisoners of war, waaronder ook meer dan 3000 Nederlanders) en 90.000 Aziaten (veel uit Maleisië, maar ook heel veel uit Nederlands-Indië) is er met man en macht aan de spoorlijn gewerkt. De klus zou eigenlijk vijf jaar moeten duren, maar de gevangenen werde zo onder druk gezet, dat er slechts 16 maanden over gedaan werd. De leefomstandigheden waren verschrikkelijk: hygiene was er niet in de kampen, het (vaak vervuilde) voedsel was schaars en de wilde beesten en de ziektes in de jungle maakten alles nog ondraaglijker. Duizenden mensen hebben hier dan ook de dood gevonden. Dit alles werd pijnlijk in beeld gebracht in met afbeeldingen van graatmagere mensen en de slavernij en persoonlijke voorwerpen van omgekomen personen. Vanwege het grote aantal Nederlanders in die tijd had het allemaal ook een akelig Hollands tintje. Enkele brieven waren ook in het Nederlands en door de ambassade waren ook schetsen van een soldaat aan het museum geschonken. Er waren zelfs Nederlandse geschiedenisboeken verkrijgbaar in het winkeltje. Het was allemaal maar een vreemde gewaarwording, met een geschiedenis die bij onze lessen over WO II maar kort aan bod komt. Toen ik het museum verliet, had ik vanwege het tijdstip helaas niet meer de mogelijkheid om de ernaast gelegen begraafplaats voor geallieerde troepen te bezichtigen. Ik ging daarom terug naar het hotel om daar een rijstmaaltijd te eten. Hierna liep ik terug naar de brug, aangezien ik een kaartje had gekocht voor de show van 19.30 uur. Met een radiootje voor Engelse vertalingen nam ik plaats op de tribune. De brug was mooi versierd met lichtjes. De show die vervolgens volgde was op z'n minst spectaculair te noemen. In een uur tijd werd (na het volkslied) de geschiedenis van de spoorlijn en de brug op bijzondere wijze in beeld gebracht. Op een watergordijn werden filmfragmenten gespeeld, waarna soldaten over de brug heen liepen om uit te beelden hoe de spoorlijn gemaakt werd. De brug werd hierbij enigszins in rook verhuld en beschenen met gekleurde lampen. Op de achtergrond klonk het o zo bekende en aanstekelijke fluitriedeltje. Toen de brug 'af' was, werd dit uitbundig gevierd door er een stoomlocomotief met juichende soldaten overheen te laten rijden, gepaard met kleurrijk vuurwerk in de lucht. Deze vreugde (voor de Japanners dan) duurde niet lang, aangezien de geallieerden de brug vervolgens bombardeerden en de omgeving onder vuur namen. Dit werd indrukwekkend uitgebeeld in een lange scene met veel ontploffingen op het water, beschietingen naar de brug, vuur in de bomen aan de overzijde, een brandend schip en stukken brug die in elkaar zakten (decor dan; de echte brug, die later herbouwd is, bleef natuurlijk intact). Hierna was het opnieuw feest, maar ditmaal voor de geallieerden (ook al duurde het in werkelijkheid nog even voordat alle krijgsgevangenen veilig thuis waren). Hiermee kwam ook een einde aan de show. Ik ben erg blij dat ik dit uitstapje gemaakt heb! Op het festivalterrein was een grote markt, waar het uiteraard ontzettend druk was. Westerse toeristen waren er nauwelijks, waarschijnlijk wel veel Thaise toeristen. Het was een leuke markt met kraampjes die gelukkig niet zo op toeristen was gericht. Zo had je bijvoorbeeld ook kraampjes met levensverzekeringen en autolak. Daarnaast was er genoeg te eten en te drinken, waaronder snacks die ik nog niet eerder was tegengekomen. De markt bleek een stuk groter te zijn dan ik dacht en bleek zelfs een hele kermis te bevatten! Hier waren onder andere een reuzenrad en botsauto's van de partij. Daarnaast kon je met dartpijltjes ballonnen proberen lek te prikken, blikwerpen of een flesje proberen recht te zetten. Iets verderop werd op wel een heel ludieke Fast and Furious wijze met dansende gogo-girls gepimpte autospeakers gepromoot en was er een erg flauwe (maar daardoor ook wel weer grappige) clown met onthullende goocheltrucs. Vermoeid liep ik weer terug naar m'n guesthouse, waar ik nog even buiten heb gezeten tussen de jonge honden en katten, een enkele kikker en vele muggen en krekels. In m'n kamer ben ik vervolgens in m'n lakenzak (want het bed was niet echt schoon te noemen) lekker gaan slapen.

Dinsdag 8 december 2009
Dag 66: Water en vuur

Vanochtend moest ik al vroeg opstaan. Waarom? Omdat ik om 8 uur al werd opgehaald voor een excursie voor de hele dag. Met enkele anderen, waaronder een Belg waarmee ik weer eens wat Nederlands kon praten, reden we in een uur tijd met een (voor de verandering vrouwelijke) gids naar het Erawan National Park. Hier kregen we vervolgens tot 11.40 uur de tijd om het wandelpad af te leggen. Wat er bijzonder is aan het park? Het bevat namelijk een rivier die op spectaculaire wijze maar liefst zeven keer via watervallen naar beneden stroomt. Wij begonnen onderaan en moesten daardoor elke keer over bospaadjes van zo'n 300 meter naar een volgende verdieping klimmen. Tussen de eerste en tweede verdieping werd gewaarschuwd voor de aapjes die hier in het park wonen. Gelukkig bleven ze van mijn spullen af en waren ze ook nog eens behoorlijk fotogeniek. Maar de echt mooie foto's konden gemaakt worden van de watervallen. Alhoewel ze allemaal niet enorm hoog of breed waren, zagen ze er vanwege de aanwezigheid van meerdere trappen toch mooi uit. Bij enkele verdiepingen had je vanwege kleine meertjes ook nog de gelegenheid om tussen de vissen te zwemmen. Zelf ben ik helemaal naar de zevende verdieping geklauterd. Geklauterd, aangezien je het laatste stuk voornamelijk over gladde rotsen, boomstronken en ondiepe watertjes moest afleggen. Aangezien het toen al 11 uur was, moest ik me vervolgens haasten om terug te komen. Het was een vermoeiende, maar mooie ochtend, welke zich beter in foto's laat omschrijven dan in woorden. De lunch (gebakken rijst) die we kregen was daarom best welkom. Met onze minivan reden we vervolgens verder, op weg naar de Hellfire Pass. De groepssamenstelling was ietwat veranderd nu (sommigen verlieten de groep, terwijl anderen zich weer bij ons voegden), aangezien enkelen juist een olifantenrit wilden maken. Ik wil daarmee echter nog even wachten (tot het noorden van het land), aangezien je de Hellfire Pass alleen hier kunt bezichtigen. Na een uur rijden arriveerden we op deze plek, welke een van de meest verschrikkelijke plekken op de Thailand-Burma Railway was. In een museum kregen we nogmaals via informatieve borden en filmfragmenten de geschiedenis van de spoorbaan te horen. Vervolgens liepen we over een bergpad richting de pas, welke destijds door de krijgsgevangenen helemaal is uitgehakt en ook vele slachtoffers heeft gemaakt. Alhoewel de rails er niet meer liggen, liggen de stenen van het spoor er nog wel, net als enkele houten balken. Aan het eind van de pas was een gedenksteen geplaatst. Het was opnieuw een indrukwekkend, maar treurig gezicht. Via vele trappen (gelukkig overschaduwd door bomen, aangezien het erg warm was vandaag) gingen we terug, om in 45 minuten naar de Krasae Cave te gaan. Na aankomst op een pad vol met toeristenstalletjes (welke veel t-shirts met olifanten erop probeerden te verkopen) bleek deze niet echt bijzonder te zijn. Het was een kleine grot waarin een boeddhabeeld gevestigd was. Mooier was echter het uitzicht hier, want we konden een stuk over de spoorbaan (met oude en nieuwe rails) lopen, welke langs een hoge bergpas naast de Kwai rivier liep. Om 16 uur arriveerde een trein, waarmee we een half uur durende rit hebben gemaakt. Alhoewel het uitzicht in het begin mooi was, gingen we daarna door het gewone platteland heen. Bij een stationnetje stapten we uit (net als de vele andere toeristen voor wie er al een busje klaar stond), waarna we in een half uur terug reden naar Kanchanaburi. De tour zat er op. Ik heb me in ieder geval prima vermaakt. Bij het hotel heb ik vervolgens lekker gegeten, waarna ik de rest van de avond gewoon lekker ontspannen op het terras bij het water heb gezeten om wat achtertallig schrijfwerk in te halen.

Woensdag 9 december 2009
Dag 67: Terug naar Bangkok

Net zoals gisteravond heb ik ook vandaag lekker rustig aan gedaan. Ik ben erg laat opgestaan, waarna ik een busje terug naar Bangkok boekte voor 13.30 uur. Er was nog een plek die ik wilde bezoeken hier en dat was de begraafplaats voor de geallieerde troepen waar ik eergisteren geen tijd meer voor had. Gelukkig zat deze op tien minuten loopafstand, dus was het geen probleem om er te komen. Het was een grote begraafplaats met veel gedenkstenen, netjes in rijen opgesteld. Het had een zeer Nederlands tintje, want de ene helft van de graven was voor Britse slachtoffers, terwijl de hele andere helft voor het Koninkrijk der Nederlanden was. In stilte ben ik hier langs de zo'n 1800 Nederlands graven gewandeld en heb ik een deel van de namen gelezen, welke in de meeste gevallen bekend waren. Of het nou toeval of het lot was, weet ik niet, maar ik stond in ieder geval verbaasd te kijken toen ik de naam G.W. Kessing las, welke op 08-02-1904 was geboren en op 10-07-1943 was gestorven. Na een snelle blik op onze stamboom op internet (toen ik na dit indrukwekkende bezoek weer was teruggegaan naar het hotel) bleek dat de beste man Gerrit Willem heette, maar ik had helaas niet genoeg tijd om uit te zoeken wat voor verband ik met hem had. Het busje dat me terug naar Bangkok zou brengen was namelijk gearriveerd. Samen met enkele locals (waaronder een klein kind dat telkens zat te giechelen toen hij vanaf de voorste bank achterom naar mij keek en ik naar hem lachte) reden we in 2,5 uur tijd naar het noorden van de stad, waar ik overstapte op de skytrain. In het Urban Age Guesthouse kreeg ik ditmaal een vierpersoonskamer op de zesde verdieping, waarna ik op de computer even heb uitgezocht wie Gerrit Willem was. Ok, let op: mijn vader heet Hans, zijn vader Johan Willem, zijn vader Johannes Hendrik, zijn vader Alexander Willem en zijn vader Samuel Frederik. Deze Samuel had naast Alexander nog een zoon, genaamd Arie Gerrit, die op zijn beurt ook een zoon had, wijlen Gerrit Willem. Dus ik heb het graf bezocht van mijn achterachterachterneef. Zeer bijzonder! 's Avonds heb ik in het New World Plaza lasagne gegeten, waarna ik eigenlijk wat anders wilde doen, maar uiteindelijk bij de film Astroboy ben beland. Het was een grappige film. Hierna ben ik teruggegaan naar het hostel, waar ik lekker heb uitgerust, zodat ik morgen verder kan met m'n ontdekkingstocht door Bangkok!

Bangkok, deel 1

Woensdag 2 december 2009
Dag 60: De stad der engelen

Vanochtend stond ik om 7 uur al op, zodat ik op tijd kon ontbijten, uitchecken en een taxi kon nemen naar het vliegveld van Ho Chi Minh City, welke iets buiten de stad ligt. Het was een nieuw, modern en groot vliegveld, maar ondanks dat was het toch saai. Wachten duurt namelijk gewoon lang en de winkeltjes heb je ook vrij snel gezien. Gelukkig gaf het me wel de tijd om een introductie over Thailand en Bangkok te lezen. Om 11.25 uur vertrok het luxe vliegtuig van Thai Airways voor een vlucht van zo'n 75 minuten. Een film kijken op de schermen was daarom niet mogelijk, maar we konden in ieder geval nog wel een bovenaanzicht van Cambodja en de zuidoostkust van Thailand bekijken. Daarnaast kregen we nog een lekkere lunch. De aankomst in Bangkok verliep goed en ook erg snel. Toen we het vliegtuig uitstapten, werden we meteen met een bus naar de aankomsthal gebracht, waar ik zo door de douane heen was en ik m'n grote rugzak ook redelijk snel weer in handen had. Buiten liep ik netjes langs alle taxistands (waar het gelukkig verboden was om toeristen opdringerig ritjes aan te bieden) naar de Airport Express, een busdienst met vier lijnen naar verschillende plekken in de stad. Bangkok, ook wel bekend als Krung Thep (de stad der engelen), is een behoorlijk uitgestrekte metropool met meer dan 8 miljoen inwoners. Het is een van de modernste steden hier in Zuidoost-Azië (naast Hong Kong en Singapore), maar heeft niet één bepaalde plek dat het centrum genoemd wordt. In plaats daarvan moet je het doen met verschillende districten, welke allemaal een behoorlijke omvang en een eigen hart hebben. De bus waar ik in zat, bracht me naar de wijk Silom, een financieel district in het zuiden. Dit is niet de backpackerswijk rond het bekende Khao San Road, in het noordwesten, wat me door enkelen al werd afgeraden vanwege de enorme drukte. In Silom zat je een stuk rustiger en daarnaast heb je er veel betere verbindingen met de skytrain (twee bovengrondse lijnen) en de metro (in tegenstelling tot de backpackerswijk die dat niet heeft). Zo'n twintig kilometer reden we over een brede highway, waarna de hoge gebouwen van de stad steeds dichterbij kwamen. De stad zelf was vele malen rustiger dan ik had verwacht. Ja, natuurlijk was het druk (drukker dan Hong Kong), maar van de chaos uit Hanoi en HCMC was helemaal geen sprake. Alle brommers hadden zich ook verruild voor auto's en de weg werd verder aangevuld met bussen en tuktuk-taxi's, alhoewel dat aantal ook meeviel. Het Thaise schrift was wel even wennen, aangezien dat weer geheel onleesbaar was. Het schrift is gebaseerd op het Sanskrit en bestaat uit allerlei kringelige tekentjes, zonder spaties en leestekens. Gelukkig is veel ook in westers schrift geschreven. De bus stopte op de plek waar ik moest zijn, een klein rustig steegje (soi) die aan de grote straat lag. Hier had ik een 6-persoons dorm in een hostel geboekt. Enig nadeel was dat deze dorm op de 6e verdieping zat, maar verder zag het er keurig uit. Daarnaast was ik niet meer de enige op de kamer. Omdat het al halverwege de middag was, kon ik niet veel meer doen en ik besloot de omgeving wat te verkennen. Langs de hoge gebouwen met kantoren, winkels en restaurants liep ik oostwaarts (parallel aan de skytrain die boven me op zijn eigen viaduct heen en weer reed) naar Lumpini Park, het grootste park van de stad. Voordat ik deze kon betreden, moest ik nog wel een drukke weg oversteken. Oversteken in Bangkok is anders(om) dan in de grote steden van Vietnam. Je hebt hier gewoon netjes zebra's met stoplichten! Geen probleem dus! (Alhoewel je wel weer even moet opletten als deze er niet zijn, aangezien het verkeer hier links rijdt!) Voor het park stond een standbeeld van de koning, welke een zeer geliefde en geeërde man is hier in Thailand. Ook zag je op vele plekken op straat afbeeldingen van hem aan gebouwen hangen. Deze kleur geel speelde een prominente rol in de achtergronden van deze afbeeldingen, welke verder ook vaak versierd waren met gele linten. Ik weet niet of deze afbeeldingen er altijd hangen, maar het kan ook voor aanstaande zaterdag, 5 december, zijn, aangezien de beste man dan jarig is, wat een nationale feestdag is en hier groots gevierd wordt. Gelukkig heb ik nog 2,5 dag om de stad op een normale manier te bekijken, alvorens het feest losbarst. Het Lumpini park zelf was een onverwachte oase van rust, waar ik rustig doorheen ben gewandeld. Er was een simpel theehuisje, een Chinees paviljoentje, een standbeeld van een maf voertuig, een groot meer, een tehuis voor ouderen en uiteraard veel gras en bomen. Mensen wandelden hier rustig rond of waren juist actief op de paden aan het joggen. Het aantal joggers was erg hoog, maar het speciaal aangelegde joggingpad op een 'floating island' was echter verlaten. Ik probeerde nog te ontdekken of de Thaise mensen er anders uitzagen dan de Vietnamezen, maar de verschillen zijn moeilijk te spotten, net zoals je probeert West-Europeanen van elkaar te onderscheiden. Wel leek het alsof de Thaise mensen ietsje dikker/ronder waren dan de Vietnamezen, aangezien die meestal vrij tenger waren. Hierna besloot ik om een stuk naar het noorden te lopen, naar de wijk Siam. Het duurde echter een stuk langer dan ik dacht om dit shoppingdistrict te bereiken. Shoppingliefhebbers opgelet: komt dat zien, komt dat zien! Het stikte hier namelijk van de enorme winkelcentra. Niet een, niet twee, niet drie, maar maar liefst vier shoppingmalls met elk minstens vijf verdiepingen waren hier naast elkaar te vinden. Buiten en binnen was alles al helemaal klaar voor de kerst: overal stonden grote kerstbomen, slingers, lampjes en andere versieringen. Kerstmuziek schalde op elke hoek uit de speakers. Ik liep New World Plaza in, om er vervolgens te verdwalen in een duizelingwekkende wirwar van gangen vol met moderne winkels. Alles wat je je maar kunt wensen (Pepsi Jeans??) bevond zich hier, of anders in de mall ernaast wel. In een grote boekenzaak kocht ik een leesboek, zodat ik op dode momenten deze reis nog iets te doen had. In het winkelcentrum ernaast, het Siam Center, keek ik ook nog rond, welke zelfs een luxe autoshowroom had en een tentoonstelling van Gundams (gevechtsrobots van een tv-serie). Daarnaast had je nog een enorme bioscoop, een bowlinghal, fitnesscentrum, etc. Bij een restaurant heb ik niet Thais gegeten (dat kan nog vaak genoeg in kleinere plaatsen), maar lekkere pizza. Hierna liep ik het winkelcentrum uit, waarna ik de skytrain uitprobeerde. Voor 20 baht (40 eurocent; de prijzen in Thailand zijn ook relatief laag, alhoewel Bangkok natuurlijk ietsje duurder is) kocht ik een kaartje. Verder werkte het precies als de metro en al snel was ik terug in Silom. Alhoewel je niet altijd een goed uitzicht had, was het toch leuker om bovengronds te reizen dan ondergronds, aangezien de verlichte gebouwen in het donker er mooi uitzagen. Ik liep vervolgens richting m'n hostel, maar kwam onderweg nog langs vele marktkraampjes met t-shirts, portemonnees, tassen en toeristische souvenirs. Hier bevond zich ook Soi Patpong, een straat die bekend staat (berucht is) om zijn 'vleesmarkt'. Sinds enkele jaren wordt hier echter een avondmarkt voor toeristen gehouden, wat de uitstraling behoorlijk heeft doen veranderen. Alhoewel je achter de souvenirkraampjes schaarsgeklede meiden aan palen ziet hangen, je westerse mannen aan de bar ziet zitten en je hier en daar aanbiedingen krijgt voor het kijken naar een potje pingpong, lopen er over de markt ook vrolijk vele gewone toeristen en soms zelfs hele gezinnen met kleine kinderen rond die azen op leuke lichtgevende gadgets of dat ene schilderijtje van een Thaise olifant. Het is een maf gezicht. Terug in m'n hostel heb ik een wandelroute voor m'n eerste volledige dag in Bangkok gemaakt, waarna ik lekker ben gaan slapen.

Donderdag 3 december 2009
Dag 61: Wat? Wat!

Aangezien het hostel geen ontbijt serveerde (geen stokbrood met omelet meer!), at ik m'n croissantje van de supermarkt op, welke ik gisteren in de supermarkt op de hoek had gekocht. Vandaag wilde ik de wandelroute van de Lonely Planet door het historische gedeelte van Bangkok doen (Ko Ratanakosin), welke 1 tot 2 uur zou moeten duren. Hoe dat mogelijk is, weet ik niet, aangezien ik er een hele dag voor nodig had, gewoonweg omdat er onderweg zoveel te zien was! Ik moest echter eerst naar het beginpunt in het noordwesten van de stad. Hiervoor liep ik zo'n anderhalve kilometer naar het westen, naar de enige rivier die Bangkok rijk is. Ik had ook de skytrain kunnen nemen, maar dan had ik uiteraard minder van de omgeving kunnen zien, met zijn hoge gebouwen, drukke straten en vele etenskraampjes op de stoep. Bij de rivier maakte ik kennis met een andere manier van openbaar vervoer: de ferry. In tegenstelling tot de ferry in Hong Kong heb je hier drie lijnen die van noord naar zuid en andersom varen en onderweg op diverse plekken stoppen (net als in Venetië). De keuze in lijn hangt af van waar je eraf moet. Ik nam de oranje lijn, welke niet lang op zich liet wachten. Met een hele horde andere mensen stapte ik op de boot, waarna een vrouwtje probeerde te achterhalen wie er nieuw was opgestapt, om van die persoon 13 baht te vragen. Dit gebeurde bij elke halte, wat mij niet echt heel handig leek (de terugweg aan het eind van de dag was daarom gratis voor mij). Het was een leuk tochtje op de boot, met een prima uitzicht op beide oevers met gebouwen en hier en daar een tempel. Bij een van de havens stapte ik af, waarbij ik meteen midden in een markt met diverse etenswaren belandde. Stukjes watermeloen waren ideaal om m'n dag mee te beginnen, voordat ik doorliep naar de bekendste attracties van Bangkok: het Grand Palace en de Temple of the Emerald Buddha (Wat Phra Khaew; de tempels hier in Thailand worden wats genoemd). De entreeprijs was aan de hoge kant, maar wat ik samen met vele andere toeristen te zien kreeg was ronduit indrukwekkend. We werden onthaald door grote beelden van mythische wachters en konden aan de muren rondom de wat ontzettend veel muurschilderingen bewonderen, welke allerlei verhalen van boeddha's en boeddhisten leken te vertellen. De bot in het midden was echter de grootste publiektrekker, aangezien deze er prachtig uitzag. De stijl van de tempel was compleet anders dan wat ik tot dusver had gezien en laat zich in woorden moeilijk te beschrijven. Wel kan ik zeggen dat er niet spaarzaam met goud om is gegaan, omdat het gebouw door het felle zonnetje prachtig schitterde. Aan de zijkanten waren ook nog eens allerlei gouden versieringen aangebracht. Om de bot stonden ook nog enkele goudkleurige chedi's: grote rondvormige, maar puntige pilaren. Er stond zelfs een tot in de details nagebouwd model van Angkor Wat in Cambodja. In de bot was de Emerald Buddha te vinden, een klein (bijna onopvallend) boeddhabeeldje op een enorme (en rijkelijk versierde) troon. Het bijzondere aan deze boeddha is dat hij afhankelijk van het seizoen (warm, koud of regen) andere kleding draagt. Leuk om te vermelden hier zijn de strenge regels waar je je aan moet houden: uiteraard mag je niet eten en drinken, mag je geen foto's maken, maar moet je ook fatsoenlijke kleding dragen, mag je in de bot geen schoenen aan hebben en mag je bovenal nooit je voeten in de richting van de boeddha steken als je zit, aangezien dit als een grote belediging wordt beschouwd. Nadat ik nog enkele gebouwen rondom de bot had gezien, verliet ik de wat om een kijkje bij het Grand Palace te nemen. Terwijl militairen hier voorbereidingen leken te treffen voor de verjaardag van de koning zaterdag (welke overigens niet in dit paleis woont), keek ik wat rond. Zo was er hier een tentoonstelling van allerlei wapens, waaronder pistolen, shotguns en musketten. Ook waren er allerlei koninklijke voorwerpen te bekijken, net als de drie pakken van de Emerald Buddha (ja, opmerkelijk genoeg hingen er drie). Daarnaast was in een museum nog te zien wat voor restauratiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden in de wat. Nadat ik alles wel gezien had, liep ik weer naar buiten om mijn route (iets afwijkend van de LP) te vervolgen. Ik bezocht een amuletmarkt, waar allerlei kraampjes vol lagen met stenen en amuletten, welke goed voor lichaam en geest zouden zijn. Ook waren hier allerlei natuurlijke medicijnen te vinden. Hierna liep ik Wat Mahathat in, een meditatieschool welke niet heel erg toeristisch leek te zijn. Enkele monniken liepen hier wat rond (sommigen mediterend) en het viel nog niet mee om het hoofdgebouw te vinden. Een vriendelijke man benaderde me, welke hier als boeddhist heen was gekomen om te bidden. Ik had geluk, zei hij, want de tempel was slechts één dag per maand geopend (ring!). De tempel was zelf niet heel speciaal vergeleken met de tempels die ik al gezien had, dus het duurde niet lang voordat we deze verlieten. Hier vond een hond het nodig om me in m'n been te bijten, maar wees gerust, er is niets aan de hand. De man vroeg me vervolgens waar ik nu heen wilde gaan en nadat ik hem had verteld dat dat ik Wat Pho en Wat Arun wilde bezoeken, vertelde hij me dat deze gesloten waren vanwege het aankomende festival (tring!). Hij kende echter nog wel een andere bijzondere wat die wel open was en wilde een tuktuk voor me aanhouden die me daar voor 20 baht (tringeling!) heen kon brengen. Uiteraard was het belletje over deze 'gem scam' (je wordt naar een plek gebracht waar je voor veel geld nepjuwelen wordt aangesmeerd) bij mij allang gaan rinkelen, dus ik bedankte vriendelijk en liep weg. Ach, ik had in ieder geval de wat van binnen gezien. Ik nam nog een kijkje bij Lak Meuang, een niet heel interessante zuil voor de beschermgeest van de stad. Enkele mensen waren hier bezig met offerrituelen. Schuin aan de overkant bevond zich Wat Pho, een groot tempelcomplex waarin het vrij makkelijk bleek te zijn om in te verdwalen. De verschillende gebouwen waren echter allemaal wel zeer mooi om te zien, aangezien deze weer rijkelijk versierd waren. Aan afbeeldingen van Boeddha ontbrak het hier niet, aangezien deze overal te zien was. Eén boeddhabeeld was echter de grootste attractie, letterlijk. In een gebouw dat maar net groot genoeg was, bevond zich 's werelds grootste liggende boeddha (welke op weg is naar het nirvana) van maar liefst 46 meter lang en 15 meter hoog. Alhoewel het mogelijk was om om de mooie boeddha heen te lopen, was het bijna onmogelijk om er foto's van te maken. De buitenkant van de boeddha was van goud en de onderkant van de voeten was ingelegd met glimmende parels. Alhoewel de middag al bijna om was, had ik nog net tijd om de wandelroute af te maken. Met een ferry ging ik naar de overkant van de rivier, waar zich het mooie Wat Arun bevond. De hoge toren in het midden was te beklimmen (alhoewel de treden wel extreem hoog waren), waarna je een mooi uitzicht had over het westen van Bangkok. Terwijl de zon langzaam onder ging, nam ik de ferry terug naar waar ik 's ochtends begonnen was. Met de skytrain (welke overigens net als de ferry speciale plekken voor monniken heeft) ging ik vervolgens niet terug naar m'n guesthouse, maar naar Siam Discovery, een grote en moderne shoppingmall naast Siam Center. Aangezien ik ondertussen best wel honger had, ging ik hier op zoek naar een restaurant, welke ik op een van de bovenste verdiepingen vond. Hier heb ik geen gerecht van de kaart besteld, maar zelf gekookt. Letterlijk zelfs, want ik kreeg een hot pot met water voorgeschoteld. Voor me bevond zich een lopende band, waar vele schoteltjes met verschillende hapjes (vlees, vis, groente, fruit) op lagen. Ik kreeg een uur de tijd om zoveel te koken/eten als ik maar wilde. Dat liet ik me geen tweede keer zeggen, waardoor ik dus heerlijk gegeten heb. Ik kan wel koken! Om deze lange dag ontspannen af te sluiten, ben ik in het superdeluxe IMAX theater een verdieping hoger naar de 3D film A Christmas Carol geweest (ja, ik weet dat Sinterklaas nog moet komen). Dit was de eerste keer voor mij dat ik een volledige speelfilm in 3D zag en deze film was er prima voor gemaakt. Verder was het een visueel verbluffende film, want voor het verhaal hoef je natuurlijk niet te gaan. Dat het land bij de Thaise bevolking hoog in het vaandel staat, bleek wel aan het feit dat voor de film het volkslied werd gespeeld en iedereen er netjes bij ging staan. Aan het eind van de avond ging ik met de skytrain terug naar het guesthouse, waar ik vermoeid m'n bed instapte.

Vrijdag 4 december 2009
Dag 62: Muay Thai

Na enkele drukke dagen in en rond Ho Chi Minh City en Bangkok was ik wel weer eens toe aan een rustdag. Het moet immers nog wel een ontspannen vakantie blijven. Ik ben 's ochtends daarom lekker lang in bed blijven liggen, waarna ik ontbeet met een croissantje. Dit gaf me tevens de gelegenheid om een globale planning te maken voor mijn tijd in Thailand. Ik besloot om nog tot maandag in Bangkok te blijven, om vervolgens voor twee dagen naar Kanchanaburi te gaan, om daarna de rest van Bangkok te zien. Op deze manier maak ik (morgen) namelijk de nationale feestdag van Thailand in Bangkok mee, maar ook de feestweek van de brug over de Kwai-rivier, welke in Kanchanaburi tot de 8e groots gevierd wordt met een licht- en geluidshow. Om toch nog iets te doen, ben ik naar de oostzijde van het Lumpini Park gelopen. Hier bevond zich namelijk het Lumpini Boxing Stadium, een van de twee stadia waar wedstrijden in muay thai wordt gehouden, het welbekende Thaise kickboksen. Ondanks dat ik geen enorme sportliefhebber ben, leek het me wel ontzettend bijzonder om zo'n evenement in het echt mee te maken. En aangezien Bangkok daarvoor de ideale plek is, was het nu of nooit. De ticket office was in de middag echter nog gesloten, waarna me verteld werd om om 18 uur terug te komen. Ik besloot de moderne (maar zeer rustige) metro te nemen naar de wijk Sukhumvit, welke voornamelijk bestemd is voor de rijkere en chiquere bevolking. Hier heb ik een stuk langs een drukke weg met hoge gebouwen gelopen. In het Benjakiti park heb ik vervolgens een tijd lang op een bankje gezeten om m'n reisverslag van de afgelopen dagen wat bij te houden, iets waar ik de afgelopen avonden geen puf meer voor had. Hierna ben ik de ernaast gelegen Emporium shoppingmall ingedoken, welke vele winkels had die dure en chique designerspullen verkochten. De voordeur werd zelfs geopend door een nette portier. Een groot warenhuis maakte het complex compleet. Ondanks de rijkdom die hier werd uitgestraald (net als de felle kerstverlichting), wist ik op een hogere verdieping een goed betaalbaar restaurantje te vinden, waar ik een vroege, maar lekkere maaltijd met soep, salade, varkensvlees, rijst en groente kreeg. Hierna was het tijd om terug te keren naar het Lumpini Boxing Stadium, waar de ticket office om 18 uur inderdaad geopend was en het mogelijk was om een kaartje te kopen voor de wedstrijden van die avond, welke van 18.30 uur tot een uur of elf waren. Je had de keuze tussen de luxere ringside plaatsen en de oncomfortabele en afgelegen tweede- en derderangs plaatsen. Ondanks dat ringside iets duurder was, ging ik hier toch voor: als je een bokswedstrijd meemaakt, moet je het ook goed doen! Het personeel begeleidde me naar m'n plek (vooraan) en gaf me een dvd (geen idee wat erop staat) en een overzicht van de 7 wedstrijden van de avond. Terwijl het publiek langzaamaan volstroomde (de vijfde partij was de belangrijkste deze avond), werden er in de ring als voorproefje al enkele partijen gehouden. Bij muay thai dragen de boksers uiteraard handschoenen, maar in tegenstelling tot het westerse boksen zijn elleboogstoten, trappen en knietjes ook toegestaan, wat de wedstrijd visueel een stuk aantrekkelijker maakt. Elke partij bestond uit een maximum van vijf rondes van 3 minuten, afgewisseld door een korte pauze waarin de boksers door hun coaches werden opgelapt (bloed en zweet werd met water weggespoeld) en geadviseerd. Het was allemaal een spectaculair schouwspel. Alhoewel de boksers elkaar in de eerste twee partijen meer aan het aftasten waren, gingen ze er in de laatste drie meestal behoorlijk op los, resulterend in flinke klappen een stoten, bezweette lichamen en straaltjes bloed over het gezicht. Bij elke succesvolle slag of stoot begon het aanwezige publiek behoorlijk te joelen en juichen; in het andere geval werden de boksers luid aangemoedigd. Tijdens de wedstrijd werd er door enkele mannen muziek gemaakt, hield een jury de puntentelling bij en hield een scheidsrechter de twee boksers uit elkaar indien dat nodig was. Elke wedstrijd werd overigens ook begonnen met een rituele dans door de boksers. Verder werd er echter maar weinig show omheen gemaakt en werd de winnaar wel heel snel bekend gemaakt en toegejuicht. Alhoewel de meeste boksers ergens tussen de 20 en 30 jaar waren (en verdeeld in gewichtsklassen), werden de laatste twee wedstrijden gespeeld door tieners van een jaar of 16. Het was duidelijk te merken dat ze nog onervaren waren, aangezien ze er vanaf de eerste ronde al flink op los gingen en de vijfde ronde bij beide partijen niet gehaald werd. Een jochie werd zelfs afgevoerd met een rolstoel. Ondanks dat heb ik een leuke avond gehad, welke ik niet had willen missen. Naast het stadium bevond zich nog de Suan Lum Night Bazaar, waar ik na de wedstrijden nog overheen ben gewandeld. Het terrein was behoorlijk groot en bevatte een grote hoeveelheid kraampjes met allerlei spulletjes. Ook was er een groot gedeelte waar je van alles kon eten, onder begeleiding van een band. Ik raakte er zelfs enigszins verdwaald en wist op goed geluk m'n weg terug te vinden (kijken naar de zon voor het oosten of westen had weinig zin nu). Laat op de avond kwam ik terug in m'n kamer, waar ik kennismaakte met de Zwitserse Tham en Stefan, welke online besloten hadden om samen door Zuidoost-Azië te reizen. Aangezien Stefan al iets eerder in Bangkok was aangekomen, spraken Tham en ik af om morgen samen op pad te gaan, om later op de dag met z'n drieën de nationale feestdag te vieren. Eerst was het echter tijd voor een nachtje rust.

Zaterdag 5 december 2009
Dag 63: Het feest van een oude man

En daarmee bedoel ik niet alleen Sinterklaas! Alhoewel ik het jammer vind dat ik het feest van onze goedheiligman heb moeten missen (vooral nu het zaterdag is), heb ik alsnog een geweldige feestdag gehad! Vandaag is de Thaise koning Rama IX (ik geloof 's werelds oudste en langst zittende koning) namelijk 82 jaar geworden! En aangezien deze man zeer geliefd is bij het volk, moet dat groots gevierd worden (vooral hier in Bangkok uiteraard), wat de afgelopen dagen ook al volop zichtbaar was aan vele afbeeldingen van de man in de stad. Wat er allemaal precies zou gebeuren, was me niet duidelijk. Wel zou er een bijzondere ceremonie zijn om 19 uur op Sanam Luang, een groot plein in de buurt van het Grand Palace. Aangezien Tham en ik hier allebei in de buurt nog enkele dingen wilde zien, besloten we samen op stap te gaan om er een culturele en feestelijke dag van te maken. Aangezien we laat waren opgestaan, zijn we uiteindelijk pas na een vroege lunch (van soep met noodles en visballetjes) met de skytrain en de ferry naar het noordwestelijke Dusit district gegaan. Hier bevond zich namelijk het grote paleispark met diverse gebouwen. Na een stukje lopen (deze regio is alleen met de lokale bussen redelijk bereikbaar, maar we wisten de lijnen niet) kwamen we bij de ingang, waar zich een enorm plein bevond. Aan het eind bevond zich de Abhisek Dusit Throne Hall, een groot, mooi en statig gebouw met een grote koepel. Voor het gebouw bevond zich een groot aantal plastic stoelen. Ook nieuwe stoelen werden aangevoerd. De komende week zou hier namelijk elke avond om 19 uur een bijzondere licht- en geluidshow over de koning gehouden worden, waarbij er projecties op het gebouw zouden zijn. Om ons heen leek de lokale bevolking zich ook al langzaamaan te verzamelen, erg vroeg naar ons idee. Wij liepen echter om het gebouw heen (in de verte langs de huidige verblijfplaats van de koning, Chitlada Palace), aangezien we de Vimanmek Teak Mansion wilden bezoeken. Helaas was deze echter gesloten vandaag. Gelukkig was de troonhal zelf wel open en vanwege de feestdag was het nog gratis ook. Binnenin zag het er prachtig uit: ruimtes met roodfluwelen gordijnen waren gevuld met ontzettend veel gouden (gebruiks- en kunst)voorwerpen die in eerdere jaren als cadeaus aan de koning waren geschonken (en hij blijkbaar zo nuttig vond dat ze nu tentoongesteld staan): modelschepen, een gedekte dinertafel, tronen, schilderingen, etc. Daarnaast was er nog een expositie van mooie weefselwerken, waarvoor elk jaar een wedstrijd wordt gehouden. Aangezien we met Stefan om 17 uur in Khao San Road hadden afgesproken, liepen we vervolgens deze kant op. Het was echter nog een behoorlijk stuk, maar gelukkig verveelden we ons onderweg niet. Op het plein voor de troonhal was het nog drukker geworden en ook op de grote weg ervoor liepen vele groepen mensen. Bijna iedereen was ofwel in het geel, danwel in het roze gekleed, twee kleuren met een symbolische betekenis. Ook droegen sommigen borden met tekst (waarschijnlijk iets als 'lang leve de koning'). Sommige groepen liepen richting de troonhal, maar andere liepen juist, net als ons, naar Sanam Luang toe. Heel veel mensen waren echter ook langs de twee lange wegen gaan zitten. Met veel moeite wisten we bij enkelen te achterhalen dat er om 17 uur een of andere parade zou zijn, welke we uiteraard ook wel wilden meemaken. We besloten om deze mee te maken nabij Sanam Luang, zodat we daarna meteen de ceremonie konden meepakken. De show op de troonhal zou ik dan morgen wel bekijken. Langs menigtes mensen, stalletjes met overheerlijke etenswaren en het aparte Democracy Monument liepen we naar Khao San Road. Hier kwamen we tot de conclusie dat we blij mochten zijn met de locatie van ons guesthouse. Het was hier namelijk een groot toeristisch kippenhok met alleen maar westerlingen, souvenirkraampjes en drukke cafeetjes (en feestelijke optredens van dansende kindertjes). In een tentje wachtten we Stefan op, waarna we naar de grote weg erachter liepen voor de parade. We waren net op tijd, want even verderop kwamen al enkele drumfanfares voorbij lopen, afgewisseld door vele mensen in roze shirtjes. Heel lang duurde het echter niet. Iets later kwamen ook hele groepen politiemannen en matrozen aanmarcheren. Deze laatste groep stelde zich vlak naast ons strak in rijen op, terwijl de politiemensen de menigte mensen hier op vrij onduidelijke wijze liet oversteken naar een stoep in het midden van de weg. Vervolgens stelden ze zich als een hek om ons heen, iets wat over de gehele lange weg leek te gebeuren. Fototoestellen moesten opgeborgen worden. Terwijl het donker werd en in alle bomen langs de weg de honderden lampjes aangingen, klopte vol verwachting ons hart. Zeker een half uur hebben we staan wachten, terwijl er af en toe een politiemotor voorbij reed. Op een gegeven moment kwamen er enkele zakelijke zwarte wagens voorbij, iets later gevolgd door een mooie oude wagen. De wagen reed zo snel dat ik nauwelijks de kans kreeg om naar binnen te kijken, maar ik dacht enkele mensen te zien zitten. Het publiek leek dit nogal bijzonder te vinden en gaf dit aan door te juichen. De koninklijke auto was nog maar enkele seconden weg en de hele menigte liep uiteen, schijnbaar was dit alles. Daarvoor hebben we zo lang staan wachten! Het was in ieder geval een bijzondere tijdvulling! Bij een straattentje hebben we snel een redelijk simpele maaltijd genuttigd, waarna we het bomvolle Sanam Luang op liepen. Aan de kant waar wij het plein waren opgekomen, zaten allemaal mensen op een matje op de grond naar een groot podium gericht. Een matje kopen vonden wij wat onzinnig en we gingen gewoon ergens zitten. Hier en daar stond vrij onhandig een busje geparkeerd, welke later nog met veel moeite en getoeter probeerde weg te rijden. Een ander podium iets verderop speelde harde muziek. Van enkele Thaise vrouwen kregen we een geel kaarsje. Iets na zevenen werd duidelijk waarom. Terwijl de muziek van het andere podium irritant door bleef gaan, betraden enkele mannen in pak het hoofdpodium, vergezeld door een hele groep net gekleedde vrouwen. Een van de mannen begon vervolgens een speech, welke slechts enigszins te horen was (niet dat we het konden verstaan, maar goed). Hierna ging iedereen (de hele menigte van duizenden mensen op het plein) staan om het volkslied te zingen. Vanaf dat moment stak iedereen (ook op het podium) tevens zijn of haar kaarsje aan. Ook wij kregen een vuurtje aangereikt. Zo stonden we daar enkele minuten, iedereen staarde met een kaarsje in z'n hand recht naar voren. Het was een indrukwekkend gezicht en we vonden het ook zeer bijzonder om hier tussen te staan. Hierna werd er enige tijd overal om ons heen prachtig vuurwerk afgestoken. Iedereen keek vol bewondering om zich heen. Vanaf dit moment ging het feest pas echt van start en begon op het hoofdpodium een groot kleurrijk optreden van muziek en dans. We bleven enige tijd staan kijken en liepen door de meute naar het andere podium. Nu pas zagen we dat Sanam Luang nog groter was dan we dachten, aangezien er nog veel meer podia waren. Zo werd er ergens een bokswedstrijd gehouden (maar veel minder spectaculair dan gisteren, alhoewel er wel meer show omheen was), stond er ergens anders een hippe band te spelen en werd elders weer traditionele muziek gespeeld. Uiteraard waren er overal ook de nodige versnaperingen te verkrijgen (donuts!). Een tijd lang hebben we hier rondgedwaald, totdat we echt moe waren. Van deze afgelegen plek moesten we nu nog thuis zien te komen. We liepen naar de ferry, maar deze bleek rond dit tijdstip niet meer te varen. Uiteindelijk hebben we een tuktuk taxi aangehouden en na enige onderhandelingen wilde hij ons wel vervoeren. Jeetje, wat was dat een dolle rit door de stad! Levensgevaarlijk, maar ergens toch ook wel speciaal om in ieder geval een keer mee te maken. Met een veel te hoge snelheid sjeesden we door de stad heen, met snelle inhaalmanoeuvres en scherpe bochten, waarin we maar hoopten dat we niet om zouden kantelen. Veilig en wel kwamen we terug in onze dorm, waar we na deze lange maar unieke dag lekker zijn gaan slapen. Ik kan iedereen in ieder geval aanbevelen om rond deze periode naar Bangkok te gaan!

Zondag 6 december 2009
Dag 64: De moedermarkt

Vanochtend heb ik weer eens lekker lang uitgeslapen. Na een simpel ontbijt heb ik een planning voor de rest van de dag gemaakt, waarna ik met Tham en Stefan op zoek ging naar een plek om te lunchen. Deze vonden we bij een eenvoudig straattentje in een straatje in de buurt. Het was een simpele en eenvoudige noodlesoep met stukjes kip (het kippenbloed hoefden we niet), maar was redelijk te eten. Hierna nam ik afscheid van de twee, aangezien zij verder naar het oosten van het land reizen. Wellicht dat ik ze in Chiang Mai (in het noorden van het land) weer tegenkom, zodat we misschien samen Kerst kunnen vieren en Laos in kunnen gaan. Maar aangezien we alledrie nog geen definitieve route hebben, is nog niets zeker. Met de Silom Line van de skytrain ging ik weer richting Siam. Zei ik vorige keer nou dat er vier shoppingcentra bij elkaar zaten? Verdubbel dat aantal maar met gemak. Na een betere blik op de plattegrond bleken er in dit district nog veel meer te zijn, waaronder het MBK, een enorm winkelcentrum gericht op de jonge bevolking. Dit was te merken aan de stijl van de winkels, welke hippe kleding verkochten, mooie sieraden, glimmende make-up, moderne elektronica en de nieuwste games (maar ook vele dvd's die regelrecht uit de piraterij leken te komen). Uiteraard ontbraken de fastfoodrestaurants en de modernste bioscoopzalen weer niet. In een zaakje wist ik voor een leuk bedrag nog een extra batterij voor m'n fotocamera te scoren, aangezien ik merk dat ik niet altijd de gelegenheid heb om deze op te laden, terwijl ik hem wel dagelijks gebruik. Met de Sukhumvit Line ging ik vervolgens naar het noorden van de stad, waar zich de Chatuchak Weekend Market bevond. If you think you've seen it all, think again. Volgens de Lonely Planet was dit de moeder der markten in Thailand en na m'n bezoek kan ik ze geen ongelijk geven. Op een enorm terrein waren hier straten vol met winkeltjes, eetkraampjes en stalletjes met vergeperste fruitsappen. Daarnaast had je hiertussen ook nog een overdekte wirwar van smalle steegjes vol met kleine zaakjes. In plaats van op te sommen wat men hier wel had, som ik liever op wat ze hier niet hadden: uuuh...? Ondanks dat iedereen eigenlijk nog zou moeten bijkomen van het grote feest van gisteren, leek de halve bevolking zich hier te bevinden, waardoor het dus een behoorlijk geslenter was. Het was deze middag in ieder geval leuk om te zien wat voor westerse en oosterse smeltkroes Bangkok wel niet is (shoppingmalls vs. markten). In het aangrenzende park heb ik vervolgens even uitgerust en geprobeerd m'n reisverhaal weer wat bij te houden, omdat ik hier vanwege alle drukke dagen behoorlijk mee achterloop. Rond vijven ging ik met de skytrain een stukje terug en stapte ik uit bij het niet heel erg interessante Victory Monument. Van hieruit ben ik naar de troonhal gelopen, waar om 19 uur de licht- en geluidsshow 'The greatest of the kings, the greetings of the land' begon, een speciale show ter gelegenheid van de verjaardag van de koning. Het duurde even voordat ik er was, aangezien je het publieksterrein van de achterzijde van het gebouw niet kon bereiken, waardoor ik samen met vele anderen om het hele terrein heen moest lopen (langs vele prachtig met lichtjes behangen bomen). En ik was zeker niet de enige, want het was een drukte van jewelste. Het plein voor de troonhal stond afgeladen met mensen, welke dit bijzondere evenement niet wilden missen (en die gisteren waarschijnlijk op Sanam Luang waren en het daardoor net als mij gemist hadden). Een zitplek was er helaas niet meer, waardoor ik een aardige tijd heb moeten staan. Het gebouw was mooi verlicht en op een podium aan de zijkant stond een band te spelen, wat via enkele videoschermen beter te zien was. Camerabeelden lieten hierop ook de enorme menigte zien, welke allemaal een vlaggetje in hun handen hadden en er vrolijk mee rondzwaaiden. Zelfs ik liep rond met een vlag van Thailand. Pas rond achten gingen alle lampen uit, waarna een compleet symfonie-orkest het volkslied inluidde. De duizenden mensen om me heen stonden op en begonnen in volle borst mee te zingen, wat erg bijzonder was. Hierna begon voor het gebouw een show met muziek, zang en dans, terwijl op het gebouw (!) kleurrijke visuals werden getoond, samen met foto's en filmpjes van de koning. Later werd er ook nog een lange film vertoond waarin werd laten zien hoe speciaal de koning en zijn land wel niet waren. Halverwege de film werd er achter ons, vanaf Sanam Luang, nogmaals vuurwerk afgestoken. Hierna kregen we een live versie van een speciaal nummer dat voor de koning was geschreven: 'King of Kings'. Het aanstekelijke refrein hangt nog steeds in m'n hoofd. De avond werd afgesloten door nogmaals met z'n allen het volkslied te zingen, maar ditmaal werden er ook nog eens vele kaarsjes aangestoken, net als gisteren. Het was prachtig om mee te maken! Hierna verliet de hele meute het terrein en raakte ik nog aan de 'praat' met een Thais gezinnetje (zij spraken gebrekkig Engels; lang leve m'n talengidsje!), welke het wel erg leuk vonden dat ik hier ook was. Zelf waren ze speciaal naar Bangkok gekomen (ze wonen aan de kust in het oosten) om dit festijn mee te maken. Het was al laat en ik liep terug naar de skytrain om terug te keren naar m'n guesthouse. Het was me het dagje wel. Maar ik ben blij dat ik dit bijzondere festival mee heb mogen maken! Voor nu zit Bangkok er eventjes op. Morgen eens zien of het festival in Kanchanaburi net zo speciaal gaat worden!

Fijne Sinterklaas!

Beste lezer,

Jassin zat vandaag weer eens te denken,
wat hij zijn trouwe lezers zou schenken.
Het is niet veel helaas; er is geen verhaal dit keer,
maar volgende keer komt er heel wat meer!
Wees maar gerust, ik ben jullie niet vergeten,
maar op dit moment zit ik vrij hard te zweten
om mijn verhalen van de afgelopen dagen
aan jullie op een leuke manier over te dragen.
Hier in Bangkok heb ik het namelijk zo erg naar m'n zin
en tja, dan schiet het schrijven er een beetje bij in.
Mijn Sinterklaas hier was in ieder geval prachtig,
met de verjaardag van de Thaise koning, hij is nu 82.
Het was hier overal een groot feest,
zo bijzonder is het hier de laatste dagen nog niet geweest!
Wat ik de afgelopen dagen heb gedaan,
zal ik binnenkort vertellen, neem dat maar van mij aan.
Eerst ga ik hier in ieder geval lekker slapen,
want na deze lange dag begin ik nu al flink te gapen.
Moge Sinterklaas voor jullie net zo gezellig zijn,
het is immers het leukste feest voor groot en klein!
En nu is het echt tijd dat ik nok,
de beste groeten vanuit Bangkok!

Jassin

Cu Chi & Mekong Delta

Maandag 30 november 2009
Dag 58: Cao Dai en Cu Chi

Na een snel ontbijt liep ik naar het boekingsbureau, waar al een hele groep mensen stond te wachten voor de vele tours die werden aangeboden. Via bordjes en een intercom werd aangegeven welke bus naar welke plek ging. Samen met zo'n 12 anderen stapte ik in een bus, waarna we aan een drie uur durende rit naar Tay Ninh begonnen. Het was slechts 99 km, maar vanwege de drukte van een stad met 12 miljoen mensen, 10 miljoen motorbikes en niet altijd even beste wegen, ging het simpelweg niet sneller. Onderweg vertelde onze gids al wel het programma van de dag en gaf hij wat geschiedenis van het land (waaronder de oorlogen met de Chinezen, Fransen en Amerikanen) en de stad (onder andere dat de bevoking inderdaad jong is en de ouderen liever de kleine dorpjes opzoeken). Uiteraard maakten we uiteraard, met hordes andere toeristen, een tussenstop bij een handicraft center, waar we mensen verschillende kunstwerken (lacquerware) zagen maken en verkopen. Iets na half twaalf arriveerden we dan bij de Cao Dai tempel van Tay Ninh. Het caodaïsme is een bijzondere stroming die boeddhisme, taoïsme en confucianisme samenbrengt. De tempel was daarom ook in een aparte mix van stijlen gebouwd. Om de tempel schaarden zich honderden gelovigen, waarvan vele witte gewaden aan hadden, maar anderen ook in het rood, blauw of geel waren, om de verschillende stromingen aan te duiden. Om 12 uur ging er binnen namelijk een mis van start (welke om de zes uur plaatsvindt). De vele toeristen konden vervolgens vanaf het balkon zien hoe iedereen naar binnen liep en netjes een plek opzocht (kleuren bij elkaar). Het stond uiteindelijk behoorlijk vol op de vloer onder ons. Het was een bijzondere dienst: onder begeleiding van muziek en een koor werd er samen op de grond gebeden. Gezien de grote opkomst was dit mooi om te zien. Vlak voor het einde moesten we ervandoor en liepen we langs een parkje met aapjes terug naar de bus. In het dorpscentrum konden we vervolgens in een restaurant wat eten. Hierna begonnen we aan een erg hobbelige busrit (ooit in een houten achtbaan gezeten?) van 1,5 uur naar Ben Dinh, een van de twee plekken waar de bekende Cu Chi tunnels is opengesteld voor het publiek. Dit tunnelnetwerk bestaat uit meerdere lagen en is in totaal 250 km lang. De lokale bevolking gebruikte dit netwerk om in te wonen toen de Amerikanen het gebied hier hevig onder vuur namen. Tevens was het een goede verstopplek en een uitvalsbasis voor geheime aanvallen. Dit kregen we via een documentaire te zien, waarna de gids ons rondleidde over het terrein. Zo liet hij ons een zeer smalle en gecamoufleerde ingang zien, waar een kleine Vietnamees maar net doorheen kan. Ook waren enkele openbare ruimtes, welke op de eerste ondergrondse verdieping lagen, uitgegraven, zodat we konden zien waar er gekookt werd (met geheime kanalen om de rook verder weg te leiden), hoe men wapens en kleding maakten en waar geslapen werd. De lokale bevolking heeft destijds ook vele boobytraps in de omgeving gemaakt, waarvan we er enkele te zien kregen. Wat voor variant het ook was, het kwam altijd neer op een val met puntige en vlijmscherpe spiezen. Verder hadden we nog de mogelijkheid om op een schietterrein met echte wapens te schieten, zoals een AK47. Ammunitie moest je echter voor een hoge prijs kopen, waar ik voor bedankte. Uiteraard konden we tot slot nog een stuk door de tunnels lopen (niet geschikt voor mensen met claustrofobie en hartproblemen!), waarbij er om de 20 meter een uitgang was, met een maximum afstand van 100 meter. Dat klinkt niet veel, maar als je eenmaal in de tunnels zit, merk je dat het een enorm stuk is. Ten eerste kun je niet eens door de tunnels lopen, want ze zijn ontzettend klein en smal (vele malen smaller dan die in Vinh Moc). Gehurkt kon je door de tunnels waggelen en hier en daar moest je zelfs een stuk kruipen. Ten tweede was het ontzettend warm en benauwd in de tunnels en was ademen wat lastiger. Tenslotte was het er ontzettend donker. Nou ja, voor de toeristen hadden ze hier en daar wat lampen opgehangen, maar die zullen er vroeger vast niet altijd geweest zijn. Terwijl velen halverwege afhaakten, wilde ik de volle 100 meter wel volmaken, wat een bijzondere ervaring was. Daarna was ik in ieder geval wel blij dat het het laatste onderdeel was, want ik voelde m'n bovenbenen behoorlijk. Na een paar stukjes gekookte aardappel (sinds 2 maanden eindelijk weer een normaal stuk aardappel gegeten!) en een kopje thee (de doorsnee maaltijd van de lokale bevolking destijds) gingen we terug naar de bus, welke ons in zo'n twee uur (door de ontzettend drukke en chaotische avondspits) weer terugbracht naar HCMC, waar het vanwege de natte straten blijkbaar geregend had. Het was een gave trip en een mooie afsluiting van de vele geschiedenislessen over de diverse Vietnamoorlogen die ik in de afgelopen maand gekregen heb. 's Avonds ben ik naar de straatstalletjes naast de Ben Thanh markt gelopen, om daar weer een andere noodlevariant te proberen: de krokante, welke gemixt was met sla, paddestoelen, nog een groente, garnalen, inktvis en visballetjes. Het was prima te eten, maar ik verkies gewone noodles toch boven deze. Hierna ging ik terug naar het hostel om uit te rusten van deze dag en ook omdat morgen opnieuw een lange dag wordt.

Dinsdag 1 december 2009
Dag 59: In de Mekong-delta

Het was een mooie dag. Het was een drukke dag. Het was ook mijn laatste dag. In Vietnam dan. Een trip door de Mekong-delta was in ieder geval een perfecte manier om dit avontuur te beëindigen. Na een ontbijt in het hostel (eindelijk wat kunnen kletsen met andere mensen!) liep ik om 8.15 uur naar het boekingsbureautje om de hoek. Een kwartier later stapte ik met vele anderen een touringcar in, waarna we in twee uur naar My Tho werden gebracht. Onderweg pauzeerden we eventjes op een 'gewone' parkeerplaats, zonder toeristische poespas. Die zouden we later namelijk nog wel genoeg krijgen. My Tho is een dorpje in de Mekong-delta. De Mekong is een van 's werelds bekendste en langste rivieren en ontspringt in Tibet (waar ik hem overigens niet gezien heb). Via Burma, Thailand, Laos en Cambodja komt deze uiteindelijk hier uit en vertakt zich over vele kleinere riviertjes, alvorens uit te monden in de Zuid-Chinese Zee. Het landschap hier is daarom ook ontzettend groen en vruchtbaar, wat we vandaag te zien kregen. In My Tho namen we een grote gemotoriseerde boot om daarmee een stukje te varen. Langs de oever zagen we simpele huisjes op palen, vele palmbomen en aangemeerde vissersbootjes. De vismarkt, die hier normaal gesproken gehouden wordt, was vanwege een tyfoon een tijdje terug tijdelijk stilgelegd. Het was lekker zonnig weer en het frisse windje op het water (dat stukken breder was dan ik dacht) was dus best welkom. Na een tijdje meerden we aan op Phoenix Island, waar we door de jungle naar het lokale dorpje gingen. Nou ja, dorpje, een gebouwtje waar we te zien kregen hoe rijstpapier wordt gemaakt en hoe dat weer verwerkt wordt tot krokante koekjes. Deze mochten we ook proeven en smaakten best lekker. Dit was tevens de eerste toeristenval van vandaag, want we konden het natuurlijk ook in een grotere portie kopen. Met de boot vaarden we weer een stukje verder en meerden we bij een ander eilandje aan voor de volgende demonstratie. Hier kregen we te zien hoe bekwaam men was in het omtoveren van palmhout tot bestek, potjes, beeldjes en andere souvenirs. Tevens kregen we hier een lunch aangeboden met groentesoep, rijst, loempia's en een lapje vlees. Met de boot gingen we vervolgens naar een eiland waar kokosnoten verwerkt werden tot snoep. De kokos wordt daarvoor verpulverd en bereid tot een karamelachtige brei. Gedroogde blokjes worden vervolgens in papiertjes gewikkeld en verkocht. Proeven konden we uiteraard ook en het had ook iets weg van karamelsnoepjes. Daarnaast werd er nog kokoswijn aangeboden en kon je slangenwijn kopen en hun huid kopen als een handtas. De volgende boottocht door de nog steeds prachtige delta bracht ons naar een groter eiland (met het dorpje Ben Tre) waar ze vele bijenkorven hadden en honing verzamelden. Wij kregen hier de bijen te zien en een kopje thee te proeven, uiteraard vermengd met zoete honing. Hierna kregen we een onverwacht ander vervoermiddel. Met paard en wagen hobbelden we namelijk naar de andere kant van het eiland, onderweg genietend van de kleine huisjes en de natuur om ons heen. Bij het eindpunt kregen we opnieuw thee geserveerd, maar ditmaal vergezeld met enkele exotische vruchten, waaronder waterkokos, longans en ananas. Tevens werd er door enkele locals muziek gemaakt en gezongen. De beste jungle-ervaring kregen we hierna, toen we met roeibootjes een stuk aflegden door een van de smalle vertakkingen van de Mekong, een rivier die trouwens erg bruin is. Hier en daar moesten we zelfs wat bukken om geen palmbladeren in je gezicht te krijgen. Het was een bijzondere ervaring, welke tevens de laatste van de dag was, aangezien we weer aankwamen bij de motorboot, welke ons terugbracht naar de bus. Al met al hadden we vandaag een goede impressie gekregen van het reilen en zeilen in de Mekong-delta, iets wat ik niet had willen missen. Ik hoop de Mekong zelf in de nabije toekomst weer terug te zien! Iets na vijven kwamen we weer terug in de stad. Hier ben ik wat later gaan eten in een restaurant, waar ik voor het laatst nog een lokale specialiteit probeerde: een met groente en vlees gevulde pannenkoek. Het was niet het meest lekkere gerecht tot dusver, maar op zich wel te eten. Daarna ben ik op mijn kamer m'n tas gaan inpakken, aangezien ik morgen vertrek.

Hiermee sluit tevens mijn reis door Vietnam af. Als ik zo terugkijk op de afgelopen vier weken (wow, vier weken alweer, de tijd gaat echt snel!), dan kan ik niets anders zeggen dan dat ik een geweldige reis heb gehad. Vietnam is een prachtig en erg gevarieerd land, waarvan ik veel heb kunnen/mogen zien. Een land waarin je vele rijstvelden ziet, karstgebergten uit de zee ziet steken, tropische stranden tegenkomt, maar ook hoge bebosde bergen. Een land met heerlijk voedsel (je hoeft niet elke dag loempia's te eten), goedkope kleding, karaokebars op elke hoek van de straat, verkopers op elke meter daartussen en scooters, scooters en nog eens scooters, waarbij je constant blijft lachen over hetgeen dat ze er achterop meenemen (van stapels dozen tot honderden kleerhangers, van complete kasten tot een stapel dode varkens en van een lading kinderfietsjes tot de gehele familie). Een land dat vele zonuren telt, maar ook geteisterd wordt door veel regen; een land met jonge en vriendelijke mensen, oude vrouwen met kegelvormige hoedjes, maar ook een handjevol oplichters. Een land dat vanwege zijn vorm, open tour bussysteem en vele boekingskantoortjes ook makkelijk te bereizen is; een land dat verscheurd is door vele oorlogen, maar ondertussen herenigd is en bezig is met een economische opmars. Vietnam is in ieder geval een land dat ik iedereen zou aanraden! Misschien dat ik zelf nog wel eens terug ga om de rest te bekijken (Dien Bien Phu en enkele nationale parken zoals Cuc Phuong, Bac Ma en Cat Tien), maar dat zien we later nog wel. Eerst ontdekken hoe Thailand gaat zijn! Tot de volgende keer vanuit Bangkok!

Ho Chi Minh City (Saigon)

Zaterdag 28 november 2009
Dag 56: Saigon is niet mis

Vandaag was een bomvolle en uiterst gevarieerde dag, waarop ik kennismaakte met allerlei aspecten van Ho Chi Minh City. Na een ontbijt in het hostel begon ik aan de wandelroute van de Lonely Planet, welke zo'n 5 kilometer was en waarover je zo'n 6 uur zou doen. Aangezien ik om 10 uur begon, leek dat een mooie vulling van de dag. De route begon in mijn straat, waar het opnieuw behoorlijk druk was. Ik kwam uit bij een rotonde met een standbeeld in het midden. Aangezien ik deze van dichterbij wilde bekijken, was ik genoodzaakt over te steken, tussen alle scooters, auto's en bussen door. Verrassend genoeg ging dit erg goed: de bestuurders zijn er immers op voorbereid en ik had ondertussen ook wel genoeg ervaring. Nadat ik de ruiter had gezien, stak ik opnieuw over, om me in de menigte van de Ben Thanh Market te wagen, een grote en bekende indoor markt. Hier waren voornamelijk kleding, noten, koffie en gedroogd fruit te verkrijgen. De gangetjes waren erg smal en door vele verkopers werd ik gevraagd waarnaar ik op zoek was. Enkelen leken zelfs zo wanhopig dat ze me bij de arm beetpakten zodat ik langer naar hun waar kon kijken. Opvallend was dat de verkoopsters hier stukken jonger, hipper en moderner dan op de marktjes van de afgelopen weken. Achteraan werd er nog groente, fruit, vlees en vis verkocht. In een bak zag ik zelfs hersenen liggen, maar ik zou niet weten van welk beest. Hierna vervolgde ik mijn route, welke me langs het Fine Arts Museum leidde. Nu ben ik niet een al te grote kunstliefhebber, maar het leek me toch wel interessant om te zien wat de Vietnamezen aan de muur hangen. Mijn bezoekje was in ieder geval geen teleurstelling, want er hing aardig wat mooie ouderwetse en moderne kunst aan de muur, welke onder andere het leven van Vietnam weergaf. Leuk dat ik hier elementen van mijn reis in terug herkende, zoals de akkers met waterbuffels en de straatjes van Hoi An. Ook waren er nog enkele beelden uit diverse tijdperken (waaronder Champa) te bezichtigen. Na dit kunstzinnige bezoek liep ik verder. Het was vandaag trouwens ontzettend zonnig, warm, klam en benauwd, wat het lopen niet echt fijner maakte. Gelukkig had ik iets verfrissends in het vooruitzicht. Daarvoor liep ik eerst door een straat die aan beide kanten bezaaid was met marktkraampjes, voornamelijk met etenswaar. Iets verderop zat Fanny, een zaak die volgens de LP het beste ijs van de stad verkocht. Dit kon ik daarom dan ook niet overslaan en ik maakte een keuze uit de vele verschillende (allemaal heerlijk uitziende) coupes die werden aangeboden. La Bella smaakte vervolgens zo goed als ze mooi was! Ik ging verder en kwam langs een moderne shoppingmall (al helemaal in de kerstsfeer), waar ik even een kijkje nam. Dit was de eerste keer in Vietnam dat ik zoiets tegenkwam: blijkbaar is Ho Chi Minh City de enige moderne stad hier, met luxere winkelcentra, hotels en hoge gebouwen. Uiteraard was het geen Hong Kong, maar de stad is toch anders dan de rest van het land. Ik maakte vervolgens een rondje om het concertgebouw, passeerde een vijfsterrenhotel, bekeek een standbeeld van Uncle Ho en liep langs het statige stadhuis (je mocht er niet in). Op deze manier kwam ik uit bij het HCMC museum, waar ik via diverse foto's en voorwerpen kennis opdeed van de geschiedenis van de stad en hoe deze van Saigon in HCMC veranderde. Blijkbaar was het een speciale dag vandaag, want naast de toeristen waren er hier ook nog vele bruidsparen, die door professionele fotografen mooi op de foto werden genomen. Hierna heb ik in een enorm hippe en drukke tent (in een relatief rustige buurt) een lunch genuttigd (met verfrissende ijsthee), waarna ik de straat overstak en ik me voor het Reunification Palace bevond (en de grote groene tuin met een fontein en Vietnamese vlaggen). Dit grote paleis (met een moderne architectuur) is het boegbeeld van de stad en heeft een veelzijdige geschiedenis (zo zetelde hier de Zuid-Vietnamese regering, speelde het een grote rol in de ommekeer van de oorlog en was het een presidentieel paleis). Op de verschillende etages waren diverse kamers/zalen te bezichtigen, zoals een presidentiele ontvangstzaal, slaapkamers, een speelkamer en een heuse bioscoopzaal. Op het dak was zelfs een helipad. De kelder was het meest aparte om te zien, aangezien het een geheim gangenstelsel was met diverse schuilkamers, communicatieruimtes (met oude radio's) en ruimtes waarop met vele kaarten de (oorlogs)regio's in de gaten gehouden konden worden. Na het paleis was het tijd voor het War Remnants Museum, dat ik na enkele minuten lopen bereikte. Ondanks dat ik in Hanoi al het oorlogsmuseum had bezocht, ging ik toch hierheen, omdat deze een ander aspect van de Vietnamoorlog belichtte: de gruwelijkheden die het met zich mee had gebracht. Via vele foto's werd de oorlog pijnlijk in beeld gebracht: soldaten in loopgraven, verwonde of dodelijke slachtoffers, huilende kinderen, martelingen, etc. Buiten stonden daarnaast nog enkele tanks en vliegtuigen opgesteld, samen met de zogenaamde 'tiger cages' waarin gevangenen werden opgesloten. Het was allemaal indrukwekkend om te zien. Mijn wandelroute was hiermee echter nog niet ten einde gekomen en ik liep daarom verder naar de Notre Dame kathedraal (welke overigens niet de eerste was die ik hier in Vietnam tegenkwam). De Franse invloed was hier duidelijk zichtbaar. Voor de kerk stond nog een beeld van Maria, waarnaast je van een jongen een gratis knuffel kon krijgen (nee, geen pluchen). Voor $2 kon je van het meisje daarnaast echter een speciale knuffel krijgen. Het was in ieder geval een ludieke toeristentrekker. Schuin tegenover de kathedraal bevond zich het postkantoor. Dat klinkt niet interessant, maar was het wel. Althans, voor een minuut of vijf. De architectuur van dit 19e eeuwse Franse gebouw was namelijk best bijzonder (voor een postkantoor dan). Ook binnen had alles nog een ouderwetse look and feel. Toch was het postkantoor nog gewoon in bedrijf. Gezien het tijdstip (iets over vieren) was het niet meer mogelijk om de wandelroute af te maken, aangezien een laatste museum al bijna zou sluiten. Ik besloot om dat voor morgen te bewaren. Via een drukke straat liep ik rustig terug, waar ik langs het Diamond Center kwam, een hoog en modern gebouw waarvan de eerste drie verdiepingen onderdeel van een groot warenhuis waren. Hier nam ik een kijkje, net als een verdieping hoger, waar zich een grote arcadezaal bevond en hippe discobowlingbanen. Hier heb ik wat gegeten, alvorens naar de 13e verdieping te verhuizen. Hier kon ik een blik in de nabije toekomst werpen en was ik getuige van de totale vernietiging van alles hier op aarde. In een bioscoop heb ik hier met spanning naar de ultieme rampenfilm 2012 zitten kijken: geweldig! Gelukkig was de film gewoon in het Engels en had deze Vietnamese ondertiteling. Opmerkelijk om te zien was hoe snel iedereen enkele momenten voor de aftiteling de zaal al uit begon te lopen. De aftiteling zelf werd daarnaast ook al na 10 seconden afgekapt. Maar de beeld- en geluidkwaliteit was verder prima in orde. Door het donker liep ik terug richting mijn hostel, genietend van de vele lampen om me heen (van gebouwen, kerstversiering of koplampen). Het leek me wel speciaal om hier een foto van te maken. Maar niet zomaar een foto, maar een foto van bovenaf. Hiervoor maakte ik een uitstapje naar het superdeluxe Sheraton hotel, waar zich op de 23e verdieping een bar bevindt met een uitzicht over de stad. Alles zag er hier erg chique uit en om me heen bevonden zich allerlei mensen in nette avondkleding. En daar stond ik dan, met een oranje blouse, korte broek, wandelschoenen, een rugzak en een plastic tasje van de supermarkt. Gelukkig hield niemand me tegen en wist ik snel in de bar enkele mooie foto's van het donkere, maar verlichte Saigon te maken. Ook wierp ik nog een blik op de menukaart van het restaurant ernaast en schrok ik van de enorm hoge prijzen (nou ja, voor Vietnamese begrippen; een steak kost hier zo'n €30). Nu was het voor mij dan echt tijd om terug te keren. Ik had immers wel genoeg gedaan voor vandaag en was behoorlijk moe. Terwijl het nachtleven van het weekend op gang begon te komen, liep ik terug naar het hostel, waar ik de enige persoon op de kamer bleek te zijn. Hier keek ik tenslotte terug op een mooie en vermakelijke dag.

Zondag 29 november 2009
Dag 57: Dwaaldag

In tegenstelling tot gisteren heb ik het vandaag vele malen rustiger gedaan. Zo stond ik wat later op, ontbeet ik iets later en ben ik rustig naar buiten gelopen, op zoek naar een touroperator om tripjes voor de komende twee dagen te boeken. Ik vond een netjes uitziend bureau en boekte een Cu Chi Tunnels trip voor morgen en een Mekong Delta trip voor overmorgen. Hierna wilde ik mijn wandeltocht van gisteren vervolgen, maar daarvoor moest ik eerst nog een stuk door de stad heen lopen. Het was opnieuw broeierig en vies benauwd, dus kwam ik klam op de plek uit waar ik volgens de kaart heen moest. Helaas bevond zich de pagode die ik zocht zich daar niet en ben ik een tijd lang tevergeefs rondgelopen in de hoop deze te vinden. Ik besloot m'n zoektocht te staken (een pagode meer of minder maakt ook niet heel veel uit; ik heb er al wel genoeg gezien) en liep verder naar een park waarin zich een dierentuin, botanische tuin, museum en een klein tempeltje bevonden. De eerste twee waren het bezoeken niet waard en ik heb met een broodje zitten wachten totdat de lunchpauze van het Museum of History voorbij was. Bij de ingang kocht ik een kaartje voor 15000 dong. Dit was de op een bord in getallen zichtbare prijs voor 'foreigners'. Er werden echter nog twee prijzen vermeld (hoogstwaarschijnlijk voor de lokale bevolking), maar deze waren heel geniepig in tekst neergezet. M'n talengidsje verraadde echter de prijzen van 1000 en 2000 dong. Dit is overigens iets wat op heel veel plekken hier in Azië gebeurt, dat toeristen veel meer betalen dan locals. Maar ach, erg vind ik dat zeker niet, want 15000 dong is nog geen 75 eurocent. Het museum gaf een zeer goed beeld van de Vietnamese geschiedenis (zonder de oorlogen), beginnende bij de steentijd. Er waren veel gereedschappen, potten, vazen en sieraden te vinden. In andere zalen bevonden zich veel beelden uit het Champa-tijdperk en allerlei artefacten uit Angkor, de Khmer-tempels van Cambodja. Er was zelfs een heuse mummie in een sarcofaag te zien (maar dan niet uit Egypte uiteraard). Nadat ik alles had gezien, liep ik verder naar de kleine Xa Loi pagode, welke aan zowel de linkerkant als de rechterkant een trap naar binnen had. De een was namelijk voor mannen en de ander voor vrouwen. De tempel zelf was niet heel anders dan ik al gezien had. In een ruimte onder de tempel leek een of andere mis bezig te zijn en voor het complex bevonden zich, als ik goed gok, een groep scouts, welke eerst strak stonden opgesteld, maar later in kringetjes met elkaar aan het kletsen waren. Via een andere, niet al te interessante route liep ik terug naar het hostel, waar ik nog steeds de enige op de kamer was. In de straat van het hostel zocht ik daarom alleen naar een restaurant om wat te eten. Hierna ben ik nog even over de avondmarkt gelopen, welke naast de Ben Thanh markt wordt opgezet als deze gesloten wordt. Handelswaar was nagenoeg gelijk, behalve dat het nu wordt afgewisseld met eettentjes. Door het park (waar het vol was met kinderen die aan het frisbeeën of badmintonnen waren, vrouwen die aan het dansen of sporten waren en stelletjes die op bankjes of scooters rondhingen en samen voor zich uit staarden) liep ik terug richting het hostel. Vandaag moet ik maar weer eens op tijd naar bed, want morgen wordt het een lange dag welke om 8 uur al bij het boekingsbureau begint.

« Vorige pagina | Volgende pagina »